Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3408

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
31-08-2017
Datum publicatie
01-09-2017
Zaaknummer
08/760079-17 en 99-000276-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 25-jarige man uit Deventer is veroordeeld voor een poging tot inbraak in een woning in Olst. De rechtbank legt hem een celstraf op van 4 maanden. Daarnaast moet de man alsnog een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 157 dagen ondergaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08/760079-17 en 99-000276-15 (VI) (P)

Datum vonnis: 31 augustus 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

verblijvende Huis van Bewaring Ooyerhoekseweg Zutphen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.S. de Waard en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot woninginbraak c.q. vernieling van een ruit op 8 mei 2017 te Olst.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 8 mei 2017 te Olst, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1] ) weg te nemen enig geldbedrag en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffers] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e) geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door een ruit in te slaan en/of in te gooien, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 8 mei 2017 te Olst, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffers] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op 8 mei 2017 hoorde een getuige omstreeks 12:10 uur een scooter en vervolgens een doffe knal in de nabijheid van een woning aan de [adres 1] in Olst. Zij zag dat de scooter donkerbruin/zwart van kleur was en voorzien van een windscherm en een chroomkleurige bagagedrager. Kort daarna zag zij dat een manspersoon zijn arm bij een raam van de woning aan de [adres 1] naar binnenstak. De man was ongeveer 1.80 meter lang, 21 tot 23 jaar oud, had donder haar dat was opgeschoren aan de zijkanten, een licht getinte huidskleur en hij droeg een donkere gewatteerde jas en een donkere broek.

Om 12.45 uur diezelfde dag werd verdachte aangehouden bij de [straat 1] in Olst omdat zijn signalement en de scooter waar hij op reed overeenkwamen met de beschrijving die de getuige had gegeven van de manspersoon en de scooter bij de woning aan de [adres 1] in Olst.

Op de oprit bij de woning aan de [adres 1] in Olst werd een setje oordopjes aangetroffen. Deze werden bemonsterd en veiliggesteld. Uit onderzoek van het NFI bleek dat een DNA profiel werd aangetroffen dat matchte met het DNA profielcluster van verdachte. De kans dat het DNA profiel van iemand anders afkomstig was dan verdachte, was kleiner dan één op één miljard.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het primair ten laste gelegde.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de geloofwaardige en gedetailleerde verklaring, dat verdachte de scooter aan iemand anders had uitgeleend ten tijde van de inbraak, binnen de bewijsmiddelen past.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag geplaatst of verdachte degene is geweest die op 8 mei 2017 heeft geprobeerd in de breken in de woning aan de [adres 1] in Olst.

De rechtbank stelt vast dat verdachte, ongeveer een half uur nadat de getuige had gezien dat een manspersoon probeerde in te breken in de woning aan de [adres 1] in Olst, op relatief korte afstand van die woning werd aangehouden. Verdachte voldeed niet alleen aan het opgegeven signalement maar reed ook op een scooter die voldeed aan de omschrijving die de getuige van de scooter had gegeven. Daar komt bij dat op de oprit van de woning een setje oordopjes werd aangetroffen met daarop het DNA van verdachte.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij zijn scooter ten tijde van de inbraak had uitgeleend aan iemand anders ongeloofwaardig, nu verdachte desgevraagd ter terechtzitting alleen de voornaam van deze persoon heeft genoemd en verdere personalia hem onbekend waren. Daarnaast heeft hij geen logische verklaring gegeven voor de op de oprit aangetroffen oordopjes met daarop zijn DNA.

Gelet op alle voornoemde omstandigheden en bij het ontbreken van een verifieerbare verklaring van verdachte, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte degene is geweest die gepoogd heeft in te breken in de woning aan de [adres 1] in Olst. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

Primair

hij op 8 mei 2017 te Olst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres 1] ) weg te nemen enig geldbedrag en/of enig(e) goed(eren) van verdachtes gading, toebehorende aan [slachtoffers] , en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e) geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, te weten door een ruit in te slaan of in te gooien, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 310, 311 Wetboek van strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Voor het geval het tot een strafoplegging mocht komen, heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en met het gegeven dat er sprake is van een poging.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een woning. Dit is een ernstig en zeer hinderlijk feit, dat niet alleen overlast voor de gedupeerden heeft veroorzaakt, maar ook voor gevoelens van onrust in de samenleving zorgt.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 7 juli 2017 is de verdachte reeds eerder ter zake vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting, opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Voor een voltooide inbraak in een woning geldt bij recidive als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden. In het onderhavige geval houdt de rechtbank echter rekening met de omstandigheid dat sprake is van een poging tot inbraak.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, passend en geboden.

8 De vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van verdachte toe te wijzen van 157 dagen. Verdachte heeft de algemene voorwaarden overtreden en heeft zich binnen de v.i.-periode schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, gelet op de door hem bepleitte vrijspraak in strafzaak, verzocht de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af te wijzen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij besluit voorwaardelijke invrijheidstelling van

2 maart 2016, met toepassing van artikel 15 Sr, op 28 september 2016 voorwaardelijk in vrijheid is gesteld. Het openbaar ministerie heeft daarbij als algemene voorwaarde gesteld dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de voorwaardelijke invrijheidstelling van 157 dagen in zijn geheel te herroepen.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 15g, 15i, 15j en 27 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    het misdrijf: poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

vordering herroeping voorwaardelijke veroordeling

- wijst de vordering van de officier van justitie onder nummer 99/000276-15 toe;

- gelast dat van het deel van de vrijheidsstraf, dat als gevolg van de toepassing van de

regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog moet

worden ondergaan, te weten 157 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2017.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2017207721. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 mei 2017 gesloten proces-verbaal, nummer [nummer 10] -1 betreffende een proces-verbaal van aangifte, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende1:

(…) op maandag 8 mei 2017 te 12:23 uur:

Vandaag om 09:45 uur hebben mijn vrouw en ik onze woning verlaten. (…) Rond het middaguur werden wij gebeld door onze buurvrouw [buurvrouw] . Zij vertelde ons dat er bij onze woning was ingebroken en dat zij achter de dader aan zat of had gezeten. (…)

Toen wij thuis aankwamen zagen wij dat een raam aan de linkerzijde van onze woning vernield was. Ik zag dat de ruit kapot was en dat er glasscherven voor de ruit op de vensterbank en het grind lagen. Ook zag ik achter op onze oprit een setje oordopjes liggen. Deze herken ik niet en is niet van ons. (…)

Het lijkt er niet op dat de persoon in onze woning binnen is geweest. Zo op het eerste oog missen wij ook geen spullen en lijkt er dus niets weggenomen. Wel is een ruit van onze woning ingegooid en compleet vernield.

Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 mei 2017 gesloten proces-verbaal, nummer [nummer 9] betreffende een proces-verbaal van verhoor getuige ( [getuige] ), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende2:

Op maandag 8 mei 2017, omstreeks 12:10 uur, hoorde ik in de nabijheid van mijn woning een doffe knal. Ik kon dit geluid niet thuisbrengen of plaatsen in een richting. (…)

Toen ik de hond naar de tuin deed, hoorde ik links van mijn woning plotseling een scooter. Ik vond dit vreemd, omdat je hier normaliter geen scooters hoort. Via de woonkamer, tevens zicht op [straat 2] , keek ik naar de weg en zag ik een scooter t.h.v. mijn oprit, rechts van mijn woning, in de richting van [straat 3] , vervolgens in de richting van Wijhe rijden. (…) Na ongeveer 5 minuten hoorde ik wederom een scooter. (…) . Vervolgens zag ik bij perceel [adres 1] , een manspersoon lopen. Ik zag dat deze persoon, voor de gevel liep, in de richting van een raam. Ik zag dat hij bij het raam, zijn linkerarm naar binnenstak. Het ging allemaal zo snel, dat ik in de veronderstelling was, terug beredeneerd, dat het zijn linkerarm was. Toen ik dit zag, realiseerde ik mij, dat de ruit van het raam kapot

was waardoor de manspersoon zijn arm naar binnen kon steken. Nu begreep ik de harde

knal waarover ik vertelde in combinatie met het blaffen van de hond. Ik besefte dat

de manspersoon aan het inbreken was. Ik sloop stilletjes naar hem toe. De afstand

tussen mijn erf en die van perceel [adres 2] is ongeveer 25 meter. Ik was

voornemens om de manspersoon aan te houden, echter halverwege, bedacht ik mij, en

begon door middel van hardop schelden de aandacht op mij te richten, hetgeen lukte.

Ik bevond mij op de oprit van [huisnummers] . Ik zag dat de manspersoon zijn arm terugtrok uit liet raam, en wegrende, richting een aan de linkerzijde van de woning gelegen kapschuur. Ik bleef de manspersoon volgen en zag dat hij op een scooter stapte, die daar uit het zicht geparkeerd stond. Ik hoorde en zag dat hij de scooter startte en mijn kant op reed. Ik bevond mij op een afstand van ongeveer 10 tot 15 meter van de manspersoon op zijn scooter. Toen de manspersoon op de scooter mij naderde, moest ik een stap op zij doen. (…)

Ik zag dat de scooter donker van kleur was, donkerbruin/zwart en voorzien was van een windscherm, chroom kleurig bagagedrager en een blauw kenteken. Ik heb geprobeerd het kenteken te onthouden, en rende richting mijn woning om te bellen. Thuis gekomen, belde ik direct met mijn dochter, en zei: “Onthoud [kenteken 1] , en heb daarna het verhaal uitgelegd. (…) De scooter reed weg vanaf de oprit, rechtsaf de [straat 2] op, in de richting van de [straat 3] , en vervolgens in de richting van Olst of Wijhe. Ik kan de manspersoon als volgt omschrijven:

Man, ongeveer 1.80 meter lang, +1 21 —23 jaar. Ik ken de leeftijd, omdat mijn

kinderen van dezelfde leeftijd, haardracht gelijkend als Dave Roelvink (zoon van de

zanger Dries Roelvink), hiermee bedoel ik opgeschoren aan de zijkant, donker

gekleurd. Licht getinte huidskleur (geen turk of Marokkaan) . Hij droeg een donkere

moderne gewatteerde jas, donkere broek. Ik zou de persoon direct weer herkennen.

Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 mei 2017 gesloten proces-verbaal, nummer [nummer 8] betreffende een proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende3:

Ik, verbalisant, zag dat er op de oprit, vanaf de straatzijde gezien, aan de linkerzijde van de woning iets wits lag. Ik zag dat dit om oordopjes (…) ging. Ik zag dat de oordopjes op de oprit, een stukje voor de daar aanwezige schuur lagen. (…) Ik heb de oordopjes in een sealbag voorzien van het nummer AACP5128NL

Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 mei 2017 gesloten proces-verbaal, nummer [nummer 7] betreffende een proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende4:

Op maandag 8 mei 2017 omstreeks 12:23 uur kreeg ik verbalisant (…) een melding van de collega’s Raalte over een heterdaad woninginbraak aan de [adres 3] in Olst. Ik reed omstreeks 12:26 uur met mijn dienstmotor vanuit Deventer richting Diepenveen (…) Op de Boskamp ter hoogte van de [straat 1] zag ik een snorfietser tegenovergesteld rijden. Ik heb mijn dienstmotor gekeerd en heb op de [straat 1] de snorfietser een stopteken gegeven. (…) Ik hoorde dat de verdachte nadat hij was aangehouden zeggen: “Ik heb toch niets bij me”.

Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 mei 2017 gesloten proces-verbaal, nummer [nummer 6] betreffende een proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende5:

Omstreeks 12:45 hoorde ik dat collega [verbalisant 4] een snorfietser had staande gehouden op de [straat 1] te Boskamp. (…) Ter plaatse zag ik dat het signalement van de staandegehouden bestuurder van de snorfiets, alsmede van de snorfiets zelf, volledig overeenkwam met bovengenoemde signalement van de verdachte op de snorfiets (…) De bestuurder van de snorfiets, na later bleek te zijn [verdachte] .

Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 mei 2017 gesloten proces-verbaal, nummer [nummer 5] betreffende een proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende6:

Ik, verbalisant (…) heb onderzoek gedaan naar de, onder verdachte [verdachte] in beslag genomen Piaggio snorfiets, zwart van kleur en voorzien van kenteken [kenteken 2] . (…)

Ik verbalisant, trof tijdens het onderzoek in de buddyseat van de snorfiets een aantal goederen aan. (…)

- Zwarte jas, gewatteerd, met capuchon

- Joggingbroek, donkergrijs van kleur

- Nike schoenen, zwart van kleur

- Zwarte handschoenen

- Grijze sjaal

- Donkere sokken

- Schroevendraaier

- Moersleutel (…)

Ik verbalisant, deelde de cautie mede aan de verdachte en vroeg hem van wie de aangetroffen kleren in de buddyseat waren. Ik, verbalisant, hoorde dat verdachte zei: “Dat zijn mijn werkkleren”. Ik vroeg aan verdachte of de Nike schoenen in de buddy ook van hem waren waarop hij zei; “Dat zijn mijn werkkleren”.

Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 mei 2017 gesloten proces-verbaal, nummer PL0600-2017207721-32 betreffende een proces-verbaal Onderzoek stuk van overtuiging, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Sporendrager

Goednummer : [nummer 1]

SIN : [nummer 2]

Relatie met SIN : [nummer 3]

Object : Headset (…)

Een geschrift te weten, een rapport van het NFI d.d. 10 juli 2017 DNA onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Olst op 8 mei 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

SIN en omschrijving

(…)

Beschrijving DNA-profiel

Celmateriaal kan afkomstig zijn van

Matchkans

[nummer 4]

(…)

Afgeleid DNA-hoofdprofiel van een man (…)

[verdachte]

Kleiner dan één op één miljard

1 Pagina 5 en 6

2 Pagina 7 en 8

3 Pagina 15

4 Pagina 63

5 Pagina 64

6 Pagina 28