Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:2696

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
5921576 WM VERZ 17-86
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Mulder. De officier van justitie is van mening dat betrokkene om onder het bereik van artikel 8 Wahv te vallen, een huurovereenkomst moet overleggen waaruit blijkt dat zij de verhuurder van de auto is. Met een huurovereenkomst waarop Avis staat met een afhaaladres in Schiphol en een website in Italië is niet aangetoond dat betrokkene, kentekenhouder Avis Budget Autovermietung GmbH in Duitsland, de verhuurder is. De kantonrechter is het oneens met de uitleg van de wet en de feiten door de officier van justitie en vernietigt de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

tevens aantekening mondelinge beslissing Wahv

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 5921576 WM VERZ 17-86

CJIB-nummer : 198554878

In de Mulder beroepszaak met het hierboven genoemde zaaknummer heeft

Avis Budget Autovermietung GmbH & Co KG,

gevestigd te Duitsland,

Zimmersmühlenweg 21

61440 Oberursel/Taunus, Duitsland,

hierna te noemen: betrokkene

een beroepschrift ingediend. Op de openbare zitting van 15 juni 2017 heeft mr. F.C. Berg, kantonrechter, mr P. Goossens namens de officier van justitie gehoord. Betrokkene is niet verschenen.

Het volgende is ter zitting voorgevallen, besproken en door de kantonrechter overwogen:

Aan betrokkene is op 14 juni 2016 een sanctie opgelegd van € 70,-- vermeerderd met € 9,-- administratiekosten, ter zake van een bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) omschreven gedraging die in strijd is met een op het verkeer betrekking hebbend voorschrift, te weten: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 10 km/h”, gepleegd op 1 juni 2016 rond 22.14 uur op de Wierdensestraat in de gemeente Almelo met een voertuig met Duits kenteken [kenteken] .

Betrokkene heeft bij (in het Engels gestelde) brief van 29 juni 2016, ontvangen op 12 juli 2016, administratief beroep ingediend. Kort gezegd wordt aan het administratief beroep ten grondslag gelegd dat de auto verhuurd was aan een met naam, adres en geboortedatum genoemde persoon uit Italië. Bijgevoegd is een huurovereenkomst van de auto waarop bovenaan de eerste bladzijde en onderaan de tweede bladzijde staat “Avis”. Het is een huurovereenkomst die blijkens de tekst zou zijn opgemaakt op 1 juni 2016, die die dag ingaat om 16.54 uur en loopt tot 12 juli 16.30 uur. De huurovereenkomst vermeldt dezelfde gegevens van de huurder, maar ook telefoonnummer en rijbewijsnummer. Het vermeldt “verhuurstation Amsterdam Schiphol balie Arrival hall, en als overeengekomen retour verhuurstation Düsseldorf Lohausen Flughaven. Bijgevoegd i ook een “merchant copy” van de creditcard pre-authorisatie van 1 juni 2016, 17.00 uur, met dezelfde handtekening als die op de huurovereenkomst bij de huurder is geplaatst, en dat bonnetje vermeldt bovenaan “Avis Budget Aankomstpassage 4, 1118 AX Schiphol.

De ontvangst is op 25 juli 2016 in het Nederlands en in het Engels bevestigd.

Bij in het Nederlands en in het Engels gestelde brieven van 31 oktober 2016 stelt de officier van justitie dat wordt gesteld dat het voertuig verhuurd was en dat daarmee kennelijk een beroep gedaan wordt op artikel 8 Wahv. De officier van justitie meent dat in de veerstrekte gegevens het volgende ontbreekt: “de naam van de verhuurder. Uit het contract moet duidelijk blijken wie de verhuurder was.”, of “the name of the rental company. The name of the rental company should be stated clearly in het [sic] rental contract.”

Uit het dossier blijkt daarop geen reactie.

De officier van justitie heeft het administratief beroep vervolgens op 7 januari 2017 “kennelijk ongegrond” verklaard. “Volgens artikel 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften kan de beschikking worden vernietigd als de kentekenhouder het voertuig heeft verhuurd. In dit geval is de kentekenhouder niet de verhuurder.” Deze beslissing is in het Nederlands aan betrokkene kenbaar gemaakt.

Betrokkene heeft bij (in het Duits gestelde) brief van 13 januari 2017 beroep ingesteld tegen deze beslissing en, zo begrijpt de kantonrechter, nog 18 andere. De brief is op 20 januari 2017 ontvangen. Meegedeeld wordt dat het huurcontract als bijlage was meegezonden met daarin het adres Amsterdam Schiphol balie, Aankomstpassage 5, Schiphol, 1118 AX, NL en voorts wordt meegedeeld dat dit adres het adres is van het verhuurstation van betrokkene, daar waar het voertuig verhuurd was. Dat adres, zo deelt betrokkene mee, was dus ook een adres van Avis Budget.

In het Nederlands en in het Duits is vervolgens op 8 februari 2017 de ontvangst bevestigd. Vervolgens is nog een foto van de gedraging aan het dossier toegevoegd.

De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de op het huurcontract vermelde Avis niet noodzakelijk dezelfde entiteit is als Avis Budget Autovermietung GmbH & Co KG, de kentekenhouder. Avis heeft verschillende vestigingen en die worden door het CVOM beschouwd als verschillende entiteiten. Op het contract wordt ook nog een website genoemd, www.avisautonoleggio.it, met emailadres customerservice@avis.nl. Voor het CVOM is niet helder dat het om de Duitse Avis gaat, daarom is de naam van de verhuurder opgevraagd. Daarop is geen reactie ontvangen. De officier van justitie stelt dat de onduidelijkheid nog steeds voortduurt, zodat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en bepaald dat hij uiterlijk twee weken later uitspraak zal doen. De kantonrechter overweegt nu het volgende.

Het beroep is tijdig ingesteld en betrokkene heeft binnen de bij de Wahv bepaalde termijn zekerheid gesteld, zodat het beroep ontvankelijk is.

Artikel 8 Wahv luidt voor zover voor deze zaak van belang als volgt:

De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, […], degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

a. […]

b. Een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig […] was, dan wel

c. […]

De kantonrechter ziet in deze wettelijke bepaling helemaal niet staan dat de kentekenhouder en de verhuurder dezelfde “entiteit” zouden moeten zijn. De kentekenhouder kan de sanctie ongedaan gemaakt krijgen indien hij aan de voorwaarden voldoet die artikel 8 noemt. Die voorwaarden houden naar de letter niet in dat hij aantoont dat hij zelf de verhuurder is.

Op grond van de letterlijke tekst van de wettelijke bepaling moet het standpunt van de officier van justitie dus reeds als onjuist worden beoordeeld.

Voor zover de wetgever echter toch bedoeld zou hebben dat de kentekenhouder dezelfde rechtspersoon is als de verhuurder, dan overweegt de kantonrechter dat uit de naam Avis op het huurcontract en de naam Avis Budget op de “merchant copy” van de creditcard pre-autorisatie voldoende blijkt dat het hier gaat om, wat de officier van justitie met een minder juridisch woord noemt, dezelfde “entiteit”, of in de woorden van de kantonrechter: om dezelfde rechtspersoon of zodanig gelieerde rechtspersonen dat zij voor de toepassing van artikel 8 Wahv als een en dezelfde rechtspersoon (betrokkene) moeten worden beschouwd.

De kantonrechter is van oordeel dat een andere, striktere uitleg van artikel 8 Wahv, dat gelieerd zijn niet voldoende zou zijn, zich in deze zaak slecht verhoudt tot de Europese vrijheid van dienstverlening en het verbod op discriminatie van buitenlandse Europese ondernemers.

Immers, de autoverhuurbranche is bij uitstek een branche waarin naast lokale deelnemers ook grote ondernemingen internationaal opereren. Internationaal opereren in de autoverhuur zal naar de kantonrechter vooronderstelt impliceren dat gebruik wordt gemaakt van een meervoud aan rechtspersonen onder één holding met één of meerdere handelsnamen. Voor die grotere internationaal opererende ondernemingen zullen lokale, nationale, Europese en andere buitenlandse regelgevingen op het gebied van kort- en langdurige autoverhuur en kentekenregistratie, het vastgoedrecht, het arbeidsrecht, de luchthavenregelgeving en financiële en fiscale aspecten een rol spelen bij de wijze waarop de onderneming vennootschapsrechtelijk wordt gestructureerd. De meest strikte interpretatie, zoals de officier van justitie die misschien voorstaat, kan wat betreft de bescherming onder artikel 8 Wahv belemmerend werken voor de vrijheid van dienstverlening binnen de EU en kan discriminerend zijn voor grotere, in een structuur van diverse rechtspersonen georganiseerde buitenlandse Europese autoverhuurbedrijven ten opzichte van kleine, lokale autoverhuurbedrijfjes.

De conclusie is hoe dan ook dat het beroep gegrond moet worden verklaard en dat de beslissing niet in stand kan blijven.

Nu ook aan de andere voorwaarden van artikel 8 Wahv is voldaan, moet in vervolg op die vernietiging ook het administratief beroep gegrond verklaard worden en moet de inleidende sanctiebeschikking worden vernietigd.

Beslissing:

Verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze.

Verklaart het beroep tegen de inleidende sanctie gegrond en vernietigt deze.

Bepaalt dat hetgeen door betrokkene aan zekerheid is gesteld aan betrokkene wordt terugbetaald.

Aldus gegeven te Almelo door mr. F.C. Berg, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van J. Hesselink, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 20 juni 2017.

Afschrift toegezonden aan betrokkene en de officier van justitie op:

Gelet op artikel 14, eerste lid, Wahv, de vernietiging van de sanctie en het gegeven dat de sanctie aanvankelijk niet meer bedroeg dan € 70 in het licht van de jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, staat tegen deze uitspraak noch voor betrokkene noch voor de officier van justitie enig rechtsmiddel open.