Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3017

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-07-2017
Datum publicatie
27-07-2017
Zaaknummer
08/950250-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 47-jarige man tot 15 maanden celstraf. De man bestelde via zijn bedrijf meerdere malen alcoholische en non-alcoholische dranken bij groothandels en brouwers voor een totaalbedrag van ruim 500.000 euro, terwijl hij niet van plan was te betalen en ook nooit heeft betaald. Deze goederen heeft hij aan de boedel van het failliete bedrijf onttrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2017-0283
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/950250-13 (P)

Datum vonnis: 27 juli 2017

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] (Turkije),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 juli 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G.C. Pol.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: als bestuurder van [bedrijf 1] B.V. goederen heeft gekocht zonder dat hij van plan was deze te betalen en zonder dat hij deze heeft betaald.

feit 2: als bestuurder van het failliet verklaarde [bedrijf 1] B.V. goederen aan de boedel heeft onttrokken.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 12 februari 2013 in de gemeente Deventer en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, als (feitelijk) bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., (namelijk als bestuurder van [bedrijf 2] B.V., welke B.V. bestuurder is van [bedrijf 1] B.V.) een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen gekocht, te weten:

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken en/of rookwaren en/of etenswaren/snoepgoed bij [slachtoffer 1] B.V. voor een totaalbedrag van 51.600,78 euro (factuurnummers eindigend op 113, 484, 487, 488, 489, 490, 492, 493, 494) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 2] B.V. voor een totaalbedrag van 89.275,42 euro (factuurnummers eindigend op 207, 462, 463, 736, 11, 327) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken en/of rookwaren en/of etenswaren/snoepgoed bij [slachtoffer 3] B.V. voor een totaalbedrag van 153.308,91 euro (factuurnummers eindigend op 502, 505, 506, 512, 515, 517, 522) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 4] B.V. voor een totaalbedrag van 119.344,45 euro (factuurnummers eindigend op 153, 831, 832, 908, 909, 479, 304, 302, 303, 877, 536, 908, 699, 698, 766, 751, 544, 266) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 5] B.V. voor een totaalbedrag van 39.250,65 euro (factuurnummers eindigend op 362, 244, 770, 710) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 6] B.V. voor een totaalbedrag van 6.843,98 euro (factuurnummer eindigend op 231) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 7] voor een totaalbedrag van 34.305,82 euro (factuurnummer eindigend op 436) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 8] eesv voor een totaalbedrag van 36.885,74 euro (factuurnummer eindigend op 760) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 9] B.V. voor een totaalbedrag van 8.484,24 euro (factuurnummer eindigend op 415) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 10] voor een totaalbedrag van 7.287,59 euro (factuurnummer eindigend op 732) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 11] voor een totaalbedrag van 20.936,10 euro) (factuur/lieferschein LS363194);

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 12 februari 2013 in de gemeente Deventer en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, als (feitelijk) bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., (namelijk als bestuurder van [bedrijf 2] B.V., welke B.V. bestuurder is van [bedrijf 1] B.V.) welke besloten vennootschap op 12 februari 2013 door de Rechtbank Oost-Nederland (te Zwolle) failliet was verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van die rechtspersoon, lasten heeft/hebben verdicht en/of baten niet heeft/hebben verantwoord en/of enig goed aan de boedel heeft/hebben onttrokken, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (enig) goed(eren) te weten

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken en/of rookwaren en/of etenswaren/snoepgoed besteld bij [slachtoffer 1] B.V. voor een totaalbedrag van 51.600,78 euro (factuurnummers eindigend op 113, 484, 487, 488, 489, 490, 492, 493, 494) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 2] B.V. voor een totaalbedrag van 89.275,42 euro (factuurnummers eindigend op 207, 462, 463, 736, 11, 327) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken en/of rookwaren en/of etenswaren/snoepgoed besteld bij [slachtoffer 3] B.V. voor een totaalbedrag van 153.308,91 euro (factuurnummers eindigend op 502, 505, 506, 512, 515, 517, 522) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 4] B.V. voor een totaalbedrag van 119.344,45 euro (factuurnummers eindigend op 153, 831, 832, 908, 909, 479, 304, 302, 303, 877, 536, 908, 699, 698, 766, 751, 544, 266) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 5] B.V. voor een totaalbedrag van 39.250,65 euro (factuurnummers eindigend op 362, 244, 770, 710) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 6] B.V. voor een totaalbedrag van 6.843,98 euro (factuurnummer eindigend op 231) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 7] voor een totaalbedrag van 34.305,82 euro (factuurnummer eindigend op 436) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 8] eesv voor een totaalbedrag van 36.885,74 euro (factuurnummer eindigend op 760) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 9] B.V. voor een totaalbedrag van 8.484,24 euro (factuurnummer eindigend op 415) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 10] voor een totaalbedrag van 7.287,59 euro (factuurnummer eindigend op 732) en/of

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken besteld bij [slachtoffer 11] voor een totaalbedrag van 20.936,10 euro) onttrokken aan de boedel van het faillissement van voornoemde rechtspersoon, dan wel (een) ba(a)t(en), te weten de opbrengst van de verkoop van die bovengenoemde (alcoholische en non-alcoholische) dranken en/of rookwaren en/of

etenswaren/snoepgoed en/of voornoemd geldbedrag(en) niet verantwoord.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft in zijn verhoor bij de (Duitse) politie d.d. 14 oktober 2014 een verklaring afgelegd die, zakelijk weergegeven, erop neerkomt dat hij ten tijde van het ten laste gelegde weliswaar op papier de directeur van [bedrijf 1] B.V. was, maar dat de feitelijke leiding bij een ander lag. Verdachte is zodoende als stroman gebruikt en heeft niets met de ten laste gelegde feiten te maken gehad.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Het dossier bevat een aangifte van [curator] , die als curator is aangesteld van

[bedrijf 1] B.V. en van [bedrijf 2] B.V., zijnde de enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] B.V. Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat verdachte sinds 23 juni 2012 enig aandeelhouder en bestuurder was van [bedrijf 2] B.V.2 Voorts blijkt uit een bij de aangifte gevoegd vonnis van de rechtbank Oost-Nederland van 12 februari 2013 dat [bedrijf 1] B.V. op die dag in staat van faillissement is gesteld.3 Aangever [curator] verklaart te hebben geconstateerd - naast andere onregelmatigheden - dat er goederen, dan wel geldbedragen, onttrokken zijn uit het bedrijf. In de periode tussen 1 november 2012 en 18 januari 2013 zijn er bij verschillende bedrijven goederen besteld met een totale waarde van circa € 546.587,58, welke goederen niet meer bij [bedrijf 1] B.V. aanwezig waren.4 Het dossier bevat van elk van deze bedrijven facturen waarop zichtbaar is voor welke bedragen er door [bedrijf 1] B.V. bestellingen zijn geplaatst.5

De rechtbank ziet zich, in het licht van de door verdachte bij de politie afgelegde verklaring, gesteld voor de vraag of verdachte niet alleen op papier, maar ook feitelijk bestuurder was van [bedrijf 1] B.V. en zodoende moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest van de bestellingen die door het bedrijf zijn geplaatst. Het dossier bevat verschillende getuigenverklaringen van personen die voor [bedrijf 1] B.V. werkzaamheden hebben verricht. Getuige [getuige 1] verklaart, zakelijk weergegeven, dat hij op 2 dagen in december 2012 met een busje goederen heeft afgeleverd. Uit zijn verklaring volgt dat hij weet dat verdachte de eigenaar van het bedrijf is geweest en dat hij met verdachte afspraken heeft gemaakt over het afleveren van de goederen en over de betaling.6 Getuige [getuige 2] verklaart, zakelijk weergegeven, dat hij vanaf maart 2012 bij [bedrijf 1] B.V. is gaan werken, dat dit bedrijf in de zomer van 2012 door verdachte werd overgenomen, en dat hij tot begin december 2012 nog bij het bedrijf heeft gewerkt. Ook verklaart [getuige 2] dat hij in de periode daarna nog wel eens bij het bedrijf kwam omdat hij nog loon van verdachte te goed had. Voorts verklaart hij dat hij na afloop van door hem verrichte bezorgingen van dranken met verdachte afrekende.7 Ook getuige [getuige 3] , die binnen [bedrijf 1] B.V. verantwoordelijk was voor het klantenbestand, verklaart dat verdachte het bedrijf in juli 2012 overnam en dat verdachte meestal zelf de betalingen deed.8 Uit deze getuigenverklaringen komt naar voren dat verdachte zelf actief was in [bedrijf 1] B.V. De verklaring van verdachte, inhoudende dat hij slechts als stroman fungeerde, vindt reeds haar weerlegging in voornoemde bewijsmiddelen. Nu de verklaring van verdachte daarnaast ook op andere onderdelen wordt weersproken door de getuigen [getuige 4]9 en [getuige 5]10, is er te meer reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van verdachtes verklaring te twijfelen. Op grond van de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] , in combinatie met bovengenoemde stukken van de Kamer van Koophandel, stelt de rechtbank dan ook vast dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde niet alleen op papier, maar ook feitelijk de bestuurder was van [bedrijf 1] B.V. Daarnaast blijkt uit het dossier dat het e-mailverkeer met verschillende leveranciers werd gevoerd op naam van verdachte,11 dat verschillende facturen met de naam van verdachte zijn ondertekend,12 en dat verdachte de bestellingen van december 2012 bij [slachtoffer 3] niet alleen heeft geplaatst, maar ook persoonlijk heeft opgehaald.13 De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte, als feitelijk bestuurder, zich ook met (het doen van) de bestellingen bezighield. Uit de grote hoeveelheid aan goederen die bovendien bij meerdere leveranciers zijn besteld, leidt de rechtbank af dat verdachtes oogmerk erop was gericht om zonder betaling zich de beschikking over deze goederen te verzekeren, en dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Nu de goederen niet meer bij [bedrijf 1] B.V. aanwezig waren na het faillissement, stelt de rechtbank vast dat verdachte deze goederen, dan wel de baten uit de verkoop ervan, heeft onttrokken aan de boedel.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan. Hoewel uit het dossier naar voren komt dat andere personen de betreffende goederen vanuit [bedrijf 1] B.V. naar elders hebben vervoerd, is niet gebleken dat deze personen ervan op de hoogte waren dat er daardoor strafbare feiten werden gepleegd. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte in bewuste en nauwe samenwerking met deze personen (of met anderen) heeft gehandeld. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het medeplegen van deze feiten.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 12 februari 2013 in de gemeente Deventer, als feitelijk bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., (namelijk als bestuurder van [bedrijf 2] B.V., welke B.V. bestuurder is van [bedrijf 1] B.V.) een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen gekocht, te weten:

- alcoholische en non-alcoholische dranken en rookwaren bij [slachtoffer 1] B.V. voor een totaalbedrag van 51.600,78 euro (factuurnummers eindigend op 113, 484, 487, 488, 489, 490, 492, 493, 494) en

- alcoholische dranken bij [slachtoffer 2] B.V. voor een totaalbedrag van 89.275,42 euro (factuurnummers eindigend op 207, 462, 463, 736, 11, 327) en/of

- alcoholische en non-alcoholische dranken en rookwaren en etenswaren/snoepgoed bij [slachtoffer 3] B.V. voor een totaalbedrag van 153.308,91 euro (factuurnummers eindigend op 502, 505, 506, 512, 515, 517, 522) en

- ( alcoholische en non-alcoholische) dranken bij [slachtoffer 4] B.V. voor een totaalbedrag van 119.344,45 euro (factuurnummers eindigend op 153, 831, 832, 908, 909, 479, 304, 302, 303, 877, 536, 809, 699, 698, 766, 751, 544, 266) en

- ( non-alcoholische dranken bij [slachtoffer 5] B.V. voor een totaalbedrag van 39.250,65 euro (factuurnummers eindigend op 362, 244, 770, 710) en

- non-alcoholische dranken bij [slachtoffer 6] B.V. voor een totaalbedrag van 6.843,98 euro (factuurnummer eindigend op 231) en

- alcoholische dranken bij [slachtoffer 7] voor een totaalbedrag van 34.305,82 euro (factuurnummer eindigend op 436) en/of

- alcoholische dranken bij [slachtoffer 8] eesv voor een totaalbedrag van 36.885,74 euro (factuurnummer eindigend op 760) en

- alcoholische en non-alcoholische dranken bij [slachtoffer 9] B.V. voor een totaalbedrag van 8.484,24 euro (factuurnummer eindigend op 415) en

- alcoholische dranken bij [slachtoffer 10] voor een totaalbedrag van 7.287,59 euro (factuurnummer eindigend op 732) en

- alcoholische dranken bij [slachtoffer 11] voor een totaalbedrag van 20.936,10 euro) (factuur/Lieferschein LS363194);

2.

hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 12 februari 2013 in de gemeente Deventer, als feitelijk bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V., (namelijk als bestuurder van [bedrijf 2] B.V., welke B.V. bestuurder is van [bedrijf 1] B.V.) welke besloten vennootschap op 12 februari 2013 door de Rechtbank Oost-Nederland (te Zwolle) failliet was verklaard, telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van die rechtspersoon enig goed aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft verdachte goed(eren) te weten

- alcoholische en non-alcoholische dranken en rookwaren besteld bij [slachtoffer 1] B.V. voor een totaalbedrag van 51.600,78 euro (factuurnummers eindigend op 113, 484, 487, 488, 489, 490, 492, 493, 494) en

- alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 2] B.V. voor een totaalbedrag van 89.275,42 euro (factuurnummers eindigend op 207, 462, 463, 736, 11, 327) en

- alcoholische en non-alcoholische dranken en rookwaren en etenswaren/snoepgoed besteld bij [slachtoffer 3] B.V. voor een totaalbedrag van 153.308,91 euro (factuurnummers eindigend op 502, 505, 506, 512, 515, 517, 522) en

- ( alcoholische en non-alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 4] B.V. voor een totaalbedrag van 119.344,45 euro (factuurnummers eindigend op 153, 831, 832, 908, 909, 479, 304, 302, 303, 877, 536, 908, 699, 698, 766, 751, 544, 266) en

- non-alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 5] B.V. voor een totaalbedrag van 39.250,65 euro (factuurnummers eindigend op 362, 244, 770, 710) en

- non-alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 6] B.V. voor een totaalbedrag van 6.843,98 euro (factuurnummer eindigend op 231) en

- alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 7] voor een totaalbedrag van 34.305,82 euro (factuurnummer eindigend op 436) en

- alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 8] eesv voor een totaalbedrag van 36.885,74 euro (factuurnummer eindigend op 760) en

- alcoholische en non-alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 9] B.V. voor een totaalbedrag van 8.484,24 euro (factuurnummer eindigend op 415) en

- alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 10] voor een totaalbedrag van 7.287,59 euro (factuurnummer eindigend op 732) en

- alcoholische dranken besteld bij [slachtoffer 11] voor een totaalbedrag van 20.936,10 euro)

onttrokken aan de boedel van het faillissement van voornoemde rechtspersoon, dan wel

baten, te weten de opbrengst van de verkoop van bovengenoemde alcoholische en

non-alcoholische dranken en rookwaren en etenswaren/snoepgoed en voornoemde

geldbedragen niet verantwoord.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 326a en 343 (oud) Wetboek van strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

feit 2

het misdrijf: als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon enig goed aan de boedel onttrekken.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden wordt opgelegd. Bij deze eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft in de periode van 1 november 2012 tot en met 12 februari 2013 als bestuurder van de vennootschap [bedrijf 1] B.V. meerdere malen goederen besteld voor een totaalbedrag van ruim een half miljoen euro, terwijl hij niet van plan was deze goederen te betalen en deze ook nooit heeft betaald. Deze goederen heeft hij aan de boedel van het failliet verklaarde [bedrijf 1] B.V. onttrokken. Door zijn handelen heeft verdachte zichzelf met een groot geldbedrag verrijkt ten koste van de leveranciers van de goederen c.q. de schuldeisers van het bedrijf waarvan hij bestuurder was. Dit is in juridische zin vertaald in twee ernstige strafbare feiten, die verdachte zwaar worden aangerekend.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 14 juni 2017, waaruit blijkt dat hij in 1993 en in 2001 is veroordeeld voor strafbare feiten. Nu deze feiten lang geleden zijn gepleegd, hebben zij geen strafverzwarende rol gespeeld voor de op te leggen straf voor de thans bewezenverklaarde feiten. Voor het overige is over de persoonlijke omstandigheden van verdachte weinig bekend geworden, nu hij niet ter terechtzitting is verschenen en er geen rapportages over hem zijn opgemaakt, omdat hij niet traceerbaar was. Uit het dossier kan worden opgemaakt dat verdachte twee meerderjarige kinderen heeft.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gelet op de landelijke oriëntatiepunten die gelden voor fraude. Daarnaast heeft de rechtbank, evenals de officier van justitie, rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Het voorgaande afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 57 Sr. Alle artikelen zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar;

feit 1

het misdrijf: een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

feit 2

het misdrijf: als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is

verklaard ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de

rechtspersoon enig goed aan de boedel onttrekken.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. G.H. Meijer en

mr. R.M. van Vuure, rechters, in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2017.

Buiten staat

Mr. Meijer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Politie Oost-Nederland, recherche Deventer, met dossiernummer 2013019139. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 pagina 14-17.

3 pagina 18-19.

4 pagina 11-12.

5 pagina 13 (overzicht), pagina 3 en 99-119, alsmede 221-304 (onderliggende stukken).

6 pagina 127-128.

7 pagina 129-130.

8 pagina 131-133.

9 pagina 136-137.

10 pagina 138-139.

11 pagina 230 ( [slachtoffer 10] ), pagina 299-300 ( [slachtoffer 7] ) en pagina 304 ( [slachtoffer 4] ).

12 pagina 266-273 ( [slachtoffer 1] ).

13 pagina 231-242 ( [slachtoffer 3] ).