Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:5380

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-10-2016
Datum publicatie
06-07-2017
Zaaknummer
186559 / FT-RK 636/16
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek wsnp. Schulden niet te goeder trouw en onvoldoende aannemelijk dat verplichtingen zullen worden nagekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team toezicht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: 186559 / FT-RK 636/16

datum vonnis: 11 oktober 2016

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

verder te noemen: [verzoeker] .

Het procesverloop

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.

Op 26 september 2016 is een brief met bijlagen van Beschermingsbewind Oost Nederland B.V., beschermingsbewindvoerder, ontvangen.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 4 oktober 2016. Ter zitting is [verzoeker] verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling

De feiten

[verzoeker] ontvangt een Wajong-uitkering van € 979,84 per maand. Hij woont samen met zijn vriendin.

De totale schuldenlast van [verzoeker] bedraagt volgens het verzoekschrift € 10.269,93, waaronder de volgende schulden:

  • -

    Gemeente Enschede, € 1.295,00, ontstaan in 2013,

  • -

    CJIB, € 1.892,20, ontstaan in 2013,

  • -

    KPN, € 1.584,83, ontstaan in 2014, en

  • -

    Fit for Free, € 497,79, ontstaan in 2013.

Uit het uittreksel van de Justitiële Documentatie blijkt onder andere dat [verzoeker] in 2014 is veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 1.500,00 wegens door hem gepleegde diefstal in Duitsland. In 2015 is [verzoeker] veroordeeld wegens heling in 2014 en in 2016 is [verzoeker] veroordeeld wegens kentekenplaatdiefstal.

Ook is [verzoeker] gedagvaard voor twee verkeersdelicten. De uitkomst van deze strafzaken is nog niet bekend.

Uit de brief van de beschermingsbewindvoerder blijkt dat het beschermingsbewind zeer moeizaam verloopt. Uit veiligheidsoverwegingen is er namens de beschermingsbewindvoerder niemand ter zitting verschenen. [verzoeker] heeft een verstandelijke beperking en forse gedragsproblematiek. De beschermingsbewindvoerder is van mening dat de vriendin van [verzoeker] bij zou moeten dragen in de betaling van de vaste lasten, omdat er een groot tekort zal ontstaan in het budgetplan als gevolg van de samenwoning.

De toelichting van [verzoeker]

Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat hij samenwoont en dat zijn vriendin aan hem de kosten van de huishouding betaalt en dat dit geld niet naar de beschermingsbewindvoerder gaat. Zijn vriendin ontvangt ook een Wajong-uitkering. [verzoeker] heeft op zijn 18e à 19e gedurende anderhalf jaar op straat geleefd. Hij huurde een kamer, maar had de huur niet betaald omdat hij tijdens kerst niet zonder geld ging zitten. Volgens [verzoeker] was dat aan de ene kant wel slecht. [verzoeker] denkt dat die schuld nu is afbetaald. De schuld aan de gemeente Enschede is volgens [verzoeker] betaald door inhouding van zijn vakantiegeld. [verzoeker] weet niet of de boete van € 1.500,00 wegens diefstal in Duitsland betaald is. De schuld aan Fit for Free is ontstaan, omdat [verzoeker] het abonnement had moeten afzeggen maar het heeft laten zitten omdat hij op straat stond. Desgevraagd heeft [verzoeker] verklaard dat de beschermingsbewindvoerder wil dat de vriendin van [verzoeker] mee gaat betalen aan de kosten van de huishouding. Als zijn vriendin mee moet betalen, dan kan hij zijn dieren, waaronder een papagaai, niet naar de dokter brengen, aldus [verzoeker] . [verzoeker] mag nu geen contact meer van de beschermingsbewindvoerder zoeken. Hij heeft al twee keer een andere beschermingsbewindvoerder gehad. [verzoeker] heeft verklaard dat de beschermingsbewindvoerder niet door hem heen moet praten, omdat hij anders zijn stem gaat verheffen en rustig moet worden.

De overwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat [verzoeker] ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. De rechtbank doelt daarbij met name op de schulden aan het CJIB en de Duitse geldboete van € 1.500,00. De rechtbank overweegt daarover het navolgende.

De schuld aan het CJIB en de geldboete van € 1.500,00 wegens in Duitsland gepleegde diefstal zijn het gevolg van door [verzoeker] gepleegde strafbare feiten. Deze schulden dienen naar hun aard als niet te goeder trouw te worden aangemerkt. Reeds hierom komt het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking.

Daarnaast is gebleken dat [verzoeker] zijn vriendin niet laat meebetalen aan de kosten van de gezamenlijke huishouding. Als gevolg hiervan komt er (te) weinig geld binnen bij de beschermingsbewindvoerder om alle vaste lasten en het weekgeld te betalen. Nu [verzoeker] er bewust voor heeft gekozen de Wajong-uitkering van zijn vriendin volledig buiten het beschermingsbewind te houden met alle financiële gevolgen van dien, kan niet geoordeeld worden dat [verzoeker] zich heeft ingespannen zijn financiële situatie op orde te brengen. Dit leidt er naar het oordeel van de rechtbank ook toe dat niet aannemelijk is dat [verzoeker] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen. De rechtbank baseert zich hierbij ook op de recente strafrechtelijke veroordelingen, de openstaande strafzaken en de houding en handelwijze van [verzoeker] ten opzichte van het beschermingsbewind. Het beschermingsbewind verloopt zeer moeizaam als gevolg van het gedrag van [verzoeker] . Nu de gedragsproblemen ertoe hebben geleid dat het beschermingsbewind niet goed kan worden uitgevoerd, acht de rechtbank de slagingskans van een schuldsaneringsregeling zeer gering. Eerst zal er sprake moeten zijn van een stabiele situatie op zowel financieel- als persoonlijk gebied. Hiervoor lijkt adequate begeleiding op beide gebieden geboden.

Gelet op het vorenstaande zal het verzoek worden afgewezen op grond van artikel 288 lid 1, aanhef en onder b en c Faillissementswet (Fw).

De beslissing:

de rechtbank:

wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. M.L.J. Koopmans, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.