Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3287

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-08-2017
Datum publicatie
21-08-2017
Zaaknummer
6150556 \ CV EXPL 17-4333
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen. Werkneemster vormde samen met een ander de tweehoofdige directie van dat bedrijf. Het bedrijf wil naar een éénhoofdig drecteurschap. Werkneemster heeft herhaaldelijk laten weten zich niet te kunnen vinden in die keuze. De onderlinge verhoudingen zijn daardoor dusdanig zwaar op de proef gesteld dat het bedrijf volgens de kantonrechter in redelijk heeft kunnen besluiten werkneemster vrij te stellen van het verrichten van werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/4420
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 6150556 \ CV EXPL 17-4333

Vonnis in kort geding van 16 augustus 2017

in de zaak van

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,

gemachtigde: mr. V.E. Breedveld, werkzaam bij D.A.S. Ned.Rechtsbijstand Vez.mij. N.V.,

tegen

de stichting STICHTING M-PACT,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

gedaagde partij, hierna te noemen M-Pact,

gemachtigde: mr. P.H.A. Mulder, advocaat te Almelo.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.1.

De namens [eiseres] betekende dagvaarding van 18 juli 2017, waarbij [eiseres] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en M-Pact heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.

1.2.

M-Pact heeft ter voorbereiding van de mondelinge behandeling nog producties in het geding gebracht.

1.3.

De vordering is behandeld ter zitting van 2 augustus 2017.

[eiseres] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

M-Pact, vertegenwoordigd door [A] , bestuursvoorzitter, is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

1.4.

[eiseres] heeft haar standpunt laten toelichten door haar gemachtigde.

De gemachtigde van M-Pact heeft tegen de vordering verweer gevoerd en daarbij gebruik gemaakt van pleitaantekeningen.

De griffier heeft van hetgeen ter zitting is besproken aantekeningen gemaakt.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is op 1 april 2016 in dienst getreden bij M-Pact, in de functie van sociaal ondernemer/directeur. [eiseres] vormt samen met mevrouw [B] de directie van M-Pact. Daarvoor, sinds 1 juli 2013, was [eiseres] (vanuit een positie als zelfstandige, dus buiten arbeidsovereenkomst) als directeur werkzaam bij Vrijwilligers053. Deze organisatie is overgegaan in stichting Stichting M-Pact per 1 april 2016 en per 1 januari 2017 heeft de fusie met de Stichting Volksuniversiteit Enschede plaatsgevonden.

Het bruto maandsalaris (exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten) van [eiseres] bedraagt € 3.899,53 op basis van een parttime dienstverband van 66,67%, 24 uren per week.

2.2.

M-Pact heeft [eiseres] op 2 juni 2017 vrijgesteld van het verrichten van haar werkzaamheden.

2.2.

M-Pact heeft bij het UWV een aanvraag ontslagvergunning om economische redenen gedaan en zij heeft de kantonrechter gevraagd de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.

3 Het geschil

3.1.

De vordering

3.1.1.

[eiseres] vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, M-Pact te veroordelen:

a. binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis [eiseres] in staat te stellen haar werkzaamheden op de normale gebruikelijke wijze te hervatten met alle bevoegdheden en faciliteiten, die [eiseres] krachtens de arbeidsovereenkomst placht te genieten, op straffe van een dwangsom van € 2.000,00 voor elke dag of een gedeelte daarvan dat M-Pact in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

b. tot betaling van de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder

begrepen.

3.1.2.

[eiseres] heeft, kort samengevat, aan haar vordering het navolgende ten grondslag gelegd.

3.1.3.

Er zijn geen valide redenen om [eiseres] op non-actief te stellen en/of te houden. [eiseres] betwist dat er een onwerkbare situatie is ontstaan. Ook betwist zij dat zij zich op ongepaste wijze heeft uitgelaten jegens mevrouw [C] , [B] , het bestuur en de medewerkers. De stelling van M-Pact dat [eiseres] zorgt voor veel onrust in de organisatie is onjuist. Wel meent [eiseres] dat er een oneerlijk spel is gespeeld, bijvoorbeeld door [B] . [B] stelde immers opeens niet te geloven in twee kapiteins op één schip. Aanvankelijk zouden [B] en [eiseres] tezamen kijken hoe om te gaan met de wens van de gemeente dat M-Pact zou overgaan naar een éénhoofdig directeurschap. Echter toen [C] in februari 2017 begon, vertelde zij reeds dat [eiseres] het veld zou moeten ruimen en [B] directeur zou worden. [eiseres] stelt dat zij niet de pers heeft benaderd. Wel is het zo dat mensen vragen gingen stellen.

3.1.4.

Zowel [eiseres] als [B] zijn professionals. Ook werken zij vaak op verschillende locaties en hebben zij zodoende weinig direct contact. Zij hebben ook verschillende taken en verantwoordelijkheden. Hierin is geen grond gelegen om [eiseres] niet weer toe te laten tot haar werk.

3.1.5.

M-Pact leidt schade door de afwezigheid van [eiseres] . Zij heeft het vrijwilligerswerk mede opgebouwd en heeft veel expertise op dit gebied. Collega’s en vrijwilligers steunen haar. Zij heeft steeds goed gefunctioneerd.

3.1.6.

Er is geen eerlijke procedure gevoerd om te kijken wie de beste kandidaat zou zijn om directeur te worden. [eiseres] meent dat, indien gekomen wordt tot één directeur, zij een faire kans dient te krijgen.

3.2.

Het verweer

3.2.1.

M-Pact concludeert tot afwijzing van de vordering.

3.2.2.

M-Pact heeft, kort samengevat, het navolgende aan haar verweer ten grondslag gelegd.

3.2.3.

M-Pact stelt dat [eiseres] kennelijk geen vertrouwen meer heeft in M-Pact. M-Pact betwist dat er een vooropgezet plan is geweest om [B] ten koste van [eiseres] directeur te laten worden. De gemeente, subsidieverstrekker, heeft echter op 9 januari 2017 de wens uitgesproken dat M-Pact zou moeten overgaan naar de situatie met één directeur. Op 23 maart 2017 heeft het bestuur afzonderlijke gesprekken gevoerd met [eiseres] en [B] over de spanningen tussen [eiseres] en [B] . Toen is de afspraak gemaakt met [B] en met [eiseres] dat zij zouden proberen er samen uit te komen. Wel is het aanbod gedaan van het inschakelen van het bestuur of mediation, maar van dat aanbod hebben [eiseres] en [B] geen gebruik gemaakt.

[eiseres] en [B] onderschreven dat het management/directie van M-Pact kan volstaan met 0,8 fte. Het betreft immers een kleine organisatie met 11 vaste medewerkers. Bovendien had de gemeente Enschede al eens aangegeven dat het noodzakelijk noch wenselijk is dat een kleine organisatie met elf vaste medewerkers ondersteund door vrijwilligers, wordt aangestuurd door twee directeuren. De gemeente Enschede heeft als voorwaarde voor subsidieverstrekking gesteld dat per 2018 sprake is van één directeur.

Op 3 mei 2017 heeft het bestuur een formeel besluit genomen om gehoor te geven aan de wens van de gemeente Enschede door de organisatie per 1 januari 2018 door één directeur/sociaal ondernemer te laten leiden. [A] heeft ter zitting verklaard dat het bestuur op 3 mei 2017 niet al een keuze had gemaakt voor een kandidaat, dus ook niet voor [B] . Indien [eiseres] te horen heeft gekregen dat een dergelijke keuze al wel was gemaakt dan is deze informatie zeker niet afkomstig van het bestuur.

[eiseres] heeft een memo geschreven d.d. 10 mei 2017. In deze memo, die zij die avond tegenover het bestuur heeft uitgesproken, uit zij onterechte beschuldigingen terzake een vooropgezet plan om [B] éénhoofdig directeur te laten worden. Deze memo is bij

M-Pact hard aangekomen.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter neemt het volgende juridische kader als uitgangspunt. De toewijsbaarheid van een vordering van een werknemer om in de gelegenheid gesteld te worden de overeengekomen arbeid of andere passende arbeid te verrichten, moet worden beoordeeld aan de hand van de algemene maatstaf van artikel 7:611 BW, die verwijst naar wat een goed werkgever behoort te doen en na te laten. Deze maatstaf brengt in het algemeen gesproken mee dat de toewijsbaarheid van een vordering tot wedertewerkstelling afhangt van de aard van de dienstbetrekking, van de overeengekomen arbeid en van de bijzondere omstandigheden van het geval (HR 12 mei 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AC2497). Daarbij dient als uitgangspunt te worden genomen dat van een goed werkgever gevergd mag worden dat hij de werknemer tegen diens wil slechts de mogelijkheid mag onthouden om de overeengekomen arbeid te verrichten wanneer de werkgever daarvoor een redelijke grond heeft en dat die grond voldoende zwaar dient te wegen, gelet op het in beginsel zwaarwegend te achten belang van de werknemer om de bedongen arbeid te kunnen blijven verrichten (Hof Arnhem-Leeuwarden 21 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2420).

4.2.

De kantonrechter stelt vast dat het bestuur van M-Pact op 3 mei 2017 in het verlengde van de wens van de gemeente heeft besloten dat er een éénhoofdig directeurschap moet zijn. [eiseres] heeft daarentegen aangevoerd dat er zwaarwegende argumenten zijn voor twee directeuren, nu het gaat om twee verschillende expertisegebieden (vrijwilligerswerk en educatie/participatie), en dat aanvankelijk ook de insteek was dat [B] en [eiseres] zouden kijken of voor beiden plaats was. Het staat [eiseres] vrij dat te vinden, maar zij realiseert zich onvoldoende dat dit een gepasseerd station is. Het is aan het bestuur van een organisatie om te bepalen hoe leiding dient te worden gegeven. Nu het bestuur het besluit heeft genomen dat toegewerkt wordt naar de situatie met één directeur, zullen alle medewerkers, en dus ook de directeuren, zich daarin moeten schikken.

4.3.

[eiseres] heeft echter vanaf 3 mei 2017 herhaaldelijk en in niet mis te verstane bewoordingen laten weten zich niet te kunnen vinden in de keuze van het bestuur. Met haar memo van 10 mei 2017 heeft [eiseres] de verhoudingen tussen haar enerzijds en bestuur en [B] anderzijds zwaar op de proef gesteld. Zij geeft daarin onomwonden te kennen dat zij het bestuursbesluit niet accepteert, dat zij niet zal accepteren dat [B] directeur wordt en dat zij [B] ervan verdenkt al maanden samen met anderen tegen haar, [eiseres] , samen te spannen. Ook ter zitting heeft zij zich in die zin uitgelaten. En zij heeft eraan toegevoegd dat sprake is van een vooropgezet plan om [B] directeur te laten worden ten koste van [eiseres] en dat zij voor M-Pact geen andere oplossing ziet dan de organisatie weer te splitsen en de fusie dus feitelijk ongedaan te maken. Deze omstandigheden leveren een redelijke grond op om [eiseres] niet toe te laten tot het verrichten van de overeengekomen arbeid. Immers, de spanning die mede door toedoen van [eiseres] is ontstaan zal naar verwachting bij werkhervatting niet afnemen, maar verder oplopen.

4.4.

De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat M-Pact in redelijkheid heeft kunnen besluiten [eiseres] vrij te stellen van het verrichten van haar werkzaamheden. De vordering zal daarom worden afgewezen.

4.5.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de proceskosten.

5 De beslissing in kort geding

I. Wijst de vordering af.

II. Veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van M-Pact begroot op € 600,00.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2017.