Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3183

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-08-2017
Datum publicatie
10-08-2017
Zaaknummer
08/994520-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 32-jarige man uit Hoogezand is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden, en een taakstraf van 240 uur. De man is schuldig aan de illegale opslag van en handel in professioneel vuurwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/994520-17 (P)

Datum vonnis: 10 augustus 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 juli 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. D. van Ieperen en van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad;

feit 2: professioneel vuurwerk aan anderen ter beschikking heeft gesteld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

verdachte op of omstreeks 1 december 2016 in de gemeente Slochteren,

al dan niet opzettelijk,

een hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik,

te weten:

- ( ongeveer) 90 stuks, althans een aantal bangers

(aangeduid als Super Cobra 6) en/of

- ( ongeveer) 250 stuks, althans een aantal bangers

(aangeduid als Butterfly Cracker) en/of

- ( ongeveer) 100 stuks, althans een aantal lawinepijlen

(aangeduid als Thunderking)

voorhanden heeft gehad in een pand gelegen aan of nabij de [adres]

;

2.

verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks

de periode van 1 oktober 2016 t/m 1 december 2016 in de gemeente Slochteren,

althans in Nederland,

al dan niet opzettelijk,

een hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik,

te weten een aantal nitraten en/of vlinders en/of cobra's,

ter beschikking heeft gesteld aan [naam 1] en/of [naam 2] .

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 juli 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte, als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

2. het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van
[verbalisant] van 11 januari 2017, met bijlagen 1 tot en met 5;

3. Het proces-verbaal van verhoor van [naam 1] van 8 december 2016;

4. Het proces-verbaal van verhoor van [naam 2] van 13 december 2016.

4.2

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

verdachte op 1 december 2016 in de gemeente Slochteren, opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- ongeveer 90 stuks bangers aangeduid als Super Cobra 6 en

- ongeveer 250 stuks bangers aangeduid als Butterfly Cracker en

- ongeveer 100 stuks lawinepijlen aangeduid als Thunderking,

voorhanden heeft gehad in een pand gelegen aan of nabij de [adres] ;

2.

verdachte op een of meer tijdstippen in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 1 december 2016 in de gemeente Slochteren, opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten een aantal nitraten en/of vlinders en/of cobra’s, ter beschikking heeft gesteld aan [naam 1] en [naam 2] .

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 1a, 2 en 6 Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 en 2 telkens het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens
artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2, eerste lid, Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met als voorwaarde het volgen van een Cognitieve Vaardigheidstraining.

7.2

Het standpunt van de verdachte

Verdachte heeft verzocht om geen gevangenisstraf op te leggen. Verder heeft verdachte zich bereid verklaard om een forse taakstraf te verrichten.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een hoeveelheid professioneel vuurwerk zonder over de vereiste vergunningen daarvoor te beschikken. Het vuurwerk was opgeslagen in het pand van zijn autowasbedrijf zonder dat door verdachte voorzieningen waren getroffen die in verband met de veiligheid noodzakelijk zijn voor de opslag van dergelijke gevaarlijke goederen. De risico’s die dat met zich brengt zijn algemeen bekend. Verdachte, die niet beschikt over gespecialiseerde kennis over vuurwerk, heeft zich van dat gevaarzettend karakter geen enkele rekenschap gegeven. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verder heeft verdachte gehandeld in professioneel vuurwerk. Hij heeft verkocht aan particulieren, terwijl ook zij niet deskundig waren en dit zware vuurwerk daarom niet mochten afsteken. Verdachte heeft welbewust de keuze gemaakt om, ondanks dat hij wist dat het strafbaar was, illegaal vuurwerk te verkopen. Ook dit feit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft bij de beantwoording van de vraag welke straf aan verdachte moet worden opgelegd rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het ten aanzien van verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 12 juli 2017, opgemaakt en ondertekend door E. Kuijer, reclasseringswerker. Uit dit rapport komt naar voren dat verdachte onder druk impulsieve besluiten neemt om op een ‘snelle’ manier oplossingen te vinden voor zijn financiële problemen. De reclassering schat de kans op recidive laag in wanneer de schuldenproblematiek van verdachte afneemt. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met als voorwaarden een meldplicht en een cognitieve vaardigheidstraining.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van na te noemen duur passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen teneinde aan verdachte een duidelijke waarschuwing voor de toekomst mee te geven. De rechtbank acht het evenals de reclassering van belang dat verdachte een cognitieve vaardigheidstraining gaat volgen om aan zijn zelfredzaamheid te werken.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 en 91 Wetboek van Strafrecht (Sr).

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 en 2 telkens het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens
artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2, eerste lid, Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

- de rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:

- zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een Cognitieve Vaardigheidstraining (CoVa), aangeboden door Reclassering Nederland, of een soortgelijke instelling waarbij verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan verdachte gegeven zullen worden;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. K.J. Haarhuis en
mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van Z. Demir, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2017.

Mr. K.J. Haarhuis is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0100-2016340214. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.