Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:1189

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-03-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
08/710025-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 52-jarige man uit Den Haag is door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor het aanzetten tot geweld tegen Armeniërs tijdens een demonstratie op 1 juni 2014 in Almelo. Die dag demonstreerden zo’n 4.000 mensen tegen de komst van het ‘Armeens Genocide Monument’ bij de Armeense kerk in Almelo. De rechtbank legt de man een taakstraf op van 120 uur en een voorwaardelijke celstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/710025-16

Datum vonnis: 17 maart 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] (Turkije),

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 6 december 2016 en 3 maart 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G. Dankers en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. J.P. Plasman,

advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

(primair) heeft aangezet tot haat, discriminatie van en/of gewelddadig optreden tegen personen van Armeense afkomst wegens hun ras en/of godsdienst,

(subsidiair) zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van een groep mensen van Armeense afkomst wegens hun ras en/of godsdienst.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 1 juni 2014 te Almelo, in elk geval in Nederland, telkens in het openbaar, te weten tijdens een openbare demonstratie op/of aan de openbare weg, het Rembrandtveld gelegen aan de Rembrandtlaan, mondeling, als spreker tijdens die demonstratie ten overstaande van publiek heeft aangezet tot haat tegen en/of discriminatie van en/of gewelddadig optreden tegen mensen en/of personen van Armeense afkomst wegens hun ras en/of godsdienst, immers heeft hij, verdachte, toen en daar gezegd en/of geroepen en/of gescandeerd de woorden “Karabag ermeniye mezarolacak” (vertaald in het Nederlands: Karabach zal het graf van de Armeniërs worden en/of Karabach wordt het graf van de Armeniërs) en waarbij hij, verdachte, telkens zijn tot vuist gebalde hand heeft opgeheven;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 1 juni 2014 te Almelo, in elk geval in Nederland, telkens zich in het openbaar, te weten tijdens een openbare demonstratie op/of aan de openbare weg, het Rembrandtveld gelegen aan de Rembrandtlaan, mondeling, als spreker tijdens die demonstratie ten overstaande van publiek, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen te weten mensen van Armeense afkomst, wegens hun ras en/of godsdienst, immers heeft hij, verdachte, op 1 juni 2014 tijdens die demonstratie telkens opzettelijk beledigend de volgende woorden gescandeerd en/of uitgesproken “Karabag ermeniye mezarolacak” (vertaald in het Nederlands: Karabach zal het graf van de Armeniërs worden en/of Karabach wordt het graf van de Armeniërs).

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Inleiding

De volgende feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en dienen op grond van de wettige bewijsmiddelen als uitgangspunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 24 april 2014 is op het terrein van de Armeense kerk te Almelo een monument onthuld ter nagedachtenis aan wat de Armeniërs “de Armeense genocide” noemen. Hierna zal worden gesproken over “de kwestie van de Armeense genocide”. De rechtbank merkt nadrukkelijk op dat het geenszins de bedoeling is, met de keuze voor deze terminologie een oordeel te geven of een standpunt in te nemen.

Op 1 juni 2014 vond op het Rembrandtveld, gelegen aan de Rembrandtlaan te Almelo, een demonstratie plaats. Uit de brief van de gemeente Almelo van 27 mei 2014 blijkt dat in de door de Stichting Turks Islamitische Culturele Federatie aan de gemeente verstrekte kennisgeving van de demonstratie staat vermeld dat de demonstratie gehouden zal worden om aan te geven dat de benaming ‘Armeens Genocide Monument’ niet zal bijdragen aan de harmonie in de samenleving en in het bijzonder in Almelo. Bezoekers, afkomstig uit diverse plaatsen in Nederland, werden met onder meer bussen vervoerd naar het Rembrandtveld. Naar schatting zijn ongeveer 4.000 personen, hoofdzakelijk van Turkse afkomst, aanwezig geweest bij deze demonstratie. Diverse bezoekers droegen Turkse vlaggen, enkelen van hen droegen spandoeken of borden met leuzen zoals “wij wensen in Almelo geen haatzaaiend monument”, “Let op. Srebrenica genocide zijn wij niet vergeten”, “Kom met bewijzen, anders zwijg” en “De Armeense oplichter”. Voorafgaand en gedurende de demonstratie speelde de Mehter, een militaire muziekband gekleed in traditionele Ottomaanse klederdracht, muziek, waaronder een drietal marsen. Diverse sprekers, onder wie verdachte, hebben de demonstranten vanaf een podium en met behulp van een microfoon toegesproken.

Verdachte is voorzitter van de Nederlandse Azerbeidjaanse Turkse Culturele Vereniging.

Hij stond als contactpersoon gedurende de demonstratie geregistreerd bij de gemeente Almelo en heeft een aandeel gehad in de voorbereiding van de demonstratie.

Nadat [naam] een deel van een gedicht heeft voorgelezen, heeft verdachte het woord gekregen en een tweede deel van dat gedicht vanaf het podium en met gebruik van een microfoon voorgedragen aan de menigte. Daaropvolgend heeft verdachte de volgende woorden geuit:

Karabağ Turktür, Türk kalacak,

Karabağ Ermeniye mezar olacak,

Karabağ Turktür, Türk kalacak,

Karabağ Ermeniye mezar olacak,

welke woorden in het Nederlands vertaald betekenen:

Karabach is Turks, zal Turks blijven,

Karabach zal het graf van de Armeniërs worden,

Karabach is Turks, zal Turks blijven,

Karabach zal het graf van de Armeniërs worden.

Telkens na de woorden ‘Karabach is Turks, zal Turks blijven’ hebben de demonstranten deze woorden herhaald. Aan het eind hebben de demonstranten geroepen: “Allahu ekber- Tekbir – Allahu ekber”, wat in het Nederlands betekent: God is de grootste-God is de grootste-God is de grootste.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde in het openbaar aanzetten tot geweld tegen personen van Armeense afkomst wegens hun ras. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de uitlating ‘in het openbaar’ is gedaan, nu deze door verdachte is gedaan op een podium ten overstaan van duizenden demonstranten en meermalen door diverse televisiezenders is uitgezonden. Voorts heeft de officier van justitie gesteld dat de ten laste gelegde uitlating ziet op Armeniërs, zijnde mensen met de Armeense nationaliteit en etnisch Armenen, zodat aan het bestanddeel ‘ras’ is voldaan. Ook indien de uitlating enkel zou kunnen worden opgevat als betrekking hebbende op inwoners van Karabach, is volgens de officier van justitie aan het bestanddeel ‘ras’ voldaan nu het dan gaat om de afkomst en etniciteit en niet enkel de Armeense nationaliteit.

De officier van justitie heeft gesteld dat op basis van de opbouw, de toon en de tekst die is geuit, sprake is van een oproep tot geweld, hetgeen is versterkt door de wijze waarop de woorden zijn geuit, te weten het scanderen van de woorden en het opzwepen van het publiek. Volgens de officier van justitie heeft de op dat moment gespeelde muziek en kledij van de Mehter eveneens versterkend gewerkt. Door deze elementen, in samenhang bezien, wordt volgens de officier van justitie door verdachte uitgedragen dat tegen de Armeniërs moet worden gestreden en dat het graf (lees: de dood) het eindstation voor de Armeniërs zal zijn. Daarbij komt dat de Armeniërs door verdachte als groep zijn benoemd en er in de gedachten van de ontvanger van de uitlating geen wezenlijk verschil bestaat tussen een Armeniër die in Nagorno Karabach woont en een Armeniër die in Nederland woont.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde aanzetten tot haat, aanzetten tot discriminatie en het onderdeel ‘het telkens opheffen van zijn tot vuist gebalde hand’.

Subsidiair heeft de officier van justitie betoogd dat het subsidiair ten laste gelegde feit ‘groepsbelediging’ kan worden bewezen. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat voor de beoordeling of sprake is van groepsbelediging het zogenoemde driestappenmodel van de Hoge Raad moet worden gehanteerd. De eerste toets betreft de vraag of met de gebruikte woorden in hun samenhang bezien Armeniërs worden beledigd of in hun eer en goede naam worden aangetast, welke vraag de officier van justitie bevestigend heeft beantwoord. Met betrekking tot de tweede toets, te weten of de context het eventueel beledigend karakter kan wegnemen, hierbij de vrijheid van meningsuiting in aanmerking nemend, heeft de officier van justitie aangevoerd dat de context van de vrijheid van meningsuiting niet van toepassing is nu de gewraakte uitlating geen functie heeft op dat moment gelet op het doel van de demonstratie en nu verdachte op het moment dat hij de uitlating over Karabach scandeert, geen enkele verwijzing naar het onderwerp van de demonstratie maakt. Voorts heeft de officier van justitie, in het kader van de derde toets, de uitlating onnodig grievend en disfunctioneel geacht in de hardheid van de woorden, de manier waarop deze woorden zijn uitgesproken en de gehele ambiance daar omheen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar de in de tenlastelegging genoemde woorden heeft geuit en dat verdachte achter zijn woorden staat, maar dat geen sprake is van strafbare uitlatingen. De raadsman acht de context waarin de woorden zijn geuit van belang. De context van de demonstratie heeft de raadsman betiteld als het voeren van een strijd met alleen democratische methoden, nu een der sprekers heeft gezegd dat men als Turkse staten en federaties schouder aan schouder de strijd tot het einde zal voeren en daartoe gebruik zal maken van het demonstratierecht en het recht om naar de rechtbank te gaan.

Voorts heeft de raadsman betoogd dat in de uitspraak ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’ een duidelijke beperking zit, aangezien een graf altijd lokaal is bepaald en als Karabach het graf is, dan is het graf in Karabach en betreft de uitlating het gebied Karabach en de Armeniërs in dat gebied.

De raadsman heeft de in 2014 gedane uitlatingen van verdachte betiteld als zijnde profetische woorden die helaas werkelijkheid zijn geworden, nu is gebleken dat in 2016 de wapenstilstand in het oorlogsgebied Karabach opzij is geschoven en ten gevolge van daaropvolgende oorlogshandelingen aldaar Armeense slachtoffers zijn gevallen. Volgens de raadsman zijn de woorden van verdachte feitelijk juist. De situatie in Karabach is een oorlogssituatie waarbij partijen elkaar naar het leven staan, hetgeen heeft geleid tot slachtoffers, waarvan verdachte slechts de Armeense slachtoffers heeft benoemd. De raadsman heeft gesteld dat volkeren in oorlog zijn en dat deze oorlog niet gaat om afkomst, maar om partijen die strijden om het grondgebied Karabach en dat verdachte met zijn uitlatingen slechts heeft vastgesteld dat die oorlog weer gaat komen en dat opnieuw slachtoffers zullen vallen als het conflict niet wordt opgelost. De oplossing vanuit het perspectief van verdachte is dat de bezetters het land moeten verlaten. De raadsman heeft betoogd dat verdachte met zijn woorden heeft bedoeld dat het geweld en bloedvergieten dient te stoppen, als ook dat de woorden zijn uit te leggen als een oproep aan de Armeniërs het gebied Karabach te verlaten omdat het anders fout zal gaan.

De raadsman heeft tevens naar voren gebracht dat de bewoordingen niet ruim moeten worden uitgelegd, doch dat slechts moet worden getoetst wat feitelijk is gezegd, als ook dat nu de woorden feitelijk juist zijn, dit een duidelijke indicatie is dat de uitlatingen niet strafbaar kunnen zijn. Te meer nu verdachte hiermee bedoelde te waarschuwen en er geen reden is om aan die bedoeling te twijfelen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Toetsingskader

De tenlastelegging behelst het door verdachte uitspreken van de woorden ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’.

Primair is dit ten laste gelegd als het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld zoals bedoeld in artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel stelt strafbaar degene die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero-of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap.

Subsidiair zijn de uitlatingen van verdachte ten laste gelegd als groepsbelediging zoals bedoeld in artikel 137c Sr. Volgens dit artikel is strafbaar degene die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap.

Voor bewezen verklaring van het primair dan wel het subsidiair ten laste gelegde feit moet zijn voldaan aan een aantal, deels gelijkluidende bestanddelen, die hierna ieder afzonderlijk zullen worden besproken.

4.4.1

Openbaar en mondeling

Verdachte heeft de woorden ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’ mondeling geuit tijdens een demonstratie die door duizenden mensen werd bijgewoond en waar eveneens diverse audiovisuele mediadiensten bij aanwezig waren, vanaf een podium en met gebruik van een microfoon. Daaruit blijkt reeds dat verdachte deze woorden mondeling en in het openbaar heeft geuit en dat hij ook de opzet had op deze openbaarheid.

4.4.2

Ziet de uitlating op ‘ras’ in de zin van artikel 137c en 137d Sr?

Bij deze beoordeling stelt de rechtbank het volgende voorop. Gelet op de Memorie van Toelichting bij de implementatie van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie uit 1966 (IVUR), moet het begrip ‘ras’ worden uitgelegd naar de kennelijke strekking van artikel 1 IVUR. In artikel 1, eerste lid, IVUR wordt onder ‘rassendiscriminatie’ verstaan elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ‘ras’, ‘huidskleur’, ‘afkomst’ of ‘nationale of etnische afstamming’.

Met ‘afkomst’ en ‘nationale of etnische afstamming’ wordt gedoeld op personen die behoren tot een volkenkundig te onderscheiden groep, die een binding hebben met een nationale staat of grondgebied omdat zij afkomstig zijn uit eenzelfde land of streek en (een) gemeenschappelijke geschiedenis, cultuur, taal en/of tradities hebben.

De ten laste gelegde uitlating behelst de term ‘Armeniërs’. Dit zijn personen met de Armeense nationaliteit en etnisch Armenen, zijnde mensen die behoren tot een volkenkundig te onderscheiden groep zoals hierboven uiteengezet. Naar het oordeel van de rechtbank verwijst de door verdachte gebruikte term ‘Armeniërs’ naar de in het IVUR opgenomen kenmerken ‘afkomst’, ‘nationale afstamming’ en ‘etnische afstamming’ en is derhalve sprake van een ‘ras’ in de zin van artikelen 137c en 137d Sr.

Met betrekking tot het standpunt van de verdediging dat verdachte zijn uitlating slechts heeft gericht tegen Armeniërs in Nagorno Karabach en niet tegen alle Armeniërs overweegt de rechtbank als volgt. Deze specifieke bedoeling van verdachte volgt niet uit en staat te veraf van de door verdachte gebezigde bewoordingen (“de Armeniërs) en vindt ook overigens geen steun in onderhavig dossier. Op basis van hetgeen hiervoor is uiteengezet is de rechtbank van oordeel dat de bewoordingen van verdachte niet anders kunnen worden opgevat dan gericht tegen alle Armeniërs. De rechtbank verwerpt het standpunt van de verdediging.

4.4.3

Ziet de uitlating op ‘godsdienst’ in de zin van artikel 137c en 137d Sr?

Nu de uitlating ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’ geen betrekking heeft op een godsdienst waarin een bovennatuurlijke macht centraal staat, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een uitlating die betrekking heeft op godsdienst in de zin van deze artikelen.

4.4.4

Het primair tenlastegelegde

Zoals hierboven reeds uiteengezet, is het op grond van artikel 137d Sr onder meer strafbaar om in het openbaar, mondeling aan te zetten tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras of hun godsdienst.

Aanzetten tot

Onder aanzetten tot moet worden begrepen: anderen trachten te bewegen tot iets ongeoorloofds. De strekking van de uiting is daarbij doorslaggevend. Of de uiting ook daadwerkelijk tot een gedraging waartoe is aangezet heeft geleid, is daarbij niet relevant. In de delictshandeling “aanzetten” ligt de opzet besloten. Verdachte heeft in dit verband opgemerkt dat het zijn intentie was om met zijn uitlating de bezetter in Nagorno Karabach te waarschuwen dit grondgebied te verlaten. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring van verdachte geen steun vindt in de bewijsmiddelen en ook de letterlijke tekst van de uitlating geen ruimte laat voor een dergelijke uitleg.

- Haat

Haat is een extreme emotie van diepe afkeer en vijandigheid. Voor het aanzetten tot haat moet sprake zijn van een krachtenversterkend element, waarbij partijen tegenover elkaar worden gezet en waarbij anderen worden opgehitst of opgeroepen om iets te doen. Hoewel verdachte met zijn uitlating, zeker nu aan deze uitlating een aantal gedichten die aan het conflict in Nagorno Karabach refereren zijn voorafgegaan, twee partijen, te weten de Armeniërs en de Turken/Azeri, op ongenuanceerde wijze lijnrecht tegenover elkaar plaatst, is niet onaannemelijk dat, ten gevolge van het reeds jarenlang bestaande conflict tussen de Armeniërs en de Turken/Azeri om het grondgebied van Nagorno Karabach, partijen al decennia lang haatgevoelens koesteren jegens de andere partij en dat haat reeds een bestaand element is. Reeds om voornoemde reden kan niet worden gezegd dat verdachte met zijn uitlating anderen heeft aangezet tot haat en zal de rechtbank verdachte van dit bestanddeel vrijspreken.

- Discriminatie

Discriminatie behelst volgens artikel 90quater Sr: “elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast”.

In het algemeen gesteld is in strafrechtelijke zin sprake van discriminatie wanneer deze inhoudt een ongelijke behandeling, welke haar grond of motief vindt in een persoonlijke status waardoor personen of groepen van personen van elkaar worden onderscheiden. Dergelijk onderscheid ziet veelal op een aantasting van een voor een ieder gelijk recht.

Naar het oordeel van de rechtbank is van een dergelijke aantasting in onderhavige zaak geen sprake en valt de uitlating van verdachte derhalve niet binnen de reikwijdte van het begrip discriminatie. De rechtbank zal verdachte van dit bestanddeel vrijspreken.

- Gewelddadig optreden

Zoals hiervoor reeds uiteengezet heeft verdachte de ten laste gelegde woorden geuit tijdens een demonstratie die door duizenden mensen werd bijgewoond en waar eveneens diverse audiovisuele mediadiensten bij aanwezig waren, vanaf een podium en met gebruik van een microfoon. Op de ter terechtzitting getoonde beelden heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte bij herhaling en met stemverheffing de ten laste gelegde woorden heeft geroepen naar de demonstranten. Hij heeft die woorden aldus gescandeerd en heeft de demonstranten opgejut, daar zij een gedeelte van zijn woorden hebben herhaald. Verdachtes uitlating bevat een duidelijke verwijzing naar de dood. De strekking van de uitlating is naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar gewelddadig. Het standpunt van de verdediging dat sprake is van een vreedzame oproep aan de Armeniërs tot vertrek uit Karabach wordt naar het oordeel van de rechtbank weerlegd, niet alleen door de feitelijke bewoordingen van verdachte die geen enkele verwijzing naar een geografische verplaatsing van de Armeniërs behelzen, maar ook door de intensiteit waarmee en de toon waarop deze woorden door verdachte zijn uitgesproken, als ook het gegeven dat verdachte zijn woorden bij herhaling door de menigte liet naschreeuwen. Dat, nadat verdachte zijn woorden heeft gescandeerd, een andere spreker spreekt over de inzet van democratische methoden doet niet af aan de wijze waarop verdachte zich voordien reeds heeft uitgelaten. Dat er nadien ook daadwerkelijk Armeense doden zijn gevallen in Karabach, maakt - anders dan de verdediging heeft betoogd- uiteraard niet dat daarmee het strafbare karakter aan de geuite woorden is komen te ontvallen.

De rechtbank overweegt dat onder de gegeven omstandigheden de door verdachte geuite woorden ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’ een gewelddadige lading hebben gekregen. De rechtbank acht, mede gelet op de hiervoor omschreven omstandigheden en het opruiende karakter van de uitlatingen van verdachte, bewezen dat verdachte heeft aangezet tot gewelddadig optreden tegen Armeniërs.

4.4.5

Conclusie

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

primair

hij op tijdstippen op 1 juni 2014 te Almelo, telkens in het openbaar, te weten tijdens een openbare demonstratie op de openbare weg, het Rembrandtveld gelegen aan de Rembrandtlaan, mondeling, als spreker tijdens die demonstratie ten overstaan van publiek heeft aangezet tot gewelddadig optreden tegen personen van Armeense afkomst wegens hun ras, immers heeft hij, verdachte, toen en daar gescandeerd de woorden “Karabağ Ermeniye mezar olacak” (vertaald in het Nederlands: Karabach zal het graf van de Armeniërs worden).

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 137d Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf: in het openbaar mondeling aanzetten tot gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de strafmaat.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het oproepen tot geweld tegen Armeniërs op grond van hun ras. Verdachte heeft tijdens een demonstratie, die door een paar duizend mensen werd bijgewoond en waarbij media aanwezig waren, de menigte toegesproken en daarbij woorden gescandeerd die relateren aan de dood van Armeense mensen. Hoewel de rechtbank de vrijheid om de eigen denkbeelden uit te dragen ziet als een groot goed, kan en mag dit niet een inbreuk betekenen op de rechten en vrijheden van anderen. Verdachte, die kennelijk – gelet op zijn functie en rol bij eerdergenoemde demonstratie – een bepaald aanzien geniet binnen zijn gemeenschap, heeft met zijn uitlatingen aangezet tot geweld tegen andere mensen en heeft daarmee de grens van het toelaatbare op het terrein van één van de fundamentele rechten binnen onze democratische samenleving, namelijk de vrijheid van meningsuiting, op grove wijze overschreden. De door verdachte geuite bewoordingen zijn voor Armeense mensen, zeker in het licht van de aan de uitlatingen ten grondslag liggende en tot op heden nog voortdurende oorlog in het gebied Nagorno Karabach, niet alleen bijzonder pijnlijk, maar vooral ook zeer angstaanjagend geweest, te meer nu verdachte een deel van zijn woorden door de duizenden aanwezigen als een groot spreekkoor meermalen liet herhalen. De uitlatingen van verdachte hebben een groot publiek bereikt, zeker ook nu de demonstratie en verdachtes rol daarin op televisie zijn vertoond, en zijn woorden worden, gezien zijn functie binnen zijn gemeenschap, serieus genomen. De impact die de woorden van verdachte ebbent gehad op de mensen uit de Armeense gemeenschap blijkt duidelijk uit de verklaringen van onder meer [aangever 1] , die beschrijft dat hij is aangeslagen als ook dat het gebeuren hem en zijn achterban heeft geschokt en angst teweeg heeft gebracht. [aangever 2] beschrijft dat door de oproep van verdachte zijn veiligheid en die van andere Nederlandse Armeniërs in het geding komt en hij vreest voor zijn leven en dat van zijn gezin. Verdachtes uitlatingen hebben bij veel mensen angst veroorzaakt en gevoelens van onveiligheid aangewakkerd. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals deze onder meer tot uitdrukking komen in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie, niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het tijdsverloop in deze zaak.

Alles afwegende acht de rechtbank een hogere straf dan door de officier van justitie geëist, passend en geboden, te weten een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Een lagere straf zou naar het oordeel van de rechtbank de ernst van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd miskennen. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte duidelijk te kennen heeft gegeven achter de door hem geuite woorden te staan, als ook dat hij geen inzicht heeft in het strafbare van zijn handelen. Op basis hiervan acht de rechtbank recidive niet uitgesloten. Om verdachte er van te weerhouden zich in de toekomst andermaal schuldig te maken aan onderhavige of soortgelijke feiten, acht de rechtbank naast voornoemde taakstraf, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    primair het misdrijf: in het openbaar mondeling aanzetten tot gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

  • -

    bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. C.C.S. Koppes en

mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is

in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2017.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0500-2016524002. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 maart 2017, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik ben voorzitter van de Nederlandse Azerbeidjaanse Turkse Culturele Vereniging.

Met betrekking tot de voorbereiding van de demonstratie heb ik het podium en het geluidsysteem geregeld en heb ik bewerkstelligd dat er mensen naar die bijeenkomst zouden komen. Ik heb op 1 juni 2014 op het Rembrandtveld, gelegen aan de Rembrandlaan in Almelo, opgetreden als spreker tijdens een openbare demonstratie ten overstaande van publiek. Ik heb vanaf een podium door middel van een microfoon de demonstranten toegesproken. Ik heb een strofe van een gedicht voorgedragen. Daarna heb ik mijn eigen verhaal gehouden. Ik heb de woorden ‘Karabağ Ermeniye mezar olacak’, vertaald in het Nederlands ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’, geuit. De demonstranten hebben mijn woorden herhaald. Ik sta nog steeds achter de woorden die ik heb gezegd.

Tijdens de demonstratie speelde de Mehter muziek. Dat is een folkloristische band in traditionele bijpassende klederdracht.

Het geschrift, zijnde een aanvraag voor een demonstratie, van 22 april 2014, pagina 40, onder meer inhoudende:

De Armeens Apostolische Kerk in Almelo heeft de intentie om a.s. donderdag een monument te onthullen op het terrein van de kerk, men noemt het Armeens Genocide Monument. De Turks-Nederlandse gemeenschap is van mening dat het begrip genocide in de benaming van het monument niet zal bijdragen aan de harmonie in de samenleving en in het bijzonder in Almelo. Wij willen aandacht vragen voor deze kwestie door middel van tweetal vreedzame betogingen in Almelo.

Bij de aanvraag was een visitekaartje gevoegd van de voorzitter van de Nederlandse Azerbeidjaanse Turkse Culturele Vereniging, de heer [verdachte] .

Het geschrift, zijnde een brief van de gemeente Almelo gericht aan de Stichting Turks Islamitische Culturele Federatie, van 27 mei 2014, pagina 43, onder meer inhoudende:

In uw email van 21 mei 2014 heeft u melding gemaakt van een uitbreiding van het aantal deelnemers tot 3500 personen. Het Baken is hiervoor ongeschikt. Besloten is de locatie te wijzigen in het Rembrandtveld te Almelo gelet op de veiligheid van de deelnemers. De betoging vindt plaats op 1 juni 2014.

De volgende gegevens zijn geregistreerd:

  • -

    De contactpersonen gedurende de demonstratie zijn (…) en de heer [verdachte] .

  • -

    Doel van de betoging is protesteren tegen de naamgeving van het Armeense monument.

Het proces-verbaal van bevindingen van 18 juli 2014, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , pagina 45, onder meer inhoudende:

Op 1 juni 2014 stond ik samen met inspecteur [verbalisant 2] gepland voor de openbare orde op de Rembrandtlaan in Almelo. Ik verbalisant ben van Turkse komaf en derhalve de Turkse taal machtig in woord en geschrift. Het was mijn taak om de schriften op de spandoeken te lezen en te vertalen naar [verbalisant 2] . Er waren meerdere spandoeken bij meerdere demonstranten aanwezig. Van die leuzen op die spandoeken heeft verbalisant een lijst gemaakt en deze laten vertalen door een vertaalbureau.

Tijdens de protest actie had de organisatie ook een muziekband georganiseerd die de originele Ottomaanse klederdracht droeg. Daar werd door de demonstranten enthousiast op gereageerd. Ik hoorde dat ze oude Turkse Ottomaanse muziek speelden.

De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 3 maart 2017, betreffende beelden van de in onderhavig dossier opgenomen CD/DVD genaamd “beelden onderzoek Grutto”, onder icoon getiteld ‘Opname I – Filmpje You Tube Demonstratie Almelo 1.01.37 sec.mp4’ vanaf moment 08.50 tot 09.50, onder meer inhoudende:

Het fragment waarop is te zien en te horen dat verdachte bij herhaling en met stemverheffing de ten laste gelegde woorden roept naar de demonstranten.

Het proces-verbaal uitkijken beelden van 2 oktober 2014, opgemaakt door verbalisant

[verbalisant 3] , pagina 75, 76, onder meer inhoudende:

Op 1 juni 2014 vond in de gemeente Almelo, een demonstratie plaats, aangevraagd door de Stichting Turks Islamitische Culturele Federatie. De demonstratie werd die dag bijgewoond door ongeveer 4000 personen van hoofdzakelijk Turkse afkomst.

Door drs. H.M. Altay-Dusink beëdigd vertaalster Turks werden de toespraken bij de demonstratie vertaald. Aan de hand van de beelden en vertalingen is door mij verbalisant een rapportage opgemaakt.

Muziek begint te spelen, zijn muzikanten gekleed in traditionele kleding, worden liederen gezongen.

Spreker [naam]

05.20-08.08

Muziek, gezang en beelden van de aanwezigen (demonstranten)

Zichtbare spandoeken:

- “ Wij wensen in Almelo geen haatzaaiend monument”;

- “ Let op. Srebrenica genocide zijn wij niet vergeten”,

- “ Kom met bewijzen, anders zwijg”,

- “ De Armeense oplichter”.

Spreker [naam]

Spreker [verdachte]

Eerst leest hij een gedicht voor, vervolgens hoor je hem over Karabach roepen. Dit wordt door het publiek herhaald, meerdere malen.

Een deskundigenverslag, te weten een gedagtekende en ondertekende vertaling, opgemaakt op 23 september 2014 door drs. H.M. Altay-Dusink, vertaalster in de Turkse taal, op 11 oktober 1978 beëdigd bij de Arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, ingeschreven in het Register Beëdigd Tolken en Vertalers onder nummer 419, pagina 79, 89, onder meer inhoudende:

[verdachte] :

Karabağ Turktür, Türk kalacak,

(spreekkoor herhaald)

Karabağ Ermeniye mezar olacak,

Karabağ Turktür, Türk kalacak,

(spreekkoor herhaald)

Karabağ Ermeniye mezar olacak,

(menigte: Allahu ekber – Tekbir – Allahu ekber)

[verdachte] : (08.56)

Karabach is Turks, zal Turks blijven

(spreekkoor herhaald)

Karabach zal het graf van de Armeniërs worden

Karabach is Turks, zal Turks blijven

(spreekkoor herhaald)

Karabach zal het graf van de Armeniërs worden

(menigte: God is de grootste - God is de grootste - God is de grootste)

Een deskundigenverslag, te weten een gedagtekende en ondertekende vertaling, opgemaakt op 17 september 2015 door A. Yüksel, vertaalster in de Turkse taal, op 17 januari 1996 beëdigd bij de Arrondissementsrechtbank te Almelo, ingeschreven in het Register Beëdigd Tolken en Vertalers onder nummer 1219, pagina 98, onder meer inhoudende:

Karabach is Turks, zal Turks blijven

(spreekkoor herhaald)

Karabach zal het graf van de Armeniërs worden

Karabach is Turks, zal Turks blijven

(spreekkoor herhaald)

Karabach zal het graf van de Armeniërs worden

(menigte): God is de grootste - God is de grootste - God is de grootste

Het proces-verbaal van aangifte met bijlage van [aangever 2] , van 30 juni 2014, pagina 49, 50, 52, 53, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende, als verklaring van aangever:

Ik doe aangifte namens de Federatie Armeense Organisaties Nederland, het Nederlands Armeens Comité voor Rechtvaardigheid en Democratie en namens mijzelf ter zake discriminatie. De demonstratie op 1 juni 2014 in Almelo heeft mij als persoon maar ook andere Armeense mensen angst aangejaagd omdat de demonstratie aanzet tot haat tegen de Armeense bevolking. De demonstratie kwam op mij als bedreigend over en tevens ben ik ook in mijn eer aangetast.

De context was door de organisatoren en demonstranten kennelijk bewust gekozen en moest trots op de gepleegde misdaden uit die tijd uitspreken en ook moest intimidatie uitgaan richting de slachtoffers resp. de Armeniërs van nu. Alle uitspraken dienen in die context te worden beoordeeld. Als voorbeeld zij vermeld de vanuit de organisatie voorgesproken en door de aanwezigen meegescandeerde tekst ‘Karabag wordt het graf van de Armeniër’.

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 27 juni 2014, pagina 57 - 59, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende, als verklaring van aangever:

Ik ben voorzitter van de Federatie Armeense Organisaties Nederland. Ik doe aangifte ter zake discriminatie namens de Federatie en de Stichting Het Nederlands Armeens Comité voor Rechtvaardigheid en Democratie.

Het proces-verbaal van aangifte met bijlage van [aangever 3] , van 13 juni 2014, pagina 62, 64, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende, als verklaring van aangever:

Hierbij doe ik aangifte van belediging van een groep mensen wegens hun afkomst en het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld.

Vanaf het door de organisatie ingestelde podium werd onder meer de leus ‘Karabach zal het graf van de Armeniër worden’ geroepen. Deze leus werd door een aanzienlijk deel van de aanwezige demonstranten herhaald. Tevens was een band aanwezig die Ottomaanse muziek speelde en gekleed was in Ottomaanse militaire kledij. Voor mensen van Armeense afkomst was de demonstratie an sich, maar tevens de manier waarop hier inhoud aan werd gegeven, zeer grievend en angstaanjagend.