Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:2585

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
C/08/203143 / KG ZA 17-197
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot schorsing van de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders tot ontslag en schorsing van de statutair bestuurder en opzegging van de managementovereenkomst, alsmede een vordering tot doorbetaling van de managementfee.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3301
OR-Updates.nl 2017-0204
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/203143 / KG ZA 17-197

Vonnis in kort geding van 22 juni 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SIMARC BEHEER B.V.,

gevestigd te Hengelo,

eiseres,

advocaat mr. A.C. Huisman te Enschede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SECURION VASTGOED B.V.,

gevestigd te Hengelo,

gedaagde,

advocaat mr. C.P.B. Kroep te Enschede.

Partijen zullen hierna Simarc en Securion genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Securion.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Securion Vastgoed heeft een drietal deelnemingen:

1. Securion B.V. (hierna: “Securion”) gevestigd in Hengelo;

2. Securion Investments B.V., gevestigd in Hengelo;

3. Luka Security B.V. (hierna: “Luka”), gevestigd in Oldenzaal.

2.2.

De vennootschappen Securion en Luka drijven een onderneming op het gebied van o.a.

beveiligingswerkzaamheden. Simarc, met de heer [A] als statutair bestuurder en enig aandeelhouder, houdt zich bezig met de dagelijkse gang van

zaken bij Luka in Oldenzaal. De overige twee aandeelhouders, tevens bestuurders van Securion, te weten Archimedes Robsen B.V. (hierna: “Archimedes”) met de heer [C] als statutair bestuurder en Rebo Groep B.V., (hierna: “Rebo”) met als statutair bestuurder [D] , houden zich bezig met de dagelijkse gang van zaken bij Securion in Hengelo.

2.3.

[A] en [C] hielden (indirect) 50% van de aandelen en waren (indirect) statutair bestuurder van Securion. In april 2014 hebben zij via hun B.V.’s Simarc en Archimedes Luka Security overgenomen en daarvoor Luca Security B.V. opgericht.

2.4.

[D] is per 1 maart 2016 in loondienst gekomen bij Securion.

2.5.

Omdat [A] en Archimedes met het oog op de toekomst een stapje terug wilden doen, zijn zij met [D] in gesprek gegaan.

2.6.

Dit heeft geleid tot de overeenkomst met [D] , die op 27 januari 2016 door [A] en [C] namens Securion en Luka is ondertekend.

2.7.

Op 19 augustus 2016 is tussen dezelfde partijen een aanvullende overeenkomst gesloten.

2.8.

Rebo heeft 10% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Securion verkregen, doordat Simarc en Archimedes ieder 5% van de door hen gehouden aandelen aan Rebo hebben overgedragen. [D] is (indirect) statutair bestuurder van Securion geworden.

Op 2 januari 2017 of kort daarna zijn door partijen diverse akten en overeenkomsten ondertekend, waaronder:

  1. de akte van levering van aandelen aan Rebo;

  2. de akte van statutenwijziging (hierna: de statuten) waarin wordt geanticipeerd op de gewijzigde aandelenverhouding;

  3. de managementovereenkomst (hierna: de managementovereenkomst) getekend op 4 januari 2017, gedateerd 2 januari 2017 tussen Securion en onder andere Simarc.

2.9.

Bij aandeelhoudersbesluit van 27 december 2016 is besloten tot de uitgifte van letteraandelen A, B en C. Deze uitgifte heeft na de overdracht van de aandelen en de statutenwijziging, bij akte van uitgifte van 2 januari 2017, plaatsgevonden. Op grond hiervan is de aandelenverhouding als volgt:

  1. Archimedes is houder van 810 (45%) gewone aandelen, 18 (18%) letteraandelen A, 64 (64%) letteraandelen B en 18 (18%) letteraandelen C; en

  2. Simarc is houder van 810 (45%) gewone aandelen, 64 (64%) letteraandelen A, 18 (18%) letteraandelen B en 18 (18%) letteraandelen C; en

  3. Rebo is houder van 180 (10%) gewone aandelen, 18 (18%) letteraandelen A, 18 (18%) letteraandelen B en 64 (64%) letteraandelen C.

2.10.

Naar aanleiding van een op 26 mei 2016 gedateerde oproep, heeft op

6 juni 2017 heeft een algemene vergadering plaatsgevonden van de gewone en van de letter B aandeelhouders van Securion. In de algemene vergadering is door Archimedes en Rebo, besloten tot:

1) het ontslag met onmiddellijke ingang van Simarc als statutair bestuurder van Securion en indien en voor zover het voornoemde beslag onverhoopt (ver)nietig(baar)

mocht blijken te zijn;

2) (subsidiair) schorsing met onmiddellijke ingang van Simarc als statutair bestuurder van

Securion; en

3) beëindiging van de managementovereenkomst tussen Simarc en Securion.

De besluiten zijn vastgelegd in de notulen van 7 juni 2017.

2.11.

Bij brief van 7 juni 2017 hebben [C] namens Archimedes en [D] namens Rebo de managementovereenkomst met Simarc opgezegd.

2.12.

Simarc heeft zich hierdoor genoodzaakt gezien om dit kort geding te entameren.

3 Het geschil

3.1.

Simarc vordert samengevat - de besluiten van de algemene vergadering van Securion tot ontslag en schorsing van Simarc als statutair bestuurder van Securion almede het besluit tot opzegging van de managementovereenkomst te schorsen totdat in de binnen twee maanden na het in deze procedure te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, aanhangig te maken bodemprocedure op de rechtsgeldigheid van de benomen besluiten bij eindvonnis is beslist. Voorts vordert Simarc Securion op straffe van verbeurte van een dwangsom te gebieden tot doorbetaling van de managementfee gedurende de hiervoor genoemde termijn, althans gedurende zes maanden na de opzegging van de overeenkomst op 7 juni 2017, althans een door de voorzieningenrechter te noemen termijn en haar te gebieden Simarc toegang te verschaffen tot de bedrijfspanden van Securion en Luka in Hengelo en Oldenzaal en haar in staat te stellen haar werkzaamheden als statutair bestuurder uit te voeren. Tot slot vordert Simarc veroordeling van Securion in de kosten van deze procedure.

3.2.

Simarc legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de besluiten tot het ontslag en de schorsing van Simarc als statutair bestuurder en het besluit tot opzegging van de managementovereenkomst niet rechtsgeldig zijn genomen. Met betrekking tot de besluiten tot ontslag en schorsing, die volgens haar in strijd met de statuten zijn genomen en derhalve nietig zijn ex artikel 2:14 van het Burgerlijk Wetboek (BW), dan wel vernietigbaar ex artikel 2:15 BW, stelt Simarc dat partijen hebben beoogd te voorkomen dat twee aandeelhouders het onderling op een akkoordje zouden gooien teneinde de andere aandeelhouder (en bestuurder) buiten spel te zetten. Gelet hierop zou, in lijn met artikel 2:244 lid 1 BW, strikt genomen in de statuten moeten zijn opgenomen dat het orgaan, de algemene vergadering van houders van letter aandelen B, bevoegd is tot benoemen, schorsing en ontslag van bestuurder B (Simarc) enzovoorts. Verzuimd is echter om de bevoegdheid tot ontslag specifiek aan het betreffende orgaan, de algemene vergadering van houders van letteraandelen A ten aanzien van bestuurder A, de algemene vergadering van houders van letteraandelen B ten aanzien van bestuurder B enzovoorts expliciet in de statuten op te nemen. Blijkens het aandeelhoudersbesluit hebben partijen wel een regeling voor ogen gehad waarbij de positie van een bestuurder (en aandeelhouder) ten opzichte van de overige aandeelhouders wordt beschermd. Ook de opzegging van de managementovereenkomst is volgens Simarc nietig, dan wel vernietigbaar. Simarc wijst er in dat kader op dat partijen de bedoeling hebben gehad om opzegging van de managementovereenkomst door de overige aandeelhouders c.q. bestuurders te voorkomen. De argumenten die zijn aangedragen om te komen tot ontslag subsidiair schorsing van Simarc kunnen die besluiten niet dragen, aldus Simarc.

3.3.

Securion voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In dit kort geding staat vast dat op 6 juni 2017 een vergadering heeft plaatsgevonden van aandeelhouders van gewone aandelen en van prioriteitsaandelen B van Securion Vastgoed B.V. De (indirecte) aandeelhouders zijn telkens de heren [C] , [D] en [A] . Hun persoonlijke holdings Archimedes Robsen B.V.,

Rebo Groep B.V. en Simarc Beheer B.V. zijn tevens statutair bestuurder van Securion Vastgoed B.V. Waar alle drie genoemde natuurlijke personen aanwezig waren en derhalve tevens alle drie de statutair bestuurders kon tevens sprake zijn van een bestuursvergadering. Zoals hiervoor in dit vonnis al is uiteengezet is ter voornoemde aandeelhoudersvergadering Simarc Beheer B.V. met onmiddellijke ingang als statutair bestuurder ontslagen dan wel subsidiair geschorst terwijl bovendien, eveneens met onmiddellijke ingang de managementovereenkomst tussen Securion en Simarc is beëindigd. Simarc roept de nietigheid dan wel vernietigbaarheid in van voornoemde aandeelhoudersbesluiten tot ontslag en tot schorsing en betwist de rechtsgeldigheid van de ontbinding van de managementovereenkomst. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

Het ontslag

4.2.

Het wettelijk uitgangspunt met betrekking tot ontslag van de statutair bestuurder is weergegeven in artikel 2: 244 BW. Iedere bestuurder kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door het orgaan dat bevoegd is tot benoeming. De statuten kunnen bepalen dat een bestuurder kan worden ontslagen door een ander orgaan tenzij de benoeming door de Raad van commissarissen geschiedt. Op 2 januari 2017 heeft [D] via zijn holding ReBo Groep BV een 10% – belang verkregen in Securion. Rebo Groep is per die datum, net zoals de beide andere aandeelhouders, (opnieuw) benoemd tot statutair directeur van Securion. (productie 13 bij dagvaarding). In het traject naar benoeming van Rebo/ [D] en gedeeltelijke overdracht van de aandelen aan hem heeft het nodige overleg plaatsgevonden over de structuur en de bevoegdheden na toetreding van Rebo. Met name Simarc bij monde van [A] was op zoek naar beschermingsconstructies met betrekking tot haar positie als statutair directeur en met betrekking tot de managementovereenkomst. Uiteindelijk heeft het overleg geleid tot uitgifte van prioriteitsaandelen A, B en C en tot de totstandkoming van een op 2 januari 2017 ondertekende managementovereenkomst. Op basis van de overgelegde stukken en de door partijen gegeven toelichting oordeelt de voorzieningenrechter dat met betrekking tot de beide onderwerpen in ieder geval het navolgende vaststaat.

4.3.

Het ontslag van de statutaire directie is voorbehouden aan de prioriteitsaandeelhouders, Artikel 17 van de op 2 januari 2017 gewijzigd vastgestelde statuten (productie 6 bij dagvaarding) bepaalt in lid 3 dat in de aandeelhoudersvergaderingen aandelen A, of aandelen B of aandelen C slechts ontslag mag worden genomen met een versterkte meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte stemmen. De voorzieningenrechter voegt daaraan toe dat hij aanneemt dat met ontslag nemen ook ontslag verlenen wordt bedoeld, omdat anders immers van een zinloze bepaling sprake zou zijn. Uit deze regeling kan worden afgeleid dat partijen via de regeling van de prioriteitsaandelen hebben beoogd invulling te geven aan de tweede volzin van artikel 2: 244 BW. Nadrukkelijk is immers in artikel 17 van de statuten of elders niet ook de benoeming van statutair bestuurders aan de vergadering van prioriteitsaandelenhouders A, B of C opgedragen. Benoeming door de gewone aandeelhouders als bepaald in artikel 16 van de statuten is derhalve ontkoppeld van het ontslag als bepaald in artikel 17 van de statuten. Zoals uit het aandeelhoudersbesluit van de drie aandeelhouders van 26 januari 2017

(productie 13 bij dagvaarding) ook blijkt zijn bij dat besluit de drie aandeelhouders benoemd tot statutair directeur overeenkomstig artikel 16 van de statuten. Het gaat dan om de algemene vergadering van gewone aandeelhouders.

4.4.

Blijkens de akte van uitgifte van de letteraandelen van 2 januari 2017 (productie 9 bij dagvaarding) zijn aan Simarc 64 aandelen B, aan Archimedes 18 aandelen B, en aan Rebo eveneens 18 aandelen B uitgegeven. Aldus was Simarc in staat om haar ontslagverlening in de aandeelhoudersvergadering van aandelen B tegen te houden nu ontslag immers slechts kan worden verleend met 2/3 van de uitgebrachte stemmen. Jegens Archimedes en Rebo is een zelfde constructie van kracht waar het gaat om de aandeelhoudersvergadering A of C.

4.5.

Het logische gevolg van het hiervoor gestelde en de statutaire regeling waar het gaat om ontslag van de statutair directeuren brengt met zich mee dat tijdens de vergadering van aandeelhouders van prioriteitsaandelen B, waar Simarc niet voor haar eigen ontslag heeft gestemd, niet de statutair voorgeschreven 2/3 meerderheid kon worden behaald. Het ter vergadering (niettemin) genomen besluit tot ontslag van Simarc is derhalve in strijd met de statuten en in zoverre, conform de stellingname van Simarc in deze procedure, nietig uit hoofde van het bepaalde in artikel 2:14 lid 1 BW.

4.6.

Door Securion is omstandig en gedetailleerd betoogd dat geen beroep op nietigheid of vernietigbaarheid ex artikel 2:14 BW of artikel 2:15 BW kan worden gedaan als dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Van zodanige situatie zou hier sprake zijn. Door Securion is een lange opsomming van verwijten die aan Simarc/ [A] worden gemaakt gepresenteerd. Die verwijten zijn divers van aard, deels ernstig en deels minder ernstig. Daar staat tegenover dat Simarc/ [A] die verwijten reeds bij dagvaarding en vervolgens ter gelegenheid van de pleidooien gemotiveerd heeft weersproken of in een bepaald daglicht heeft gesteld. Binnen het bestek van een kort geding als het onderhavige kan over de aard en de ernst van de verwijten en het gevolg daarvan, indien één of meer verwijten gegrond zouden zijn, niet ten gronde worden beslist. Enerzijds kunnen in een kort geding slechts voorlopige voorzieningen worden getroffen, anderzijds laat zich aanzien dat getuigen over en weer zouden moeten worden gehoord om de verwijten en de weerspreking daarvan op waarde te schatten. Daarvoor is in een kort geding geen ruimte. De voorzieningenrechter kan dan ook vooralsnog niet tot het oordeel komen dat de naar zijn oordeel evidente nietigheid van het ontslagbesluit alsnog wordt gedekt omdat het beroep op nietigheid in dit geval onaanvaardbaar zou zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Conform de eis van Simarc zal dan ook het besluit tot ontslag van Simarc worden geschorst op de wijze als gevorderd.

De schorsing

4.7.

Ter aandeelhoudersvergadering is subsidiair besloten tot onmiddellijke schorsing van Simarc als statutair directeur voor het geval zou blijken dat het ontslagbesluit nietig is. Simarc vordert tevens schorsing van het schorsingsbesluit op grond van zijn stelling dat het orgaan dat bevoegd is tot ontslagverlening tevens bevoegd is tot schorsing. Dat orgaan is derhalve in dit geval de vergadering van prioriteit aandeelhouders B alwaar met dezelfde versterkte meerderheid tot schorsing had kunnen worden besloten. Waar dat in casu niet is gebeurd is derhalve, naar de stelling van Simarc, ook het schorsingsbesluit nietig of vernietigbaar. Bovendien is naar haar stelling het schorsingsbesluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 BW.

4.8.

De voorzieningenrechter oordeelt vooralsnog dat geen doorslaggevende grond aanwezig is voor de stelling van Simarc dat het orgaan dat haar ontslag kan verlenen ook het orgaan is dat kan schorsen. Artikel 2:244 BW geeft in de tweede volzin van lid 1 de statutaire ruimte om te bepalen dat de ontslagbevoegdheid aan een ander orgaan dan de reguliere algemene vergadering van aandeelhouders toekomt. De in de eerste volzin van lid 1 omschreven schorsingsbevoegdheid wordt daarbij niet genoemd. Uit de door partijen in het geding gebrachte stukken blijkt ook vooralsnog niet dat partijen hebben beoogd ook de schorsingsbevoegdheid bij de vergadering van de betreffende prioriteitsaandeelhouders neer te leggen. Blijkens het aandeelhoudersbesluit van 27 december 2016 (productie 8 bij dagvaarding) hebben de (toenmalige) aandeelhouders Archimedes en Simarc vastgelegd dat statutair de mogelijkheid zal worden geschapen om letter aandelen uit te geven, waarbij deze letteraandelen uitsluitend tot doel hebben het ontslaan van de directeur van de vennootschap te regelen. In het aandeelhoudersbesluit van 26 januari 2017 (productie 13 bij dagvaarding) is vastgelegd dat conform artikel 17 lid 3 van de statuten (onder meer) de aandeelhoudersvergadering van de aandelen B prioriteit hebben ter zake het ontslag van bestuurder B. In artikel 3 van de statuten is bepaald dat de letteraandelen A, B en C uitsluitend ten doel hebben een prioriteit te hebben bij het ontslaan van bestuurders. De voorzieningenrechter ziet niet in waarom het op correcte wijze volgen van de statutaire weg in dit geval tot een onredelijke en onbillijke uitkomst zou leiden.

4.9.

In dit kort geding kan er dan ook niet van worden uitgegaan dat ook het schorsingsbesluit toekomt aan een ander orgaan dan de reguliere algemene vergadering van aandeelhouders. Dat impliceert dat het door Simarc betwiste schorsingsbesluit in beginsel rechtsgeldig is genomen. Dat neemt overigens niet weg dat partijen, door de constructie die zij hebben gekozen met betrekking tot het ontslag van de statutair bestuurder hebben ingebouwd dat een schorsingsbesluit niet onbeperkt kan duren. Waar normaliter een schorsingsbesluit het beslissend orgaan en de bestuurder in de gelegenheid stelt zich op hun wederzijdse positie te beraden en mogelijkerwijze tot een ontslagbesluit te komen, staat binnen de door partijen gekozen constructie vast dat in ieder geval langs de statutair voorgeschreven weg niet tot een ontslag tegen de wil van de bestuurder kan worden gekomen. Waar ter zitting ook naar het oordeel van partijen duidelijk is gebleken dat de verhouding tussen de aandeelhouders/directieleden ernstig en onherstelbaar is verstoord geraakt veronderstelt de voorzieningenrechter dat partijen de periode van schorsing zullen aanwenden om te bezien tot welke consequenties die verstoorde verhouding zal moeten leiden. Nu dat niet past binnen de vordering van Securion met betrekking tot de schorsing is het niet aan de voorzieningenrechter om iets te beslissen over de termijn waarbinnen de onderhavige schorsing redelijkerwijze zou mogen voort duren. Op grond van het hiervoor gestelde zal de voorzieningenrechter in ieder geval de vordering tot schorsing van het schorsingsbesluit afwijzen.

De managementovereenkomst

4.10.

Ter vergadering van 6 juni 2017 is blijkens de notulen (productie 12 bij dagvaarding) met meerderheid van stemmen besloten om de managementovereenkomst tussen Securion en Simarc met onmiddellijke ingang te beëindigen. De voorzieningenrechter oordeelt dat, in strijd met de stellingen van Simarc, uit de managementovereenkomst niet blijkt dat beëindiging slechts met goedkeuring van alle aandeelhouders kan plaatsvinden. Die tekst is wel terug te vinden in de aanvankelijke concept – overeenkomst (productie 15 bij dagvaarding) maar die tekst is niet opgenomen in de managementovereenkomst die blijkens de dagtekening op 2 januari 2017 door partijen, waaronder Simarc/ [A] , is ondertekend (productie 7 bij dagvaarding). Artikel 4 van de managementovereenkomst, dat onder meer gaat over de wijze van beëindiging, is tekstueel duidelijk. De overeenkomst kan worden beëindigd met inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden en kan met onmiddellijke ingang worden beëindigd indien een partij haar verplichtingen uit de overeenkomst niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt (na ingebrekestelling), bij faillissement of indien wordt gehandeld in strijd met de bepalingen van de managementovereenkomst. Van dit laatste is naar de stellingen van Securion sprake omdat Simarc met name artikel 1 lid 2 van de managementovereenkomst overtreedt doordat zij niet alles zou doen en nalaten wat een goed directeur behoort te doen en na te laten. De voorzieningenrechter merkt op dat in de uiteindelijke managementovereenkomst het beëindigingsbesluit niet meer is voorbehouden aan aandeelhouders, zoals dat in het concept is verwoord. Logischerwijze komt derhalve kennelijk het besluit toe aan het bestuur van Securion, dat op de aandeelhoudersvergadering van 6 juni 2017 volledig bijeen was. Niet is gebleken dat zodanig besluit anders dan met meerderheid van stemmen genomen zou moeten worden.

4.11.

Hiervoor in dit vonnis is al overwogen dat de concrete verwijten die aan Simarc worden gemaakt en het gewicht dat aan die verwijten, zo al geheel of ten dele juist, moet worden toegekend niet binnen het beperkte kader van dit kort geding kan worden beoordeeld. In ieder geval kan de voorzieningenrechter binnen dit kort geding niet vaststellen dat er sprake is van dusdanig verwijtbaar gedrag aan de zijde van Simarc dat dit voldoende grond oplevert om de managementovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen. Uit het hiervoor gestelde volgt derhalve logischerwijze dat wel toewijsbaar is de vordering tot doorbetaling van managementfee tot maximaal zes maanden na de opzegging, maar niet de vordering tot schorsing van het besluit tot opzegging van de managementovereenkomst. Dat besluit is immers binnen de statutaire bevoegdheden en de bepalingen van de managementovereenkomst zelf op rechtsgeldige wijze genomen. Nu het besluit als zodanig ligt binnen de risicosfeer van Securion staat de schorsing van Simarc als statutair bestuurder niet in de weg aan doorbetaling van de fee gedurende de maximale termijn als hiervoor vermeld.

4.12.

Waar het gaat om de overige vorderingen is niet toewijsbaar de vordering om Simarc toegang te verschaffen tot de bedrijfspanden, nu immers het besluit tot schorsing van Simarc niet wordt geschorst, terwijl de dwangsomvordering thans nog slechts betrekking heeft op betaling door Securion van een geldsom ( de fee) en derhalve in zoverre de dwangsomvordering niet voor toewijzing vatbaar is.

4.13.

Voor de goede orde benadrukt de voorzieningenrechter dat het in dit vonnis neergelegde oordeel naar haar aard een voorlopig oordeel is en dus niet prejudiciëert op de in een mogelijke bodemprocedure te nemen beslissingen.

4.14.

De voorzieningenrechter oordeelt dat beide partijen deels in het gelijk worden gesteld zodat er reden is om de proceskosten te compenseren zodat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

schorst het besluit van de algemene vergadering van Securion Vastgoed tot ontslag van Simarc als statutair bestuurder van Securion Vastgoed totdat in de binnen twee maanden na de datum van dit vonnis aanhangig te maken bodemprocedure over de rechtsgeldigheid van het genomen ontslagbesluit bij eindvonnis is beslist,

gebiedt Securion Vastgoed om aan Simarc de uit hoofde van de managementovereenkomst verschuldigde managementfee door te betalen gedurende maximaal zes maanden na de opzegging van de managementovereenkomst op 7 juni 2017,

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

compenseert de proceskosten tussen partijen zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo op 22 juni 2017 door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en aldaar op die datum uitgesproken in het bijzijn van de griffier.