Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:874

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-02-2016
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
C/08/173044 HA ZA 15-333
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot uittreding aandeelhouder. Subsidiaire vordering tot uitzetting aandeelhouder. De rechtbank wijst beide vorderingen af.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 8
Burgerlijk Wetboek Boek 2 336
Burgerlijk Wetboek Boek 2 343
Burgerlijk Wetboek Boek 2 343a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/760
JONDR 2016/659
JIN 2016/108 met annotatie van R.Y. Kamerling
OR-Updates.nl 2016-0094
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/173044 HA ZA 15-333

datum vonnis: 17 februari 2016


Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

inzake:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,
verder te noemen [eiseres] ,

advocaat mr. M.S. van Knippenberg te Enschede,

en

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,
verder te noemen [gedaagde] ,

advocaat mr. R.J. Leijssen te Enschede.

1 de procedure

het procesverloop blijkt uit de navolgende processtukken:

• de inleidende dagvaarding met producties

• de conclusie van antwoord

• het comparitie vonnis van 16 september 2015

• een akte wijziging van eis met producties van 29 oktober 2015

• een op 28 oktober 2015 ter griffie ingekomen brief van eiseres, houdende het in het geding brengen van een productie

• het proces-verbaal van de op 29 oktober 2015 gehouden comparitie van partijen

• de akte na comparitie van gedaagde met producties

• de akte na comparitie van eiseres.

Na laatstgenoemde akte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2 De feiten en standpunten van partijen

2.1

[eiseres] en [gedaagde] zijn ieder voor 45% houder van de aandelen in het geplaatste kapitaal van de besloten vennootschap Atlas Chemie B.V. De vennootschap zelf houdt de resterende 10% van de aandelen. Atlas chemie exploiteert een groothandel in chemische grondstoffen en chemicaliën voor industriële toepassing en houdt zich bezig met de productie van en de handel in reinigings –, onderhouds – en chemische producten.

2.2

[eiseres] is gehuwd met de heer [X] , die vanaf 1 januari 2014 voor
Atlas Chemie is gaan werken. [X] werd bestuurder van Atlas Chemie. Eveneens bestuurder van Atlas Chemie zijn dan wel waren gedaagde [gedaagde] en de zonen van partijen, [Y] en [Z] . [eiseres] functioneerde als procuratiehouder met betalingsvolmacht.

2.3

[eiseres] is van oordeel dat er sedert enkele jaren een onoverbrugbaar verschil van inzicht bestaat tussen haar en [X] enerzijds en [gedaagde] anderzijds. [eiseres] stelt dat [gedaagde] ernstige beschuldigingen heeft geuit in de richting van haar en haar echtgenoot, regelmatig jegens hen is uitgevallen en daarbij met stemverheffing heeft gesproken en uiteindelijk op 8 september 2015 zich dusdanig intimiderend jegens haar heeft gedragen dat ze zich uiteindelijk ziek heeft moeten melden. [gedaagde] heeft naar haar oordeel de verhoudingen tussen de aandeelhouders dusdanig op scherp gesteld, dat daardoor in feite Atlas Chemie onbestuurbaar is geworden. Er is sprake van een patstelling. Besluitvorming op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders is niet meer mogelijk, omdat de stemmen staken. Er is een situatie gecreëerd waarin aandeelhouders niet meer met elkaar kunnen samenwerken en de bestuurders niet meer met elkaar willen besturen, hetgeen aan [gedaagde] te verwijten valt. De belangen van de vennootschap worden hierdoor ernstig geschaad. Uiteindelijk hebben [Y] op 23 oktober 2015 en [X] op
27 oktober 2015 met onmiddellijke ingang ontslag genomen als bestuurder. Als gesteld heeft [eiseres] zich ziek gemeld.

2.4

Op vorenstaande gronden is [eiseres] van oordeel dat zij en [gedaagde] niet beiden langer aandeelhouder van Atlas Chemie kunnen blijven. Aanvankelijk heeft [eiseres] op die grond dan ook gevorderd dat een deskundige wordt benoemd ter bepaling van de waarde van de aandelen en dat primair [gedaagde] wordt veroordeeld om zijn aandelen over te dragen aan [eiseres] zoals bepaald in artikel 2: 336 BW. En subsidiair dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot overname van de aandelen van [eiseres] , zoals uitgewerkt in artikel 2: 343 BW. Bij akte houdende wijziging van eis heeft [eiseres] haar primaire en subsidiaire vordering omgedraaid, zodat zij thans primair vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om haar aandelen in Atlas Chemie B.V. over te nemen en subsidiair dat [gedaagde] zijn aandelen moet overdragen aan haar.

2.5

[gedaagde] is gemotiveerd van oordeel dat zich geenszins de situatie voordoet als bedoeld in de artikelen 2: 336 of 2: 343 BW. [eiseres] en hij werken al sedert 1996 probleemloos samen. Pas na de komst van de heer [X] zijn er wrijvingen ontstaan. Ten onrechte stelt [eiseres] zich op het standpunt dat Atlas Chemie een sterke groei heeft doorgemaakt sedert en door de komst van [X] . Ten onrechte suggereert zij dat een vertrek van [X] desastreus voor de toekomst van Atlas Chemie zou zijn. Nadat [gedaagde] enige kritiek op [X] had geuit, trok laatstgenoemde zich verongelijkt terug door zichzelf per
1 februari 2015 non-actief te verklaren. Hoewel [X] niet meer op het werk verscheen, bleef [eiseres] als procuratiehouder aan hem zijn salaris betalen hetgeen tot reacties van [gedaagde] heeft geleid. Wat daar echter van zijn moge, tot een patstelling binnen de onderneming of een onmogelijkheid tot besluitvorming heeft dit alles niet geleid. [gedaagde] heeft op de gehouden aandeelhoudersvergaderingen besluitvorming zeker niet geblokkeerd. [eiseres] miskent volgens hem dat de vorderingen die zij instelt meer onderbouwing vragen dan een mogelijke incompatibilité des humeurs. [gedaagde] is 71 jaar oud en is van oordeel dat hij niet gedwongen kan worden zijn aandelen te verkopen of die van [eiseres] te kopen, omdat er enige woordenwisselingen tussen de aandeelhouders hebben plaatsgevonden. Hij concludeert dan ook tot afwijzing van de vorderingen.

3 De beoordeling

3.1

[eiseres] stelt primair een vordering tot uittreding in. Op grond van
artikel 2: 343 lid 1 BW kan de aandeelhouder die door gedragingen van een of meer mede – aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, tegen die mede – aandeelhouder een vordering tot uittreding instellen inhoudende dat zijn aandelen overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van artikel 343 a BW worden overgenomen. Anders dan bij de uitstotingsvordering van artikel 2: 336 BW (de subsidiaire vordering van [eiseres] ) wordt voor de uittredingsvordering niet de eis gesteld dat het belang van de vennootschap is geschaad. Zelfs is, naar de rechtbank overweegt, niet vereist dat de gedragingen van de andere aandeelhouder als misdragingen kunnen worden bestempeld.

3.2

Dit laat echter onverlet dat de rechtbank zal moeten beoordelen of [eiseres] door de gedragingen van [gedaagde] zodanig in haar rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van haar kan worden gevergd. De rechtbank stelt vast dat Atlas Chemie in feite een familiebedrijf was van de families [eiseres] en [gedaagde] . Na de komst binnen de onderneming van de echtgenoot van [eiseres] werd het beleid de facto bepaald door 3 leden van de familie [eiseres] en 2 leden van de familie [gedaagde] . Uit hetgeen partijen in de processtukken hebben aangevoerd en ter comparitie hebben benadrukt, lijkt het erop dat de verhoudingen tussen de beide families in onbalans zijn geraakt, hetgeen zich in toenemende spanningen heeft gemanifesteerd. Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de relatie tussen de aandeelhouders [eiseres] en [gedaagde] ernstig is verstoord. Dat die verstoring zich ook uitstrekt tot de andere leden van de familie, blijkt uit het feit dat inmiddels [X en Y] ontslag hebben genomen uit hun functie als bestuurder en mitsdien ook de arbeidsrechtelijke band met Atlas Chemie hebben verbroken.

3.3

Niettemin is aan de rechtbank niet gebleken dat de gespannen relatie tussen de beide aandeelhouders heeft geleid tot onjuiste besluiten binnen de vennootschap, tot de onmogelijkheid om besluiten te nemen of tot gedrag dat er op is gericht om de andere aandeelhouder dwars te zitten. Niet is gebleken dat aandeelhouders noodzakelijke informatie aan elkaar hebben onthouden. Het wettelijke uitgangspunt als bepaald in artikel 2: 8 BW dat (ook) aandeelhouders zich jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd, lijkt in casu niet geschonden. Van benardheid van [eiseres] (geen informatie, geen dividend et cetera) blijkt geen sprake, althans is dat door [eiseres] niet of onvoldoende gesteld dan wel onderbouwd. In feite komt het standpunt van [eiseres] erop neer dat [gedaagde] zich verbaal enkele malen onheus heeft uitgelaten en het belang van haar echtgenoot [X] voor de verdere ontwikkeling van Atlas Chemie miskent alsmede op dusdanige wijze de confrontatie zoekt dat dit tot een gevaar voor de toekomst van Atlas Chemie leidt. [gedaagde] erkent dat er spanningen zijn ontstaan, maar hij betwist nadrukkelijk dat hij niet meer als aandeelhouder zou kunnen samenwerken met [eiseres] of dat spanningen leiden tot belemmering van besluitvorming binnen Atlas Chemie.

3.4

De rechtbank acht het hiervoor gestelde onvoldoende om tot toewijzing van de vordering uit hoofde van artikel 2: 343 BW te komen. Toewijzing van de vordering heeft ingrijpende consequenties voor [gedaagde] , die op 71-jarige leeftijd gedwongen zou worden het volledige aandelenpakket van [eiseres] te kopen tegen een koopsom die thans nog niet bij benadering vaststaat. Uit productie 5 bij inleidende dagvaarding leidt de rechtbank af dat [eiseres] een tot 15 februari 2015 geldend voorstel aan [gedaagde] heeft gedaan om zijn aandelenpakket over te nemen voor een som van € 750.000,-. [gedaagde] is toen op dat voorstel niet ingegaan. Inmiddels zou, naar [eiseres] stelt, de waarde van de aandelen aanzienlijk lager zijn. Niettemin werd in februari 2015 nog van een substantieel bedrag uitgegaan. In ieder geval is de rechtbank van oordeel dat voor het in het leven roepen van deze consequenties, door toepassing te geven artikel 2: 343 BW, meer nodig is dan uitsluitend een spanningsveld als het onderhavige tussen [eiseres] en [gedaagde] . En meer dan dat is in deze procedure noch gesteld, noch gebleken.

3.5

De primaire vordering van [eiseres] wordt derhalve niet toegewezen. Beoordeeld moet vervolgens dan ook worden of de subsidiaire vordering tot uitstoting van [gedaagde] als aandeelhouder, zoals bepaald in artikel 2: 336 BW, voor toewijzing vatbaar is.

3.6

Voor toewijzing van de subsidiaire vordering van [eiseres] is noodzakelijk dat [gedaagde] door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt of heeft geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld. Hiervoor in dit vonnis heeft de rechtbank reeds overwogen dat niet is gebleken dat de besluitvorming binnen Atlas Chemie onmogelijk is geworden door het spanningsveld tussen aandeelhouders. [eiseres] heeft benadrukt dat zowel haar echtgenoot als haar zoon als bestuurders in feite onmisbaar zijn voor (de toekomst van) Atlas Chemie. Naar haar oordeel vormde in zoverre het gedrag van [gedaagde] een gevaar voor de toekomst van Atlas Chemie, welk gevaar zich kennelijk ook heeft gerealiseerd doordat [X en Y] uit de onderneming zijn vertrokken. Duidelijk is dat [gedaagde] een andere visie op het belang van de aanwezigheid van [X en Y] voor Atlas Chemie heeft. Wat daar ook van zijn moge, in de procedure is op geen enkele wijze onderbouwd dat de onderneming zou worden benadeeld door vertrek van of [X] , of [gedaagde] , in die zin dat dit de resultaten of zelfs het voortbestaan van Atlas Chemie fundamenteel zou bedreigen. Niet is gebleken dat [gedaagde] als aandeelhouder het initiatief heeft genomen tot het vertrek van [X en Y] . Het enkele feit van het vertrek van [X en Y] kan dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot de conclusie dat [gedaagde] daardoor het belang van de vennootschap heeft geschaad.

3.7

Ook met betrekking tot de subsidiaire vordering is niet meer gesteld dan hetgeen hiervoor onder 3.6 is beoordeeld. Zoals dat ook met betrekking tot de primaire vordering is overwogen, concludeert de rechtbank dat dan ook onvoldoende is gesteld en gebleken om tot toewijzing van de vordering uit hoofde van artikel 2: 336 BW te komen. Ook de subsidiaire vordering wordt derhalve afgewezen.

3.8

[eiseres] zal als in het ongelijk gestelde partij de kosten van deze procedure moeten dragen.

4 De beslissing

De rechtbank:

I. Wijst af de vorderingen van eiseres.

II. Veroordeelt eiseres tot betaling aan gedaagde van de kosten van deze procedure die worden begroot op € 285,- uit hoofde van verschotten (griffiegeld) en € 1.356,- uit hoofde van kosten van de advocaat (3 punten maal € 452,-).

III. Verklaart dit vonnis met betrekking tot de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen en op woensdag 17 februari 2016 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.