Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3365

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-08-2017
Datum publicatie
29-08-2017
Zaaknummer
08/730447-17 en 08/730215-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 51-jarige man is veroordeeld voor meerdere ernstige bedreigingen, een mishandeling en belaging. De rechtbank rekent hem de feiten ernstig aan. De wijze waarop hij zijn ex-partner, zijn nicht en zelfs zijn eigen 14-jarige dochter heeft bedreigd met de dood en met verkrachting, gaat alle perken te buiten. De rechtbank legt hem een celstraf op van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met bijzondere voorwaarden, waaronder een contact- en gebiedsverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0710

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/730447-17 en 08/730215-17 (ttz gevoegd) (P)

Datum vonnis: 25 augustus 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1966 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in het Huis van Bewaring te Grave.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. V. Smink en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J. Eliya, advocaat te Hengelo (O), naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

wat betreft parketnummer 08/730447-17:

feit 1: [ex-partner] (zijn (ex) partner) en [dochter] (zijn dochter) heeft bedreigd;

feit 2: [ex-partner] (zijn (ex) partner, [dochter] (zijn dochter) en [slachtoffer 1] heeft bedreigd;

en wat betreft parketnummer 08/730215-17:

feit 1: [slachtoffer 3] heeft mishandeld;

feit 2: inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] door haar te stalken.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

wat betreft parketnummer 08/730447-17:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 t/m 19 juli 2017 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), [ex-partner] (verdachtes ex-partner) en/of zijn dochter [dochter] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware

mishandeling en/of verkrachting, door zijn dochter [dochter] dreigend mondeling (in de Arabische taal) toe te voegen "dat hij hen allemaal ging verkrachten" en/of door zijn nicht [nicht] dreigend mondeling (in de Arabische taal) toe te voegen " [ex-partner] is een hoer, ik ga haar vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 23 juli 2017 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), [ex-partner] (verdachtes ex-partner) en/of zijn dochter [dochter] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met verkrachting, door haar/hen dreigend mondeling (in de Arabische taal) toe te voegen "ik ga jullie verkrachten...ik verkracht jullie kinderen, ik verkracht iedereen",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en wat betreft parketnummer 08/730215-17:

1.

hij op of omstreeks 11 januari 2017 in de gemeente Hengelo (O), [slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem in/op/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen en/of hem een kopstoot op/tegen het hoofd te geven;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 11 januari 2017 in de gemeente Hengelo (O),althans in Nederland, (telkens) wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door veelvuldig, althans meermalen, telefonisch contact te zoeken en/of te leggen met die [slachtoffer 2] .

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vier de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen verklaard kunnen worden op basis van (wat betreft de feiten onder parketnummer 08/730447-17) de verklaringen van de aangevers, de verklaring van de getuigen [nicht] en [slachtoffer 1] en het relaas van de verbalisant [verbalisant] in het proces-verbaal van bevindingen van 26 juli 2017, en (wat betreft de feiten onder parketnummer 08/730215-17) op basis van de verklaringen van de aangevers, de bij de verklaring van aangever [slachtoffer 3] gevoegde foto’s en de verklaring van de getuige [getuige 1] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het volgende standpunt gesteld:

wat betreft de feiten onder parketnummer 08/730447-17:

feit 1: de verklaring van beide aangevers zijn volgens de raadsman op meerdere punten inhoudelijk tegenstrijdig. Zo stelt de dochter van verdachte dat de feiten waarop het onder 1 tenlastegelegde betrekking heeft “vorige week dinsdag” zouden hebben plaatsgevonden, hetgeen gelet op de datum van het verhoor 18 juli 2017 zou moeten zijn, terwijl uit de verklaringen van [ex-partner] en [nicht] blijkt dat het feit zou hebben plaatsgevonden op 19 juli 2017. Voor dit feit dient dan ook vrijspraak te volgen, aldus de raadsman;

feit 2: de dochter van verdachte stelt dat deze feiten “eergisteren” hebben plaatsgevonden, hetgeen, gelet op de datum van het verhoor, 24 juli 2017 zou moeten zijn en dus niet 23 juli 2017. Verder heeft de dochter van verdachte geen bedreigingen van hem gehoord jegens haar moeder. Nu de verklaringen van de betrokkenen niet met elkaar overeenkomen, dient voor feit 2 volgens de raadsman ook vrijspraak te volgen;

wat betreft de feiten onder parketnummer 08/730215-17:

feit 1: vast staat dat verdachte en aangever [slachtoffer 3] elkaar hebben geslagen, maar niet wie als eerste heeft geslagen. De getuige [getuige 1] heeft dit ook niet gezien. Verder blijkt uit de stukken dat de aangever diezelfde dag van KPN de naam van verdachte te horen kreeg als zijnde de stalker van zijn echtgenote, zodat het aannemelijk is dat aangever verhaal heeft willen halen op verdachte. Verdachte heeft bovendien zelf op 13 januari 2017 aangifte gedaan van mishandeling en heeft zelf ook letsel opgelopen, dat op 24 januari 2017 toen hij daarvoor naar de huisarts is geweest, nog zichtbaar was. De verdediging is van mening dat voor feit 1 vrijspraak dient te volgen;

feit 2: de verdediging is van mening dat er geen sprake is van opzettelijk en stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster, nu beiden over en weer contact met elkaar hebben gezocht. Om die reden dient ook voor dit feit vrijspraak te volgen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Met betrekking tot feit 1 onder parketnummer 08/730447-17

Uit de inhoud van de verklaringen van aangeefster [ex-partner] en getuigen [dochter] en [nicht] over dit feit blijkt dat alle drie personen over dezelfde gebeurtenis hebben verklaard. Hun verklaringen komen in de kern met elkaar overeen. Gelet op de verklaringen van aangeefster [ex-partner] en getuige [nicht] acht de rechtbank bewezen dat het feit is begaan op 19 juli 2017.

Met betrekking tot feit 2 onder parketnummer 08/730447
Uit de inhoud van de verklaringen van aangeefster [ex-partner] en getuigen [dochter] en [slachtoffer 1] blijkt dat zij het hebben over dezelfde gebeurtenis. Hun verklaringen hierover komen in de kern met elkaar overeen. Gelet op de verklaringen van aangeefster [ex-partner] en getuige [nicht] acht de rechtbank bewezen dat het feit is begaan op 23 juli 2017.

Met betrekking tot feit 1 onder parketnummer 08/730215-17

Uit de verklaringen van aangever en getuige [getuige 1] blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte aangever op het hoofd heeft geslagen en hem een kopstoot heeft gegeven, welke gedragingen – zoals mede blijkt foto’s op de pagina’s 7-10 van het dossier - voor aangever letsel en pijn tot gevolg hebben gehad. Nu bovendien, en anders dan door c.q. namens verdachte is betoogd, geenszins aannemelijk is geworden dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond heeft bestaan, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever heeft mishandeld. Dat aangever heeft verklaard dat het feit plaatsvond bij zijn woning, terwijl de getuige [getuige 1] spreekt over een muurtje op ongeveer 100 meter afstand van cafetaria [cafetaria] aan de Deurningerstraat, maakt de beslissing niet anders, aangezien duidelijk is dat beiden over hetzelfde voorval op 11 januari 2017 in Hengelo (O) hebben verklaard.

Met betrekking tot feit 2 onder parketnummer 08/730215-17

Uit het relaas van de verbalisant [verbalisant] (blz. 56-57) en het daarbij gevoegde overzicht van het telefoonverkeer tussen de telefoonnummers van verdachte en aangeefster [slachtoffer 2] blijkt dat met het mobiele telefoonnummer van verdachte tussen 30 september 2016 en 13 januari 2017 117 keer is gebeld naar het telefoonnummer van aangeefster [slachtoffer 2] . De gegevens op dit overzicht komt overeen met hetgeen aangeefster hierover heeft verklaard. Verdachte heeft gesteld dat ook aangeefster meermalen met hem contact zou hebben opgenomen. De rechtbank passeert dat verweer, nu op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat dit het geval is geweest.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

wat betreft parketnummer 08/730447-17:

1.

hij op 19 juli 2017 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), [ex-partner] (verdachtes ex-partner) en zijn dochter [dochter] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met verkrachting, door zijn dochter [dochter] dreigend mondeling (in de Arabische taal) toe te voegen "dat hij hen allemaal ging verkrachten" en door zijn nicht [nicht] dreigend mondeling (in de Arabische taal) toe te voegen " [ex-partner] is een hoer, ik ga haar vermoorden";

2.

hij op 23 juli 2017 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), [ex-partner] (verdachtes ex-partner) en zijn dochter [dochter] en [slachtoffer 1] heeft bedreigd met verkrachting, door hen dreigend mondeling (in de Arabische taal) toe te voegen "ik ga jullie verkrachten...ik verkracht jullie kinderen, ik verkracht iedereen";

en wat betreft parketnummer 08/730215-17:

1.

hij op 11 januari 2017 in de gemeente Hengelo (O), [slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem in het gezicht te slaan en hem een kopstoot op het hoofd te geven;

2.

hij in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 11 januari 2017 in de gemeente Hengelo (O), telkens wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] , met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door veelvuldig telefonisch contact te zoeken en te leggen met die [slachtoffer 2] .

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 285 (feit 1 en feit 2 van parketnummer 08/730447-17), in artikel 300 (feit 1 van parketnummer 08/730215-17) en in artikel 285b (feit 2 van parketnummer 08/730215-17) van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

wat betreft parketnummer 08/730447-17

feit 1 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met verkrachting;

feit 2 het misdrijf: bedreiging met verkrachting, meermalen gepleegd;

en wat betreft parketnummer 08/730215-17

feit 1 het misdrijf: mishandeling;

feit 2 het misdrijf: belaging.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de vier feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk, met aftrek van de door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd en met een proeftijd van drie (3) jaren. Als bijzondere voorwaarden dienen te worden opgelegd: toezicht door de reclassering, een meldplicht, een contactverbod, een gebiedsverbod en elektronisch toezicht. De officier van justitie vordert tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.

De officier van justitie heeft ook de gevangenhouding van verdachte gevorderd.

Wat betreft de civiele vorderingen is de officier van justitie van oordeel dat beide geheel kunnen worden toegewezen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien geen vrijspraak volgt en verdachte voor één of meer feiten wordt veroordeeld, een voorwaardelijke taakstraf, zonder elektronisch toezicht, met een proeftijd van één jaar een passende reactie zou zijn.

Verdachte vindt, aldus de raadsman, zichzelf ook slachtoffer in deze strafzaak. Verdachte heeft hulp nodig in zijn eigen taal en op zijn eigen niveau, aangezien hij zijn gedrag niet kan overzien. De oplossing van het probleem dient niet te worden gezocht in een lange gevangenisstraf, maar in begeleiding. Het opleggen van de bijzondere voorwaarde van elektronisch toezicht levert, aldus de verdediging, te veel schending op van de privacy, terwijl ook niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om zo’n toezicht op te kunnen leggen. Dat onderdeel is, naar de mening van de verdediging, ook onvoldoende onderzocht.

De eis van de officier van justitie is derhalve naar de mening van de verdediging niet passend c.q. onvoldoende onderbouwd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere ernstige bedreigingen, een mishandeling en belaging. De rechtbank rekent verdachte de feiten ernstig aan. De wijze waarop hij zijn ex-partner, zijn nicht en zelfs zijn eigen 14-jarige dochter heeft bedreigd met de dood en met verkrachting, gaat alle perken te buiten. Verdachte is bovendien eerder ter zake geweld (huiselijk geweld) veroordeeld en wel door de politierechter Zwolle (gelet op de genoemde pleegplaats dient, naar het oordeel van de rechtbank, Zwolle te worden gelezen als Almelo, zijnde hier sprake van een kennelijke misslag) op 4 april 2016. Wat betreft die straf liep verdachte nog in een proeftijd, maar de in die straf gelegen waarschuwing heeft hem er niet van weerhouden opnieuw (en meerdere keren) agressieve delicten te plegen.

Over verdachte is op 1 en 3 augustus 2017 gerapporteerd door M. Horstman en op 10 augustus 2017 door T. Llurba, beiden reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland.

Bij de vaststelling van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook acht geslagen op de inhoud van die rapporten en op hetgeen T. Llurba in aanvulling op zijn rapport ter terechtzitting nog naar voren heeft gebracht. De rechtbank zal het advies wat betreft Elektronische Controle door middel van een GPS-enkelband niet volgen, nu de haalbaarheid daarvan onvoldoende is onderzocht. Daarbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat adressen van aangevers, verdachte en de school van zijn kinderen zich dicht bij elkaar bevinden. De rechtbank ziet echter wel de noodzaak voor een contact- en gebiedsverbod.

Daarbij acht de rechtbank het tevens noodzakelijk dat die verboden dadelijk uitvoerbaar zijn. Hierbij is van belang dat vast staat dat verdachte zich gedurende een periode van meerdere maanden aan belaging heeft schuldig gemaakt, zijn ex-vrouw en zijn dochter meerdere malen heeft bedreigd met ernstige misdrijven en zijn ex buurman heeft mishandeld, terwijl de persoonlijke situatie van verdachte zoals die was ten tijde van het plegen van die delicten niet wezenlijk is veranderd met zijn huidige situatie en verdachte bovendien eerder ter zake een geweldsdelict onherroepelijk is veroordeeld.

Aldus moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Alles afwegend acht de rechtbank een straf als na te melden passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen onder parketnummer 08/730215-17

[slachtoffer 3] heeft zich, wat betreft feit 1, als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.217,86 (duizend tweehonderd zeventien euro en zes en tachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde schade bestaat uit de posten:

jas € 112,50

eigen risico € 355,36

immateriële schade € 750,00.

[slachtoffer 2] , heeft zich, wat betreft feit 2, als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 600,00 (zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde schade bestaat uit de post immateriële schade.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen voldoende zijn onderbouwd en aannemelijk gemaakt en dat beide vorderingen geheel kunnen worden toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat beide vorderingen dienen te worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 3] te hoog is voor wat betreft het gevorderde bedrag voor de beschadigde jas en dat voor die post hooguit € 20,00 kan worden toegewezen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan respectievelijk de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] . De opgevoerde schadeposten zijn niet dan wel onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot de gevorderde bedragen, telkens te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd ( [slachtoffer 3] ) dan wel is beëindigd ( [slachtoffer 2] ).

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd telkens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 en door feit 2 is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 27 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten 1 en 2 van parketnummer 08/730447-17 en de tenlastegelegde feiten 1 en 2 van parketnummer 08/730215-17 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

wat betreft parketnummer 08/730447-17

feit 1 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met verkrachting;

feit 2 het misdrijf: bedreiging met verkrachting, meermalen gepleegd;

en wat betreft parketnummer 08/730215-17

feit 1 het misdrijf: mishandeling;

feit 2 het misdrijf: belaging;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummers 08/730447-15 onder 1 en 2 en onder parketnummer 08/730215-17 onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van zes (6) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

- kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van drie (3) jaren de navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland, Molenstraat 50 te 7514 DK Enschede op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact opneemt en/of onderhoudt met zijn ex-vrouw [ex-partner] , geboren [geboortedatum 2] 1978, met zijn vier minderjarige kinderen en met [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 3] 1978, met dien verstande dat het contact tussen verdachte met zijn minderjarige kinderen wel is toegestaan na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Raad voor de Kinderbescherming. Verdachte zal, indien hij die schriftelijke toestemming heeft gekregen, zich stipt houden aan de voorwaarden en aanwijzingen die door de Raad voor de Kinderbescherming aan het contact worden verbonden;

- zich gedurende de proeftijd niet ophoudt in het gebied in Hengelo (O), omsloten door - en ter plaatse inclusief de rijbaan en flankerende publieke terreinen van - de volgende zeven wegen: [straten] ;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding met betrekking tot de feiten onder parketnummer 08/730215-17

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 1.217,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.217,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 22 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 12 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. H. Stam en mr. A.M. den Dulk, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2017.

Buiten staat

Mr. Foppen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

1.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] is van mij. Het is mijn telefoon en daar maakt, buiten mij, niemand gebruik van.

U zegt mij dat uit het door de KPN verrichte onderzoek is vastgesteld dat er met mijn nummer meer dan 100 keer contact is geweest met het mobiele nummer [telefoonnummer 2] , toebehorende aan [slachtoffer 2] en dat die contacten zowel overdag als ’s nachts plaatsvonden.

Ik ken [slachtoffer 2] wel, want zij was mijn buurvrouw. Ik heb haar wel een aantal keren gebeld.

Ik ken [slachtoffer 3] ook, want hij is de man van [slachtoffer 2] . Op 11 januari 2017 zijn wij elkaar tegengekomen. Mijn handen bewogen wel tijdens die ontmoeting, maar ik weet niet of ik hem daarbij geslagen heb.

Ik wil, na beraad, over dit feit nog zeggen dat [slachtoffer 3] zei dat hij mijn vrouw ging neuken en dat ik toen kwaad op hem werd en hem heb geslagen.

[ex-partner] is mijn ex partner en [dochter] is één van onze dochters.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost-Nederland met het registratienummer PL0600-2017178083, welk geheel is doorgenummerd blz. 1 tot en met blz. 91. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2.

Blz. 4-5: de verklaring van [slachtoffer 3], wonende te [adres 2] :

Ik doe aangifte van mishandeling. Ik heb niemand recht of toestemming gegeven

om mij opzettelijk in mijn gezicht te slaan met zijn vuist of mij een kopstoot te

geven. Ik heb door de mishandeling pijn en letsel. Ik voelde dat de mishandeling met

kracht gebeurde. Ik was vandaag, 11 januari 2017, samen met mijn vriend een stuk aan het wandelen. Ik zag dat er een man op mij af kwam lopen. Ik zag dat de man mij aan viel. Ik herkende de man als [verdachte] . Het is de ex-man van mijn buurvrouw. Ik zag dat [verdachte] mij met zijn vuist op mijn linkeroog sloeg. Ik zag en voelde dit. Toen zijn vuist op mijn linkeroog kwam voelde ik een erge pijnscheut. Mijn linkeroog is helemaal dik en blauw. Ik voelde dat hij mij daarna vast pakte met zijn beide handen en zag en voelde dat hij mij een kopstoot gaf. Deze kopstoot deed mij pijn en ik heb hierdoor ook een plek op mijn hoofd net boven mijn voorhoofd.

3.

Eigen waarneming rechtbank:

Blz. 6-10: Het fotoblad behorende bij de aangifte, waarop de rechtbank heeft waargenomen dat bij aangever een forse zwelling te zien is onder het linkeroog, een kleine snee op het voorhoofd boven het linkeroog (blz. 7, 8 en 10) en een rode verkleuring boven op het hoofd (blz. 9 en 10).

4.

Blz. 14-15: de verklaring van [getuige 1]:

Ik ben vandaag, 11 januari 2017 getuige geweest een mishandeling. Ik was samen met [slachtoffer 3] aan het wandelen. Wij wilden weer naar huis gaan. Toen zagen wij iemand staan. Toen we dichtbij waren draaide de man zich om en viel gelijk [slachtoffer 3] aan. Ik heb geprobeerd ze uit elkaar te halen. Dat lukte niet. De man bleef maar aanvallen. Ik zag dat hij met zijn rechterhand 2 à 3 keer met veel kracht sloeg op [slachtoffer 3] zijn hoofd. Ik zag dat het met veel kracht ging omdat hij zijn hele lichaam erachter zette.

5.

Blz. 16-17: de (aanvullende) verklaring van [getuige 1]:

U vraagt mij of ik weet wie [slachtoffer 3] geslagen heeft. Ik ken hem van vroeger, ik ken hem best goed. Zijn naam is [verdachte] . U vraagt mij waar [verdachte] [slachtoffer 3] raakte op het hoofd. Hij raakte [slachtoffer 3] op het oog. Volgens mij de linker.

6.

Blz. 24-26: de verklaring van [slachtoffer 2]:

Ik doe aangifte van belaging c.q. stalking. Sinds oktober 2016 word ik stelselmatig op mijn mobiele nummer gebeld door een anoniem nummer. Mijn mobiele telefoonnummer is

[telefoonnummer 2] . Ik nam de telefoon wel op maar er werd niets gezegd, dat was per dag wel 2 tot 3 keer. Na een aantal dagen werd er ook 's nachts gebeld op mijn mobiele nummer. Ik heb mijn telefoon altijd bij mij omdat ik de zorg draag voor mijn bejaarde ouders, zij zijn ziekelijk. Als er 's nacht gebeld werd dan ging dit meerdere keren achter elkaar, ook toen werd er niets verteld. Omdat ik toen wel het vermoeden kreeg dat dit een serieus probleem werd heb ik contact opgenomen met mijn provider Telfort. Ik vroeg of zij mij konden helpen, ik werd doorverwezen naar KPN. KPN is verantwoordelijk hiervoor. Op advies van KPN heb ik een soort dagboekje bijgehouden, zodat zij een onderzoek konden verrichten. Ook heb ik toen contact met de politie opgenomen, ook zij gaven mij het advies om een dagboekje bij te gaan houden, dit heb ik ook gedaan. Op 7 december 2016 kreeg ik een mail van KPN met hierin de info dat zij wisten wie de anonieme beller was. Ik kreeg via een mail van KPN te horen dat zij een waarschuwing hadden verstuurd naar de anonieme beller. Ik kreeg niet te horen wie de anonieme beller was.

KPN vertelde mij dat als de overlast doorging dan zouden zij een nieuw onderzoek

opstarten na drie weken. De overlast beleef echter gewoon doorgaan. Ik werd wel meer dan

8 keer per dag gebeld ook 's nachts. De ene dag was het 8 keer dan 13 keer, ook in de

nacht bleef het doorgaan. Ik ben doorgegaan met mijn dagboekje en de overlast bleef doorgaan door de anonieme beller. Ik heb wederom KPN ingeschakeld, na ongeveer drie dagen kreeg ik de informatie van KPN wie de anonieme beller was.

Op de mail van KPN staat dat dhr. [verdachte] van de [adres 1] dit

moet zijn. (deze mail voeg ik toe bij deze aangifte, bijlage 2).

De heer [verdachte] ken ik, dit is mijn oude buurman. Deze is gescheiden van zijn vrouw. Zijn

vrouw is mijn buurvrouw en zij woont op [adres 2] te Hengelo.

Ik weet dat dhr. [verdachte] veel problemen heeft met het feit dat hij zijn kinderen niet mag zien, hij heeft problemen met zijn eigen familie. Hij heeft een verleden met geweld.

Op 11 januari 2016 heeft dhr. [verdachte] mijn man mishandeld. Mijn man heeft hiervan

aangifte gedaan. Mijn hele gezin lijdt onder de situatie met dhr. [verdachte] , mijn kinderen worden geconfronteerd met dhr. [verdachte] op het schoolplein. Mijn jongste zoon is bang voor dhr. [verdachte] , mijn zoon wil daarom ook niet naar school. Voor ons als gezin maakt het gedrag van dhr. [verdachte] veel indruk en zorgt het voor een onveilig gevoel zelfs in ons eigen huis.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

7.

Blz. 30: Het bescheid, te weten een emailbericht, afkomstig van KPN Klantenreacties, afdeling telefonische overlast, met als onderwerp antwoord bekendmaking veroorzaker overlast en gericht aan mevrouw [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven, inhoudende:

Hierbij ontvangt u de NAW-gegevens van de plager, zodat u de mogelijkheid heeft om juridische stappen te ondernemen tegen [verdachte] , [adres 1] .

8.

Blz. 56-57: het proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, inhoudende het relaas van de verbalisant [verbalisant] :

Op 28 februari 2017 omstreeks 10.30 uur heb ik, verbalisant [verbalisant] , het bestand bekeken, ontvangen van de KPN, met hierin al het telefoonverkeer van het nummer [telefoonnummer 2] . Dit betreft het nummer van aangeefster [slachtoffer 2] . Ik, verbalisant [verbalisant] , lees in het verhoor van verdachte [verdachte] dat zijn nummer is [telefoonnummer] . Ik, verbalisant [verbalisant] , kan uit het bestand lezen dat met dit nummer, 117 keer is gebeld met het nummer van aangeefster. Ik, verbalisant, lees dat het een inkomend gesprek betreft. Dat betekent dat aangeefster gebeld is door het nummer van verdachte [verdachte] .

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost-Nederland met het registratienummer PL0600-2017339919, welk geheel is doorgenummerd blz. 1 tot en met blz. 38. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

9.

Blz. 3-6: de verklaring van aangeefster van [ex-partner]:

Ik doe aangifte van bedreiging en stalking gepleegd door mijn ex partner [verdachte] .

Ik ben heel erg bang voor [verdachte] . Door zijn uitspraken jaagt hij mij vrees aan. Hij is

tot gekke dingen in staat, dat blijkt ook uit het verleden dat ik met hem heb. [verdachte] en ik zijn al jaren uit elkaar. Samen hebben wij vier kinderen. Zij zijn 14, 12, 10 en 8 jaar oud. [verdachte] mag de kinderen niet meer zien. Dat is besloten door de Raad van de Kinderbescherming.

De kinderen zijn doodsbang voor [verdachte] . [verdachte] is uit het ouderlijk gezag gezet. Ik woon aan de [adres 2] in Hengelo. [verdachte] woont aan de [adres 1] . Dat is vlak bij elkaar, twee straten verder. Ik heb al meerdere keren aangifte gedaan tegen [verdachte] . Hij is al meerdere keren veroordeeld, hij heeft straatverboden gehad zowel civiel als strafrechtelijk. Ik heb een hele tijd een Awareknop gehad omdat [verdachte] mij bedreigde. Ook ben ik een tijdje met de kinderen ondergebracht op een veilig adres. Dit alles heeft niet geholpen. Alle contactverboden zijn nu afgelopen, maar [verdachte] blijft mij en de kinderen lastig vallen. Zo fietst hij door mijn straat, wacht hij de kinderen op bij hun school, hij valt vrienden van mij lastig en hij staat regelmatig op een straathoek naar mijn woning te kijken.

In januari 2017 hebben buren van mij ook aangifte tegen [verdachte] gedaan. Hij stalkte hen

en heeft de buurman zelfs mishandeld. [verdachte] is hier ook voor aangehouden en hij heeft

een contactverbod gehad voor deze buren. Op 19 juli 2017 heeft [verdachte] meerdere keren voor mijn deur staan schreeuwen en schelden. Ook heeft hij bedreigingen in mijn richting geuit. Hij doet dit dan in de Arabische taal. Later die dag fietste [verdachte] door de [adres 2] . Mijn zoon en mijn nicht [nicht] stonden op dat moment buiten de woning. Ik hoorde van mijn zoon en nicht dat [verdachte] tegen haar heeft gezegd: “Ik ga jou en je moeder verkrachten. Ik ga jullie slaan, ik maak jullie dood” of woorden van gelijke strekking. [verdachte] heeft dit in het Arabisch gezegd. 's Avonds omstreeks 19:00 uur stond [verdachte] weer in de omgeving van mijn woning. Mijn dochter [dochter] heeft de politie gebeld.

Op 23 juli 2017 was ik bij een vriendin van mij thuis. Mijn vriendin heeft [slachtoffer 1] .Ik was samen met mijn dochter [dochter] bij [slachtoffer 1] . Omstreeks 20:00 uur werd er ineens op de ramen en deuren gebonsd. Ik zag dat [verdachte] voor de woning stond. Hij stond te schreeuwen en te bonzen. Ik hoorde [verdachte] schreeuwen: “Doe de deur open, ik ga jullie verkrachten, ik verkracht jullie kinderen, ik verkracht iedereen” of woorden van gelijke strekking. Ik was heel erg bang op dat moment. Ik was bang dat [verdachte] de woning zou binnen dringen en dat hij mij en mijn dochter wat aan zou doen, dat hij ons zou mishandelen of nog erger. Ik voel mij heel erg bedreigd door [verdachte] . Het gedrag van [verdachte] heeft ontzettend veel invloed op mijn leven en het leven van mijn kinderen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

10.

Blz. 9-10: de verklaring van de getuige [dochter], afgelegd op 26 juli 2017:

Ik ben de dochter van de verdachte en aangeefster. Ik begrijp wat u mij net uit hebt gelegd voor wat betreft het verschoningsrecht. Ik maak hier geen gebruik van. Vorige week zag ik de ex-man van mijn moeder staan op de [straat] ter hoogte van de [adres 2] . Ik hoorde hem schreeuwen in de Arabische taal, want hij spreekt eigen geen Nederlands. Ik spreek en versta zowel Arabisch als Nederlands. Ik hoorde hem schreeuwen dat mijn moeder een hoer zou zijn. Ik hoorde hem tevens schreeuwen dat hij ons allemaal ging verkrachten. Ik hoorde hem zeggen dat wij in deze dagen wel gingen merken wat hij met ons zou gaan doen. Ik ben bang en angstig wat hij hiermee bedoelde. Ik ben over het algemeen wel bang voor hem. Eergisteren waren we bij een vriendin mijn moeder. Ik zag hem voorbij fietsen en hoorde kort hierna weer geschreeuw voor de deur. Nu was het niet bij mijn woonadres. Hij wist dat op het adres waar wij ons toen bevonden een vriendin van mijn moeder woont. Ik zag dat de vriendin van mijn moeder naar buiten ging en hem vertelde dat hij weg moest gaan. Ik hoorde dat hij hierop direct heel hard begon te schreeuwen en tekeer ging tegen die vriendin van mijn moeder genaamd [slachtoffer 1] .

11.

Blz. 11-12: de verklaring van [nicht]:

De ex man van [ex-partner] is mijn neef. Dus [verdachte] is de zoon van de broer

van mijn vader. [ex-partner] en [verdachte] zijn al een tijd gescheiden. Ik weet ook dat [verdachte] [ex-partner] al heel lang lastig valt. Op 19 juli 2017 was ik in de woning van [ex-partner] . Om een uur of 18:00 ging ik met het zoontje van [ex-partner] , dus mijn neefje, naar de cafetaria. Toen we terugliepen naar huis kwamen we [verdachte] tegen. [verdachte] fietste ons voorbij. Ik keek nog een keer achterom en zag dat [verdachte] stil stond. Ik hoorde hem schelden. Hij schold in het Arabisch. Ik hoorde hem schreeuwen: [ex-partner] is een hoer, ik ga haar doodmaken. Ik was heel erg bang op dat moment. Ook mijn neefje was heel erg bang. Toen mijn neefje en ik bij de woning van [ex-partner] kwamen, kwam binnen dertig seconden [verdachte] er ook aan. Hij ging met zijn fiets stilstaan. Hij stond op de [adres 3] en had zicht op de woning van [ex-partner] . Hij schreeuwde. Ik hoorde dat hij mijn moeder bedreigde: “Ik neuk je moeder, ik ga jullie doden”.

12.

Blz. 13-14: de verklaring van [slachtoffer 1]:

Ik ben een vriendin van de aangeefster. Mijn vriendin genaamd [ex-partner] was vorige week 23 juli 2017 bij mij in de woning in Hengelo.

Op genoemde dag en datum zag ik de ex-man van mijn vriendin bij mij voor de deur langs fietsen. Ik weet dat [ex-partner] daar al lang een conflict mee heeft omdat zij gestalkt en bedreigd wordt door hem. Ik herkende hem dan ook direct omdat ik hen al kende toen zij getrouwd waren. Ik hoorde hem direct gaan schreeuwen. Ik hoorde hem de volgende dingen schreeuwen: "Hoer, kom naar buiten, ik ga jullie verkrachten, ik verkracht jullie allemaal." of

woorden van gelijke strekking. Ik zag de woede in zijn ogen. Dit was de eerste keer dat hij bij mijn woning kwam en hopelijk de laatste keer. Ik kom wel vaker bij [ex-partner] thuis. Ik weet daarom ook genoeg omtrent deze situatie. Ik heb hem vaker gezien bij en rondom de woning van [ex-partner] . Hij stalkt [ex-partner] en haar dochter. [verdachte] heeft [ex-partner] vaker bedreigd met de dood. Hij zei met enige regelmaat dat zij dood moest en ging. Zijn scheldpartijen en bedreigingen doet hij allemaal in de Arabische taal.