Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:5115

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-12-2016
Datum publicatie
23-12-2016
Zaaknummer
08.952386.14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee broers uit Kampen moeten 15 en 24 maanden de cel in wegens drugsbezit en witwassen. De 39-jarige broer krijgt een celstraf van 15 maanden opgelegd, de broer van 37 moet 24 maanden naar de gevangenis.

De 37-jarige broer heeft zich gedurende vijf jaren schuldig gemaakt aan het gewoontewitwassen van geld en goederen voor een totaalbedrag van € 386.936,20. Hierbij werd onder meer gebruik gemaakt van een witwasconstructie die gepaard ging met het op grote schaal plegen van valsheid in geschrift met zijn bedrijf.

Van de drie andere verdachten is één man vrijgesproken en zijn twee mannen veroordeeld tot taakstraffen van 180 en 240 uur. Zij werkten mee in de witwasconstructie met hun bedrijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.952386.14 (P)

Datum vonnis: 23 december 2016

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte A] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 28 november 2016 en 12 december 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.A. de Boer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: al dan niet samen met anderen heeft gehandeld in hennep en hennep aanwezig heeft gehad;

feit 2: heeft gehandeld in MDMA en cocaïne, dan wel MDMA en cocaïne aanwezig heeft gehad;

feit 3: al dan niet samen met anderen valsheid in geschrift heeft gepleegd;

feit 4: al dan niet samen met anderen goederen en geldbedragen heeft witgewassen.

Voluit luidt de tenlastelegging, na wijziging ter terechtzitting conform artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), aan de verdachte, dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot en met 20 januari 2015 in de gemeente Kampen en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/althans alleen

* (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram hennep en/of een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, en/of

* op 20 januari 2015 in perceel [adres 1] te [woonplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad 216 gram hennep en/of 83.53 gram hasjiesj (pv pag. 1204-1208),

zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (terwijl dit gepleegde feit (telkens) (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel); (parketnummer 08/952386-14 * zaaksdossier 1)

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 20 januari 2015 in de gemeente Kampen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- 18, althans een of meer xtc pil(len), althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine, en/of

- ( ongeveer) 19.95 gram, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine en/of cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (parketnummer 08/952386-14 * zaaksdossier 4)

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 3 Opiumwet

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2012 in de gemeente Kampen en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een factuur van verdachte [verdachte A] aan (de opdrachtgever) [bedrijf 1] , te weten

* een factuur nr. 2010004 (pag. 6617), bedrag: euro 3.700,--, en/of

* een factuur nr. 2010006 (pag. 6620), bedrag: euro 2.958,75, en/of

* een factuur nr. 2010008 (pag. 6623), bedrag: euro 2.385,--, en/of

* een factuur nr. 2010026 (pag. 6625), bedrag: euro 2.823,75, en/of

* een factuur nr. 2010028 (pag. 6628), bedrag: euro 3.199,95, en/of

* een factuur nr. 2010044 (pag. 6631), bedrag: euro 3.403,80, en/of

* een factuur nr. 2010046 (pag. 6634), bedrag: euro 3.153,--, en/of

* een factuur nr. 2010048 (pag. 6637), bedrag: euro 1.366,80, en/of

* een factuur nr. 2010072 (pag. 6639), bedrag: euro 5.080,--, en/of

* een factuur nr. 2010074 (pag. 9165), bedrag: euro 2.118,50, en/of

* een factuur nr. 2010076 (pag. 9175), bedrag: euro 1.775,--, en/of

* een factuur nr. 2010088 (pag. 9181), bedrag: euro 2.706,25, en/of

* een factuur nr. 2010090 (pag. 6837), bedrag: euro 2.712,50, en/of

* een factuur nr. 2010092 (pag. 9188), bedrag: euro 2.380,--, en/of

* een factuur nr. 2010100 (pag. 9196), bedrag: euro 2.287,50, en/of

* een factuur nr. 2010102 (pag. 6838), bedrag: euro 2.304,--, en/of

* een factuur nr. 2010104 (pag. 6762), bedrag: euro 990,--, en/of

* een factuur nr. 2010108 (pag. 6861), bedrag: euro 2.400,--, en/of

* een factuur nr. 2010110 (pag. 6791), bedrag: euro 1.500,--, en/of

* een factuur nr. 2010112 (pag. 6793), bedrag: euro 1.000,--, en/of

* een factuur nr. 2011128 (pag. 9203), bedrag: euro 1.062,50, en/of

* een factuur nr. 2011130 (pag. 9216), bedrag: euro 1.400,--, en/of

* een factuur nr. 2011132 (pag. 9217), bedrag: euro 1.582,35, en/of

* een factuur nr. 2011134 (pag. 6795), bedrag: euro 1.692,90, en/of

* een factuur nr. 2011136 (pag. 6863), bedrag: euro 1.400,--, en/of

* een factuur nr. 2011138 (pag. 6797), bedrag: euro 1.500,--, en/of

* een factuur nr. 2011140 (pag. 9223), bedrag: euro 1.762,50, en/of

* een factuur nr. 2011142 (pag. 9228), bedrag: euro 1.180,20, en/of

* een factuur nr. 2011144 (pag. 6798), bedrag: euro 1.549,30, en/of

* een factuur nr. 2011146 (pag. 9204), bedrag: euro 1.230,--, en/of

* een factuur nr. 2011148 (pag. 9205), bedrag: euro 1.480,--, en/of

* een factuur nr. 2011150 (pag. 9233), bedrag: euro 1.476,--, en/of

* een factuur nr. 2011152 (pag. 9242), bedrag: euro 1.460,--, en/of

* een factuur nr. 2011154 (pag. 7488-6), bedrag: euro 1.162,50, en/of

* een factuur nr. 2011156 (pag. 9234), bedrag: euro 1.336,50, en/of

* een factuur nr. 2011158 (pag. 6839), bedrag: euro 1.400,--, en/of

* een factuur nr. 2011160 (pag. 6802), bedrag: euro 1.400,--, en/of

* een factuur nr. 2011162 (pag. 6803), bedrag: euro 1.120,--, en/of

* een factuur nr. 2011168 (pag. 6885), bedrag: euro 1.586,50, en/of

* een factuur nr. 2011170 (pag. 7544-6), bedrag: euro 1.350,--, en/of

* een factuur nr. 2011172 (pag. 9244), bedrag: euro 1.500,--, en/of

* een factuur nr. 2011174 (pag. 7550-6), bedrag: euro 1.350,--, en/of

* een factuur nr. 2011176 (pag. 7555-6), bedrag: euro 1.425,--, en/of

* een factuur nr. 2011178 (pag. 9250), bedrag: euro 1.590,--, en/of

* een factuur nr. 2011180 (pag. 9254), bedrag: euro 1.300,--, en/of

* een factuur nr. 2011182 (pag. 7561-6), bedrag: euro 1.050,--, en/of

* een factuur nr. 2011184 (pag. 9261), bedrag: euro 1.800,--, en/of

* een factuur nr. 2012002 (pag. 6895), bedrag: euro 1.200,--, en/of

* een factuur nr. 2012004 (pag. 6896), bedrag: euro 1.200,--, en/of

* een factuur nr. 2012006 (pag. 7534-6), bedrag: euro 1.425,--, en/of

* een factuur nr. 2012008 (pag. 7535-6), bedrag: euro 1.200,--, en/of

* een factuur nr. 2012010 (pag. 9265), bedrag: euro 2.500,--, en/of

* een factuur nr. 2012012 (pag. 9266), bedrag: euro 2.500,--, en/of

* een factuur nr. 2012016 (pag. 6804), bedrag: euro 2.500

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen opmaken of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid in/op die factu(u)r(en) vermeld/gesuggereerd dat verdachte [verdachte A] voor die [bedrijf 1] werkzaamheden zou hebben verricht en/of die werkzaamheden in rekening zou hebben gebracht, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

(telkens) van die valse en/of vervalste factu(u)r(en) gebruik gemaakt, als ware die/dat geschrift(en) echt en/of onvervalst, en welk gebruik maken (telkens) bestond uit:

- het verzenden/factureren van die (valse/vervalste) factu(u)r(en) aan die [bedrijf 1] , en/of

- het opnemen van die (valse/vervalste) factu(u)r(en) in de eigen administratie,

- het verstrekken van die (valse/vervalste) factu(u)r(en) en/of gegevens uit die (valse/vervalste) factu(u)r(en) aan [bedrijf 2] voor het doen opmaken van de jaarrekening/jaarrapportage over de jaren 2010, 2011 en 2012 en/of ter verwerking in de grootboekrekeningen en/of het doen van belastingaangiften over de jaren 2010, 2011 en 2012.

en/of

(telkens) die valse en/of vervalste factu(u)r(en) voorhanden gehad, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die/dat factu(u)r(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het/zij echt en onvervalst;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 20 januari 2015 in de gemeente Kampen, en/althans (elders) in Nederland en/of in Duitsland en/of in Griekenland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen

meerdere malen in genoemde periode (telkens) een of meer geldbedrag(en) en/of (luxe) goed(eren) te weten:

- een of meer geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van euro 103.100,--, althans een (aanzienlijk) geldbedrag, welk bedrag in totaal contant is gestort op bankrekening [rekeningnummer 1] (zie tabel pv pag. 6023), en/of

- een of meer geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van euro 12.850,--, althans een geldbedrag, welk bedrag in totaal contant is gestort op bankrekening [rekeningnummer 2] (zie tabel pag. 6023), en/of

- ( een) geldbedrag(en) tot een totaal van euro 6.000,--, althans een geldbedrag, welk bedrag in totaal contant is gestort op bankrekening [rekeningnummer 3] (zie tabel pv pag. 6023), en/of

- een geldbedrag van euro 2.500,--, althans een geldbedrag, welk geldbedrag contant is gestort op een Duitse bankrekening,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, en/of van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) was/waren en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of

- een of meer (luxe) goed(eren) (zie tabel "mutaties" pv pag. 6024-6027) met een totale waarde van euro 106.177,06, althans een (aanzienlijk) geldbedrag, en/of

- een personenauto, merk BMW, (aangeschaft op 7 november 2011 door middel van een contante betaling van euro 41.000,--) (zie pv pag 6444 e.v.), en/of

- ( een) appartement(en) op Kreta (aangeschaft door middel van een of meer contante (aan)betaling(en) tot een totaal bedrag van euro 38.500,--) (zie nr. 514 en pv pag. 6460 e.v.),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren), gebruik heeft gemaakt, en/of

van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) en/of goed(eren) was/waren en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren) voorhanden had(den), en/of

- een totaalbedrag van euro 106.276,85 althans euro 100.916,05, althans een (aanzienlijk) geldbedrag, welk(e) geldbedrag(en) in totaal giraal is/zijn overgemaakt op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] (overgeboekt door/namens de firma [bedrijf 1] en (telkens) op basis van gefingeerde rekeningen, zie tabel pv pagina 7569-6 tot en met 7572-6),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, en/of van die/dat bovenomschreven geldbedrag(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) was/waren en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden had(den),

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dan wel (telkens) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit het opmaken en/of gebruik maken van valse geschriften en/of de teelt/handel in verdovende middelen en/of uit enig(e) ander(e) misdrijf/ven,

en verdachte (tezamen met zijn mededader(s)) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt; (parketnummer 08/952386-14 * zaakdossier 6)

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Starfrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht

De rechtbank constateert dat de steller van de tenlastelegging kennelijk heeft bedoeld mede het strafbaar gestelde in artikel 225, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ten laste te leggen. De rechtbank begrijpt de tenlastelegging daarom aldus dat onder 3 na de woorden "valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen opmaken of vervalsen" tevens moet worden gelezen de woorden "en/of voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die/dat factu(u)r(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het/zij echt en onvervalst en/of (telkens) van die valse en/of vervalste factu(u)r(en) gebruik heeft/hebben gemaakt, als ware(n) die/dat geschrift(en) echt en/of onvervalst;" De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Verweer strekkende tot partiële nietigheid van de dagvaarding

De raadsman van verdachte heeft ter zake van het onder 1, eerste asterisk, tenlastegelegde primair betoogd dat de dagvaarding nietig is, omdat het daar ten laste gelegde onvoldoende duidelijk is omschreven.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de inhoud van het dossier, waaronder processen-verbaal van observaties, voldoende duidelijk worden afgeleid waarop de verdenking betrekking heeft en is de tenlastelegging voldoende feitelijk. De verdediging kon dan ook begrijpen waartegen zij zich moest verdedigen. De dagvaarding voldoet op dit punt aan de eisen die artikel 261 Sv stelt en is daarom geldig. Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook overigens geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak.

Verweer strekkende tot partiële niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging

De raadsman heeft ter zake van het onder 3 ten laste gelegde primair betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, voor zover het voorhanden hebben van facturen is tenlastegelegd, nu dit materieel gezien identiek is aan het eveneens ten laste gelegde gebruiken van valse stukken door ze in de administratie op te nemen. Daardoor is sprake van dubbele vervolging, aldus de raadsman.

De rechtbank constateert dat onder 3 sprake is van een cumulatief/alternatieve tenlastelegging, waarbij aan de rechtbank wordt voorgelegd om te toetsen of één dan wel meerdere alternatieven al dan niet kan/kunnen worden bewezenverklaard. Het toetsen daarvan kan als resultaat hebben dat de regeling met betrekking tot eendaadse samenloop van toepassing is. Deze wijze van tenlastelegging kan echter nimmer leiden tot de vaststelling dat sprake is van een dubbele vervolging, zoals door de raadsman wordt betoogd.

Dit verweer wordt derhalve verworpen.

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie ook overigens ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling

4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde - voor zover het gaat om het aanwezig hebben van respectievelijk hennep en MDMA en cocaïne - en voor het onder 3 en 4 ten laste gelegde.

De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijspraak bepleit, voor zover het de handel betreft. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover het aanwezig hebben van hennep, MDMA en cocaïne ten laste is gelegd.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman primair vrijspraak bepleit. Subsidiair, indien de rechtbank bewezen acht dat er tegenover de facturen geen werk heeft gestaan, heeft de raadsman bepleit dat enkele onderdelen van het ten laste gelegde niet kunnen worden bewezen en/of dat sprake is van samenloop bij enkele onderdelen van de tenlastelegging.

De raadsman heeft ook voor het onder 4 ten laste gelegde vrijspraak bepleit en subsidiair betoogd dat sprake is van samenloop bij enkele onderdelen van de tenlastelegging.

4.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank 1

Met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor het oordeel dat verdachte in de tenlastegelegde periode - kortgezegd - heeft gehandeld in drugs. De rechtbank zal verdachte in zoverre van het onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijspreken.

Uit de stukken in het dossier leidt de rechtbank af dat op 20 januari 2015 een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning van verdachte aan de [adres 1] te [woonplaats]2, waarbij verschillende op drugs gelijkende materialen in beslag zijn genomen.3 Uit nader onderzoek naar deze materialen is gebleken dat het 216 gram hennep en 83,53 gram hasjiesj4 (feit 1) alsmede 18 pillen bevattende MDMA en 19,95 gram cocaïne5 (feit 2) betrof. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze drugs op 20 januari 2015 aanwezig heeft gehad, zoals onder 1 en 2 ten laste is gelegd.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

Inleiding

Verdachte wordt, voor zover hier van belang, ervan verdacht dat hij - via zijn eenmanszaak - aan [bedrijf 1] . (hierna: [bedrijf 1] .) geldbedragen heeft gefactureerd voor werkzaamheden die in werkelijkheid nooit zijn verricht. Daarin is volgens het Openbaar Ministerie de valsheid van de facturen gelegen. Door de gefactureerde bedragen giraal door [bedrijf 1] te laten betalen zouden in werkelijkheid opbrengsten van verdachte uit misdrijven worden witgewassen.

Verdachte heeft zich bij zijn politieverhoor en ter terechtzitting van 28 november 2016 beroepen op zijn zwijgrecht, ook op de vraag of hij de gefactureerde werkzaamheden heeft verricht. Namens verdachte is, kortgezegd, aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte deze werkzaamheden niet heeft verricht.

Ten tijde van het tenlastegelegde stond verdachte ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met een eenmanszaak onder zijn eigen naam ( [verdachte A] ).6 In de administratie van verdachte zijn de in de tenlastelegging opgenomen facturen aangetroffen, waarop telkens ten name van [verdachte A] een geldbedrag voor werkzaamheden is gefactureerd aan [bedrijf 1] .7 Hoewel de naam op de facturen niet geheel overeenkomt met die van verdachte, stelt de rechtbank op grond van het telkens op de facturen vermelde adres vast dat de facturen op naam van de eenmanszaak van verdachte zijn opgemaakt. Uit bankmutaties blijkt voorts dat de gefactureerde bedragen telkens door [bedrijf 1] zijn voldaan.8 Blijkens een uittreksel van de Kamer van Koophandel was medeverdachte [medeverdachte] ten tijde van het tenlastegelegde middels [bedrijf 1] zelfstandig bevoegd directrice van [bedrijf 1] .9 Zij heeft bovendien bij haar politieverhoor verklaard dat zij verantwoordelijk was voor de administratie van dit bedrijf.10

Bij de beoordeling van de tenlastelegging is de centrale vraag of op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte geen werkzaamheden heeft verricht bij de op de facturen vermelde locaties c.q. bouwprojecten. Het dossier bevat daaromtrent verschillende processen-verbaal van bevindingen waarin het onderzoek naar de tenlastegelegde facturen wordt beschreven. Blijkens deze stukken zijn bij het politieonderzoek de (hoofd)aannemers of opdrachtgevers van de projecten waarvoor is gefactureerd benaderd. Ook zijn de inbeslaggenomen administraties van [verdachte A] en [bedrijf 1] met elkaar vergeleken. Het onderzoek heeft zich daarbij in het bijzonder gericht op zogenoemde mandagenlijsten (ook wel: manurenlijsten of weekstaten) waarop door de werkgever wordt vermeld welke werknemer(s) op een bepaald project in een bepaalde week werkzaam is/zijn geweest en voor hoeveel uren er is gewerkt. De stelling van het Openbaar Ministerie is dat, wanneer verdachte niet op deze mandagenlijsten staat, hij kennelijk niet heeft gewerkt in de betreffende periode. Daarnaast zijn in voorkomende gevallen enkele andere onderzoeksbevindingen gerelateerd.

De rechtbank heeft de onderzoeksbevindingen met betrekking tot iedere factuur afzonderlijk beoordeeld, maar zal de facturen in het navolgende zoveel mogelijk gezamenlijk bespreken. De rechtbank overweegt als volgt.

Gedeeltelijke vrijspraak van enkele facturen

De rechtbank is - gelet op het beperkte onderzoek dat in een aantal gevallen kon worden verricht en/of hetgeen door de verdediging is aangevoerd - voor een deel van deze facturen van oordeel dat op grond van de daarop betrekking hebbende stukken in het dossier niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de gefactureerde werkzaamheden niet zijn verricht. Daarom kan van deze facturen niet worden vastgesteld dat ze vals zijn, zodat verdachte in deze gevallen zal worden vrijgesproken. Het betreft de volgende facturen:

factuur nr. 2011152, bedrag: euro 1.460,--,

factuur nr. 2011172, bedrag: euro 1.500,--,

factuur nr. 2011174, bedrag: euro 1.350,--,

factuur nr. 2011176, bedrag: euro 1.425,--,

factuur nr. 2011178, bedrag: euro 1.590,--,

factuur nr. 2011180, bedrag: euro 1.300,--,

factuur nr. 2011182, bedrag: euro 1.050,--,

factuur nr. 2011184, bedrag: euro 1.800,--,

factuur nr. 2012008 (pag. 7535-6), bedrag: euro 1.200,--,

factuur nr. 2012010 (pag. 9265), bedrag: euro 2.500,--,

factuur nr. 2012012 (pag. 9266), bedrag: euro 2.500,--.

Overweging met betrekking tot de resterende facturen

Van de resterende facturen zal de rechtbank eerst een tweetal afzonderlijk bespreken en vervolgens de overige facturen gezamenlijk.

Met betrekking tot de factuur met factuurnummer 201010411 overweegt de rechtbank als volgt. Dit betreft een factuur ten name van [verdachte A] , gericht aan [bedrijf 1] Deze bedraagt € 990,- en heeft blijkens haar inhoud betrekking op werkzaamheden die zouden zijn verricht in week 43 (van 2010) voor project [naam 1] . Uit het proces-verbaal van bevindingen12 dat op deze factuur betrekking heeft, blijkt dat de firma [bedrijf 4] de constructeur van dit project was. Door verbalisant [verbalisant] is contact gezocht met dit bedrijf. Daaruit is gebleken dat in 2010 enkel de firma [bedrijf 3] werkzaamheden op deze bouwlocatie heeft verricht. Vervolgens is contact opgenomen met de projectleider van de firma [bedrijf 3] , [naam 4] Deze heeft kopieën verstrekt van facturen van [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] , waaruit blijkt dat [bedrijf 1] in verschillende weken in 2010 voor [bedrijf 3] heeft gewerkt, maar niet in week 43. Reeds gelet daarop kunnen de op de factuur met nr. 2010104 vermelde werkzaamheden niet door verdachte zijn verricht. De rechtbank stelt dan ook vast dat deze factuur vals is. Ten overvloede zij nog vermeld dat in de weken waarin [bedrijf 1] wél voor de firma [bedrijf 3] heeft gewerkt, de naam van verdachte niet op de mandagenlijsten is vermeld.

Met betrekking tot de factuur met factuurnummer 201116813 overweegt de rechtbank als volgt. Ook dit betreft een factuur ten name van [verdachte A] , gericht aan [bedrijf 1] Deze bedraagt € 1586,50 en heeft blijkens haar inhoud betrekking op werkzaamheden die zouden zijn verricht in week 37 van 2011 bij de [naam 5] . Deze werkzaamheden zouden blijkens de factuur bestaan hebben uit het verlijmen van L150 83,5 m2. Uit het proces-verbaal van bevindingen14 dat op deze factuur betrekking heeft, blijkt dat [naam 6] de hoofdaannemer van het project was. Verbalisant [verbalisant] heeft contact opgenomen met de projectleider, [naam 7] . Uit de verkregen informatie blijkt dat [verdachte A] noch [bedrijf 1] bij [naam 6] bekend waren. Wel heeft metselbedrijf [bedrijf 5] in week 37 van 2011 gewerkt op voornoemd project. Vervolgens heeft verbalisant [verbalisant] contact opgenomen met de heer [naam 8] , werkzaam bij [bedrijf 6] , van welk bedrijf [bedrijf 7] tot aan de datum van faillissement deel uitmaakte. Uit de verkregen informatie blijkt dat [bedrijf 1] in week 37 werkzaamheden heeft verricht voor [bedrijf 7] , maar dat de naam van verdachte niet op de werknemerslijst voorkomt. De factuur die [bedrijf 1] aan [bedrijf 7] heeft gestuurd is in het dossier opgenomen en bedraagt € 1756,70.15 Verdachte heeft daarvan volgens de factuur met nr. 2011168 voor € 1586,70 gewerkt. Dat zou betekenen dat er slechts voor € 170,- aan overige werkzaamheden c.q. gemaakte kosten is gefactureerd door [bedrijf 1] Op de mandagenlijst (van zowel [bedrijf 7] als [bedrijf 1] ) betreffende deze week zijn twee werknemers vermeld, die gezamenlijk voor 60 uren hebben gewerkt.16 Naar het oordeel van de rechtbank is het niet mogelijk dat deze 60 uren zijn gewerkt voor in totaal € 170,-. Daar komt nog bij dat [bedrijf 1] in totaal voor 74m2 Lijmwerk L 150 factureert aan [bedrijf 7] , terwijl verdachte voor diezelfde week een groter oppervlak (van 83,5 m2) declareert bij [bedrijf 1] Gelet op deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat ook hier de op de factuur vermelde werkzaamheden niet kunnen zijn verricht en dat deze factuur daarom vals is.

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat de facturen met factuurnummers 2010104 en 2011168 vals zijn in die zin dat de daarop door verdachte gefactureerde werkzaamheden niet zijn verricht, gelet op de onderliggende administratie en verklaring(en) van betrokkenen.

De rechtbank stelt voorts vast dat bij de overige - hiervoor nog niet besproken - tenlastegelegde facturen telkens de daarop gedeclareerde - gespecificeerde - werkzaamheden voor een of meer weeknummers op de betreffende bouwprojecten blijkens de over die facturen opgemaakte processen-verbaal niet corresponderen met de onderliggende administratie zoals deze uit het dossier naar voren komt. Verdachte komt bijvoorbeeld in een groot aantal gevallen niet op de mandagenlijsten voor in weken waarin volgens de facturen werkzaamheden zouden zijn verricht. Dit betreft de navolgende facturen:

factuur nr. 2010004, bedrag: euro 3.700,--, en17

factuur nr. 2010006, bedrag: euro 2.958,75, en18

factuur nr. 2010008, bedrag: euro 2.385,--, en19

factuur nr. 2010026, bedrag: euro 2.823,75, en20

factuur nr. 2010028, bedrag: euro 3.199,95, en21

factuur nr. 2010044, bedrag: euro 3.403,80, en22

factuur nr. 2010046, bedrag: euro 3.153,--, en23

factuur nr. 2010048, bedrag: euro 1.366,80, en24

factuur nr. 2010072, bedrag: euro 5.080,--, en25

factuur nr. 2010074, bedrag: euro 2.118,50, en26

factuur nr. 2010076, bedrag: euro 1.775,--, en27

factuur nr. 2010088, bedrag: euro 2.706,25, en28

factuur nr. 2010090, bedrag: euro 2.712,50, en29

factuur nr. 2010092, bedrag: euro 2.380,--, en30

factuur nr. 2010100, bedrag: euro 2.287,50, en31

factuur nr. 2010102, bedrag: euro 2.304,--, en32

factuur nr. 2010108, bedrag: euro 2.400,--, en33

factuur nr. 2010110, bedrag: euro 1.500,--, en34

factuur nr. 2010112, bedrag: euro 1.000,--, en35

factuur nr. 2011128, bedrag: euro 1.062,50, en36

factuur nr. 2011130, bedrag: euro 1.400,--, en37

factuur nr. 2011132, bedrag: euro 1.582,35, en38

factuur nr. 2011134, bedrag: euro 1.692,90, en39

factuur nr. 2011136, bedrag: euro 1.400,--, en40

factuur nr. 2011138, bedrag: euro 1.500,--, en41

factuur nr. 2011140, bedrag: euro 1.762,50, en42

factuur nr. 2011142, bedrag: euro 1.180,20, en43

factuur nr. 2011144, bedrag: euro 1.549,30, en44

factuur nr. 2011146, bedrag: euro 1.230,--, en45

factuur nr. 2011148, bedrag: euro 1.480,--, en46

factuur nr. 2011150, bedrag: euro 1.476,--, en47

factuur nr. 2011154, bedrag: euro 1.162,50, en48

factuur nr. 2011156, bedrag: euro 1.336,50, en49

factuur nr. 2011158, bedrag: euro 1.400,--, en50

factuur nr. 2011160, bedrag: euro 1.400,--, en51

factuur nr. 2011162, bedrag: euro 1.120,--, en52

factuur nr. 2011170, bedrag: euro 1.350,--, en53

factuur nr. 2012002, bedrag: euro 1.200,--, en54

factuur nr. 2012004, bedrag: euro 1.200,--, en55

factuur nr. 2012006, bedrag: euro 1.425,--, en56

factuur nr. 2012016, bedrag: euro 2.50057.

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat binnen de tenlastegelegde periode een tweetal facturen ten name van verdachte, gericht aan [bedrijf 1] , vals zijn en dat ten aanzien van de overige hierboven genoemde facturen de onderzochte onderliggende administratie niet met de inhoud van deze facturen blijkt te corresponderen. Deze omstandigheid, in het licht bezien van de reeds vastgestelde onomstotelijke valsheid van een tweetal facturen, die lijkt te corresponderen met de modus operandi (zoals het identieke briefpapier, layout, onderliggende administratie etc.) inzake het grote aantal hiervoor genoemde facturen, acht de rechtbank zodanig redengevend voor het bewijs dat het op de weg van verdachte had gelegen hiervoor een redelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring te geven. (vgl. NJ2010/457, NJ2012,369, NJ2016/286). Nu verdachte een dergelijke verklaring niet heeft gegeven, acht de rechtbank, gelet op het hiervoor overwogene, bewezen dat ook deze facturen vals zijn.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld door wie deze valse facturen valselijk zijn opgemaakt, zodat verdachte in zoverre van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

Aangezien de facturen zijn aangetroffen in de administratie van verdachte en hij daarvoor bovendien betaald heeft gekregen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte deze valse facturen voorhanden heeft gehad en daarvan gebruik heeft gemaakt door deze op te nemen in de eigen administratie en door deze te verstrekken aan [bedrijf 2] voor het doen opmaken van - onder meer - de jaarrekening/jaarrapportage over de jaren 2010, 2011 en 2012.58 Nu verdachte geen werkzaamheden voor de betreffende bouwprojecten heeft verricht wist hij uiteraard dat het valse facturen betroffen.

Medeplegen

De rechtbank overweegt dat verdachte over de verwerking van deze facturen afspraken met medeverdachte [medeverdachte] moet hebben gemaakt. Zonder onderlinge afspraken valt immers niet in te zien waarom [bedrijf 1] deze valse facturen zou accepteren en zou betalen. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben middels die afspraken en de uitvoering daarvan ieder een wezenlijke bijdrage geleverd aan het voorhanden hebben en gebruik maken van deze facturen, zodanig dat naar het oordeel van de rechtbank het niet anders kan zijn geweest dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] . De rechtbank acht derhalve bewezen dat sprake is van medeplegen van dit feit.

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde

Verdachte wordt verweten dat hij zich in de periode van 1 januari 2010 tot en met

20 januari 2015 heeft schuldig gemaakt aan het (mede)plegen van gewoontewitwassen, dan wel aan het (mede)plegen van witwassen. De tenlastelegging is middels acht gedachtestreepjes toegespitst op contante geldbedragen en op goederen die met geld zouden zijn aangeschaft dat uit misdrijf afkomstig is. De rechtbank zal eerst nader ingaan op hetgeen onder de gedachtestreepjes is vermeld.

Het verwerven en voorhanden hebben van de tenlastegelegde geldbedragen en goederen.

De rechtbank stelt met betrekking tot de contante stortingen van respectievelijk € 103.100,--, € 12.850,--, € 6.000,-- en € 2.500,-- op bankrekeningen van verdachte (eerste t/m vierde gedachtestreepje) vast dat verdachte deze geldbedragen59 heeft verworven en voorhanden heeft gehad.

Met betrekking tot de contant aangeschafte goederen (vijfde gedachtestreepje) met een totale waarde van € 106.177,06 overweegt de rechtbank als volgt. Een overzicht van deze aankopen, gebaseerd op kassabonnen en andere bescheiden die in de woning van verdachte zijn aangetroffen, is in het dossier weergegeven.60 In dit overzicht zijn ook kosten opgenomen voor het gebruik van cocaïne en GHB over twee jaren. Het gaat daarbij om een bedrag van (2x € 20.000,- + 2x € 3.000,- =) € 46.000,-. De rechtbank constateert dat deze bedragen zijn gebaseerd op een aangetroffen schriftelijk stuk met daarop kennelijk door verdachte gemaakte berekeningen omtrent verwachte kosten voor drugsgebruik. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond daarvan echter niet zonder meer worden vastgesteld dat deze hoeveelheden drugs daadwerkelijk door verdachte zijn aangeschaft. De rechtbank stelt vast dat verdachte de overige goederen, ter waarde van in totaal € 60,177,06 heeft verworven en voorhanden heeft gehad.

Met betrekking tot een personenauto, merk BMW (zesde gedachtestreepje), is door de verdediging aangevoerd dat deze is aangeschaft met geld dat is verkregen uit de verkoop van onroerend goed. Ter onderbouwing van die stelling zijn door de raadsman bankafschriften van verdachte overgelegd, waaruit blijkt dat verdachte op 31 augustus 2011 een geldbedrag op zijn rekening gestort heeft gekregen waaruit de personenauto kon worden betaald. Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op deze stukken, niet worden uitgesloten dat verdachte over voldoende legale inkomsten kon beschikken om de auto aan te schaffen.

Met betrekking tot een appartement op Kreta61 (zevende gedachtestreepje) constateert de rechtbank dat een gedeelte van het aankoopbedrag kennelijk giraal is betaald. De rechtbank stelt op grond van de verklaring van de verkoper, getuige [getuige] ,62 vast dat daarnaast tweemaal een contant geldbedrag van (tenminste) € 12.000,- is betaald. De rechtbank heeft geen reden om aan deze verklaring te twijfelen en zal daarom uitgaan van een totaal bedrag van € 24.000,-

Met betrekking tot de giraal overgeboekte geldbedragen door [bedrijf 1] (achtste gedachtestreepje) overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank heeft ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde bewezen geacht dat meerdere facturen ten name van verdachte, gericht aan [bedrijf 1] , vals zijn, omdat op de facturen vermelde werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht. Verdachte wordt onder 4 verweten dat hij de op grond van deze facturen overgemaakte geldbedragen heeft witgewassen. De rechtbank overweegt dat het daarbij zou moeten gaan om geldbedragen zonder direct verklaarbare herkomst.

Dat betekent in de eerste plaats ten aanzien van de facturen waarvan de valsheid onder 3 niet bewezen is geacht, dat het ervoor moet worden gehouden dat er wél een verklaarbare herkomst van de daarmee gemoeide geldbedragen is, zodat het totaalbedrag van deze facturen door de rechtbank niet zal worden meegenomen.

In de tweede plaats geldt voor een gedeelte van de facturen waarvan de valsheid wél bewezen is geacht, dat het gefactureerde bedrag betrekking heeft op meerdere werkweken. In enkele van deze gevallen is niet voor alle weken de onderliggende administratie beschikbaar in het strafdossier. De rechtbank zal in deze gevallen niet van het volledige factuurbedrag uitgaan, maar slechts van dat deel waarvan is komen vast te staan dat verdachte de vermelde werkzaamheden niet heeft verricht.

De rechtbank komt op basis van deze uitgangspunten tot de vaststelling dat verdachte voor een bedrag van € 73.026,90 aan girale betalingen heeft ontvangen op grond van gefactureerde bedragen waar geen werkzaamheden tegenover stonden. De rechtbank stelt vast dat verdachte dit geldbedrag voorhanden heeft gehad en heeft verworven. Nu dit bedrag zonder duidelijke reden door [bedrijf 1] is betaald, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat deze facturen en betalingen in werkelijkheid werden gebruikt om contant geld van verdachte om te wisselen in giraal geld.

Vermoeden van witwassen

In het voorgaande heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte binnen de tenlastegelegde periode een totaalbedrag van € 281.653,96 heeft verworven en voorhanden heeft gehad, waarvoor niet direct een verklaring kan worden gegeven. Uit onderzoek naar de financiële situatie van - de eenmanszaak van - verdachte is gebleken dat verdachte op grond van zijn inkomsten een bedrag van € 16.625,- beschikbaar had voor het doen van uitgaven.63 Voor het overige deel moet er dus een andere (onbekende) inkomstenbron zijn geweest.

Op 20 januari 2015 heeft een doorzoeking in de woning van verdachte plaatsgevonden, waarbij onder meer een hoeveelheid hennep, xtc en cocaïne (feiten 1 en 2), 20 mobiele telefoons en een geldbedrag van € 22.875,- aan contant geld is aangetroffen.64 Verdachte is daarnaast samen met zijn broer (tevens verdachte in het politieonderzoek) eigenaar van drie garageboxen aan de [adres 2] . Deze garageboxen zijn op 20 januari 2015 doorzocht en daarbij zijn verschillende goederen aangetroffen die bij de hennepteelt plegen te worden gebruikt.65 Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat met de handel in (soft)drugs grote hoeveelheden contant geld worden gegenereerd.

Gelet op bovengenoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat de goederen en geldbedragen die verdachte heeft verworven en voorhanden heeft gehad (met uitzondering van de personenauto, merk BMW, zoals hiervoor is overwogen) uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat derhalve van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Het ontbreken van een verklaring van verdachte en de conclusie van het voorgaande.

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte geen verklaring heeft gegeven voor de herkomst van deze geldbedragen en goederen, het ervoor moet worden gehouden dat het niet anders kan zijn dan dat deze onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit ook wist.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van deze goederen en geldbedragen. Gelet op de ruime periode waarin dit plaatsvond en op de hoogte van de daarmee gemoeide geldbedragen acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Medeplegen

De rechtbank heeft ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde overwogen dat verdachte over de aan [bedrijf 1] gerichte valse facturen afspraken moet hebben gemaakt, omdat niet valt in te zien waarom medeverdachte [medeverdachte] deze anders zou betalen. Ook heeft de rechtbank overwogen dat het niet anders kan zijn dan dat deze facturen en betalingen in werkelijkheid werden gebruikt om contant geld van verdachte om te wisselen in giraal geld. De rechtbank heeft ten slotte geconcludeerd dat dit geldbedragen betroffen die van misdrijf afkomstig zijn.

Volgens vaste jurisprudentie is voor een bewezenverklaring van medeplegen niet nodig dat een medepleger (alle) uitvoeringshandelingen verricht, noch dat hij op de hoogte is van alle details van de criminele activiteiten. De deelnemers moeten zich er wel van bewust zijn dat zij samenwerken en moeten weten waarop die samenwerking is gericht, oftewel welk doel zij gezamenlijk trachten te verwezenlijken. Bovendien moet de bijdrage van elke verdachte aan het strafbare feit van voldoende gewicht zijn. Rekening kan daarbij worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling en het belang van de rol van de verdachte.

Verdachte had zelf een wezenlijke rol bij het witwassen aangezien hij degene was die de van misdrijf afkomstige geldbedragen inbracht. Naar het oordeel van de rechtbank vormde medeverdachte [medeverdachte] eveneens een wezenlijke schakel in de hiervoor beschreven witwasconstructie. Zonder afspraken over de valse facturen en zonder haar girale betalingen zou deze constructie immers niet mogelijk zijn geweest. Gelet daarop acht de rechtbank bewezen dat voor dit onderdeel van de tenlastelegging sprake is geweest van medeplegen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 20 januari 2015 in de gemeente Kampen in perceel [adres 1] te [woonplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad 216 gram hennep en 83.53 gram hasjiesj,

zijnde hennep en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij op 20 januari 2015 in de gemeente Kampen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- 18 pillen van een materiaal bevattende MDMA en

- 19.95 gram van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde MDMA en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2012 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen , een valse factuur van verdachte [verdachte A] aan [bedrijf 1] , te weten

* een factuur nr. 2010004, bedrag: euro 3.700,--, en

* een factuur nr. 2010006, bedrag: euro 2.958,75, en

* een factuur nr. 2010008, bedrag: euro 2.385,--, en

* een factuur nr. 2010026, bedrag: euro 2.823,75, en

* een factuur nr. 2010028, bedrag: euro 3.199,95, en

* een factuur nr. 2010044, bedrag: euro 3.403,80, en

* een factuur nr. 2010046, bedrag: euro 3.153,--, en

* een factuur nr. 2010048, bedrag: euro 1.366,80, en

* een factuur nr. 2010072, bedrag: euro 5.080,--, en

* een factuur nr. 2010074, bedrag: euro 2.118,50, en

* een factuur nr. 2010076, bedrag: euro 1.775,--, en

* een factuur nr. 2010088, bedrag: euro 2.706,25, en

* een factuur nr. 2010090, bedrag: euro 2.712,50, en

* een factuur nr. 2010092, bedrag: euro 2.380,--, en

* een factuur nr. 2010100, bedrag: euro 2.287,50, en

* een factuur nr. 2010102, bedrag: euro 2.304,--, en

* een factuur nr. 2010104, bedrag: euro 990,--, en

* een factuur nr. 2010108, bedrag: euro 2.400,--, en

* een factuur nr. 2010110, bedrag: euro 1.500,--, en

* een factuur nr. 2010112, bedrag: euro 1.000,--, en

* een factuur nr. 2011128, bedrag: euro 1.062,50, en

* een factuur nr. 2011130, bedrag: euro 1.400,--, en

* een factuur nr. 2011132, bedrag: euro 1.582,35, en

* een factuur nr. 2011134, bedrag: euro 1.692,90, en

* een factuur nr. 2011136, bedrag: euro 1.400,--, en

* een factuur nr. 2011138, bedrag: euro 1.500,--, en

* een factuur nr. 2011140, bedrag: euro 1.762,50, en

* een factuur nr. 2011142, bedrag: euro 1.180,20, en

* een factuur nr. 2011144, bedrag: euro 1.549,30, en

* een factuur nr. 2011146, bedrag: euro 1.230,--, en

* een factuur nr. 2011148, bedrag: euro 1.480,--, en

* een factuur nr. 2011150, bedrag: euro 1.476,--, en

* een factuur nr. 2011154, bedrag: euro 1.162,50, en

* een factuur nr. 2011156, bedrag: euro 1.336,50, en

* een factuur nr. 2011158, bedrag: euro 1.400,--, en

* een factuur nr. 2011160, bedrag: euro 1.400,--, en

* een factuur nr. 2011162, bedrag: euro 1.120,--, en

* een factuur nr. 2011168, bedrag: euro 1.586,50, en

* een factuur nr. 2011170, bedrag: euro 1.350,--, en

* een factuur nr. 2012002, bedrag: euro 1.200,--, en

* een factuur nr. 2012004, bedrag: euro 1.200,--, en

* een factuur nr. 2012006, bedrag: euro 1.425,--, en

* een factuur nr. 2012016, bedrag: euro 2.500.

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

telkens voorhanden heeft gehad, terwijl verdachte en verdachtes mededader(s) wisten dat die facturen bestemd waren voor gebruik als ware zij echt,

en

telkens van die valse facturen gebruik heeft gemaakt, als ware die geschriften echt, welk gebruik maken bestond uit:

- het opnemen van die valse facturen in de eigen administratie, en

- het verstrekken van die valse facturen en gegevens uit die valse facturen aan [bedrijf 2] voor het doen opmaken van de jaarrekening/jaarrapportage over de jaren 2010, 2011 en 2012.

4.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 20 januari 2015 in Nederland en/of in Duitsland en/of in Griekenland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en alleen

meerdere malen in genoemde periode geldbedragen en goederen te weten:

- een geldbedrag van euro 103.100,--, welk bedrag in totaal contant is gestort op bankrekening [rekeningnummer 1] , en

- een geldbedrag van euro 12.850,--, welk bedrag in totaal contant is gestort op bankrekening [rekeningnummer 2] en

- een geldbedrag van euro 6.000,--, welk bedrag in totaal contant is gestort op bankrekening [rekeningnummer 3] , en

- een geldbedrag van euro 2.500,--, welk geldbedrag contant is gestort op een Duitse bankrekening,

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en daarvan de herkomst heeft verhuld en

- goederen met een totale waarde van euro 60.177,06, , en/of

- een appartement op Kreta (aangeschaft door middel van contante betalingen tot een totaal bedrag van euro 24.000,--)

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en daarvan de herkomst heeft verhuld, en

- een totaalbedrag van euro 73.026,90, welk geldbedrag in totaal giraal is overgemaakt op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] (overgeboekt door de firma [bedrijf 1] op basis van gefingeerde rekeningen),

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en daarvan de herkomst heeft verhuld,

terwijl hij en zijn mededader(s) wisten dat bovenomschreven geldbedragen en goederen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

en verdachte tezamen met zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijf- en taalfouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en zal hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Overweging met betrekking tot het onder 3 bewezen verklaarde

De rechtbank stelt met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde vast dat het, blijkens de inhoud daarvan, kennelijk mede is toegesneden op het (mede)plegen van het delict bedoeld in artikel 225, tweede lid Sr. De rechtbank stelt voorts vast dat bij het tenlastegelegde gebruik maken en voorhanden hebben telkens het bestanddeel "opzettelijk" ontbreekt. Hetgeen de rechtbank onder 3 van het tenlastegelegde bewezen heeft verklaard levert derhalve niet enig strafbaar feit op. Dit brengt mee dat dit bewezenverklaarde feit niet kan worden gekwalificeerd. Verdachte dient ter zake van dit feit dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Overweging met betrekking tot het onder 4 bewezen verklaarde

Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier voldoende aanwijzingen om aan te nemen dat de contante stortingen (eerste tot en met vierde gedachtestreepje) opbrengsten betreffen die onmiddellijk afkomstig zijn uit een of meer door verdachte zelf gepleegd(e) misdrij(f)ven. Gelet op de jurisprudentie met betrekking tot witwassen is in dergelijke gevallen een verhullingshandeling van de verdachte nodig om het feit als witwassen te kunnen kwalificeren. Nu verdachte ter zake van het onder de eerste vier gedachtestreepjes bewezenverklaarde niet meer heeft gedaan dan contant geld op zijn Nederlandse of Duitse bankrekeningen storten, is in die gevallen van een verhullingshandeling geen sprake. De rechtbank zal daarom verdachte op die onderdelen ontslaan van alle rechtsvervolging.

Het onder 1, 2 en 4, vijfde tot en met zevende gedachtestreepje, bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 47 juncto 420bis en 420ter Sr en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet. Deze artikelen zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet;

feit 2

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet;

feit 4

het misdrijf: gewoontewitwassen en medeplegen van gewoontewitwassen.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde strafbare feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld, voor hetgeen hij bewezen acht, tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een meldplicht.

De raadsman heeft bepleit bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. In het bijzonder neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft een hoeveelheid hennep, xtc-pillen en cocaïne voorhanden gehad. Algemeen bekend is dat aan het bezit van deze drugs vele maatschappelijke bezwaren kleven. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan het gewoontewitwassen van geld en goederen voor een totaalbedrag van meer dan € 150.000,--. Hierbij werd onder meer gebruik gemaakt van een witwasconstructie die gepaard ging met het op grote schaal plegen van valsheid in geschrift.

Het witwassen van opbrengsten uit misdrijven vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Bovendien werkt het witwassen van crimineel geld het voortbestaan van verschillende vormen van criminaliteit in de hand.

De rechtbank heeft bij het bepalen van een passende sanctie gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijke Overleg Vakinhoud Strafrecht voor fraude. Bij een (benadelings)bedrag in de categorie tot € 250.000,- wordt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden passend geacht. In dit geval heeft verdachte zich niet alleen schuldig gemaakt aan witwassen, maar ook aan het op grote schaal plegen van valsheid in geschrift en het voorhanden hebben van hennep, xtc en cocaïne.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 7 september 2016, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden - ook na de aanvangsdatum van het thans onder 4 bewezenverklaarde feit - is veroordeeld voor, onder meer, feiten met betrekking tot de Opiumwet. De rechtbank constateert dat artikel 63 Sr van toepassing is en weegt voorts de recidive in het nadeel van verdachte mee.

Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak is het de reclassering niet gelukt contact met verdachte te leggen, zodat over de actuele persoonlijke omstandigheden van verdachte niet nader kon worden gerapporteerd. Wel beschikt de rechtbank over een beknopt reclasseringsadvies van 26 mei 2015, waaruit blijkt dat verdachte in die periode kampte met psychische klachten en met een verslaving aan GHB. Op overige leefgebieden, zoals huisvesting, zijn geen problemen geconstateerd. Ter terechtzitting van 28 november 2016 is door de verdediging onder meer naar voren gebracht dat verdachte thans zijn verslavingsproblematiek onder controle heeft.

Nu de verslavingsproblematiek van verdachte kennelijk onder controle is en ook op andere levensgebieden geen grote hulpvraag lijkt te bestaan, is de rechtbank van oordeel dat de noodzaak voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel en een daarmee te bereiken doelstelling ontbreekt. De rechtbank zal daarom volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voornoemde factoren afwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 57, 63 en 91 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het onder 3 en 4, eerste tot en met vierde gedachtestreepje, bewezenverklaarde geen strafbare feiten oplevert en ontslaat verdachte voor die feiten van alle rechtsvervolging;

  • -

    verklaart het onder 1, 2 en 4, vijfde tot en met zevende gedachtestreepje, bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 4, vijfde tot en met zevende gedachtestreepje, bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. G. Edelenbos en

mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.

Buiten staat

Mr. P.M.F. Schreurs is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina's uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland, District IJsselland, Onderzoek [naam 9] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 april 2015, ZD1, pagina 1298-1301.

3 Een proces-verbaal van relaas zaaksdossier 4 d.d. 22 december 2015, ZD4, pagina 4002

4 Een proces-verbaal van expertise hennep (test) d.d. 28 januari 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant [verbalisant] , ZD1, p. 1204-1208.

5 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 27 februari 2015, ZD4, pagina 4004-4007, alsmede een schriftelijk stuk, te weten een van het Nederlands Forensisch Instituut afkomstig rapport identificatie van drugs en precursoren, opgemaakt door Ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, d.d. 31 maart 2015, ZD4, pagina 4031-4032.

6 ZD6, pagina 6398

7 ZD6, pagina 6006, 6008 en 6010-6011

8 ZD6, pagina 6010-6011.

9 ZD6, pagina 7655-6 e.v.

10 ZD6, pagina 6240.

11 ZD6, pagina 6762.

12 ZD6, pagina 6760 e.v.

13 ZD6, pagina 6885.

14 ZD6, pagina 6883 e.v.

15 ZD6, pagina 6889.

16 ZD6, pagina 6888 en 6890.

17 ZD6, pagina 6617; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

18 ZD6, pagina 6620; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

19 ZD6, pagina 6623; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

20 ZD6, pagina 6625; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

21 ZD6, pagina 6628; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

22 ZD6, pagina 6631; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

23 ZD6, pagina 6634; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

24 ZD6, pagina 6637; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

25 ZD6, pagina 6639; bijbehorend proces-verbaal nr. 487 pagina 6613 e.v.

26 ZD9, pagina 9165; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

27 ZD9, pagina 9175; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

28 ZD9, pagina 9181; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

29 ZD6, pagina 6837; bijbehorend proces-verbaal nr. 384 pagina 6835 e.v.

30 ZD9, pagina 9188; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

31 ZD9, pagina 9196; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

32 ZD6, pagina 6838; bijbehorend proces-verbaal nr. 384 pagina 6835 e.v.

33 ZD6, pagina 6861; bijbehorend proces-verbaal nr. 397 pagina 6859 e.v.

34 ZD6, pagina 6791; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

35 ZD6, pagina 6793; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

36 ZD9, pagina 9203; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

37 ZD9, pagina 9216; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

38 ZD9, pagina 9217; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

39 ZD6, pagina 6795; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

40 ZD6, pagina 6863; bijbehorend proces-verbaal nr. 397 pagina 6859 e.v.

41 ZD6, pagina 6797; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

42 ZD9, pagina 9223; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

43 ZD9, pagina 9228; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

44 ZD6, pagina 6798; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

45 ZD9, pagina 9204; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

46 ZD6, pagina 6801; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

47 ZD9, pagina 9233; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

48 ZD9, pagina 9205; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

49 ZD9, pagina 9234; bijbehorend proces-verbaal nr. 601 pagina 9149 e.v.

50 ZD6, pagina 6839; bijbehorend proces-verbaal nr. 384 pagina 6835 e.v.

51 ZD6, pagina 6802; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

52 ZD6, pagina 6803; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

53 ZD6, pagina 7544-6; bijbehorend proces-verbaal nr. 602 pagina 7529-6 e.v.

54 ZD6, pagina 6895; bijbehorend proces-verbaal nr. 365 pagina 6892 e.v.

55 ZD6, pagina 6896; bijbehorend proces-verbaal nr. 365 pagina 6892 e.v.

56 ZD6, pagina 7534-6; bijbehorend proces-verbaal nr. 602 pagina 7529 e.v.

57 ZD6, pagina 6804-6806; bijbehorend proces-verbaal nr. 375 pagina 6787 e.v.

58 ZD6, pagina 6158 e.v.

59 ZD6, pagina 7582-6 e.v. en pagina 7932-6 e.v.

60 ZD6, pagina 6024-6027.

61 ZD6, pagina 6464 e.v.

62 ZD6, pagina 6427 e.v.

63 ZD6, pagina 6022.

64 ZD6, pagina 6008.

65 ZD2, pagina 2041 e.v. en 2045 e.v.