Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3295

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-08-2017
Datum publicatie
23-08-2017
Zaaknummer
5941347 WM VERZ 17-220, 5941552 WM VERZ 17-221, 5941634 WM VERZ 17-222, 5941715 WM VERZ 17-223, 5941738 WM VERZ 17-224
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter in Zwolle wijst een aantal verzetschriften door naar de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht. Daar zullen deze zaken, gebundeld met andere zaken van deze betrokkene, worden behandeld om tot een beslissing op maat te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 5941347 WM VERZ 17-220

Zaaknummer : 5941552 WM VERZ 17-221

Zaaknummer : 5941634 WM VERZ 17-222

Zaaknummer : 5941715 WM VERZ 17-223

Zaaknummer : 5941738 WM VERZ 17-224

CJIB-nummers : 199955562; 199955531; 200599157; 200599763; 201104642

Tegen de uitvoering van het dwangbevel met de hierboven genoemde zaaknummers heeft

[betrokkene] ,

[adres 1]

,

nader te noemen: betrokkene.

verzet ingesteld.

De officier van justitie heeft schriftelijk commentaar geleverd op het bezwaarschrift van betrokkene en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het verzet.

Betrokkene is op de hoorzitting van 29 juni 2017 verschenen.

Betrokkene heeft het verzetschrift op tijd bij de rechtbank ingediend, samen met het dwangbevel en een kopie van het exploot van betekening daarvan. Betrokkene heeft in de zaak 5941347 WM VERZ 17-220 griffierecht betaald. In de andere zaken is geen griffierecht betaald, maar de kantonrechter zal dit passeren gelet op het onderlinge verband van de zaken en dat er in ieder geval in 1 zaak is betaald. De verzetten zijn ontvankelijk verklaard.

Betrokkene voert aan geen kennisgeving te hebben ontvangen van de initiële sancties. Gedurende het verblijf in de periode 15 juli 2016 tot 15 september 2016 op de [adres 2] in Vlissingen heeft betrokkene nooit correspondentie kunnen ontvangen, omdat de brievenbus was afgeplakt en niet toegankelijk was voor de post. Betrokkene moest op dat adres ingeschreven worden, omdat zij anders geen parkeervergunning kon aanvragen. Betrokkene wist niet dat ze nadat ze vertrok uit Vlissingen en ze haar parkeervergunning inleverde zich moest uitschrijven in het GBA-register. Daar kwam ze later pas achter toen ze ging werken in Zwolle. Inmiddels staat ze weer ingeschreven op haar adres in Oud-Alblas waar ze is met haar familie als ze niet hoeft te werken. Betrokkene heeft inmiddels daar ook nog een aantal dwangbevelen gekregen.

Op zitting heeft de kantonrechter aangekondigd schriftelijk uitspraak te zullen doen.

Uit de zaakoverzichten van het CJIB en de commentaren van de officier van justitie in de onderhavige zaken, kan het volgende worden afgeleid. De inleidende beschikkingen, waarbij de sancties aan betrokkene zijn opgelegd, zijn steeds verzonden naar het adres aan De [adres 2] in Vlissingen. Dit adres komt overeen met het adres waarop betrokkene destijds in de basisregistratie personen (verder: BRP) stond ingeschreven.

Aangezien tegen de inleidende beschikkingen geen beroep is ingesteld bij de officier van justitie en daarnaast de sancties niet zijn voldaan, zijn de sancties steeds op de voet van de artikelen 23, tweede lid, en 25, eerste lid, van de WAHV1 tweemaal verhoogd en zijn aanmaningen aan betrokkene gezonden, eveneens naar voornoemd adres. Na het verstrijken van de vervaldatum voor betaling van het bedrag van de tweede aanmaning, heeft het CJIB voormelde adresgegevens geverifieerd in de BRP en correct bevonden, waarop is overgegaan tot de uitvaardiging van dwangbevelen.

Betrokkene heeft de post in al deze zaken niet kunnen ontvangen, naar eigen zeggen, omdat de brievenbus was afgeplakt. Dat alle poststukken onbestelbaar retour zijn gekomen, zou een bevestiging hiervan kunnen zijn. De vraag is in dit geval of het CJIB voldoende heeft gedaan om te zorgen dat de post betrokkene zou bereiken. Uit de zaakoverzichten is gebleken dat er meermalen door middel van een BRP-controle is gepoogd om de correspondentie naar het juiste adres te sturen. Daarbij is het BRP-adres waar betrokkene stond ingeschreven leidend. Dat betrokkene ook deels in Oud-Alblas woonde op de momenten dat ze niet werkte en dat betrokkene geen post kon ontvangen op het adres waar ze was ingeschreven, zijn omstandigheden die voor haar eigen rekening en risico moeten worden gebracht. Betrokkene had er zelf voor moeten zorgen dat ze post kon ontvangen op het adres waarop ze in het BRP stond ingeschreven.

De kantonrecht is evenwel van oordeel dat betrokkene, door haar foutieve handelswijze met betrekking tot haar adres van inschrijving en het ontvangen van post, door de repeterende effecten ingevolge de WAHV nu wel erg hard in haar portemonnee wordt getroffen. Hoewel naar de letter van de Wet misschien wel juist, moet worden betwijfeld of dit een door de wetgever beoogd gevolg is. Dit geldt te meer nu betrokkene tussentijds nooit van die effecten op de hoogte is geraakt en daaruit dan ook geen lering heeft kunnen trekken.

De kantonrechter is al met al van oordeel dat alle zaken waarin thans tegen betrokkene een dwangbevel is uitgevaardigd, tezamen moeten worden beoordeeld en dat deze zaken vragen om een beslissing op maat, die recht doet aan de strekking van de WAHV, maar betrokkene niet opzadelt met zodanig hoge schulden dat daarmee aan het doel van de WAHV, namelijk een effectieve handhaving van verkeervoorschriften, verregaand wordt voorbijgeschoten.

Om dit te bereiken zal de kantonrechter de thans in Zwolle aanhangige zaken verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, waar op 2 oktober 2017 op locatie Dordrecht een aantal gelijksoortige zaken zal worden behandeld, zodat alle thans tegen betrokkene aanhangige WAHV-zaken in één keer kunnen worden beoordeeld.

Hoewel de kantonrechter niet voor zijn collega in de rechtbank Rotterdam wil spreken, zou het naar zijn inschatting niet verkeerd zijn als de officier van justitie zich, tegen de gewoonte in, ook op deze zitting zou laten vertegenwoordigen.

Bij de beslissing om de Zwolse zaken te verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, heeft de kantonrechter ook gelet op de relatieve bevoegdheid, geregeld in artikel 26 lid 3 WAHV en het feit dat betrokkene inmiddels weer in Oud-Alblas staat ingeschreven.

Beslissing

De kantonrechter:

- verwijst de verzetschriften door naar rechtbank Rotterdam locatie Dordrecht, afdeling privaatrecht team kanton om deze zaken op 2 oktober 2017 gelijktijdig te behandelen met aldaar aanhangige verzetszaken.

Gedaan op 22 augustus 2017 door mr. F. Koster, kantonrechter, bijgestaan door M.I. Boerdijk als griffier.

de griffier, de kantonrechter,

Bent u het met de beslissing op uw verzet niet eens, dan kunt u binnen twee weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beschikking hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de afdeling strafrecht te Zwolle en dient door degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Na indiening van het beroepschrift krijgt u een ontvangstbevestiging. Daarin staat ook de termijn waarbinnen u opnieuw griffierecht dient te betalen en zekerheid dient te stellen, wil uw beroep ontvankelijk zijn.

Datum toezending beschikking:

1 Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften