Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3352

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-08-2017
Datum publicatie
25-08-2017
Zaaknummer
08/730125-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 20-jarige man voor meerdere oplichtingen via Marktplaats tot een taakstraf van 30 uur en het betalen van schadevergoedingen aan de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/730125-17 (P)

Datum vonnis: 25 augustus 2017

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. V. Smink.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 15 juni 2015 tot en met 14 augustus 2015 meerdere malen oplichting heeft gepleegd via Marktplaats.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2015 tot en met 14 augustus 2015,

in elk geval in de periode van 1 juni 2015 tot en met 1 september 2015,

in de gemeente(n) Enschede en/of Woudenberg en/of Amsterdam en Sneek en/of

Bodegraven-Reeuwijk en/of Culemborg en/of Neder-Betuwe en/of Apeldoorn en/of

Heemstede, althans in Nederland,

meermalen, in elk geval eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of een

ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels (onder meer) de

hierna te noemen rechthebbende(n) heeft bewogen tot de afgifte van de

hierna te noemen geldbedrag(en), in elk geval van enig geldbedrag,

te weten

- op of omstreeks 11 augustus 2015, [slachtoffer 1] tot de afgifte van 56,25 Euro

en/of

- op of omstreeks 14 augustus 2015, [slachtoffer 2] tot de afgifte van

157 Euro

en/of

- op of omstreeks 15 juni 2015, [slachtoffer 3] tot de afgifte van 105 Euro

en/of

- op of omstreeks 16 juni 2015, [slachtoffer 4] tot de afgifte van 35 Euro

en/of

- op of omstreeks 6 juli 2015, [slachtoffer 5] tot de afgifte van 175 Euro

en/of

- op of omstreeks 4 augustus 2015, [slachtoffer 6] tot de afgifte van

15 15 Euro

en/of

- op of omstreeks 10 juli 2015, [slachtoffer 7] tot de afgifte van 15 Euro

en/of

- op of omstreeks 17 juli 2015, [slachtoffer 8] tot de afgifte van 22,50 Euro

immers heeft verdachte toen aldaar (telkens) met voren omschreven oogmerk,

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zakelijk weergegeven – bewust contact gezocht met adverteerders en/of

gereageerd op advertenties die geplaatst waren op het internet (op de site

“Marktplaats”) waarin onder meer een video-kaart en/of een effect-pedaal

(Eventide Timefactor) en/of een Xbox-one camera en/of een mobiele telefoon

(Samsung Galaxy S4) en/of een I-pad en/of festival kaartjes (Dutch Valley)

en/of computerspellen (Sony PSP) en/of een mes (Buck Titanium 560) werden

gezocht en/of te koop werden gevraagd en/of (daarbij) voorgedaan alsof hij in

het bezit was van de hiervoor genoemde goederen en/of zich voorgedaan als

zijnde een verkoper te goeder trouw en/of heeft hij het vertrouwen van

voornoemde rechthebbenden gewonnen en/of een of meer foto’s en/of afbeeldingen

van een of meer hiervoor genoemde goederen naar genoemde rechthebbenden

gestuurd en/of gebruikt gemaakt van een valse naam en/of woonplaats en/of

(telefonisch en/of via een of meer Whats-app en/of e-mailberichten) met

voornoemde rechthebbende(n) overleg gevoerd en/of afspraken gemaakt over de

(verkoop)prijs en de levering van de hiervoor genoemde goederen en/of het

bankrekeningnummer van hem, verdachte, aan voornoemde rechthebbende(n)

doorgegeven;

waardoor voornoemde rechthebbende(n) (telkens) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 3 augustus 2016, pagina’s 18 tot en met 28, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] met bijlagen van 24 juli 2015, pagina’s 30, 31 en 33, voor zover van belang;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] met bijlage van 18 september 2015, pagina’s 129, 130 en 131, voor zover van belang;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] met bijlage van 18 september 2015, pagina’s 147, 148 en 154, voor zover van belang;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] met bijlage van 18 september 2015, pagina’s 181, 182 en 184, voor zover van belang;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] met bijlagen van 18 september 2015, pagina’s 199, 200, 202 en 203, voor zover van belang;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] met bijlagen van 18 september 2015, pagina’s 218, 219 en 221 tot en met 225, voor zover van belang;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] met bijlagen van 18 september 2015, pagina’s 243, 244 en 246 tot en met 251, voor zover van belang;

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] met bijlagen van 18 september 2015, pagina’s 266, 267, 270 tot en met 276, voor zover van belang.

4.2

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 15 juni 2015 tot en met 14 augustus 2015 in de gemeenten Enschede en/of Woudenberg en/of Amsterdam en/of Sneek en/of Bodegraven-Reeuwijk en/of Culemborg en/of Neder-Betuwe en/of Apeldoorn en/of Heemstede met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen de hierna te noemen rechthebbenden heeft bewogen tot de afgifte van de hierna te noemen geldbedragen, te weten

- op 11 augustus 2015, [slachtoffer 1] tot de afgifte van 56,25 Euro en

- op 14 augustus 2015, [slachtoffer 2] tot de afgifte van 157 Euro en

- op 15 juni 2015, [slachtoffer 3] tot de afgifte van 105 Euro en

- op 16 juni 2015, [slachtoffer 4] tot de afgifte van 35 Euro en

- op 6 juli 2015, [slachtoffer 5] tot de afgifte van 175 Euro en

- op 4 augustus 2015, [slachtoffer 6] tot de afgifte van 15 Euro en

- op 10 juli 2015, [slachtoffer 7] tot de afgifte van 15 Euro en

- op 17 juli 2015, [slachtoffer 8] tot de afgifte van 22,50 Euro

immers heeft verdachte toen aldaar met voren omschreven oogmerk, valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - bewust contact gezocht met adverteerders en gereageerd op advertenties die geplaatst waren op het internet (op de site "Marktplaats") waarin onder meer een video-kaart of een effect-pedaal (Eventide Timefactor) of een Xbox-one camera of een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S4) of een I-pad of een festival kaartje (Dutch Valley) of computerspellen (Sony PSP) of een mes (Buck Titanium 560) werden gezocht en/of te koop werden gevraagd en voorgedaan alsof hij in het bezit was van de hiervoor genoemde goederen en zich voorgedaan als zijnde een verkoper te goeder trouw en heeft hij het vertrouwen van voornoemde rechthebbenden gewonnen en een of meer foto's of afbeeldingen van een of meer hiervoor genoemde goederen naar genoemde rechthebbenden gestuurd en gebruikt gemaakt van een valse woonplaats en (telefonisch en/of via een of meer Whats-app en/of e-mailberichten) met voornoemde rechthebbenden overleg gevoerd en afspraken gemaakt over de (verkoop)prijs en de levering van de hiervoor genoemde goederen en het bankrekeningnummer van hem, verdachte, aan voornoemde rechthebbenden doorgegeven, waardoor voornoemde rechthebbenden werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

oplichting, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich gedurende twee maanden beziggehouden met oplichting via de website Marktplaats.nl. Verdachte heeft telkens gereageerd op advertenties waarin goederen te koop werden gevraagd en, nadat de koop was bevestigd en het aankoopbedrag was betaald, de goederen niet geleverd. Verdachte heeft door aldus te handelen schade toegebracht aan degenen die er vanuit gingen met een bonafide wederpartij van doen te hebben. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van de kopers met als kennelijk doel eigen financieel gewin. Bovendien heeft verdachte door zijn handelwijze het vertrouwen in de handel via internet in het algemeen schade toegebracht, temeer nu de website Marktplaats.nl bij uitstek het medium is waar veel mensen in goed vertrouwen goederen kopen en verkopen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde 19 jaren oud was en op zijn strafblad geen eerdere veroordelingen voor strafbare feiten voorkomen. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte lang (een jaar) onder de dreiging van een strafvervolging heeft moeten leven, terwijl deze onwenselijke vertraging op geen enkele wijze aan verdachte te wijten is.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een taakstraf van na te melden duur zal worden opgelegd. De rechtbank zal deze taakstraf geheel onvoorwaardelijk opleggen, nu de rechtbank in voornoemde feiten en omstandigheden, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding ziet een deel van deze taakstraf voorwaardelijk te doen zijn.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 2] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 157,-- (honderdzevenenvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post “het overgemaakte bedrag”.

[slachtoffer 7] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 15,-- (vijftien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post “bedrag betaald voor de spullen”.

[slachtoffer 4] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 35,-- (vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post “oplichtingsbedrag”.

[slachtoffer 3] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 105,-- (honderdvijf euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post “oplichtingsbedrag”.

[slachtoffer 5] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 175,-- (honderdvijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post “oplichtingsbedrag”.

[slachtoffer 6] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 60,90 (zestig euro en negentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- betaalde kaartjes 3 x € 15,-- € 45,--

- telefonische kosten bovenop abonnement € 15,90.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen volledig kunnen worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk, met uitzondering van de vordering van [slachtoffer 6] .

De rechtbank zal het gevorderde toewijzen tot een bedrag van € 157,-- ( [slachtoffer 2] ), € 15,-- ( [slachtoffer 7] ), € 35,-- ( [slachtoffer 4] ), € 105,-- ( [slachtoffer 3] ) en € 175,-- ( [slachtoffer 5] ), alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De rechtbank zal het gevorderde van [slachtoffer 6] deels toewijzen tot een bedrag van € 15,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, nu uit diens aangifte blijkt dat hij voor één kaartje een bedrag van € 15,-- aan verdachte heeft betaald in plaats van de gevorderde kosten voor drie kaartjes. De telefoonkosten bovenop het abonnement zijn onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk. De benadeelde partij [slachtoffer 6] zal om die reden voor dat deel (€ 45,90) niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.4

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c en 22d Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

oplichting, meermalen gepleegd

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 30 (dertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 157,-- (honderdzevenenvijftig euro) (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2015);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 157,-- (honderdzevenenvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

14 augustus 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 3 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] van een bedrag van € 15,-- (vijftien euro) (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2015);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 15,-- (vijftien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 35,-- (vijfendertig euro) (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2015);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 35,-- (vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 105,-- (honderdvijf euro) (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2015);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 105,-- (honderdvijf euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 2 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van een bedrag van € 175,-- (honderdvijfenzeventig euro) (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2015);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 175,-- (honderdvijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 3 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van € 15,-- (vijftien euro) (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

4 augustus 2015);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 15,-- (vijftien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 45,90 (vijfenveertig euro en negentig eurocent) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. A.M. Rikken en

mr. A.M. den Dulk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2016384806. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.