Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:595

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-02-2016
Datum publicatie
22-02-2016
Zaaknummer
C/08/182207 / KG ZA 16-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schorsing onderdeel geheimhoudingsbeding – statutair bestuurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/505
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer : C/08/182207 / KG ZA 16-40

Vonnis in kort geding van 5 februari 2016

in de zaak van

besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie, hierna te noemen [X] ,

advocaat: mr. H. Scheper te Almelo,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRANDEX NEDERLAND B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Borne,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie, hierna te noemen Brandex,

advocaat: mr. H.P. Plas te Enschede.

1 De procedure

In conventie en in reconventie

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding inclusief producties,

- de bij brief van 4 februari 2016 toegezonden producties zijdens Brandex,

- de bij brief van 4 februari 2016 aangekondigde eis in reconventie zijdens Brandex,

- de bij brief van 5 februari 2016 toegezonden producties zijdens Brandex,

- de akte wijziging van eis zijdens [X] ,

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van [X] ,

- de pleitnota van Brandex.

1.2.

Gelet op de belangen aan de zijde van [X] is zonder nadere motivering van de voorzieningenrechter reeds op 5 februari 2016 mondeling op het door partijen gevorderde beslist in conventie en in reconventie.

1.3.

De feiten, standpunten van partijen en de motivering van de voorzieningenrechter volgen hieronder.

2 De feiten

In conventie en in reconventie

2.1.

[X] was (statutair) bestuurder en is aandeelhouder (49%) van Brandex.

2.2.

Bestuurder en mede aandeelhouder (51%) van Brandex is Gildevijf Invest B.V.

2.3.

[X] heeft per e-mail van 29 juni 2015 de managementovereenkomst opgezegd. Krachtens artikel 6 lid 1 van de managementovereenkomst dient [X] een opzegtermijn van twaalf maanden in acht te nemen, derhalve tot 1 juli 2016. Voorts is, voor zover hier van belang, in de managementovereenkomst de navolgende bepaling opgenomen:

Artikel 7. Geheimhouding

1. [X] is verplicht, zowel gedurende de looptijd van deze overeenkomst als na beëindiging daarvan, strikte geheimhouding te betrachten over alle aangelegenheden van Brandex Nederland B.V., haar aandeelhouders en de door

Brandex Nederland B.V. gedreven onderneming(en).

Alle correspondentie, stukken, tekeningen, berekeningen en/of andere zaken, met inbegrip van kopieën daarvan, die betrekking hebben op Brandex Nederland B.v. en/of de door Brandex Nederland B.V. gedreven onderneming(en), welke [X] onder zich heeft of krijgt, zijn en blijven eigendom van Brandex Nederland B.V. en worden bij beëindiging van deze overeenkomst onmiddellijk door [X] aan Brandex Nederland B.V. ter hand gesteld.

2. (…)

3. Als [X] of [X in persoon] in strijd handelt met het in artikel

7 leden 1 en 2 bepaalde, is [X] een onmiddellijk opeisbare, niet voor verrekening en/of matiging vatbare, boete verschuldigd van € 25.000,00 per overtreding, en van € 100,00 voor elke dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van Brandex Nederland B.V. om volledige schadevergoeding te vorderen.”

2.4.

Krachtens de tussen partijen gesloten aandeelhoudersovereenkomst is [X] verplicht haar aandelen bij beëindiging van de managementovereenkomst aan te bieden aan Gildevijf Invest, gelijk Gildevijf verplicht is de aandelen af te nemen. Partijen hebben in dat kader gezamenlijk een deskundige, de heer P. Hoiting van Sman Business Value, gevestigd te Amsterdam, aangewezen aan wie de opdracht is verstrekt om tot een waardebepaling van de aandelen te komen.

2.5.

Partijen hebben overleg gevoerd over voortijdige beëindiging van de managementovereenkomst. Bij e-mailbericht van 15 september 2015 heeft de voormalig raadsman van Brandex [X] vrijgesteld van werkzaamheden.

2.6.

Partijen hebben geen overeenstemming weten te bereiken. Brandex heeft zich bij

e-mailbericht van 23 oktober 2015 via haar voormalig raadsman op het standpunt gesteld dat [X] de managementovereenkomst op 29 juni 2015 per direct heeft beëindigd. Voorts heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de managementvergoeding die vanaf datum opzegging tot en met de maand september 2015 is uitgekeerd, onverschuldigd betaald zou zijn en zij heeft de facturen managementvergoeding en de verschuldigde sociale lasten vanaf 1 oktober 2015 onbetaald gelaten.

2.7.

[X] is tijdens de aandeelhoudersvergadering van 26 januari 2016 als (statutair) bestuurder ontslagen.

2.8.

Bij brief van 1 februari 2016 heeft Brandex [X] gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 36.844,00 uit hoofde van onverschuldigd betaalde winstdeling alsmede contractuele boete inzake schending geheimhoudingsbeding. Voorts stelt Brandex zich op het standpunt dat de managementovereenkomst per 29 juni 2015 is opgezegd, althans ontbindt dan wel beëindigd zij de managementovereenkomst per 1 februari 2016 op grond van tekortschieten van [X] jegens Brandex. Brandex sommeert [X] bovendien met een beroep op hiervoor geciteerde artikel 7 van de managementovereenkomst om zaken van Brandex aan Brandex ter hand te stellen, binnen één week na dagtekening van de brief (derhalve voor 8 februari 2016), waaronder ook alle documenten (waaronder correspondentie, tekeningen, en overige administratie) en al dan niet digitale gegevensdragers.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[X] vordert dat de voorzieningenrechter - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - de werking van het geheimhoudingsbeding, zoals vervat in artikel 7 van de managementovereenkomst van 10 juni 2011, meer in het bijzonder artikel 7 lid 1 tweede volzin van de managementovereenkomst alsmede de boetebepaling van artikel 7 lid 3 van de managementovereenkomst schorst, en geschorst te houden, totdat tussen partijen alle geschillen zijn beëindigd door middel van een schriftelijke verklaring tussen partijen, dan wel geschillen zijn beslecht door een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen moment, althans een zodanige beslissing die de rechtbank in deze rechtens juist en billijk acht, met veroordeling van Brandex in de kosten van de procedure.

3.2.

Brandex voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vorderingen in conventie.

In reconventie

3.3.

Brandex vordert dat de voorzieningenrechter – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – [X] zal veroordelen alle correspondentie, stukken, tekeningen, berekeningen en/of zaken, met inbegrip van kopieën daarvan, die betrekking hebben op Brandex en/of de door Brandex gedreven onderneming(en), welke [X] :

- onder zich heeft aan Brandex af te geven binnen 48 uur na het wijzen van het vonnis;

- onder zich krijgt aan Brandex af te geven binnen 48 uur nadat zij deze onder zich heeft gekregen;

Op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [X] in de kosten dit geding, zowel in conventie als in reconventie.

3.4.

[X] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen in reconventie.

In conventie en in reconventie

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie en in reconventie

4.1.

Het vereiste spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vorderingen en het daaromtrent door [X] respectievelijk Brandex gestelde, aanwezig.

4.2.

Kern van het geschil tussen partijen, althans in dit geding, is het antwoord op de vraag hoever de strekking van artikel 7 van de managementovereenkomst rijkt. Brandex heeft [X] bij brief van 1 februari 2016 gesommeerd alle stukken, meer specifiek alle correspondentie, tekeningen, berekeningen en/of zaken van Brandex aan Brandex af te geven en wel voor 8 februari 2016 en wel op straffe van verbeurte van een direct opeisbare boete van € 25.000,00. [X] stelt dat dit ondoenlijk is om op zo’n korte termijn alle stukken over te leggen en bovendien stelt zij dat zij vreest in haar belangen te worden geschaad wanneer zij alle administratie aan Brandex dient te overleggen. Meer specifiek stelt [X] dat Brandex aantijgingen jegens [X] heeft gemaakt over vermeend wangedrag dan wel overtredingen van de managementovereenkomst aan de zijde van [X] , welke aantijgingen onjuist zijn en [X] wenst zich op die aantijgingen te kunnen verdedigen en heeft daarvoor onder andere zijn administratie nodig.

4.3.

Brandex stelt zich daarentegen op het standpunt dat [X] gelet op het bepaalde in artikel 7 van de managementovereenkomst gehouden is alle stukken, correspondentie, tekeningen en berekeningen en/of zaken van Brandex aan Brandex af te geven. De vrees van [X] dat zij in haar verdediging geschaad zal worden door afgifte van haar administratie kan geen argument zijn om niet tot afgifte over te gaan. Bovendien is Brandex bereid om, nadat [X] kenbaar heeft gemaakt welke stukken zij precies in haar bezit heeft, in overleg met [X] kopieën aan [X] te verstrekken teneinde haar verdediging te waarborgen. Brandex heeft echter op dit moment helemaal geen zicht op welke stukken [X] precies heeft en wenst daarin duidelijkheid te verkrijgen. Voorts wenst Brandex inzicht te krijgen in enige correspondentie met betrekking tot de ontwikkeling van een app door studenten van de Universiteit Twente, waar Brandex belang bij had en waar [X in persoon] samen met een medewerker van Brandex voor Brandex het voortouw in heeft genomen. Nu blijkt echter dat [X in persoon] de medewerker van Brandex op een gegeven moment heeft gepasseerd en de verdere communicatie met de studenten alleen heeft gedaan. En ook de ontwikkeling van de app is buiten het beeld van Brandex geschied en naar nu blijkt ondergebracht in een nieuwe vennootschap waar [X in persoon] in participeert.

4.4.

De voorzieningenrechter overweegt dat ter mondelinge behandeling is gebleken dat [X] over een aanzienlijk dossier beschikt, al dan niet op digitale gegevensdragers beschikbaar. Om Brandex tegemoet te komen en inzicht te geven in welke stukken [X] precies onder zich heeft is ter mondelinge behandeling tussen partijen overeengekomen dat [X] binnen een week na de mondelinge behandeling alle stukken van Brandex digitaal aan Brandex worden verstrekt. Aangezien [X] de stukken zelf ook behoud is haar belang om zich te verweren in eventueel door Brandex te entameren bodemprocedure(s) daarmee voorlopig gewaarborgd. Dit biedt Brandex evenwel ook de mogelijkheid haar standpunten nader te preciseren, nu de vorderingen in reconventie zoals deze thans zijn ingesteld te ruim zijn geformuleerd en daardoor niet toewijsbaar, nu gelet op de gevorderde boete een executiegeschil zeer voor de hand zou liggen. Nu afgifte door [X] is toegezegd is toewijzing onder oplegging van een dwangsom evenmin nodig.

4.5.

Gelet op het hiervoor overwogene is de voorzieningenrechter voorts van oordeel dat, gelet op de geschilpunten die nog tussen partijen bestaan, alsmede de deskundige die nog bezig is om de aandelen te waarderen, [X] vooralsnog belang heeft om in ieder geval een groot deel van de administratie van Brandex onder zich te houden. De voorzieningenrechter schorst om die redenen, voor de duur van een maand, het bepaalde in artikel 7 lid 1 tweede volzin van de managementovereenkomst, alsmede het boetebeding dat daarop betrekking heeft als bepaald in artikel 7 lid 3 van de managementovereenkomst.

4.6.

Brandex zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld, zowel in conventie als in reconventie.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

5.1.

schorst de werking van het geheimhoudingsbeding, zoals vervat in

artikel 7 lid 1 tweede volzin van de managementovereenkomst van 10 juni 2011, alsmede

de daarop betrekking hebbende boetebepaling van artikel 7 lid 3 van de managementovereenkomst, en geschorst te houden voor de duur van één maand na de datum van de mondelinge uitspraak op 5 februari 2016,

In reconventie

5.2.

wijst af de vorderingen,

In conventie en in reconventie

5.3.

veroordeelt Brandex in de proceskosten, aan de zijde van [X] tot op heden begroot op € 619,- aan verschotten en € 816,- aan salaris advocaat in conventie, en in reconventie begroot op nihil,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen op 18 februari 2016 te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2016.