Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:787

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
09-03-2016
Zaaknummer
3970630 \ CV EXPL 15-1912
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuurder van licht- en geluidsapparatuur vordert van huurster/festivalorganisatie vergoeding van schade aan en verlies van die apparatuur, ontstaan doordat tijdens noodweer de festivaltent is ingestort. Beroep van huurster op overmacht faalt omdat de schade wegens de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van huurster moet komen; huurster heeft niet alle (voorzorgs- en veiligheids-)maatregelen tegen noodweer genomen die mogelijk en aangewezen waren. Nb. Zie voor vrijwaringszaak tegen verzekeraar: ECLI:NL:RBOVE:2016:786.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2016/121
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 3970630 \ CV EXPL 15-1912

Vonnis in verzet van 23 februari 2016

in de zaak van

de vennootschap onder firma R&G SOUND ,
gevestigd en kantoorhoudende te Oldemarkt,

eiser bij dagvaarding van 29 januari 2015,

geopposeerde, hierna te noemen: “R&G Sound”,

gemachtigde: mr. J.L. Souman, advocaat te Epe,

tegen

de stichting STICHTING DICKY WOODSTOCK,
gevestigd en kantoorhoudende te Steenwijk,

opposant, hierna te noemen: “de stichting”,

gemachtigde: mr. M. Kremer, advocaat te Groningen.

1 De procedure in verzet

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het door de kantonrechter op 10 februari 2015 tussen R&G Sound en de stichting bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 3843546 CV 15-829 en daaraan ten grondslag liggende dagvaarding d.d. 29 januari 2015;

  • -

    de verzetdagvaarding tevens houdende een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring d.d. 13 maart 2015;

  • -

    de akte houdende overlegging productie van de stichting d.d. 7 april 2015;

  • -

    het antwoord in het incident van R&G Sound d.d. 16 juni 2015;

  • -

    het vonnis in het incident d.d. 28 juli 2015;

  • -

    het antwoord in verzet van R&G Sound d.d. 8 september 2015 en

  • -

    de repliek in verzet van de stichting d.d. 6 oktober 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De stichting organiseert jaarlijks in Steenwijkerwold (Steenwijk) het zogeheten Dicky Woodstock Popfestival. Dit festival is in 2012 gehouden op 2 tot en met 4 augustus.

2.2.

R&G Sound drijft een onderneming gericht op onder meer de verhuur van professionele geluids- en lichtapparatuur en muziekinstrumenten.

2.3.

Ten behoeve van dat festival in 2012 heeft de stichting van R&G Sound geluids- en lichtapparatuur gehuurd, welke apparatuur door R&G Sound is geplaatst en bediend in een door de stichting gebruikte festivaltent. Het betrof een zogeheten pagode- of circustent.

2.4.

In de zomer van 2011 is bij een popfestival nabij Hasselt, België, een festivaltent ingestort tijdens kortstondig hevig noodweer, als gevolg waarvan 5 mensen zijn omgekomen.

2.5.

De stichting heeft in 2012 voor het volgen van de weersontwikkelingen en de eventuele advisering daarover geen weersbureau ingeschakeld.

2.6.

Op de avond van zaterdag 4 augustus 2012 is de hoofdtent tijdens een onweersbui ingestort. Daarbij is onder meer aan R&G Sound toebehorende apparatuur beschadigd, door contact met andere materialen en/of door contact met water. De hoofdtent was op deze avond deels geopend, in die zin dat aan de zijden grote zijflappen waren weggevouwen.

2.7.

Eerder op de dag van 4 augustus 2012 hebben delen van de provincie Noord-Holland kortstondig te kampen gehad met forse neerslag. Aan het eind van de middag was de voorspelling dat ‘vooral in Friesland lokaal een fikse bui met soms wat onweer zal voorkomen’ en dat daarna de provincies Noord-Brabant, Utrecht, Overijssel en Gelderland ‘aan de beurt zullen komen’.

2.8.

Per brief van 8 januari 2013 heeft R&G Sound aan de door de stichting ingeschakelde verzekeringstussenpersoon medegedeeld dat zij op 4 augustus 2012 een schade heeft opgelopen van € 19.390,34 en dat zij dat vergoed wil zien. In die brief is voorts vermeld:

“(…) In de weken na het festival hebben wij alle apparatuur getest, gedroogd, kleine reparaties uitgevoerd, in de bijgevoegde lijst hiervan een specificatie. Uiteraard is er ook behoorlijk wat apparatuur totall loss, dit staat ook op dezelfde lijst, indien gewenst kunt u deze apparatuur komen bezichtigen bij ons bedrijf. (…)”

2.9.

Per e-mailbericht van 1 februari 2013 heeft de verzekeraar van de stichting, Nationale Nederlanden Schadeverzekering N.V., geantwoord:

“(…) Wij zien in uw brief niet een concreet verwijt dat u de Stichting maakt, na de calamiteit hebben wij zelf evenwel onderzoek gedaan naar de omstandigheden en dus naar mogelijke aansprakelijkheid.

Vaststaat dat het instorten van de grote tent op het terrein is veroorzaakt door een plotseling optreden weerfenomeen dat zich laat omschrijven als een valwind. (…)

Gezien deze omstandigheden is er alle reden om overmacht aan te nemen aan de kant van de organisatie. De calamiteit zoals die zich heeft voorgedaan was op geen enkele manier te voorzien.

Daarenboven blijkt uit nader onderzoek dat de organisatie heeft voldaan aan de door de overheid gestelde vergunningseisen en dat bovendien de gehuurde tent niet gebrekkig was, niet qua constructie, niet qua opzetten. (…)

Van aansprakelijkheid aan de kant van de organisatie is niet gebleken, die wijzen wij daarom af.”

2.10.

Per brief van 23 september 2013 heeft R&G Sound de stichting aansprakelijk gesteld voor haar schade en in dat verband een beroep gedaan op haar leveringsvoorwaarden, stellend dat de gehuurde goederen in dezelfde staat hadden moeten worden ingeleverd als deze zijn geleverd. De stichting heeft daarop doen antwoorden dat er geen ondertekende overeenkomst bestaat en er geen overeengekomen voorwaarden zijn en dat wordt volhard in het beroep op overmacht.

3 Het geschil

3.1.

De vordering

De stichting vordert - samengevat - de ontheffing van de tegen haar uitgesproken veroordeling in het vonnis van 10 februari 2015, met veroordeling van R&G Sound in de proceskosten.

3.2.

Het verweer

R&G Sound concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vordering van de stichting, onder veroordeling van de stichting in de kosten van de procedure.

3.3.

De door R&G Sound ingestelde toegewezen vordering hield in de veroordeling van de stichting tot betaling van € 20.359,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2013 en de proceskosten.

3.4.

Op wat R&G Sound aan haar oorspronkelijke vordering en aan haar verweer in het verzet dan wel de stichting aan haar verweer tegen de oorspronkelijke vordering en aan haar vordering in het verzet ten grondslag heeft gelegd, zal, voor zover relevant, in het navolgende worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In geschil is het antwoord op de vraag of de stichting gehouden is aan R&G Sound een vergoeding te betalen voor geleden schade, bestaande uit het vaststaande feit dat meerdere onderdelen van de geluids- en lichtapparatuur die gebruikt zijn tijdens het Dicky Woodstock Popfestival van 2012 niet onbeschadigd aan R&G zijn teruggegeven.

4.2.

Hoewel R&G Sound de aansprakelijkheid van de stichting voor die schade onder meer stoelt op opstalaansprakelijkheid ex artikel 6:174, op onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW en op bewaarneming ex artikel 7:600 e.v. BW constateert de kantonrechter dat R&G Sound in de eerste plaats heeft aangevoerd dat zij de licht- en geluidsapparatuur aan de stichting heeft verhuurd, welke stelling niet door de stichting is weersproken. De kantonrechter neemt dan ook als vaststaand feit aan dat wat betreft de licht- en geluidsapparatuur tussen partijen een huurovereenkomst is aangegaan. Hij zal dan ook het gevorderde in de eerste plaats beoordelen aan de hand van de huurverhouding van partijen.

4.3.

R&G Sound heeft gesteld dat op de huurovereenkomst van toepassing zijn de door haar gebruikte leveringsvoorwaarden, onder meer ten betoge - zo begrijpt de kantonrechter haar - dat de stichting contractueel geen beroep op overmacht toekomt. R&G Sound heeft echter niet gesteld dat, met wie en wanneer de toepasselijkheid van die algemene voorwaarden is overeengekomen, terwijl zij heeft nagelaten een afschrift van die voorwaarden in het geding te brengen. De kantonrechter passeert het beroep van R&G Sound op haar algemene voorwaarden dan ook als onvoldoende onderbouwd. In dit verband merkt de kantonrechter op dat gesteld noch gebleken is dat de overeenkomst voor de verhuur ten behoeve van het festival van 2012 schriftelijk is vastgelegd en/of dat tussen partijen is overeengekomen dat het risico voor schade als gevolg van ineenstorting van de tent en/of de inwerking van hemelwater voor R&G Sound dient te blijven. Van een exoneratie door de stichting is evenmin gebleken.

4.4.

In dit geval zijn dan de volgende wettelijke regels van belang. Ingevolge het bepaalde in artikel 7:224 BW rust op de huurder de verplichting de gehuurde zaken terug te geven in de staat waarin hij deze heeft ontvangen. Krachtens artikel 6:74 lid 1 BW verplicht iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis (d.i. onbeschadigd teruggeven) de schuldenaar (d.i. de stichting) de schade die de schuldeiser (d.i. R&G Sound) daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming niet kan worden toegerekend. Een tekortkoming kan de schuldenaar slechts niet worden toegerekend, indien zij én niet te wijten is aan zijn schuld én niet krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt, aldus artikel 6:75 BW. Voor niet-toerekenbaarheid (d.i. overmacht) is dan ook in beginsel het ontbreken van schuld niet genoeg; de tekortkoming moet tevens niet voor risico van de schuldenaar komen.

4.5.

Het staat vast dat de stichting niet aan haar verplichting tot teruggave in onbeschadigde staat heeft voldaan, zodat zij tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Gelet op het beroep op overmacht door de stichting dient bezien te worden of deze tekortkoming aan de stichting moet worden toegerekend. Voor de toekenning van een schadevergoeding als door R&G Sound is gevorderd, is immers toerekenbaarheid vereist.

4.6.

Met haar stelling dat de stichting onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, bedoelt R&G Sound kennelijk te stellen dat voormelde tekortkoming te wijten is aan schuld van de stichting. R&G Sound stelt immers dat de stichting, in strijd met wat van haar mocht worden verwacht, geen maatregelen heeft getroffen om de weersomstandigheden te bewaken en te voorzien en evenmin tijdig maatregelen heeft getroffen om de tent minder vatbaar te maken voor zogeheten valwinden. Omtrent dat laatste heeft R&G Sound aangevoerd dat de stichting de regie had over wat wel of niet met de tent gebeurde en dat in dit geval de tent niet half geopend had moeten zijn doch óf geheel gesloten óf geheel open. Volgens R&G Sound was het door de halfopen constructie mogelijk dat de wind onder de tent kon komen en de tent kon optillen. Andere tenten op het terrein waren in een gesloten constructie geplaatst en zijn tijdens het noodweer wel blijven staan, aldus R&G Sound.

4.7.

De stichting heeft niet bestreden dat het ineenstorten van de festivaltent in verband staat met het optreden van zogeheten valwinden - neerwaartse windstoten van ten minste 20 meter per seconde tot mogelijk 25 meter per seconde ofwel neerwaartse windstoten met de kracht van een storm of een zware storm. De stichting heeft evenmin bestreden dat dergelijke windstoten minder vat op een festivaltent hebben, indien zo’n tent is uitgevoerd in hetzij een geheel open constructie (d.i. dat de wind via alle zijden kan in- en doorwaaien) hetzij een volledig gesloten constructie (d.i. dat alle zijden gesloten zijn). In dit geval was de tent halfopen uitgevoerd. De kantonrechter neemt dan ook tot uitgangspunt dat die constructie van halfopen ten opzichte van geheel open of geheel gesloten meer risico inhoudt voor de stabiliteit en soliditeit van de tent bij extreme weersomstandigheden.

4.8.

De stichting stelt echter dat het optreden van die valwinden niet was te voorzien; daarvoor werd niet gewaarschuwd en een weeralarm was niet afgegeven. Daarnaast bestond volgens de stichting geen (veiligheids)voorschrift dat inhoudt dat de tent gesloten dient te worden of helemaal open moet worden gezet bij naderende buien. Het sluiten van een tent is volgens de stichting ook niet praktisch en niet uitvoerbaar omdat het publiek juist in de tent wil gaan schuilen. Het volgen / monitoren van het weer zou niet tot ander handelen hebben geleid; ook dan zou aan de bezoekers in de tent onderdak zijn geboden.

4.9.

De kantonrechter is van oordeel dat het al dan niet ontbreken van schuld bij de stichting in het midden kan blijven. Naar zijn oordeel komt de schade van R&G Sound door de beschadiging van de licht- en geluidsapparatuur naar in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de stichting. Daartoe dient het volgende.

  • -

    Het gaat hier om schade ontstaan door van buiten komend onheil, ofwel heftige weersomstandigheden, waaraan partijen op zich part noch deel hebben gehad. Dat enkele feit is op zichzelf onvoldoende om een beroep op overmacht te erkennen. Immers, ook in zo’n geval kan er sprake zijn van een situatie die op zichzelf wel te voorzien was.

  • -

    Van een professioneel optredende organisator van een openluchtfestival als het Dicky Woodstock Popfestival mag doeltreffende zorg worden verwacht als het gaat om het voorbereid zijn op min of meer extreme weersomstandigheden. Zo daarmee al niet bekend, had de stichting bedacht moeten zijn op de mogelijkheid dat door noodweer serieuze problemen konden ontstaan voor publiek en/of tenten met daarin aangebrachte apparatuur, zoals in het voorgaande jaar 2011 het geval is geweest bij Pukkelpop in Hasselt, België. Het lag dan ook bij uitstek op de weg van de stichting om zich daarover steeds en tijdig te laten adviseren, zowel omtrent de actuele specifieke weersomstandigheden, als daaraan voorafgaand over de te nemen (nadere) (veiligheids)maatregelen, ook ten aanzien van de constructie van de tenten. Het staat vast dat de stichting dergelijke adviezen niet heeft ingewonnen, terwijl niet valt in te zien wat daaraan in de weg stond.

  • -

    Het is de stichting geweest die ervoor heeft gekozen de zijflappen van de festivaltent deels weg te (laten) vouwen, terwijl als uitgangspunt heeft gelden dat die constructie van halfopen meer risico inhoudt voor de stabiliteit en soliditeit van de tent bij extreme weersomstandigheden. Onomstreden is dat R&G Sound geen zeggenschap had over die toegepaste constructie.

  • -

    Eerder op de dag van 4 augustus 2012 waren delen van de provincie Noord-Holland al getroffen door extreme buien, terwijl aan het eind van de middag de voorspelling was uitgegeven dat ook de provincies Friesland en Overijssel te maken zouden krijgen met fikse onweersbuien met kans op wateroverlast. Een jaar eerder heeft in België een zware kortstondige onweersbui de ineenstorting van een festivaltent veroorzaakt, zodat het op handen zijnde risico voor de stichting ook op 4 augustus 2012 zelf kenbaar voldoende groot was om daarmee rekening te houden en om daar zo veel als mogelijk naar te handelen.

  • -

    Uit de door R&G Sound overgelegde neerslagexpertise van MeteoGroup Nederland d.d. 26 augustus 2014 kan worden afgeleid dat op de avond van 4 augustus 2012 al rond 20.00 uur zichtbaar intensieve buien tot ontwikkeling kwamen en dat de koers daarvan in de richting van de regio van het festivalterrein lag. Uit die expertise blijkt verder dat om 20.35 uur een zeer zware bui over het op circa 15 kilometer afstand van het festivalterrein gelegen Marknesse is getrokken, die vervolgens verder activerend om 20.45 uur over het op circa 10 kilometer afstand gelegen Blokzijl is getrokken, alwaar in enkele minuten ruim 25 mm neerslag viel. De expertise vermeldt verder dat tien minuten later ofwel circa 21.00 uur een andere zware bui vervolgens over het festivalterrein trok, waarbij de hiervoor onder 4.7. vermelde windstoten zijn opgetreden en in enkele minuten ruim 30 mm neerslag is gevallen. Het moge zo zijn dat de bewuste onweersbui snel tot ontwikkeling is gekomen, de stichting heeft niet gesteld en dit is evenmin anderszins gebleken dat zij niet al enige tijd eerder had kunnen en moeten vermoeden dat ook het festivalterrein door een zware onweersbui zou worden geraakt. Evenmin is gesteld noch gebleken dat de stichting in een tijdsbestek van enkele minuten niet (meer) in staat was om de opengevouwen zijflappen van de tent te (doen) sluiten en zodoende de constructie van de tent aan te passen van halfopen naar gesloten. Het argument dat voorzienbaar was dat bij regenval de tent door de bezoekers juist zou worden opgezocht om te schuilen, overtuigt op geen enkele wijze. Niet valt in te zien immers dat voor toelating van het publiek die tent halfopen had moeten blijven en niet gesloten had kunnen worden, onder bieden van één of meer smalle / versmalde toegangsmogelijkheden voor personen.

  • -

    R&G Sound heeft onweersproken gebleven aangevoerd dat andere tenten op het festivalterrein die in een gesloten constructie waren uitgevoerd, ongehavend zijn gebleven. Dat onzeker is of de bewuste tent niet ook in gesloten constructie ineen zou zijn gestort, zoals de stichting kennelijk betoogt, berust tegen die achtergrond op enkel speculatie. Voor zover daarover onzekerheid bestaat, is er geen reden om die onzekerheid (en zo het risico daarvan) bij R&G Sound te leggen.

  • -

    De stichting heeft zich op het standpunt gesteld dat zij heeft beoogd risico’s als hier aan de orde te verzekeren onder een zogeheten Evenementenverzekering. Of die verzekering ook dekking biedt, kan de kantonrechter niet in deze beoordeling betrekken, maar daaruit volgt wel dat de stichting in haar verhouding tot derden, zoals R&G Sound, de mening is toegedaan dat het aan haar was zich te verzekeren tegen het risico van beschadiging van de door haar gehuurde zaken.

  • -

    Naar het oordeel van de kantonrechter kan in dezen geen gewicht worden toegekend aan de omstandigheid dat het hier gaat om een korte huurperiode en dat ook R&G Sound bedrijfsmatig heeft gehandeld.

4.10.

Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep van de stichting op overmacht faalt en dat haar tekortschieten, namelijk het niet in onbeschadigde staat teruggegeven van de gehuurde licht- en geluidsapparatuur, aan haar moet worden toegerekend. Dit betekent dat de stichting gehouden is de schade te vergoeden die R&G Sound als gevolg daarvan heeft geleden. In dit verband is van belang dat de stichting niet heeft gesteld dat de schade ook zou ontstaan wanneer zij wel alle (voorzorgs)maatregelen had genomen, is daarmee het causaal verband tussen het nalaten van die maatregelen en de ontstane schade bij R&G Sound een gegeven.

4.11.

Wat betreft de door R&G Sound gestelde schade stelt de kantonrechter vast dat R&G Sound al in haar brief van 8 januari 2013 een onderbouwd en gespecificeerd overzicht heeft gegeven van zowel de apparatuur die onherstelbaar was beschadigd en de daarmee gemoeide bedragen als de bestede manuren om de licht- en geluidsapparatuur te bergen, te reinigen, te testen en te repareren. In die brief heeft R&G Sound (de verzekeringstussenpersoon van) de stichting expliciet uitgenodigd om de defecte apparatuur bij haar bedrijf te komen bekijken en is daarnaast uitdrukkelijk meegedeeld dat R&G Sound voor vragen en toelichting bereikbaar is. Uit de nadien gewisselde (e-mail)berichten kan niet blijken of die opstelling en specificatie van de schade ooit ter discussie is gesteld, of dat daarover maar enige vraag is gesteld. In de stukken van deze procedure heeft de stichting zich beperkt tot een blote betwisting van de schade, daartoe stellend dat die opgaaf niet controleerbaar is en ‘in alle opzichten nogal opgeplust voorkomt’. De stichting heeft evenwel niet toegelicht waarom zij niet eerder onderzoek heeft gedaan, althans heeft laten doen, naar de schade en evenmin waarom die gespecificeerde opgaaf van R&G Sound niet eerder door haar als onvoldoende betrouwbaar werd aangemerkt, daar waar R&G Sound haar juist expliciet had aangeboden om zichzelf ter plekke een oordeel te vormen en/of daarover een toelichting te vragen. Die passiviteit is evident voor R&G Sound nadelig, terwijl op zichzelf niet wordt bestreden dát R&G Sound schade heeft geleden door de ineenstorting van de tent en de daarop volgende inwerking van hemelwater op de apparatuur. Van de stichting had dan ook mogen worden verwacht dat zij meer specifiek op de door R&G Sound gestelde schadeposten was ingegaan en niet had volstaan met een algemene betwisting. Bij gebrek aan voldoende onderbouwing ter zake gaat de kantonrechter daaraan dan ook voorbij.

4.12.

De stichting heeft tegen de vordering van R&G Sound geen meer of andere verweren gevoerd. Een en ander betekent dat het tussen partijen gewezen vonnis van 10 februari 2015 dient te worden bekrachtigd. Wat R&G Sound voor het overige aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, kan onbesproken worden gelaten.

4.13.

De stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in verzet worden veroordeeld. De kosten van de procedure in het incident worden gecompenseerd als hierna te melden.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Zwolle, d.d. 10 februari 2015, tussen R&G Sound als eisende partij en de stichting als gedaagde partij bij verstek gewezen;

5.2.

veroordeelt de stichting in de kosten van de procedure in verzet tot op deze uitspraak aan de zijde van R&G Sound gevallen en begroot op € 400,00 salaris gemachtigde (1,0 punt × tarief € 400,00);

5.3.

compenseert de kosten van de procedure in het incident aldus dat iedere partij belast blijft met de daarin aan haar zijde gevallen kosten;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2016.