Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:5317

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-11-2016
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
191313 FT RK 1141/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek dwangakkoord. Weigeraar maakt 52 % uit van de totale schuldenlast en prognose-voorstel zal niet worden gehaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer: 191313 FT RK 1141/16

datum vonnis: 21 november 2016

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

verder ook te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: gemeente Deventer,

tegen

De naamloze vennootschap Delta Lloyd N.V.

gevestigd te Amsterdam,

verder ook te noemen: Delta Lloyd,

verweerder,

Het procesverloop

[verzoeker] heeft bij verzoekschriften van 12 september 2016 verzocht de wettelijke schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren en heeft tevens een verzoek gedaan om een dwangakkoord vast te stellen (verzoek ex artikel 287a Faillissementswet).

Het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord is behandeld ter terechtzitting van

14 november 2016. Ter zitting zijn [verzoeker] , mevrouw [A] , partner van [verzoeker] , de heer [B] van de gemeente Deventer, en de heren [C] , [D] en [E] voor Delta Lloyd verschenen. Verder is er niemand verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

De feiten

[verzoeker] heeft op of omstreeks 14 oktober 2015 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Dit aanbod houdt – samengevat weergegeven – het navolgende in: aan de (concurrente) schuldeisers is een (prognose)voorstel gedaan tot betaling van 32,06 % van hun vorderingen op een termijn van drie jaren tegen verlening door de schuldeisers van finale kwijting. Er is geen sprake van preferente crediteuren. Delta Lloyd heeft niet ingestemd met het voorstel. [verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om Delta Lloyd te bevelen in stemmen met de aangeboden schuldregeling.

De totale schuldenlast bedraagt € 53.041,55. De schuld aan Delta Lloyd bedraagt € 27.920,31. [verzoeker] ontvangt een WW-uitkering. [verzoeker] is samenwonend met [A] .

Delta Lloyd heeft schriftelijk medegedeeld slechts akkoord te gaan met het prognosevoorstel als wordt gegarandeerd dat het percentage van 32,06 % minimaal wordt uitgekeerd. Delta Lloyd heeft van [verzoeker] vernomen dat [verzoeker] door het UWV geen sollicitatieplicht is opgelegd. Delta Lloyd heeft daarop geconcludeerd dat [verzoeker] geen inspanningen verricht om betaalde arbeid te verwerven om zodoende meer inkomen te genereren. Delta Lloyd geeft dientengevolge de voorkeur aan een wettelijk schuldsaneringstraject, nu tijdens een dergelijk traject toezicht wordt gehouden op nakoming van de inspanningsplicht.

De behandeling ter zitting:

Delta Lloyd heeft verklaard dat de prognose niet kan worden waargemaakt, omdat de WW-uitkering van [verzoeker] op afzienbare termijn eindigt en [verzoeker] geen inspanningen verricht om betaald werk te verwerven. Volgens Delta Lloyd heeft [verzoeker] onder andere verklaard dat solliciteren voor hem geen zin heeft. Delta Lloyd geeft de voorkeur aan een wettelijk schuldsaneringstraject, omdat in een wettelijke schuldsaneringsregeling een andere norm wordt gehanteerd voor eventuele vrijstelling van de sollicitatieplicht. Delta Lloyd heeft erop gewezen dat er in een wettelijk traject een medische verklaring moet worden aangeleverd, waaruit de arbeidsongeschiktheid blijkt, om voor vrijstelling van de sollicitatieplicht in aanmerking te komen en dat, indien de vrijstelling niet wordt verleend, er minimaal vier keer per maand moet worden gesolliciteerd en dat dit wordt gecontroleerd door de bewindvoerder. Delta Lloyd vraagt zich af of de andere schuldeisers akkoord waren gegaan met het prognosevoorstel als ze alle omstandigheden hadden gekend.

[verzoeker] heeft verklaard dat hij tot september 2017 een WW-uitkering ontvangt en dat hij daarna een beroep zal moeten doen op een PW-uitkering. Volgens [verzoeker] ontvangt [A] thans een Wia-uitkering van 50 % en een WW-uitkering van 50 %. [verzoeker] heeft verklaard dat de WW-uitkering van [verzoeker] ook eindigt in september 2017.

De gemeente Deventer heeft verklaard dat [verzoeker] in april 2017 60 jaar wordt en dat [verzoeker] door het UWV ‘onofficieel’ is vrijgesteld van de sollicitatieplicht. De gemeente Deventer heeft verklaard dat er in het minnelijk traject tot op heden € 4.400,-- is gespaard en dat er van de WW-uitkering van [verzoeker] nog tien maanden kan worden gespaard. De gemeente Deventer heeft aangevoerd dat, indien [verzoeker] ook tijdens een wettelijk schuldsaneringstraject geen betaalde arbeid verwerft, het spaarsaldo uit het minnelijk traject zal worden opgesoupeerd door het salaris van de bewindvoerder. In een minnelijk traject zal in die situatie een hoger bedrag voor de schuldeisers resteren.

De overwegingen van de rechtbank

In artikel 287a lid 5 Faillissementswet is bepaald dat de rechtbank een verzoek tot het opleggen van instemming met een schuldregeling toewijst, indien de schuldeiser die weigert in redelijkheid niet tot weigering van de instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat de schuldeiser heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

De rechtbank oordeelt als volgt. Vast staat dat de schuldeiser die weigert in te stemmen met het aangeboden met het prognosevoorstel, Delta Lloyd, een financieel belang vertegenwoordigt van € 27.920,31, zodat Delta Lloyd ruim 52 % van de totale schuldenomvang vertegenwoordigt. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat het prognosevoorstel van 32,06 % naar alle waarschijnlijkheid, bij lange na, niet zal worden gehaald, nu [verzoeker] , ervan uit gaande dat [verzoeker] geen betaalde arbeid verwerft, over tien maanden zal terugvallen op een PW-uitkering. Nu de WW-uitkering van [A] over tien maanden eveneens eindigt, zullen [verzoeker] en [A] vanaf september 2017 een inkomen op bijstandsniveau ontvangen en zal er geen sprake meer zijn van spaarcapaciteit. De kans dat [verzoeker] tijdens een minnelijk traject betaalde arbeid verwerft, is naar het oordeel van de rechtbank zeer gering, nu [verzoeker] , voor zover bekend, niet solliciteert en dit in een minnelijk traject hoogstwaarschijnlijk niet van hem zal worden verlangd.

De rechtbank is op grond van vorenstaande van oordeel dat Delta Lloyd in redelijkheid tot de weigering van de instemming met het prognosevoorstel heeft kunnen komen.

Het verzoek van [verzoeker] om Delta Lloyd te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal dan ook worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek ex artikel 287a Faillissementswet af;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.