Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:603

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
23-02-2016
Zaaknummer
08/770120-15 en 08/760157-14 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het vasthouden, mishandelen en bedreigen van haar ex-vriend is een 22-jarige vrouw uit Enschede veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Ook moet zij een schadevergoeding betalen van 3000 euro. Als bijzondere voorwaarde legt de rechtbank Overijssel onder andere een behandelverplichting en een contactverbod op. Omdat ze deze feiten in haar proeftijd pleegde, moet zij een eerdere voorwaardelijke jeugddetentie van 4 maanden uitzitten. De vrouw is verminderd toerekeningsvatbaar.

Op 10 juni 2015 is het slachtoffer op uitnodiging van verdachte meegegaan naar haar woning in Enschede. Zij werden daarbij vergezeld door de medeverdachten. Na binnenkomst werd de toegangsdeur tot het perceel door verdachte afgesloten en werden de rolluiken voor de ramen gesloten. In de woning is het slachtoffer door de verdachten geschopt, geslagen en bedreigd en moest hij zich op bevel van één der verdachten geheel uitkleden. Tevoren had het slachtoffer al in zijn broek geplast. Het slachtoffer moest naakt in de kamer blijven zitten en van hem werden naaktfoto’s gemaakt die vervolgens naar andere personen c.q. vrienden van verdachten werden verstuurd. Ook zij werden uitgenodigd te komen deelnemen aan deze mishandeling. Het slachtoffer werd aldus niet alleen fors mishandeld en met de dood bedreigd, hij werd tevens van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden en moest op zeer vernederende wijze in de woning blijven. Verdachte heeft bij deze feiten, die plaatsvonden in haar woning, een actieve en initiërende rol gespeeld.

Bekijk ECLI:NL:RBOVE:2016:605 voor de uitspraak in zaak van medeverdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/770120-15 en 08/760157-14 (tul)

Datum vonnis: 23 februari 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in de PIV te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 september 2015, 25 november 2015 en 9 februari 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Y. Oosterhof en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw mr. A. Kalatozova, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 primair: heeft geprobeerd om, al dan niet in vereniging met een ander of anderen, een persoon met voorbedachten rade van het leven te beroven, dan wel subsidiair heeft geprobeerd om, al dan niet in vereniging met een ander of anderen, die persoon van het leven te beroven, dan wel meer subsidiair al dan niet in vereniging met een ander of anderen, die persoon met voorbedachten rade zwaar dan wel enig lichamelijk letsel heeft toegebracht;

feit 2: al dan niet in vereniging met een ander of anderen een persoon van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden;

feit 3: al dan niet in vereniging met een ander of anderen een persoon heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling;

Voluit luidt de tenlastelegging - na wijziging ter terechtzitting - aan de verdachte, dat:

1.

zij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht in diens gezicht

heeft/hebben geslagen en/of deze in diens kruis heeft/hebben geschopt en/of (nadat die [slachtoffer] door hem, verdachte en/of zijn mededaders was ontkleed) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht tegen diens (achter) hoofd heeft/hebben geslagen en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal zogenaamde lowkicks tegen diens sche(e)n(en) en/of arm(en) en/of elders op/tegen het lichaam heeft/hebben gegeven en/of een zogenaamd knietje tegen diens (linker) kaak en/of elders op/tegen het lichaam heeft/hebben gegeven en/of

die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht op/tegen diens hoofd en/of elders tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

(terwijl die [slachtoffer] op de grond zat/lag) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met zeer veel kracht op/tegen diens hoofd en/of elders tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of deze in diens kruis heeft/hebben geschopt en/of (nadat die [slachtoffer] door hem, verdachte en/of zijn mededaders was ontkleed) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht

tegen diens (achter) hoofd heeft/hebben geslagen en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal zogenaamde lowkicks tegen diens sche(e)n(en) en/of arm(en) en/of elders op/tegen het lichaam heeft/hebben gegeven en/of een zogenaamd knietje tegen diens (linker) kaak en/of elders op/tegen het lichaam heeft/hebben gegeven en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht op/tegen diens hoofd en/of elders tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of (terwijl die [slachtoffer] op de grond zat/lag) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met zeer veel kracht op/tegen diens hoofd en/of elders tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen en/of

geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

zij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm althans enig lichamelijk letsel heeft toegebracht door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal zogenaamde lowkicks tegen diens

sche(e)n(en) en/of arm(en) en/of elders op/tegen het lichaam te geven en/of een zogenaamd knietje tegen diens (linker) kaak en/of elders op/tegen het lichaam te geven en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht op/tegen diens lichaam te slaan en/of te schoppen en/of te trappen en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht tegen diens hoofd en/of arm(en) en/of schouder(s) en/of elders op/tegen diens lichaam te slaan en/of

te schoppen en/of te trappen en/of (terwijl die [slachtoffer] op de grond zat/lag) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met zeer veel kracht op/tegen diens hoofd en/of elders tegen diens lichaam te slaan en/of te schoppen en/of te trappen;

2.

zij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft zij verdachte en/of haar mededader(s) die [slachtoffer] in een woning ( [adres verdachte] ) - onverhoeds en mogelijk verzet brekend- meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht geslagen en/of geschopt

en/of geslagen en/of ( toen die [slachtoffer] aangaf te moeten plassen) tegen die [slachtoffer] gezegd dat deze nergens heen mocht en midden in de woonkamer moest blijven zitten en/of (nadat die [slachtoffer] in zijn broek had geplast) die [slachtoffer] bevolen zich uit te kleden en/of die [slachtoffer] tegen diens wil ontdaan van diens kleding en/of (nadat die [slachtoffer] langdurig door haar en/of haar mededaders was mishandeld) toen die [slachtoffer] zei dat hij ( [slachtoffer] ) weg wilde, die [slachtoffer] opnieuw mishandeld en/of tegen die [slachtoffer] (onder meer) gezegd dat zij een vriend zou(den) bellen en dat die vriend die [slachtoffer] in een kofferbak mee naar Duitsland zou nemen en/of verder zou toetakelen en/of achterlaten, althans woorden van gelijke aard of strekking toegevoegd en/of daarbij die [slachtoffer] verboden die woning te verlaten en/of de voordeur van die woning afgesloten en afgesloten gehouden;

3.

zij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) opzettelijk dreigend onverhoeds en mogelijk verzet brekend- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met (zeer) veel kracht geslagen en/of geschopt en/of geslagen en/of ( toen die [slachtoffer] aangaf te moeten plassen) tegen die [slachtoffer] gezegd dat deze nergens heen mocht en midden in de woonkamer moest blijven zitten en/of (nadat die [slachtoffer] in zijn broek had geplast) die [slachtoffer] bevolen zich uit te kleden en/of die [slachtoffer] tegen diens wil ontdaan van diens kleding en/of (nadat die [slachtoffer] langdurig door haar en/of haar mededaders was mishandeld) een mes, althans een scherp/puntig voorwerp aan die [slachtoffer] getoond en/of (daarbij) gezegd: "Ik ga je doodmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd en/of (toen die [slachtoffer] zei dat hij ( [slachtoffer] ) weg wilde) die [slachtoffer] opnieuw mishandeld en/of (hoorbaar voor die [slachtoffer] ) gezegd nog meer mensen te zullen regelen die hem( [slachtoffer] ) zouden mishandelen en/of daarbij gezegd: " het kan me niks schelen als hij(doelend op die [slachtoffer] ) hier doodgaat" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of tegen die [slachtoffer] (onder meer) gezegd dat zij een vriend zou(den) bellen en dat die vriend die [slachtoffer] in een kofferbak mee naar Duitsland zou nemen en/of

verder zou toetakelen en/of achterlaten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van de door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd en met een proeftijd van twee jaren en met oplegging daarbij van de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering in het rapport van 22 januari 2016 zijn geadviseerd, te weten een meldplicht, een ambulante behandeling, deelnemen aan een begeleid wonen project en een contact- en locatieverbod. De officier van justitie is voorts van mening dat de civiele vordering van [slachtoffer] geheel kan worden toegewezen, terwijl daarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd. De officier van justitie heeft ook gepersisteerd bij haar vordering tot tenuitvoerlegging.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen verklaard kunnen worden. De officier van justitie is van oordeel dat, gelet op de feitelijke gang van zaken, zoals door haar is opgenomen in het schriftelijke requisitoir, sprake is van het medeplegen van poging tot doodslag, het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en het medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld, overeenkomstig de door haar ter terechtzitting voorgedragen en overgelegde pleitnota, dat haar cliënte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde.

Wat betreft feit 2 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Wat betreft feit 3 is de raadsvrouw van oordeel dat vrijspraak dient te volgen.

Met betrekking tot de civiele vordering heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen.

Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Wat betreft feit 1 primair en subsidiair: de opzet om te doden.

Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting blijkt, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende dat verdachte en haar mededader(s) opzet hadden op de dood van aangever [slachtoffer] (hierna [slachtoffer] ). Zo verklaart verdachte dat zij dacht dat [medeverdachte 1] (medeverdachte [medeverdachte 1] ) aangever [slachtoffer] zou gaan slaan, heeft zij gezegd dat “ze niets mochten breken” en heeft ze verklaard dat ze het goed vond dat aangever blauwe plekken zou krijgen, maar dat aangever iets zou breken vond ze te ver gaan. Daaraan doet niet af dat zij volgens aangever [slachtoffer] gezegd zou hebben “het kan me niet schelen als jij hier doodgaat”. Uit de geneeskundige verklaring van drs. M. Evers, forensisch arts, opgemaakt op 1 september 2015 blijkt dat er sprake is van diverse breuken en meerdere oppervlakkige schaafwonden op borst en beide armen. Dat de breuken het gevolg zijn van het handelen van verdachte en haar mededader(s) staat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast nu deze letsels ook ontstaan kunnen zijn door de sprong van aangever vanaf enige hoogte om aan zijn belagers te ontvluchten. Het resterende minder ernstige letsel dat geconstateerd is, is naar het oordeel van de rechtbank te gering om tot een bewezenverklaring van opzet op de dood te komen, terwijl de enkele duur van de strafbare handelingen en de beschrijving daarvan door verdachte ook onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van dat opzet te komen.

Verdachte dient derhalve van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Wat betreft feit 1 meer subsidiair

Nog daargelaten de vraag of onder een gebroken arm, zoals tenlastegelegd, ook een gebroken handwortelbeentje (zoals omschreven in voornoemde geneeskundige verklaring) verstaan kan worden, staat naar het oordeel van de rechtbank niet vast dat aangever [slachtoffer] dit letsel aan zijn hand heeft opgelopen door de handelingen in de woning. Bedoeld letsel kan zeer wel veroorzaakt zijn door de sprong van aangever [slachtoffer] uit het keukenraam, welk keukenraam zich enige meters boven de grond bevond.

Om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander of anderen voornoemde [slachtoffer] heeft mishandeld (het impliciet nog meer tenlastegelegde). Om tot een bewezenverklaring van de voorbedachte rade te komen, dient vast komen te staan dat verdachte tijd heeft gehad om zich te beraden op het te nemen of genomen besluit en niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Verdachte moet de gelegenheid hebben gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van haar voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap hebben gegeven. Of voorbedachte rade bewezen kan worden hangt sterk af van de hiervoor bedoelde gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan alsmede de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van het feit. Daarbij verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling niet toereikend is om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte rade. Dit toetsingskader in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat uit het verhandelde ter terechtzitting en de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen onvoldoende volgt dat verdachte en haar mededader(s) verdachte met voorbedachten rade hebben willen mishandelen.

Wat betreft feit 2 en feit 3

Op grond van de verklaring van aangever [slachtoffer] en de verklaringen van verdachte ter terechtzitting en bij de politie komt de rechtbank tot het wettig en overtuigend bewijs van het onder feit 2 en feit 3 tenlastegelegde.

5.3

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 impliciet nog meer subsidiair, het onder 2 en het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij in de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, aan [slachtoffer] opzettelijk enig lichamelijk letsel heeft toegebracht door die [slachtoffer] meermalen zogenaamde lowkicks tegen diens schenen te geven en een zogenaamd knietje tegen diens kaak te geven en die [slachtoffer] meermalen op/tegen diens lichaam te slaan en te schoppen of te trappen;

2.

zij in de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben zij, verdachte, en haar mededader(s) die [slachtoffer] in een woning ( [adres verdachte] ) meermalen geslagen en geschopt en (toen die [slachtoffer] aangaf te moeten plassen) tegen die [slachtoffer] gezegd dat deze nergens heen mocht en midden in de woonkamer moest blijven zitten en (nadat die [slachtoffer] in zijn broek had geplast) die [slachtoffer] bevolen zich uit te kleden en (nadat die [slachtoffer] langdurig door haar en haar mededader(s) was mishandeld), toen die [slachtoffer] zei dat hij ( [slachtoffer] ) weg wilde, die [slachtoffer] opnieuw mishandeld en die [slachtoffer] verboden die woning te verlaten en de voordeur van die woning afgesloten en afgesloten gehouden;

3.

zij in de nacht van 10 op 11 juni 2015 te Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en haar mededader(s) opzettelijk dreigend een mes aan die [slachtoffer] getoond en gezegd: "Ik ga je doodmaken" en, toen die [slachtoffer] zei dat hij ( [slachtoffer] ) weg wilde, hoorbaar voor die [slachtoffer] gezegd nog meer mensen te zullen regelen die hem ( [slachtoffer] ) zouden mishandelen en gezegd: "het kan me niks schelen als hij (doelend op die [slachtoffer] ) hier doodgaat".

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 impliciet nog meer subsidiair, onder 2 en onder 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 300 (feit 1), 282 (feit 2) en 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 impliciet nog meer subsidiair het misdrijf: medeplegen van mishandeling;

feit 2 het misdrijf: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

feit 3 het misdrijf: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Op 10 juni 2015 is het slachtoffer [slachtoffer] (hierna [slachtoffer] ) op uitnodiging van verdachte (hierna [verdachte] ) meegegaan naar haar woning aan de [adres verdachte] in Enschede. Zij werden daarbij vergezeld door de medeverdachten [medeverdachte 2] (hierna [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 1] (hierna [medeverdachte 1] ). Na binnenkomst werd de toegangsdeur tot het perceel door [verdachte] afgesloten en werden de rolluiken voor de ramen gesloten. In de woning is [slachtoffer] door de verdachten geschopt, geslagen en bedreigd en moest hij zich op bevel van één der verdachten geheel uitkleden. Tevoren had [slachtoffer] al in zijn broek geplast. [slachtoffer] moest naakt in de kamer blijven zitten en van hem werden naaktfoto’s gemaakt die vervolgens naar andere personen c.q. vrienden van verdachten werden verstuurd. Ook zij werden uitgenodigd te komen deelnemen aan deze mishandeling. [slachtoffer] werd aldus niet alleen fors mishandeld en met de dood bedreigd, hij werd tevens van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden en moest op zeer vernederende wijze in de woning blijven. Verdachte heeft bij deze feiten, die plaatsvonden in haar woning, een actieve en initiërende rol gespeeld.

Voldoende aannemelijk is dat [slachtoffer] door het hele gebeuren, inclusief de geuite dreigementen dat hij dood gemaakt zou worden en het horen van meerdere stemmen van personen die waren uitgenodigd om ook deel te nemen aan deze mishandelingen, kennelijk zo in paniek is geraakt en zo doodsbang is geworden, dat hij naakt uit het keukenraam is gesprongen om te ontsnappen en ongeveer vijf meter lager op de grond terecht is gekomen. Het is zeker niet ondenkbaar dat een sprong van dergelijke hoogte fatale gevolgen had kunnen hebben. [slachtoffer] heeft echter in zoverre geluk gehad dat zijn letsel “slechts” bestond uit twee gebroken hielen, een gebroken arm, een gebroken of gekneusde schouder en meerdere schrammen op de rug en borst.

Ondanks twee gebroken hielen heeft [slachtoffer] kunnen vluchten en is hij naar een park gevlucht. Daarna werd hij door een behulpzaam persoon naar het schuurtje behorende bij zijn eigen verblijfplaats gebracht.

De rechtbank rekent verdachte de feiten, de vernederende omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de gevolgen welke het handelen van verdachte en haar mededader(s) voor verdachte heeft gehad zwaar aan. Ongeacht wat er mogelijk aan deze feiten ook vooraf is gegaan, eigenrichting in het algemeen en in de vorm zoals in de onderhavige zaak in het bijzonder is onaanvaardbaar en dient door het opleggen van een forse straf ontmoedigd te worden.

Verdachte is eerder veroordeeld ter zake een geweldsdelict en zij liep nog in een proeftijd.

Omtrent verdachte is op 22 december 2015 gerapporteerd door de psychiater drs. P. Bokŝan en op 25 december 2015 door de klinisch psycholoog/psychotherapeut M. Kemink.

De deskundige Bokŝan verklaart onder meer het volgende.

Gelet op de psychopathologie en verslavingsgevoeligheid acht ondergetekende verdachte in de haar ten laste gelegde mishandeling verminderd toerekeningsvatbaar. De gestoorde impulsregulatie werd nog eens getriggerd door de borderline dynamiek (aantrekken en afstoten) en narcistische krenking die speelt in de verhouding van betrokkene met intimi. Betrokkene heeft op basis van deze problematiek namelijk haar slachtoffer onder druk gezet, bedreigd en geslagen met als doel betrokkene af te straffen.

Tevens dienen hierbij andere factoren in ogenschouw te worden genomen, namelijk: zwart-wit denken als gevolg van de genoemde stoornissen; gebrek aan structuur en betrokkene mist de cognitieve vaardigheden om haar eigen en andermans handelingen in te schatten en ze handelt uit haar impulsiviteit.

Bovengenoemde factoren beïnvloeden elkaar ongunstig en vergroten de kans op recidief.

Voor betrokkene is een behandeling gericht op haar posttraumatische stressstoornis aan te bevelen, bestaande uit EMDR (opmerking: Eye Movement Desensitization and Reprocessing), psycho-educatie, vaardigheidstraining, cognitieve therapie aangepast op haar intelligentieniveau en agressieregulatietraining.

Er is tenslotte toezicht nodig op het middelengebruik van betrokkene en er zijn urinecontroles op haar drugsgebruik noodzakelijk.

Tevens wordt gedacht aan een plaatsing in een beschermde woonvorm waar een 24-uurs behandeling plaats kan vinden, inclusief een toezicht op drugsgebruik door middel van urinecontroles op cannabis.

Gezien het beperkt inzicht van betrokkene en gezien eerdere mislukte behandelingen is het noodzakelijk en haalbaar om deze behandeling aan te bieden in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel en betrokkene hiervoor onder toezicht van de reclassering te stellen en zich te laten houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook waar dit haar deelname aan een ambulante behandeling betreft.

De deskundige Kemink verklaart onder meer het volgende.

Risicoprognose

De kans op herhaling van agressie gericht op een ander en van betrokkene zijn bij inadequate en grensoverschrijdende groepshandelingen tegen een persoon mijns inziens groot. Vanwege haar impulsiviteit, gebrekkige cognities en het zelf opzoeken en in standhouden van relaties met eveneens grensoverschrijdende personen komt zij ondanks haar wantrouwen steevast in ongezonde en risicoverhogende relaties en vriendschappen terecht.

Haar levensgeschiedenis weerspiegelt dat zij weinig lerend vermogen heeft en de diagnostiek onderbouwt dat gegeven. Betrokkene heeft geen zelfreflectie en een zeer beperkt realiteitsbesef over zichzelf, anderen en gebeurtenissen.

Zorgprognose en beïnvloedingsmogelijkheden

De zorgprognose is problematisch en somber te noemen. De levensgeschiedenis laat zien dat de samenwerking met instellingen die haar begeleiden en behandelen steeds moeizamer verloopt en dat betrokkene vanuit wantrouwen zich het liefst zoveel mogelijk aan zorg onttrekt. Betrokkene stond en staat grotendeels onwelwillend tegenover begeleidende instanties die streven naar stabiliteit in haar leven en die haar welzijn voor ogen hebben.

Omdat betrokkene weinig leervermogen heeft is het van belang om haar structurele begeleiding te geven, waardoor anderen met haar samen haar eigen en andermans grenzen bewaken. Een 24-uurs begeleidende woonsetting is hiervoor het meest geschikt.

Beantwoording van de vragen

Betrokkene is zowel lijdend aan een ziekelijke stoornis als aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Betrokkene is een zwakbegaafde vrouw die onveilig is opgegroeid en waarbij scheefgroei is ontstaan in haar persoonlijkheid die niet enkel te verklaren is vanuit haar gebrekkige cognitieve capaciteiten. Betrokkene heeft een persoonlijkheidsstoornis ontwikkeld met paranoïde en borderline kenmerken. Tevens is er sprake van cannabisafhankelijkheid en zijn er vanuit haar kindertijd en evenzeer vanuit haar problematische relaties trauma’s die vallen onder een chronische posttraumatische stressstoornis. Tevens is er sprake van dysthyme stoornis vanaf haar kinderjaren, wat betekent dat betrokkene depressieve perioden kent.

Ik adviseer betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

De rapporten van de deskundigen zijn naar het oordeel van de rechtbank grondig onderbouwd, terwijl de conclusies volgen uit de bevindingen van de deskundigen.

De rechtbank sluit zich aan bij de conclusie dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Zij maakt die conclusie tot de hare, mede gelet op wat de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting omtrent de persoon van verdachte is gebleken.

Omtrent verdachte is op 22 januari 2016 gerapporteerd door mevr. E. Vroegop, reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland. De rechtbank heeft bij de vaststelling van de op te leggen straf ook acht geslagen op de inhoud en het advies van dat rapport.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een straf als na te melden passend en geboden is.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.375,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    smartengeld: € 3.000,--

  • -

    eigen risico ziektekosten: € 375,--.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten, in onderling verband en samenhang beschouwd, rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost smartengeld is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van

€ 3.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft het eigen risico is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd, nu hij ter terechtzitting heeft verklaard dat bedrag niet te hebben betaald. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht mede aansprakelijk is voor de schade die door het gevolg van de feiten zijn toegebracht.

10 De vordering tenuitvoerlegging wat betreft parketnummer 08/760157-14

De rechtbank is van oordeel dat het door de meervoudige kamer van deze rechtbank aan verdachte opgelegde voorwaardelijk deel van de straf van 17 december 2014, te weten een jeugddetentie voor de duur van vier maanden, dient te worden tenuitvoergelegd, aangezien verdachte zich binnen de proeftijd aan nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 27, 47en 57 Sr.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 impliciet nog meer subsidiair en het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 impliciet nog meer subsidiair het misdrijf: medeplegen van mishandeling;

feit 2 het misdrijf: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

feit 3 het misdrijf: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 impliciet nog meer subsidiair, het onder 2 en het onder 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland. Daartoe moet veroordeelde zich op uitnodiging melden bij de reclassering. Hierna moet zij zich gedurende de reclassering bepaalde periode blijven melden zo frequent als de reclassering dat nodig acht;

  • -

    de veroordeelde wordt verplicht om zich in elk geval gedurende de proeftijd of zolang de reclassering dat noodzakelijk acht te laten behandelen voor de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en de persoonlijkheidsstoornis bij een forensische polikliniek ‘Stevig’ te Oostgrum, of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven. De reclassering draagt zorg voor de aanmelding nadat betrokkene is afgestraft en de einddatum van haar detentie bekend is;

  • -

    de veroordeelde wordt verplicht, zodra dat mogelijk is, te verblijven bij Pluryn, Kemnade te Groesbeek;

  • -

    de veroordeelde wordt verboden contact te (laten) leggen met het slachtoffer [slachtoffer] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    de veroordeelde mag zich, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, niet bevinden binnen een straal van 200 meter van perceel [adres] in Enschede;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 3.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 juni 2015 en veroordeelt verdachte, die, evenals haar mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijke bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.000,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 40 dagen zal worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen, en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat, indien en voor zover de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of de Staat der Nederlanden;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] voor een deel van € 375,-- niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 08/760157-14

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 17 december 2014, te weten vier (4) maanden jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. B.W.M. Hendriks en

mr. G. Edelenbos, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2016.

Mr. G. Edelenbos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb een relatie gehad met [slachtoffer] . Op 10 juni 2015 ben ik naar het station in Enschede gegaan waar ik een afspraak had met [medeverdachte 1] die ik [medeverdachte 1] noem. [slachtoffer] was al van huis met mij meegegaan, want hij had de nacht tevoren bij mij thuis geslapen.

Wij kwamen in de stad ook [medeverdachte 2] tegen en met z’n vieren zijn wij die avond naar mijn huis aan de [adres verdachte] gegaan. Ik zou thuis met [slachtoffer] gaan praten, omdat hij niet eerlijk was geweest tegen mij. Toen wij thuis kwamen heb ik de deur op slot gedaan en heb ik de rolluiken voor de ramen gedaan. In de woning is [slachtoffer] door [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en mij mishandeld. Ik ben begonnen door hem meerdere keren hard met mijn platte hand te slaan. Ik had al een wondje in de palm van mijn hand en door die slagen ging dat wondje open en ben ik met slaan gestopt. Ik heb [slachtoffer] ook meerder keren hard in zijn kruis getrapt. Ik ben niet degene geweest die gezegd heeft dat [slachtoffer] niet weg mocht. Op uw vraag wie dat wel zei maak ik gebruik van mijn zwijgrecht. Het is juist dat [slachtoffer] op een gegeven moment in zijn broek had geplast. Er is toen heet water en bier over [slachtoffer] heen gegooid. [medeverdachte 2] heeft het water gepakt en [medeverdachte 1] heeft dat water over [slachtoffer] gegooid. [slachtoffer] is niet door één van ons uitgekleed, maar hij moest dat wel op bevel van [medeverdachte 1] . [slachtoffer] heeft zichzelf toen uitgekleed. Daarna zijn er foto’s van de naakte [slachtoffer] gemaakt. Ik heb die foto’s ook verstuurd, onder andere naar [naam 1] . Ik heb de foto’s niet gemaakt, dat deed [medeverdachte 2] . Het geheel heeft wel een paar uur geduurd. Op een gegeven moment ging de bel. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gingen naar de deur en [slachtoffer] en ik bleven achter in de woonkamer.

[slachtoffer] had tot dat moment nog niets gebroken, ook niet zijn arm. Ik weet dat, omdat [slachtoffer] plotseling op sprong en via het keukenraam naar beneden sprong. Toen hij op het aanrecht klom steunde hij op beide handen en dat had hij niet gekund als hij een gebroken arm had.

U neemt met mij mijn verklaring bij de politie door. Die verklaring is juist. Het is dus juist dat [slachtoffer] gedurende zo’n twee uren klappen en trappen kreeg. Ook blijf ik erbij dat [slachtoffer] alleen in elkaar kroop zodra [medeverdachte 2] hem sloeg en trapte. Dat deed hij niet als [medeverdachte 1] of ik wat deed.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PLO600-2015281937. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Blz. 159-163: het proces-verbaal van aangifte, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :

Ik doe aangifte van zware mishandeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving en

feitelijke aanranding der eerbaarheid. Aan niemand werd het recht noch de toestemming

gegeven om een van genoemde feiten ten opzichte van mij te plegen. Ik kan u hierover

het volgende verklaren.

Ik heb een tijd een relatie gehad met [verdachte] . [verdachte] woont aan de

[adres verdachte] te Enschede. We hebben een tijdje verkering gehad maar dat ging

uiteindelijk niet zo goed. Ik zie [verdachte] desondanks nog wel. Zo ook op 10 juni 2015

ergens in de middag. Ik was op dat moment in de stad met [verdachte] . Ik ben met [verdachte] naar

het station gelopen. Even later zijn we naar het Willem Wilminkplein gelopen en daar kwam op een gegeven moment een grote groep jongens bij ons staan. Een van de jongens in die groep moest ik nog geld betalen en ze werden een beetje vervelend en bedreigend. Ik ben toen naar de woning van [verdachte] gegaan samen met [medeverdachte 2] en ene [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] ken ik niet bij naam. Het is volgens mij een vriend van [medeverdachte 2] .

Eenmaal in de woning aan de [adres verdachte] was het in eerste rustig en hebben we met zijn

vieren muziek geluisterd. Ergens rond de klok van 23.45 uur, het was dus nog woensdag 10 juni 2015, sloeg de sfeer om. Ik hoorde dat de muziek werd uitgezet en ik zag dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] op mij af kwamen lopen. Ik zag en voelde dat ik door hen plotseling vanuit het niets geschopt en geslagen werd. Deze slagen waren onder andere met gebalde vuist op de bovenkant van mijn lichaam. Ik voelde dat de klappen die door [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gegeven werden, pijn bij mij veroorzaakten. Ik werd meerdere keren getrapt en geschopt door genoemde personen. Ik zag dat ik zeer agressief benaderd werd. Ik was enorm bang voor de situatie die was ontstaan. Er werd van alles geroepen. Op een gegeven moment

zag ik dat de kleding die ik aan had door de genoemde personen werden uitgetrokken.

Ik heb geprobeerd dat te voorkomen maar het lukte niet. Ik zag en voelde dat alle kleding die ik aan had van mijn lichaam werd gerukt. Ik kwam hierdoor naakt in de woonkamer te zitten en te liggen. Ik zag dat [medeverdachte 2] en [verdachte] foto's van mij maakten en riepen dat ze dat op internet gingen zetten. Door de hele situatie was ik heel erg bang. Ik zat op een gegeven moment in een hoekje en wilde weg gaan. Ik hoorde dat er geroepen werd dat ik dood gemaakt zou worden als ik weg zou gaan. Ik zag tevens dat een van de aanwezigen een mesje in zijn hand hield. Ik hoorde weer dat ik dood gemaakt zou worden. Ik ben toen rustig in een hoekje blijven zitten en heb afgewacht. Ik was al die tijd helemaal naakt. Ik denk

dat ik ongeveer twee en half uur in het hoekje heb gezeten daar. Ik was al die tijd erg bang. Ik wist niet wat mij te wachten stond. Ik voelde overal op mijn bovenlichaam pijn. Ik denk dat het inmiddels donderdag 11 juni omstreeks 02.45 uur was toen ik merkte dat er druk werd geappt. Een tijdje later hoorde ik de deurbel gaan en zag en hoorde ik dat er een groep jongens de woning binnen kwam. Ik werd toen zo verschrikkelijk bang dat ik besloot om niet langer te wachter. Ik denk dat die jongens er waren om mij verder in elkaar te slaan. Ik ben toen opgestaan en ben splinternaakt door het raam aan de zijkant van de woning naar beneden gesprongen. Dit raam ligt op de tweede woonlaag van de woning aan de [adres verdachte] . Het is zeker enkele meters hoog. Ik was echter zo bang dat het me niet meer kon schelen. Ik ben naar beneden gesprongen en ben op mijn benen terecht gekomen en gevallen. Ik ben toen naakt weggelopen. Ik heb in het schuurtje achter mijn woning geslapen in mijn nakie. De volgende werd ik door een jongen daar gevonden en die heb ik verteld wat er is gebeurd en hij heeft me naar het ziekenhuis gebracht. Daar bleek ik een gebroken schouder, een gebroken arm en twee gebroken benen te hebben. De armen en benen zijn in het gips gezet, de schouder moet gewoon genezen. Ik heb verder schrammen en blauwe plekken op mijn rug en borst.

Blz. 55-60: de verklaring van verdachte (in de vraag/antwoordvorm) (De vragen zijn gesteld door de verbalisant [verbalisant 3] ):

V: Wat gebeurde er toen jullie bij jou thuis binnen waren?

A: We waren met z'n vieren, dus [slachtoffer] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en ik. Ik heb de deur op slot gedaan. Ik heb dat gedaan omdat ik wist dat [slachtoffer] weg zou lopen.

We waren alle vier bij mij in de woonkamer. We lieten [slachtoffer] nog één joint roken en daarna zou ik commentaar geven op [slachtoffer] . Op een gegeven moment liet ik [medeverdachte 2] de muziek uit doen. [medeverdachte 2] trok toen de salontafel met glasplaat tussen mij en [slachtoffer] weg. Daarna heb ik [slachtoffer] aangesproken.

[medeverdachte 1] trok [slachtoffer] van de bank af, maar dat lukte niet. De bank weg meegetrokken en

schoof door de hele kamer. [medeverdachte 2] kwam er toen bij om te helpen [slachtoffer] van de bank af

te trekken. [slachtoffer] moest op de grond gaan zitten omdat ze niet vonden dat hij het recht had op de bank te zitten. De bank is door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] weer op de plek neergezet waar hij stond.

V: Wat gebeurde er toen [slachtoffer] op de grond zat?

A: Ik hoorde dat [medeverdachte 1] tegen [slachtoffer] zei dat hij zich uit moest kleden. Hij zei: "kleed je uit, kleed je uit. Ben je gek om dat tegen [verdachte] te zeggen". Hij had daarvoor al in zijn broek gezeken. [slachtoffer] heeft al zijn kleren uitgetrokken, hij was naakt.

V: En toen?

A: [medeverdachte 2] heeft volgens mij heet water gepakt uit de kraan en [medeverdachte 1] gooide het toen over [slachtoffer] heen. [medeverdachte 2] gaf [slachtoffer] toen een doekje en hij moest zichzelf van [medeverdachte 1] schoonmaken, want hij stonk. Er is water en bier over [slachtoffer] heen gegooid. [medeverdachte 1] had ook nog deodorant op [slachtoffer] gespoten.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gingen daarna weer door met het slaan en schoppen van [slachtoffer] . Dat hebben ze de hele tijd door gedaan.

V: Waar hebben ze [slachtoffer] geschopt en geslagen?

A: Overal. In zijn zij, in zijn rug, tegen zijn hoofd. [medeverdachte 1] heeft twee keer over de keel van [slachtoffer] dichtgeknepen met zijn arm. Dit deed hij zolang totdat [slachtoffer] zei: "ik krijg geen lucht, ik krijg geen lucht". [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] wilden de benen van [slachtoffer] breken.

[medeverdachte 1] wilde [slachtoffer] ook dood hebben. Ik hoorde dat [medeverdachte 1] verschillende keren heeft gezegd tegen [slachtoffer] : "ik maak je dood, ik maak je dood”. Ik heb [slachtoffer] toen ook nog twee klappen gegeven. Uiteindelijk was het een uur of twee 's nachts ofzo. Toen had [slachtoffer] dus al ongeveer 2 uur klappen gehad. We waren iets later dan 00.00 in mijn huis. [medeverdachte 2] zei toen dat er nog een aantal personen zouden komen. [naam 2] zou komen, dat wist ik. [medeverdachte 2] liep op een gegeven moment naar beneden om [naam 2] op te halen van beneden. [naam 2] was samen met zijn buurman alleen gekomen. Het duurde allemaal wat lang en toen is [medeverdachte 1] ook naar beneden gelopen. Ik was toen nog met [slachtoffer] in mijn woonkamer. [slachtoffer] is vervolgens naar de keuken toe gelopen en is uit het raam gesprongen en heel hard weggelopen.

Blz. 5-19: het ambtelijk verslag, inhoudende het relaas van de verbalisant [verbalisant 1] , opgemaakt op 20 augustus 2015:

DIGITAAL ONDERZOEK IN BESLAG GENOMEN TELEFOON

Samsung Galaxy aangetroffen bij verdachte [medeverdachte 2] . De bij verdachte [medeverdachte 2] aangetroffen telefoon betrof een Samsung Galaxy GT-I9300 met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

Deze telefoon is digitaal veiliggesteld waarna verbalisant [verbalisant 2] hier onderzoek in heeft verricht. Tijdens dit onderzoek trof zij een negental foto's aan van een naakte gekleurde jongen. Deze foto’s waren gemaakt met deze telefoon op woensdag 10 juni 2015 tussen 23.46.59 uur en 23.47.19 uur (tijdstip van telefoon). Tevens was er te zien dat er diverse WhatsApp gesprekken hebben plaatsgevonden. Hierbij werd door [medeverdachte 2] mensen gevraagd om langs te komen. Hierbij werd tevens een foto meegezonden van de donker gekleurde jongen welke op de grond zit. Verder was er te zien dat [medeverdachte 2] op donderdag 11 juni 2015 te 11.23.41 uur WhatsApp berichten heeft verzonden naar een persoon genaamd [naam 3] met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Hierbij stuurde [medeverdachte 2] een foto van een donker gekleurde jongen naar [naam 3] .

In het gesprek met [naam 3] zijn 4 ingesproken berichten naar [naam 3] verstuurd vanaf de telefoon van verdachte [medeverdachte 2] .

Deze gesprekken zijn woordelijk uitgewerkt en hieronder weergegeven:

Opname 1: he ik ben helemaal naar de tering man. lk heb alles naar de kloten, ik heb mijn vuist naar de kloten, ik heb mijn voeten naar de kloten erg jongen. We hebben em in huis uit laten kleden, hij zat zelfs te pissen over van de angst hij zat te pissen net zo over lage. Maar ik spreek je nog wel.

Opname 2: gewoon possie klappen geven en dan ga je er vanzelf wel aan kapot.

Opname 3: he hij was vreemd gegaan plus hij zat nog meer dingen en hij heeft eentje flink in gevaar gebracht dus die hebben gisterne eventjes zijn oortjes laten wassen."

Opname 4: we hebben lopen spelen we hebben hartstikke lekker lopen spelen. We hebben hem gewoon rustig laten lijden, steeds een stukje stukje stukje voor stukje en hij zat maar steeds de eerst paar klappen te incasseren jongen die waren me hard jongen.