Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:886

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
08/952475-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man uit Emmen is voor het plegen van oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen veroordeeld tot een celstraf van 15 maanden en het betalen van schadevergoedingen van in totaal zo'n 134.000 euro. De rechtbank wijst de vordering ontneming af.

De man heeft zich gedurende een periode van bijna drie jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrift. Ook is hij schuldig aan witwassen. Hij heeft samen met anderen op geraffineerde wijze verzekeringsmaatschappijen bewogen tot uitbetaling van verzekeringsgelden. De Emmenaar had daarbij een prominente rol.

Ontneming

De aan de benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen (totaal: € 134.099,97) overstijgen ruimschoots hetgeen volgens het openbaar ministerie voor veroordeelde als wederrechtelijk verkregen voordeel is aan te merken (€ 43.662,00). Nu deze civiele vorderingen in mindering moeten worden gebracht bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil, zodat de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/952475-15

Datum vonnis: 15 maart 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in PI Overijssel, huis van bewaring de Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

1 maart 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.P. Revis en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.H.S. Kroeze, advocaat te Hoogeveen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich in de periode van augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan oplichting.

feit 2: zich in de periode van augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt valsheid in geschrift en hiervan gebruik heeft gemaakt.

feit 3: zich in de periode van augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand

augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 te Emmen en/of Enschede en/of Hengelo

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse Schadeverzekeringen NV

en/of Achmea Schadeverzekeringen NV en/of de NV Amersfoortse Algemene

Verzekering Maatschappij heeft bewogen tot de afgifte van een of meer

geldbedragen (in totaal een geldbedrag van ongeveer 145.297 euro, althans een

groot geldbedrag), in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte

en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid een of meer -fictieve- bedrijven ( [naam fictief bedrijf 1] en/of [naam fictief bedrijf 2]

[naam fictief bedrijf 2] en/of [naam fictief bedrijf 3] ) hebben/heeft opgericht/gezet op naam

van [naam 1] en/of een -fictief- bedrijf ( [naam fictief bedrijf 4] ) hebben/heeft

opgericht/gezet op naam van [naam 2] en/of

verzuimverzekeringspolissen voor -fictieve- werknemers van die/dat

bedrijven/bedrijf (-onder wie- [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5]

[naam 5] en/of [naam 6] ) bij genoemde Goudse Schadeverzekeringen NV

en/of Achmea Schadeverzekeringen NV en/of de NV Amersfoortse Algemene

Verzekering Maatschappij hebben/heeft afgesloten en/of (vervolgens) -fictieve-

werknemers hebben/heeft ziek gemeld en/of de (gefingeerde) kosten daarvan

hebben/heeft gedeclareerd bij genoemde verzekeringsmaatschappij(en), waardoor

genoemde Goudse Schadeverzekeringen NV en/of Achmea Schadeverzekeringen NV

en/of de NV Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij werd(en) bewogen

tot bovenomschreven afgifte(n);

2.

hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand

augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 te Emmen en/of Enschede en/of Hengelo

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) een aanvraagformulier/opdrachtformulier

verzuimverzekering/Arbodienstverlening en/of een formulier offerte

verzuimverzekering/akkoordverklaring offerte en/of een formulier

dienstverleningsopdracht/overeenkomst dienstverlening, - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of vervalst, immers hebben/heeft verdachte en/of verdachtes

mededader(s) (telkens) valselijk -zakelijk weergegeven- op dat formulier

(onder meer) gegevens van een (fictief) bedrijf ( [naam fictief bedrijf 1] en/of [naam fictief bedrijf 2]

[naam fictief bedrijf 2] en/of [naam fictief bedrijf 3] en/of [naam fictief bedrijf 4] ) en/of

namen van en/of het aantal (fictieve ) werknemers (-onder wie- [naam 2]

[naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of [naam 6] ) en/of een

loonsom/gewenste dekking vermeld en/of dat formulier getekend met een

handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [naam 1] en/of

[naam 2] , ter bevestiging van de juistheid van de op dat formulier

vermelde gegevens, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand

augustus 2012 tot en met 7 juli 2015, te Emmen en/of Enschede en/of Hengelo

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een)

vals(e) of vervalst(e) aanvraagformulier/opdrachtformulier

verzuimverzekering/Arbodienstverlening en/of een formulier offerte

verzuimverzekering/akkoordverklaring offerte en/of een formulier

dienstverleningsopdracht/overeenkomst dienstverlening, - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware

die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken

(telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) dat formulier

-middels tussenkomst van een tussenpersoon- hebben/heeft verstrekt aan de

Goudse Schadeverzekeringen NV en/of Achmea Schadeverzekeringen NV en/of de NV

Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij en bestaande die valsheid of

vervalsing (telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

-zakelijk weergegeven- op dat formulier (onder meer) gegevens van een

(fictief) bedrijf ( [naam fictief bedrijf 1] en/of [naam fictief bedrijf 2] en/of [naam fictief bedrijf 3]

[naam fictief bedrijf 3] en/of [naam fictief bedrijf 4] ) en/of namen van en/of het aantal

(fictieve ) werknemers (-onder wie- [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] ,

[naam 5] en/of [naam 6] ) en/of een loonsom/gewenste dekking

hebben/heeft vermeld en/of dat formulier hebben/heeft getekend met een

handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [naam 1] en/of

[naam 2] , ter bevestiging van de juistheid van de op dat formulier

vermelde gegevens;

3.

hij in of omstreeks de periode van de maand augustus 2012 tot en met 7 juli

2015, te Emmen en/of Enschede en/of Hengelo en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van (een) voorwerp(en), te weten (onder meer):

- een geldbedrag van (in totaal) ongeveer 145.297 euro, in ieder geval een

groot geldbedrag,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen

en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) waren/was of wie

die/dat voorwerp(en) voorhanden had(den), terwijl hij wist, dat

die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit

enig misdrijf,

en/of die/dat voorwerp(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad,

heeft overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en)

gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, dat die/dat voorwerp(en)

-onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met aftrek van voorarrest.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank ten aanzien van de feiten 1 en 2

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het de ten laste gelegde feiten onder 1 en 2 sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• de op pagina 833-834 opgenomen proces-verbaal aangifte;

• de op pagina 835 en verder van het dossier opgenomen gezamenlijke aangifte met de daartoe behorende bijlagen;

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 maart 2016.

5.2

De beoordeling van het bewijs ten aanzien van feit 3

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het onder 3 tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.2.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat uit het dossier naar voren komt dat er diverse malen kort nadat er contant geld is opgenomen van de bankrekening van [naam fictief bedrijf 1] stortingen van gelijke bedragen geweest zijn op de rekening van de partner van verdachte, [partner verdachte] . Een bewezenverklaring voor het witwassen van een groot bedrag kan en moet dus hoe dan ook volgen. Wat de officier van justitie betreft kan een bewezenverklaring volgen voor witwassen van € 145.297,-. Er is immers gezocht naar het geld dat is verdiend met de oplichtingen. Dat geld is niet gevonden. Verdachte heeft verklaard dat hij van dit geld heeft geleefd, hetgeen wil zeggen dat hij er zaken van gekocht heeft. Hiermee heeft hij dat geld weer teruggebracht in het betalingsverkeer en de criminele herkomst ervan verdoezeld.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om verdachte van het onder 3 tenlastegelegde vrij te spreken. Volgens de raadsman kan niet worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verhullen van de criminele herkomst van het geld. De vraag is waar dit verhullen dan uit zou hebben bestaan. Voor zover dit zou hebben bestaan uit het storten van geld op de rekening van zijn partner is niet snel inzichtelijk waarom deze handeling zou bijdragen aan het verhullen van de criminele herkomst van het geld. Het gaat gewoon om bijdrage van verdachte in de huishoudkosten. Ook waar verdachte bedragen brengt naar medeverdachten als [naam 2] , [naam 3] en [naam 7] is niet snel duidelijk waarom dit zou bijdragen aan het verhullen van criminele herkomst. Het uitgeven van geld is niet hetzelfde als het verhullen van de criminele herkomst. In feite heeft verdachte gedurende een aantal jaren van deze criminele inkomsten geleefd. Hij heeft er auto’s van gekocht, is op vakantie gegaan en heeft bijgedragen in huishoudkosten. Geen van deze handelingen zijn volgens de raadsman bestemd om inkomsten voor de fiscus of voor justitie te verhullen.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank heeft reeds bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrifte, waarbij een geldbedrag is buitgemaakt van

€ 145.297,-. Verdachte heeft deze feiten bekend. Ter zitting is namens de verdachte verklaard dat hij van het uit misdrijf afkomstige geld heeft geleefd en dat hij het geld ook deels de medeverdachten heeft betaald.

De rechtbank stelt voorop dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp en derhalve niet als witwassen kan worden gekwalificeerd. De rechtbank acht evenwel bewezen dat de verdachte door middel van het plegen van een misdrijf (oplichting/valsheid in geschrift) de uitbetaalde verzekeringspremies, en daarmee door misdrijf verkregen gelden, heeft verkregen. Verdachte heeft verklaard dat hij van het uit misdrijf verkregen geld heeft geleefd. Hij heeft van het geld spullen gekocht en is ermee op vakantie gegaan. De rechtbank overweegt dat verdachte derhalve met die door misdrijf verkregen gelden goederen heeft verworven die onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf en daarmee handelingen heeft verricht die niet louter hebben bestaan uit het enkele voorhanden hebben van voorwerpen (gelden) die afkomstig zijn uit het door de verdachte zelf gepleegde misdrijf. Genoemde verwervingshandelingen zijn aan te merken als gedragingen die als witwassen kunnen worden gekwalificeerd. Uit de wetsgeschiedenis volgt immers dat de strafbaarstelling van witwassen strekt ter bescherming van de integriteit van het financieel en economisch verkeer en van de openbare orde en naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door zijn handelwijze genoemde integriteit aangetast door de door misdrijf verkregen gelden in het reguliere betalingsverkeer te brengen. Ook ten aanzien van de uit misdrijf afkomstige geldbedragen die verdachte heeft uitgekeerd aan de medeverdachten overweegt de rechtbank dat er sprake is geweest van witwassen, aangezien ook deze gedragingen erop gericht zijn geweest om de uit misdrijf afkomstige gelden in het reguliere betalingsverkeer te brengen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich aan het onder 3 tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt.

De rechtbank verwijst voor de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde voorts naar de volgende bewijsmiddelen:

• het op pagina 833-834 opgenomen proces-verbaal van aangifte;

• de op pagina 835 en verder van het dossier opgenomen gezamenlijke aangifte met bijlagen;

• de verklaring door en namens verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 maart 2016.

5.2.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1, sub 2 en sub 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van de maand augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse Schadeverzekeringen NV en Achmea Schadeverzekeringen NV heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (in totaal een geldbedrag van ongeveer 145.297 euro), hierin bestaande dat verdachte en zijn mededaders (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid een of meer -fictieve- bedrijven ( [naam fictief bedrijf 1] en [naam fictief bedrijf 2] en [naam fictief bedrijf 3] ) hebben opgericht/gezet op naam

van [naam 1] en een -fictief- bedrijf ( [naam fictief bedrijf 4] ) hebben opgericht/gezet op naam van [naam 2] en verzuimverzekeringspolissen voor -fictieve- werknemers van die bedrijven ( [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of [naam 6] ) bij genoemde Goudse Schadeverzekeringen NV en Achmea Schadeverzekeringen NV hebben afgesloten en/of (vervolgens) -fictieve- werknemers hebben ziek gemeld en de (gefingeerde) kosten daarvan hebben gedeclareerd bij genoemde verzekeringsmaatschappijen, waardoor genoemde Goudse Schadeverzekeringen NV en Achmea Schadeverzekeringen NV werden bewogen

tot bovenomschreven afgiften;

2.

hij, in de periode van de maand augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) een aanvraagformulier/opdrachtformulier

verzuimverzekering/Arbodienstverlening en/of een formulier offerte

verzuimverzekering/akkoordverklaring offerte en/of een formulier

dienstverleningsopdracht/overeenkomst dienstverlening, - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of vervalst, immers hebben verdachte en verdachtes

mededaders (telkens) valselijk -zakelijk weergegeven- op dat formulier

(onder meer) gegevens van een (fictief) bedrijf ( [naam fictief bedrijf 1] en/of [naam fictief bedrijf 2]

[naam fictief bedrijf 2] en/of [naam fictief bedrijf 3] en/of [naam fictief bedrijf 4] ) en

namen van en het aantal (fictieve ) werknemers ( [naam 2] , [naam 3] ,

[naam 4] , [naam 5] en/of [naam 6] ) en een loonsom/gewenste dekking vermeld en dat formulier getekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [naam 1] of [naam 2] , ter bevestiging van de juistheid van de op dat formulier vermelde gegevens, zulks (telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

hij, in de periode van de maand augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) aanvraagformulier/opdrachtformulier verzuimverzekering/Arbodienstverlening en/of een formulier offerte

verzuimverzekering/akkoordverklaring offerte en/of een formulier

dienstverleningsopdracht/overeenkomst dienstverlening, - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware

dat geschrift (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken

(telkens) hierin dat verdachte en verdachtes mededaders dat formulier

-middels tussenkomst van een tussenpersoon- hebben verstrekt aan de

Goudse Schadeverzekeringen NV en Achmea Schadeverzekeringen NV en de NV

Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij en bestaande die valsheid of

vervalsing (telkens) hierin dat verdachte en verdachtes mededaders

-zakelijk weergegeven- op dat formulier (onder meer) gegevens van een

(fictief) bedrijf ( [naam fictief bedrijf 1] en/of [naam fictief bedrijf 2] en/of [naam fictief bedrijf 3]

[naam fictief bedrijf 3] en/of [naam fictief bedrijf 4] ) en namen van en het aantal

(fictieve ) werknemers ( [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] ,

[naam 5] en/of [naam 6] ) en een loonsom/gewenste dekking

hebben vermeld en dat formulier hebben getekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [naam 1] of [naam 2] , ter bevestiging van de juistheid van de op dat formulier vermelde gegevens;

3.

hij in de periode van de maand augustus 2012 tot en met 7 juli 2015 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, van een voorwerp, te weten:

- een geldbedrag van (in totaal) 145.297 euro,

de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld,

terwijl hij wist, dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit

enig misdrijf, en dat voorwerp heeft verworven, voorhanden heeft gehad,

heeft overgedragen en omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, dat dat voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf;

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 2 en sub 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 47, 225, 326, 420bis Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van

feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

en

feit 2

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

feit 3

het misdrijf: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drie jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrift. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Hij heeft samen met anderen op geraffineerde wijze verzekeringsmaatschappijen bewogen tot uitbetaling van verzekeringsgelden. Verdachte had daarbij een prominente rol. Hij heeft de verzekeringsaanvragen gemaakt, verzorgde de correspondentie en contacten met de verzekeraars en incasseerde het geld. Ook was het verdachte die in Hengelo een bedrijfspand huurde dat diende als vestigingsadres van de fictieve bedrijven. Ter zitting heeft verdachte bovendien verklaard dat hij vanwege zijn specifieke kennis op het gebied van verzuimverzekeringen door medeverdachte [naam 2] is benaderd om mee te doen. Ook dit benadrukt volgens de rechtbank de relevante rol van verdachte.

Door het handelen van verdachte en zijn mededaders wordt het verzekeringssysteem in Nederland ondermijnd en kan niet zonder meer worden uitgegaan van de juistheid van claims, hetgeen kan leiden tot aanscherping van regels en nadere controle. De kosten daarvan zullen uiteindelijk worden verhaald op de premiebetaler, die derhalve naast de verzekeringsmaatschappij als indirect slachtoffer kan worden beschouwd.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij steeds een van de initiatiefnemers is geweest bij het plegen van de feiten en dat hij daarbij ook anderen heeft betrokken. Voorts heeft verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van de kennis die hij heeft op financieel gebied.

Bij het bepalen van de duur van de straf heeft de rechtbank enerzijds aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude. De rechtbank zal daarbij uitgaan van een benadelingsbedrag van € 145.297,00. Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf bij een benadelingsbedrag van € 125.000,- tot

€ 250.000,00 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 tot 12 maanden.

Als strafverzwarende omstandigheid weegt de rechtbank mee dat verdachte eerder is veroordeeld voor een grootschalige oplichting. Anderzijds heeft de rechtbank ook rekening gehouden met artikel 63 Sr. Alles afwegend acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden passend en geboden.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij Achmea Schadeverzekeringen N.V.

[gemachtigde 1] heeft zich als gemachtigde namens Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 111.529,52. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- Onterecht uitgekeerde ziekteverzuimuitkeringen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is gebleken dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de door de verdachte betaalde premies in mindering te brengen op het door de verzekeringsmaatschappij gevorderde bedrag. De rechtbank wijst dit verzoek toe, aangezien de benadeelde partij anders in een betere positie komt te verkeren dan die waarin zij zou verkeren wanneer de strafbare feiten niet zou hebben plaatsgevonden. De opgevoerde schadepost is voor het overige niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van

€ 99.687,23 en voor een bedrag van € 11.842,29 (zijnde de betaalde premies) afwijzen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 en 2 zijn is toegebracht.

9.3

De vordering van de benadeelde partij Goudse Schadeverzekeringen N.V.

[gemachtigde 2] heeft zich als gemachtigde namens Goudse Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Gouda, voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 35.815,42. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- Onterecht uitgekeerde ziekteverzuimuitkeringen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is gebleken dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de door de verdachte betaalde premies in mindering te brengen op het door de verzekeringsmaatschappij gevorderde bedrag. De rechtbank wijst dit verzoek toe, aangezien de benadeelde partij anders in een betere positie komt te verkeren dan die waarin zij zou verkeren wanneer de strafbare feiten niet zou hebben plaatsgevonden. De opgevoerde schadepost is voor het overige niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van

€ 31.693,75 en voor een bedrag van € 4.121,67 (zijnde de betaalde premies) afwijzen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.4

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 en 2 zijn is toegebracht.

9.5

De vordering van de benadeelde partij N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij.

[gemachtigde 3] heeft zich als gemachtigde namens N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij, gevestigd te Amersfoort, voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 2.718,99. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- Onderzoekskosten EMN Expertise.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is gebleken dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.718,99. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.6

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.

9.7

Overweging ten aanzien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen

Ingevolge artikel 36f, achtste lid, Sr in verbinding met artikel 24c Sr kan bij het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat worden bepaald dat bij gebreke van betaling en verhaal vervangende hechtenis wordt toegepast. Deze vervangende hechtenis mag in het geval van samenloop als bedoeld in artikelen. 57 en 58 Sr, ingevolge artikel 60a Sr in verbinding met artikel. 24c, derde lid, Sr ten hoogste 365 dagen bedragen. De wetgever heeft hiermee een maximum willen stellen aan het totaal aantal dagen vervangende hechtenis (365 dagen) dat in een strafzaak aan een verdachte mag worden opgelegd. De vervangende hechtenis zal daarom worden toegepast naar evenredigheid van de hoogte van de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen, tot een maximum van in totaal 365 dagen.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 47, 55, 57 en 63 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1, sub 2 en sub 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1, sub 2 en sub 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

en

feit 2

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

feit 3

het misdrijf: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1, sub 2 en sub 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Achmea Schadeverzekeringen N.V. van een bedrag van € 99.687,23 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feiten 1 en 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 99.687,23 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 271 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij Achmea Schadeverzekeringen N.V. gedeeltelijk, te weten € 11.842,29 af;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Goudse Schadeverzekeringen N.V. van een bedrag van € 31.693,75 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feiten 1 en 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 31.693,75 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 86 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij Goudse Schadeverzekeringen N.V. gedeeltelijk, te weten € 4.121,67 af;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij van een bedrag van € 2.718,99 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.718,99 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en

mr. L.T. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2016.

Buiten staat

Mrs. Jordaans en Vogel zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.