Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:1006

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
08/770176-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van 8 maanden. De man heeft zich samen met 3 anderen schuldig gemaakt aan inbraak in een supermarkt in Wijhe. Twee medeverdachten zijn veroordeeld tot 8 maanden celstraf, een ander tot 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar (zie ECLI:NL:RBOVE:2017:1005).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/770176-16 (P)

Datum vonnis: 7 maart 2017

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] [woonplaats] , [adres 1] ,

nu verblijvende in de PI Nieuwegein, De Liesbosch 100.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

De zaak is op 9 december 2016 door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer voor strafzaken. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 februari 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.M. van Dam, advocaat te ‘s-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 6 september 2016 samen met anderen heeft ingebroken in de [supermarkt] te Wijhe .

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 06 september 2016 te Wijhe , gemeente Olst-Wijhe , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gelegen aan [adres 2] ( [supermarkt] ) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] en/of [supermarkt] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen sigaretten onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak/verbreking.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van de bewijsmiddelen die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht en daarvan deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De feiten die niet ter discussie staan

De rechtbank constateert dat de onderstaande feiten bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet ter discussie hebben gestaan.

Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij met meerdere personen, onder wie medeverdachte [medeverdachte] , op 6 september 2016 in Wijhe was.

5.2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hij heeft zich onder meer gebaseerd op de aangifte, de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 3] , de uitgekeken camerabeelden van de [supermarkt] , de plaats van aanhouding, het aantreffen van de buit in de auto die medeverdachte [medeverdachte] gehuurd heeft en waarvan hij de contactsleutel in bezit had, het sporenonderzoek, het glasonderzoek in de zin dat hierdoor de kleding kan worden gelinkt aan de inbraak, het in een handschoen aangetroffen DNA-spoor van verdachte en de omstandigheid dat drie van de vier verdachten eerder tezamen een soortgelijk feit hadden gepleegd.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij aangevoerd dat zijn cliënt een alternatief scenario heeft geschetst waaruit blijkt dat hij, voordat de inbraak was gepleegd, door medeverdachte [medeverdachte] is afgezet bij het station in Wijhe . Daarnaast voert cliënt aan dat het mogelijk is dat hij ooit bloed heeft verloren in een handschoen. Dit is het enige bewijsmiddel dat cliënt aan de inbraak zou kunnen linken, terwijl er veel materiaal is veiliggesteld. Als cliënt iets met de inbraak te maken zou hebben, zou er op de rest van de spullen ook DNA-materiaal van verdachte moeten zitten. Dat is niet het geval, zodat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat [benadeelde] in zijn aangifte – zakelijk weergegeven – heeft verklaard dat hij 6 september 2016 om 04:37 uur door de alarmcentrale gebeld werd omdat het alarm in de winkel afging. Bij de winkel aan de [adres 2] te Wijhe aangekomen, ziet hij dat de rechter toegangsdeur van de winkel is ingeslagen en dat bijna alle tabakswaren weggenomen zijn. Bij het bekijken van de daar aanwezige camerabeelden ziet hij dat vier personen uit een donkerkleurige Volkswagen Golf stappen waarvan het kenteken is afgeplakt. Drie personen dragen zwarte kleding, één persoon een shirt met capuchon lichter dan zwart en tevens valt te zien dat één persoon handschoenen draagt en twee personen een masker dragen. Eén persoon trapt de deur in, waarop drie personen naar binnen gaan en één persoon buiten blijft staan. De personen die naar binnen gaan breken de kast open. Vervolgens houdt één persoon een dekbedovertrek open en gooien de overige twee personen de sigaretten daar in. Het dekbedovertrek wordt in de kofferbak van het voertuig gelegd, waarop deze vertrekt.

Na het bekijken van deze beelden, besluit aangever op zoek te gaan naar genoemde auto. Op [adres 3] te Wijhe ziet aangever een vergelijkbare Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] . Bij nadere inspectie van de auto blijkt de motorkap nog warm te zijn. Daarnaast ziet aangever dat er uit de kofferbak een puntje stof steekt, dat hij herkent als het dekbedovertrek dat bij de inbraak is gebruikt om de sigaretten in te doen. Voorts vindt hij in de struiken nabij het voertuig een stuk tape.

Verder is uit onderzoek aan de auto gebleken dat de gestolen sigaretten in de kofferbak van deze Volkswagen Golf zijn aangetroffen.

Op dezelfde dag rond 06:50 uur zien getuigen op het perron van het treinstation te Wijhe een viertal jonge mannen met een getint uiterlijk die zich vreemd gedragen. Drie van hen dragen blauwe trainingspakken. De andere persoon is in het donker gekleed met een leren jasje. Aangezien de getuigen op de hoogte zijn van de gepleegde inbraak en aangezien deze vier personen zich opvallend gedragen, schakelen zij de politie in. Wanneer de jongens daar lucht van krijgen, zetten drie van de vier jongens het op een lopen. Na een achtervolging wordt verdachte uiteindelijk aangetroffen in een bosschage langs het spoor. Medeverdachten [medeverdachte] , en [medeverdachte] worden elders aangehouden. De vierde jongen gaat de trein in, maar wordt door de conducteurs aangehouden. Tijdens de fouillering blijkt deze jongen, te weten medeverdachte [medeverdachte] , in het bezit te zijn van een autosleutel, merk Volkswagen, type Golf. Uit nader onderzoek volgt dat deze sleutel hoort bij de door aangever aangetroffen auto.

Verder heeft getuige [getuige 1] verklaard dat hij om 04:30 uur wakker is geworden van kabaal en gebonk buiten, gevolgd door brekend glas. Hij ziet dan onder meer dat een man met een grijs vest met een capuchon op zijn hoofd bij een zwartkleurige Volkswagen Golf staat. Omdat hij later op de dag verneemt dat er vier verdachten zijn aangehouden die qua kleding niet voldoen aan het door hem gegeven signalement, besluit hij de kleding te zoeken. Vervolgens vindt hij op [adres 3] te Wijhe naast het spoor, in de heg weggedrukt, een pakketje kleding. In dit pakketje kleding zit onder meer een grijs vest dat hij herkent als zijnde van de persoon die buiten bij de auto stond.

Daarnaast worden glasdeeltjes aangetroffen in de pakketjes kleding. Glasonderzoek wijst uit dat de hypothese dat het in de bemonsteringen aangetroffen glas afkomstig is van de vernielde ruit waartoe het referentieglas heeft behoord waarschijnlijker is dan dat het in de bemonsteringen aangetroffen glas afkomstig is van een andere willekeurige ruit dan de vernielde ruit, waartoe het referentieglas heeft behoord.

In de aangetroffen pakketjes zitten onder andere donkere kleding, een masker, twee bivakmutsen, vier paar schoenen en handschoenen.

Uit het daaromtrent verrichte sporenonderzoek en NFI-onderzoek is gebleken dat het DNA-profiel van de in de handschoen aangetroffen sporendrager overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte.

Ten aanzien van de DNA-match stelt verdachte dat hij eigenaar is van de aangetroffen handschoenen, dat hij die handschoenen in de auto had laten liggen en dat hij destijds wellicht een wondje of sneetje in zijn hand had. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte niet aannemelijk, nu uit het proces-verbaal van sporenonderzoek blijkt dat bij de bemonstering van de handschoen de opname van bloed direct ontstond. Dit impliceert dat het bloed er recentelijk op/in moet zijn gekomen.

De rechtbank is van oordeel dat bovenstaande bewijsmiddelen tezamen en in hun onderlinge samenhang bezien voldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren om tot een bewezenverklaring te komen.

Verder overweegt de rechtbank ten aanzien van het alternatieve scenario dat verdachte heeft geschetst, namelijk dat hij met een viertal jongens is meegereden naar Wijhe , dat er in de auto is gesproken over een inbraak, dat hij niet mee wilde doen, zich daarom heeft laten afzetten door medeverdachte [medeverdachte] bij het treinstation Wijhe , daar drie uur heeft gewacht op het station omdat hij niet wist welke trein naar Den Haag ging, dat de politie ter plaatse kwam, hij is gevlucht omdat hij bang was en dacht dat dit de beste oplossing was, als volgt. Behalve dat de rechtbank constateert dat het door de verdachte geschetste alternatieve scenario niet in een eerder stadium is aangevoerd, oordeelt zij dat dit scenario geen ondersteuning vindt in de overige processtukken of verklaringen. Daarbij komt dat de rechtbank het scenario niet aannemelijk acht gelet op het gedrag van verdachte, namelijk drie uur in de nacht op het station wachten en de bosschage in vluchten langs het spoor op het moment dat de politie arriveert.

De rechtbank heeft op basis van de genoemde wettige bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang en in de overige context bezien, de overtuiging gekregen dat verdachte samen met anderen op 6 september 2016 bij de [supermarkt] in Wijhe heeft ingebroken. Het tenlastegelegde kan dus wettig en overtuigend bewezen worden.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 september 2016 te Wijhe , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand gelegen aan [adres 2] ( [supermarkt] ) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten, toebehorende aan [benadeelde] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht moet op de straf in mindering worden gebracht.

De raadsman heeft bepleit dat zijn cliënt dient te worden vrijgesproken.

8.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft tezamen met zijn mededaders een inbraak gepleegd in de [supermarkt] te Wijhe . De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij vanuit een ander deel van het land doelbewust naar een klein dorp is gereden om daar buit te maken. Hierbij zijn verdachte en zijn mededaders geraffineerd te werk gegaan. Zij hebben onder meer een auto gehuurd en maskers, bivakmutsen en dubbele kledinglagen gedragen zodat zij niet zouden worden herkend. Daarnaast blijkt uit de uitgekeken camerabeelden dat de verdachten ieder een eigen rol vervulden tijdens de inbraak. Deze mate van organisatiegraad, waarin in gezamenlijk verband, willens en wetens een buitengewoon kwalijke inbraak is gepleegd, beschouwt de rechtbank als een strafverzwarende omstandigheid. De rechtbank vindt het bezwaarlijk dat verdachte op geen enkele manier inzicht heeft willen geven in zijn beweegredenen, geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedrag en geen enkel berouw heeft getoond.

De rechtbank overweegt dat het bewezenverklaarde feit qua karakter, gelet op de organisatiegraad daarvan en de omvang van de schade, gelijkenissen vertoont met de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) gehanteerde omschrijving van een ramkraak. Bij genoemd delict geldt als oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 9 maanden. Bij de strafoplegging houdt de rechtbank echter rekening met het feit dat het geen daadwerkelijke ramkraak is geweest.

Verdachte is in het verleden meerdere malen veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten, waaronder een soortgelijke poging tot inbraak in Leersum . Door de politierechter is hij op 5 augustus 2016 hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Deze veroordeling heeft verdachte er echter niet van weerhouden om één maand later de inbraak die de rechtbank in dit vonnis heeft bewezen verklaard te plegen. Hiermee heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf ten nadele van verdachte rekening gehouden.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en, 27 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

De rechtbank heeft bij dit vonnis geen rekening gehouden met de door de verdediging gestelde -ter terechtzitting van 21 februari 2017 nog toekomstige- beslissing van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, die op 24 februari 2017 zou worden gedaan en waarbij aan verdachte –zo is door de verdediging gesteld- een eerder voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel ten uitvoer zal worden gelegd. Voor zover de verdediging heeft bedoeld dat artikel 63 Sr daardoor van toepassing is, overweegt de rechtbank dat artikel 63 Sr slechts ziet op opgelegde straffen en niet op maatregelen.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. T. Avedissian en mr. N.J.C. Monincx, rechters, in tegenwoordigheid van E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2017.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Politie, Eenheid Oost-Nederland, district IJsselland, Districtsrecherche, met nummer PL0600-2016439497. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal aangifte door [benadeelde] d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 75):

(…) Ik ben eigenaar van de [supermarkt] in Wijhe . (…) Op dinsdag 6 september 2016 werd ik om 04:37 uur gebeld door de alarmcentrale SMC. (…) Toen ik bij de winkel aankwam zag ik gelijk dat de rechter toegangsdeur van de winkel was ingeslagen. (…) Toen ik met de politie naar binnen ging zag ik dat bijna alle tabakswaren weggenomen waren. (…) De winkel is 5 september 2016 om 20.00 afgesloten.

2. Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden d.d. 15 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 139-152):

(…) Op dinsdag morgen 6 september 2016 rond 04:30 uur heeft er bij de [supermarkt] , gelegen aan de [adres 2] te Wijhe een snelkraak plaatsgevonden. In verband hiermee heeft de eigenaar, tevens aangever [benadeelde] , camerabeelden overhandigd aan de politie. Genoemde beelden zijn door mij uitgekeken en vastgelegd (…).

04.33.41 uur: Auto, donker van kleur, komt van rechts aanrijden.

04.33.55 uur: Auto keert en rijdt achteruit en stopt ten hoogte van de [supermarkt] .

04.34.00 uur: Komen 4 personen uit de auto.

04.34.10 uur: Bij het uitstappen zie je NN4 vanuit de kofferbak iets pakken en NN3 neemt dat mee.

04.34.14 uur: NN2 probeert met het breekvoorwerp als eerste de deur open te breken.

04.34.28 uur: NN1 trapt met zijn rechterbeen vermoedelijk tegen de deur/glas. NN3 trapt ook en gaat door naar binnen.

04.34.40 uur: NN3 gaat als eerste naar binnen, gevolgd door NN1 en dan NN2.

04.34.38 uur: NN4 blijft buiten staan. Ook deze trapt met zijn rechterbeen tegen de deur. (…)

04.35.06 uur: NN1, NN2 en NN3 breken de kast open.

04.35.09 uur: NN2 en NN1 forceren het rolluik, NN3 staat met het dekbedovertrek. Achter NN1 ligt een voorwerp gelijkend aan een schroevendraaier.

04.35.59 uur: NN3 houdt het overtrek open en NN1 en NN2 gooien daar de sigaretten in. (…)

04.36.41 uur: NN4 staat buiten en NN2 komt als eerste uit de winkel. (…)

04.36.55 uur: NN3 komt de [supermarkt] uit met dekbedovertrek in zijn handen gevolgd door NN2.

04.36.58 uur: NN3 legt dekbedovertrek in de kofferbak van het voertuig. (…)

04.37.03 uur: Het voertuig vertrekt.

3. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van [getuige 1] d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 90-91):

Vanmorgen, dinsdag 6 september 2016, omstreeks 04:30 uur (…) werd mijn vriendin wakker omdat ze iets aan de voorzijde van de [supermarkt] had gehoord. Wij wonen namelijk nagenoeg naast de [supermarkt] te Wijhe . Plotseling hoorden wij veel kabaal buiten en gebonk gevolgd door brekend glas. (…) Ik zag dat er een zwartkleurige Volkswagen Golf op de hoek geparkeerd stond. (…) Ik zag dat de achterste kentekenplaat met tape was afgeplakt. (…) Ik zag dat bij de voornoemde VW Golf een man stond. Ik zag dat dat deze man een grijze vest cq jas met een capuchon op zijn hoofd droeg. (…) Ik hoorde ook veel kabaal cq breekgeluiden. (…) Ik zag op een moment 3 mannen in het zwart gekleed waarvan 1 met een masker op de voorzijde van de [supermarkt] verlaten. Ik zag dat ze een soort bed overtrek, achter in de auto gooiden en weer snel in de VW Golf stapten en hard wegreden. (…) Later toen de mannen waren aangehouden, bleek dat ze geen donkere kleding meer droegen. (…) Ik vond omstreeks een uur of elf op [adres 3] te Wijhe naast het spoor in de heg weggedrukt, een pakketje kleding, handschoenen etc. (…) In de door mij herkenbare grijze jas die de man droeg, welke naast de VW Golf was blijven staan ten tijde van de ramkraak, zaten de rest van de overige kleding die de mannen hadden gedragen tijdens de ramkraak.

4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 101):

(…) De kleding lag in de heg van woning [adres 4] te Wijhe . (…) Op een geschatte afstand van 20 meter vanaf de weg rechts in de heg, zagen wij verbalisanten een zwarte jas liggen. (…) Via de tuin liepen wij naar de andere zijde van de heg. Daar zagen wij een grijs vest. (…) De jas zat dicht en wij konden zien dat er in de jas in ieder geval zwartkleurige schoenen zaten. (…) Ik zag dat het grijze vest met rits was afgesloten. Wij zagen dat er in ieder geval oranjekleurige werkhandschoenen in zaten.

5. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van [getuige 2] d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 99):

(…) Ik ben naar het station in Wijhe gelopen (…). Ik zag op het perron vier mannen staan. (…) Ik kende deze personen niet uit Wijhe en had ze nog niet eerder gezien. Qua kleding en gedrag vielen zij uit de toon. (…) Ik zag dat de mannen erg zenuwachtig waren.

6. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 62):

(…) Op dinsdag 6 september 2016, hielden wij op de locatie [locatie] , Wijhe , als verdachte aan: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] (…).

7. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 110):

(…) In de fouillering van de aangehouden verdachte [medeverdachte] werd een autosleutel aangetroffen welke mogelijk zou behoren bij de (…) Volkswaken Golf, kleur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken] . (…) Nadat ik met de fouillering aangetroffen sleutel bij de eerder genoemde personenauto stond heb ik middels de afstandsbediening voornoemde personenauto kunnen openen en daarna weer kunnen sluiten. Hieruit bleek mij, verbalisant, dat de in de fouillering aangetroffen autosleutel hoorde bij de personenauto van het merk VW, type Golf, kleur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken] .

8. Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 6 september 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 172-173):

(…) Ik zag dat de linkerhandschoen beschadigingen vertoonde (snede) wat mogelijk veroorzaakt zou kunnen worden door glas. De opening van de snede in het vingerdeel van de handschoen heb ik bemonsterd (…). Ik bemerkte ook bij deze bemonstering gelijk als bij het masker dat de opname van het bloed direct ontstond. Dit zou kunnen betekenen dat het bloed er recent op/in moet zijn gekomen. (…)

(…) De volgende sporen van overtuiging werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld: (…)

Spoornummer: PL0600-2016439497-80730

SIN: [nummer]

Spooromschrijving: Bloed

Plaats veiligstellen: In sneden handschoen aangetroffen in jack (…)

9. Een rapport van het NFI d.d. 12 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 204):

(…) SIN en omschrijving: [nummer] #01 Bloed

Beschrijving DNA-profiel: DNA-profiel van een man

Celmateriaal kan afkomstig zijn van: [verdachte]

Matchkans: Kleiner dan één op één miljard (…)

10. Een rapport van het NFI d.d. 26 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 4-5):

(…) Hypothese H1: Het in de bemonsteringen aangetroffen glas is afkomstig van de vernielde ruit, waartoe het referentieglas heeft behoord.

- Hypothese H2: Het in de bemonsteringen aangetroffen glas is afkomstig van (een) willekeurige andere ruit(en) of glazen object(en) dan de vernielde ruit, waartoe het referentieglas heeft behoord. (…)

- Interpretatie van resultaten: De sporenelementsamenstelling is zeer discriminerend; overeenkomst tussen vergeleken glasdeeltjes leidt tot de conclusie dat het onderzoeksresultaat voor deze glasdeeltjes veel waarschijnlijker is wanneer hypothese H1 waar is dan wanneer hypothese H2 waar is.