Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:1190

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-03-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
08/710027-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 61-jarige vrouw uit Kampen voor het beledigen van moslims vanwege hun godsdienst. De rechtbank legt een voorwaardelijke taakstraf op van 40 uur met een proeftijd van 2 jaar.

De vrouw schreef in een reactie onder een artikel op de Facebookpagina van RTV Oost dat de enige goede moslim een dode moslim is. Tevens betitelde ze moslims als een kankergezwel waarvan Nederland moet worden bevrijd.

Tijdens de zitting betuigde de vrouw spijt en gaf blijk van inzicht in het strafbare van haar handelen. Ze verklaarde ook over de moeilijke persoonlijke omstandigheden waarin zij destijds verkeerde en die ten grondslag lagen aan het tot stand komen van onderhavig delict. Daar voegde zij aan toe dat het nu niet meer in haar op zou komen om zoiets te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710027-16 (P)

Datum vonnis: 17 maart 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

3 maart 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Dankers en van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een groep mensen, te weten moslims en/of Turken wegens hun ras en/of godsdienst.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

zij op of omstreeks de periode 29 juli 2014 tot en met 30 juli 2014 te Kampen, althans in Nederland, zich in het openbaar, te weten op een openbare Facebookpagina, bij geschrift opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten moslims en/of Turken, wegens hun godsdienst en/of ras door onder een bericht geplaatst door RTV Oost op een openbare Facebookpagina het commentaar te plaatsen: "De enige goeie moslim is een dode moslim. Bevrijd Nederland van dit kankergezwel en stem op Wilders.", althans

woorden van gelijke beledigende aard en of strekking;

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het haar ten laste gelegde feit bekend.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.1

 het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 maart 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv.;

 het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , van 6 augustus 2014 met bijlagen, pagina 3, 4, 7, 9 – 12;

 het proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] van 26 augustus 2014, pagina 17.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

zij in de periode 29 juli 2014 tot en met 30 juli 2014 in Nederland, zich in het openbaar, te weten op een openbare Facebookpagina, bij geschrift opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten moslims, wegens hun godsdienst door onder een bericht geplaatst door RTV Oost op een openbare Facebookpagina het commentaar te plaatsen: "De enige goeie moslim is een dode moslim. Bevrijd Nederland van dit kankergezwel en stem op Wilders.”.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 137c Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over moslims wegens hun godsdienst.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van veertig uren waarvan twintig uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ten aanzien van de strafmaat geen standpunt ingenomen.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een groep mensen op grond van hun godsdienst. Verdachte heeft in een openbare schriftelijke reactie onder een artikel op de Facebookpagina van RTV Oost geschreven dat de enige goede moslim een dode moslim is. Tevens heeft verdachte moslims betiteld als een kankergezwel waarvan Nederland moet worden bevrijd. Hoewel de rechtbank de mogelijkheid om je eigen denkbeelden uit te dragen, de vrijheid van meningsuiting, ziet als een groot goed, kan en mag dit niet een inbreuk betekenen op de rechten en vrijheden van anderen. Verdachte heeft met haar opmerking andere mensen beledigd en heeft daarmee de grens van het toelaatbare binnen een van de meest fundamentele gegeven rechten in onze democratische samenleving, namelijk de vrijheid van meningsuiting, overschreden. De impact die de woorden van verdachte hebben gehad blijkt duidelijk uit de verklaring van [aangever] , die beschrijft dat hij angstig is geworden van de opmerking van verdachte, als ook dat hij bang is voor zijn kinderen en zich zorgen maakt over de maatschappij waarin zijn kinderen moeten opgroeien. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals deze onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens een uittreksel uit de justitiële Documentatie, niet eerder met justitie in aanraking is geweest en zal bij de op te leggen straf rekening houden met de slechte lichamelijke conditie van verdachte, waarover zij op zitting heeft verklaard.

Verdachte heeft ter zitting spijt betuigd en blijk gegeven van inzicht in het strafbare van haar handelen. Verdachte heeft ook verklaard over de moeilijke persoonlijke omstandigheden waarin zij destijds verkeerde en die ten grondslag hebben gelegen aan het tot stand komen van onderhavig delict. Daar heeft zij aan toegevoegd dat het nu niet meer in haar op zou komen om zoiets te doen.

Het voorgaande tegen elkaar afwegende, acht de rechtbank het, mede gelet op het tijdsverloop in deze zaak, passend en geboden dat aan verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf wordt opgelegd van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    het misdrijf: het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over moslims wegens hun godsdienst;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 40 (veertig) uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;

  • -

    bepaalt dat deze taakstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. C.C.S. Koppes en

mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is

in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2016202524 van 31 oktober 2016. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.