Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:1505

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-03-2017
Datum publicatie
05-04-2017
Zaaknummer
5636609 \ HA VERZ 17-6
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Na een ontslag op staande voet berust de werknemer in het ontslag en verzoekt hij om veroordeling van de werkgever tot betaling van een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding (loon over opzegtermijn). De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de werknemer voldoende heeft gewaarschuwd om te werken volgens de strenge voorschriften, zodat het ontslag niet onterecht is gegeven. Het verzoek van de werknemer wordt afgewezen. Daarom komt de kantonrechter niet toe aan het voorwaardelijke verzoek van de werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1790
AR-Updates.nl 2017-0428
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats

Zaaknummer : 5636609 \ HA VERZ 17-6

Beschikking van de kantonrechter van 17 maart 2017

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [plaats] ,

verzoekende partij, verder te noemen [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. C.C.M. Peper,

tegen

de besloten vennootschap HAMABEST LABORATORIUM B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,

verwerende partij, verder te noemen Hamabest,

gemachtigde: mr. A.M. Korremans.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend - ontvangen op 10 januari 2017- op basis van artikel 7:681 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

1.2.

Hamabest heeft een verweerschrift ingediend, ontvangen op 20 februari 2017, tevens houdende een zelfstandig tegenverzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:671b lid 1 sub a jo 7:669 lid 1 en 3 sub e BW.

1.3.

Op 24 februari 2017 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waar [verzoeker] , bijgestaan door zijn gemachtigde, en Hamabest, bijgestaan door haar gemachtigde, zijn verschenen. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van hetgeen ter zitting is besproken.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] , geboren 19 maart 1987, heeft vanaf 16 oktober 2014 via het uitzendbureau bij Hamabest werkzaamheden verricht en is aansluitend per 1 februari 2015 bij Hamabest in dienst gekomen in de functie van laborant tegen een salaris van € 2.400,= bruto per maand exclusief emolumenten.

2.2

In de arbeidsovereenkomst is onder artikel 14 opgenomen:

De werknemer verklaart kennis genomen te hebben van en in te stemmen met de gehanteerde veiligheidsprocedures. De werknemer is verplicht de vereiste veiligheidsprocedures tijdens alle werkzaamheden op te volgen en is zelf verantwoordelijk voor het dragen van de vereiste veiligheidskleding (waaronder ook adembescherming), - schoenen e.d., welke door de werkgever vergoed zullen worden.

Wanneer de werknemer zich niet conformeert aan geldende wet- en regelgeving m.b.t. tot zijn werkzaamheden in de ruimste zin des woords en/of de bepalingen zoals opgenomen in deze overeenkomst, behoudt de werkgever zich het recht voor ontslag op staande voet als sanctie te hanteren. (…)

2.3

Hamabest is een asbestlaboratorium. Zij is voor haar werkzaamheden gebonden aan strenge regelgeving (NEN2990) en staat onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (hierna: RvA). RvA verricht in verband met haar toezichthoudende taak regelmatig onaangekondigde audits bij bedrijven, onder andere bij Hamabest. Indien de RvA bij een bedrijf een zogenaamde A afwijking constateert en een dergelijke afwijking binnen een jaar bij hetzelfde bedrijf nogmaals wordt geconstateerd, dan leidt dit tot intrekking van de accreditatie.

2.4

Bij e-mail van 25 oktober 2016 schrijft de heer [A] (directeur) aan alle laboranten van Hamabest onder meer het volgende:

(…) Het is niet voor niets dat wij met elk werkoverleg hameren op het navolgen van de juiste procedures en handelingen. Sterker nog, we hebben aangegeven dat personen, die zich niet houden aan de regels (hoe pietluttig ze ook lijken te zijn), een schriftelijke waarschuwing gaan krijgen.(…)

Het blijkt nu dat ca 35%!!!!! van de rapporten een versie 2 krijgen. De afgelopen weken is het vele malen voorgekomen dat er rapporten worden afgegeven met foutieve meettijden waardoor er een afkeur wordt uitgeschreven terwijl de meting juist goed was.(…)

Bij herhaling van dit soort onprofessioneel handelen zullen wij verregaand keihard optreden. (…)

2.5

Op 2 november 2016 stuurt de directeur van Hamabest per aangetekende post aan [verzoeker] een brief met een officiële waarschuwing, waarin staat:

Wij hebben geconstateerd dat je 19 oktober op de vergadering 45 min te laat bent gekomen, op 26 oktober was je 20 min te laat op de klus, op 31 oktober ben je een kwartier te laat terwijl je niets voor die klus hebt gehad en deze pas om 12 uur stond gepland, je op 1 november te laat op de klus bent verschenen terwijl je er niets voor hebt gehad waardoor je bij de volgende klus ook te lat aankwam. Op 02 november zou je om 8 uur op de klus zijn en was je er pas om 8.45 uur.

Wij ( [B] en [C] , [D] , [A] ) hebben je hierover al meerdere malen aangesproken tijdens je contractverlenging en tijdens 1 op 1 gesprekken. Wij hebben het in 2015 geprobeerd met externe hulp in de vorm van Job-coaching.

Zoals je weet gelden er binnen onze organisatie diverse regels en een ervan is op tijd komen op je afspraak. (…) Ondanks herhaalde mondelinge waarschuwingen blijf je de regels overtreden. Hierbij ontvang je dan ook een officiële waarschuwing voor jouw gedrag. Wat ons betreft is dit de laatste waarschuwing.

Wij gaan ervan uit dat je binnen onze organisatie de geldende regels nakomt en dat dergelijk gedrag niet meer vertoond. Mocht je je wederom in de strijd gaan met onze regels, dan kan dit consequenties hebben voor de voortzetting van je dienstverband.(…)

2.6

De brief van 2 november 2016 is bij Hamabest retour ontvangen met als mededeling ‘niet afgehaald’.

2.7

Op 4 november 2016 heeft RvA een afwijking geconstateerd bij een inspectie van Hamabest. Naar aanleiding daarvan stuurt directeur [A] aan de medewerkers een e-mail waarin hij onder meer schrijft:

(…) Dit resulteert nu in een A afwijking welke binnen 5 dagen opgelost dient te worden. Kost ons enorm veel tijd en geld (schade en de extra inspanningen).

Lukt dit niet of er komt binnen 1 jaar weer een A afwijking zal het bedrijf worden geschorst. (…)

Ik hoop dat een ieder zich bewust is van de noodzaak alert en scherp te blijven en zich vooral te houden aan regels, procedures (ook veiligheid).(…)

2.8

Op 10 november 2016 heeft Hamabest een extra werkoverleg ingelast voor alle buitendienstmedewerkers, waarbij ook [verzoeker] aanwezig is geweest.

2.9

Op zaterdag 12 november 2016 heeft nog een werkoverleg plaatsgevonden. In de e-mail daarover van 9 november 2016 aan de medewerkers van Hamabest, waaronder [verzoeker] , staat:

(…) is tijdens een interne audit door Détect bij twee collega’s de zelfde afwijking geconstateerd. Dit kan en mag niet. Ik hoop dat jullie je realiseren wat dit inhoud voor ons certificaat en jullie werkovereenkomst bij Hamabest Laboratorium. (…) Gezien de urgentie wil ik aankomende zaterdag om 8:30 uur afspreken met jullie allen hier op kantoor (…)

2.10

Op 14 november 2016 heeft [verzoeker] een eindcontrole verricht in de kruipruimte van twee woningen in de zelfde straat in Driebergen. Uit de certificaten van 14 november 2016 volgt dat [verzoeker] de meting in woning 2 is gestart terwijl hij op dat moment nog bezig was met de inspectie in woning 1.

2.11

Op 15 november 2016 schrijft directeur [A] aan [verzoeker] het volgende:

Jij hebt gisteren (14-11-16) voor Kamphuis 2 eindcontroles verricht in Driebergen (…)

Containment 1, tijd vi 12.15-12.35, meettijd 12.15-14.15

Containment 2, tijd vi 12.40-13.00, meettijd 12.20-14.20 (???)

Betekent pompen aan in cont 2 (12.20 uur) terwijl je met een vi bezig bent in cont 1 (vi 12.15-12.35)

Volgens het track and trace systeem kwam je aan om 12.08 en vertrok je om 14.35 uur 2 containments in 2 uur en 18 minuten ?????

Kan jij mij een gedegen verklaring geven hoe je dit gedaan hebt conform NEN 2990?

Ik verwacht uiterlijk morgen om 10.00 uur jouw reactie.

2.12

Op 16 november 2016 stuurt [verzoeker] per e-mail het volgende antwoordbericht:

Ik heb geen gedegen verklaring voor de geregistreerde tijden. Ik heb me niet aan de minimale inspectietijden gehouden en heb de klus afgeraffeld. Dit is absoluut niet acceptabel en ik beloof dat dit niet weer zal gebeuren.

Mijn oprechte excuses.

2.13

Bij brief van 17 november 2017, welke aan [verzoeker] is uitgereikt, heeft de directeur van Hamabest, de heer [A] , aan [verzoeker] ontslag op staande voet aangezegd per 18 november 2017. In de brief staat onder meer:

Afgelopen donderdag 10 november 2016 is er op kantoor van Hamabest Lab te Deventer een

ingelaste vergadering geweest naar aanleiding van een door RvA vastgestelde afwijking in de

categorie A.

Zoals bekend doet RvA vanaf september 2016 onaangekondigde audits op werkplekken door heel Nederland waarbij controles worden verricht voor-tijdens maar ook na werkzaamheden.

Bij deze vergadering waren alle bevoegde laboranten, waaronder u zelf, aanwezig.

Tijdens deze vergadering is uitvoerig gesproken, en is ook meermaals benadrukt, dat iedereen zich strikt dient te houden aan alle regels zoals beschreven in onze procedures en de geldende normen.

Het niet naleven van deze regels kan leiden tot intrekking van de accreditatie door RvA.

Ik heb ook benadrukt dat, indien Hamabest Lab binnen nu en 1 jaar weer tegen een A afwijking

oploopt, dit intrekking van de accreditatie tot gevolg heeft met alle gevolgen van dien voor het

voortbestaan van Hamabest Lab.

Afgelopen maandag 14 november 2016 heeft u een eindcontrole verricht op een project in

Driebergen. De eindcontrole bestond uit het inspecteren en meten van 2 containments in twee naast elkaar gelegen woningen en was gepland om 12.00 uur. De planning van Hamabest Lab heeft u hiervoor ingepland voor een periode van 4 uur lang. De minimale tijd om, conform de procedures, tot een gunstige beoordeling te komen bedraagt ca. 3,5 uur. Bovendien had u die dag geen vervolgplanning meer. Het was het laatste werk van de dag.

Uit de controle van uw certificaten viel op dat de inspectietijden van de beide containments met de meettijden elkaar overlapten. Op basis hiervan hebben wij gekeken in het systeem track and trace van uw auto en hieruit blijkt dat u aankwam om 12.08 uur. U vertrok weer om 14.25 uur.

Op uw certificaten heeft u beschreven dat u heeft gemeten tot 14.20 uur.

Dit houdt in dat u kennelijk binnen 5 minuten tot vertrek de deco procedure voor het verlaten van

het containment heeft gevolgd, de pompen gekalibreerd, de filters geprepareerd, de analyse heeft

verricht en tenslotte de resultaten heeft gerapporteerd en de certificaten heeft laten aftekenen door

de uitvoerder.

U zult begrijpen dat dit absoluut niet kan. Dit had kunnen leiden tot intrekking van de accreditatie.

Ik heb middels een mail gevraagd om tekst en uitleg en u geeft als antwoord dat u zich niet aan de minimale inspectietijden heeft gehouden en de klus hebt afgeraffeld, zonder opgave van reden.

Ik wil benadrukken dat u, naar aanleiding van niet toelaatbaar gedrag, op 2 november 2016 al een

aangetekende brief heeft ontvangen met daarin een officiële waarschuwing.

In deze brief staat o.a. “mocht je wederom in strijd gaan met onze regels dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van uw dienstverband”.

In combinatie met de vele mondelinge waarschuwingen is de maat nu vol voor Hamabest Lab. Het vertrouwen in u is geheel verdwenen. Dit ondanks dat Hamabest Lab zich steeds als een coulante en goed werkgever heeft opgesteld, heeft u zich niet als een goed werknemer gedragen.

Voor Hamabest Lab is hiermee een dringende reden ontstaan om per vrijdag 18 november 2016 het dienstverband te beëindigen. (…)

3 Het geschil

Het verzoek

3.1

[verzoeker] heeft, na mondelinge wijziging van zijn verzoek in de eerste termijn van de mondelinge behandeling, berust in de opzegging en heeft daarbij verzocht Hamabest te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding (€ 7.500,=), de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding (€ 1.728,=), te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente, en met veroordeling van Hamabest in de kosten van de procedure.

3.2

[verzoeker] heeft kort samengevat aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de brief van 2 november 2016 betreffende het te laat komen, hem niet heeft bereikt zodat de officiële waarschuwing uit die brief niet gehandhaafd kan worden. Bovendien is de reden dat hij in het verleden weleens te laat kwam gelegen in een medische oorzaak namelijk de diagnose ADD en is het na de jobcoaching in 2015 beter met hem gegaan. Naast het te laat komen wordt aan hem verweten dat hij zijn werk op 14 november 2016 niet volgens de juiste inspectietijden heeft uitgevoerd. Volgens [verzoeker] is er sprake geweest van een verschrijving en gaat het te ver om hem op grond daarvan onmiddellijk te ontslaan. Hamabest heeft hem bovendien de dagen erna nog gewoon zijn werkzaamheden laten uitvoeren. Het ontslag is aldus niet onverwijld gegeven. [verzoeker] stelt dat Hamabest hiermee jegens hem verwijtbaar heeft gehandeld. Aangezien het volgens [verzoeker] in de ontstane situatie niet meer mogelijk is om zijn werkzaamheden binnen Hamabest uit te voeren, berust hij in het ontslag. Daarbij maakt hij aanspraak op een billijke vergoeding, transitievergoeding en de vergoeding van het loon over de opzegtermijn.

3.3

Hamabest heeft verweer gevoerd. Kort samengevat voert zij aan dat [verzoeker] vele malen is aangesproken op het te laat komen. Daarbij ging het niet om enkele minuten maar om een half uur tot een uur. Uiteindelijk is in verband daarmee een schriftelijke waarschuwing naar [verzoeker] gestuurd en is hij van het versturen daarvan ook mondeling op de hoogte gesteld. Daarnaast is [verzoeker] er in mailberichten en bij recente werkoverleggen uitdrukkelijk op gewezen om te werken volgens de voorschriften. Daarbij is naar voren gebracht dat hierbij de accreditatie van de onderneming op het spel staat. Desondanks heeft [verzoeker] op 14 november 2016 een certificaat af gegeven dat qua ingevulde inspectietijden niet kan kloppen en heeft hij hiervoor als reden gegeven dat hij het werk afgeraffeld heeft. Door dit handelen van [verzoeker] , nadat hij al een schriftelijke waarschuwing had ontvangen, stelt Hamabest het vertrouwen in [verzoeker] te zijn kwijtgeraakt. Het ontslag op staande voet is daarom volgens haar terecht gegeven. Hamabest concludeert tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker] .

Zelfstandig tegenverzoek

3.4

Voorwaardelijk, voor het geval het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt toegewezen, vezoekt Hamabest de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden op grond van ernstig verwijtbaar handelen, zonder toekenning van een vergoeding.

4 De beoordeling

4.1

Bij brief van 17 november 2016 is het ontslag op staande voet per 18 november 2016 aan [verzoeker] meegedeeld. Het verzoekschrift van [verzoeker] is ingediend ter griffie op 10 januari 2017. Gelet op het bepaalde in artikel 7:686a lid 4 BW is het verzoek daarmee tijdig ingediend.

4.2

[verzoeker] heeft ten aanzien van het ontslag op staande voet gesteld dat het ontslag hem niet onverwijld is gegeven. Dienaangaande overweegt de kantonrechter dat de werkzaamheden van [verzoeker] die aanleiding hebben gegeven tot de opmerkingen over de door [verzoeker] ingevulde en afgegeven certificaten, plaatsvonden op 14 november 2016 in de middag. Na deze werkzaamheden ging [verzoeker] naar huis. Op kantoor bij Hamabest is (de dag) daarna gebleken dat de ingevulde inspectietijden niet voldeden aan de geldende normen. Daarom heeft de directeur van Hamabest [verzoeker] daarop aangesproken in een e-mailbericht van 15 november 2016, waarin hij [verzoeker] om tekst en uitleg vraagt daarover. Het antwoord van [verzoeker] op dat mailbericht volgt op 16 november 2016. Vervolgens heeft directeur [A] [verzoeker] op 17 november 2016 gevraagd om aan het eind van de dag naar zijn kantoor te komen voor een gesprek. Dit gesprek heeft plaatsgevonden en daarbij is het ontslag op staande voet aangezegd en is de brief daaromtrent aan [verzoeker] overhandigd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Hamabest aldus voldoende voortvarend gehandeld nadat de van de norm afwijkende certificaten haar bekend zijn geworden. Als zorgvuldige tussenstap kan worden aangemerkt dat zij een toelichting van [verzoeker] heeft gevraagd over hetgeen geconstateerd was en hem aldus de gelegenheid heeft geboden zich te verantwoorden. Het ontslag dat vervolgens op 17 november 2016 aan [verzoeker] is meegedeeld is derhalve onverwijld gegeven en is bovendien onverwijld aan [verzoeker] meegedeeld door middel van de brief die bij dat gesprek aan hem is overhandigd.

4.3

Voorts dient beoordeeld te worden of er ten aanzien van het gegeven ontslag sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW die dit ontslag kan rechtvaardigen. Bij die beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats in de beschouwing te worden betrokken de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard van de arbeidsovereenkomst, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben (Hoge Raad 12 februari 1999, NJ 1999, 643 Schrijvers/Van Essen).

4.4

Uit de ontslagbrief volgt dat met name de wijze waarop [verzoeker] op 14 november 2016 zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd en daarnaast de omstandigheid dat Hamabest op 2 november 2016 aan [verzoeker] een aangetekende brief heeft gezonden met daarin een officiële waarschuwing aan zijn adres, de dringende reden hebben opgeleverd voor het gegeven ontslag. Uit het verzoekschrift van [verzoeker] blijkt dat die reden voor [verzoeker] duidelijk is geweest. Volgens [verzoeker] is een ontslag op staande voet in de gegeven omstandigheden echter een te zwaar middel geweest dat door Hamabest is ingezet. [verzoeker] stelt dat Hamabest had kunnen volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, zeker nu hij de schriftelijke waarschuwing van 2 november 2016 niet heeft ontvangen. Gelet op de beoordelingscriteria uit voornoemd arrest overweegt de kantonrechter het volgende.

4.5

De aard van de werkzaamheden bij Hamabest, namelijk het uitvoeren van asbestcontroles, brengt mee dat het werk onderhevig is aan strenge voorschriften in verband met veiligheid en gezondheid, waaronder de zogenaamde NEN-normen. Reeds in de arbeidsovereenkomst is onder artikel 14 opgenomen dat de werknemer zich aan de geldende wet- en regelgeving dient te houden. Hamabest heeft in verband daarmee aangevoerd dat op het werken volgens de normen wordt toegezien door de Raad voor Accreditatie (RvA) en dat de RvA sinds 1 september 2016 onaangekondigde controles verricht. Wanneer de RvA afwijkingen constateert worden die ondergebracht in twee categorieën te weten A en B. Wanneer een afwijking uit categorie A binnen een jaar nogmaals wordt geconstateerd, dan verliest het bedrijf haar accreditatie. Het personeel van Hamabest is met deze gang van zaken bekend en is bekend met het belang van behoud van de accreditatie voor het voortbestaan van het bedrijf, hetgeen door [verzoeker] niet is weersproken.

4.6

Dat Hamabest haar laboranten heeft aangesproken op het belang van het werken volgens de geldende normen blijkt in het bijzonder uit de door haar overgelegde e-mailberichten van 25 oktober 2016, 4 november 2016 en 9 november 2016. Op 4 november 2016 is bij Hamabest een zogenaamde categorie A afwijking geconstateerd. Om de ernst van het werken volgens de normen en regels nogmaals te benadrukken is er een extra werkoverleg belegd op 10 november 2016 en op 12 november 2016. [verzoeker] heeft niet betwist dat hij genoemde e-mailberichten heeft ontvangen en dat hij aanwezig is geweest bij de extra werkoverleggen. De kantonrechter stelt daarom vast dat [verzoeker] een gewaarschuwd man was voor wat betreft het werken volgens de regels. Daarom valt niet in te zien waarom Hamabest hem in deze omstandigheden ook nog eens persoonlijk schriftelijk had moeten waarschuwen, zoals [verzoeker] stelt. Van [verzoeker] in zijn functie als laborant mag bovendien verwacht worden dat hij zich realiseerde dat het voortbestaan van het bedrijf afhankelijk was van het juist uitvoeren van zijn werkzaamheden. [verzoeker] heeft in deze procedure ook niet gesteld dat dat anders was.

4.7

Juist in de week die volgde op de week met de extra ingelaste werkoverleggen heeft [verzoeker] op 14 november 2016 de certificaten van zijn controlewerkzaamheden zo ingevuld dat daaruit volgt dat de meting in woning 2 is gestart terwijl hij op dat moment nog bezig was met de visuele inspectie in woning 1, hetgeen in strijd is met de voorgeschreven normen. Voorts heeft Hamabest hem voorgehouden dat hij op basis van de ‘track and trace’ gegevens van de bedrijfsauto maar 2 uur en 18 minuten op locatie is geweest. Die laatste constatering is weliswaar nadien aangepast aangezien bleek dat de motor van de bus ongeveer een half uur heeft gedraaid terwijl [verzoeker] nog op locatie aan het werk was, maar zelfs met dat half uur erbij is de tijd om de werkzaamheden volgens de normen af te ronden krap geweest. Bovendien doet dat niet af aan de ernst van het feit dat er overlappende tijden op de certificaten zijn ingevuld. Daar komt bij dat, wanneer de directeur per e-mail aan [verzoeker] om een toelichting vraagt, [verzoeker] daarover kortweg schrijft dat hij de klus heeft afgeraffeld. Naar het oordeel van de kantonrechter had, gezien de nadrukkelijke waarschuwingen in de week daarvoor, van [verzoeker] een andere werkhouding verwacht mogen worden. Immers, wanneer bedoelde certificaten van 14 november 2016 in een controle door de RvA aan het licht waren gekomen, was er sprake geweest van een A afwijking, hetgeen Hamabest juist wil voorkomen. De omstandigheid dat de certificaten van 14 november 2016 door [verzoeker] op een verkeerde manier zijn ingevuld, waarmee de bedrijfsvoering van Hamabest in gevaar is gebracht, terwijl Hamabest er uitdrukkelijk op hamerde om nauwkeurig te werken en waarschuwde voor de gevolgen van het niet nakomen daarvan, maakt dat er sprake is van een ernstig feit dat een dringende reden oplevert.

4.8

Bij de ernst van dit feit weegt verder mee dat [verzoeker] in de brief van 2 november 2016 al met een andere waarschuwing wegens veelvuldig te laat komen was geconfronteerd. In die brief stelt Hamabest dat er binnen de organisatie diverse regels gelden en dat een daarvan is het op tijd verschijnen op afspraken. Het te laat komen wordt dus door Hamabest in die brief betiteld als het niet naleven van de regels, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter niet onbegrijpelijk is. [verzoeker] is derhalve begin november 2016 al uitdrukkelijk door Hamabest erop gewezen dat zij van hem verwacht dat hij zich houdt aan de geldende regels. De stelling van [verzoeker] dat hij eerst nogmaals gewaarschuwd had moeten worden, is gelet op alle waarschuwingen die er eind oktober 2016 en in de maand november 2016 zijn geweest, onbegrijpelijk. [verzoeker] stelt dat de waarschuwing van 2 november 2016 hem niet kan worden tegengeworpen aangezien hij de brief van 2 november 2016 niet heeft ontvangen. Dit niet ontvangen moet echter voor rekening en risico van [verzoeker] zelf komen. De brief is immers door Hamabest aangetekend verstuurd en is door [verzoeker] niet afgehaald. Weliswaar stelt [verzoeker] dat hij geen afhaalbericht van de post heeft ontvangen, waaruit bleek dat er een aangetekend schrijven voor hem lag, maar [verzoeker] heeft ter zitting erkend dat hij van het bestaan van de brief wel op de hoogte was, aangezien zijn leidinggevende daarover op of omstreeks 7 november 2016 een opmerking heeft gemaakt.

4.9

Voor zover [verzoeker] betoogt dat er geen grond bestond voor de waarschuwing van 2 november 2016, aangezien er voor het te laat komen in september en oktober van 2016 een medische oorzaak bestond, is de kantonrechter van oordeel dat ook die stelling van [verzoeker] niet houdbaar is. De kantonrechter stelt namelijk vast dat [verzoeker] niet nader heeft toegelicht waar, wanneer en bij wie hij binnen Hamabest kenbaar heeft gemaakt dat hij serieuze klachten ondervond van het stoppen met roken in samenhang met zijn ADD. Een dergelijke toelichting van [verzoeker] was wel op zijn plaats geweest. Allereerst omdat Hamabest aanvoert dat zij van gezondheidsklachten van [verzoeker] niet op de hoogt was en bovendien omdat Hamabest onweersproken heeft aangevoerd dat dat er in de maand september 2016 sprake was van 7 dagen en in de maand oktober 2016 van 4 dagen waarop [verzoeker] te laat kwam variërend van 20 minuten tot een uur. Er was derhalve sprake van ernstig en veelvuldig te laat komen.

4.10

De kantonrechter komt derhalve tot de conclusie dat de in de ontslagbrief genoemde werkzaamheden van [verzoeker] op 14 november 2016 en de door hem afgeleverde certificaten daarvan die de bedrijfsvoering van Hamabest in gevaar hebben gebracht, in het licht van de diverse waarschuwingen die daaraan voorafgaand hebben plaatsgehad een dringende reden opleveren die het gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigen.

4.11

Nu het ontslag op staande voet gerechtvaardigd is gegeven, is er geen sprake van onregelmatige opzegging als bedoeld in artikel 7:672 BW zodat er geen grond bestaat voor toekenning van de gefixeerde schadevergoeding die [verzoeker] heeft verzocht. Dit deel van zijn verzoek wordt daarom afgewezen.

4.12

Aangezien het gegeven ontslag in stand blijft en niet is gebleken dat er in verband met het ontslag sprake is van verwijtbaar handelen aan de zijde van Hamabest, bestaat er geen grond voor toekenning van een billijke vergoeding aan [verzoeker] . Dit onderdeel van het verzoek van [verzoeker] wordt daarom eveneens afgewezen.

4.13

Het handelen van [verzoeker] dat heeft geleid tot het ontslag op staande voet is aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen aangezien [verzoeker] daarmee de bedrijfsvoering van Hamabest in gevaar heeft gebracht. Er bestaat daarom geen grond voor toekenning van de transitievergoeding, zodat het verzoek daartoe van [verzoeker] moet worden afgewezen.

4.14

Uit het voorgaande volgt dat de verzoeken van [verzoeker] worden afgewezen, zodat hij als in het ongelijk gestelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van Hamabest begroot op € 400,= voor salaris gemachtigde.

Het voorwaardelijk tegenverzoek

4.15

Hamabest heeft voorwaardelijk – voor zover het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag op staande voet zou worden toegewezen – verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen, zonder toekenning van een vergoeding.

4.16

Nu de voorwaarde voor het verzoek niet is vervuld, komt de kantonrechter aan verdere beoordeling van en beslissing op het verzoek van Hamabest niet toe.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1

wijst de verzoeken van [verzoeker] af;

5.2

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van Hamabest begroot op € 400,= ter zake van salaris gemachtigde.

5.3

verklaart deze uitspraak voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

verstaat dat de voorwaarde waaronder het voorwaardelijk tegenverzoek is ingediend, niet is vervuld.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2017. (ap)