Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3014

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-07-2017
Datum publicatie
27-07-2017
Zaaknummer
C/08/197110 / HA ZA 17-44
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Exceptie van onbevoegdheid afgewezen, artikel 24 lid 1 EEX-Verordening. Een vordering tot verdeling van een aan partijen gezamenlijk in eigendom toebehorende onroerende zaak is geen vordering tot een zakelijk recht in de zin van artikel 22 sub 1 EEX-Verordening (thans: artikel 24 lid 1 EEX-Verordening).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/197110 / HA ZA 17-44

Vonnis in incident van 19 juli 2017

in de zaak van

[X] ,

wonende te [woonplaats] (O),

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. J.F. Sabaroedin te Enschede,

tegen

[W] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.L. Ruiter te Enschede.

Partijen zullen hierna [X] en [W] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 januari 2017,

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van 7 juni 2017,

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van 21 juni 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

[W] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, althans [X] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk verklaart, kosten rechtens. [X] voert verweer, strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering met veroordeling van [W] in de kosten van het incident. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.2.

[W] stelt dat de rechtbank geen bevoegdheid heeft ten aanzien van de vorderingen van [X] . De vorderingen hebben volgens haar betrekking op een aan partijen gezamenlijk in eigendom toebehorende woning in Duitsland, zodat op grond van

artikel 24 lid 1 EEX-Verordening de Duitse rechter bij uitsluiting bevoegd is om van deze zaak kennis te nemen. Dit standpunt slaagt niet. Op grond van artikel 24 lid 1 EEX-Verordening zijn de gerechten van de lidstaat waar het onroerend goed is gelegen uitsluitend bevoegd ten aanzien van zakenrechtelijke geschillen met betrekking tot onroerende goederen die in die lidstaat zijn gelegen. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 18 maart 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP1765) bepaald dat een vordering tot verdeling van een aan partijen gezamenlijk in eigendom toebehorende onroerende zaak, waarvan in casu sprake is, geen vordering tot een zakelijk recht is in de zin van artikel 22 sub 1 EEX-Verordening (thans: artikel 24 lid 1 EEX-Verordening). Vorderingen tot verdeling vinden hun grondslag in een persoonlijk recht ten aanzien van de onroerende zaak, aangezien deze enkel kunnen worden ingesteld tegen de wederpartij in kwestie (in dit geval [W] ) en niet tegen derden.

2.3.

Het voorgaande brengt met zich mee dat, zoals [X] terecht aanvoert, moet worden uitgegaan van de hoofdregel in artikel 2 Rv, op grond waarvan de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van zaken die bij dagvaarding worden ingeleid indien de gedaagde in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. In deze zaak is de gedaagde partij, [W] , woonachtig te [woonplaats] in Nederland, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vorderingen van [X] kennis te nemen. De incidentele vordering zal derhalve worden afgewezen. Het subsidiaire beroep van [X] op artikel 9c Rv behoeft om die reden geen bespreking meer.

2.4.

[W] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst het gevorderde af,

3.2.

veroordeelt [W] in de kosten van het incident, aan de zijde van [X] tot op heden begroot op € 452,00,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 augustus 2017 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [W] .

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2017.1

1 type: coll: