Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:745

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-03-2016
Datum publicatie
04-03-2016
Zaaknummer
08.960217-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 7 jaar. Tot die straf is een 47-jarige man uit Den Haag veroordeeld voor het in bezit hebben van een 106,7 kilo cocaïne en het voorhanden hebben van meerdere wapens. De rechtbank heeft rekening gehouden met zijn bedoeling om de inbeslaggenomen pakketten te verkopen en daar een geldbedrag mee te verdienen. Tot slot had de man opzettelijk MDMA en/of amfetamine aanwezig in zijn woning.

In het algemeen geldt voor verdovende middelen als cocaïne dat zij in hoge mate verslavend zijn, zeker wanneer het hoeveelheden betreft zoals die bij de man in de woning zijn aangetroffen. Daarnaast is bekend dat drugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Het meewerken aan de handel in deze verdovende middelen vormt aldus een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.960217-15 (P)

Datum vonnis: 1 maart 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,

wonende aan [woonplaats] ,

nu verblijvende in de PI Arnhem, Huis van Bewaring Arnhem.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 februari 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Ahbata en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. E.J.W.F. Deen, advocaat te ‘s-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in vereniging heeft gehandeld in verdovende middelen c.q. 106,7 kilogram cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 2: daartoe in vereniging voorbereidingshandelingen heeft gepleegd;

Feit 3: € 17.425,- heeft witgewassen;

Feit 4: in vereniging 90 ml MDMA en/of amfetamine in bezit heeft gehad;

Feit 5: in vereniging een of meer wapens van categorie III, te weten een gas-/alarmpistool (merk/type BBM, Mini-Gap) en/of munitie van categorie III, te weten een of meer knalpatro(o)n(en) (kaliber 8 mm Knal), voorhanden heeft gehad en

Feit 6: in vereniging een wapen van categorie 1 onder 7°, te weten een nabootsing van een

pistool (merk Beretta, model 92FS ), voorhanden heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

Hij op of omstreeks 05 november 2015 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

(ongeveer) 106,7 kilogram cocaïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

Hij op of omstreeks 05 november 2015 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een grote hoeveelheid cocaïne, in ieder geval een hoeveelheid van 106,7 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1 voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in

vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:

- een of meerdere stof(fen) voorhanden gehad, te weten ethanol, welke stof(fen) kan/kunnen dienen voor het wassen van “onzuiverheden” uit cocaïne,

en/of

- een of meerdere goed(eren) voorhanden gehad, te weten: een mes en/of plakband en/of een (zak)lamp en/of drieëntwintig (23), althans enig(e), lege (cocaïne)verpakkingen en/of een weegschaal, welke goed(eren) kunnen dienen voor het opensnijden van de pakketten met daarin cocaïne en/of het dichtplakken van de pakketten cocaïne en/of het (helder) bekijken van de (kristallen) cocaïne en/of het verpakken van de cocaïne en/of het wegen van

de cocaïne;

3.

Hij op of omstreeks 05 november 2015, te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van (een) voorwerp(en), te weten een of meer (contante) geldbedrag(en), in

totaal ten bedrage van (ongeveer) 17.425,- euro, althans van enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) geldbedrag(en) was en/of wie voornoemd(e) geldbedrag(en) voorhanden had,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)

vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig

was/waren uit enig misdrijf

en/of

(een) voorwerp(en), te weten een of meer (contante) geldbedrag(en), in totaal ten bedrage van (ongeveer) 17.425,- euro, althans enig geldbedrag, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van voornoemd(e) geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

4.

Hij op of omstreeks 05 november 2015 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, in totaal (ongeveer) 90 ml MDMA en/of amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

Hij op of omstreeks 05 november 2015 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer wapens van categorie III, te weten: een gas-/alarmpistool (merk/type BBM, Mini-Gap), en/of

munitie van categorie III, te weten zeven, althans een of meer knalpatro(o)n(en) (kaliber 8 mm Knal), voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

6.

Hij op of omstreeks 05 november 2015 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans allen,

(een) wapen(s) van categorie 1 onder 7°, te weten een nabootsing van een pistool (merk Beretta, model 92FS ), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste is gelegd. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de officier gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte, in vereniging, 106,7 kilogram cocaïne aanwezig heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde, omdat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Stafvordering (Sv). De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de mondelinge machtiging tot binnentreden, afgegeven door de rechter-commissaris, en het mondeling door de officier van justitie afgegeven bevel niet schriftelijk zijn bevestigd. Volgens de raadsman zou derhalve bewijsuitsluiting moeten volgen van alle bewijsmiddelen die uit het binnentreden zijn voortgevloeid.

Subsidiair heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de handel en verkoop van cocaïne niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat ook het opzettelijk aanwezig hebben van de cocaïne niet bewezen kan worden verklaard nu verdachte de tassen slechts in bewaring heeft gehad voor een ander en verdachte niet wist dat de tassen cocaïne bevatten.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de tenlastegelegde goederen waarmee verdachte de vermeende voorbereidingshandelingen zou hebben gepleegd, niet typerend zijn voor de handel in cocaïne en ook voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt alsmede niet in bezit van verdachte zijn aangetroffen.

Met betrekking tot het tenlastegelegde witwassen van een geldbedrag van € 17.425,- heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte altijd veel geld cash in huis heeft en in de autohandel zit waarvoor hij contant geld nodig heeft om auto’s te kunnen aankopen. Volgens de raadsman behoeft het in huis hebben van een contant geldbedrag niet te leiden tot de conclusie dat dit geld van criminele activiteiten afkomstig is.

Ten aanzien van het onder 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Met betrekking tot het door de raadsman gevoerde verweer ex artikel 359a Sv overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank overweegt dat zij conform artikel 359a Sv, indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, onder andere kan bepalen dat de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het tenlastegelegde feit.

Een dergelijke sanctionering komt blijkens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad slechts in beeld indien door de onrechtmatige bewijsvergaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden.

De rechtbank houdt hierbij voorts rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

De raadsman heeft aangevoerd dat de mondelinge machtiging tot binnentreden, afgegeven door de rechter-commissaris, en het mondeling door de officier van justitie afgegeven bevel binnentreden niet schriftelijk zijn bevestigd.

Uit het proces-verbaal van binnentreden d.d. 6 november 2015 valt op te maken dat de officier van justitie een mondeling bevel tot binnentreden alsook een mondelinge machtiging daartoe heeft afgegeven. Uit het proces-verbaal van bevindingen inzake rectificatie proces-verbaal binnentreden d.d. 14 december 2015 blijkt dat het binnentreden ter doorzoeking en inbeslagneming door de rechter-commissaris mondeling is gemachtigd.

In het geval van een zogeheten spoeddoorzoeking in een woning op basis van artikel 97 Sv behoeft de officier van justitie een machtiging van de rechter-commissaris. Deze machtiging is met redenen omkleed.

Vast staat, zoals ook door de officier van justitie ter terechtzitting medegedeeld, dat voorafgaande aan de doorzoeking (telefonisch) mondeling machtiging is verkregen van de rechter-commissaris. In dat geval dient achteraf schriftelijk in een proces-verbaal van verrichtingen en bevindingen door de rechter-commissaris deze toestemming te worden vastgelegd. Het proces-verbaal heeft hier een functionele betekenis in die zin dat het niet alleen de mondelinge toestemming bevestigt, maar ook een toetssteen vormt voor de formele en feitelijke gang van zaken.

De rechtbank is van oordeel dat weliswaar een vormvoorschrift onherstelbaar is geschonden, maar dat niet kan worden gezegd dat verdachte door dit vormverzuim nadeel heeft ondervonden als bedoeld in het tweede lid van artikel 359a Sv.

De rechtbank zal dan ook slechts volstaan met de enkele vaststelling van het vormverzuim.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

De tenlastegelegde feiten

De rechtbank overweegt het volgende.

Op 5 november 2015 ontvangt de politie onderzoeksinformatie waaruit naar voren komt dat een telefoon met een bepaald IMEI-nummer zou zijn betrokken bij witwasoperaties en drugs.

Naar aanleiding van die informatie wordt de betreffende telefoon afgeluisterd. Uit het opgenomen en afgeluisterde berichtenverkeer ontstaat het vermoeden dat de gebruiker van de betreffende telefoon in het bezit is van een grote hoeveelheid verdovende middelen en deze tracht te verhandelen. In de chatgesprekken wordt er onder andere over gesproken dat “63 vochtig zijn” alsmede over “Ferrari”, “Rojo” en “het afnemen van 263 pakken”. Daarnaast wordt gesproken over het feit dat twee mensen de pakketten niet afnemen omdat ze te vochtig zijn en dat ze wachten op een ander.

De betreffende telefoon wordt gelokaliseerd op het adres [woonplaats] , zijnde de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] . Later op de dag wordt de woning op het betreffende adres doorzocht ter inbeslagneming. In de woning is – naast verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] – tevens medeverdachte [medeverdachte 2] aanwezig.

In de woning worden op de begane grond en op de eerste etage grote Jumbotassen gevonden met in totaal 98 pakketten met vermoedelijk cocaïne, welke gezamenlijk totaal 106,7 kilogram wegen. Daarnaast worden 23 lege verpakkingen, een contant geldbedrag van € 17.425,-, een vuurwapen met munitie, een op een echt lijkend wapen (balletjespistool) en een hoeveelheid capsules/flesjes met vermoedelijk diverse verdovende middelen in beslag genomen. In de woning wordt verder aangetroffen een weegschaal op een tafel in de woonkamer, een geldtelmachine in de keuken en een briefje met aantallen en merknamen en waarschijnlijk een omschrijving van de staat waarin iets verkeert, zoals bijvoorbeeld “29 x Toyota x schade”. De politie stelt vast dat de benamingen op het voornoemde briefje grotendeels overeenkomen met de namen die op de pakketten met de vermoedelijke cocaïne zijn geplakt.

Vanuit het videosysteem dat aan de woning is gekoppeld worden camerabeelden veiliggesteld waarop te zien is dat verdachte op 4 november 2015 met grote Jumbotassen het huis inloopt en dat medeverdachte [medeverdachte 2] op 4 november 2015 de woning betreedt met onder zijn rechterjaspand een pak. Daarnaast is te zien dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de woning regelmatig verlaten en weer terugkomen.

De rechtbank overweegt vervolgens dat de politie uit de afgeluisterde chatsessies van voormelde telefoon het vermoeden heeft gekregen dat er die dag mogelijk nog een persoon naar de woning zal komen.

Tijdens de doorzoeking van de woning arriveert een man bij de woning die vertelt dat hij op bezoek komt bij verdachte. Deze man is later geïdentificeerd als medeverdachte [medeverdachte 3] . Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft een tas bij zich met goederen die volgens de politie passen bij het verwerken van cocaïne, zoals rubberen handschoenen, 2 flesjes ethanol, tape, een stanleymes en een zaklamp.

Nader onderzoek van de witte pakketten bevestigt dat de inhoud hiervan cocaïne betreft. Eén van de andere in beslag genomen verdovende middelen wordt geïdentificeerd als MDMA en/of amfetamine.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte bij de politie geen enkele verklaring af heeft willen leggen over het aantreffen van de cocaïne, de lege verpakkingen, de weegschaal en de telmachine.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de tassen met cocaïne in bewaring heeft genomen voor een bekende waarvan hij de identiteit niet bekend wil maken. Verdachte heeft verklaard niet te hebben geweten dat de tassen cocaïne bevatten. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat de Jumbotassen waarmee hij op de camerabeelden te zien is de Jumbotassen zijn die de politie in de woning in beslag heeft genomen.

Met betrekking tot het in de woning aangetroffen geld heeft verdachte verklaard dat hij in de autohandel zit en derhalve altijd veel geld cash in huis heeft.

Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat de MDMA en/of amfetamine voor eigen gebruik was en dat hij dit samen met vrienden gebruikte om af en toe “los” te gaan.

Ten aanzien van het gaspistool en munitie heeft verdachte verklaard dat dit van hemzelf is. Het balletjespistool heeft verdachte in het buitenland gekocht voor zijn (minderjarige) zoon.

Het oordeel van de rechtbank

Het onder 1 tenlastegelegde

De rechtbank acht, kort gezegd, de tenlastegelegde “handel” in cocaïne niet wettig en overtuigend bewezen nu dit gedeelte van de tenlastelegging onvoldoende door bewijsmiddelen wordt gestaafd.

De rechtbank zal verdachte dan ook van dit gedeelte van de tenlastelegging vrijspreken.

Gezien voornoemde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank het aanwezig hebben van 106,7 kilogram cocaïne wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank overweegt daartoe dat de cocaïne niet slechts in het huis van verdachte is aangetroffen, maar dat uit de camerabeelden en hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard blijkt dat verdachte de Jumbotassen met daarin de pakketten cocaïne zelf zijn woning heeft binnengedragen. Een aantal tassen zijn in het zicht in de woning aangetroffen. De verklaring van verdachte dat hij de tassen in bewaring heeft genomen voor iemand anders en niet op de hoogte was van het feit dat de tassen cocaïne bevatten acht de rechtbank dan ook ongeloofwaardig, mede gelet op het proces-verbaal algemeen dossier (relaas van onderzoek) van 14 januari 2016 waarin vermeld staat dat er tijdens de doorzoeking een zeer penetrante chemische geur vanuit deze tassen waarneembaar was.

De rechtbank acht het medeplegen eveneens wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank overweegt daartoe dat, in samenhang met voornoemde bewijsmiddelen, ten tijde van de doorzoeking meerdere personen in de woning aanwezig waren, te weten verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] , en de betreffende chatgesprekken tussen meerdere personen gevoerd zijn met een telefoon die zich op hetzelfde moment als voornoemde verdachten in de woning bevond. De rechtbank acht derhalve dat de samenwerking tussen deze personen zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken en dat de kwalificatie van medeplegen gerechtvaardigd is nu de bewezenverklaarde materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is geweest.

Het onder 2 tenlastegelegde

De hoeveelheid van 106,7 kilogram cocaïne is in pakken van ongeveer één kilogram in de woning van verdachte aangetroffen. Daarnaast is in de woning van verdachte een briefje aangetroffen met namen en hoeveelheden die grotendeels overeenkwamen met de hoeveelheden van de pakken cocaïne en met de namen die op de pakken cocaïne stonden vermeld. Daarnaast overweegt de rechtbank dat in de woning tevens een weegschaal en 23 lege verpakkingen zijn aangetroffen. Uit de inhoud van de chatgesprekken valt voorts op te maken dat men op zoek was naar een koper.

Daarnaast zijn onder medeverdachte [medeverdachte 3] goederen aangetroffen die passen bij het verwerken van cocaïne, onder andere rubberen handschoenen, 2 flesjes ethanol, tape, een stanleymes en een zaklamp.

Gezien het voornoemde in onderlinge samenhang bezien, betrof de partij cocaïne naar het oordeel van de rechtbank, een handelsvoorraad waarvan het de bedoeling was die te verkopen. De rechtbank acht derhalve de onder 2 tenlastegelegde voorbereidingshandelingen teneinde de cocaïne te verkopen, wettig en overtuigend bewezen.

Het medeplegen acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen en verwijst voor de volledigheid voor de bewijsoverweging omtrent het medeplegen naar het onder 1 tenlastegelegde.

Het onder 3 tenlastegelegde

De rechtbank is van oordeel dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De rechtbank overweegt daartoe dat, gezien de gesuggereerde handel in verdovende middelen, de geringe hoeveelheid aangetroffen contant geld en hetgeen namens verdachte door de verdediging omtrent de aanwezigheid van dit geldbedrag naar voren is gebracht niet leidt tot de eenduidige conclusie dat dit geld van criminele activiteiten afkomstig moet zijn.

Het onder 4, 5 en 6 tenlastegelegde

De rechtbank overweegt dat voor deze tenlastegelegde feiten sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering.

Ook het medeplegen van het aanwezig hebben van het onder 4, 5 en 6 tenlastegelegde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte heeft verklaard samen met vrienden de MDMA/amfetamine te gebruiken en het ook voor zijn vrienden te bewaren. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij het balletjespistool voor zijn zoon heeft gekocht. Het gaspistool met munitie is gevonden in het drankenkabinet. Naar het oordeel van de rechtbank was het pistool daardoor redelijk gemakkelijk te vinden zodat het niet anders kan dan dat de andere bewoners van de woning kennis moeten hebben gehad van de aanwezigheid van het pistool en de munitie.

5.2

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 3 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

Hij op 05 november 2015 te Voorburg, tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad,(ongeveer) 106,7 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

Hij op 05 november 2015 te Voorburg, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het verkopen en afleveren en vervoeren van een grote hoeveelheid cocaïne van 106,7 kilogram, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1 voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en

- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar toen en daar opzettelijk:

- een of meerdere stof(fen) voorhanden gehad, te weten ethanol, welke stof(fen) kan/kunnen dienen voor het wassen van “onzuiverheden” uit cocaïne,

en

- een of meerdere goed(eren) voorhanden gehad, te weten: een mes en/of plakband en/of een (zak)lamp en/of drieëntwintig (23) lege (cocaïne)verpakkingen en/of een weegschaal, welke goed(eren) kunnen dienen voor het opensnijden van de pakketten met daarin cocaïne en/of het dichtplakken van de pakketten cocaïne en/of het (helder) bekijken van de (kristallen) cocaïne en/of het verpakken van de cocaïne en/of het wegen van de cocaïne;

4.

Hij op 05 november 2015 te Voorburg, tezamen en in vereniging met anderen,

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, in totaal (ongeveer) 90 ml MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

Hij op 05 november 2015 te Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander,

een wapen van categorie III, te weten: een gas-/alarmpistool (merk/type BBM, Mini-Gap), en

munitie van categorie III, te weten zeven, althans een of meer knalpatro(o)n(en) (kaliber 8 mm Knal), voorhanden heeft gehad;

6.

Hij op 05 november 2015 te Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander,

een wapen van categorie 1 onder 7°, te weten een nabootsing van een pistool (merk Beretta, model 92FS ), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2, 4, 5 en 6 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 onder C, 10 en 10a van de Opiumwet alsmede de artikelen 13 en 26 van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2

het misdrijf:

medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

Feit 4:

het misdrijf:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 5:

het misdrijf:

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III;

Feit 6:

het misdrijf:

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 13 eerste lid van de Wet wapens en munitie.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van het onder 4, 5 en 6 tenlastegelegde, rekening dient te worden gehouden met de zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarvan met name het traumatische verlies van een van zijn kinderen.

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte is in het bezit geweest van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne hetgeen de bedoeling was verder te verkopen.

In het algemeen geldt voor verdovende middelen als cocaïne dat zij in hoge mate verslavend zijn, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en voor de samenleving als geheel, zeker wanneer het hoeveelheden betreft zoals die bij verdachte in de woning zijn aangetroffen. Het is algemeen bekend dat drugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van drugs. Het meewerken aan de handel in deze verdovende middelen vormt aldus een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

De rechtbank heeft bij haar strafoplegging in het nadeel van verdachte rekening gehouden met zijn bedoeling om de inbeslaggenomen pakketten te verkopen en daar een geldbedrag mee te verdienen.

Daarnaast had verdachte op 5 november 2015 opzettelijk MDMA en/of amfetamine aanwezig in zijn woning.

Op 5 november 2015 heeft verdachte zich voorts schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet wapens en munitie door het voorhanden hebben van meerdere wapens, te weten een balletjespistool en een gaspistool met munitie, hetgeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en de voor de maatschappij in het algemeen meebrengt.

Tot slot heeft de rechtbank er acht op geslagen dat verdachte blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie eerder met politie en justitie in aanraking geweest en eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld.

Een en ander brengt mee dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank is op grond van vorenstaande overwegingen van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van voorarrest passend en geboden is. De rechtbank overweegt dat zij een gevangenisstraf oplegt voor dezelfde duur als gevorderd door de officier van justitie, ook al spreekt zij verdachte van het onder 3 tenlastegelegde vrij, gelet op het aandeel van het vrijgesproken feit ten opzichte van de ernst en de totale omvang van de bewezenverklaarde feiten.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

Het standpunt van het openbaar ministerie

Met betrekking tot de in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie gevorderd dat de goederen op de beslaglijst onder de nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 14, 15 en 19 worden vernietigd, dat de goederen onder de nummers 12, 13, 16, 17 en 18 verbeurd worden verklaard, dat de goederen onder de nummers 7, 8 en 9 worden onttrokken aan het verkeer en dat de goederen onder de nummers 10 en 11 aan verdachte kunnen worden geretourneerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat op de beslaglijst ook sieraden staan vermeld van de schoonmoeder van verdachte alsmede horloges die verdachte al jaren in bezit heeft. De raadsman heeft verzocht die goederen aan verdachte te retourneren.

Voor het overige heeft de raadsman zich niet over de beslaglijst uitgelaten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de onder de nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 10, 11, 16, 17 en 18 in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen en het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

De rechtbank zal de in de beslaglijst onder de nummers 12, 13, 14, 15 en 19 genoemde goederen die in beslag genomen zijn en nog niet teruggegeven aan verdachte, met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, onttrekken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan, gezien de aard van deze voorwerpen, in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank zal de in de beslaglijst onder de nummers 7, 8 en 9 genoemde voorwerpen die in beslag genomen zijn en nog niet teruggegeven aan verdachte verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat het voorwerpen zijn die aan verdachte toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden, dan wel omdat het voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 57 en 91 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 4, 5 en 6 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1

het misdrijf:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2

het misdrijf:

medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

Feit 4:

het misdrijf:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 5:

het misdrijf:

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III;

Feit 6:

het misdrijf:

medeplegen van het handelen in strijd met artikel 13 eerste lid van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

  • -

    gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen op de aangehechte beslaglijst onder nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 10, 11, 16, 17 en 18 vermelde goederen;

  • -

    beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen op de aangehechte beslaglijst onder nummers 12, 13, 14, 15 en 19 vermelde goederen;

  • -

    verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen op de aangehechte beslaglijst onder nummers 7, 8 en 9 vermelde goederen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. G.H. Meijer en

mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2016.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche, met nummer LERAE15078, onderzoek 26BASTARDO. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Het onder 1 en 2 tenlastegelegde

Proces-verbaal doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 9 november 2015, inhoudende de chatgesprekken, Map 1, algemeen dossier pagina’s 144 t/m 148.

(..)

Via de telefoon met het IMEI-nummer [IMEI-nummer] vinden uitsluitend tekstberichten plaats. Uit de inhoud van de tekstberichten is het vermoeden ontstaan dat de gebruiker van genoemde telefoon in het bezit is van een grote partij verdovende middelen, welke verkocht moet worden. Uit de inhoud van de berichten komt onder andere naar voren dat ze knokken voor een goede prijs. Verder komt uit de berichten naar voren dat er 63 (vermoedelijk 63 pakketten) vochtig zijn. Er zijn 2 mensen bezocht, die zeggen geen belangstelling te hebben omdat ze vochtig zijn. Bij aanvang van de telecommunicatie via genoemde telefoon, de dato 5 november 2015, omstreeks 08.53 uur, straalt de telefoon met het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , een basisstation aan, gevestigd [adres] .

Hierna zullen enkele relevante tekstberichten, die tot het vermoeden hebben geleid, worden

weergegeven: de tekst berichten worden gevoerd in de Spaanse taal en zijn vertaald door een tolk in die taal.

Donderdag, 5 november 2015

12.26

uur:

Bericht [telefoon] (2bfd32ca) [ID: [ID-nummer] ] Como va todo? Vertaling: Hoe gaat alles?

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Mira ya los revise todos y hay 63 humedos y eI restoestan mejor. Vertaling: luister, ik heb alles al nagekeken en er zijn 39 vochtig en de rest is beter.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Tenemos 15 marcas diferentes

Vertaling: We hebben 15 verschillende merken.

Bericht [telefoon] (2a5176ac) [ID: [ID-nummer] ]Dame las marcas. Vertaling: geef me de merken.

12:37 uur:

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Mansana vertaling: manzana (appel).

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Ferrari.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] Buberry.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Rojo.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Y eI resto no tiene marca

Vertaling: de rest heeft geen merk.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [lID: [ID-nummer] ] Y uno tiene un gueco grandicimo en la mitad

Vertaling: een heeft een heel groot gat in het midden.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Hai unos q al borde estan negros de lo humedo

Vertaling: Er zijn een paar die een zwarte rand hebben van de vocht.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Esta gente q baya ya y les recoja 263 ya mismo

Vertaling: deze mensen moeten nu gaan en meteen 263 pakken /afnemen.

Opmerking verbalisant:

Uit de inhoud van de hiervoor vermelde berichten is het vermoeden ontstaan dat de gebruiker van de telefoon met het IMEI-nummer [IMEI-nummer] de beschikking heeft over een grote partij verdovende middelen, waarvan de pakketten vermoedelijk zijn gemerkt met onder andere: Ferrari, Buberry en Rojo. Eén van de pakketten zou een heel groot gat in het midden moeten hebben. Ook zouden er een paar zijn die een zwarte rand hebben van de vocht.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Apenas salimos a verq ofrecen

Vertaling: we zijn net weg, kijken wat ze aanbieden.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Estoy pelendo precio

Vertaling: ik ben de prijs aan het verdedigen.

13.21

uur:

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] cuento. Vertaling: ik zal je vertellen

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] Qesto esta como humedo

Vertaling: dat dit, vochtig is.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Y estoy espendo aver. Vertaling: ik ben aan het kijken.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Si me acomodan ei precio. Vertaling: of ze de prijs aanpassen.

Bericht [telefoon] (27621ed3) [ID: [ID-nummer] ] SA± algo. Se podr±a secar no?

Vertaling: Iets zal het toch wel drogen?

Bericht [telefoon] (27621ed3) [ID: [ID-nummer] ] En ei mA±cro ve!! Vertaling: in de magnetron.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ]M eda como miedo. Vertaling: dat durf ik niet.

Bericht [telefoon] (27621ed3) [ID: [ID-nummer] ] SA± yo se hacerlo pero tocar±a hacer la prueba conuno. Vertaling: Ik weet hoe het moet, we zouden met 1 moeten proberen.

Bericht [telefoon] (27621ed3) [ID: [ID-nummer] cuadrar ei # Vertaling: en het nummer afspreken (prijs).

15.12

uur:

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ]Emos visitado 2 personas. Vertaling: We hebben 2 mensen bezocht.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Y dice qno les interesa por ia umedad

Vertaling: ze zeggen dat zij geen belangstelling hebben omdat ze vochtig zijn.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ]Hai 63 muy humedos. Vertaling: Er zijn 63 die heel vochtig zijn.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ]Esos asta ahora nadie los kiere

Vertaling: Tot nu toe, wil niemand die hebben.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Y ei resto. Vertaling: En de rest.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Estan mejor. Vertaling: zijn beter.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Asi q esos depronto tienen salida. Vertaling: Dus die zullen we wel kwijt raken.

Bericht [telefoon] (2a5176ac) [ID: [ID-nummer] ] Si ves q no pasa nada retur. Vertaling: Als je ziet dat er niets gebeurd, retour.

15.30

uur:

Bericht [telefoon] (2a5176ac) [ID: [ID-nummer] ] Solo es q me digas a como nos pagan. Vertaling: Ik wil alleen weten hoeveel ze ons betalen.

Bericht [telefoon] (2a5176ac) [ID: [ID-nummer] ] Y aca peleo eso. Vertaling: ik knok hier wel daarvoor.

Opmerking verbalisant:

Uit de inhoud hiervoor vermelde tekstberichten, van 13.21 uur, 15.12 uur en 15.30 uur is het

vermoeden ontstaan dat een groot deel van de partij verdovende middelen vochtig is. Om die reden wil niemand ze kopen.

16.21

uur:

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Y para q ust se venga para ei apt del man y camellen a qui. Vertaling: Dat u naar het appartement van die man komt, en hier werken.

Bericht [telefoon] (27621ed3) [ID: [ID-nummer] ]Tengo que quedarme alla? Vertaling: Moet ik

daarginder blijven?

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ]Aliste ropa y sepillo lo recojo mas rato.

Vertaling: Pak kleding en je tandenborstel, ik pik je zo op.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] Estoy por [naam] . Vertaling: Ik ben bij [naam] .

Bericht [telefoon] (2bfd32ca) [ID: [ID-nummer] ] Mandeme una dir cualquiera le Ilego pot alla

Vertaling: Stuur me een adres van daarginder, dan kom ik daarheen.

Bericht [telefoon] (2bed821e) [ID: [ID-nummer] ] [postcode]

Vertaling: Postcode: [postcode]

16.55

uur:

Bericht [telefoon] (2bfd32ca) [ID: [ID-nummer] ] . 5m. Vertaling: 5 min

Proces-verbaal Algemeen dossier d.d. 14 januari 2016, pagina’s 1 t/m 13, Map 1, Algemeen dossier (pagina 10)/

(..)

Er was een zeer penetrante chemische geur waarneembaar vanuit deze tassen. Later zou blijken, uit indicatieve testen door de afdeling Specialistische Ondersteuning, team Forensische Opsporing, dat in de tassen bij elkaar ruim 108 kilo cocaïne zat.

(..)

Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 6 november 2015, pagina’s 3 t/m 15, Map 2, zaaksdossier 1 (het aantreffen van de Jumbotassen met cocaïne staat vermeld op pagina’s 8 en 9)

(..)

Op donderdag 5 november 2015, omstreeks 21.05 uur werd door (..) mij, verbalisant voor een huiszoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [woonplaats] .

(..)

Tijdens de zoeking werd het volgende in beslag genomen: verdovende middelen waaronder vermoedelijk cocaïne en XTC (..) vuurwapens (..)

(..)

Proces-verbaal van bevindingen [registratienummer] d.d. 9 november 2015, pagina’s 23 en 24 Map 2, zaaksdossier 1.

(..)

Bij een doorzoeking in zijn woning, [woonplaats] , het navolgende goed in beslag genomen:

IBN-CODE OMSCHRIJVING GOEDEREN

[registratienummer] Papiertje met handgeschreven administratie:

16x IS of 15 (krulletje)

2x Butb (krulletje)

29x Toyota x Schade

16x Puta (krulletje, plus/minus teken)

12x paard (krulletje

6x appel (plus/minus teken)

17x streeprose zacht

2x kruis zacht

Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 6 november 2015, pagina’s 25 t/m 27, Map 2, zaaksdossier 1.

(..)

Deze partij was inbeslaggenomen tijdens een onderzoek ingevolge de Opiumwet op het adres [woonplaats] .

(..)

Ik zag op de display van de TruNarc dat de uitslag van deze stof cocaïne bevatte, een stof die voorkomt op lijst I van de Opiumwet.

(..)

(noot griffier: diverse partijen getest).

Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 6 november 2015, pagina’s 28 t/m 40, Map 2, zaaksdossier 1.

Hoeveelheid

(..)

Deze partij was inbeslaggenomen tijdens een onderzoek ingevolge de Opiumwet op het adres [woonplaats] .

(..)

In totaal zijn er 97 verdovende middelenpakketten aangeboden voor onderzoek.

(..)

Het totaalgewicht van deze pakketten bedraagt 106,7 kilogram bruto.

(..)

Ik zag op de display van de TruNarc dat de uitslag van deze stof cocaïne bevatte, een stof die voorkomt op lijst I van de Opiumwet.

(..)

(noot griffier: diverse partijen getest).

Proces-verbaal van bevindingen van uitkijken camerasysteem [woonplaats] , Voorburg d.d. 23 november 2015, pagina’s 43 t/m 71, Map 2, zaaksdossier 1 (pagina’s 54 en 58)

(..)

4 november 22.55 uur

[verdachte] komt aangelopen (..). in zijn linkerhand draagt hij een gevulde gele Jumbo big shopper tas. (..) [verdachte] gaat met de gevulde Jumbo big shopper tas de woning binnen.

(..)

5 november 08.41 uur

[verdachte] (..) en komt met twee gevulde Jumbo big shoppers aanlopen naar zijn woning en gaat vervolgens met de twee tassen de woning in.

08.42

uur

[verdachte] komt weer naar buitenlopen vanuit de woning en loopt weer naar de Peugeot. Hier haalt hij weer twee gevulde Jumbo big shoppers uit en loopt weer terug naar zijn woning en gaat vervolgens ook met deze twee tassen de woning in.

Proces-verbaal van verdenking van [medeverdachte 3] , d.d.d 14 januari 2016, pagina’s, 3 en 4, Map 1, persoonsdossier [medeverdachte 3] .

Ik verbalisant, [verbalisant] , brigadier, senior tactische recherche, werkzaam bij de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche, team 4, verklaar het volgende:

In het opsporingsonderzoek contra de verdachte:

[medeverdachte 3] ,

(..)

bestaat de verdenking dat deze persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als omschreven in artikel 67 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, te weten artikel 10 gelet op artikel 2 van de Opiumwet, in verband met artikel 46 Wetboek van Strafrecht.

(..)

De verdenking blijkt uit het volgende:

[medeverdachte 3] wordt ervan verdacht een strafbare voorbereiding te hebben ondernomen om verdovende middelen behorende bij lijst 1 te bewerken.

Uit het telecommunicatieonderzoek kon worden opgemaakt dat de gebruiker van de GSM met IMEI-nummer [IMEI-nummer] de beschikking had over een grote partij verdovende middelen. Uit het berichtenverkeer kon worden opgemaakt dat een deel van de partij nat was en gedroogd moest worden. Er moest een test gedaan worden. Voor de partij werden kopers gezocht en er hadden reeds bezichtigingen plaats gevonden.

Met toestemming van de officier van justitie werd vervolgens een technisch hulpmiddel ingezet voor het afwijkend gebruik van frequentieruimte. Hierdoor kon worden bepaald dat de GSM met genoemd IMEI-nummer zich hoogst waarschijnlijk in de woning [woonplaats] bevond. Hierop werd besloten de woning, met machtiging van de rechter-commissaris, te doorzoeken op grond van de Opiumwet.

(..)

In de woning waren aanwezig [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . [verdachte] en [medeverdachte 1] bleken de bewoners van de woning.

In de woning werd vervolgens op de begane grond als op de eerste verdieping, in gele big

shoppers, een grote hoeveelheid pakketten met een witte substantie, vermoedelijk cocaïne,

aangetroffen.

Vervolgens verscheen een persoon genaamd [medeverdachte 3] bij de woning, die naar eigen zeggen op bezoek kwam. [medeverdachte 3] had een handtas bij zich met hierin spullen die naar het zich liet aanzien, kennelijk bedoeld waren om verdovende middelen mee te bewerken, zoals twee flesjes met Ethanol, een stanleymesje, latex handschoenen, tape en een PGP GSM.

(..)

Later bleek, na indicatief testen en wegen door de afdeling Specialistische Ondersteuning, team Forensische Opsporing, dat de pakketten uit de big-shoppers, 98 pakketten cocaïne betrof, bij elkaar ruim 108 kilo. In de woonkamer lag op de hoge tafel, een stapel contant geld en een weegschaaltje.

(..)

In de woning werd tevens een geldtelmachine (..) aangetroffen.

Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 17 november 2015, pagina’s 242 en 243, Map 1, Algemeen dossier.

(..)

Omschrijving van de in beslag genomen goederen:

IBN-CODE OMSCHRIJVING GOEDEREN

ElfaM88.3: zwarte schoudertas: Categorie: Anders

ElfaM88.4: 9 paar handschoenen totaal. 1 paar stoffen handschoenen; 8 plastic handschoenen

Categorie: Anders

ElfaM88.5: rol tape. Categorie: Anders

ElfaM88.6.A: 1 flesjes met vloeistof. Categorie: Stoffelijk

ElfaM88.6.B: 1 flesjes met vloeistof. Categorie stoffelijk

Elfa M88.9: gele stanleymes. Categorie: Anders.

(..)

Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 februari 2016, inhoudende de verklaring van verdachte.

(..)

De tassen waarmee ik op de camera sta zijn de tassen die de politie heeft meegenomen.

(..)

Proces-verbaal van bevindingen 3 december 2015, pagina’s 12 t/m 16, Map 1, Persoonsdossier [medeverdachte 3] .

(..)

(P.14)

Foto E: vervolgens sprak ik, verbalisant, [medeverdachte 3] aan en legde hem uit wat het doel van ons onderzoek was. Ik vroeg [medeverdachte 3] de reden van zijn verzoek. [medeverdachte 3] verklaarde dat hij zomaar even langs kwam.

(..)

Het onder 4 tenlastegelegde

Proces-verbaal van doorzoeking en inbeslagneming d.d. 6 november 2015, pagina’s 3 t/m 15 van Map 3, zaaksdossier 3 (pagina 10 en 11).

(..)

Op donderdag 5 november 2015, omstreeks 21.05 uur werd door (..) mij, verbalisant voor een huiszoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [woonplaats] .

(..)

Tijdens de zoeking werd het volgende in beslag genomen: verdovende middelen waaronder vermoedelijk cocaïne en XTC (..) vuurwapens (..)

(..)

[registratienummer] : 3 buisjes met gekleurde vloeistof

1 x rosekleurige vloeistof

2 x geelachtige vloeistof

Categorie: stoffelijk

(..)

[registratienummer] Blauwe zak met daarop 2,5 geschreven, met daarin een onbekend

aantal buisjes met daarin rosekleurige vloeistof

2 x geelachtige capsule

Categorie: stoffelijk

(..)

Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 1 december 2015, pagina’s P5853 t/m P5859 van Map 3, zaaksdossier 3 (pagina 1).

(..)

Het onderzoek vond plaats aan een partij vermoedelijk verdovende middelen die

aan ons ter beschikking werd gesteld door het Beslaghuis van de Landelijke Eenheid

Politie te Driebergen.

Deze deelpartij was door het tactisch recherche team van de Landelijke Eenheid politie

in beslag genomen tijdens een onderzoek ingevolge de Opiumwet op het adres,

[woonplaats] .

(..)

Goednummer : [goednummer]

SIN : AAIIO262NL

Object : Verdovende middelen (xtc)

Land : Nederland

Registratienummer : [registratienummer]

Inhoud : 5 ml per stuk

Bijzonderheden : 3 buisjes 1x rood en 2x gele vloeistof

Goednummer : [goednummer]

SIN : AAIIO263NL

Object : Verdovende middelen (Xtc)

Land : Nederland

Registratienummer : [registratienummer]

Inhoud : 3 ml per stuk

Bijzonderheden : 25 buisjes rode vloeistof

Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 februari 2016 inhoudende de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

(..)

De voorzitter houdt mij voor dat in mijn woning ook MDMA is aangetroffen. Ik verklaar daarop dat dat voor eigen gebruik was. Af en toe gaan wij stappen om te ontsnappen aan de realiteit. Dat is voor het clubje waarmee wij dan op stap gaan.

Het onder 5 tenlastegelegde

Proces-verbaal van doorzoeking en inbeslagneming d.d. 6 november 2015, pagina’s 3 t/m 15 van Map 3, zaaksdossier 2 (pagina’s 9 en10).

(..)

Op donderdag 5 november 2015, omstreeks 21.05 uur werd door (..) mij, verbalisant voor een huiszoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [woonplaats] .

(..)

Tijdens de zoeking werd het volgende in beslag genomen: verdovende middelen waaronder vermoedelijk cocaïne en XTC (..) vuurwapens (..)

(..)

[registratienummer] Minigap kal 8mm K BBM

Made in Italy

Serienummer: [serienummer]

Categorie: wapens

[registratienummer] Patroonhouder met onbekend aantal patronen

Categorie: munitie

(..)

Proces-verbaal onderzoek wapens en munitie d.d. 12 november 2015, pagina’s 16 t/m 21, Map 3, zaaksdossier 2.

(..)

Wapenomschrijving

(..)

Spoor identificatienummer: AAHP6548NL

Beslagnummer: [registratienummer]

(..)

Munitieomschrijving

(..)

Spoor identificatienummer: AAHP6547NL

Beslagnummer: [registratienummer]

(..)

Pistool AAHP6548NL

Het in beslag genomen voorwerp is oorspronkelijk een gas-/alarmpistool geschikt om stoffen door een loop af te schieten. Ik, zag dat de sper uit de loop van het wapen verwijderd was, waardoor er scherpe munitie mee verschoten kan worden.

Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.

(..)

Munitie AAHP6547NL

(..)

7 knalpatronen

(..)

Deze 7 knalpatronen zijn munitie in de zin van artikel 1, onder 4e gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

(..)

Deze munitie is geschikt om te worden afgeschoten met het voornoemde vuurwapen, BBM Mini-Gap.

Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 februari 2016 inhoudende de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

(..)

Dat wapen is van mij. Ik heb dat pistool gekocht ter bescherming van mijn gezin.

(..)

Het onder 6 tenlastegelegde

Proces-verbaal van doorzoeking en inbeslagneming d.d. 6 november 2015, pagina’s 3 t/m 15 van Map 3, zaaksdossier 2 (pagina 7).

(..)

Op donderdag 5 november 2015, omstreeks 21.05 uur werd door (..) mij, verbalisant voor een huiszoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [woonplaats] .

(..)

Tijdens de zoeking werd het volgende in beslag genomen: verdovende middelen waaronder vermoedelijk cocaïne en XTC (..) vuurwapens (..)

(..)

[registratienummer] zwart handwapen veerdrukmechanisme

Categorie: wapens

(..)

Proces-verbaal onderzoek wapens en munitie d.d. 12 november 2015, pagina’s 16 t/m 21, Map 3, zaaksdossier 2.

(..)

Voorwerpomschrijving

(..)

Spoor identificatienummer: AAHP6549NL

Beslagnummer: [registratienummer]

(..)

Balletjespistool AAHP6549NL

Het inbeslaggenomen voorwerp betreft een nabootsing van een pistool, dat voor wat betreft vorm en uiterlijk een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Baretta, model 92FS .

(..)

Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I onder 7e van de Wet wapens en munitie.

Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 februari 2016 inhoudende de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

(..)

De voorzitter houdt mij voor dat er pistool is aangetroffen in het drankenkabinet en een balletjespistool is aangetroffen in mijn woning. Het wapen is van mij en dat andere is van mijn zoon. Dat van mijn zoon is een replica.

(..)