Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:235

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-01-2017
Datum publicatie
23-01-2017
Zaaknummer
17/25
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Klaagschrift. Een man verkoopt een auto, maar ontvangt geen betaling van de koper. Hij doet daarvan enkele dagen later aangifte. De auto is door de koper dan al doorverkocht aan een tweede koper. Die doet, voordat hij de auto overneemt, gedegen onderzoek naar de herkomst van de auto. De auto staat op dat moment (nog) niet als gestolen geregistreerd.

De politie neemt, in het kader van onderzoek naar mogelijke oplichting bij de eerste transactie, de auto in beslag onder de laatste eigenaar. Zowel de eerste als de laatste eigenaar willen, nu het OM geen strafvorderlijk belang meer heeft bij het beslag op de auto, dat het OM de auto aan hen teruggeeft.

De raadkamer oordeelt dat de auto teruggegeven moet worden aan de laatste eigenaar. Die moet redelijkerwijs als rechthebbende worden aangemerkt. De eerste eigenaar kan de man die hem bij de eerste transactie niet betaald heeft civielrechtelijk aanspreken tot betaling van de koopprijs. Ook kan klager bij een eventuele strafrechtelijke vervolging van de eerste koper zich als benadeelde partij voegen met een vordering tot schadevergoeding.

Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2017:234.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Klaagschriftnummer: 17/25

Beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv van:

[klager 2],

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats 1] aan de [adres 1],

verder te noemen: klager.

1 Het verloop van de procedure

Het klaagschrift, gedateerd 2 januari 2017, is op diezelfde datum op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens klager door mr. M.E.W.M. Rupert, advocaat te Assen.

Het klaagschrift betreft een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag op een voertuig, Volkswagen Golf met kenteken [kenteken]. Zakelijk weergegeven wordt geklaagd over de inbeslagneming en het uitblijven van een last tot teruggave.

Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 18 januari 2017.

Bij de behandeling zijn de officier van justitie, klager, de raadsvrouw en de belanghebbenden [belanghebbende] en [klager 1] gehoord. [klager 1] heeft eveneens een klaagschrift ingediend waarop bij beschikking van heden eveneens wordt beslist.

De raadkamer heeft kennis genomen van de door de officier van justitie overgelegde stukken naar aanleiding waarvan de inbeslagneming heeft plaatsgevonden.

2. De standpunten van klager, de raadsvrouw, de belanghebbenden en de officier van justitie

Klager heeft bezwaar gemaakt tegen de inbeslagneming van de Volkswagen Golf en hij heeft afgifte van de auto verzocht. Hij heeft daartoe gesteld dat zijn broer, [belanghebbende] die een autobedrijf heeft, voor hem op 3 december 2016 de auto heeft gekocht nadat die broer tevoren het kenteken had nagetrokken bij de RDW, gecontroleerd had of de boordmap met autogegevens en boekjes aanwezig was, gecontroleerd had of beide sleutels aanwezig waren en ook nog het chassisnummer had nagetrokken bij de Volkswagen dealer ‘[dealer]’ in [plaats] (Duitsland). Het kenteken stond niet als gestolen geregistreerd, de nummers van de auto kwamen overeen met de gegevens uit de boekjes en in het dealer bestand was niets vreemds bekend aan de hand van het chassisnummer. De broer van klager heeft de auto vervolgens na raadpleging van de ANWB en BOVAG-koerslijst voor een redelijke prijs gekocht. Op 5 december 2016 is de auto door de verkoper na contante betaling aan

[belanghebbende] overgedragen en is het kenteken van de auto op naam van klager gesteld. Klager is derde te goeder trouw als bedoeld in artikel 3:86, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek en derhalve rechthebbende op de auto.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard. Klager kan redelijkerwijs als rechthebbende op de auto worden aangemerkt en het voertuig kan aan hem worden afgegeven. Er is geen strafvorderlijk belang meer bij voortduring van het beslag.

De belanghebbende [belanghebbende] heeft zich niet verzet tegen afgifte van de auto aan klager.

De belanghebbende [klager 1] wenst afgifte van de auto aan hem nu hij de auto op

2 december 2016 heeft verkocht zonder daarvoor het overeengekomen aankoopbedrag te hebben ontvangen. Hij heeft daartoe een afzonderlijk klaagschrift ingediend.

3 De bevoegdheid van de rechtbank

De raadkamer van de rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen.

4 De ontvankelijkheid

Het klaagschrift is ontvankelijk.

5 De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de raadkamer het volgende vast.

Maatstaf

Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De raadkamer dient daarom a) te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b) de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de beslagene te gelasten, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

De raadkamer stelt hierbij voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Niet gevergd kan worden dat ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak wordt getreden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsraadkamer zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagraadkamer vooruit loopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel. De raadkamer tekent hier echter bij aan dat moet worden beslist op grond van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval op het moment van het beoordelen van het beklag. Het summiere karakter van de beklagprocedure leidt er daarom niet toe dat niet kritisch naar deze feiten en omstandigheden zal worden gekeken.

Feiten en omstandigheden

Op 2 december 2016 heeft [klager 1] als eigenaar van de Volkswagen Golf, zijn auto verkocht. Hij heeft die dag de eigendom van de auto overgedragen aan de koper genaamd

[betrokkene]. [klager 1] verkeerde door het door de koper tonen van een bankapp van de ING-bank, in de veronderstelling dat het overeengekomen bedrag naar zijn bankrekening was overgeboekt. Vervolgens heeft de overschrijving van het kenteken op naam van de koper plaatsgevonden.

Op 3 december 2016 heeft [belanghebbende] voor zijn broer, te weten klager, de auto na onderzoek zoals controle van de twee sleutels, natrekking van het kenteken bij de RDW en controle van het chassisnummer, gekocht voor een bedrag van € 17.350,- van [betrokkene], wonende te

[woonplaats 2] aan de [adres 2].

Op 5 december 2016 heeft [belanghebbende] het overeengekomen bedrag contant aan de verkoper betaald en is de auto aan hem overgedragen. Vervolgens is de auto op naam van klager gesteld.

Op 10 december 2016 heeft [klager 1] aangifte gedaan van oplichting bij de politie Eenheid Zeeland - West-Brabant.

Op 10 december 2016 is de auto door de politie Eenheid Oost-Nederland, district Twente onder [belanghebbende] te [woonplaats 1] in beslag genomen.

De overwegingen

De raadkamer stelt voorop dat de officier van justitie ter zitting heeft gesteld dat het belang van strafvordering niet langer het voortduren van het beslag vordert en dat de auto aan klager kan worden afgegeven omdat klager redelijkerwijs als rechthebbende op de auto moet worden aangemerkt. In het licht daarvan en in onderling verband en samenhang met wat uit de stukken naar voren is gekomen, onder meer dat de broer van klager een autobedrijf heeft en de auto na gedegen onderzoek op 3 december 2016 heeft gekocht waarna op 5 december 2016 na contante betaling van het eerder overeengekomen aankoopbedrag de levering van de auto heeft plaatsgevonden en de auto vervolgens ten name van klager is gesteld, is de raadkamer van oordeel dat het belang van strafvordering niet noopt tot handhaving van het beslag op de auto nu van strafbare feiten bij de aankoop van de auto door [belanghebbende] op

3 december 2016 niet is gebleken en klager redelijkerwijs als rechthebbende op de auto moet worden aangemerkt nu de auto op zijn naam is gesteld.

Conclusie

De raadkamer is op grond van het voorgaande van oordeel dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard en dat de inbeslaggenomen auto aan klager afgegeven moet worden.

6 De beslissing

De raadkamer

  • -

    verklaart het klaagschrift gegrond;

  • -

    gelast dat de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] aan klager wordt afgegeven.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.W.M. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, door hen ondertekend en in het openbaar uitgesproken op

18 januari 2017.