Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:244

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-01-2017
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
08/730199-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met zijn mededader in de bedrijfshal die hij huurde hennep geteeld. Bovendien heeft verdachte samen met zijn mededader op gevaarzettende wijze illegaal stroom afgetapt, waardoor aanzienlijke schade voor de energieleverancier is ontstaan en gemeen gevaar voor goederen in het bedrijfspand en de naastgelegen panden.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/730199-16

Datum vonnis: 24 januari 2017

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland).

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 januari 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. Veneberg en van wat door de verdachte en diens raadsvrouw

mr. D. Greven, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 primair: samen met een ander of alleen de elektriciteit van een elektriciteitswerk in een pand aan de [straat] in Hengelo (O) heeft omgeleid waardoor gemeen gevaar voor dat pand en de naastgelegen panden is ontstaan;

feit 1 subsidiair: medeplichtig is geweest aan het omleiden van de elektriciteit van een elektriciteitswerk in een pand aan de [straat] in Hengelo (O) waardoor gemeen gevaar voor dat pand en de naastgelegen panden is ontstaan;

feit 2 primair: samen met een ander of alleen een grote hoeveelheid hennep heeft geteeld in

Hengelo (O);

feit 2 subsidiair: medeplichtig is geweest aan het telen van een grote hoeveelheid hennep in Hengelo (O);

feit 3: samen met een ander of alleen stroom heeft gestolen door middel van braak.

feit 4 primair: samen met een ander of alleen een grote hoeveelheid hennep heeft geteeld in Enschede;

feit 4 subsidiair: medeplichtig is geweest aan het telen van een grote hoeveelheid hennep in Enschede.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 augustus 2014 tot en met 20 december 2015 te Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk een electriciteitswerk, te weten een laagspanningsinstallatie voor de stroomvoorziening in het pand (gelegen aan de [adres 1]), heeft vernield en/of beschadigd en/of een stoornis in de gang en/of in de werking van die laagspanningsinstallatie en/of voor de stroomvoorziening heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van die laagspanningsinstallatie en/of die stroomvoorziening genomen veiligheidsmaatregel(en) heeft verijdeld, door toen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk de elektriciteit buiten die laagspanningsinstallatie om te leiden en/of de hoofdbeveiliging te verzwaren, waardoor brand is ontstaan in dat pand (toebehorende aan [naam]) en/of in het pand gelegen aan de [adres 2] (toebehorende [naam] en/of

aan [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2]) en/of in (andere) naastgelegen pande(en), zodanig dat daardoor gemeen gevaar voor (de inventaris van) dat pand en/of de naastgelegen panden is ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

één of meer onbekend gebleven andere(n) in of omstreeks de periode van 13 augustus 2014 tot en met 20 december 2015 te Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk een electriciteitswerk, te weten een laagspanningsinstallatie voor de stroomvoorziening in het pand (gelegen aan de [adres 1]), heeft vernield en/of beschadigd en/of een stoornis in de gang en/of in de werking van die laagspanningsinstallatie en/of voor de stroomvoorziening heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van die

laagspanningsinstallatie en/of die stroomvoorziening genomen veiligheidsmaatregel(en) heeft verijdeld, door toen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk de elektriciteit buiten die laagspanningsinstallatie om te leiden en/of de hoofdbeveiliging te verzwaren, waardoor brand is ontstaan in dat pand (toebehorende aan [naam]) en/of in het pand gelegen aan de [adres 2] (toebehorende aan [naam]

en/of [bedrijf 1] en [bedrijf 2]) en/of in (andere) naastgelegen pande(en), zodanig dat daardoor gemeen gevaar voor (de inventaris van) dat pand en/of de naastgelegen panden is ontstaan,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 13 augustus 2014 tot en met 20 december 2015 te Hengelo (O), in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) aan die een of meer onbekend gebleven andere(n) opdracht heeft/hebben gegeven de hennepkwekerij in zijn, verdachtes, pand aan te leggen, althans daartoe pand beschikbaar heeft gesteld en/of (vervolgens) die hennepkwekerij en/of de ten behoeve van die in zijn pand aanwezige hennepkwekerij aangelegde elektriciteit(s)(werk)(en) in stand heeft gehouden en/of heeft beheerd en/of heeft bediend;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2015 tot en met 20 december 2015 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 1]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 885 hennepplanten, althans een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid

van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 885 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2015 tot en met 20 december 2015 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 1]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 885 hennepplanten, althans een groot

aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdríjf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 885 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan),

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2015 tot en met 20 december 2015 te Hengelo (O), in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter

beschíkking te stellen;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2015 tot en met 20 december 2015 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven-

en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);

4.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 6 juli 2015 te Enschede, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan bet [adres 3]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1810 gram hennep en/of 204 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen

daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwij1 verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf beeft uitgeoefend, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1810 gram hennep en/of 204 hennepplanten, althans meer dan 500 gram hennep en/of 200 hennepplanten, althans delen daarvan);

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks 1 januari 2015 tot en met 6 juli 2015 te Enschede met elkaar, althans één van hen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan het [adres 3]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1810 gram hennep en/of 204

hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend,

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 1810 gram hennep en/of 204 hennepplanten, althans meer dan 500 gram hennep en/of 200 hennepplanten, althans delen daarvan) tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 6 juli 2015 te Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 4 wordt vrijgesproken en voor de feiten 1 primair, 2 primair en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest.

4 De voorvragen

Partiële nietigheid dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 1944, NJ 1944/305, de dagvaarding partieel niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. In de dagvaarding wordt verdachte onder 4 subsidiair verweten dat hij medeplichtig is geweest aan het telen van een grote hoeveelheid hennep. De tenlastegelegde medeplichtigheid is naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende feitelijk en duidelijk omschreven. In de tenlastelegging is immers niet feitelijk omschreven met welke handelingen verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest. Dit leidt er toe dat de dagvaarding ten aanzien van het tenlastegelegde onder 4 subsidiair nietig zal worden verklaard, zoals ook door de verdediging is aangevoerd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding - met uitzondering van de hiervoor weergegeven partiële nietigheid - geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1 primair, 2 primair en 3 heeft gepleegd, waarbij volgens de officier van justitie sprake is van eigen daderschap en niet van medeplegen. De officier van justitie baseert haar standpunt - kort samengevat - op het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat zich in het pand aan de [adres 1] in Hengelo een hennepkwekerij bevond, op de foto’s behorende bij de aangifte door Enexis waaruit blijkt dat de brand is veroorzaakt door kortsluiting in de hennepkwekerij en op de verklaring van verdachte dat hij wist dat er een hennepkwekerij werd opgezet in het door hem gehuurde pand. De verklaring van verdachte dat hij niet wist dat er illegaal stroom werd afgetapt acht de officier van justitie niet geloofwaardig aangezien verdachte, gelet op zijn veroordeling voor hennepteelt in 2009, niet onbekend is met hennepkwekerijen. Ten aanzien van verdachte kan dan ook worden gesteld dat het een feit van algemene bekendheid is dat stroom bij hennepkwekerijen illegaal wordt afgetapt, aldus de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder 4 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

De raadsvrouw heeft geconcludeerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder 1 en 3 omdat deze feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De raadsvrouw heeft daarvoor - kort samengevat - aangevoerd dat verdachte bewust afspraken heeft gemaakt met de onbekende man over het niet illegaal aftappen van stroom. Bovendien heeft verdachte in het verleden bij het exploiteren van een hennepkwekerij de stroom ook niet illegaal afgetapt. Van een bewezenverklaring van feit 3 (diefstal van stroom) kan derhalve geen sprake zijn en als logisch gevolg daarvan kan van een bewezenverklaring van feit 1 (vernieling van een elektriciteitswerk) evenmin sprake zijn.

De raadsvrouw heeft zich tenslotte op het standpunt gesteld dat enkel het tenlastegelegde onder 2 subsidiair (medeplichtigheid aan hennepteelt) wettig en overtuigend kan worden bewezen. De raadsvrouw heeft daarvoor - kort samengevat - aangevoerd dat er geen sprake is van medeplegen omdat verdachte slechts een faciliterende rol bij het opzetten van de hennepkwekerij heeft gespeeld.

De raadsvrouw heeft verder betoogd dat het onder 4 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank 1

De rechtbank zal beginnen met de vaststaande feiten en omstandigheden, gevolgd door de bewijsoverwegingen met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde feit.

De bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 en 3 tenlastegelegde komen vervolgens wegens hun onderlinge samenhang gezamenlijk aan de orde, gevolgd door de bewijsoverwegingen met betrekking tot het onder 4 primair tenlastegelegde.

Vaststaande feiten en omstandigheden

Op 20 december 2015 is een brand ontstaan in het pand aan de [adres 1] te Hengelo, welk pand op dat moment werd gehuurd door verdachte en in welk pand op het moment van de brand een hennepkwekerij aanwezig was.2

Feit 2

Verdachte heeft verklaard dat hij in juli 2015 het achterste gedeelte van de door hem gehuurde bedrijfshal ter beschikking heeft gesteld aan een derde van wie hij de naam niet wil noemen (hierna: onbekende man). Verdachte wist dat die onbekende man een hennepkwekerij in de bedrijfshal wilde opzetten en sprak met die onbekende man af dat hij een vierde deel van de winst van de hennepteelt zou krijgen, alsmede dat de onbekende man de energienota’s en de volledige huur zou betalen. Verdachte heeft hem daarnaast gezegd dat hij wilde dat de stroom ‘over de meter zou lopen’ en dus niet illegaal zou worden afgetapt. Hoewel verdachte nadien nog wel enkele keren in de hennepkwekerij in het bedrijfspand is geweest heeft hij niet gecontroleerd of de onbekende man zich aan de gemaakte afspraak omtrent de stroomvoorziening heeft gehouden.3 Na de brand op
20 december 2015 is geconstateerd dat de in de bedrijfshal aanwezige hennepkwekerij ruim 57,5 m2 groot was. Gelet op de afmetingen van de kweekruimte en het in het BOOM-rapport vervatte uitgangspunt van gemiddeld 15 hennepplanten per vierkante meter, hebben in de hennepkwekerij vermoedelijk minimaal 885 hennepplanten gestaan.4

Gelet op de hierboven geschetste feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de onbekende man. Verdachte heeft immers een ruimte ter beschikking gesteld voor hennepteelt en heeft afspraken gemaakt met de onbekende man over het verdelen van de opbrengst en de betaling van de huur en de energienota’s. Verdachte heeft hiermee een essentiële bijdrage aan de uitvoering van het delict geleverd. De rechtbank acht bovendien bewezen dat een en ander is gedaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf gelet op de investering die is gedaan, de omvang van de hennepplantage en de professionele inrichting ervan.

Feit 1 en feit 3

Verdachte heeft verklaard dat hij tegen de onbekende man, aan wie hij een gedeelte van het door hem gehuurde bedrijfspand ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van een hennepkwekerij, heeft gezegd dat hij wilde dat de stroom ‘over de meter zou lopen’ en dus niet illegaal zou worden afgetapt. Hoewel verdachte nadien nog wel enkele keren in de hennepkwekerij in het bedrijfspand is geweest heeft hij niet gecontroleerd of de onbekende man zich aan de gemaakte afspraak over de stroomvoorziening heeft gehouden.5

De monteur van Enexis B.V., heeft op 21 december 2015 geconstateerd dat de deksel van de aansluitkast van de elektriciteitsinstallatie in het pand aan de [adres 1] te Hengelo ongeoorloofd open was en dat er een illegale aansluiting op de onderzijde van de zekeringhouders was aangebracht. Dit levert gevaar op in de eigen installatie en het eigen pand alsmede in de directe omgeving. De aangetroffen wijze van illegale aftakking leidt ertoe dat de aangesloten installatie niet is beveiligd met de toegestane hoofdbeveiliging maar met de beveiliging van de aansluitkabel, die verderop in de straat is aangebracht. Hierdoor lopen er veel grotere stromen tot in de installatie in de woning. De op de aftakking aangesloten installatieonderdelen waaronder kabels en draden zijn gebruikt voor omstandigheden waarvoor ze niet geschikt zijn. De installatieonderdelen worden warm, smelten en uiteindelijk ontstaat er kortsluiting. Er was onvoldoende beveiliging tegen overstroom en kortsluiting waardoor er gevaar voor brand in de eigen installatie/pand en de directe omgeving bestond.6 Uit de foto’s behorende bij de aangifte van Enexis B.V. volgt dat de kabel in/bij de meterkast heel warm is geweest en op de foto behorende bij het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij is een verbande voedingskabel te zien.7 De extra kabel waarmee de stroom illegaal werd afgetapt vanaf het kantoor naar achteren was volgens verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] goed te zien.8

De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij hennepkwekerijen meestal illegaal stroom wordt afgetapt. Verdachte is daarmee zeker bekend geweest nu hij in 2009 is veroordeeld wegens illegale hennepteelt en zelf heeft verklaard dat hij met de onbekende man bewust heeft afgesproken dat de stroom ‘over de meter’ moest lopen en derhalve niet illegaal afgetapt mocht worden. Door vervolgens niet te controleren of er niet (tegen de afspraak in) illegaal stroom werd afgetapt, terwijl verdachte nog enkele keren aanwezig is geweest in de hennepkwekerij en de extra kabel van het kantoor naar achteren bovendien goed te zien was, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat een stoornis in de gang en/of de werking van de laagspanningsinstallatie werd veroorzaakt doordat de elektriciteit buiten de laagspanningsinstallatie werd omgeleid en dat er diefstal van stroom plaatsvond.De rechtbank acht het feit onder 1 primair en onder 3 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4 primair

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsvrouw niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd.

5.3

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 4 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde onder 1 primair, 2 primair en 3 heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 13 augustus 2014 tot en met 20 december 2015 te Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een stoornis in de gang en/of in de werking van de laagspanningsinstallatie voor de stroomvoorziening in het pand gelegen aan de [adres 1] heeft veroorzaakt en een ten opzichte van die laagspanningsinstallatie en die stroomvoorziening genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld door toen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk de elektriciteit buiten die laagspanningsinstallatie om te leiden en de hoofdbeveiliging te verzwaren, waardoor gemeen gevaar voor (de inventaris van) dat pand (toebehorende aan [naam]) en naastgelegen panden is ontstaan;

2.

hij in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 20 december 2015 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres 1] een hoeveelheid van ongeveer 885 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, zulks terwijl verdachte handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf,

terwijl dit gepleegde feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 885 hennepplanten);

3.

hij in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 20 december 2015 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan Enexis, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven-

en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken).

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 47, 161bis en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 3 en 11 Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk een stoornis in de gang of werking van een elektriciteitswerk veroorzaken en een ten opzichte van een elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel verijdelen terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van in de uitoefening van een beroep op bedrijf, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 3

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest, recht doet aan de ernst van de feiten. Daarbij heeft de officier van justitie - kort samengevat - meegewogen dat als gevolg van het exploiteren van de hennepkwekerij en het geknoei met de elektriciteit gevaar voor brand is ontstaan, welk gevaar zich heeft verwezenlijkt, alsmede de omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld wegens het telen van hennep.

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat, nu slechts het tenlastegelegde onder 2 subsidiair wettig en overtuigend kan worden bewezen, oplegging van een taakstraf in de rede ligt eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft samen met zijn mededader in de bedrijfshal die hij huurde hennep geteeld. Verdachte heeft daarmee een bijdrage geleverd aan het op de markt brengen van softdrugs. Het gebruik van hennep vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en een aanmerkelijk deel van de criminaliteit vindt direct of indirect haar oorsprong in het gebruik van drugs. Verdachte heeft zich daarvan geen rekenschap gegeven en enkel ten behoeve van zijn eigen financiële gewin gehandeld. Bovendien heeft verdachte samen met zijn mededader op gevaarzettende wijze illegaal stroom afgetapt, waardoor aanzienlijke schade voor de energieleverancier is ontstaan en gemeen gevaar voor goederen in het bedrijfspand en de naastgelegen panden.

De rechtbank neemt voorts bij de strafmaat in aanmerking dat verdachte in het verleden, te weten bij vonnis van 19 maart 2009, eveneens wegens hennepteelt is veroordeeld tot een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles overwegende acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

Feit 1

[benadeelde], handelende onder de naam [bedrijf 2] en vennoot van de vennootschap onder firma [bedrijf 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres 4], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 24.672,84 (vierentwintig duizend zeshonderd tweeënzeventig euro en vierenachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Feit 3

Enexis B.V., te ’s Hertogenbosch, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.

De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 3.032,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- netwerkkosten elektriciteit ad € 234,53

- verbruik elektriciteit ad € 2.154,64

- uurtarief inspecteur dagtarief ad € 150,00

- uurtarief monteur dagtarief ad € 126,00

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

9.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van Enexis en [benadeelde], te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering, omdat volgens de raadsvrouw het tenlastegelegde onder 1 en 3 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

9.2

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende onderbouwd dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan [benadeelde]. Niet is komen vast te staan dat de brand, als gevolg waarvan [benadeelde] schade heeft geleden, is ontstaan door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Feit 3

Naar het oordeel van de rechtbank is Enexis B.V. in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde. De opgevoerde materiële en immateriële schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk, zodat de vordering zal worden toegewezen.

9.3

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens Enexis B.V. naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 3 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 27, 57 en 91 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

partiële nietigheid dagvaarding

- verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 4 subsidiair tenlastegelegde nietig;

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 4 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk een stoornis in de gang of werking van een

elektriciteitswerk veroorzaken en een ten opzichte van een elektriciteitswerk genomen

veiligheidsmaatregel verijdelen terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen te

duchten is;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van in de uitoefening van een beroep op bedrijf, opzettelijk

handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl

het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;

feit 3

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het

weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde], wonende te [woonplaats], in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Enexis B.V. van een bedrag van € 3.032,70, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf

20 december 2015, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.032,70 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van veertig dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Cenik, voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Wilmink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2017.

Mr. H. Bloebaum is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district Twente met nummer PL0600-2015622198. Tenzij anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina 46 en 47; proces-verbaal van de terechtzitting van 10 januari 2017, inhoudende de verklaring van verdachte; proces-verbaal van verhoor getuige [naam], inclusief bijlagen, pagina 86 en 88 tot en met 90.

3 Proces-verbaal van de terechtzitting van 10 januari 2017, inhoudende de verklaring van verdachte.

4 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina 46 en 47.

5 Proces-verbaal van de terechtzitting van 10 januari 2017, inhoudende de verklaring van verdachte.

6 Aangifte Enexis, pagina 112.

7 Aangifte Enexis, pagina 125, proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina 79 en 80.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 33.