Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3023

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-07-2017
Datum publicatie
29-07-2017
Zaaknummer
AWB 17/693 en 17/1009
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het coffeeshopbeleid van de gemeente Steenwijkerland is niet onredelijk en de gemeente handhaaft volgens dat beleid. Dat oordeelt de rechtbank Overijssel in een zaak van omwonenden van een Steenwijkse coffeeshop tegen de burgemeester. Na twee overtredingen ontving de coffeeshop officiële waarschuwingen, de omwonenden vonden die maatregelen te licht. Zij vinden sluiting de enige passende maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 17/693 en 17/1009

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

  1. [eiser 1] V.O.F., te Steenwijk,

  2. [eiser 2] , te Steenwijk,

  3. [eiser 3] , te Steenwijk,

  4. [eiser 4] , te Steenwijk,

  5. [eiser 5] , te Steenwijk,

eisers,

gemachtigde: mr. F. Postma,

en

de burgemeester van Steenwijkerland, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam 1] , h.o.d.n. [coffeeshop], te Steenwijk.

Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2016 (primair besluit I) heeft verweerder het verzoek van eisers om handhaving afgewezen.

Bij besluit van 3 november 2016 (primair besluit II) heeft verweerder een tweede verzoek van eisers om handhaving toegewezen.

Eisers hebben tegen beide besluiten bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 7 februari 2017 (bestreden besluit I) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen primair besluit I gegrond verklaard voor zover het verzoek verband houdt met het aanwezig zijn van vlaggen bij de coffeeshop.

Bij besluit 20 maart 2017 (bestreden besluit II) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen primair besluit II ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen de beide bestreden besluiten beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juni 2017.

Ter zitting zijn eisers [eiser 1] V.O.F, [eiser 4] en [eiser 5] verschenen. Zij zijn bijgestaan door hun gemachtigde mr. F. Postma. Eiser [eiser 1] V.O.F. is vertegenwoordigd door [naam 2] . Eisers [eiser 2] en [eiser 3] hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. F. de Groot. De derde-partij is niet verschenen.

Overwegingen

1. Aan de [adres] in Steenwijk is [coffeeshop] gevestigd (de coffeeshop). Verweerder heeft aan de coffeeshop een gedoogverklaring verstrekt op grond waarvan de verkoop van softdrugs onder voorwaarden wordt toegestaan (de gedoogverklaring).

2. Eisers wonen aan [straat 1] en [straat 2] in Steenwijk. Zij hebben verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen de coffeeshop, omdat de coffeeshop naar hun mening in strijd handelt met bepaalde voorwaarden van de gedoogverklaring.

Bij emailbericht van 25 november 2015 hebben eisers verzocht om handhavend op te treden tegen de plaatsing van vlaggen aan de gevel van de coffeeshop en borden met reclame voor koffie op de stoep voor de coffeeshop. Eisers stellen dat daarmee voorwaarde 16 van de gedoogbeschikking is overtreden.

Bij brief van 7 oktober 2016 hebben eisers verzocht om handhavend op te treden vanwege de aanwezigheid van een te grote hoeveelheid softdrugs in de coffeeshop. Eisers stellen dat daarmee voorwaarde 17 van de gedoogbeschikking is overtreden.

3. Verweerder is tot handhaving overgegaan.

Bij brief van 28 oktober 2016 heeft verweerder aan de coffeeshop een officiële waarschuwing gezonden vanwege overtreding van voorwaarde 17 van de gedoogbeschikking.

Bij brief van 7 februari 2017 heeft verweerder aan de coffeeshop een officiële waarschuwing gezonden vanwege overtreding van voorwaarde 16 van de gedoogverklaring.

4. Eisers stellen in hun beroepen tegen de beide bestreden besluiten dat verweerder tot een verdergaande handhavingsmaatregel over had moeten gaan. Eisers stellen daartoe dat verweerder conform het beleid heeft gehandeld door twee officiële waarschuwingen af te geven, maar dat toepassing van dit beleid leidt tot ernstige benadeling omdat eisers veel overlast ervaren van de coffeeshop. Sluiting van de coffeeshop is de enige passende handhavingsmaatregel, aldus eisers.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

6. Op 24 september 2015 heeft verweerder het Coffeeshopbeleid Gemeente Steenwijkerland 2015 (coffeeshopbeleid 2015) vastgesteld. Het coffeeshopbeleid 2015 is op 6 oktober 2015 gepubliceerd in het Gemeenteblad (nr. 92168).

In het beleid is een handhavingsmatrix opgenomen waarin overtredingen in verschillende categorieën zijn ingedeeld. Per categorie loopt de te nemen handhavingsmaatregel op. In de lichtste categorie leidt een vijfde overtreding tot intrekking van de gedoogverklaring, in de overige twee categorieën gebeurt dit bij een derde overtreding. Daarnaast ‘verjaren’ overtredingen van de lichtste categorie na twee jaar.

Coffeeshopbeleid 2015 vervangt het Coffeeshopbeleid gemeente Steenwijkerland 2012 dat was vastgesteld op 25 juni 2012 (coffeeshopbeleid 2012).

7. De rechtbank stelt vast dat, naar tussen partijen niet in geschil is, de coffeeshop voorwaarden 16 en 17 van de gedoogverklaring heeft overtreden. De rechtbank stelt daarnaast vast dat, naar tussen partijen evenmin in geschil is, overtreding van deze voorwaarden op grond van coffeeshopbeleid 2015 leidt tot oplegging van een handhavingsmaatregel in de vorm van, per overtreding, het afgeven van een officiële waarschuwing. Het beroep van eisers beperkt zich tot de vraag of oplegging van deze maatregelen redelijk is.

8. Voor zover eisers stellen dat het coffeeshopbeleid 2015 van verweerder onredelijk is, faalt de beroepsgrond op grond van het volgende.

Bij uitspraak van 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3784, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) ten aanzien van coffeeshopbeleid 2012 geoordeeld dat de in het beleid opgenomen handhavingsmatrix niet onredelijk is. De handhavingsmatrix in coffeeshopbeleid 2015, waaruit volgt dat bij een eerste overtreding in de eerste en tweede categorie een waarschuwing wordt gegeven, wijkt niet af van de handhavingsmatrix in coffeeshopbeleid 2012. Het coffeeshopbeleid 2015 is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet onredelijk.

9. Voor zover eisers stellen dat toepassing van het coffeeshopbeleid 2015 onredelijk is, overweegt de rechtbank als volgt.

9.1

Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht handelt een bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

9.2

Ter zitting hebben eisers nader toegelicht dat de gevolgen van het coffeeshopbeleid 2015 voor hen onevenredig zijn omdat veel overtredingen hebben plaatsgevonden waarop door verweerder niet steeds is gehandhaafd en zij veel overlast ervaren van de coffeeshop vanwege de aantrekkende werking die de coffeeshop heeft op andere (criminele) overtredingen.

9.3

De rechtbank is van oordeel dat eisers aldus geen bijzondere omstandigheden hebben aangevoerd die voor verweerder aanleiding hadden moeten zijn om van het coffeeshopbeleid 2015 af te wijken.

De vraag of veel overtredingen hebben plaatsgevonden en of verweerder op deze overtredingen al dan niet terecht tot handhaving is overgegaan kan, behoudens de hiervoor vastgestelde overtreding van voorwaarden 16 en 17 van de gedoogverklaring, in deze procedure niet worden beoordeeld. Daartoe zouden eisers (opnieuw) een verzoek tot handhaving moeten indienen waarop verweerder kan beslissen.

De stelling van eisers dat de coffeeshop aantrekkende werking heeft op andere (criminele) overtredingen, staat eveneens los van het handhavingsbeleid. De gestelde aantrekkende werking is immers niet het gevolg van de door verweerder toegepaste handhavingsmaatregelen, maar van de aanwezigheid van de coffeeshop als zodanig en daarmee van het besluit tot het afgeven van de gedoogverklaring.

10. Het beroep van eisers is ongegrond.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Spreuwenberg, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.