Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:2623

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-06-2017
Datum publicatie
29-06-2017
Zaaknummer
C/08/199027 / HA ZA 17-112
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing provisionele vordering, artikel 223 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/199027 / HA ZA 17-112

Vonnis in incident van 21 juni 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DREAM WELL B.V.,

statutair gevestigd te Werkendam,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. K.T. Op de Hoek te Oud-Beijerland,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KEY WEST BEDDING B.V.,

gevestigd te Hengelo (O) en kantoorhoudende te Enschede,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. de rechtspersoon naar Duits recht

KEY WEST BEDDING GmbH,

gevestigd te Schütdorf, Duitsland,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. A.A. Bos te Zwolle.

Partijen zullen hierna afzonderlijk Dream Well, Key West Bedding B.V., [gedaagde 2] ,
Key West Bedding GmbH en gezamenlijk KWB c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 januari 2017 tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 223 Rv van 26 april 2017,

  • -

    de akte uitlating/overleggen producties aan de zijde van Dream Well van 24 mei 2017,

- de akte uitlating producties in het incident aan de zijde van KWB c.s. van 7 juni 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

Dream Well exploiteert een bedrijf dat meubels fabriceert, repareert en stoffeert. Zij is gespecialiseerd in maatwerkmatrassen en scheepsstoffering.

2.2.

Key West Bedding B.V. exploiteert een groothandel in bedden, bedbodems en

boxspring bedden.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

Dream Well vordert bij dagvaarding om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- de koopovereenkomsten te ontbinden;

- primair KWB c.s. hoofdelijk te veroordelen tot het op eigen kosten terugnemen van de geleverde matrassen, alsmede tot terugbetaling van de door Dream Well betaalde koopsommen binnen 2 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente daarover vanaf de respectieve betaaldata en de buitengerechtelijke kosten van € 1.167,97 deze te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 december 2015, althans vanaf de datum van dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

subsidiair tot vergoeding van de door Dream Well geleden en te lijden (gevolg-) schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- met hoofdelijke veroordeling van KWB c.s. in de proceskosten, die van de advocaat daaronder begrepen, alsmede in de nakosten conform het liquiditeitstarief van € 131,00 indien vrijwillig wordt nagekomen en € 199,00 in geval betekening van het vonnis noodzakelijk is.

3.2.

Dream Well stelt daartoe - kort en zakelijk weergegeven - dat zij overeenkomsten heeft gesloten met Key West Bedding B.V. met betrekking tot de koop en de levering van matrassen. Dream Well stelt dat de aan haar geleverde matrassen niet voldeden aan de overeenkomsten en ook niet aan de in redelijkheid aan zulke matrassen te stellen eisen. Achteraf is gebleken dat twee van de drie opdrachtbevestigingen op naam van

Key West Bedding GmbH staan. Dream Well spreekt zowel Key West Bedding B.V., als Key West Bedding GmbH aan om te voorkomen dat beide bedrijven naar elkaar wijzen. Tevens spreekt Dream Well [gedaagde 2] aan omdat hij bij beide vennootschappen bestuurder en aandeelhouder is en de volledige zeggenschap heeft over zowel Key West Bedding B.V., als Key West Bedding GmbH. KWB c.s. is volgens Dream Well ex artikel 6:74 BW toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomsten welke tekortkomingen haar kan worden toegerekend. Verder is de handelwijze van KWB c.s. (het willens en wetens vertragen van de afhandeling van klachten, het verschuilen achter vennootschappen etc.) onrechtmatig jegens Dream Well. Door het wanpresteren alsmede het onrechtmatig handelen van KWB c.s., lijdt Dream Well schade. Dream Well heeft KWB c.s. in gebreke gesteld en aansprakelijk gesteld voor de door Dream Well geleden en nog te lijden schade.

in het incident

3.3.

Dream Well vordert als provisionele vordering om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad KWB c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 39.297,20 aan Dream Well dan wel een door de rechtbank in goede justitie te betalen bedrag als voorschot op de terug te betalen koopsom althans de geleden schade, met veroordeling van KWB c.s. in de kosten van het incident.

3.4.

Dream Well stelt daartoe dat zij bij deze vordering een spoedeisend belang heeft. Bij e-mailbericht van 21 september 2016 heeft de heer [A] Dream Well gesommeerd om de matrassen binnen twee maanden om te ruilen en te vervangen.
Dream Well is van mening dat van haar niet kan worden gevergd dat zij in afwachting van de hoofdzaak de schade van ten minste € 39.297,20 voorfinanciert. Zij moet immers haar verplichtingen jegens haar klanten nakomen en omdat KWB c.s. haar in de steek laat, moet zij de matrassen zelf laten produceren en vervangen. Volgens Dream Well ligt de vordering in de hoofdzaak voor toewijzing gereed. Nu Key West Bedding B.V. al een deel van de matrassen wegens kwaliteitsproblemen heeft vervangen en [gedaagde 2] namens Dream Well

(kennelijk is bedoeld: Key West Bedding B.V. dan wel Key West Bedding GmbH) uitdrukkelijk heeft erkend dat de matrassen kwalitatief ondermaats zijn en
Key West Bedding B.V. deze zou vervangen, ligt de provisionele vordering ook voor toewijzing gereed.

3.5.

KWB c.s. concludeert in het incident om, uitvoerbaar bij voorraad, Dream Well in haar provisionele vordering niet-ontvankelijkheid te verklaren, althans haar provisionele vordering af te wijzen, met veroordeling van Dream Well in de kosten en de nakosten van het incident.

3.6.

KWB c.s. stelt daartoe dat Dream Well niet heeft voldaan aan haar stelplicht en bewijsaandraagplicht, omdat Dream Well haar vordering niet, althans in ieder geval volstrekt onvoldoende heeft gemotiveerd en zij ook geen bewijs heeft overgelegd. Volgens KWB c.s. heeft Dream Well geen dringend en spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding in de vorm van het gevorderde voorschot. Het enkele e-mailbericht van 21 september 2016 van ene [A] , waarin Dream Well zou zijn gesommeerd om de matrassen te vervangen, is onvoldoende. Daar komt bij dat de vordering in de hoofdzaak moet worden afgewezen, omdat de afgeleverde matrassen voldoen aan de overeenkomst en niet ondeugdelijk zijn. Dat

Key West Bedding B.V. enkele matrassen heeft vervangen, is slechts coulance halve en uit serviceoogpunt gedaan, zonder dat dit enige erkenning van aansprakelijkheid inhield.

KWB c.s. stelt zich verder op het standpunt dat er sprake is van een restitutierisico.
Dream Well is een vennootschap van zeer beperkte omvang waar maar een enkel persoon werkt en zij zal daarom een eventueel door KWB c.s. uit hoofde van een provisionele voorziening voldaan voorschot nooit kunnen terugbetalen, indien in de hoofdprocedure de vordering wordt afgewezen. Ten slotte stelt KWB c.s. dat de afweging van de belangen van partijen in dit incident in hun voordeel moet uitvallen. KWB c.s. heeft aan Dream Well een bankgarantie verstrekt ter hoogte van € 51.000,00. Dit bedrag heeft zij op een geblokkeerde bankrekening als contra zekerheid bij de bank moeten storten. Indien KWB c.s. ook nog het in het kader van deze provisionele vordering gevorderde voorschot zou moeten betalen, heeft zij al een bedrag van € 100.000,00 ten gunste van Dream Well betaald als zekerheid, terwijl er nog geen enkele inhoudelijke beoordeling door de rechter van de betwiste vordering heeft plaatsgevonden. Dat is onredelijk en onbillijk. Bovendien tast dit de liquiditeitspositie van KWB c.s. zodanig aan dat zij haar onderneming niet meer zal kunnen voeren en daardoor een forse omzetderving zal plaatsvinden.

3.7.

Dream Well heeft in reactie op het verweer van KWB c.s. bij akte aangevoerd dat de bankgarantie is verstrekt als vervangende zekerheid voor het opheffen van het conservatoire beslag. De uitkering door de bank van enig bedrag vindt enkel plaats zodra het vonnis in kracht van gewijde is gegaan. Van betaling van enig bedrag door

KWB c.s. aan Dream Well of de bank is tot op heden geen sprake geweest. Hiervoor dient nu juist de ingestelde provisionele vordering. Dream Well is door het handelen van

KWB c.s. in ernstige liquiditeitsnood geraakt, welke nood steeds hoger zal worden. De schade voor Dream Well loopt door het jarenlang stilzitten van KWB c.s. steeds verder op. Dream Well is door [A] meermaals aangemaand.

3.8.

KWB c.s. heeft bij antwoordakte gesteld dat het restitutierisico vast staat, nu Dream Well zelf heeft gesteld in liquiditeitsnood te zijn geraakt door het geschil.

4 De beoordeling in het incident

Processueel belang

4.1.

Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv kan tijdens een aanhangig geding iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Een voorlopige voorziening als hier bedoeld kan pas worden gevorderd indien en nadat de bodemprocedure aanhangig is gemaakt, terwijl de incidentele vordering moet samenhangen met de vordering in de hoofdzaak. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering aan deze criteria wordt voldaan, zodat Dream Well ontvankelijk is in haar vordering.

Inhoudelijke beoordeling

4.2.

Voor de vraag of plaats is voor toewijzing bij voorraad van een geldvordering in het kader van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 223 Rv dient de rechter, evenals in kort geding, te onderzoeken of de vordering van de eiser voldoende aannemelijk is en of een spoedeisend belang bestaat, terwijl bij de afweging van de belangen van partijen mede het restitutierisico wordt betrokken (vergelijk HR 28 mei 2004, LJN: AP0263).

4.3.

De rechtbank is van oordeel dat in dit stadium van de procedure geen sprake is van een situatie waarin te verwachten is dat de vordering met een grote mate van waarschijnlijkheid door de bodemrechter zal worden toegewezen. KWB c.s. betwist immers uitdrukkelijk dat de matrassen van inferieure kwaliteit zijn en dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomsten. Voorts betwist KWB c.s. gemotiveerd dat Dream Well schade heeft geleden en dat deze op KWB c.s. verhaald kan worden. Daar komt bij dat voldoende aannemelijk is dat er sprake is van een aanmerkelijk restitutierisico, nu Dream Well zelf heeft gesteld dat zij in liquiditeitsnood is geraakt. Hieruit kan worden afgeleid dat het niet aannemelijk is dat Dream Well indien nodig in staat zal zijn het voorschot terug te betalen. Reeds gelet hierop zal de incidentele vordering van Dream Well om KWB c.s. te veroordelen tot betaling van € 39.297,20 worden afgewezen.

4.4.

Dream Well zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt Dream Well in de kosten van het incident, aan de zijde van KWB c.s. tot op heden begroot op € 894,00,

5.3.

veroordeelt Dream Well in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Dream Well niet binnen

14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 augustus 2017 voor conclusie van antwoord aan de zijde van KWB c.s..

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2017.1

1 type: coll: