Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:1709

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
31-03-2017
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
5638256 \ VV EXPL 17-3
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2017:1708
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werkneemster is onderwijzeres in het basisonderwijs. Vordering van werkneemster tot wedertewerkstelling in kort geding afgewezen, aangezien bij beschikking van dezelfde datum de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt uitgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2044
AR-Updates.nl 2017-0484
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 5638256 \ VV EXPL 17-3

Vonnis in kort geding van 31 maart 2017

in de zaak van

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,

gemachtigde: mr. M.H. van Belzen-Stam (D.A.S. Ned.Rechtsbijstand Vez.mij. N.V.),

tegen

de vereniging VERENIGING PROTESTANTS CHRISTELIJK ONDERWIJS HASSELT / CHRISTELIJKE BASISSCHOOL PRINS WILLEM-ALEXANDER,
gevestigd en kantoorhoudende te Hasselt,

gedaagde partij, hierna te noemen VPCO,

gemachtigde: mr. M.B. Tol, advocaat.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.1.

de namens [eiseres] betekende dagvaarding van 18 januari 2017, waarbij [eiseres] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en VPCO heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.

1.2.

De vordering is behandeld ter zitting van 10 maart 2017, waarbij tevens de mondelinge behandeling plaatsvond van het verzoekschrift van VPCO met zaaknummer 5616705 / HA VERZ 16-174. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht en van de zijde van VPCO zijn pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

VPCO is een vereniging die primair onderwijs aanbiedt op vier verschillende schoollocaties in (de omgeving van) Hasselt. Als algemeen bovenschools directeur over de vier scholen is door het bestuur van de vereniging aangesteld de heer [A] . Daarnaast heeft elke school een eigen schooldirecteur.

2.2

[eiseres] is sinds 13 november 1996 bij VPCO in dienst als groepsleerkracht tegen een salaris van laatstelijk € 2.241,73 per maand, exclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, bij een deeltijdfactor van 69,55%. [eiseres] is tot op heden voornamelijk werkzaam geweest in de onderbouw van de CBS Prins Willem Alexander (hierna aangeduid als ‘Prins Willem Alexanderschool’ of kortweg ‘de school’).

2.3

Op 22 april 2016 schrijft mr. [C] van Akorda Onderwijsdienstverlening namens het schoolbestuur aan de gemachtigde van [eiseres] een uitgebreide brief die eindigt met:

(…)

De signalen over gevoelens van onveiligheid en de achterdocht die daarmee gepaard gaat maken duidelijk dat mevrouw [eiseres] niet bij machte is haar functioneren in het verbetertraject of haar verdere rol in de school te scheiden van de escalatie op 17 november 2015 en het feit dat ook toen de kwestie rond de berisping opnieuw een rol heeft gespeeld.

Dit blijkt ook door haar gedrag in het kader van de voorbereiding van het bezoek van de inspecteur maar ook door haar gedrag in het team. Het team van de Prins Willem Alexanderschool is een klein team dat wordt gehinderd door de wijze waarop mevrouw [eiseres] in het team functioneert. Tijdens de meest recente teamvergadering neemt mevrouw [eiseres] volstrekt geen deel aan het overleg in het team en neemt zij een houding aan waaruit blijkt dat het hele teamoverleg haar tegen staat. Gebleken is dat de overige teamleden last hebben van dit onprofessionele gedrag.

Op grond daarvan concludeert het bestuur dat van een functionele samenwerking geen sprake kan zijn en feitelijk sprake is van een onwerkbare situatie waarbij op ieder moment opnieuw sprake kan zijn van een nieuwe escalatie. (…)

2.4

Bij brief van 27 april 2016 schrijft mr. [C] in een brief aan [eiseres] dat aan haar aansluitend op de mei-vakantie, derhalve met ingang van 9 mei 2016, een time-out wordt verleend:

(…) Deze time-out brengt met zich mee dat het u tot nader orde niet is toegestaan de school/schoolplein te bezoeken of contact op te nemen met de teamleden, inclusief de directeur van de Prins Willem Alexanderschool. Omdat de time-out wordt verleend in opdracht van het schoolbestuur, is van ongeoorloofde afwezigheid geen sprake en zal uw salaris worden doorbetaald alsof u daadwerkelijk uw werkzaamheden verricht.

2.5

In het najaar van 2016 vinden er gesprekken plaats onder leiding van een mediator. Deze gesprekken hebben niet geleid tot een oplossing van het geschil tussen [eiseres] en de schoolleiding.

2.6

Op 30 december 2016 heeft VPCO bij de kantonrechter een verzoekschrift ingediend strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

3 Het geschil

3.1

[eiseres] vordert in kort geding veroordeling van VPCO om [eiseres] onmiddellijk, althans binnen een in goede justitie te bepalen termijn, weder te werk te stellen op de gebruikelijke wijze in de functie van lerares met alle daarbij behorende werkzaamheden, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat VPCO daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 25.000,=, althans onder verbeurte van een in goede justitie te bepalen dwangsom.

Voorts vordert [eiseres] veroordeling van VPCO om onder overlegging van een deugdelijke bruto/netto specificatie aan [eiseres] te betalen:

a. het overeengekomen loon van € 2.421,73 bruto per maand te vermeerderen met toeslagen, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering en overige emolumenten tot de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig geëindigd zal zijn;

b. de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW wanneer er sprake is van vertraging over het aan [eiseres] toekomende loon;

c. de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de onder a en b gevorderde bedragen vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

d. een bedrag voor buitengerechtelijke incassokosten ad € 375,= netto.

Ten slotte vordert [eiseres] daarbij om VPCO te veroordelen in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen.

3.2

[eiseres] legt kort samengevat aan haar vordering het volgende ten grondslag. [eiseres] stelt dat zij op 9 mei 2016 is vrijgesteld van werkzaamheden in verband met een geschil met VPCO. Vele gesprekken, briefwisselingen en mediation hebben nog niet geleid tot wedertewerkstelling. Volgens [eiseres] heeft zij geen problemen met haar directe collega’s op de schoollocatie van de Prins Willem Alexander school en is er wat dat betreft geen sprake van een onwerkbare situatie. [eiseres] stelt dat zij thans behoefte heeft aan snelle duidelijkheid over haar positie binnen de school en spoedige terugkeer naar haar positie voor de klas, zodat zij belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorziening.

3.3

VPCO heeft verweer gevoerd en heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

4 De beoordeling

4.1

Ten aanzien van het tijdsverloop tussen de non-actiefstelling per 9 mei 2016 en het instellen van de onderhavige vordering tot wedertewerkstelling, heeft [eiseres] ter zitting aangevoerd dat in de tussenliggende periode is geprobeerd om de arbeidsverhouding te herstellen zodat zij weer aan het werk zou kunnen. Nu dit tot op heden nog niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, stelt [eiseres] thans belang te hebben bij snelle duidelijkheid over haar positie. Met name stelt zij er belang bij te hebben om op korte termijn weer voor de klas te kunnen staan, omdat zij anders te ver verwijderd raakt van de werkvloer. Zij heeft daarom deze vordering ingesteld. De kantonrechter acht het belang van [eiseres] voldoende spoedeisend en overweegt als volgt.

4.2

[eiseres] stelt in deze procedure dat haar geschil met name betrekking heeft op de schoolleiding, dat wil zeggen het bestuur en de bovenschoolse directeur-bestuurder, de heer [A] . Volgens [eiseres] staat dat er niet aan in de weg dat zij weer als lerares voor de klas staat om haar werkzaamheden te hervatten.

4.3

Naar het oordeel van de kantonrechter gaat [eiseres] er in haar benadering te lichtvaardig aan voorbij dat haar werkgever VPCO heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, juist omdat VPCO geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking met [eiseres] . Het mag zo zijn dat vertegenwoordigers van het bestuur van VPCO niet dagelijks op de schoollocatie aanwezig zijn, maar dat neemt niet weg dat het bestuur in belangrijke mate het (onderwijskundige) beleid van de school bepaalt. Juist bij de uitvoering daarvan staat het geschil tussen [eiseres] en het bestuur dan wel de directeur-bestuurder in de weg.

4.4

Voorts wordt bij beschikking van heden op het verzoek van VPCO beslist dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden nu daar een voldragen grond voor is. Er bestaat daarom geen aanleiding om [eiseres] op dit moment nog toe te laten tot haar werkzaamheden op de Prins Willem Alexander school. De vordering van [eiseres] tot wedertewerkstelling zal bijgevolg worden afgewezen.

4.5

[eiseres] heeft tevens betaling van loon gevorderd. Dienaangaande overweegt de kantonrechter dat niet is gebleken dat VPCO tot op heden niet zou hebben voldaan aan haar verplichting tot doorbetaling van het salaris van [eiseres] . Daarom valt niet in te zien welk belang [eiseres] thans heeft bij haar vordering tot doorbetaling van het loon. Deze vordering zal derhalve bij gebrek aan belang worden afgewezen.

4.6

In verband met het voorgaande bestaat er geen grond voor toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten, zodat ook dit onderdeel van de vordering moet worden afgewezen.

4.7

Als in het ongelijk gestelde partij dient [eiseres] te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van VPCO begroot op € 400,= voor salaris gemachtigde.

5 De beslissing in kort geding

De kantonrechter,

5.1

wijst de vordering van [eiseres] af;

5.2

veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van VPCO begroot op € 400,= wegens het salaris van de gemachtigde;

5.3

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2017. (ap)