Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:872

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
29-03-2016
Zaaknummer
C/08/182284 KG ZA 16-43
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing gevorderde voorschot op aandeel van de vrouw in onverdeelde boedel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/182284 / KG ZA 16-43

Vonnis in kort geding van 15 maart 2016

in de zaak van

[eiseres] (procederende op basis van een toevoeging met nummer 2FE7166),

wonende te [plaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. M. van der Burg te Zwolle,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. D.P. Kant te Goor.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 9 producties

  • -

    het faxbericht van de man van 24 februari 2016 met 4 producties

  • -

    het faxbericht van de man van 26 februari 2016 met 1 productie

  • -

    het faxbericht van de man van 29 februari 2016 met 2 producties

  • -

    de mondelinge behandeling op 1 maart 2016

  • -

    de pleitnota van de man.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn op 23 mei 2003 onder huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Sinds 12 september 2013 zijn zij gewezen echtgenoten.

2.2.

In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 27 november 2013 in het gebouw van de rechtbank Gelderland ingevolge de beschikking van die rechtbank van 26 april 2013, is neergelegd dat partijen ter beëindiging van hun geschil het volgende zijn overeengekomen (hierna: de overeenkomst):

1. Partijen zullen makelaar [X] te [plaats 2] opdracht geven de woning aan de [adres 1] te [plaats 2] te verkopen, waarbij de woning en alle daarbij behorende schuren leeg zullen worden opgeleverd aan de koper, een verantwoordelijkheid van de man. Partijen zullen zich laten leiden door de gemotiveerde adviezen van de makelaar ten aanzien van de vraagprijs en de verkoopprijs. Na aflossing van de hypothecaire verplichtingen en de opheffing van de bijbehorende ING-bankrekening [rekeningnummer] (saldo per september 2012 € 1.253,-) wordt de resterende overwaarde tussen partijen verdeeld, ieder de helft.

2. De levensverzekering bij Allianz wordt hetzij afgekocht, waarbij ieder de helft van de afkoopwaarde krijgt, hetzij door een van partijen worden overgenomen tegen de helft van de netto waarde per heden.

3. De twee recreatiewoningen in [adres 2] , worden in beginsel toegedeeld aan de man. Makelaar De Passende Woning in Oldebroek zal de waarde in onverhuurde staat per heden bindend vaststellen. De man heeft vervolgens een jaar de tijd om te bekijken of hij deze woningen wil overnemen voor die prijs of niet. Indien hij deze woningen niet wil overnemen, worden deze woningen te koop worden gezet door dezelfde makelaar, waarna partijen ieder de helft van de verkoopprijs ontvangen bij verkoop. Indien de woning aan de man wordt toebedeeld, zal hij de helft van de taxatieprijs aan de vrouw hebben uit te keren.

4. De man zal aan de vrouw € 20.000,- uitkeren, afkomstig van de Argenta rekening. Het saldo per december 2012, groot € 921,55, wordt bij helfte verdeeld, waarna deze bankrekening kan worden opgeheven.

(…)

8. De afrekening van de hiervoor genoemde bedragen vindt plaats bij de notariële levering van de woning in [plaats 2] . Indien het huis in [plaats 2] binnen het jaar wordt verkocht, zal de man ook op dat moment moeten beslissen of hij de woningen in [plaats 3] toegescheiden wil krijgen dan wel dat deze in de verkoop blijven.

9. De kosten van de makelaars worden door beide partijen bij helfte betaald.

10. Partijen verlenen elkaar na uitvoering van het bovenstaande finale kwijting van al hetgeen zij in het kader van deze procedure gevorderd hebben.

(…).

2.3.

Bij beschikking van 14 maart 2014 (zaaknummer: 243078 FZ RK 13-504) heeft de rechtbank Gelderland, voor zover hier van belang, het volgende beslist:

bepaalt dat de aangehechte en door de griffier gewaarmerkte, op 27 november 2013 ondertekende, overeenkomst als in deze beschikking opgenomen moet worden beschouwd;

2.4.

In september 2014 heeft de vrouw een kort geding tegen de man aangespannen, omdat de man weigerachtig zou zijn om zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de overeenkomst. Nadat de man (alsnog) zijn medewerking had toegezegd, heeft de vrouw gemeld kort geding ingetrokken.

2.5.

Medio september 2014 heeft de man aan [X] Makelaars te [plaats 2] een door haar aanvaarde opdracht verstrekt tot het verlenen van diensten bij de onderhandse verkoop van de voormalig echtelijke woning aan de [adres 1] te [plaats 2] (hierna: de woning), tegen een vraagprijs van € 610.000,00 k.k.

2.6.

In reactie op het bij e-mail van 7 september 2015 gedane verzoek van (de advocaat van) de man aan de verkopende makelaar om de vraagprijs van de woning bij te stellen tot een bedrag van € 636.000,00, heeft deze de opdracht tot verkoop per direct teruggegeven. Vanaf dat moment staat de woning niet meer te koop.

3 Het geschil

3.1.

De vrouw vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

( a) zal bepalen dat de vrouw van de man een voorschot van € 362.626,50 op haar aandeel dient te ontvangen;

( b) zal bepalen dat dit voorschot opeisbaar is vanaf de dag van betekening van dit vonnis;

( c) de man zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

De man voert gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.2.

Aan haar vorderingen legt de vrouw, samengevat, ten grondslag dat de man jegens haar onrechtmatig handelt doordat hij op geen enkele wijze wil meewerken aan de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden c.q. de uitvoering van de overeenkomst. De vrouw stelt dat de man de verkoop van de woning frustreert. Volgens de vrouw doet de man er alles aan dat zij haar aandeel niet (binnen een redelijke termijn) zal ontvangen.

4.3.

De man voert als verweer dat de vordering van de vrouw thans niet opeisbaar is, nu partijen hebben afgesproken dat de afrekening van de in de overeenkomst genoemde bedragen eerst plaatsvindt bij de notariële levering van de woning. In dit verband verwijst de man naar het bepaalde in artikel 8 van de overeenkomst. Nu de woning tot op heden niet is verkocht en geleverd, is volgens de man niet voldaan aan de voorwaarde tot betaling van het aandeel van de vrouw.

4.4.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De tussen partijen ontstane impasse dient te worden doorbroken. Van de vrouw behoeft niet te worden gevergd dat zij jarenlang in een onverdeelde boedel blijft. De verdeling wordt opgehouden door het feit dat de woning niet is verkocht. Partijen zijn het erover eens dat de woning (onderhands) verkocht dient te worden. Tussen partijen bestaat onder meer verschil van mening over de (minimum)prijs waartegen de woning verkocht dient te worden.

4.5.

De voorzieningenrechter begrijpt de stellingen van de vrouw aldus dat zij een beroep doet op onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW. Dit artikel geeft de rechter de mogelijkheid om op verlangen van een der partijen de gevolgen van een overeenkomst te wijzigen of deze geheel (of gedeeltelijk) te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Lid 2 van genoemd artikel bepaalt dat een wijziging of ontbinding niet wordt uitgesproken, voor zover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept. Dit betekent dat niet snel aangenomen dient te worden dat sprake is van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW. Het gaat hierbij om omstandigheden, die zijn ingetreden na het sluiten van de overeenkomst en die partijen niet uitdrukkelijk of stilzwijgend in hun overeenkomst hebben verdisconteerd en waarin partijen niet hebben voorzien. Redelijkheid en billijkheid verlangen immers in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord en laten afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toe. Uit het voorgaande vloeit voort dat de rechter terughoudendheid moet betrachten ten aanzien van de aanvaarding van een beroep op onvoorziene omstandigheden.

4.6.

Door uitleg van de overeenkomst moet worden bepaald of een omstandigheid in de overeenkomst is verdisconteerd c.q. voorzien. Dat een omstandigheid voorzienbaar was, zoals – naar de man stelt – het te verwachten en aan partijen meegedeelde lange(re) verkooptraject, wil niet zeggen dat partijen deze omstandigheid in hun overeenkomst hebben verdisconteerd c.q. daarin hebben voorzien (al kan een dergelijke mededeling – indien moet worden aangenomen dat deze inderdaad heeft plaatsgevonden – wel bijdragen aan het oordeel dat dit het geval is).

4.7.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat in dit geval niet uitdrukkelijk in de overeenkomst is voorzien en verdisconteerd dat te allen tijde de afrekening van de in de overeenkomst genoemde bedragen eerst zal plaatsvinden bij de notariële levering van de woning, ongeacht de duur van het verkooptraject. Gelet op de datum sedert wanneer partijen genoemde overeenkomst sloten, kan niet worden gezegd dat geen sprake is van onvoorziene omstandigheden, althans van onvoorziene omstandigheden van dien aard dat de man naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag blijven verwachten respectievelijk dat deze omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst en de verkeersopvattingen voor rekening van de vrouw behoren te blijven komen. Het is immers de man die wil vasthouden aan een (te hoge) vraagprijs, waarvoor geen onderbouwing is te vinden in een voor de vrouw kenbaar en toetsbaar taxatierapport. Bovendien is gebleken van (passieve) obstructie van de man ter zake van de verkoop van de woning.

4.8.

Indien en voor zover al geoordeeld moet worden dat geen sprake is van onvoorziene omstandigheden zoals hiervoor bedoeld, geldt dat een ongewijzigde plicht tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zoals bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW.

4.9.

Alle omstandigheden tezamen genomen, waaronder dat tussen partijen niet in geschil is dat de woning in ieder geval een waarde heeft van € 585.000,00 en dat daarop een hypothecaire lening van € 125.000,00 rust, dat de man als enige van partijen het gebruiksgenot heeft van de woning, dat de waarde van de twee recreatiewoningen in [plaats 3] in onverhuurde staat door De Passende Woning Makelaardij o.g. te Oldebroek bindend is vastgesteld op € 224.000,00 k.k., zonder dat de man tijdig heeft afgezien van toedeling van deze woningen aan hem, dat partijen zijn overeengekomen dat de man aan de vrouw € 20.000,00 (spaargeld) zal uitkeren en dat de man de namen van twee door hem (aanvankelijk) ingeschakelde makelaars niet wenst prijs te geven, zal de voorzieningenrechter ex aequo et bono, en onder afwijzing van al het meer of anders gevorderde, aldus bepalen dat de vrouw van de man een voorschot van € 300.000,00 op haar aandeel dient te ontvangen.

4.10.

Voldoende aannemelijk is geworden dat de vrouw – in ieder geval – een vordering van € 300.000,00 op de man heeft en dat sprake is van een weinig coöperatieve houding van de man ten aanzien van de verkoop van de woning, terwijl dat wel op grond van de overeenkomst van hem mocht worden verwacht. Deze feiten en omstandigheden brengen mee dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Gelet hierop en na afweging van de wederzijdse belangen dient aan het belang van de vrouw bij toewijzing van het gevorderde voorschot tot een bedrag van € 300.000,00 een zwaarder gewicht te worden toegekend dan aan het belang van de man bij afwijzing daarvan.

4.11.

Gelet op de relatie van partijen als ex-echtgenoten, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Niet gezegd kan worden dat sprake is van een nodeloos gevoerde procedure.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

bepaalt dat de vrouw van de man een voorschot van € 300.000,00 op haar aandeel dient te ontvangen,

5.2.

bepaalt dat dit voorschot opeisbaar is vanaf de dag van betekening van dit vonnis,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Rijksen en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2016.1

1 type: coll: