Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:2517

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
08.730021-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 57-jarige man tot een gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar voor het telen van hennepplanten in vereniging. Daarnaast legt de rechtbank de man een taakstraf op van 180 uur.

Ontnemingsbeslissing. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €27.500 aan de Staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.730021-16 (P)

Datum vonnis: 20 juni 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 juni 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G.R.C. Nijpels en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. M.J.H. Mühlstaff, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging van 6 juni 2017 - kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november 2015 in Deventer bedrijfsmatig samen met anderen hennepplanten heeft geteeld en/of hennep aanwezig heeft gehad, dan wel hier medeplichtig aan is geweest;

feit 2: in de periode van 1 mei 2015 tot en met 23 november 2015 in Deventer samen met anderen elektriciteit heeft gestolen, dan wel hier medeplichtig aan is geweest.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november 2015 te Deventer in de uitoefening van beroep of bedrijf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) 6103 gram hennep en/of een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1091, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die Wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1091, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen

daarvan);

althans, indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou leiden

een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november2015 te Deventer in de uitoefening van beroep of bedrijf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van 6103 gram en/of een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1091, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die Wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1091, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan) tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november 2015 te Deventer opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen en/of twee trailers aan te schaffen/op naam te stellen en/of deze trailers (in het door hem gehuurde pand aan de

[adres 2] ) ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon/personen voor de teelt/het kweken van hennepplanten en/of de opslag van genoemde hoeveelheden hennep (in de vriezer);

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 23 november 2015 te Deventer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in een pand gelegen aan de [adres 2] ) heeft weggenomen 74.636 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

althans, indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou leiden

een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november 2015 te Deventer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in een pand gelegen aan de [adres 2] ) heeft weggenomen 74.636 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis BV., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november 2015 te Deventeropzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de diefstal van elektriciteit en/of de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen en/of twee trailers aan te schaffen/op naam te stellen en/of deze trailers (in het door hem gehuurde pand aan de [adres 2] ) ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven persoon/personen voor de teelt/het kweken van hennepplanten en/of de diefstal van elektriciteit.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat het openbaar ministerie in de onderhavige strafzaak niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De raadsman van verdachte heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte geen bijstand van een advocaat tijdens het verhoor heeft gehad, nu aan verdachte alleen is gevraagd of hij voorafgaand aan het verhoor met een advocaat wilde praten. Hierop heeft verdachte geantwoord ‘geen advocaat’.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is, omdat de raadsman van verdachte niet heeft onderbouwd welk belang van verdachte zou zijn geschonden.

De rechtbank stelt vast dat op grond van de door de wetgever gebezigde woorden ‘uitdrukkelijk onderbouwd standpunt’ moet worden aangenomen dat niet ieder ter terechtzitting ingenomen standpunt bij niet-aanvaarding noopt tot een nadere motivering door de rechtbank. Hierbij moet op grond van die bewoordingen worden aangenomen dat de verdachte of zijn raadsman, dan wel het openbaar ministerie - wil het ingenomen standpunt de verplichting tot beantwoording scheppen - zijn standpunt duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de rechtbank naar voren dient te brengen.

De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval door de verdediging geen ‘uitdrukkelijk onderbouwd standpunt’ is ingenomen, nu het standpunt niet door argumenten is geschraagd en niet is voorzien van een ondubbelzinnige conclusie. Dit door de verdediging ingenomen standpunt noopt de rechtbank dan ook niet tot een nadere motivering en het verweer wordt verworpen.

De rechtbank heeft derhalve vastgesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op maandag 23 november 2015 is door de politie een onderzoek ingesteld naar een bedrijfspand aan de [adres 2] te Deventer. In het bedrijfspand stonden onder andere twee opleggers. Na onderzoek bleek dat in beide opleggers een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was.

Verdachte was de huurder van het bedrijfspand aan de [adres 2] te Deventer. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij wegens financiële problemen heeft toegestaan dat derden in de opleggers in zijn bedrijfspand een hennepkwekerij hebben opgebouwd.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder
2 ten laste gelegde – de diefstal van elektrische stroom in vereniging – omdat dit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor het onder 1 primair ten laste gelegde – het telen van hennep in vereniging.

Kortgezegd heeft de officier van justitie hiertoe aangevoerd dat gelet op het aantreffen van de hennepkwekerijen in de trailers in de loods, die door verdachte werd gehuurd, alsmede de verklaring van verdachte wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte als medepleger van het telen van hennep kan worden beschouwd. Redengevend hiervoor is de eigen verklaring van verdachte waarin hij heeft verklaard dat hij de hennepplantage ook wel eens verzorgde en dat aan hem was uitgelegd hoe hij water moest geven en voeding moest geven. Gelet op de grootte van de rol van verdachte, diens feitelijke handelingen in de hennepkwekerijen, het ter beschikking stellen van het bedrijfspand, het dagelijks aanwezig zijn in het bedrijfspand, de verzorging van de hennepplanten en het geldbedrag dat verdachte daarvoor ontving, kan verdachte volgens de officier van justitie als medepleger worden beschouwd.

Mocht de rechtbank hierin niet meegaan dan heeft de officier van justitie aangevoerd dat het onder 1 subsidiair ten laste gelegde – medeplichtigheid aan het telen van hennep – wel wettig en overtuigend kan worden bewezen, omdat verdachte zijn bedrijfspand ter beschikking heeft gesteld voor de hennepkwekerijen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich - overeenkomstig een aan de rechtbank overgelegde schriftelijke pleitnota - ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat vrijspraak moet volgen, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte een beperkt aandeel heeft gehad bij de hennepkwekerijen en alleen hiervoor zijn bedrijfspand heeft verhuurd. Er is geen sprake geweest van actieve betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerijen, zodat verdachte hoogstens voor medeplichtigheid aan het telen van hennep kan worden veroordeeld.

De raadsman van verdachte heeft zich voorts ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde – de diefstal van elektrische stroom in vereniging – op het standpunt gesteld dat verdachte ook van dit feit moet worden vrijgesproken, omdat hij als huurder van het bedrijfspand niet wist dat geknoeid was aan de meterkast en ook de eigenaar, tevens verhuurder, van het bedrijfspand niet wist dat met de meterkast was geknoeid.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

De rechtbank acht - met de officier van justitie en de raadsman - niet bewezen wat aan verdachte onder 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Uit de bewijsmiddelen kan niet volgen dat verdachte op de hoogte was van de illegale stroomaansluiting ten behoeve van de hennepkwekerij. Voor die constatering is met name van belang de verklaring van de eigenaar/verhuurder van het pand, waaruit uit volgt dat hem bij een controle van de meterkast niets vreemds zoals een illegale aansluiting is opgevallen, terwijl op dat moment tenminste één hennepkwekerij al wel in werking was.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen in onderling verband en in samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november 2015 zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep in vereniging.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

In het dossier zit een proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij waaruit is gebleken dat in een loods aan de [adres 2] te Deventer twee opleggers stonden. In beide opleggers was een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig. In de ene oplegger stonden 595 hennepplanten en in de andere oplegger stonden 496 hennepplanten. Voorts is uit processen-verbaal van bevindingen gebleken dat elders in de loods tevens een grote hoeveelheid hennep en daarvan afgeleide producten zijn aangetroffen.

Verdachte heeft op 23 november 2015 verklaard dat hij de huurder was van deze loods aan de [adres 2] te Deventer en dat hij is benaderd door een onbekend gebleven persoon. Verdachte heeft verklaard dat hij voor/in opdracht van deze persoon twee opleggers heeft gekocht en op zijn naam heeft gezet, waarin andere – eveneens onbekend gebleven - personen hennepkwekerijen hebben opgebouwd. De onbekende persoon heeft verdachte een contant geldbedrag gegeven, waarmee verdachte de opleggers heeft aangekocht. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij hier een bedrag van € 2.500,-- per maand voor ontving.

In tegenstelling tot de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet alleen zijn bedrijfsloods ter beschikking heeft gesteld, maar wel degelijk actieve betrokkenheid bij de hennepkwekerijen heeft gehad. Zo heeft verdachte tijdens zijn eerste verhoor bij de politie immers verklaard ‘Ik zou € 2.500,-- per maand krijgen, in ruil daarvoor moest ik een kwekerij onderhouden’. Tevens heeft verdachte op de vraag wie de hennepplantage verzorgde geantwoord: ‘ik deed het ook wel eens. Het werd mij verteld hoe ik ze water moest geven en voeding moest geven’. Tevens heeft verdachte op de vraag wat was de mengverhouding met water verklaard: ‘d’r hing zo’n lijstje. Op zo’n ding van 500 liter ging twee liter van die troep erin en dan moest ik er een ringetje in doen’. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte de hennepplanten ook heeft verzorgd.

De rechtbank overweegt dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij geen verzorgende taken in de hennepkwekerijen heeft uitgevoerd. De rechtbank acht dit niet geloofwaardig. Een en ander strookt niet met zijn aanvankelijke gedetailleerde verklaring op dit punt en de rechtbank acht geen termen aanwezig om aan de verklaring van verdachte, zoals deze - kort na de aanhouding van verdachte - door de politie is opgetekend, te twijfelen, temeer daar het betreffende proces-verbaal d.d. 23 november 2015 op ambtseed en ambtsbelofte is opgemaakt, en tevens door verdachte is ondertekend.

Gelet op de hierboven geschetste feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde feit - het telen van hennepplanten in vereniging - heeft begaan en dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de onbekende personen. Verdachte heeft immers een ruimte ter beschikking gesteld voor hennepteelt, heeft twee opleggers gekocht en op zijn naam gezet, heeft de in de opleggers aanwezige hennepplanten ook verzorgd en kreeg hiervoor € 2.500,-- per maand. Naar het oordeel van de rechtbank is de materiële bijdrage van verdachte aan het delict van voldoende gewicht geweest om van medeplegen te kunnen spreken. Hierbij heeft de rechtbank tevens gelet op de omstandigheid dat verdachte zich niet op enigerlei wijze of op enig moment heeft gedistantieerd van de gedragingen van de ander(en).

De rechtbank acht bovendien bewezen dat een en ander is gedaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf gelet op de investering die is gedaan, de omvang van de hennepplantage en de professionele inrichting ervan.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1 primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 november 2015 tot en met 23 november 2015 te Deventer in de uitoefening van beroep of bedrijf tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) 6103 gram hennep en een hoeveelheid van (in totaal) 1091 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1091 hennepplanten en/of delen daarvan).

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

het misdrijf: medeplegen van in de uitoefening van een beroep op bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7. De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van een eventuele strafoplegging op het standpunt gesteld dat aan verdachte een werkstraf kan worden opgelegd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft samen met zijn mededaders in de bedrijfshal die hij huurde hennep geteeld. Verdachte heeft daarmee een bijdrage geleverd aan het op de markt brengen van softdrugs. Het gebruik van hennep vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en een aanmerkelijk deel van de criminaliteit vindt direct of indirect haar oorsprong in het gebruik van drugs. Verdachte heeft zich daarvan geen rekenschap gegeven en enkel ten behoeve van zijn eigen financiële gewin gehandeld. De rechtbank rekent verdachte zijn bagatelliserende houding ten opzichte van het delict aan.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk overleg vakinhoud strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Voor een hennepkwekerij met 500 tot 1.000 planten wordt een werkstraf van 180 uur en een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk passend geacht.

De rechtbank heeft als strafverzwarende omstandigheid meegenomen het feit dat bij verdachte in de loods niet alleen meer dan 1.000 hennepplanten zijn aangetroffen, maar ook een aanzienlijke hoeveelheid hennep. Daarmee is sprake van een ‘grote hoeveelheid’ in de zin van artikel 11, lid 5, van de Opiumwet.

Als strafmatigende omstandigheid heeft de rechtbank meegenomen de tijd die is verstreken sinds de hennepkwekerijen op 23 november 2015 zijn aangetroffen.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte d.d. 21 april 2017 waaruit is gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Alles afwegende acht de rechtbank in dit geval – de door de officier van justitie gevorderde eis – tot oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uur subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft ten aanzien van de in beslag genomen goederen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 1 (aanhanger [kenteken 1] ) en 2 (aanhanger [kenteken 2] ) gevorderd dat deze worden verbeurdverklaard.

De verdediging heeft ten aanzien van de in beslaggenomen goederen geen standpunt ingenomen.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen goederen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 1 (aanhanger [kenteken 1] ) en 2 (aanhanger [kenteken 2] ) moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het feit is begaan of voorbereid.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 33, 33a en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    feit 1primair
    het misdrijf: medeplegen van in de uitoefening van een beroep op bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

  • -

    bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

  • -

    kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van

2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 (aanhanger [kenteken 1] ) en 2 (aanhanger [kenteken 2] ).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, voorzitter, mr. G. Edelenbos en mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2017.

Buiten staat

Mr. Edelenbos is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district IJsselland met registratienummer PL0600-2015308677. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Een proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 24 november 20151, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant of één van hunner:

(..) Aanleiding onderzoek

Op maandag 23 november 2015 omstreeks 09:00 uur stelde ik (..) een onderzoek in op [adres 2] te Deventer om vast te stellen of deze informatie kon worden bevestigd. Hierbij bleek dat in het bedrijfspand vele goederen stonden, welke aldaar werden opgeslagen. Tevens stonden er 2 opleggers. Na onderzoek bleek dat er in beide opleggers een in werking zijn de hennepkwekerij aanwezig was.(..)

Kweekruimte 1

Na het binnentreden zag ik het volgende: Hennepkwekerij 1 was aangelegd in een oplegger voorzien van kenteken: [kenteken 1] , welke achterin het bedrijfspand was gestald. In totaal stonden er 595 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 80 cm. Per m2 stonden er 23 planten (na berekening oppervlakte) (..)

Kweekruimte 2

Na het binnentreden zag ik het volgende: Hennepkwekerij 2 was aangelegd in een oplegger voorzien van kenteken: [kenteken 2] , welke achterin het bedrijfspand was gestald naast de eerder benoemde oplegger. In totaal stonden er 496 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 70 cm. Per m2 stonden er 23 planten (na berekening oppervlakte)(..)

Vaststelling hennep

Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten betroffen. Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet en verboden in artikel 3 en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Opiumwet.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 23 november 20152, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte [verdachte] :

(..) (V: Zojuist is er een hennepplantage aangetroffen in perceel [adres 2] te Deventer. Wat kunt u daarover vertellen?)

Het is zoals het is. Wat moet ik daar op aanvullen.

(V: Weet u wat hennep is?)

Ja. (..)

(V: Hoe komt die hennep daar terecht?)

Ik ben eerst begonnen daar in dat pand aan de [adres 2] met “de gouden kaart”.

Dat was eigenlijk een soort gouden gids, een kleine gouden gids van a-4tjes. Het zou het een soort uitgeverij worden. Voor die onderneming ben ik aan de [adres 2] gaan zitten, maar dat liep niet. Toen kwam ik in de financiële problemen. Toen heeft iemand mij aangeboden mij daarbij te helpen. Om uit de financiële problemen te komen. Ik kon de huur niet meer betalen, dat pand kost 1400,- euro in de maand. Die persoon die mij wilde helpen gaf aan dat hij een vrachtwagen daarvoor moest kopen. Ik kreeg het geld van hem om de opleggers te kopen en op mijn naam te zetten. Over die persoon die mij geholpen had wil ik niks over zeggen. Ik sprak deze persoon eind vorig jaar, in 2014 dus. Die persoon regelt dat allemaal. (..) Ik heb voor eerst wat gekregen in december 2014. Die aanhangers moest ik kopen, daarvoor heeft die persoon mij cash gegeven. Die kocht ik voor 3000,-- a 3200,-- euro. De eerste oplegger heb ik gekocht in de zomer van 2014 (kenteken [kenteken 2] ) . De tweede opleggen heb ik ook in 2014 gekocht, maar wanneer weet ik niet precies.

Dat is de eerste keer dat die draait die nieuwe, ongeveer 4 a 5 weken. Deze opleggers heb ik laten brengen. Het duurde wel lang voordat de kwekerij uiteindelijk ingericht was, waar ongeveer 4 verschillende mensen aan mee hebben gewerkt. Ik was er wel altijd bij als ze bezig waren. Die ene man kende ik nog wel, die kende ik van vroeger. Hij gaf mij die 2500,- euro per maand. De andere 3 jongens kende ik niet. (..)

4. inrichting hennepkwekerij/stekkenkwekerij

(V: Wie is eigenaar van de aangetroffen hennepplantage?)

Tja, die trailers staan wel op mijn naam. Ik ben gewoon verantwoordelijk dan denk ik.

(V: Wie verzorgde de hennepplantage?)

Ja, die andere man over het algemeen, maar zij hebben het ook wel eens gedaan. Ik deed het ook wel eens. Het werd mij verteld hoe ik ze water moest geven en voeding moest geven. Hun vertelde hoeveel voeding daar bij moest.(..)

(V: Wie waren die anderen die de planten verzorgden?)

Die man die mij ook die 2500,- euro geeft kwam af en toe. Hij verzorgde ook de planten en kwam ook nadat de inrichting klaar was. Die andere 3 mensen, heb ik na het inrichten van de kwekerij niet meer gezien.

(V: En die persoon, daar wil je de naam niet van noemen?)

Nee, daar ben ik als de dood voor.

(V: Wanneer is het kweken van hennep gestart?)

Eind oktober vorig jaar. Dus in 2014. De eerste keer ging beroerd. Er kwam heel weinig vanaf. Ik heb wel gewoon mijn geld gehad. (..)

(V: Hoe groot was het deel van de kwekerij in m2 waar de hennepplanten stonden?)

Het zijn twee opleggers. Een oplegger van 11 meter en een oplegger van 12,5 meter lang. (..)

(V: Welke voeding (kunstmest) werd er gebruikt?)

Plagon geloof ik.

(V: Wat was de mengverhouding met water?)

D’r hing zo’n lijstje. Op zo’n ding van 500 liter ging 2 liter van die troep erin en dan moest ik er een ringetje in doen. Dan werd er gemeten of de verhouding goed was, of de waarden goed waren, en anders moest er iets bij.

(V: Welk kweekschema heb jij aangehouden?)

Dat stond op het lijstje.(..)

(V: En als de kweek bijna klaar was, hoe ging het dan?)

Dan kwam hij gewoon langs. Die man die mij het geld gaf. Als de kweek bijna klaar was, kwam hij gewoon 3 keer in de week kijken. Dan wordt het allemaal geknipt door die lui die ook de inrichting hebben verzorgd. Als ze het hebben geoogst, doen ze het in blauwe plastic tonnen van een meter hoog, en nemen ze het mee.(..)

(V: Hoe werd de oogst verkocht? (bewerkt of onbewerkt c.q. nat of droog)

Er werd bij mij niet gedroogd. Ze hebben het een keer geprobeerd bij mij in de hal te drogen, maar dat wilde ik niet hebben. Dat heb ik afgekapt. Al die stank. Toen hebben ze het gewoon mee genomen in die blauwe tonnen.(..)

Verwerking oogst

(V: Begon je na het oogsten direct weer met nieuwe hennepplanten (zo nee, hoelang zat er dan gemiddeld tussen)

Ongeveer 2 weken. Dan kwamen die jongens weer. Dan moest de oude aarde eruit en de

nieuwe aarde erin. De oude materialen namen ze dan weer mee.

(V: En wat zat er in die diepvries in het hok in je bedrijfshal?)

In die diepvries. Dat moesten ze nog meenemen. Daar zat troep, afval in van die planten.

(V: Wat voor afspraken heb jij hier over gemaakt?)

Ik stelde mijn ruimte ter beschikking en hij gaf mij dan 2500 euro handje contantje in de hand geven per maand. Die afspraak is hij wel steeds nagekomen. Vanaf december 2014 heb ik elke maand 2500 euro gekregen.

(V: Met wie heb jij die afspraken gemaakt?)

Alleen met die man die mij het geld gaf.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 20163, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant of één van hunner:

(..) Op 23 november 2015, tijdens de instap in de loods aan de [adres 2] te Deventer, alwaar 2 opleggers met daarin elk een hennepkwekerij werden aangetroffen, zag ik in een kleinere ruimte in het pand, vermoedelijk een knipruimte, een diepvries staan met een glazen deur. Derhalve kon ik, verbalisant, zien wat de inhoud was van deze vriezer. Ik zag dat er een aantal vuilniszakken in zat, waarin groen bladafval, vermoedelijk restmateriaal van hennep, zat.(..)

Op 30 november 2015 heb ik, verbalisant (..) een onderzoek ingesteld naar de tonnen met daarin dit restmateriaal, dan wel hennepafval.

1 ton zat vol met beschimmelde hennepstengels, hetgeen wordt aangemerkt als hennepafval.(..)

In totaal heb ik, [verbalisant] , 21,45 kilogram aan nat restmateriaal afkomstig van hennepplanten aangetroffen. Mij is ambtshalve bekend dat hiervan 75 procent (16,1 kilogram) in droogt. 21,45 — 16,1 = 5,35 kg. Kortom, er blijft 5,35 kilogram aan bruikbaar droog restmateriaal over. (..) In 1 ton heb ik, [verbalisant] , wiet en restmateriaal gestopt, welke ik tijdens de instap op de locatie [adres 2] te Deventer in een openstaande kast in een vermoedelijke knipruimte had aangetroffen. (…) In totaal betrof het 753 gram aan wiet/restmateriaal.

Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 29 februari 20164, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant of één van hunner:

(..) Het onderzoek vond plaats aan een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen die aan ons ter beschikking werd gesteld door Sporenbeheer van de Forensische Opsporing. Deze partij was inbeslaggenomen tijdens een onderzoek ingevolge de Opiumwet op het

adres [adres 2]

Betreft onderzoek aan SIN: [nummer 1]

De genoemde plantdelen, waaraan de hars niet was onttrokken, werden door ons herkend

als materiaal van het geslacht Cannabis, beter bekend als hennep.

Netto hoeveelheid : 5,61 gram

Gedroogd : Ja

Getest met : MMC Cannabis

Gedroogd : Ja(..)

Uitslag test: Positief

Uitslag test

De test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish, vermeld op lijst II van de Opiumwet.(..)

Betreft onderzoek aan SIN : [nummer 2]

De genoemde plantdelen, waaraan de bars niet was onttrokken, werden door ons herkend

als materiaal van het geslacht Cannabis, beter bekend als hennep.

Netto hoeveelheid: 101,39 gram

Gedroogd: Ja

Getest met: MMC Cannabis

Uitslag test: Positief

Uitslag test

De test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish, vermeld op lijst II van de Opiumwet.

1 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 24 november 2015, pag. 5 t/m 8.

2 Proces-verbaal van verhoor van verhoor van [verdachte] d.d. 23 november 2015, pag. 53 t/m 60.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2016, pag. 87 en 88.

4 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 29 februari 2016, pag. 286 en 287.