Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:1024

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-02-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
5585629 \ HA VERZ 16-162
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het ontslag is niet rechtsgeldig gegeven, zodat X op goede grond aanspraak maakt op betaling van zijn salaris over de periode dat het dienstverband heeft geduurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0247
AR 2017/1193
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 5585629 \ HA VERZ 16-162

Beschikking van de kantonrechter van 13 februari 2017

in de zaak van

[X] ,
wonende te [plaats] ,

verzoekende partij, hierna te noemen [X] ,

gemachtigde: mr. R.H. Jansen, Stichting Achmea Rechtsbijstand,

tegen

de besloten vennootschap COMFORTENERGY B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Doetinchem,

verwerende partij, hierna te noemen Comfortenergy,

vertegenwoordigd door A.J. Melis en M.J. Dunselman (beiden schriftelijk gemachtigd).

1 De procedure

1.1.

[X] heeft een verzoekschrift ex artikel 7:681 BW ingediend, ingekomen ter griffie op 15 december 2016.

1.2

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld heeft Comfortenergy geen verweerschrift ingediend.

1.3

Op 30 januari 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. Ter zitting zijn verschenen:

- [X] in persoon, bijgestaan door mr. Jansen;

- Comfortenergy, vertegenwoordigd door [A] en [B] ( beiden medewerkers van Comfortenergy en schriftelijk gemachtigd om Comfortenergy te vertegenwoordigen)

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.4

Ten slotte is uitspraak bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

[X] is op 3 oktober 2016 voor bepaalde tijd tot en met 2 december 2016 in dienst getreden bij Comfortenergy in de functie van acquisiteur buitendienst. Het salaris bedraagt € 1.600,= netto per maand te vermeerderen met vakantietoeslag.

2.2

Op 17 oktober 2016 heeft [X] zich ziek gemeld.

2.3

Op 25 oktober 2016 deelt Comfortenergy in een WhatsAppbericht aan [X] mee de overeenkomst per 1 oktober (2016) te beëindigen. Comfortenergy schrijft daarin:

Goede middag [X] , wij hebben via andere kanalen vernomen dat hij weer opgeknapt bent, mensen uit Zwolle en vragen ons dus écht af wat jouw beweegreden is om ons te negeren en te misleiden. Dit is voor ons dan ook reden genoeg om de overeenkomst per 01 oktober te beëindigen. Uiteraard staan we open voor een persoonlijk gesprek om te kijken of je alsnog tot een overeenstemming kunnen komen. Jr zult begrijpen dat we ons erg belazerd voelen door jou. (…)

3 Het verzoek

3.1

[X] verzoekt thans om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de opzegging van Comfortenergy te vernietigen en Comfortenergy te veroordelen tot betaling van (a) het loon, vakantiegeld en opgebouwde vakantiedagen vanaf 3 oktober 2016 tot en met 2 december 2016, (b) de wettelijke verhoging over voornoemde loonbestanddelen ex artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (of wel kortweg artikel 7:625 BW), (c) de wettelijke rente over het gevorderde onder a en b en (d) vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad € 646,07. Daarnaast verzoekt [X] om afgifte van deugdelijke specificaties van de loonbetalingen binnen 10 dagen na betekening van de beschikking op straffe van een dwangsom van € 500,= per dag voor iedere dag dat Comfortenergy daarmee in gebreke blijft. Tot slot vordert hij veroordeling van Comfortenergy in de kosten van de procedure.

3.2

[X] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat Comfortenergy de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zonder dat sprake was van een dringende reden als bedoeld in de wet, dan wel zonder toestemming van het UWV en zonder schriftelijke instemming van [X] en voorts zonder dat sprake was van één van de situaties bedoeld in artikel 7:671 BW lid 1 onder a t/m h. Het ontslag is daarom niet rechtsgeldig gegeven. [X] maakt daarom aanspraak op betaling van zijn salaris over de periode van 3 oktober 2016 t/m 2 december 2016. Volgens [X] heeft hij over deze periode tevens recht op uitbetaling van 3,33 opgebouwde vakantiedagen.

3.3

Kort samengevat heeft Comfortenergy tegen het verzoek aangevoerd dat zij sterke twijfel had bij de juistheid van de ziekmelding van [X] . Comfortenergy meent dat zij door [X] is beetgenomen en dat terwijl zij nog een beginnende onderneming is die het zich niet kan veroorloven om loon te betalen terwijl daar geen werkzaamheden tegenover staan. Zij wenst dat het door haar gegeven ontslag in stand blijft.

4 De beoordeling

4.1

Voor de beoordeling van het verzoek van [X] is in de eerste plaats van belang of het door Comfortenergy gegeven ontslag rechtsgeldig is. Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt in de wet geregeld in titel 10 afdeling 9 (de artikelen 667 t/m 686a) van Boek 7 BW. Daarin is onder meer bepaald dat er een opzegverbod bij ziekte geldt en is geregeld op welke wijze en onder welke omstandigheden de arbeidsovereenkomst wel kan worden opgezegd of kan worden ontbonden door de kantonrechter. [X] heeft onbetwist gesteld dat Comfortenergy de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zonder dat sprake was van een dringende reden als bedoeld in de wet, dan wel zonder toestemming van het UWV en zonder schriftelijke instemming van [X] en voorts zonder dat sprake was van één van de situaties bedoeld in artikel 7:671 BW lid 1 onder a t/m h. Het ontslag is daarom niet rechtsgeldig gegeven, zodat [X] op goede grond aanspraak maakt op betaling van zijn salaris over de periode dat het dienstverband heeft geduurd, namelijk van 3 oktober 2016 t/m 2 december 2016.

4.2

[X] maakt in zijn verzoek aanspraak op betaling van loon bij ziekte. Uit artikel 7:629a lid 1 BW volgt dat een dergelijk verzoek in beginsel vergezeld moet gaan van een deskundigenverklaring van het UWV. Een dergelijke verklaring is door [X] niet overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval overlegging van bedoelde verklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.3

Comfortenergy heeft de ziekmelding van [X] nimmer aanvaard. In reactie op de ziekmelding van [X] heeft zij aan [X] (met terugwerkende kracht) het einde van het dienstverband aangezegd in een WhatsAppbericht. Tot aan deze procedure heeft zij dit ontslag gehandhaafd. Beoordeling van de ziekmelding door een bedrijfsarts heeft niet plaatsgevonden. Comfortenergy heeft daarover ter zitting verklaard dat zij (nog) niet beschikte over een contract met een bedrijfsarts, aangezien zij dat als beginnend bedrijf te kostbaar vond. Na haar ontslagmededeling van 25 oktober 2016 heeft Comfortenergy ten opzichte van [X] de houding aangenomen dat hij niet meer in dienst was. In die situatie acht de kantonrechter het aan [X] niet verwijtbaar dat hij niet beschikt over een deskundigenverklaring van het UWV.

4.4

Comfortenergy heeft ter zitting haar verbazing en ontsteltenis uitgesproken over het feit dat de redenen die zij voor het ontslag had (het vermoeden van een onterechte ziekmelding, het vermoeden van verrichting van nevenwerkzaamheden en het niet halen van de afgesproken targets) in deze beoordeling niet zijn meegenomen. De beoordeling van de redenen voor het ontslag kan echter niet aan de orde komen, nu Comfortenergy deze redenen niet op juiste wijze volgens het geldende arbeidsrechtelijke stelsel aan de orde heeft gesteld. Deze regels gelden immers voor alle werkgevers en werknemers, ongeacht het feit of het om arbeidsrelaties bij beginnende kleine bedrijven dan wel bij grote en reeds lang bestaande bedrijven gaat. In het onderhavige geval is met name van belang dat Comfortenergy de ziekmelding van [X] niet heeft laten beoordelen door een bedrijfsarts. Gelet op het verhandelde ter zitting zal dit inmiddels voor Comfortenergy duidelijk zijn geworden.

4.5

[X] heeft in het verzoekschrift gesteld dat – rekening houdend met het feit dat [X] vanaf 17 oktober 2016 ziek is geworden - het niet betaalde loon over de periode van 3 oktober 2016 t/m 2 december 2016 na aftrek van twee wachtdagen en tegen 70% per 17 oktober 2016 neerkomt op een bedrag van € 2.346,66 netto. De hoogte van dit bedrag is door Comfortenergy niet betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid daarvan, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.

4.6

Daarnaast maakt [X] aanspraak op betaling van vakantietoeslag ad 8% en op uitbetaling van 3,33 opgebouwde vakantiedagen. Nu deze vorderingen evenmin zijn weersproken zullen ook deze posten worden toegewezen.

4.7

In verband met de vertraging in de betaling is de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar vanaf het einde van het dienstverband, te weten 2 december 2016.

4.8

[X] heeft voorts betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over voornoemde loonbestanddelen gevraagd. Gelet op de omstandigheden van het geval (een kortstondig dienstverband bij een jonge onderneming) acht de kantonrechter het billijk om de wettelijke verhoging te matigen tot 15%. Hierover is tevens de wettelijke rente toewijsbaar vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 15 december 2016.

4.9

[X] heeft tevens vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Uitgaande van de hoogte van de door [X] in het verzoekschrift becijferde bedragen en rekening houdend met berekening van vakantietoeslag en wettelijke verhoging alsmede gelet op hetgeen is bepaald in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, wordt wegens buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 440,= toewijsbaar geacht.

4.10

Ten slotte heeft [X] verzocht om afgifte van deugdelijke salarisspecificaties op straffe van verbeurte van een dwangsom. Aangezien [X] recht heeft op deze specificaties (bruto/netto specificaties) zal het verzoek tot afgifte daarvan binnen 14 dagen na betekening van deze uitspraak worden toegewezen. De daaraan gekoppelde dwangsom zal worden gesteld op een bedrag van € 100,= per dag met een maximum van € 2.500,=. De kantonrechter gaat er echter vanuit dat Comfortenergy tot afgifte overgaat binnen de gestelde termijn, zodat dit voor haar geen extra kosten oplevert.

4.11

Als in het ongelijk gestelde partij dient Comfortenergy te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van [X] begroot op € 223,= voor griffierecht en € 350,= voor salaris gemachtigde. Dat is samen een bedrag van € 573,=.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1

veroordeelt Comfortenergy om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te voldoen:

a) een bedrag van € 2.346,66 netto te vermeerderen met 8% vakantietoeslag wegens het loon over de periode 3 oktober 2016 tot en met 2 december 2016;

b) het loon over 3,33 opgebouwde vakantiedagen;

c) de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de onder a en b toegewezen bedragen vanaf 2 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

d) de wettelijke verhoging (ex artikel 7:625 BW) ad 15% over de hiervoor onder a en b toegewezen bedragen met de wettelijke rente (ex artikel 6:119 BW) daarover vanaf 15 december 2016 tot de dag der algehele voldoening;

e) een bedrag van € 440,= wegens buitengerechtelijke incassokosten;

5.2

veroordeelt Comfortenergy om 14 dagen na betekening van deze beschikking deugdelijke loonspecificaties af te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,= per dag tot een maximum van € 2.500,= voor elke dag dat Comfortenergy nalatig is om aan deze veroordeling tot afgifte uitvoering te geven;

5.3

veroordeelt Comfortenergy tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [X] tot en met vandaag vaststelt op € 573,=;

5.4

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2017. (ap)