Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:922

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-03-2016
Datum publicatie
17-03-2016
Zaaknummer
08.770208-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn oppaskind van 12 jaar is een 33-jarige man uit Gramsbergen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 178 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarden stelt de rechtbank reclasseringscontact en een behandelingsplicht. Daarnaast krijgt hij ook een taakstraf opgelegd van 140 uur en moet hij een schadevergoeding betalen van ongeveer 800 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.770208-15

Datum vonnis: 17 maart 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats]

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

3 maart 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw

mr. J.H. Rump, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 4 september 2014 tot en met 31 december 2014 met [slachtoffer] , die jonger was dan 16 jaar, ontucht heeft gepleegd, waarbij hij ook met zijn vinger in haar vagina is geweest;

feit 2: in de periode van 4 september 2014 tot en met 31 december 2014 met [slachtoffer] , die jonger was dan 16 jaar, ontucht heeft gepleegd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 september 2014 tot en met 31 december 2014 te Gramsbergen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten;

- het één of meermalen duwen/drukken van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer] ;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 04 september 2014 tot en met 31 december 2014 te Gramsbergen, gemeente Hardenberg, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten, één of meermalen:

- betasten en/of bevoelen van de borst(en) en/of bil(len) en/of

- zoenen op/tegen de mond en/of

- betasten van en/of wrijven over de vagina, althans de schaamstreek.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij dienen als bijzondere voorwaarden te worden opgelegd een meldplicht bij de reclassering en het meewerken aan een ambulante behandeling bij De Tender of een soortgelijke instelling. De officier van justitie heeft gevorderd dat voormelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer] , tot een bedrag van € 1.262,16, te vermeerderen met de wettelijke rente, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken.

In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting, na overlegging van een op schrift gesteld requisitoir, de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Zij baseert zich daarbij met name op de aangifte van [moeder slachtoffer] , zijnde de moeder van [slachtoffer] , de verklaring van [slachtoffer] , het verslag van een informatief gesprek op 26 juni 2015 en de verklaringen van verdachte.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat verdachte, bij gebreke van wettig en overtuigend bewijs, moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 aan hem ten laste gelegde.

De raadsvrouw heeft daartoe allereerst aangevoerd dat verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan de aan hem ten laste gelegde ontuchtige handelingen met [slachtoffer] . Voor zover er sprake is geweest van lijfelijk contact tussen verdachte en [slachtoffer] , is dat - gezien de context waarin een en ander plaatsvond, de verhouding van partijen en de bedoeling van verdachte bij de handelingen - volgens zijn raadsvrouw geen seksueel contact. Zij betitelt het als stoeien/donderjagen en niet als een handeling met een seksuele strekking in strijd met de sociaal ethische norm.

De door verdachte ten overstaan van de politie afgelegde verklaringen zijn volgens zijn raadsvrouw in strijd met de waarheid en onder druk afgelegd. Zij voert daartoe aan dat verdachte, geconfronteerd wordende met het verhaal dat [slachtoffer] kennelijk aan de politie had verteld, min of meer op alles “ja en amen” heeft gezegd, omdat hij bang was om heel lang te worden vastgehouden.

Verder acht de raadsvrouw de door [slachtoffer] afgelegde verklaring als onjuist en onbetrouwbaar.

5.3

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank begrijpt het verweer van de verdediging met betrekking tot de door verdachte en door [slachtoffer] afgelegde verklaringen aldus dat daarmee bewijsuitsluiting wordt beoogd.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat bij het verhoor van verdachte door de politie dusdanig druk op hem is uitgeoefend om over zijn betrokkenheid te verklaren dat deze (bekennende) verklaring niet betrouwbaar is.

De rechtbank heeft kennis genomen van de processen-verbaal van de verhoren van verdachte alsmede van de verbatim uitwerking van die verhoren. Uit die stukken komt niet naar voren dat door de verhorende verbalisanten zou zijn gehandeld in strijd met het in artikel 29 lid 1 Wetboek van Strafvordering (Sv) neergelegde pressieverbod. Het verhoor is confronterend geweest, maar dit rechtvaardigt niet de conclusie dat ontoelaatbare druk op verdachte is uitgeoefend dan wel dat zich andere omstandigheden hebben voorgedaan ten gevolge waarvan de verklaring van verdachte als onbetrouwbaar moet worden aangemerkt.

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte met de politie heeft meegepraat en overal “ja en amen” op heeft gezegd. Uit de processen-verbaal van verhoor blijkt echter dat hij op open vragen van de verbalisanten uit eigen beweging gedetailleerde informatie heeft verstrekt.

Zo heeft hij aan het eind van het (sociaal) verhoor op 16 september 2015, toen hem werd gevraagd welke seks volgens hem voor de wet verboden is, geantwoord: “Iemand verkrachten en dat waarvoor ik hier zit”. Tijdens het tweede verhoor op die dag heeft hij, nadat was besproken dat hij eind juli van de politie te Groningen had gehoord dat hij de kinderen niet meer mocht ophalen en geen contact met hen meer mocht zoeken, uit eigen beweging verklaard dat hij daarvoor wel begrip kon opbrengen, omdat hij van zichzelf wel wist dat hij te ver was gegaan. Als hem dan vervolgens wordt gevraagd daarover iets meer te vertellen, verklaart hij dat hij [slachtoffer] wel eens heeft betast op een plek waar dat eigenlijk niet hoort. Op de open vragen te vertellen waar hij haar dan heeft betast en hoe dat precies is gegaan, geeft hij vervolgens een gedetailleerd antwoord.

De rechtbank acht voorts van belang dat verdachte bij het verhoor bij de rechter commissaris te kennen heeft gegeven dat hij bleef bij de verklaringen zoals hij deze bij de politie had afgelegd.

De rechtbank verwerpt op bovenstaande gronden het verweer tot uitsluiting van de door verdachte ten overstaan van de politie afgelegde verklaringen.

De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat de door [slachtoffer] (het slachtoffer) afgelegde verklaring niet betrouwbaar is. Dit verweer wordt verworpen.

De rechtbank stelt voorop dat verklaringen moeten worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd.

Beziet de rechtbank de op 6 augustus 2015 door [slachtoffer] ten overstaan van de zedenrechercheurs afgelegde verklaring, dan stelt zij vast dat die verklaring (in hoofdlijnen) consistent en gedetailleerd is. [slachtoffer] heeft, onder meer, verklaard dat verdachte haar oppas was en dat hij, als zij bij hem was, haar geslachtsdeel/vagina en haar borsten en billen meerdere keren heeft betast. Bij het betasten van haar geslachtsdeel/vagina wreef hij met zijn hand onder haar kleding. Verdachte zat dan naast haar op de bank en pakte haar stevig vast. Over het betasten van haar borsten heeft zij verklaard dat verdachte met één hand aan haar beide borsten zat en dat dit ook op de bank gebeurde of als zij klaar was met douchen. In dat laatste geval ging zij naar zijn kamer om haar spullen te pakken, waarna hij haar op het bed gooide en aan haar ging zitten. Hij begon dan bij haar geslachtsdeel/vagina en daarna zat hij aan haar borsten en haar billen. Zij lag dan met haar benen wijd en kon geen kant op. Ook is verdachte één keer na het douchen bij haar naar binnen geweest. Hij lag toen naast haar op het bed en begon steeds lager te wrijven en toen ging hij met zijn vinger naar binnen. Hij deed zijn vinger in haar vagina en haalde deze er dan weer uit. Welke vinger weet zijn niet, maar het was tot het eerste kootje.

De verklaring van [slachtoffer] stemt voorts op essentiële punten overeen met de door verdachte bij de politie afgelegde verklaring.

Verdachte heeft, onder meer, verklaard dat de spullen van [slachtoffer] meestal bij hem op de kamer lagen als zij bleef slapen. De kinderen gingen meestal douchen en als de kinderen onder de douche gingen, moest hij hen wel eens helpen. Hij gaf [slachtoffer] wel eens een handdoek aan als zij net onder de douche vandaan kwam en droogde haar haren met een handdoek. Totdat zij twaalf was heeft hij ook haar lichaam afgedroogd.

Hij gaf [slachtoffer] wel eens een kusje op haar wang en heeft haar ook op haar mond gekust. Hij heeft haar betast bij haar vagina. Hij zat soms samen met [slachtoffer] op de bank in de woonkamer en ging dan wel eens met zijn hand tussen haar benen en dan betaste hij haar vagina. Hij wreef er dan overheen. Meestal gebeurde dat over de kleding, maar het is ook gebeurd dat hij daarvoor met zijn hand onder haar kleding ging en haar vagina over de blote huid betastte. Dat is 4 á 5 keer gebeurd. Hij heeft ook haar borsten en billen betast. Hij is met zijn vinger bij haar naar binnen is geweest; niet met zijn hele vinger, misschien tot het eerste vingerkootje. Dat is wel eens vaker gebeurd.

Dat gebeurde in de woonkamer en het is ook wel eens bij hem op het bed in zijn slaapkamer gebeurd. Toen het op bed gebeurde, kwam zij uit de douche en kwam dan naakt naast hem op het bed liggen.

Bovendien wordt de verklaring van [slachtoffer] op onderdelen ondersteund door de aangifte en de door [vriendin slachtoffer] (een vriendin van [slachtoffer] ) als getuige afgelegde verklaring.

Aangeefster heeft verklaard dat [slachtoffer] haar heeft verteld dat verdachte haar betaste, elke keer probeerde te zoenen en dat ze niet normaal kon douchen daar. Ze had het ook over tussen de benen aanraken. Hij liet zijn hand tussen de benen glijden en wilde haar vagina aanraken. Hij stond dan na het douchen echt te wachten met een handdoek om haar af te drogen. Ze vertelde dat hij haar vagina betastte en zelfs met zijn vinger in haar vagina is geweest. Verdachte heeft haar met open mond gezoend. In een aan de aangifte voorafgaande informatief gesprek heeft aangeefster te kennen gegeven dat zij van [slachtoffer] had vernomen dat verdachte haar had aangeraakt, en haar probeerde op de mond te kussen, dat hij haar na het douchen bij hem op de slaapkamer opwachtte. Verdachte had haar geprobeerd te betasten toen ze op de bank zaten, dat was dan in de schaamstreek geweest.

[vriendin slachtoffer] heeft verklaard dat [slachtoffer] en vriendin van haar is en dat zij haar heeft verteld wat haar is overeenkomen. Ze kwam bij haar en zei: “Ik wil je wat vertellen, er is wat gebeurd. Het is al wat langer aan de gang. Ze vertelde dat ze, als ze bij haar oppas sliep, vaak ging douchen. Zij moest dan haar kleren op zijn kamer leggen. Als zij dan uit de douche kwam, zat hij op de kamer waar de kleren lagen. Dan ging hij haar aanraken op plekken die ze niet wou. [slachtoffer] heeft haar verteld dat verdachte haar bij haar borsten aanraakte en over haar benen heen en tegen haar kruis aan.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate geloofwaardig en betrouwbaar en derhalve bruikbaar voor het bewijs.

De rechtbank concludeert op basis van het verslag van het informatief gesprek van 26 juni 2015, de door [moeder slachtoffer] (de moeder van [slachtoffer] ) gedane aangifte, de verklaring van [slachtoffer] , de getuigenverklaring van [vriendin slachtoffer] en de verklaringen van verdachte, dat laatstgenoemde:

- met zijn vinger in de vagina van [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt;

- de borsten en billen van [slachtoffer] heeft betast en/of bevoeld;

- [slachtoffer] op de mond heeft gezoend;

- de vagina van [slachtoffer] heeft betast en/of daarover heeft gewreven.

De rechtbank volgt de verdediging niet in haar standpunt dat de handelingen zoals ten laste gelegd, en hiervoor bewezen geacht, geen ontuchtige handelingen zijn.

De bewezen verklaarde handelingen, te weten het duwen/drukken van zijn vinger in de vagina van [slachtoffer] , het betasten van haar borsten en billen, het zoenen op de mond en het betasten van de vagina, zijn aan te merken als handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm.

Uit het voorgaande volgt dat het tenlastegelegde in zijn geheel wettig en overtuigend is bewezen.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 04 september 2014 tot en met 31 december 2014 te Gramsbergen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt,

een ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten;

- het duwen/drukken van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer] .

2.

hij in of omstreeks de periode van 04 september 2014 tot en met 31 december 2014 te Gramsbergen, gemeente Hardenberg, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt,

telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten, één of meermalen:

- betasten en/of bevoelen van de borst(en) en/of bil(len) en/of

- zoenen op/tegen de mond en/of

- betasten van en/of wrijven over de vagina.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 2

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij dienen als bijzondere voorwaarden te worden opgelegd een meldplicht bij de reclassering en het meewerken aan een ambulante behandeling bij De Tender of een soortgelijke instelling. De officier van justitie heeft gevorderd dat voormelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer] , tot een bedrag van € 1.262,16, te vermeerderen met de wettelijke rente, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr.

De verdediging heeft (subsidiair) bepleit dat een werkstraf een afdoende afdoeningsmodaliteit is. Volgens de raadsvrouw van verdachte is een door de reclassering geadviseerde combinatie met een voorwaardelijke straf, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, waaronder het volgen van een behandeling bij de Tender, in dit geval onnodig. Zij heeft in dat verband aangevoerd dat zijn aanhouding en vastzitten heel veel impact op verdachte hebben gehad en heeft gewezen op zijn blanco strafblad.

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Verdachte heeft met een twaalfjarig meisje ontuchtige handelingen gepleegd, die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van dat meisje.

Hij was ten tijde van die handelingen zelf tweeëndertig jaar oud, zodat qua leeftijd geen sprake was van een gelijkwaardige relatie.

Verdachte was bovendien de oppas van het desbetreffende meisje, zij was aan zijn zorgen toevertrouwd.

Hij heeft misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van het nog jeugdige slachtoffer en gedurende langere tijd een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Aldus heeft verdachte zijn eigen gevoelens laten prevaleren boven de belangen van het slachtoffer. Met zijn grensoverschrijdend gedrag kan het leven van het slachtoffer in belangrijke mate negatief worden beïnvloed. Naar algemene ervaringsregels kan een dergelijke ervaring grote en langdurige (psychische) gevolgen voor het slachtoffer hebben. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Door te handelen als verdachte heeft gedaan, heeft hij bovendien het door het slachtoffer en haar ouders in hem gestelde vertrouwen en de veiligheid die zij mocht(en) verwachten op een buitengewoon ernstige wijze beschaamd en veronachtzaamd.

Bij de vaststelling van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het over verdachte opgemaakt reclasseringsrapport, opgemaakt door M. Eikelenboom-Colen, reclasseringswerker.

Blijkens dat rapport heeft verdachte een beperkt sociaal leven. Hij woont alleen en zijn leven bestaat uit werken, slapen en eten. Bij verdachte is mogelijk sprake van persoonlijke problematiek.

Verdachte is op 18 september 2015 geschorst uit de voorlopige hechtenis. Hij komt de meldplicht afspraken goed na en is aangemeld voor diagnostiek en behandeling bij forensische polikliniek Transfore/De Tender.

Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat op laaggemiddeld. Daartoe wordt aangevoerd dat verdachte, in tegenstelling tot zijn eerdere verklaringen, ontkent grensoverschrijdend gehandeld te hebben en daardoor geen verantwoordelijkheid voor zijn gedrag neemt. Indien de onderliggende problematiek, die is gerelateerd aan de persoon van de verdachte, niet wordt behandeld, is de recidivekans gemiddeld op de langere termijn.

Indien verdachte schuldig wordt bevonden, adviseert de reclassering om verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting. Voor het onvoorwaardelijk strafgedeelte wordt een werkstraf geadviseerd, zodat verdachte zijn werk kan behouden. Het hebben van werk, een gestructureerde dagbesteding, vormt een beschermende factor.

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten, hij heeft een blanco justitiële documentatie.

Ten aanzien van de bewezenverklaarde zedendelicten zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geen oriëntatiepunten vastgesteld.

De rechtbank overweegt dat vanwege de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend is. De rechtbank zal echter vanwege de persoonlijke omstandigheden, zoals in voornoemd reclasseringsrapport beschreven, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen gelijk aan de duur van het voorarrest en geen straf opleggen die hernieuwde vrijheidsbeneming met zich brengt. Verdachte kan dan blijven werken en behoudt op die manier een structurele dagbesteding.

De rechtbank zal daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De voorwaardelijke gevangenisstraf zal van behoorlijke duur zijn, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen en om hem te motiveren de bijzondere voorwaarden na te leven en de behandeling bij de Tender of een soortgelijke instelling te ondergaan.

Dat verdachte mogelijk een probleem heeft waarvoor hij hulp nodig heeft, volgt uit het reclasseringsrapport. Of en in hoeverre sprake is van problemen rondom seksualiteit zal moeten blijken uit diagnostiek en/of behandeling bij een forensische polikliniek.

De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar moeten zijn, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen.

Tot slot zal de rechtbank aan verdachte een (onvoorwaardelijke) taakstraf opleggen voor de duur van 140 uren, bij het niet behoorlijk verrichten daarvan te vervangen door 70 dagen hechtenis.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] , wonende te [woonplaats slachtoffer] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 1.262,16 (twaalfhonderd tweeënzestig euro en zestien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    reiskosten € 62,16

  • -

    immateriële schade € 1.200,00

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel kan worden toegewezen, nu de vordering goed onderbouwd en redelijk is.

Het standpunt van de verdediging

In verband met de bepleite vrijspraak, heeft de raadsvrouw van verdachte primair verzocht de vordering niet ontvankelijk te verklaren. Subsidiair, voor het geval de rechtbank wel tot een bewezenverklaring mocht komen, heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij (ook) niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering tot vergoeding van de materiële schade, omdat de reiskosten door de ouders van [slachtoffer] zijn gemaakt, zodat de schade niet door [slachtoffer] is geleden. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw van verdachte zich op het standpunt gesteld dat geen vergoeding kan worden toegekend voor de impact die het een en ander op de moeder van [slachtoffer] heeft gehad.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De rechtbank zal het gevorderde toewijzen tot een bedrag van € 812,16 (bestaande uit een bedrag van € 750,00 aan immateriële en € 62,16 aan materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd (4 september 2014). De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

De rechtbank zal verdachte voorts veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde feiten is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 22b, 22c, 22d, 27 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

strafbaarheid

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 2

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 178 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
* omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

* omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd op een door de reclassering te bepalen locatie, dagen en tijdstippen zal melden zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- stelt als bijzonder voorwaarde dat veroordeelde zich zal laten behandelen bij forensische poli- en dagkliniek Transfore/De Tender of soortgelijke ambulante forensische zorg zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- beveelt dat voornoemde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn;

- draagt de reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid door de duur van 140 uren;

- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 812,16 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 september 2014;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 812,16 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van

16 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. S.M. Milani en mr. A.A. Smit, rechters, in tegenwoordigheid van L. Blauw, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2016.

Mr. A.A. Smit en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie eenheid IJsselland, Team Tactische Recherche, Afdeling Zeden, met als dossiernummer PL0600-2015332166 van 24 september 2015.

Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

1.

Het proces-verbaal informatief gesprek zeden met [moeder slachtoffer] van 26 juni 2015

(pag. 7 t/m 10), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van

[moeder slachtoffer] :

“ [slachtoffer] had ongeveer twee weken geleden verteld dat [verdachte] (ex van de zus van [moeder slachtoffer] (moeder) haar had aangeraakt, en haar probeerde op de mond te kussen, dat ze zich na het douchen bij hem op de slaapkamer en hij haar opwachtte na het douchen.

[slachtoffer] had het verteld voordat ze naar oppas [verdachte] zou gaan. (…) [slachtoffer] was steeds opstandig geweest en had steeds gezegd dat ze niet naar [verdachte] wilde. (…)

[slachtoffer] had verder nog gezegd dat het zoenen geen baardzoen was, maar op de mond. (…)

[verdachte] had [slachtoffer] proberen te betasten toen ze op de bank zaten, dat was dan in de schaamstreek geweest, en [verdachte] had haar proberen te zoenen.(…)

Wanneer is het gebeurd: Tussen 1 januari 2014 en 12 juni 2015.”

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [moeder slachtoffer] , moeder van de minderjarige [slachtoffer] , van 10 juli 2015 (pag. 11 t/m 18), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

“V: Wat vertelde [slachtoffer] precies aan u?

A: Dat [verdachte] haar betastte, eigenlijk elke keer probeerde te zoenen en dat ze zich niet normaal kon douchen daar. (…) Ze had het ook over tussen de benen aanraken. (…)

V: En hoe was dat betasten?

A: Met zijn hand tussen de benen glijden en de vagina willen aanraken. Hij stond dan na het douchen echt te wachten met een handdoek om haar af te drogen. (…)

V: Wat heeft [slachtoffer] precies gezegd over het zoenen van [verdachte] .

A: Het was gericht in haar nek en heeft op haar mond gezoend. Dat was met een open mond door [verdachte] . Dat was geen doorsnee zoen.

V: Is het wel eens daadwerkelijk gelukt?

A: Ze heeft wel een zoen gehad op haar mond. Ik vroeg ook of het een baardkus was. Daar bedoel ik mee dat hij wel eens met zijn ongeschoren gezicht zat te ouwehoeren. [slachtoffer] gaf aan dat dit echt niet zo was en dat het echt op de mond was.

V: Wat heeft [slachtoffer] precies gezegd over het betasten door [verdachte] ?

A: Als ze kleding droeg dan ging hij met de hand langs haar dijen. Ook heeft hij langs haar vagina gevoeld.

V: Wat heeft [slachtoffer] precies gezegd over het opwachten wanneer zij aan het douchen was?

A: Vagina betasten en zelfs met zijn vinger in haar vagina geweest. Ze heeft hem toen geslagen. (…)
V: Hoe vaak zou dit alles zijn voorgevallen tussen [slachtoffer] en [verdachte] ?

A: Geen idee, daar heb ik niet naar gevraagd. Het laatste half jaar is ze daar sowieso niet geweest. Laatste keer was op zijn verjaardag maar toen heeft ze niet gelogeerd. Ze was toen samen met [vriendin slachtoffer] . [vriendin slachtoffer] heeft aan [slachtoffer] gevraagd waarom hij haar zo vaak knuffelde. [slachtoffer] heet [vriendin slachtoffer] wel wat verteld hierover.

V: Wanneer zou dit voor het eerst gebeurd moeten zijn?

A: Vorig jaar. Ze was toen twaalf jaar. Ik heb gevraagd hoe oud ze was. Dat was ergens na september.

V: Wanneer heeft dit voor het laatst plaatsgevonden?

A: November of december. Vanaf die tijd is ze niet meer geweest. (…)

V: Heeft [slachtoffer] nog andere mensen in vertrouwen genomen over wat er is gebeurd?

A: Alleen [vriendin slachtoffer] . (…)”

3.

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer] van 6 augustus 2015

(pag. 19 t/m 23), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van

[slachtoffer] :

(…)

V: Vertel, waarover kom je praten?

A: Betasting.

V: Wat bedoel je daarmee?

A: Plekken aanraken wat niet fijn is.

V: Kun je mij daarover alles eens vertellen?

A: Het gaat over mijn oppas, [verdachte] . Hoe vaak dat is gebeurd weet ik niet precies maar best wel vaak. (…)

V: Wat voor plekken raakte hij dan aan?

A: Mijn geslachtsdeel, borsten en kont. Mijn hele lichaam zeg maar.

V: Waarmee raakte hij je aan?

A: Met zijn handen.

V: Je noemt dat hij je geslachtsdeel aanraakte. Waar zit dat precies?

A: Tussen mijn benen aan de voorkant

O: Zij wijst in de richting van haar vagina.

A: Dat deed hij met zijn hand. Hij ging toen over mijn geslachtsdeel heen.

V: Wat deed hij met zijn hand?

A: Wrijven.

V: Was dat boven of onder je kleding?

A: Onder mijn kleding. (…)
V: Weet je nog dat hij dat voor de eerste keer deed?

A: Volgens mij was ik twaalf. (…)

V: Je zegt dat hij ook aan je borsten zat.

A: Hij deed dat met 1 hand en zat aan mijn beide borsten. Dat gebeurde ook op de bank of als ik klaar was met douchen. Hij wachtte wel eens tot ik klaar was met het douchen en dan gooide hij mij op het bed. Hij zat soms wel te wachten op zijn kamer. Mijn spullen liggen op zijn kamer. Ik ging dan naakt zijn kamer op om mijn spullen te pakken. Hij gooide mij dan op zijn bed en ging dan aan mij zitten.

V: Waar zat hij dan aan?

A: Hij begon dan aan mijn geslachtsdeel. Daarna zat hij aan mijn borsten en daarna aan mijn kont. Ik kon geen kant op. Hij trok dan mijn ene been naar hem toe. Hij trok dan mijn benen wijd. Ik lag dan op mijn rug met mijn benen wijd. Hij lag dan op zijn zij op het bed.

V: Hoe zat het met zijn kleren dan?

A: Hij had zijn kleren gewoon nog aan. Hij zat dan ook aan mijn kont. Voordat hij aan mijn kont zat dan draaide hij mij om. Hij sloeg dan op mijn kont. Dat deed pijn (…) Hij kneep ook in mijn bil. (…)
V: Als hij aan je lichaam zat, wat deed hij dan?

A: Overal wrijven (…)

V: Weet je nog hoe alles begonnen is?

A: Met mijn kont.

V: Heb je daarvan wel eens wat gezegd tegen hem?

A: Ja… en dan zei hij dat ik niet moest zeuren.

V: Hoe lang ken je [verdachte] al?

A: Ik denk negen of tien jaar. (…)

V: Mocht je daarover met anderen praten?

A: Nee. Hij zei dat ik mijn mond dicht moest houden. Dat zei hij op een dreigende manier. Ik werd daarvan bang. (…)

O: Verbalisant stelt de volgend vraag aan moeder.

V: Heeft u ook nog vragen?

A: Ja, zij heeft niet alles verteld. Zij heeft niet verteld dat hij in haar bed geslapen heeft en dat hij bij haar naar binnen is geweest.

O: Na moeders opmerking gaat het verhoor van [slachtoffer] verder.

V: Waarom heb je dat mij niet verteld [slachtoffer] ?

A: Weet ik niet …. ( [slachtoffer] huilt)

V: Ben je dat vergeten of schaam je je daarvoor…. of heb je een andere reden?

A: Ik had toch al gezegd dat het pijn deed. Daarom was dat ook eigenlijk.

V: Hoe vaak is dat gebeurd dan?

A: Een keertje. Dat gebeurde na het douchen. Hij begon steeds lager te wrijven en toen ging hij met zijn vinger naar binnen. Ik lag toen op bed. Hij lag toen naast mij.

V: Wat deed hij met zijn vinger in jouw vagina?

A: Gewoon erin en dan er weer uit. (…)

V: Hoe ver ging hij er dan in?

A: (zij wijst het eerste kootje aan) en zegt: “Ik weet niet meer welke vinger dat was.

(…)”

4.

De processen-verbaal van verhoor van verdachte van 16 september 2015 (pag. 40 t/m 53), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaringen van verdachte:

“(…) V: Welke seks is volgens jou voor de wet verboden?

A: Iemand verkrachten en dat waarvoor ik hier zit. (…)

(…)

V: Wie is [slachtoffer] ?

A: Dat is de dochter van mijn ex haar zus. [ex-partner verdachte] haar zus heet [moeder slachtoffer] . (…)

V: Hoe lang ken je [slachtoffer] ?

A: Ik ken haar ca. 8 jaar. (…)

V: Hoe oud is [slachtoffer] nu?

A: Zij is nu dertien jaar. (…)

V: Op welke manier had je contact met [slachtoffer] ?
A: Ik paste wel eens op de kinderen van [moeder slachtoffer] . Dat waren dus [slachtoffer] en [broertje slachtoffer] .

V: Hoe lang doe je dat al?

A: Toen ik nog een relatie met [moeder slachtoffer] zus had maar ook nadat onze relatie was verbroken. (…)

V: Hoe ging dat nadat jouw relatie met [ex-partner verdachte] was verbroken?
A: In die tijd paste ik gemiddeld 1 x per maand op beide kinderen. (…)

A: Meestal paste ik een heel weekend op hen. Ze kwamen dan op vrijdagavond en vertrokken weer op zondagmiddag.

V: Waar vond dat oppassen plaats?

A: Bij mij in huis, op het adres: [woonplaats] . (…)

V: Komt [slachtoffer] nu nog bij jou thuis?

A: Nee, dat doet zij niet meer.

V: Wanneer was ze er voor het laatst?
A: Zij was voor het laatst bij mij in het begin van dit jaar. Ik denk dat dat in maart of april was.

V: Heb jij op dit moment nog contact met [slachtoffer] ?

A: Nee (…)

V: Wat is daar de reden van?

A: Tja… Ik kreeg toen eind juli van de politie in Groningen te horen dat ik die kinderen niet op mocht halen en dat ik geen contact meer met hen mocht zoeken. Zij vertelden mij dat er wat was voorgevallen tussen [slachtoffer] en mij.

V: Hebben ze je ook verteld wat er dan zou zijn voorgevallen?

A: Nee

V: Wat vind jij daarvan?

A: Ik vond dat heel vervelend.

V: Kon je daar wel begrip voor opbrengen?

A: Dat denk ik wel.

V: Waarom kon je daar wel begrip voor opbrengen dan?

A: Omdat ik van mijzelf wel wist dat ik te ver was gegaan. (…)

V: Als [slachtoffer] bij jou thuis voor een weekend kwam, waar sliept zij dan?

A: Zij sliep dan, als je de trap op gaat in de tweede slaapkamer links. [broertje slachtoffer] sliep dan in de eerste slaapkamer links. (…) Ik sliep op de slaapkamer aan der rechter kant.

V: Heeft [slachtoffer] wel eens bij jou in bed geslapen?

A: (…) Zij sliep wel eens in mijn bed. Dat is ca. 2 a 3 keer gebeurd. Dat was vorig jaar. Zij was toen twaalf jaar oud.

V: Als zij in jouw bed sliep, waar sliep jij dan?
A: Dan sliep ik er naast. (…)

V: Als [slachtoffer] bij jou in huis bleef slapen, waar lagen dan haar spullen?

A: Haar spullen lagen meestal bij mij op de slaapkamer (…)

V: Hoe ging het met het wassen van de kinderen?

A: Meestal gingen de kinderen onder de douche. (…)

V: Hoe zat het bij jou thuis met de douchegewoonten?

A: We gingen een voor een onder de douche.

V: Heb jij wel eens samen met 1 van de kinderen gedoucht?

A: Nee, dat heb ik niet. (…)

V: Moest je de kinderen ook wel eens helpen met douchen?

A: Ik moest hen wel eens helpen.

V: Wat deed je dan?

A: Een handdoek geven … maar verder niet. Ik hoefde ze niet te helpen wassen.

V: Hoe was dat met [slachtoffer] , als zij ging douchen?

A: Ik gaf haar ook wel eens de handdoek aan.

V: Waarom moest je die handdoek aangeven dan?

A: Ik heb de handdoeken op mijn slaapkamer in de kast liggen. In mijn douche hangen helemaal geen handdoeken. (…)

V: Wie waste bijvoorbeeld het haar van [slachtoffer] ?|
A: Dat haar waste zij zelf.

V: Hoe was dat met het drogen van haar haar?
A: Dat deed ik nog wel eens.

V: Hoe deed je dat dan?
A: Gewoon met de handdoek.

V: Op welk moment deed je dat dan?

A: Als zij net onder de douche vandaan kwam. Ik zag haar wel eens bloot. (…)

V: Hoe zat het met het wassen van haar lichaam, wie deed dat?

A: Dat deed zij zelf. (…)

V: Hoe was dat met het afdrogen van haar lichaam, wie deed dat?

A: Volgens mij deed zij dat zelf.

V: Tot welke leeftijd heb jij dat gedaan?

A: Tot zij twaalf jaar was. (…)

V: [slachtoffer] zegt dat jij haar steeds knuffelde, wat kun jij hierover zeggen?

A: Ik pakte haar wel eens vast ja. Gewoon een arm om haar heen en meer niet. Volgens mij vond zij dat ook wel fijn. Ze zat ook altijd bij mij.

V: Hoe zag dat knuffelen eruit?
A: Ik gaf haar af en toe tijdens dat knuffelen ook wel eens een kusje op haar wang.

V: Heb je haar ook wel eens op een andere plek gekust dan op haar wang?

A: Ik heb haar ook wel eens op haar mond gekust.

V: Hoe ging dat kussen op de mond dan?

A: Ik gaf haar dan gewoon een normale kus. (…)

V: Je hebt ons verteld dat je “te ver bent gegaan” in de richting van [slachtoffer] . Wat kun je ons daarover vertellen?

A: Ik heb [slachtoffer] wel eens betast op een plek waar dat eigenlijk niet hoort.

V: Waar heb je haar betast dan?
A: Beneden, bij haar vagina. Ik weet dat dat niet goed is. Ik heb haar geen kwaad willen doen. (…)

V: Vertel ons eens hoe dat precies is gegaan?

A: Ik zat soms samen met [slachtoffer] op de bank in de woonkamer. (…) Ik ging toen wel eens met mijn hand tussen haar benen en dan betastte ik haar vagina.

V: Gebeurde dat over of onder haar kleding?

A: Meestal gebeurde dat over de kleding, maar het is ook wel gebeurd dat ik daarvoor met mijn hand onder haar kleding ging en haar vagina over de blote huid betastte.

V: Hoe vaak is dat gebeurd?

A: Een stuk of 4 a 5 keer.

V: Wat deed je dan precies?

A: Er een keer overheen wrijven en meer niet.

V: Heb je nog meer bij haar betast?

A: Misschien haar borsten maar meer ook niet.

V: Je zegt “misschien”… hoe zit dat?

A: Het is zeker wel gebeurd. Ik heb over haar kleding haar borsten betast.

V: Ik kom nog even terug over het wrijven over haar vagina. Is er wel eens meer gebeurd? [slachtoffer] heeft ons verteld dat je met je vinger in haar vagina bent geweest.

A: Ik heb misschien wel eens geprobeerd om haar vagina binnen te dringen maar dat weet ik niet meer …. Ik heb het wel geprobeerd maar ik had niet de opzet om bij haar naar binnen te gaan. (…)

V: Zou [slachtoffer] liegen over wat er gebeurd is?

A: Nee, dat denk ik niet. Ik heb het niet zo gevoeld dat ik met mijn vinger bij haar naar binnen ben geweest. Ik heb wel het idee dat ze wilde dat ik met mijn hand in de richting van haar vagina ging. (….) Ik herinner mij nu dat ik niet met mijn hele vinger bij haar binnen ben geweest …. Misschien tot het eerste vingerkootje. (…)

V: Wat je nu vertelt, is dat vaker gebeurd?

A: Ja, dat is wel eens vaker gebeurd. Hoe vaak weet ik echt niet.

V: Waar gebeurde dat dan?

A: Dat gebeurde vaak in de woonkamer. Het is ook wel eens bij mij op het bed in mijn slaapkamer gebeurd.

V: Vertel eens over die keer dat het bij jou op bed gebeurde?

A: Zij kwam dan onder de douche weg en dan kwam zij naakt naast mij op bed liggen.

V: Hoe lag jij er dan bij?

A: Ik had dan gewoon mijn kleren aan. (…)

V: Als je op die manier [slachtoffer] betastte, wat deed dat met jou dan?

A: Ik denk dat ik daar wel wat opgewonden van raakte.

V: Je zegt van … “denk ik”

A: Ik raakte niet heel erg opgewonden. Ik ben ook geen pedo of zo. Ik heb nooit de intentie gehad om met haar naar bed te gaan.

V: Wat maakte het nou dat je met die handelingen stopte.

A: Ik had ook wel eens het idee van … waar ben ik mee bezig…

V: Heeft zij ook wel eens aangegeven dat zij dat niet wilde?

A: Zij zei het niet letterlijk maar zij deed haar benen dan wel tegen elkaar.

V: Dat zij haar benen tegen elkaar aan deed…. Wat wilde zij daarmee duidelijk maken?

A: Dat ik niet verder mocht gaan denk ik. Ik stopte dan ook direct hoor. (…)

A: Ik heb misschien wel eens gezegd van “ga je niks tegen je ouders zeggen”. [slachtoffer] reageerde dan daarop door “nee” te zeggen.

V: Ze zegt ook dat jij aan haar billen zat en in haar kont kneep

A: Dat deed ik wel eens.

V: Ze zegt ook dat jij haar na het douchen op bed gooide en haar borsten hebt betast (…)

A: Ik kan mij niet voorstellen dat ik, toen zij naakt op bed lag, haar borsten heb betast. Misschien is het wel eens gebeurd en dat ik mij dat niet meer kan herinneren.

V: Ik wil het nog even hebben over de momenten dat je [slachtoffer] op haar mond kuste. Jij zegt dat het een gewone kus was, [slachtoffer] zegt dat je daarbij je mond open had. Hoe zit dat?

A: Ik heb haar wel eens met open mond op haar mond gekust. Waarom ik op deze manier deed weet ik niet. (…)

V: Hoe kon het zover komen?

A: Ik weet het niet. Ik ben gewoon hartstikke dom geweest. Ik heb daar geen antwoord op. (…)

V: Wie weten dat dit is gebeurd?
A: Volgens mij niemand.

V: Heb jij je broer of je moeder hierover in vertrouwen genomen?

A: Ja, dat heb ik. Ze weten waarvoor ik hier zit.

V: Wat heb je hem verteld dan?
A: Dat ik met [slachtoffer] te ver ben gegaan. Zo heb ik het gezegd. (…)

V: Wanneer is dit allemaal met [slachtoffer] begonnen?

A: Toen [ex-partner verdachte] en ik uit elkaar zijn gegaan is het begonnen met [slachtoffer] .

V: Je heb een hele verklaring afgelegd. Heb je daar nog iets aan toe te voegen?

A: Nee, eigenlijk niet. Ik heb haar nooit ergens toe gedwongen … absoluut niet. Zij heeft ook nooit bij mij wat hoeven te doen… absoluut niet. Dit is de domste fout van mijn leven. Het is alleen met [slachtoffer] gebeurd en met niemand anders.”

5.

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [vriendin slachtoffer] van 23 september 2015

(pag. 23 t/m 26), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [vriendin slachtoffer] :

“(…)

V: Mijn eerste vraag is dus… Wie is [slachtoffer] ?

A: Zij is een vriendin van mij. Ik ken haar al van school. Daarvoor kende ik haar van het dansen. (…)

V: Wanneer heeft [slachtoffer] jou voor het eerst iets verteld van wat haar is overkomen?

A: Dat was al in de eerste klas van de MAVO. We kenden elkaar toen nog niet zo lang.

V: Hoe kwam het zo dat [slachtoffer] daarover ging vertellen?

A: Zij voelde het als heel erg beladen. Zij kwam bij mij en zei toen van: “Ik wil je wat vertellen. Er is wat gebeurd. Het is al wat langer aan de gang. Kun je even gaan zitten” (…)

V: Wat heeft zij jou toen precies verteld?

A: Dat zij, als zij bij haar oppas sliep, zij vaak ging douchen. Zij moest dan haar kleren op zijn kamer leggen. Als zij dan uit de douche kwam zat hij op de kamer waar de kleren lagen. Hij zorgde er dan altijd voor dat hij daar was op het moment dat zij nog niet was aangekleed. Toen ging hij haar aanraken op plekken die zij niet wouw. (...)

V: Heeft [slachtoffer] jou nog verteld waar hij haar aanraakte?

A: Ja, bij haar borsten en over haar benen heen en tegen haar kruis aan. Ik heb er verder toen niet over doorgevraagd omdat het best wel gevoelig bij haar lag. (…)

V: Heeft zij ook nog verteld wie die oppas was?
A: Ja, ik ben er ook een keer geweest toen die oppas jarig was. Hij heeft volgens mij [verdachte] . (…)”