Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:1666

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-04-2017
Datum publicatie
18-04-2017
Zaaknummer
08/760101-16 (P) en 05/110408-14 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 27-jarige man tot een gevangenisstraf van 18 maanden voor oplichting en valsheid in geschrifte. De man heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van zijn slachtoffers via een datingsite. Door het opgeven van valse namen en het verspreiden van leugens, bewoog hij zijn slachtoffers grote geldbedragen over te maken. De man moet ruim 362.000 euro aan schadevergoedingen betalen. Daarnaast legt de rechtbank een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08/760101-16 (P) en 05/110408-14 (TUL)

Datum vonnis: 18 april 2017

Vonnis op tegenspraak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats 1] , [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats 1] ,

nu verblijvende Huis van Bewaring Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 augustus 2016, 13 oktober 2016, 15 december 2016, 23 februari 2017 en 4 april 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. M. van Dam, advocaat te ‘s-Hertogenbosch, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging conform artikel 313 en 314a van het Wetboek van Strafvordering - , kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 31 januari 2015 tot en met 23 oktober 2015, al dan niet met een ander, aangever [slachtoffer 1] heeft opgelicht, waarbij verdachte die [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een totaalbedrag van € 312.480,84;

feit 2 primair :

op 13 augustus 2015, althans in de maand augustus 2015, al dan niet met een ander, een document, te weten een verklaring gemachtigde, valselijk heeft opgemaakt;

subsidiair

op 13 augustus 2015, althans in de maand augustus 2015, al dan niet met een ander, gebruik heeft gemaakt van een document dat valselijk was opgemaakt;

feit 3

in de periode van 1 december 2015 tot en met 5 februari 2016, aangever [slachtoffer 2] , heeft opgelicht, waarbij verdachte die [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een totaalbedrag van € 19.000;

feit 4

in de periode van 22 februari 2016 tot en met 25 februari 2016, aangever [slachtoffer 3] , heeft opgelicht, waarbij verdachte die [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een totaalbedrag van € 3.000 en tot het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen;

feit 5

in de periode van 8 maart 2016 tot en met 23 april 2016, aangever [slachtoffer 4] heeft opgelicht, waarbij verdachte die [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een totaalbedrag van € 28.000 en tot het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 januari 2015 tot en met 23 oktober 2015 in de gemeente(n) Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten één of meer geldbedragen, in ieder geval een geldbedrag van in totaal 312.480,84 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op internetsite “Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 1] en/of zich voorgedaan als [alias verdachte] en/of telefoonnummers uitgewisseld en/of

telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 1] en/of - die [slachtoffer 1] (telefonisch) medegedeeld en/of doen geloven dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders(s) geld nodig had(den) voor benzine en/of zijn bankpas geblokkeerd was en/of

  • -

    dat hij, verdachte, een schuld had bij de belastingdienst en/of geld nodig had voor ziektekosten en/of - die [slachtoffer 1] een kopie van verdachte ID-kaart te sturen om het vertrouwen van die [slachtoffer 1] te krijgen en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, geld over laten maken op één of meer

bankrekeningnummers ter attentie van diverse personen onder andere ter attentie van [naam 2] en/of die [slachtoffer 1] middels Unibet en/of Paysafe.com digitaal geld laten betalen en/of contant geld laten afgeven en/of

- die [slachtoffer 1] medegedeeld dat hij, verdachte, eigenaar was van wat modezaken

en/of deze wilde gaan verkopen en/of van deze opbrengst die [slachtoffer 1] zou afbetalen en/of terugbetalen en/of

- aan die [slachtoffer 1] een verklaring gemachtigde namens accounts en adviseurs

[bedrijf] overhandigd en/of verzonden en/of

- aan de [slachtoffer 1] een ondertekende akte van lening op naam van [alias verdachte]

overhandigd en/of verzonden en/of verstrekt en/of zich voorgedaan als zijnde persoon die voornoemde leningen zou en/of willen en/of kunnen terugbetalen;

2.

hij op of omstreeks 13 augustus 2015, althans in de maand augustus 2015, in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

- een verklaring gemachtigde opgemaakt door [bedrijf] d.d. 13 augustus 2015

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst door (feitelijk weergegeven)

  • -

    deze verklaring van gemachtigde te voorzien van een bestaande naam en/of logo en/of adresgegevens van één of meer bestaande makelaarskanto(o)r(en) en/of

  • -

    deze verklaring van gemachtigde te voorzien van de naam en/of handtekening

van [bedrijf] , welke moest doorgaan voor de naam en/of handtekening van de [bedrijf] en/of

met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 augustus 2015 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een valselijk opgemaakt en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een verklaring van gemachtigde, als ware het echt en onvervalst, door deze aan [slachtoffer 1] te verzenden en/of te verstrekken en/of die [slachtoffer 1] hiermee als gemachtigde aan te merken en/of bestaande die

valsheid of vervalsing hierin dat deze verklaring van gemachtigde was voorzien van een bestaande naam en/of logo en/of adresgegevens van één of meer bestaande makelaarskanto(o)r(en) en/of deze verklaring van gemachtigde was voorzien van de naam en/of handtekening van [bedrijf] , welke moest doorgaan voor de naam en/of handtekening van die [bedrijf] ;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2015 tot en met 05 februari 2016 in de gemeente(n) Alkmaar en/of Apeldoorn, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten één of meer geldbedragen, in ieder geval een geldbedrag van in totaal 19.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, hebbende verdachte met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    op internetsite ‘Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 2] en/of telefoonnummers uitgewisseld en/of telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 2] en/of

  • -

    die [slachtoffer 2] (telefonisch) benaderd en/of medegedeeld en/of doen geloven dat hij, verdachte, geld nodig had in verband met financiële problemen en/of verhalen heeft verteld dat hij een zoon had en/of de voogdij had en/of zijn vriendin drugsverslaafd is en/of dat hij problemen had met zijn auto en/of dat een vriend van hem er met een groot geldbedrag van hun gezamenlijke rekening vandoor is gegaan en/of dat hij een schuld had bij de belastingdienst en/of dat hij een boete moest betalen omdat zijn rijbewijs was ingevorderd en/of

  • -

    bij die [slachtoffer 2] op bezoek is geweest en/of hem heeft voorgehouden dat het bijna rond was met de bank, maar nog een groot geldbedrag nodig had en/of die [slachtoffer 2] om dit geldbedrag heeft gevraagd en/of

  • -

    die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, geld overlaten maken op/naar een bankrekeningnummer op naam van [naam 3] en/of

  • -

    zich voorgedaan als zijnde persoon die voornoemde leningen zou en/of willen en/of kunnen terugbetalen;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 februari 2016 tot en met 25 februari 2016 in de gemeente(n) ‘s-Hertogenbosch en/of Apeldoorn en/of Deventer en/of Zwolle, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten één of meer geldbedrag(en), in ieder geval een geldbedrag van in totaal 3000 euro, althans een geldbedrag, althans enig goed en/of één of meer telefoonabonnementen, hebbende verdachte met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    op internetsite ‘Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 3] en/of telefoonnummers uitgewisseld en/of telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 3] en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] telefonisch benaderd en/of medegedeeld en/of doen geloven dat hij een auto ongeluk had gehad en/of dat hij hier geld voor nodig had en/of dat hij geld nodig had om zijn kind naar de crèche te laten gaan en/of dat hij een telefoon en/of een telefoonabonnement nodig had en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] een kartonnetje gegeven met daarop de gegevens [verdachte] [geboortedatum] [woonplaats 4] en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, geld over laten maken op/naar bankrekeningnummer op naam van [naam 4] en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, geld op laten nemen bij een geldautomaat en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, een telefoonabonnement af laten sluiten en/of de bijbehorende telefoon aan verdachte af laten gegeven en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, om de bankpas en/of bijbehorende pincode heeft gevraagd en/of tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat die [slachtoffer 3] zijn bankpas en/of bijbehorende pincode aan hem, verdachte, moest geven, zodat deze geld op de rekening van die [slachtoffer 3] kon overmaken en/of

  • -

    zich voorgedaan als zijnde persoon die voornoemde leningen zou en/of willen

en/of kunnen terugbetalen;

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 maart 2016 tot en met 23 april 2016 in de gemeente(n) Gorinchem en/of Apeldoorn en/of Zwolle en/of Amersfoort, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten,

te weten één of meer geldbedragen, in ieder geval een geldbedrag van in totaal 28.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed en/of één of meer telefoonabonnementen, hebbende verdachte met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    op internetsite ‘Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 4] en/of zich voorgedaan als [alias verdachte] en/of telefoonnummers uitgewisseld en/of telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 4] en/of

  • -

    die [slachtoffer 4] (telefonisch) benaderd en/of medegedeeld en/of doen geloven dat hij, verdachte, geld nodig had in verband met financiële problemen en/of verhalen heeft verteld dat hij een zoon had en/of de voogdij had en/of zijn vriendin drugsverslaafd is en/of hij helemaal alleen is en/of samen met een zakelijke partner een aantal filialen in (outlet)kleding had en/of die achtergelaten en/of de huur van panden en/of zijn woning niet meer kon betalen en/of hard aan het werk was om zijn hoofd boven water te houden en/of slecht sliep door de stress en/of

  • -

    die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, geld over laten maken op/naar een

bankrekeningnummer op naam van [alias 2 verdachte] en/of [naam 6] en/of

  • -

    bij die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, op bezoek is geweest en/of tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zijn rijbewijs was afgenomen en/of geld nodig had om de boete hiervoor te betalen en/of dat er nog meer schulden op het bedrijf en/of de panden zaten en/of

  • -

    die [slachtoffer 4] (telefonisch) gevraagd een aantal telefoonabonnementen af te sluiten zodat verdachte de verkregen sim-kaarten zou kunnen gebruiken in de oude telefoons van zijn personeel en/of de verkregen telefoons zou kunnen verkopen om zo aan geld te komen voor zijn boetes en/of

  • -

    die [slachtoffer 4] één of meer telefoonabonnementen laten afsluiten en/of de

bijbehorende/verkregen telefoons aan verdachte af te laten geven en/of

  • -

    die [slachtoffer 4] door een advocaat laten benaderen en/of die advocaat aan die [slachtoffer 4] laten mededelen dat hij, verdachte, opgepakt was door de politie en/of vast zat voor openstaande boetes en/of alleen contact mocht hebben via zijn advocaat en/of die [slachtoffer 4] naar Zwolle kon komen om deze boetes te betalen, zodat verdachte niet naar de gevangenis hoefde en/of verdachte weer kon werken en/of dat die [slachtoffer 4] anders zijn geld kwijt zou zijn en/of voorlopig niet terug zou krijgen en/of

  • -

    die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, om de bankpas en/of bijbehorende pincode heeft gevraagd en/of tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat die [slachtoffer 4] zijn bankpas en/of bijbehorende pincode aan hem, verdachte, moest geven, zodat hij, verdachte, zijn schulden (een afgesproken bedrag) kon pinnen en/of hiermee kon af betalen en/of

  • -

    zich voorgedaan als zijnde persoon die voornoemde leningen zou en/of willen

en/of kunnen terugbetalen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde. De officier heeft wat betreft de feiten 1, 3, 4 en 5 als oplichtingsmiddelen ‘een samenweefsel van verdichtsels’ en ‘een valse hoedanigheid’ bewezen geacht.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 4 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken en heeft zich wat betreft de feiten 1, 2 primair en subsidiair, 3 en 5 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft daarbij - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende aangevoerd:

Verdachte is van mening dat hij aangever [slachtoffer 1] niet heeft opgelicht, maar dat hij telkens geld van hem heeft geleend met de intentie dat hij deze geldbedragen terug zou betalen. Ten aanzien van feit 1 is, bij een bewezenverklaring, niet vast te stellen dat [slachtoffer 1] wat betreft het gehele ten laste gelegde bedrag van € 312.480,84 door verdachte, en niet door een ander, is bewogen tot afgifte. Daarnaast is niet uit te sluiten dat verdachte daadwerkelijk bij de twee modezaken/panden betrokken is geweest, zodat dit onderdeel in de tenlastelegging niet bewezen kan worden. Wat betreft het onder 4 ten laste gelegde is niet uitgesloten dat niet verdachte maar een ander of anderen dit feit heeft/hebben gepleegd zonder dat verdachte daar enig aandeel in heeft gehad.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feit als volgt.

Op grond van de in de bijlage opgenomen en in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] voor een bedrag van

€ 312.480,12 heeft opgelicht, door hem door middel van een samenweefsel van verdichtsels, listige kunstgrepen en het aannemen van een valse hoedanigheid tot die afgifte van dit geldbedrag te bewegen.

Verdachte heeft een profiel op de contactpagina “Badoo” geplaatst met de bedoeling in contact te komen met oudere homoseksuele mannen die geld aan hem zouden afgeven. Verdachte heeft [slachtoffer 1] , waarmee hij via Badoo in contact kwam, door - onder meer - (meelijwekkende) onjuiste verhalen te vertellen en zich daarbij voor te doen als een persoon die financieel in staat zou zijn het aan hem gegeven geld terug te betalen, tot de afgifte van (grote) geldbedragen bewogen. Verdachte heeft [slachtoffer 1] , naast de overige in de tenlastelegging genoemde leugens, onder meer doen geloven dat hij (mede)eigenaar was van twee modehuizen en dat hij geld nodig had om een belastingschuld met betrekking tot deze modezaken af te betalen zodat deze konden worden verkocht. Het feit dat verdachte [slachtoffer 1] had verzekerd dat hij hem met de opbrengst van de verkoop van deze zaken/panden zou kunnen terugbetalen, is mede de reden voor [slachtoffer 1] geweest met de betalingen door te gaan. Indien [slachtoffer 1] immers de betalingen zou staken werd er door hem gevreesd dat hij het geld dat hij al aan verdachte had afgegeven niet meer terug zou krijgen. Daarbij heeft verdachte [slachtoffer 1] twee documenten, waaronder een akte van lening, doen toekomen, die in zijn opdracht valselijk waren opgemaakt. Verdachte heeft daarbij zijn vader opgedragen in hoedanigheid van makelaar ‘de akte van lening’ aan [slachtoffer 1] in persoon te overhandigen. Verdachte heeft met de afgifte van deze valse documenten enkel beoogd [slachtoffer 1] ervan te overtuigen dat zijn verhalen over de (verkoop van de) modezaken/panden op waarheid gebaseerd waren waardoor [slachtoffer 1] met de betalingen door zou gaan. Dat verdachte eigenaar van deze modezaken/panden was, of daar anderszins (financieel) betrokken bij is geweest, is op geen enkele manier gebleken. Integendeel; verdachte wordt niet in de stukken van de Kamer van Koophandel, betrekking hebbend op deze bedrijven, genoemd en de eigenaar van de modezaken/panden, [betrokkene] , heeft betwist dat verdachte iets met de modezaken/panden van doen heeft gehad. [betrokkene] heeft daarbij weersproken dat verdachte ooit huur of andere geldbedragen ten behoeve van deze panden/zaken heeft betaald. Wat betreft dit laatste is ook op geen enkele wijze vast komen te staan dat het geld dat [slachtoffer 1] in dit kader naar verdachte heeft overgemaakt, aan deze modezaken/panden of de afbetaling van een belastingschuld ten goede is gekomen.

Verdachte heeft vanaf het begin geweten dat hij financieel niet in staat was en zou zijn om alle door [slachtoffer 1] gegeven (grote) geldbedragen terug te betalen. Verdachte heeft ter zitting daarbij toegegeven dat veel van het geld dat door [slachtoffer 1] aan hem, of via anderen ten behoeve van hem, is afgegeven aan levensonderhoud dan wel aan het gokken is opgegaan.

De rechtbank acht het gehele tenlastegelegde bedrag op basis van de verklaring van aangever en de bij de aangifte gevoegde bankafschriften2 bewezen, mede gezien de wijze waarop [slachtoffer 1] telkens is bewogen tot afgifte van het geld. Deze vertoont bovendien grote overeenkomsten met de wijze waarop het onder 3 tot en met 5 tenlastegelegde is begaan. Ten aanzien van die feiten heeft verdachte (deels) bekend daarvoor volledig verantwoordelijk te zijn. De bewezenverklaring wordt daarenboven gesteund door de verklaring van [alias 2 verdachte] , dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat hij [slachtoffer 1] voor

€ 300.000,- heeft opgelicht3 Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank de verklaring van verdachte op dit punt ongeloofwaardig. Verdachte ontkent weliswaar [slachtoffer 1] te hebben bewogen tot afgifte van het volledige bedrag, maar dat enkel in vage en algemene bewoordingen. Verder blijkt op geen enkele wijze uit het dossier dat derden zelfstandig en buiten medeweten van verdachte [slachtoffer 1] hebben bewogen tot afgifte van een gedeelte van het tenlastegelegde bedrag. Daarbij is nog opgemerkt dat het voor oplichting enkel is vereist dat de ander door de dader wordt bewogen tot afgifte; niet dat wordt vastgesteld dat het geld daadwerkelijk in de macht van de dader is gekomen.

Nu uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte bij het verkrijgen van het geld van [slachtoffer 1] - op onderdelen - medewerking van anderen heeft gehad, zal de rechtbank bewezen verklaren dat verdachte het onderhavige feit mede met een ander of anderen heeft gepleegd.

Het onder 2 primair ten laste gelegde acht de rechtbank, mede gezien de bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen.4

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feit als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat verdachte ter zitting van 4 april 2017 heeft verklaard dat hij, nadat hij van aangever [slachtoffer 1] (feit 1) de geldbedragen had ontvangen, hij de personen die hij daarna heeft benaderd met onjuiste verhalen heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, wetende dat hij het geld voor andere doeleinden zou gebruiken en dat hij het geld niet terug zou kunnen en/of willen betalen.

Gezien het feit dat verdachte zijn betrokkenheid bij het onder 4 ten laste gelegde (deels) heeft ontkend zal de rechtbank dat feit afzonderlijk bespreken.

Op grond van de in de bijlage opgenomen en voetnoten5 genoemde bewijsmiddelen, waaronder de hiervoor genoemde verklaring van verdachte, is bewezen - kort samengevat - dat verdachte [slachtoffer 2] voor een bedrag van € 19.000 en [slachtoffer 4] voor een bedrag van € 28.000 heeft opgelicht, door hen door middel van een samenweefsel van verdichtsels en het aannemen van een valse hoedanigheid tot die afgifte te bewegen. Daarnaast is bewezen dat verdachte door dezelfde oplichtingsmiddelen die [slachtoffer 4] heeft bewogen tot het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde acht de rechtbank op grond van de in de bijlage opgenomen en in de voetnoten6 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] heeft opgelicht door hem door middel van een samenweefsel van verdichtsels en het aannemen van een valse hoedanigheid, te bewegen tot de afgifte van € 3.000. De rechtbank ziet mede in het feit dat verdachte ter zitting wisselend over zijn aandeel in dit feit heeft verklaard en de omstandigheid dat er sprake is van een zelfde “modus operandi’ als bij de onder 1, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten, geen aanleiding om aan de juistheid van de aangifte te twijfelen. Ook bij dit feit is vast komen te staan dat verdachte [slachtoffer 3] onwaarheden heeft verteld om hem te bewegen tot het afgeven van geld, terwijl hij wist dat hij [slachtoffer 3] niet terug zou kunnen en/of willen betalen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] heeft bewogen tot het afsluiten van telefoonabonnementen nu uit de verklaring van [slachtoffer 3] kan worden afgeleid dat hij deze abonnementen enkel heeft afgesloten omdat verdachte hem onder druk heeft gezet en niet omdat hij daartoe door enig oplichtingsmiddel is bewogen. Verdachte zal van dit onderdeel worden vrijgesproken.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 31 januari 2015 tot en met 23 oktober 2015 in de gemeenten Zwolle en Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten één of meer

geldbedragen van in totaal 312.480,84 euro, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    op internetsite “Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 1] en zich voorgedaan als [alias verdachte] en telefoonnummers uitgewisseld en/of telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 1] en

  • -

    die [slachtoffer 1] (telefonisch) medegedeeld en doen geloven dat hij, verdachte, geld nodig had voor benzine en zijn bankpas geblokkeerd was en

  • -

    dat hij, verdachte, een schuld had bij de belastingdienst en geld nodig had voor ziektekosten en

  • -

    die [slachtoffer 1] een kopie van verdachtes ID-kaart heeft gestuurd om het vertrouwen van die [slachtoffer 1] te krijgen en

  • -

    die [slachtoffer 1] meermalen geld over laten maken op bankrekeningnummers ter attentie van diverse personen onder andere ter attentie van [naam 2] en die [slachtoffer 1] middels Unibet en Paysafe.com digitaal geld laten betalen en contant geld laten afgeven en

  • -

    die [slachtoffer 1] medegedeeld dat hij, verdachte, eigenaar was van wat modezaken

en deze wilde gaan verkopen en van deze opbrengst die [slachtoffer 1] zou afbetalen en terugbetalen en

- aan die [slachtoffer 1] een verklaring gemachtigde namens accounts en adviseurs

[bedrijf] overhandigd en/of verzonden en

  • -

    aan [slachtoffer 1] een ondertekende akte van lening op naam van [alias verdachte] overhandigd en/of verstrekt en

  • -

    zich voorgedaan als een persoon die voornoemde leningen zou willen en/of kunnen terugbetalen;

2.

hij in de maand augustus in de gemeenten Apeldoorn en Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

een verklaring gemachtigde opgemaakt door [bedrijf] d.d. 13 augustus 2015, valselijk heeft opgemaakt door feitelijk weergegeven

  • -

    deze verklaring gemachtigde te voorzien van een bestaande naam en logo en adresgegevens van een bestaand makelaarskantoor en

  • -

    deze verklaring gemachtigde te voorzien van de naam en handtekening van [bedrijf] , welke moest doorgaan voor de naam en/of handtekening van [bedrijf]

met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te

doen gebruiken;

3.

hij in de periode van 1 december 2015 tot en met 5 februari 2016 in de gemeenten Alkmaar en Apeldoorn, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, een geldbedrag van in totaal 19.000 euro, hebbende verdachte met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven

valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    op internetsite ‘Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 2] en telefoonnummers uitgewisseld en telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 2] en

  • -

    die [slachtoffer 2] telefonisch benaderd en medegedeeld en doen geloven dat hij, verdachte, geld nodig had in verband met financiële problemen en verhalen heeft verteld dat hij een zoon had en de voogdij had en zijn vriendin drugsverslaafd is en dat hij problemen had met zijn auto en dat een vriend van hem er met een groot geldbedrag van hun gezamenlijke rekening vandoor is gegaan en dat hij een schuld had bij de belastingdienst en dat hij een boete moest betalen omdat zijn rijbewijs was ingevorderd en

  • -

    bij die [slachtoffer 2] op bezoek is geweest en hem heeft voorgehouden dat het bijna rond was met de bank, maar dat hij nog een groot geldbedrag nodig had en die [slachtoffer 2] om dit geldbedrag heeft gevraagd en

  • -

    die [slachtoffer 2] meermalen geld over laten maken op/naar een bankrekeningnummer op naam van [naam 3] en

  • -

    zich voorgedaan als een persoon die voornoemde leningen zou willen en kunnen terugbetalen;

4.

hij in de periode van 22 februari 2016 tot en met 25 februari 2016 in de gemeenten ‘s-Hertogenbosch en Apeldoorn en Deventer en Zwolle, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van in totaal 3.000 euro, hebbende verdachte met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    op internetsite ‘Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 3] en telefoonnummers uitgewisseld en telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 3] en

  • -

    die [slachtoffer 3] telefonisch benaderd en medegedeeld en doen geloven dat hij een auto-ongeluk had gehad en dat hij hier geld voor nodig had en dat hij geld nodig had om zijn kind naar de crèche te laten gaan en

  • -

    die [slachtoffer 3] een kartonnetje gegeven met daarop de gegevens [verdachte] [geboortedatum] [woonplaats 4] en

  • -

    die [slachtoffer 3] meermalen geld over laten maken op/naar een bankrekeningnummer op naam van [naam 4] en

  • -

    die [slachtoffer 3] meermalen geld op laten nemen bij een geldautomaat en

  • -

    die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, om de bankpas en/of bijbehorende pincode heeft gevraagd en tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat die [slachtoffer 3] zijn bankpas en bijbehorende pincode aan hem, verdachte, moest geven, zodat deze geld op de rekening van die [slachtoffer 3] kon overmaken en

  • -

    zich voorgedaan als een persoon die voornoemde leningen zou willen

en kunnen terugbetalen;

5.

hij in de periode van 8 maart 2016 tot en met 23 april 2016 in de gemeenten Gorinchem en Apeldoorn en Zwolle en Amersfoort, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het aangaan van een schuld, te weten in totaal 28.000 euro, en telefoonabonnementen, hebbende verdachte met voorgeschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

  • -

    op internetsite ‘Badoo’ contact gezocht met die [slachtoffer 4] en zich voorgedaan als [alias verdachte] en telefoonnummers uitgewisseld en telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer 4] en

  • -

    die [slachtoffer 4] telefonisch benaderd en medegedeeld en doen geloven dat hij, verdachte, geld nodig had in verband met financiële problemen en verhalen heeft verteld dat hij een zoon had en de voogdij had en zijn vriendin drugsverslaafd is en hij helemaal alleen is en samen met een zakelijke partner een aantal filialen in outletkleding had en die achtergelaten en de huur van panden en zijn woning niet meer kon betalen en hard aan het werk was om zijn hoofd boven water te houden en slecht sliep door de stress en

  • -

    die [slachtoffer 4] meermalen geld over laten maken op/naar een bankrekeningnummer op naam van [alias 2 verdachte] en [naam 6] en

  • -

    bij die [slachtoffer 4] op bezoek is geweest en tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat zijn rijbewijs was afgenomen en geld nodig had om de boete hiervoor te betalen en dat er nog meer schulden op het bedrijf en/of de panden zaten en

  • -

    die [slachtoffer 4] (telefonisch) gevraagd een aantal telefoonabonnementen af te sluiten zodat verdachte de verkregen sim-kaarten zou kunnen gebruiken in de oude telefoons van zijn personeel en de verkregen telefoons zou kunnen verkopen om zo aan geld te komen voor zijn boetes en

  • -

    die [slachtoffer 4] telefoonabonnementen laten afsluiten en de bijbehorende/verkregen telefoons aan verdachte af te laten geven en

  • -

    die [slachtoffer 4] door een advocaat laten benaderen en die advocaat aan die [slachtoffer 4] laten mededelen dat hij, verdachte, opgepakt was door de politie en vast zat voor openstaande boetes en alleen contact mocht hebben via zijn advocaat en die [slachtoffer 4] naar Zwolle kon komen om deze boetes te betalen, zodat verdachte niet naar de gevangenis hoefde en verdachte weer kon werken en dat die [slachtoffer 4] anders zijn geld kwijt zou zijn en voorlopig niet terug zou krijgen en

  • -

    die [slachtoffer 4] om de bankpas en bijbehorende pincode heeft gevraagd en tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat die [slachtoffer 4] zijn bankpas en bijbehorende pincode aan hem, verdachte, moest geven, zodat hij, verdachte, zijn schulden (een afgesproken bedrag) kon pinnen en hiermee kon af betalen en

  • -

    zich voorgedaan als een persoon die voornoemde leningen zou willen

en kunnen terugbetalen.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift

feit 3

het misdrijf: oplichting

feit 4

het misdrijf: oplichting

feit 5

het misdrijf: oplichting

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft verder wat betreft een eventuele klinische dan wel ambulante behandeling het standpunt ingenomen dat, met name gezien het negatieve advies van de reclassering, daar niet in het kader van de op te leggen straf maar eventueel in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) mogelijkheden voor zijn.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft wat betreft de strafmaat - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:

De eis van de officier van justitie is aan de hoge kant en er zijn meerdere redenen deze te matigen. Allereerst dient in oplichtingszaken aansluiting te worden gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) inzake fraudezaken, die bij een benadelingsbedrag zoals in deze zaak op een gevangenisstraf tussen de twaalf en achttien maanden als uitgangspunt nemen. Verder dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat de benadeelden in deze zaak zeer eenvoudig tot de afgifte van de geldbedragen te bewegen waren, terwijl ze de onjuistheid van verdachtes verhalen hadden moeten doorzien. Verdachte is door de goedgelovigheid van de slachtoffers, in samenhang bezien met zijn problematiek, moeiteloos in staat geweest met zijn gedrag door te gaan. Tenslotte dient het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar wordt beschouwd, matigend te werken. De verdediging verzoekt, naast het opleggen van een fors lagere straf dan geëist, tevens een deel voorwaardelijk op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat verdachte een behandeling voor zijn problematiek zal ondergaan.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft valsheid in geschrift gepleegd en heeft vier personen opgelicht door hen met verzonnen en meelijwekkende verhalen (grote) geldbedragen afhandig te maken en één van hen tot het afsluiten van telefoonabonnementen te bewegen. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaaktvan de goedgelovigheid en het vertrouwen van de slachtoffers en van het feit dat zij met verdachte begaan waren en hem behulpzaam wilden zijn. Verdachte heeft het geld dat hij van de slachtoffers heeft losgekregen enkel en alleen voor zijn eigen gewin gebruikt. Het is nog maar de vraag of de slachtoffers hun geld ooit nog terug zullen zien.

Verdachte is blijkens het uittreksel justitiële documentatie van 13 februari 2017 eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Vanaf 2010 tot en met 2014 is verdachte meermalen voor het plegen van vermogensdelicten, waaronder een overval in een woning en een afpersing, tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen veroordeeld.

Door P.J. Fransen, GZ-psycholoog, is op 7 oktober 2016 een rapport over verdachte opgesteld. De psycholoog heeft vastgesteld dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met psychopathische kenmerken en mogelijk een gokstoornis. Volgens de psycholoog beïnvloedde de stoornis de geestvermogens in verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde zodanig dat de feiten mede daaruit verklaard kunnen worden. Het beperkte geweten van betrokkene, zijn parasitaire levensstijl, zijn gebrek aan betrokkenheid bij de slachtoffers en zijn gebrek aan berouw, faciliteerden zijn manipulatieve vaardigheden waarmee hij telkens geld los kon krijgen van de slachtoffers, wat op zich belonend werkte en zijn gedrag, geld vragen, in stand hield. De psycholoog heeft geconcludeerd dat verdachte voor de feiten verminderd toerekeningsvatbaar gehouden kan worden. Daarnaast wordt de kans dat verdachte maatschappelijke normen zal blijven schenden en het risico dat verdachte op een oneigenlijke manier aan geld zal blijven proberen te komen, door de psycholoog als hoog ingeschat.

De psycholoog heeft de rechtbank in overweging gegeven bij een geheel of gedeeltelijke voorwaardelijke straf reclasseringstoezicht op te leggen en als bijzondere voorwaarde te stellen, dat betrokkene zich zal laten behandelen in een forensisch psychiatrische kliniek gericht op de antisociale persoonlijkheidsstoornis met psychopathische kenmerken, zolang als de reclassering dit nodig vindt.

Reclassering Nederland heeft in het rapport van 1 december 2016 geconcludeerd dat

de haalbaarheid van een verplichte behandeling en begeleiding van betrokkene zeer gering is. De reclassering heeft daarbij meegewogen dat verdachte zelf niet weet aan te geven waar hij hulp bij nodig heeft en dat hij het niet eens is met de inhoud van het NIFP-rapport en de daarin geconstateerde problematiek. Daarnaast heeft zowel het NIFP als de reclassering geconstateerd dat betrokkene weinig tot geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag. Daar komt bij dat betrokkene de afspraken binnen een eerder reclasseringstoezicht in het kader van een eerdere VI in oktober 2014 niet is nagekomen en zelfs de enkelband voor elektronische controle heeft doorgeknipt. De reclassering schat, gezien de door het NIFP geconstateerde persoonlijkheidsproblematiek en gokstoornis, de kans op delictgedrag onverminderd hoog in als betrokkene zich niet laat behandelen. Echter zijn houding zoals bovenbeschreven biedt volgens de reclassering op dit moment geen mogelijkheid voor beïnvloeding. Geadviseerd wordt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Bij de bepaling van de straf worden in beginsel de geldende oriëntatiepunten van het LOVS als uitgangspunt genomen. De rechtbank zoekt terzake oplichting aansluiting bij de oriëntatiepunten voor fraude die bij een benadelingsbedrag van tussen de € 250.000 en € 500.000 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tussen de twaalf en achttien maanden voorschrijven. Gezien de hoogte van het benadelingsbedrag in deze zaak zal van 18 maanden gevangenisstraf worden uitgegaan. Het strafblad van verdachte en het feit dat verdachte vier personen heeft opgelicht acht de rechtbank daarbij strafverhogend. De rechtbank ziet echter in de conclusies van de psycholoog, en dan met name de vaststelling dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht omdat verdachtes handelen (mede) uit verdachtes stoornis verklaard kan worden, redenen de straf te matigen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte, éénmaal op de rijdende trein van zijn praktijken, gemakkelijk door kon gaan met zijn handelswijze door de weinig kritische houding van de slachtoffers. Vanuit zijn stoornis was het voor verdachte vervolgens moeilijk zich nog te distantiëren van zijn eenmaal ingeslagen criminele pad. De rechtbank constateert dat behandeling van verdachte noodzakelijk is om het recidiverisico te verminderen, maar acht het gezien verdachtes ambivalente houding ten opzichte van behandeling en het advies van de reclassering op dit punt, niet opportuun deze op te leggen in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een gedeeltelijk voorwaardelijke straf. Verdachte kan, indien hij daartoe gemotiveerd blijkt, mogelijk in het kader van een VI de behandeling ondergaan die hij nodig heeft. Het opleggen van een voorwaardelijke straf acht de rechtbank evenmin aangewezen, nu, gezien het genoemde hoge recidivegevaar, daarvan niet wordt verwacht dat dit verdachte er van zal weerhouden strafbare feiten te plegen. Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 308.542,61 (driehonderdachtduizend vijfhonderd tweeënveertig euro en éénenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het onder 1 ten laste gelegde feit is gepleegd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering hoofdelijk dient te worden toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk in de vordering te verklaren, nu andere personen voor de terugbetaling van een deel van dit bedrag aansprakelijk zijn. De raadsman heeft daarbij aangevoerd dat, indien de vordering bij de civiele rechter wordt behandeld, verdachte de mogelijkheid wordt geboden deze andere personen in vrijwaring op te roepen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De vordering heeft betrekking op het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank ziet geen reden de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren zoals door de raadsman is verzocht. Artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering biedt de benadeelde partij een relatief eenvoudige manier om de schade op verdachte binnen het strafrecht te verhalen mits de behandeling van de vordering geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Nu van het laatste geen sprake is, is de benadeelde partij ontvankelijk in de vordering. Indien verdachte andere personen voor de betaling van een (deel van) het benadelingsbedrag wil aanspreken, kan hij zich zelf tot de burgerlijke rechter wenden.

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is vast komen te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot de dag der algehele voldoening. Gezien het feit dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte het onder 1 bewezenverklaarde met een ander of anderen heeft gepleegd, wordt de vordering hoofdelijk toegewezen.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

8.6

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 19.451,32 (negentienduizend vierhonderdéénenvijftig euro en tweeëndertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het onder 3 ten laste gelegde feit is gepleegd.

8.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.

8.8

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich wat betreft de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.9

Het oordeel van de rechtbank

De vordering heeft betrekking op het onder 3 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is vast komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening.

8.10

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

8.11

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 3] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 6.812,77 (zesduizend achthonderdtwaalf euro en zevenenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het onder 4 ten laste gelegde feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    overgemaakt/gepind geld € 3.390,77;

  • -

    één abonnement T-mobile € 800,-;

  • -

    twee abonnementen Tele2 € 2.616,-.

8.12

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.

8.13

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht, gezien de bepleite vrijspraak, de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.

8.14

Het oordeel van de rechtbank

De vordering heeft betrekking op het onder 4 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is vast komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost met betrekking tot het overgemaakte/gepinde geld is niet dan wel onvoldoende betwist en voor een deel voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde tot een bedrag van € 3.000,- toewijzen, nu dit bedrag is ten laste gelegd en op grond van de onderbouwing en de stukken in het dossier onvoldoende is gebleken dat het meer gevorderde van € 390,77 door de benadeelde in het kader van de oplichting aan verdachte is afgegeven. De benadeelde partij zal voor wat betreft dit deel van de vordering niet ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank zal de benadeelde partij wat betreft de gevorderde schade met betrekking tot de afgesloten telefoonabonnementen op de voet van artikel 361 van het Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk verklaren, nu verdachte van het deel van de tenlastelegging waarop deze schade betrekking heeft is vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.000,- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening.

8.15

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

8.16

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 31.511,15 éénendertig duizend vijfhonderdelf euro en vijftien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    uitgeleende gelden, die niet terugbetaald zijn € 26.053,93;

  • -

    aangekochte mobiele telefoons € 1.520,22;

  • -

    abonnementskosten € 3.487,00.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 450,- gevorderd.

8.17

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen.

8.18

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich wat betreft de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.19

Het oordeel van de rechtbank

De vordering heeft betrekking op het onder 5 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is vast komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks materiële schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten wat betreft de materiële schade zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De gevorderde immateriële schade is onvoldoende onderbouwd, nu niet is gebleken dat de benadeelde door het feit dusdanige psychische schade is toegebracht dat die op de voet van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek voor toewijzing in aanmerking komt. De benadeelde partij is wat betreft dit deel van de vordering derhalve niet ontvankelijk en kan de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 31.061.15, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot de dag der algehele voldoening.

9 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat het vonnis van de politierechter te Zutphen van 15 juli 2014 (parketnummer 05/110408-14) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden ten uitvoer wordt gelegd.

De raadsman heeft om afwijzing van de vordering verzocht.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen, nu is gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14g, 27 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift

feit 3

het misdrijf: oplichting

feit 4

het misdrijf: oplichting

feit 5

het misdrijf: oplichting

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 308.542,61 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening), voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 308.542,61, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 365 dagen zal worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 19.451,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 19.451,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 132 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 3] , voor een deel van € 3.812.77,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 4] , voor een deel van € 450,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 31.061,15, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 31.061,15 , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 190 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

- gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Zutphen van 15 juli 2014, met parketnummer 05/110408-14, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 april 2017.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier Antwerpen van de regiopolitie Oost-Nederland met BHV- nummer 201(1)5512348. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.1

een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 107 e.v., inhoudende:

V: Wat is Badoo voor een site?

A: Kennismakingssite of datingsite, je kan er alles mee. Hij noemt zichzelf [alias verdachte] maar hij heet in het echt [alias verdachte] .

V: Wanneer heeft u een profiel aangemaakt op Badoo?

A: Twee jaar geleden ongeveer.

V: Welke informatie heeft u over uzelf verstrekt in dit profiel?

A: Leeftijd, interesses (vooral seksuele interesses). Geen informatie over welstand, adressen of iets dergelijks.

V: Wat geeft u nog meer over uzelf bloot?

A: Vooral leeftijd en seksuele voorkeur. Mijn seksuele voorkeur is bi, maar toch meer gericht op jongere jongens.

(..)

V: Wanneer heeft u voor het eerst contact gekregen met [alias verdachte] ?

A: Donderdag 29 januari 2015.

V: Van wie ging het initiatief uit?

A: Van hem. Hij nam contact met mij op. Ik neem nooit contact op, omdat ik ouder ben is het antwoord vaak ‘nee’.

V: Wat is zijn profielnaam?

A: [alias verdachte] . Ik heb ook een profielfoto van hem. In september 2015 heb ik hem pas ontmoet en ik kan bevestigen dat hij op de foto lijkt. Ik stuur u een schermafbeelding van zijn profielfoto.

(..)

V: Wat vertelde [alias verdachte] over zichzelf in zijn profiel?

A: Ik kijk gelijk even op zijn profiel. Ik wil een man 50-76 daten, ben vrijgezel, ben homoseksueel, 179 cm, 62 kg, slank, bruin haar, donkerbruine ogen, woont alleen, heeft al kinderen, rookt, drinkt niet.

V: Wat vertelde [alias verdachte] over zichzelf tijdens de chats?

A: Dat hij misschien weleens een keer interesse heeft om mij te ontmoeten. We zijn al snel

overgegaan op Whatsapp.

V: Wat voor telefoonnummer heeft u van hem dan?

(..)

V: U geeft aan [alias verdachte] te hebben leren kennen eind januari en dat hij in februari vast kwam te zitten. Wat kunt u vertellen over het verloop van het contact?

A: Begin februari kwam hij met een verhaal dat hij geen benzine had om naar zijn zieke vader te gaan. Hij had geen pinpasje, want dat zou pas eind van de week komen. Toen heb ik voor het eerst geld overgemaakt. Kort daarna kwam het bericht dat zijn vader was overleden. Maar [naam 7] heeft mij verteld dat zijn vader niet overleden is, en dat zijn vader zelfs bij mij aan de deur is geweest om een papier te brengen met een schuldverklaring erop. Dit zou het formulier zijn met een akte van lening erop. Vervolgens zou hij vastgezeten hebben voor openstaande boetes, belastingschulden enzo. Dit was van februari tot medio september 2015. Op het eind moest hij een poosje langer gedetineerd blijven in verband met zijn gezondheid. Hij zou pas weg kunnen gaan als hij beter verklaard zou zijn. (..)

A: Nee. Ik heb hem drie keer gezien. Een keer hebben we een kop koffie gedronken bij Lumen, hij is een keer bij mij thuis geweest en op de dag dat de sociale recherche bij mij was heb ik hem het laatste geld gegeven, want dan zou het rond zijn.

(..)

V: Wat kunt u over uw vermogen vertellen voordat hij in contact kwam met [alias verdachte] ?

A: Toen had ik een ruim vermogen van ongeveer € 280.000,00. Dit had ik belegd bij Staalbankiers. (..)

V: Wat vertelde [alias verdachte] over zijn eigen financiële situatie?

A: In zoverre dat zijn rekening geblokkeerd stond en dat hier € 2.500,00 op stond en dat hij eind van de week een nieuwe pinpas zou krijgen. Maar voor hij die kon ontvangen zat hij in de bajes en kon hij niet meer over zijn eigen rekening beschikken. Daarom verliepen alle betaling via andere rekeningen en vreemde kanalen.

(..)

V: Wat heeft [alias verdachte] allemaal over zichzelf verteld?

A: Dat hij een zoontje had waar hij gedeeltelijk op paste. Dat zijn vader overleden was. Dat zijn moeder een hartinfarct en tja heeft gehad en revalideerde in de Kastanjehof in Apeldoorn

(Arnhemseweg). Dat hij eigenaar was van wat modezaken die failliet waren, maar die hij nog kon verkopen mbt goodwill en inboedel. Dit waren meerdere zaken.

V: Hoe heeft hij dit verteld?

A: Via de bajestelefoon. Hij vertelde dat de verkoop van deze zaken een waarborg zou zijn voor het terugbetalen van de leningen die ik aan hem had verstrekt. Maar iedere keer kwam er wat tussen.

(..)

V: Wanneer en waar heb je hem voor het eerst ontmoet?

A: In september 2015 heb ik hem ontmoet bij Hotel Lumen.

(..)

V: Had dit contact bij Lumen een zakelijk karakter?

A: Ja er was een belastingschuld van € 35.000,00 of € 40.000,00 duizend euro dat hij nog bij elkaar moest schrapen. Hij zou hier eigenlijk komen met de makelaar om de laatste papieren in orde te maken. Dit had te maken met de verkoop en de regeling van de lening die hij bij mij had. In mijn aanwezigheid heeft hij ook met de belastingdienst gebeld om de huidige stand van zijn schuld op te vragen, Ik heb hem gezegd dat ik geen geld meer had en toen werd hij gebeld en vertelde hij dat hij iemand in Meppel gevonden had die hem €10.000 kon lenen. Ik heb nooit argwaan gehad dat dit allemaal leugens waren.

V: U heeft hem drie keer ontmoet?

A: Ja.

V: Adressen, telefoonnummers, voertuigen etc. van [alias verdachte] .

A: Ik had een kopie van zijn lD kaart via whatsapp gekregen. Maar die is nu niet goed zichtbaar meer, doordat ik een soort van back-up heb gemaakt, waardoor de afbeelding van de ID kaart werd gewist.

V: Hoe heet [alias verdachte] werkelijk?

A: Ja, maar op die identificatiekaart stond [verdachte] . Op de akte van lening staat [alias verdachte]

. Toen ik [alias verdachte] vroeg wat het nou moest zijn, zei hij tegen mij dat het inderdaad [alias verdachte] moet zijn, maar dat er een fout was gemaakt op zijn ID-kaart. Ook de makelaar bevestigde dat de naam [alias verdachte] is. Van [naam 7] hoorde ik dat die makelaar waarschijnlijk de vader van [alias verdachte] is. (..)

V: Wat was de reden dat deze makelaar bij uw lening betrokken was?

A: Via dit kantoor zou de verkoop van de modezaken geregeld worden.

V: De verklaring gemachtigde dat is opgesteld door [bedrijf] dat u aan de sociale

recherche heeft overhandigd. Wat voor nut had dit papier?

A: Dit was een verklaring dat er geld vrij zou komen in de toekomst.

V: Maar ze hebben het alleen maar over ‘de bij u bekende relatie’.

A: Ja dat viel mij later ook op. Ik heb op een gegeven moment tegen [alias verdachte] gezegd dat ik eerst papieren wilde zien en dat ik anders niets meet zou overmaken. Toen lag er na een of twee dagen deze brief in mijn bus. Dit zat in een blanco enveloppe en later zou blijken dat [naam 7] dit bij mij in de bus heeft gedaan. Dit vond ik op dat moment niet vreemd. Pas nu ben ik van mening dat dit stom van mij was. Destijds was ik blij dat er een brief was en ik gerustgesteld werd.

V: Wanneer kreeg u de akte van lening?

A: Uit mijn hoofd in augustus. Ik denk dat die datum die erop staat (24 augustus) wel klopt?

V: Naar aanleiding waarvan kreeg u de akte van lening?

A: Ik vertelde [alias verdachte] dat ik graag zwart op wit wilde zien wat zijn schuld aan mij was en hoe een stuk van de betaling geregeld zou gaan worden en dat het op mijn bankrekening terecht zou komen. Ongeveer een dag later kwam er ‘s middag een keurig strak in pak zittende meneer met de akte van lening. Dat was die zogenaamde makelaar. Ik denk nu dat hij helemaal geen makelaar was. Ik denk dit nu omdat ik erachter ben gekomen dat de logo van de makelaardij niet hoort bij het adres van de makelaardij op de brief. Toen ik veel later de brief goed ben gaan lezen, zag ik dat de tekst in de brief ook niet erg professioneel overkomt.

V: (..) Dit zou voor u een waarborg moeten zijn voor het aan [alias verdachte] geleende geld. Dit geld zou ik terugkrijgen uit de verkoop van de zaken van [alias verdachte] . Weet u welke onderpanden dit precies betrof?

A: (..) Ik wilde inderdaad een waarborg hebben voor de € 290.000,00 en het bedrag van

€ 440.000,00 is het geschatte verkoopbedrag van de modezaken van [alias verdachte] . Dit zou op mijn rekening gestort worden en ik zou mijn deel eraf halen en de rest zou ik terugstorten op zijn rekening, zodra hij zou zijn vrijgelaten.

V: Er staan twee handtekeningen op de akte.

A: De handtekening rechtsonder op de akte is van mij en die linksonder staat zou van [alias verdachte] zijn, maar die stond er al op toen ik de akte onder ogen kreeg.

V: Wat voor waarde had dit papier voor u?

A: Ik dacht dat ik op dat moment ingedekt was. In alle spanning rondom de zaak zag ik niet dat het niet correct geschreven was. Ik was allang blij een waarborg te hebben gekregen.

(..)

A: Ja, dat kan wel. Maar er zitten ook contante betalingen bij en betalingen via paysafe enzo.

V: Hoe zijn de betalingen op uw overzicht verricht?

A: In hoeverre is iets contant als je een paysafe card pint bij een tankstation. Op de meeste

rekeningen staan wel tegen rekeningen.

V: De betalingen beginnen op 31januari 2015 en eindigen op 20 oktober 201 5. Ik zie ook

verschillende namen, wie is [naam 3] ?

A: Dat is die [naam 7] , waarvan eerst gezegd is dat het [naam 3] is.

V: Bij wie is dat geld dan terecht gekomen?

A: Daar controleren de banken niet op. Daar las ik laatst nog een stukje van in de krant gelezen. Dit bedrag is waarschijnlijk bedoeld om boetes te betalen. Ik weet dat niet precies meer.

V: Waarom betaalt u dat allemaal?

A: Ik had te doen met die jongen. Hij overtuigde mij dat hij erg zielig was.

V: Maar ik zie het bedrag steeds groter oplopen.

A: Het probleem is dat als het schuldbedrag steeds groter wordt, je er meer voor over hebt om het bedrag terug te krijgen. Het was in mijn belang om toch te betalen om zo mijn geld terug te krijgen.

V: Maar waarom zou u het geld anders niet terugkrijgen dan?

A: Iedere keer was er een nieuwe urgentie, zoals dat de verkoop niet doorging vanwege een

belastingschuld, waardoor ik weer moest betalen.

V: Ik zie namen staan zoals [naam 8] .

A: Volgens [alias verdachte] is dit zijn ex-compagnon/huurbaas. Ik heb deze persoon nooit ontmoet. Het

voordeel van [naam 8] was dat hij net als ik een rekening bij de Rabobank heeft, zodat het geld er dezelfde dag nog op stond. Eigenlijk à la minute.

V: De eerste bedragen zijn betalingen voor boetes, vernielingen etcetera. Dit gaat nog niet over de verkoop van de modezaken.

A: Dat kwam ook pas later. [alias verdachte] bouwde bij mij een schuld op en die hij naar vermogen zou

terugbetalen. Ik heb in die periode nooit om waarborgen gevraagd. Ik vertrouwde die jongen

helemaal. Er staan ook namen van anderen die vast zaten op mijn lijst, want [alias verdachte] vertelde dat het makkelijker was om via anderen te betalen omdat hij er anders belasting of zo over moest betalen. Ik moest het geld storten op een rekening van de PI en die verspreiden het vervolgens onder de gedetineerden. Verder dacht ik dat het daar allemaal gecontroleerd wordt.

V: Tot wanneer ging het om bedragen voor boetes en vernielingen enzo?

A: Dat weet ik niet precies. [alias verdachte] wilde zijn schuld bij mij betalen via de opbrengst van de

modezaken. Hij vertelde mij dat hij in de modezaken zat met een partner, vermoedelijk [naam 8] . Die was er om welke reden dan ook mee opgehouden. Op een gegeven moment vertelde [alias verdachte] dat hij de zaak failliet heeft laten verklaren. Er reden meerdere auto’s voor deze modezaken en de medewerkers hadden een hele rits aan boetes gereden, die nu allemaal binnenkwamen. Voor mij klonk dit niet onlogisch. Ook niet dat de politie hem hier voor gijzelde. [alias verdachte] vertelde mij dat ondanks het faillissement hij de inboedel en goodwill kon verkopen. Verder vertelde [alias verdachte] dat er kopers waren en dit een unieke kans was. Maar dat het een probleem was dat hij vastzat en niet over zijn geld en bankrekening kon beschikken.

V: Wat voor werk heeft u zelf gedaan?

A: Ik ben altijd in loondienst geweest bij grotere bedrijven in de ICT. Ik ben geen eigen ondernemer geweest, anders had ik wel geweten dat dit niet klopte.

V: U heeft ook dingen contant betaald?

A: Ja, onder andere de laatste dag nog. Dit heb ik bij de bank opgehaald en [alias verdachte] kwam hier op de parkeerplaats bij de Rabobank. Hij vertelde dat hij nog € 10.000 ongeveer open had staan, maar dit had ik niet meer. Ik heb wel nog € 3.500,00 van mijn broer geleend, omdat dit het laatste kleine stukje zou zijn om het rond te krijgen en ik dan mijn geld terug zou krijgen.

V: Heeft u nog andere geld bedragen contant betaald?

A: Ja, dit heb ik aan die meneer [naam 3] ofwel [naam 7] gegeven. Dit is € 4.200,00 van 24 juli 2015 die ik betaalde op de parkeerplaats van de Mac Donalds.

V: U heeft die [naam 7] een paar keer ontmoet?

A: Ja. Bij de Mac Donalds was het de eerste keer dat ik hem ontmoette. Daarna is hij nog een keer bij mij thuis geweest en heeft hij € 7.200,00 op 26 augustus 2015 opgehaald. Daarna heb ik hem niet meer gezien. Daarna belde hij mij om me te waarschuwen voor [alias verdachte] , omdat hij ook door [alias verdachte] is opgelicht. Toen vertelde hij dat hij geen [naam 3] heet, maar [naam 7] en in Zwolle Zuid woonde. Dit speelde zich af ruim nadat ik met de sociale recherche sprak.

V: Wat vond u van dat verhaal?

A: Ik geloofde dat wel. Hij vertelde mij dat hij hier ook aangifte van heeft gedaan.

V: Kunt u die [naam 7] beschrijven?

(..)

V: Moeder [alias verdachte] , heeft u daar contact mee gehad?

A: Ja, via de chat. Ze heeft me gevraagd €616,00 te storten. Opmerkelijk is dat dit het enige bedrag is dat ik terug heb gekregen. Dit gebeurde wel onder een andere naam, en nadat ik aangifte heb gedaan.

(..)

V: Sociale recherche is bij u geweest i.v.m. een onderzoek naar [naam 9] .

A: Deze man heb ik nooit gezien, alleen gesproken. Hij deed erg zielig omdat hij ook door [alias verdachte] was opgelicht. Hij vroeg me [alias verdachte] zijn adres, zodat hij hem naar de IC kon brengen.

V: Wat doet het met u dat dit gebeurd is?

(..)

V: Welke overweging speelde voor u mee dat u met een gerust hart geld naar [alias verdachte] overmaakte?

A: Vooral medelijden denk ik. Het begon met een logisch verhaal over zijn vader, toen werd hij gearresteerd en ik vond dat hij dat niet verdiende. Over die paar boetes die kwamen zou ik wel heen komen. Maar het liep op en zo ook kleinigheidjes, zoals zijn zoontje dat een schoolbord vernielde. Hij communiceerde het heel goed en bleef consistent.

(…)

1.2

een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 143 e.v., inhoudende:

In december 2015 heb ik via de site Badoo een man leren kennen. Hij staat op die site als [alias verdachte] . Ik heb een tijd dagelijks met hem gechat via die site. Ik vond het

een leuke, aardige jongen. Ik heb hem toen mijn telefoonnummer gegeven. Toen is het

een paar weken stil geweest. Eind januari 2016 belde [alias verdachte] mij. Hij vroeg of ik hem

wilde helpen, want hij had financiële problemen. Ik vertrouwde hem en heb geld aan

hem overgemaakt, dat was op 29 januari. Dezelfde dag belde [alias verdachte] mij op, om te zeggen

dat het geld nog niet op zijn rekening stond. Ik heb die dag verschillende bedragen

overgemaakt. Ik heb een bankrekening bij ABN/AMRO: [rekeningnummer 1] . Het rekeningnummer van [alias verdachte] is [rekeningnummer 2] ten name van [naam 3] . Ik had het volgende adres van hem gekregen: [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats 1] , telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . [alias verdachte] kwam heel oprecht over en zou het geleende geld zo snel mogelijk aan mij terug betalen. [alias verdachte] had heel zielige verhalen, had ook een zoon, zei hij. Hij benoemde dat ook regelmatig. Hij zei dat hij de voogdij had, omdat zijn vriendin drugsverslaafd is. Hij had ook problemen met zijn auto. Hij kon ook niet bij zijn pleegouders

terecht voor hulp, omdat die zijn geaardheid niet wilden accepteren. Ik wilde [alias verdachte] ontmoeten, om te kunnen vaststellen dat het vertrouwd was. Dinsdag 2 februari 2016 stond [alias verdachte] omstreeks 22.30 uur bij mij voor de deur. Hij zei dat hij met iemand was meegereden, hij zelf mocht niet rijden, omdat volgens zijn zegge zijn rijbewijs was ingenomen. (…) [alias verdachte] zei dat het allemaal bijna rond was met de bank, maar dat hij nog een keer een groot bedrag van mij nodig. Ondanks mijn twijfel heb ik toch, toen [alias verdachte] eenmaal weg was, geld naar hem overgemaakt. In totaal heb ik ruim 19 duizend euro aan hem overgemaakt. Ik heb daarvoor mijn eigen doorlopend krediet moeten gebruiken. Ik voeg kopieën bij van de twaalf overboekingen die ik aan [alias verdachte] heb gedaan. (…) Ik ben te goedgelovig geweest, ik wil altijd graag mensen helpen. (..)

1.3

een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pagina 162 e.v., inhoudende:

Op maandag 22 februari 2016 omstreeks 17:31 uur ben ik telefonisch benaderd in mijn

woning aan de [adres 3] te ‘ [woonplaats 3] door een jonge man. Ik kon hem

niet direct herinneren. Hij vertelde mij toen dat wij elkaar op datingsite Badoo hebben leren kennen en dat hij [verdachte] was. Ik ben homoseksueel en heb toen via Badoo contact gezocht met [alias verdachte] . Ik zag dat [alias verdachte] belde met telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Hij heeft mij met dit nummer ook gewhatsappt en ik zag toen dat op zijn profielfoto een klein jongetje op een crossfiets. (..)

Hij vroeg mij om hulp, hij had een auto ongeluk gehad en zei dat hij daarvoor geld nodig had en of ik naar Nijmegen kon komen. Ik heb hem toen gezegd dat ik niet naar Nijmegen kon komen. Ineens zei hij dat hij een oplossing had. [alias verdachte] zou door een man naar mij worden gebracht. Ik zei toen dat hij welkom was. Op maandag 22 februari 2016 omstreeks 19:00 uur kwam [alias verdachte] naar mij toe. Ik zag dat [alias verdachte] samen met een jongen bij mij binnen kwamen. Ik zag dat een andere jongen buiten in de auto bleef zitten. Ik hoorde dat de andere jongen [naam 10] zou heten. Ik zag dat deze [naam 10] een jongeman was van ongeveer 18 jaar oud was. (..) [alias verdachte] vroeg mij naar geld. Hij had dit geld nodig om zijn kind naar de crèche te

kunnen laten gaan. Ik zei tegen hem dat ik niet naar een geldautomaat kon gaan. [alias verdachte] vroeg mij toen om geld over te maken. Ik moest dit overmaken naar rekening van [naam 4] met nummer [rekeningnummer 3] , T.A.V [alias verdachte] . [alias verdachte] had op een kartonnetje het volgende

geschreven: [verdachte] [geboortedatum] [adres 2] [postcode 2] [woonplaats 2] .

Ik heb toen 900,00 euro overgemaakt op rekeningnummer van [naam 4] met nummer

[rekeningnummer 3] , T.A.V [alias verdachte] Daarna zei [alias verdachte] dat hij nog meer geld nodig had en hij zou later alles terug geven. Ik heb toen weer 300,00 euro overgemaakt op rekeningnummer van [naam 4] met nummer [rekeningnummer 3] , T.A.V [alias verdachte] Dit was even later nog niet genoeg en [alias verdachte] vroeg toen om mee naar een bank te rijden omdat hij geld nodig had voor onderweg. Ik ben toen met de drie mannen in mijn eigen auto naar een geldautomaat aan de Pettelaarseweg 198a te Den Bosch gereden en heb daar toen om 21:30 uur 250 euro gepind. De mannen reden in een oud Peugeotje. Nadat ik geld gepind had ben ik alleen terug naar mijn woning gereden. Toen ik thuis kwam, werd ik weer gebeld door [alias verdachte] . Hij zei dat hij onderweg naar huis was en vroeg mij nogmaals om geld over te maken. Ik heb toen 750,00 euro overgemaakt op rekeningnummer van [naam 4] met nummer

[rekeningnummer 3] , tav [alias verdachte] . [alias verdachte] zei dat hij mij de volgende dat terug zou komen om het geld terug te geven. Op 23 februari 2016 omstreeks 04:00 uur kwam [alias verdachte] samen met [naam 10] terug. [alias verdachte] zei dat hij zijn voorman genaamd [naam 11] , op het station van ‘s-Hertogenbosch moest ophalen. Hij vroeg mij om 300 euro overgemaakt op rekeningnummer van [naam 4] met nummer [rekeningnummer 3] , tav [alias verdachte] [naam 10] is toen bij mij in de woning gebleven, terwijl [alias verdachte] , [naam 11] op ging halen. Toen [alias verdachte] terug kwam, zag ik dat een andere Nederlands uitziende jongeman bij hem was. Zij kwamen toen beiden hij mij in de woning. [alias verdachte] vroeg mij toen om met hen mee naar Apeldoorn te gaan zodat [alias verdachte] mij het geld terug zou kunnen geven en ik zou dan om 10:00 uur weer thuis zijn. Ik ben toen met hen in een zwarte Opel Zaffira gestapt en meegereden naar Apeldoorn. Ik hoorde dat [alias verdachte] naar Hotel van der Valk in Apeldoorn belde wat een ontbijt zou kosten. Wij zijn toen daar toen gestopt om te ontbijten. Dit is contact betaald door [alias verdachte] . (..) Omdat er geen geld meer op mijn rekening stond, zei [alias verdachte] dat hij wel even geld op mijn rekening zou storten. Hij vroeg mijn bankpas en mijn pincode. De bank was een eindje verderop en ik kan zo snel niet lopen.

[alias verdachte] kwam terug en zei toen dat er nu inmiddels weer geld op mijn rekening stond.

Een dag later zag ik thuis dat op 23-02-2016 om 09:34 uur bij geldautomaat 7311LR42 500,00 euro was opgenomen. Dit heeft [alias verdachte] dus gedaan. (..)

(..)

1.4

een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , pagina 177 e.v., inhoudende:

Omstreeks dinsdag 08 maart 2016 zocht er een persoon contact met mij middels een

datingsite waar ik sta ingeschreven. Dit betreft de datingsite Badoo. Ik zag dat de

persoon een account had aangemaakt met de naam [alias verdachte] .

Ik kreeg toen een luchtig bericht met de vraag om contact. Ik ben hier toen op in

gegaan. Op een gegeven moment vroeg ik hoe het verder met deze persoon ging. Ik kreeg

hierop het antwoord dat het wel ging. Het ging ‘matig’ met hem. Ik kreeg toen direct

de vraag of hij telefonisch contact met mij mocht. Ik ben hierop in gegaan en heb

hem toen mijn nummer gegeven. Hierop nam hij vrijwel direct contact op.

Tijdens dit gesprek zei hij dat hij [alias verdachte] heette. Hij kwam met een emotioneel

verhaal aan dat hij een alleenstaande vader was. Hij zei dat hij een zoontje had,

volgens mij een zoontje van 5 jaar oud. Hij was helemaal alleen, had geen contact

meer met zijn ouders. Zijn ex-partner was een drugsverslaafde waar hij niet op kon

bouwen. Hij moest dus echt alles alleen doen.

Hij had samen met een zakelijke partner een aantal filialen had in (outlet)kleding.

Zijn zakelijke partner had hem in de steek gelaten, maar hij had wel heel veel

schulden achtergelaten. Hierdoor kon hij de huur van de panden van het bedrijf niet

meer betalen.

Ik heb hem toen advies gegeven om van meerdere panden naar èèn (1) pand te gaan om zo

kosten te gaan besparen.

Dit vond hij een goed plan, maar om dit te kunnen realiseren moest er eerst een

bedrag van de achterstallige huur betaald worden. Dit wilde de verhuurder van de

panden. De verhuurder van de panden van het bedrijf was tevens ook de verhuurder van

zijn woning.

De verhuurder had gedreigd dat als er geen betaling gedaan werd van de achterstallige

huur dan zou hij ook uit zijn woning gezet worden.

Uiteindelijk hebben we na een lang gesprek de verbinding verbroken. Ik merkte aan

mezelf dat ik emotioneel geraakt was. Vooral omdat hij een alleenstaande vader was

met een jong kind. Het raakt mij heel erg als het gaat om kinderen. Ik ben zelf

leraar. Ik sta voor de klas met kinderen van de leeftijd 6 en 7 jaar. Doordat [alias verdachte]

met het hele verhaal kwam en ook nog eens zei dat als hij uit de woning gezet zou

worden, zijn kind waarschijnlijk door jeugdzorg uit huis geplaatst zou worden was ik

emotioneel erg ontdaan.

Op vrijdag 11 maart 2016 belde [alias verdachte] mij weer. Hij kwam toen weer met een emotioneel

verhaal. Ik had het gevoel dat hij mij vertrouwde en dat hij zijn hart hij mij kon

luchten. Hij vertelde dat hij erg alleen was. Hij had helemaal geen vrienden en was

altijd hard aan het werk om zijn hoofd boven water te houden.

Hij zag totaal geen uitweg meer. Hij kon bij niemand terecht en niemand wilde of kon

hem helpen. Hij sliep door alle stress niet meer.

Door dit hele verhaal had ik het erg met hem te doen. Ik heb hem toen gevraagd om wat

voor bedrag het ging.

Hij vertelde mij toen dat het om een bedrag ging van 542 euro.

Hij kwam toen met de vraag of ik hem niet wilde of kon helpen.

In eerste instantie had ik hier mijn twijfels over en vroeg hem toen of hij niet bij

familie of vrienden terecht kon.

Dit was niet het geval volgens hem. Hij vertelde nogmaals dat hij helemaal alleen was

en geen vrienden had. Hij begon toen te smeken of ik hem niet wilde/kon helpen. Hij

smeekte mij om hem en zijn zoontje te helpen. Als ik hem wilde helpen kon hij weer

een pand openen en zo weer een inkomen opbouwen.

Hierdoor heb ik het bedrag overgemaakt naar rekeningnummer: [rekeningnummer 4] tnv [alias 2 verdachte] . Met als doel hem en zijn zoontje te helpen. Doordat hij zich zo openstelde

naar mij toe had ik het idee dat er een klik tussen ons was en dat erg mogelijk iets

meer uit zou kunnen ontstaan, juist ook omdat het contact middels een datingsite tot

stand was gekomen. Ook was ik emotioneel niet erg stabiel op dat moment, omdat ik

twee weken hiervoor mijn vader en mijn tante was verloren.

Hij was mij hiervoor erg dankbaar. De dagen erna was er een aantal keer contact tussen ons middels Whatsapp.

Ik weet het niet zeker meer, maar volgens mij was het op zondag 13 maart 2016, dat

[alias verdachte] mij weer belde met de vraag of dat hij langs mocht komen om in levende lijven

kennis te komen maken. Juist ook omdat ik dat bedrag van 542 euro had overgemaakt. Ik

vond dit een goed en fijn idee en vertelde hem dat hij welkom was. [alias verdachte] is toen bij

mij langs geweest. Hij kwam wel erg laat, omdat hij onderweg door de politie was

aangehouden. Hij had namelijk veel te hard gereden waardoor zijn rijbewijs was

afgenomen. Gelukkig kon hij een vriendin bereiken en deze heeft hem toen verder naar

mij gereden. Echter heb ik deze niet gezien. Zijn vriendin stond verderop op hem te

wachten. Hierdoor kon hij niet al te lang blijven. Hij is ongeveer een half uurtje

gebleven. Op maandag 14 maart werd ik weer door hem gebeld. We hebben toen gekletst en ik vroeg hem op een gegeven moment of hij alweer aan het werk was, omdat ik dat geld had

overgemaakt om zo weer een pand open te krijgen. Hij zei dat dit helaas niet het geval was, omdat de verhuurder de panden pas weer vrij zou geven als de hele huurachterstand betaald was. Ik vroeg hem toen hoe hoog de totale huurachterstand was.

Hij zei toen dat het totale bedrag 1360 euro was. Hij zei dat hij met tranen in zijn

ogen zat en er helemaal gek van werd. Het hield maar niet op. Hij zag geen uitweg

meer. Hij vroeg mij wederom om hem te helpen. Hij beloofde dat hij alles terug zou

betalen. Hij zou dit aan het eind van de maand al terug kunnen betalen. Want hij

vertelde dat hij dan gewoon open kon gaan met zijn bedrijf. Hij wist niet zeker of

het de eerste maand al zou kunnen maar zeker wel de maand erna.

Ik had het echt met hem te doen. Hij bleef mij maar smeken. Ik heb hem toen weer geld

geleend en dit over gemaakt naar rekeningnummer: [rekeningnummer 5] tnv [naam 6] .

Ik moest hierbij neerzetten dat het tav [alias 2 verdachte] was.

Op dinsdag 15 maart 2016 belde [alias verdachte] mij wederom. Hij wilde hoe dan ook aan geld

komen. Hij had nu geld nodig om de boete te betalen aan de politie om zijn rijbewijs

terug te krijgen. Toen hij dit vertelde was hij in het bijzijn van een politieman

zei hij. Ik heb toen ook een man aan de lijn gehad die mij vertelde dat bij een

politieman was. Hij vertelde dat [alias verdachte] een boete moest betalen. Hij had overleg gehad

met een officier en deze had een bedrag opgelegd en dit bedrag zou met de dag

verhoogd worden. Ik geloofde dit.

Nadat we dit gesprek hadden gehad had hij mij weer gebeld met de vraag of ik hem nog

een keer wilde helpen door geld over te maken. Ik voelde hier eigenlijk niets voor en

vroeg aan hem om het aan iemand anders te gaan vragen.

Hij kon bij niemand terecht. En kwam toen met het idee dat ik een aantal

telefoonabonnementen kon afsluiten. Hij zou dan de sim-kaarten voor zijn personeel

gaan gebruiken met oude telefoons. De telefoons die dan bij de nieuwe abonnementen

zaten zou hij dan verkopen om zo aan het geld te komen om zijn boetes te betalen.

Ik voelde niet echt goed aan, maar hij drong heel erg aan. Hij zei dat anders alles

voor niks was geweest en dat hij dan alsnog alles kwijt zou raken. Hij had zijn

rijbewijs en zijn auto namelijk nodig om zijn bedrijf draaiende te houden. Door de

druk die hij opvoerde ben ik uiteindelijk gezwicht en heb ik toegezegd de

abonnementen af te sluiten. Hij vroeg mij hem halverwege te ontmoeten. Dus dat ik een

stuk zou rijden en hij een stuk zou rijden. We hebben elkaar toen ontmoet in

Amersfoort. Hier zijn we naar de Mediamarkt gegaan en daar heb ik toen twee

abonnementen afgesloten.

Ik vond het wel heel raar, want toen we de abonnementen afsloten stelde bij zich daar

opeens voor als mijn zoon en dat bij onder curatele stond. Ik was zo overbluft

dat ik in dat verhaal meeging.

Vervolgens vroeg hij mij mee te gaan naar Zwolle om daar bij de Mediamarkt ook een

abonnement af te sluiten. Hij zou mij daar ontmoeten want hij was naar Amersfoort gekomen met een vriendin die daar toevallig moest zijn. Hier zou hij ook mee naar

Zwolle rijden.

Ik ben daar toen heen gereden en heb daar bij de Mediamarkt nog twee abonnementen

afgesloten.

Toen ik thuis was werd ik door de Mediamarkt in Zwolle gebeld. Ze vertelde dat 1 van

de abonnementen door KPN stop was gezet, omdat ik al in Amersfoort een abonnement van

KPN had afgesloten. Dit abonnement werd dus vernietigd, maar de telefoon, zijnde een

Iphone 6s+, moest wel betaald worden of terug gebracht worden.

De telefoon had ik niet meer, omdat [alias verdachte] deze had meegenomen. Toen ik dit tegen [alias verdachte]

vertelde zei hij dat hij de telefoons al niet meer had en dat ik me geen zorgen moest

maken omdat het wel goed zou komen. In de komende dagen erna kreeg ik aanmaningen van

deze telefoonrekening en heb deze uiteindelijk op 3 april betaald. Het bedrag was 819

euro.

Op woensdag 16 maart 2016, omstreeks 06:00 uur belde [alias verdachte] mij wakker en vertelde mij

dat hij onderweg was naar mijn huis. Na een kwartier stond bij al bij mij voor de

deur. Hij kwam toen met het verhaal dat er nog meer schulden op het bedrijf en de

panden zat. Hij heeft me toen helemaal murf gepraat en bespeeld. Hij vertelde zijn

verhaal zo dwingend en snel en kort dat ik weer helemaal overrompeld was. Hij zei dat

hij voor 10 uur het geld moest hebben anders was hij alsnog alles kwijt. Ik kon op

dat moment niet meer weg om iets voor hem te kunnen betekenen door geld voor hem te

halen of iets dergelijks. Hij heeft me toen zo bespeeld dat ik mijn pasje heb

meegegeven met de code zodat hij geld voor de schulden kon gaan halen.

Hij heeft toen een bedrag genoemd, maar ik weet het precieze bedrag niet meer. Het

was wel heel veel. Maar hij had een koper voor zijn auto en dit was meer dan het

bedrag dat ik hem geleend had. Hij zou dan alles terug betalen.

In de komende twee dagen zag ik dat er veel bedragen van mijn rekening afgeschreven

werd. Het waren hele hoge bedragen en veel meer als dat [alias verdachte] vertelde nodig te

hebben. Hierop heb ik mijn pasje geblokkeerd.

Ik had er een naar gevoel over maar [alias verdachte] verzekerde mij dat alles goed zou komen en

dat hij alles terug zou betalen.

In de dagen erna was er onderling contact middels telefoon en whatsapp.

Hij had nog een aantal keer geprobeerd om geld te krijgen bij mij, maar dit heb ik

hem toen niet gegeven. Het contact werd steeds onaangenamer en agressiever. Hij werd

steeds dwingender in zijn bewoording en zijn hij ging zijn stem steeds meer

verheffen. Dit werd zo erg dat ik soms bang was dat hij aan de deur zou staan. Ik ben

zelfs een avond van mijn huis weggegaan omdat in me niet meer prettig voelde om daar

alleen te zijn.

Uiteindelijk belde hij me op 22 maart 2016 met het verhaal dat hij zijn auto verkocht

had en dat hij daarmee zijn schulden kon terug betalen. Alleen was er 1 probleem dat

de auto een nieuwe distributieriem moest hebben om hem te kunnen verkopen. Ik was

inmiddels zo ver meegegaan dat ik mijn geld terug wilde hebben. En heb toen weer het

geld overgemaakt om de distributieriem te vervangen. Dit omdat de auto dan verkocht

kon worden en ik zo mijn geld terug kon krijgen.

De auto was naar de garage en zou gemaakt worden.

Ik werd toen op 30 maart 2016 gebeld door ene [naam 12] . Deze man vertelde mij

dat hij advocaat was en namens [verdachte] belde. [alias verdachte] had gezegd dat hij mij moest

bellen om te vragen of ik [alias verdachte] wilde helpen. Hij was op dat moment bij [alias verdachte] . [alias verdachte] was

door de politie opgepakt voor openstaande boetes. [alias verdachte] mocht alleen via een advocaat

contact hebben vandaar dat de advocaat mij belde. Ik vond het raar dat hij [alias verdachte]

zei, omdat ik [alias verdachte] allen kende als zijnde [alias verdachte] . Toen ik hiernaar vroeg

zei hij dat hij dat wel eens uitgelegd had. Dit was namelijk de naam van zijn

ex-vrouw welke hij toen had aangenomen. Deze gebruikte hij nog steeds.

Er werd mij door de advocaat gevraagd of ik naar Zwolle wilde komen om hier geld te

komen brengen naar hem, de advocaat, zodat [alias verdachte] vrijgelaten kon worden. Want als ik

dat niet zou doen dat werd [alias verdachte] naar de gevangenis gebracht en kon hij niet werken en

zijn auto niet verkopen en dus zou ik mijn geld dan kwijt zijn en voorlopig niet terug

krijgen.

Ik ben daar toen heen gereden, omdat ik graag wilde dat [alias verdachte] de dingen ging regelen

en ik zo mijn geld weer terug kon krijgen. Ik heb toen de advocaat, [naam 12] ,

ontmoet en hem een geldbedrag gegeven van 4240 euro.

[alias verdachte] is hierop vrijgelaten.

[alias verdachte] belde mij toen op 31 maart 2016 weer op en vertelde mij dat zijn auto verkocht

was en dat liet geld op zijn rekening stond, maar bij kon er niet bij komen. Dit kwam

omdat zijn rekening was geblokkeerd. Er moest eerst nog op een andere rekening een

schuld betaald worden voordat de bank deze rekening Vrij gaf. Dit had nog te maken met

de schulden van zijn bedrijf en zijn ex zakenpartner.

Ik kon dit niet in 1 dag betalen en heb dit in de komende dagen opgenomen en

overgemaakt.

(..) Uiteindelijk werd ik op via Facebook benaderd door een vrouw welke zich uitgaf

Als zijnde de ex van [alias verdachte] en dat zij graag met mij in contact wilde komen. Zij had

haar telefoonnummer achtergelaten [telefoonnummer 4] met de vraag of ik haar hierop wilde

bellen.

Dit heb ik toen gedaan. Ik hoorde van haar dat [alias verdachte] een grote oplichter was. Dit

gesprek heb ik opgenomen en ook aan u gemaild.

Ik voel me door dit alle s erg onzeker en ik schaam me dat ik dit allemaal heb

gedaan. Ik dacht echt dat ik [alias verdachte] kon helpen met zijn problemen. Ik wilde hem alleen

maar helpen.

Ik heb [alias verdachte] in de tijd daarna nog een aantal keren geprobeerd te bellen, maar hij

reageert nergens meer op.

(…)

1.5

De door verdachte ter terechtzitting van 4 april 2017 afgelegde verklaring - onder meer - inhoudende:

feit 1 en 2

Het klopt dat ik [slachtoffer 1] in de periode van 31 januari 2015 tot en met 23 oktober 2015 meermalen heb bewogen tot afgifte van een geldbedrag. Ik ben met [slachtoffer 1] in contact gekomen op de site “Badoo” waar bij mijn profiel stond vermeld dat ik op zoek was naar oudere homoseksuele mannen. Met het geld dat [slachtoffer 1] heeft afgegeven wilde ik - onder meer - in meer levensonderhoud voorzien. Daarnaast heb ik een deel van het geld vergokt. Het kan kloppen dat ik tegen [slachtoffer 1] heb gezegd dat ik geld nodig had voor benzine omdat mijn vader was overleden, terwijl dit laatste niet waar was. Het klopt dat ik tegen [slachtoffer 1] heb gezegd dat ik mijn enkelband moest betalen, een bedrag van € 1000,- terwijl dit niet waar was. Het klopt dat ik [slachtoffer 1] heb bewogen aan mij een bedrag van

€ 39.000 euro over te maken, en wel op de rekening van [naam 9] . Het klopt dat [slachtoffer 1] vervolgens tweemaal dat bedrag naar de rekening van [naam 9] heeft overgemaakt.

Het klopt dat ik tegen [slachtoffer 1] heb gezegd dat ik geld nodig had voor - onder meer - de betaling van een belastingschuld aangaande twee modezaken waar ik bij betrokken was. Ik heb [slachtoffer 1] ook meermalen bewogen om geldbedragen over te maken op de rekeningnummers van personen die bij mij in de P.I. gedetineerd zaten. Het geld dat [slachtoffer 1] aan [naam 3] heeft overgemaakt c.q. heeft afgegeven is bij mij terechtgekomen. [naam 7] heeft in opdracht van mij een ‘akte van lening’ en een ‘verklaring gemachtigde’ opgemaakt, en mijn vader heeft in persoon “de akte van lening” aan [slachtoffer 1] gegeven. Het kan wel kloppen dat ik tegen mijn vader heb gezegd dat hij zich voor moest doen als een makelaar. Het klopt dat ik tegen [naam 7] heb gezegd dat hij in de “verklaring gemachtigde” het logo van “ [bedrijf] ” moest plaatsen. Het document is dus nagemaakt en ik heb het gebruikt om [slachtoffer 1] zo ver te krijgen dat hij geld aan mij zou overmaken. Voor een deel klopt het dat ik een verhaal heb verzonnen om [slachtoffer 1] zo ver te krijgen dat hij geld aan mij zou afgeven. Ik heb van te voren niet goed nagedacht hoe en of ik dit bedrag terug zou kunnen betalen. Van het geld dat ik van [slachtoffer 1] heb ontvangen, heb ik tot op heden niets aan [slachtoffer 1] terug betaald.

feit 3

Nadat ik van aangever [slachtoffer 1] meerdere geldbedragen had ontvangen, heb ik de personen die ik daarna heb benaderd met onjuiste verhalen bewogen tot de afgifte van geldbedragen, wetende dat ik het geld voor andere doeleinden zou gebruiken en dat ik het niet terug zou kunnen betalen.

Het klopt dat ik in de periode van 1 december 2015 tot en met 5 februari 2016, aangever [slachtoffer 2] , heb bewogen een bedrag van € 19.000,- aan mij af te geven, terwijl ik van te voren wist dat ik het hem niet kon terugbetalen. Wat ik hem heb verteld zodat hij het geld zou afgeven is (deels) niet waar. Ik ben met [slachtoffer 2] in contact gekomen op de site “Badoo” waar bij mijn profiel stond vermeld dat ik op zoek was naar oudere homoseksuele mannen.

feit 4

Het klopt dat ik in de periode van 22 februari 2016 tot en met 25 februari 2016, bij aangever [slachtoffer 3] , thuis ben geweest. Het klopt dat [slachtoffer 3] geld heeft overgemaakt op de rekening van [naam 4] ; dat geld heb ik gepind. Ik ben in totaal drie keer bij [slachtoffer 3] geweest.

feit 5

Het klopt dat ik in de periode van 8 maart 2016 tot en met 23 april 2016, aangever [slachtoffer 4] , heb bewogen een bedrag van € 28.000,- aan mij af te geven, terwijl ik van te voren wist dat ik het hem niet kon terugbetalen. [slachtoffer 4] heeft daartoe zijn pinpas en bijbehorende pincode aan mij gegeven. Tevens heb ik hem bewogen tot het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen. Wat ik hem heb verteld zodat hij het geld zou afgeven en de telefoonabonnementen af te sluiten is (deels) niet waar. Ik ben met [slachtoffer 4] in contact gekomen op de site “Badoo” waar bij mijn profiel stond vermeld dat ik op zoek was naar oudere homoseksuele mannen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek ‘Antwerpen’ van Eenheid Oost Districtsrecherche IJsselland, nummer 20(1)15512348.

2 Pagina 47 t/m 106.

3 Proces-verbaal aangifte [alias 2 verdachte] , pagina 210.

4 Proces-verbaal bevindingen, met bijlage, pagina 385 t/m 388.

5 De bij het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] gevoegde bijlagen, te weten “bij- en afschrijvingen” m.b.t. een ABN-rekeningnummer, pagina 148 t/m 159. De bij het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] gevoegde bijlagen, te weten weergaven van whatsapp-gesprekken, pagina 182 t/m 185, afschriften “Af &Bij” van een ING rekening en een betalingsoverzicht, pagina 187 en 192, en een Offerte van Media Markt, pagina 193, en weergaven van internetbankieren mbt ING-rekening, pagina 194 t/m 198.

6 De bij het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] gevoegde bijlagen, te weten transactieoverzichten, pagina 167 t/m 172. Proces-verbaal van verhoor van [naam 4] , met bijlagen, pagina 719 en 723 t/m 724.