Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:165

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
17-01-2017
Zaaknummer
C/08/170005 HA ZA 15-196
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Hervatting procedure na schikking. Stagnatie uitvoering schikking. Nieuwe advocaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/170005 HA ZA 15-196

Vonnis van 11 januari 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1]

eiseres,

verder te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. J.W. Stegeman te Almelo,

tegen

[gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde sub 1,

verder te noemen: [gedaagde 1] ,

advocaat: voorheen mr. N. Roodenburg te Den Haag,

thans mr. M.A. Schuring te Almelo,

[gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

gedaagde sub 2,

verder te noemen: [gedaagde 2] ,

advocaat: voorheen mr. N. Roodenburg te Den Haag,

thans mr. M.A. Schuring te Almelo,

[gedaagde 3] ,

wonende te [woonplaats 4] ,

verder te noemen: [gedaagde 3] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 augustus 2015;

- het proces-verbaal van comparitie van 12 oktober 2015;

- de brief van 14 oktober 2015 van eiseres met het verzoek in een aanvullend proces-verbaal
van comparitie te verbaliseren de opmerking van elk der gedaagden dat zij de nalatenschap
zuiver hebben aanvaard;

- de brief van eiseres van 7 januari 2016 waarin zij de rechtbank verzoekt een hernieuwde
comparitie te gelasten;

- akte overlegging exploiten en wijziging eis van 13 juli 2016;

- de brief van 13 juli 2016 waarin mr. M.A. Schuring zich in plaats van mr. N. Roodenburg

stelt voor gedaagden sub 1 en 2;

- de akte uitlating voortprocederen en eiswijziging van de zijde van gedaagden sub 1 en 2
van 5 oktober 2016;

- de antwoordakte van de zijde van eiseres van 19 oktober 2016;

- de antwoordakte van de zijde van gedaagden sub 1 en 2 van 2 november 2016;

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] , [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn broers en zussen, als enige kinderen geboren uit het huwelijk tussen [X] (de vader) en [Y]
(de moeder). De ouders waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Het huwelijk is ontbonden door overlijden, in 2009, van de moeder van partijen. De moeder is intestaat overleden. Op 11 december 2012 is de vader van partijen, eveneens intestaat, overleden.

2.2.

Tot de nalatenschap van de vader behoort de onroerende zaak kadastraal bekend [gemeente] sectie [A] nummer [xxx] , plaatselijk bekend [adres 1] en [adres 2] te Enschede, alsmede het saldo van een tweetal bankrekeningen met de nummers [aaaa] en [bbbb] .

2.3.

Partijen konden niet tot verdeling van de onverdeeldheid komen.

2.4.

Op de comparitie van 12 oktober 2015 zijn partijen echter overeengekomen dat

  1. partijen makelaar Stuivenberg verzoeken om een taxatie;

  2. partijen makelaar Thoma Post, of een andere makelaar als Thoma Oost de opdracht niet wenst aan te nemen, een verkoopopdracht zullen geven ten aanzien van de onroerende zaak;

  3. partijen onder de gebruikelijke NVM-voorwaarden een koopovereenkomst tot stand zullen brengen met de koper die minimaal de getaxeerde waarde minus tien procent biedt;

  4. e kosten die hiermee gepaard gaan, zullen gelden als vereffeningskosten en worden voldaan van de rekening van de erven.

2.5.

[gedaagde 3] is officieel niet in deze procedure verschenen, doch was aanwezig tijdens de comparitie en akkoord met voornoemde afspraken.

2.6.

De taxatie is door makelaar Stuivenberg verricht op 5 februari 2015. De uitkomst van die taxatie is dat de onderhandse verkoopwaarde van de onroerende zaak € 340.000,-- bedraagt.

2.7.

Gedaagden zijn in aanvang van de procedure vertegenwoordigd door mr. Roodenburg. Mr. Roodenburg is per 9 juni 2016 uitgeschreven uit het tableau. Mr. Schuring heeft zich vervolgens namens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gesteld.

2.8.

[eiseres] heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] conform artikel 228 lid 1 Rv bij exploot opgeroepen voort te procederen.

3 De vordering

Eiseres vordert – na wijziging van haar eis, deels bij antwoordakte – dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1 primair eiseres machtigt om mede namens gedaagden de woning op de gebruikelijke (NVM-)condities te koop aan te bieden en te verkopen en in eigendom over te dragen tegen een waarde van minimaal € 300.000,00;

subsidiair gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot

  1. verkoop van de onroerende zaak conform de gebruikelijke NVM-voorwaarden

  2. medewerking aan de totstandkoming van de koopovereenkomst conform de gebruikelijke NVM-voorwaarden en tegen een koopsom van minimaal
    € 306.300,00 k.k.

  3. medewerking aan de eigendomsoverdracht nadat de in de dagvaarding onder 3 bedoelde koopovereenkomst een feit zal zijn

een en ander op straffe van een aan eiseres te verbeuren dwangsom van € 500,00 per gedaagde per dag dat een der gedaagden met de nakoming van deze veroordeling in gebreke blijft, met bepaling van het bedrag aan te verbeuren dwangsommen op niet minder dan € 50.000,00;

2 voor recht verklaart dat de door eiseres gemaakte kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand tot een bedrag van primair € 3.911,45, subsidiair € 3.380,00 die te haren laste zijn gekomen, meer subsidiair een in goede justitie te bepalen bedrag, als schulden van de nalatenschap dienen te worden aangemerkt;

3 eiseres machtigt om mede namens gedaagden als schuld van de nalatenschap aan haarzelf te voldoen het in ten deze te wijzen vonnis aan haar toegewezen bedrag van de buitengerechtelijke kosten;

4 de (wijze van) verdeling van de onverdeeldheid waarin partijen zich bevinden, bestaande uit

- de netto-verkoopopbrengst van de onroerende zaak (daaronder begrepen het resultaat van de verkoopprijs minus de in verband met de verkoop en levering van de woning aan notaris en derden te betalen bedragen)

- de saldi van de bankrekeningen (rente p.m.)

aldus vaststelt dat eiseres en gedaagden elk tot een/vierde in die onverdeeldheid gerechtigd is;

5 eiseres machtigt om mede namens gedaagden de verdeling tot stand te brengen door van (het totaal van) de netto-verkoopopbrengst en de bankrekeningensaldi aan haarzelf en aan gedaagden elk een/vierde uit te keren en de rekeningen vervolgens op te heffen;

6 gedaagden in de proceskosten veroordeelt.

4 Het standpunt van eiseres

4.1.

Eiseres legt aan haar gewijzigde vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, het navolgende ten grondslag.

4.2.

Nadat het taxatierapport van makelaar Stuivenberg was verschenen, heeft geen contact meer kunnen worden verkregen met de (toenmalige) advocaat van gedaagden 1 en 2.

Mr. Roodenburg bleek per 9 juni 2016 de hoedanigheid van advocaat te hebben verloren. Doordat zich geen nieuwe advocaat stelde, was sprake van een vacuüm in de procedure. Om die reden heeft eiseres gedaagden bij exploot gemaand tot nakoming van de ter comparitie gemaakte afspraken en tot hervatting van het geding (artikel 228 Rv).

4.3.

In verband met het feit dat tussen partijen ter gelegenheid van de comparitie op
12 oktober 2015 afspraken zijn gemaakt, wijzigt eiseres haar primaire eis in die zin dat met die afspraken rekening wordt gehouden en dat aan die afspraken gevolg wordt gegeven.

4.4.

Inmiddels kan eiseres het verzoek tot veroordeling van gedaagden tot het geven aan makelaar Thoma Post van een opdracht tot bemiddeling bij verkoop echter intrekken en doet dat bij deze (bij antwoordakte).

4.5.

Dit neemt niet weg dat ter gelegenheid van de comparitie nog geen voorziening was getroffen voor een daadwerkelijke verkoop en eigendomsoverdracht, van de getaxeerde zaak. Bovendien blijkt uit de dagvaarding van overige geschillen die partijen verdeeld houden.

4.6.

Eiseres heeft echter geen bezwaren tegen het eerst afronden van het verkooptraject (inclusief de eigendomsoverdracht van de onroerende zaak), waarna de rechtbank zal beslissen over de overige onderdelen van het petitum, die eiseres uitdrukkelijk handhaaft.

5 Het standpunt van gedaagden sub 1 en 2

5.1.

Het kwam bij gedaagden ook als verrassing dat de voormalig advocaat van gedaagden thans geen advocaat meer is. Zij zijn hiervan door de advocaat of diens kantoor niet op de hoogte gebracht.

5.2.

Eiseres heeft zonder reden besloten de procedure voort te zetten en haar eis gewijzigd, en wel in die zin dat hierin een subsidiaire vordering is opgenomen, waarin wordt verzocht om gedaagden te veroordelen hetgeen te doen waar zij hun medewerking al aan hebben gegeven.

5.3.

Gedaagden hebben de door eiseres verlangde medewerking immers reeds gegeven, nu zij in het proces-verbaal van comparitie op voorhand al opdracht hebben verstrekt aan makelaar Thoma Post en hun verdere medewerking bij de verkoop al hebben toegezegd. Middels de op voorhand verstrekte opdracht kon eiseres na de taxatie door makelaar Stuivenberg opdracht tot verkoop geven. Inmiddels heeft makelaar Thoma Post de verkoop ter hand genomen. De ter comparitie afgesproken regeling had normaal doorgang kunnen vinden (en vindt intussen ook doorgang), zonder dat een akte genomen diende te worden.

5.4.

Reeds op grond hiervan zijn gedaagden van mening dat de wijziging van de eis afgewezen dient te worden en eiseres in de kosten van de procedure moet worden veroordeeld.

5.5.

Waar eiseres thans eist dat alsnog een beslissing wordt genomen op haar verzoeken zoals die luidden voor de comparitie, inclusief de vergoeding van de gestelde buitengerechtelijke kosten en de proceskostenveroordeling, zijn gedaagden van mening dat door thans reeds een beslissing te vragen op verzoeken die zijn aangehouden in het kader van de ten tijde van de comparitie bereikte overeenstemming, eiseres in strijd handelt met hetgeen partijen overeen zijn gekomen, alsmede met de goede procesorde en moeten de overige verzoeken derhalve worden afgewezen.

5.6.

Door thans aan te nemen dat gedaagden niet zullen meewerken aan de volledige afwikkeling en de overdracht van de onroerende zaak – waarin inderdaad nog niet was voorzien – loopt eiseres op de spreekwoordelijke muziek vooruit. Het nemen van de akte tot voortprocederen en eiswijziging was aldus te voorbarig. De reden dat gedaagden zulks van belang achten, is onder meer gelegen in de omstandigheid dat door eiseres een proceskostenveroordeling wordt verzocht. Bij het indienen van aktes, wordt de proceskostenveroordeling hoger. Gedaagden zijn van mening dat eiseres dient te worden veroordeeld in de kosten van de aktes zijdens eiseres, nu deze ten onrechte zijn ingediend.

6 De beoordeling

6.1.

De rechtbank stelt voorop dat voor een eis tot nakoming van afspraken, zoals in het onderhavige geschil tussen partijen gemaakt ter comparitie van 12 oktober 2015, sprake moet zijn van opeisbaarheid en vervolgens niet-nakoming van de betreffende prestaties.

6.2.

Voor zover [eiseres] heeft willen betogen dat sprake is geweest van niet-nakoming door gedaagden van enige (opeisbare) prestatie, mist haar stelling feitelijke grondslag. Het feit dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op enig moment niet adequaat vertegenwoordigd waren in rechte, houdt immers nog niet in dat zij hebben verzuimd gevolg te geven aan enige ter voornoemde comparitie gemaakte afspraak. Ook anderszins is niet gesteld of gebleken dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben nagelaten hun medewerking te verlenen aan de uitvoering van enige afspraak zoals hiervoor bedoeld.

6.3.

In zoverre was de gewraakte akte tot voortprocederen en eiswijziging niet nodig geweest en wordt zij vooralsnog geacht in strijd te zijn met de beginselen van een goede procesorde.

6.4.

Een eindbeslissing op de eiswijziging en met betrekking tot de proceskosten, zal de rechtbank echter aanhouden tot nadat het geschil op hoofdpunten tussen partijen is beëindigd, hetzij door nakoming van de ter comparitie gemaakte afspraken en vervolgens onderling overleg door partijen met betrekking tot de afwikkeling van de eigendomsoverdracht, ofwel door tussenkomst van de rechtbank indien nodig.

6.5.

Indien partijen hun geschil niet onderling weten te beëindigen en de rechtbank wordt verzocht de resterende geschilpunten te beslechten, zal de rechtbank overgaan tot een comparitie van partijen, tenzij partijen zwaarwegende belangen daartegen kenbaar maken.

6.6.

Voor wat betreft de kostenveroordeling overweegt de rechtbank echter op voorhand – en niet-bindend – dat de familierelatie van partijen aanleiding geeft tot een kostencompensatie, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt, zowel in rechte als buitengerechtelijk.

6.7.

De rechtbank zal aldus iedere beslissing aanhouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen verder uitvoering te geven aan de ter comparitie van 12 oktober 2015 gemaakte afspraken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen teneinde de overdracht van de onroerende zaak te doen plaatsvinden.

7 De beslissing

De rechtbank:

Houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aksu en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.