Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:4969

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-12-2016
Datum publicatie
16-12-2016
Zaaknummer
08/996130-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak in strafzaak Eurocommerce (onderzoek Kirishima). Verdachte B (zoon van verdachte A) is veroordeeld tot 12 maanden cel voor faillissementsfraude.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/996130-13

Datum vonnis: 16 december 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte B] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1982 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

verblijvende in [woonplaats 2] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 26 oktober 2015, 18 april 2016, 10 november 2016, 14 november 2016, 16 november 2016, 18 november 2016, 21 november 2016 en 2 december 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.W. Bollen en van hetgeen door de verdachte (hierna: [verdachte B] ) en diens raadslieden, mr. F.H.H. Sijbers, mw. mr. F. Ahlers en mr. R. de Bree, allen advocaat te ‘s-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1.

- primairin de periode van 1 december 2011 tot en met 5 maart 2014 feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan Eurocommerce Holding BV (hierna: EC Holding BV), Eurocommerce Promotie BV (hierna: EC Promotie BV) en Gevi International BV terzake van het samen met [verdachte A] (hierna: [verdachte A] ) plegen van bedrieglijke bankbreuk;

- subsidiairis dit tenlastegelegd als het samen met [verdachte A] , EC Holding BV, EC Promotie BV en Gevi International BV plegen van bedrieglijke bankbreuk;

- meer subsidiairis dit tenlastegelegd als het samen met [verdachte A] , EC Holding BV, EC Promotie BV en Gevi International BV plegen van een faillissementsdelict door een derde;

feit 2.

- primairin de periode van 30 december 2010 tot en met 9 oktober 2013 samen met [verdachte A] en Gevi International BV bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd;

- subsidiairis dit tenlastegelegd als medeplichtigheid bij/aan het plegen van bedrieglijke bankbreuk door [verdachte A] ;

- meer subsidiairis dit tenlastegelegd als het feitelijk leiding/opdracht geven aan Gevi International BV terzake van medeplichtigheid bij/aan het plegen van bedrieglijke bankbreuk door [verdachte A] ;

- nog meer subsidiairis dit tenlastegelegd als samen met Gevi International BV al dan niet opzettelijk witwassen van geldbedragen van € 600.000,-- en van € 1.000.000,--;

- meest subsidiairis dit tenlastegelegd als het feitelijk leiding/opdracht geven aan Gevi International BV terzake het samen met [verdachte A] al dan niet opzettelijk witwassen van geldbedragen van € 600.000,-- en van € 1.000.000,--;

feit 3.

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 januari 2013 samen met Gevi International BV al dan niet opzettelijk geldbedragen van € 50.000,-- en van € 115.000,-- heeft witgewassen, en/of

dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan Gevi International BV terzake van het al dan niet opzettelijk witwassen van een geldbedrag van € 750.000,--.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

Eurocommerce Holding B.V. (verder te noemen EC Holding) en/of Eurocommerce

Promotie B.V. (verder te noemen EC Promotie; later Gevi Gorssel B.V., verder

te noemen Gevi Gorssel) en/of Gevi International B.V. (verder te noemen Gevi

International) op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01

december 2011 tot en met 05 maart 2014, in ieder geval in de periode van 01

januari 2010 tot en met 05 maart 2014 in de gemeente(n) Deventer en/of Lochem

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met

[verdachte A] (geb. [geboortedatum 2] 1953, verder te noemen [verdachte A] ) en/of met één of

meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans ieder voor zich of

alleen, terwijl EC Holding bij vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 12

juli 2012, in staat van faillissement is verklaard, (telkens) ter bedrieglijke

verkorting van de rechten van diens, EC Holdings, schuldeiser(s):

- lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

(een) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

- ter gelegenheid van het/de faillissement(en) van EC Holding of op een

tijdstip waarop EC Holding en/of verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en)

dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van de

schuldeisers van EC Holding op enige wijze heeft bevoordeeld, en/of

- enig goed hetzij om niet en/of hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde

heeft vervreemd,

immers heeft/hebben EC Holding en/of EC Promotie/Gevi Gorssel en/of Gevi

International en/of haar/hun mededader(s) -zakelijk omschreven-:

*** een overeenkomst (zie proces-verbaal bijlage D-27) tussen Eurocommerce

Promotie B.V. (verder te noemen EC Promotie, doch later Gevi Gorssel B.V.

verder te noemen Gevi Gorssel) en EC Holding, gedateerd 01 december 2011

afgesloten en/of doen afsluiten en/of opgesteld en/of doen opstellen en/of

ondertekend en/of doen ondertekenen, waarin wordt overeengekomen en/of

omschreven/vermeld dat EC Holding een vordering (verder te noemen de

Vordering) heeft op EC Promotie per 30 november 2011 ten bedrage van EUR

38.250.000 -welke vordering tot zekerheid voor nakoming van haar schulden door

EC Holding was verpand aan de Rabobank- en dat deze Vordering wordt omgezet

middels een (agio)storting door EC Holding van EUR 38.250.000 op (door haar

gehouden) aandelen EC Promotie, later Gevi Gorssel) en/of waarbij EC Holding

verklaart niets meer van EC Promotie, later Gevi Gorssel te vorderen te hebben

uit hoofde van de Vordering en kwijting verleent aan EC Promotie, later Gevi

Gorssel voor betaling van de Vordering en/of EC Holding verklaart niets meer

van EC Promotie, later Gevi Gorssel te vorderen te hebben uit hoofde van de

Vordering tot nadere storting van die EUR 38.250.000 en/of kwijting te

verlenen aan EC Promotie, later Gevi Gorssel voor betaling van de Vordering

tot nadere storting van die EUR 38.250.000, door welke overeenkomst een schuld

van EC Promotie, later Gevi Gorssel aan EC Holding de facto is

kwijtgescholden, althans is omgezet naar eigen vermogen van EC Promotie en/of

een vordering van EC Holding op EC Promotie, later Gevi Gorssel is omgezet in

verhoging van het bedrag van de deelneming in het risicodragend kapitaal van

EC Promotie, later Gevi Gorssel, waardoor EC Holding per saldo heeft afgezien

van het vermogensrecht bestaande in die Vordering en het pandrecht van de

Rabobank is geschonden, althans wordt miskend, en/of

*** middels notariële akte (zie proces-verbaal bijlage D-30) (op of omstreeks

01 december 2011) de aandelen van EC Promotie, later Gevi Gorssel -(ver)

beneden de waarde in het economisch verkeer- voor een geldbedrag van EUR

7.000.000 verkocht/overgedragen aan Gevi International BV (verder te noemen

Gevi International) waarbij is overeengekomen dat betaling van de koopsom van

de aandelen door afstand te niet gaat, althans is voldaan middels de hierna te

noemen geldleningsovereenkomst, en/of

*** op (01 december 2011) een geldleningsovereenkomst (proces-verbaal bijlage

D-032) tussen EC Holding en Gevi International afgesloten en/of doen afsluiten

en/of opgesteld en/of doen opstellen en/of ondertekend en/of doen ondertekenen

waarbij EC Holding een geldbedrag van EUR 7.000.000 leent aan Gevi

International onder meer onder voorwaarde van 7 (zeven) jaarlijkse aflossingen

van elk EUR 1.000.000 door Gevi International te beginnen op 01 december 2012,

en/of

*** (op of omstreeks 01 december 2011) een sponsorovereenkomst

(proces-verbaal bijlage D-033) afgesloten en/of doen afsluiten en/of opgemaakt

en/of doen opmaken tussen EC Holding en EC Promotie, later Gevi Gorssel

inhoudende dat EC Holding gedurende zeven jaren jaarlijks EUR 1.000.000

betaalt voor door EC Promotie, later Gevi Gorssel te leveren

sponsoractiviteiten,

welke feiten tezamen en in onderling verband bezien ertoe hebben geleid dat

aanzienlijke vermogensbestanddelen het vermogen van EC Holding hebben verlaten;

(zaaksdossier 1-PV)

en/of

*** op 31 december 2012, althans in de periode van 01 december 2011 tot en met

05 maart 2014 een vordering ter hoogte van EUR 5.273.139 van Gevi Gorssel BV op

Gevi International BV voor een bedrag van EUR 5.250.000 -welke vordering is

ontstaan onder meer door verkoop van (top)paarden in eigendom van Gevi Gorssel

BV waarbij de opbrengst is ontvangen op een bankrekening van Gevi International BV

verrekend met een uitdeling (uitbetaling agio) van Gevi Gorssel BV aan Gevi

International BV, waardoor aan het eigen vermogen van Gevi Gorssel BV een bedrag van

EUR 5.250.000 is onttrokken,

(zaaksdossier 6-PV)

tot het plegen van welke(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al

dan niet tezamen met een ander of anderen, opdracht heeft gegeven dan wel aan

welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met

een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven;

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december

2011 tot en met 05 maart 2014, in ieder geval in de periode van 01 januari

2010 tot en met 05 maart 2014 in de gemeente(n) Deventer en/of Lochem en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [verdachte A] (geb. [geboortedatum 2]

1953, verder te noemen [verdachte A] ) en/of Eurocommerce Holding B.V. (verder

te noemen EC Holding) en/of Eurocommerce Promotie B.V. (verder te noemen EC

Promotie; later Gevi Gorssel B.V., verder te noemen Gevi Gorssel) en/of Gevi

International B.V. (verder te noemen Gevi International) en/of met één of meer

(andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl EC Holding

bij vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 juli 2012, in staat van

faillissement is verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de

rechten van diens (EC Holding) schuldeiser(s):

- lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

(een) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of - ter gelegenheid van

het/de faillissement(en) van EC Holding of op een tijdstip waarop verdachte

en/of zijn mededader(s) wist(en) dat het/die faillissement(en) niet kon worden

voorkomen, één of meer van de schuldeisers van EC Holding op enige wijze

heeft/hebben bevoordeeld, en/of

- enig goed hetzij om niet en/of hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde

heeft vervreemd,

immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of [verdachte A] en/of Eurocommerce

Holding en/of Eurocommerce Promotie/Gevi Gorssel en/of Gevi International

en/of zijn/haar/diens mededader(s) -zakelijk omschreven-:

*** een overeenkomst (zie proces-verbaal bijlage D-27) tussen Eurocommerce

Promotie B.V. (verder te noemen EC Promotie, doch later Gevi Gorssel B.V.

verder te noemen Gevi Gorssel) en EC Holding, gedateerd 01 december 2011

afgesloten en/of doen afsluiten en/of opgesteld en/of doen opstellen en/of

ondertekend en/of doen ondertekenen, waarin wordt overeengekomen en/of

omschreven/vermeld dat EC Holding een vordering (verder te noemen de

Vordering) heeft op EC Promotie per 30 november 2011 ten bedrage van EUR

38.250.000 -welke vordering tot zekerheid voor nakoming van haar schulden door

EC Holding was verpand aan de Rabobank- en dat deze Vordering wordt omgezet

middels een (agio)storting door EC Holding van EUR 38.250.000 op (door haar

gehouden) aandelen EC Promotie, later Gevi Gorssel) en/of waarbij EC Holding

verklaart niets meer van EC Promotie, later Gevi Gorssel te vorderen te hebben

uit hoofde van de Vordering en kwijting verleent aan EC Promotie, later Gevi

Gorssel voor betaling van de Vordering en/of EC Holding verklaart niets meer

van EC Promotie, later Gevi Gorssel te vorderen te hebben uit hoofde van de

Vordering tot nadere storting van die EUR 38.250.000 en/of kwijting te

verlenen aan EC Promotie, later Gevi Gorssel voor betaling van de Vordering

tot nadere storting van die EUR 38.250.000, door welke overeenkomst een schuld

van EC Promotie, later Gevi Gorssel aan EC Holding de facto is

kwijtgescholden, althans is omgezet naar eigen vermogen van EC Promotie en/of

een vordering van EC Holding op EC Promotie, later Gevi Gorssel is omgezet in

verhoging van het bedrag van de deelneming in het risicodragend kapitaal van

EC Promotie, later Gevi Gorssel, waardoor EC Holding per saldo heeft afgezien

van het vermogensrecht bestaande in die Vordering en het pandrecht van de

Rabobank is geschonden, althans wordt miskend, en/of

*** middels notariële akte (zie proces-verbaal bijlage D-30) (op of omstreeks

01 december 2011) de aandelen van EC Promotie, later Gevi Gorssel -(ver)

beneden de waarde in het economisch verkeer- voor een geldbedrag van EUR

7.000.000 verkocht/overgedragen aan Gevi International BV (verder te noemen

Gevi International) waarbij is overeengekomen dat betaling van de koopsom van

de aandelen door afstand te niet gaat, althans is voldaan middels de hierna te

noemen geldleningsovereenkomst, en/of

*** op (01 december 2011) een geldleningsovereenkomst (proces-verbaal bijlage

D-032) tussen EC Holding en Gevi International afgesloten en/of doen afsluiten

en/of opgesteld en/of doen opstellen en/of ondertekend en/of doen ondertekenen

waarbij EC Holding een geldbedrag van EUR 7.000.000 leent aan Gevi

International onder meer onder voorwaarde van 7 (zeven) jaarlijkse aflossingen

van elk EUR 1.000.000 door Gevi International te beginnen op 01 december 2012,

en/of

*** (op of omstreeks 01 december 2011) een sponsorovereenkomst

(proces-verbaal bijlage D-033) afgesloten en/of doen afsluiten en/of opgemaakt

en/of doen opmaken tussen EC Holding en EC Promotie, later Gevi Gorssel

inhoudende dat EC Holding gedurende zeven jaren jaarlijks EUR 1.000.000

betaalt voor door EC Promotie, later Gevi Gorssel te leveren

sponsoractiviteiten,

welke feiten tezamen en in onderling verband bezien ertoe hebben geleid dat

aanzienlijke vermogensbestanddelen het vermogen van EC Holding hebben verlaten;

(zaaksdossier 1-PV)

en/of

*** op 31 december 2012, althans in de periode van 01 december 2011 tot en met

05 maart 2014 een vordering ter hoogte van EUR 5.273.139 van Gevi Gorssel op

Gevi International voor een bedrag van EUR 5.250.000 -welke vordering is

ontstaan onder meer door verkoop van (top)paarden in eigendom van Gevi Gorssel

waarbij de opbrengst is ontvangen op een bankrekening van Gevi International-

verrekend met een uitdeling (uitbetaling agio) van Gevi Gorssel aan Gevi

International, waardoor aan het eigen vermogen van Gevi Gorssel een bedrag van

EUR 5.250.000 is onttrokken,

(zaaksdossier 6-PV)

art 341 ahf/ond a ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, meer subsidiair, terzake dat

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december

2011 tot en met 05 maart 2014, in ieder geval in de periode van 01 januari

2010 tot en met 05 maart 2014 in de gemeente(n) Deventer en/of Lochem en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [verdachte A] (geb. [geboortedatum 2]

1953, verder te noemen [verdachte A] ) en/of Eurocommerce Holding B.V. (verder te

noemen EC Holding) en/of Eurocommerce Promotie B.V. (verder te noemen EC

Promotie; later Gevi Gorssel B.V., verder te noemen Gevi Gorssel) en/of Gevi

International B.V. (verder te noemen Gevi International) en/of met één of meer

(andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen,

in het geval van een faillissement en/of in het vooruitzicht daarvan, terwijl

dat faillissement is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der

schuldeisers, enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of betalingen

aangenomen, hetzij van een opeisbare schuld hetzij van een niet opeisbare

schuld, in het laatste geval wetende dat het faillissement van de schuldenaar

reeds was aangevraagd en/of ten gevolge van overleg met de schuldenaar,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) -zakelijk omschreven-

terwijl EC Holding bij vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 juli

2012, in staat van faillissement is verklaard-

*** een overeenkomst (zie proces-verbaal bijlage D-27) tussen Eurocommerce

Promotie B.V. (verder te noemen EC Promotie, doch later Gevi Gorssel B.V.

verder te noemen Gevi Gorssel) en EC Holding, gedateerd 01 december 2011

afgesloten en/of doen afsluiten en/of opgesteld en/of doen opstellen en/of

ondertekend en/of doen ondertekenen, waarin wordt overeengekomen en/of

omschreven/vermeld dat EC Holding een vordering (verder te noemen de

Vordering) heeft op EC Promotie per 30 november 2011 ten bedrage van EUR

38.250.000 -welke vordering tot zekerheid voor nakoming van haar schulden door

EC Holding was verpand aan de Rabobank- en dat deze Vordering wordt omgezet

middels een (agio)storting door EC Holding van EUR 38.250.000 op (door haar

gehouden) aandelen EC Promotie, later Gevi Gorssel) en/of waarbij EC Holding

verklaart niets meer van EC Promotie, later Gevi Gorssel te vorderen te hebben

uit hoofde van de Vordering en kwijting verleent aan EC Promotie, later Gevi

Gorssel voor betaling van de Vordering en/of EC Holding verklaart niets meer

van EC Promotie, later Gevi Gorssel te vorderen te hebben uit hoofde van de

Vordering tot nadere storting van die EUR 38.250.000 en/of kwijting te

verlenen aan EC Promotie, later Gevi Gorssel voor betaling van de Vordering

tot nadere storting van die EUR 38.250.000, door welke overeenkomst een schuld

van EC Promotie, later Gevi Gorssel aan EC Holding de facto is

kwijtgescholden, althans is omgezet naar eigen vermogen van EC Promotie en/of

een vordering van EC Holding op EC Promotie, later Gevi Gorssel is omgezet in

verhoging van het bedrag van de deelneming in het risicodragend kapitaal van

EC Promotie, later Gevi Gorssel, waardoor EC Holding per saldo heeft afgezien

van het vermogensrecht bestaande in die Vordering en het pandrecht van de

Rabobank is geschonden, althans wordt miskend, en/of

*** middels notariële akte (zie proces-verbaal bijlage D-30) (op of omstreeks

01 december 2011) de aandelen van EC Promotie, later Gevi Gorssel -(ver)

beneden de waarde in het economisch verkeer- voor een geldbedrag van EUR

7.000.000 verkocht/overgedragen aan Gevi International BV (verder te noemen

Gevi International) waarbij is overeengekomen dat betaling van de koopsom van

de aandelen door afstand te niet gaat, althans is voldaan middels de hierna te

noemen geldleningsovereenkomst, en/of

*** op (01 december 2011) een geldleningsovereenkomst (proces-verbaal bijlage

D-032) tussen EC Holding en Gevi International afgesloten en/of doen afsluiten

en/of opgesteld en/of doen opstellen en/of ondertekend en/of doen ondertekenen

waarbij EC Holding een geldbedrag van EUR 7.000.000 leent aan Gevi

International onder meer onder voorwaarde van 7 (zeven) jaarlijkse aflossingen

van elk EUR 1.000.000 door Gevi International te beginnen op 01 december 2012,

en/of

*** (op of omstreeks 01 december 2011) een sponsorovereenkomst

(proces-verbaal bijlage D-033) afgesloten en/of doen afsluiten en/of opgemaakt

en/of doen opmaken tussen EC Holding en EC Promotie, later Gevi Gorssel

inhoudende dat EC Holding gedurende zeven jaren jaarlijks EUR 1.000.000

betaalt voor door EC Promotie, later Gevi Gorssel te leveren sponsoractiviteiten,

welke feiten tezamen en in onderling verband bezien ertoe hebben geleid dat

aanzienlijke vermogensbestanddelen het vermogen van EC Holding hebben verlaten;

(zaaksdossier 1-PV)

en/of

*** op 31 december 2012, althans in de periode van 01 december 2011 tot en met

05 maart 2014 een vordering ter hoogte van EUR 5.273.139 van Gevi Gorssel op

Gevi International voor een bedrag van EUR 5.250.000 -welke vordering is

ontstaan onder meer door verkoop van (top)paarden in eigendom van Gevi Gorssel

waarbij de opbrengst is ontvangen op een bankrekening van Gevi International-

verrekend met een uitdeling (uitbetaling agio) van Gevi Gorssel aan Gevi

International, waardoor aan het eigen vermogen van Gevi Gorssel een bedrag van

EUR 5.250.000 is onttrokken,

(zaaksdossier 6-PV)

art 344 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 december

2010 tot en met 09 oktober 2013, althans in de periode van 30 december 2010

tot en met 17 juli 2014 in de gemeente(n) Deventer en/of Lochem en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [verdachte A] (geb. [geboortedatum 2]

1953, verder te noemen [verdachte A] ) en/of met Gevi International B.V.

en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans

alleen, terwijl deze [verdachte A] bij vonnis van de Rechtbank Zutphen van 27

november 2012, in staat van faillissement is verklaard, (telkens) ter

bedrieglijke verkorting van de rechten van diens schuldeiser(s):

a.

lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

(een) goed(eren) aan die boedel heeft onttrokken, en/of

b.

ter gelegenheid van het faillissement van [verdachte A] of op een tijdstip

waarop deze [verdachte A] en/of hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en)

dat dat faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van [verdachte A]

schuldeisers op enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of enig goed, hetzij

om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft vervreemd,

immers heeft/hebben verdachte en/of [verdachte A] en/of Gevi International B.V.

en/of zijn/hun mededader(s):

*** op of omstreeks 23 december 2011, althans op een tijdstip in genoemde

periode -onverplicht en/of zonder (geldige) titel- ten laste van een

bankrekening van [verdachte A] een geldbedrag van EUR 600.000 gestort en/of doen

storten op een bankrekening van Gevi International BV (proces-verbaal bijlage

D-262), als ware dit de verkoopprijs voor een door Gevi International aan

[verdachte A] verkocht paard (genaamd Singapore), en/of

*** op of omstreeks 26 januari 2012, althans op een tijdstip in bovengenoemde

periode -zonder redelijke en/of duidelijke tegenprestatie en/of zonder

zakelijk belang- ten laste van een bankrekening van [verdachte A] een geldbedrag

van EUR 1.000.000 betaald en/of doen betalen aan Gevi International BV

(proces-verbaal bijlage D-444) met de omschrijving jaarsponsoring

Eurocommerce;

(zaaksdossier 4-PV)

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

[verdachte A] (geb. [geboortedatum 2] 1953, verder te noemen [verdachte A] ) op één of meer

tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 december 2010 tot en met 09

oktober 2013, althans in de periode van 30 december 2010 tot en met 17 juli

2014 in de gemeente(n) Deventer en/of Lochem en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer (andere) natuurlijke en/of

rechtspersonen, althans alleen, terwijl deze [verdachte A] bij vonnis van de

Rechtbank Zutphen van 27 november 2012, in staat van faillissement is

verklaard,

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van diens schuldeiser(s):

a.

lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

(een) goed(eren) aan die boedel heeft onttrokken, en/of

b.

ter gelegenheid van het faillissement van [verdachte A] of op een tijdstip

waarop deze [verdachte A] en/of hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en)

dat dat faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van [verdachte A]

schuldeisers op enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of enig goed, hetzij

om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft vervreemd,

immers heeft/hebben [verdachte A] en/of zijn mededader(s) -zakelijk omschreven-:

*** op of omstreeks 23 december 2011, althans op een tijdstip in genoemde

periode -onverplicht en/of zonder (geldige) titel- ten laste van een

bankrekening van [verdachte A] een geldbedrag van EUR 600.000 gestort en/of doen

storten op een bankrekening van Gevi International BV (proces-verbaal bijlage

D-262), als ware dit de verkoopprijs voor een door Gevi International aan

[verdachte A] . verkocht paard (genaamd Singapore), en/of

*** op of omstreeks 26 januari 2012, althans op een tijdstip in bovengenoemde

periode -zonder redelijke en/of duidelijke tegenprestatie en/of zonder

zakelijk belang- ten laste van een bankrekening van [verdachte A] een geldbedrag

van EUR 1.000.000 betaald en/of doen betalen aan Gevi International BV

(proces-verbaal bijlage D-444) met de omschrijving jaarsponsoring Eurocommerce,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, toen daar opzettelijk behulpzaam is

geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft

verschaft door (een) bankrekening(en) van Gevi International B.V. en/of enige

(andere) bankrekening voor overboeking(en) en storting(en) ter beschikking te

(doen) stellen;

art 341 ahf/ond a ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, meer subsidiair, terzake dat

[verdachte A] (geb. [geboortedatum 2] 1953, verder te noemen [verdachte A] ) op één of meer

tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 december 2010 tot en met 09

oktober 2013, althans in de periode van 30 december 2010 tot en met 17 juli

2014 in de gemeente(n) Deventer en/of Lochem en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer (andere) natuurlijke en/of

rechtspersonen, althans alleen, terwijl deze [verdachte A] bij vonnis van de

Rechtbank Zutphen van 27 november 2012, in staat van faillissement is

verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van diens

schuldeiser(s):

a.

lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

(een) goed(eren) aan die boedel heeft onttrokken, en/of

b.

ter gelegenheid van het faillissement van [verdachte A] of op een tijdstip

waarop deze [verdachte A] en/of hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en)

dat dat faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van [verdachte A]

schuldeisers op enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of enig goed, hetzij

om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft vervreemd,

immers heeft/hebben [verdachte A] en/of zijn mededader(s)- zakelijk omschreven-:

*** op of omstreeks 23 december 2011, althans op een tijdstip in genoemde

periode -onverplicht en/of zonder (geldige) titel- een geldbedrag van EUR

600.000 gestort en/of doen storten op een bankrekening van Gevi International

BV (proces-verbaal bijlage D-262), als ware dit de verkoopprijs voor een door

Gevi International aan [verdachte A] . verkocht paard (genaamd Singapore), en/of

*** op of omstreeks 26 januari 2012, althans op een tijdstip in bovengenoemde

periode -zonder redelijke en/of duidelijke tegenprestatie en/of zonder

zakelijk belang- een geldbedrag van EUR 1.000.000 betaald en/of doen betalen

aan Gevi International BV (proces-verbaal bijlage D-444) met de omschrijving

jaarsponsoring Eurocommerce,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf Gevi International B.V. tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen daar opzettelijk

behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft door haar bankrekening(en) en/of enige (andere)

bankrekening voor overboeking(en) en storting(en) ter beschikking te (doen)

stellen,

tot het plegen van welke(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al

dan niet tezamen met een ander of anderen, opdracht heeft gegeven dan wel aan

welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met

een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven;

art 341 ahf/ond a ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, nog meer subsidiair, terzake dat

hij,

op of omstreeks 04 november 2011, in ieder geval in de periode van 01

januari 2011 tot en met 31 januari 2013, in de gemeente(n) Deventer en/of

Lochem en/of (elders) in Nederland en/of in Europa, tezamen en in vereniging

met Gevi International B.V. en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of

rechtspersonen, althans alleen,

a.

van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 600.000 en/of een

geldbedrag van EUR 1.000.000, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats,

de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans

heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en), te

weten een geldbedrag van EUR 600.000 en/of een geldbedrag van EUR 1.000.000

was of wie boven omschreven voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR

600.000 en/of een geldbedrag van EUR 1.000.000, voorhanden had, terwijl hij

wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf bedrieglijke

bankbreuk,

immers is/zijn dat/die geldbedrag(en) van EUR 600.000 en/of EUR 1.000.000

-onverplicht- overgeboekt/gestort/betaald vanaf een bankrekening van [verdachte A]

(geb. [geboortedatum 2] 1953) op een bankrekening van Gevi International B.V.,

en/of

b.

(een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 600.000 en/of een

geldbedrag van EUR 1.000.000, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft

overgedragen en/of omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten een

geldbedrag van EUR 600.000 en/of een geldbedrag van EUR 1.000.000, gebruik

heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven

voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf,

immers is/zijn dat/die geldbedrag(en) van EUR 600.000 en/of EUR 1.000.000

-onverplicht- overgeboekt/gestort/betaald vanaf een bankrekening van [verdachte A]

(geb. [geboortedatum 2] 1953) op een bankrekening van Gevi International B.V.;

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, meest subsidiair, terzake dat

Gevi International B.V. op of omstreeks 04 november 2011, in ieder geval in de

periode van 01 januari 2011 tot en met 31 januari 2013, in de gemeente(n)

Deventer en/of Lochem en/of (elders) in Nederland en/of in Europa, tezamen en

in vereniging met [verdachte A] (geboren [geboortedatum 2] 1953; verder te noemen [verdachte A]

) en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans

alleen,

a.

van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 600.000 en/of een

geldbedrag van EUR 1.000.000, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats,

de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans

heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en), te

weten een geldbedrag van EUR 600.000 en/of een geldbedrag van EUR 1.000.000

was of wie boven omschreven voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR

600.000 en/of een geldbedrag van EUR 1.000.000, voorhanden had, terwijl

hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit het

misdrijf bedrieglijke bankbreuk,

immers is/zijn dat/die geldbedrag(en) van EUR 600.000 en/of EUR 1.000.000

-onverplicht- overgeboekt/gestort/betaald vanaf een bankrekening van [verdachte A]

op een bankrekening van Gevi International B.V.,

en/of

b.

(een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 600.000 en/of een

geldbedrag van EUR 1.000.000, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft

overgedragen en/of omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten een

geldbedrag van EUR 600.000 en/of een geldbedrag van EUR 1.000.000, gebruik

heeft gemaakt,

terwijl Gevi International B.V. en/of [verdachte A] wist(en), althans

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

immers is/zijn dat/die geldbedrag(en) van EUR 600.000 en/of EUR 1.000.000

-onverplicht- overgeboekt/gestort/betaald vanaf een bankrekening van [verdachte A]

op een bankrekening van haar, Gevi International B.V.;

tot het plegen van welke(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al

dan niet tezamen met een ander of anderen, opdracht heeft gegeven dan wel aan

welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen

met een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

3.

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2011

tot en met 31 januari 2013, in de gemeente(n) Deventer en/of Lochem en/of

(elders) in Nederland en/of in Europa, tezamen en in vereniging met Gevi

International B.V. en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of

rechtspersonen, althans alleen, (telkens):

a.

van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 50.000 en/of een

geldbedrag van EUR 115.000, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de

vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans

heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en), te

weten een geldbedrag van EUR 50.000 en/of een geldbedrag van EUR 115.000

was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR

50.000 en/of een geldbedrag van EUR 115.000, voorhanden had, terwijl hij

(telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit het

misdrijf bedrieglijke bankbreuk en/of enig (ander) misdrijf, en/of

b.

(een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 50.000 en/of een

geldbedrag van EUR 115.000, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft

overgedragen en/of omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten een

geldbedrag van EUR 50.000 en/of een geldbedrag van EUR 115.000, gebruik heeft

gemaakt,

terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit

het misdrijf bedrieglijke bankbreuk en/of enig (ander) misdrijf;

door -zakelijk omschreven-

*** op of omstreeks 28 november 2011 op het bankrekeningnummer [bankrekening 2]

t.n.v. [verdachte A] een geldbedrag van EUR 50.000 te ontvangen vanaf

bankrekeningnummer [bankrekening 1] t.n.v. [verdachte D] (proces-verbaal

bijlage D-446), en/of

*** op of omstreeks 07 december 2011 op het bankrekeningnummer [bankrekening 2]

t.n.v. [verdachte A] een geldbedrag van EUR 115.000 te ontvangen vanaf

bankrekeningnummer [bankrekening 1] t.n.v. [verdachte D] (proces-verbaal

bijlage D-446),

en/of

dat Gevi International B.V. op één of meer tijdstippen in of omstreeks de

periode van 01 januari 2011 tot en met 31 januari 2013, in de gemeente(n)

Deventer en/of Lochem en/of (elders) in Nederland en/of in Europa, tezamen en

in vereniging met één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen,

althans alleen, (telkens):

a.

van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 750.000, de

werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag

van EUR 750.000 was of wie bovenomschreven voorwerp(en), te weten een

geldbedrag van EUR 750.000, voorhanden had, terwijl Gevi International B.V.

wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf bedrieglijke

bankbreuk en/of enig (ander) misdrijf,

b.

(een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 750.000, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 750.000, gebruik heeft

gemaakt, terwijl Gevi International B.V. wist, althans redelijkerwijs moest

vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was uit het misdrijf bedrieglijke bankbreuk en/of enig (ander)

misdrijf,

door -zakelijk omschreven-

*** op of omstreeks 06 maart 2012 op het bankrekeningnummer [bankrekening 3]

t.n.v. Gevi International B.V. te ontvangen een geldbedrag van EUR 750.000

vanaf bankrekeningnummer [bankrekening 4] t.n.v. [stichting] (proces-verbaal

bijlage D-443),

tot het plegen van welke(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al

dan niet tezamen met een ander of anderen, opdracht heeft gegeven dan wel aan

welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met

een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven;

(zaakdossier 4-PV)

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 primair, 2 primair en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat [verdachte B] de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat [verdachte B] het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De feiten die niet ter discussie staan

De rechtbank constateert dat de onderstaande feiten bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet ter discussie hebben gestaan.

[familie]

[verdachte B] is op [geboortedatum 1] 1982 geboren uit het huwelijk tussen [verdachte A] en mevrouw [verdachte D] (hierna: mevr. [verdachte D] ). Uit dit huwelijk is op [geboortedatum 3] 1985 [verdachte C] (hierna: [verdachte C] ) geboren.

Eurocommerce

[verdachte A] is van 6 maart 1995 tot 7 juni 2012 als gevolmachtigd directeur alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder geweest van Ferdinand Stinger Holding BV. De aandelen van Ferdinand Stinger Holding BV zijn sinds 30 november 2006 ondergebracht in de Stichting Administratiekantoor Ferdinand Stinger Holding en gecertificeerd.

[verdachte A] is gerechtigd tot 50% van de certificaten van de aandelen van Ferdinand Stinger Holding BV in deze stichting. [verdachte B] en [verdachte C] zijn vanaf 30 november 2006 via een gezamenlijke holding en hun eigen vennootschappen ieder voor 25% gerechtigd tot de certificaten van de aandelen van Ferdinand Stinger Holding BV in deze stichting.

[verdachte A] is voorzitter van het bestuur van genoemde stichting en heeft daarin drie stemmen; [verdachte B] en [verdachte C] hebben daarin ieder één stem.

Ferdinand Stinger Holding BV had alle aandelen van Eurocommerce Holding BV (hierna: EC Holding BV) in haar bezit en was van 23 december 2002 tot 7 juni 2012 als gevolmachtigd directeur alleen/ zelfstandig bevoegd bestuurder van EC Holding BV.

EC Holding BV bezat alle aandelen van onder meer Eurocommerce Projectontwikkeling BV (hierna: EC Projectontwikkeling BV) en van Eurocommerce Recreatie BV (hierna: EC Recreatie BV). EC Holding BV was als directeur alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van EC Projectontwikkeling BV en EC Recreatie BV.

[verdachte A] heeft verklaard dat hij in 1972 bij Eurocommerce is gekomen en in 1974 directeur is geworden.

In ieder geval vanaf 30 november 2006 lag de eindverantwoordelijkheid van de gang van zaken binnen de EC-vennootschappen bij hem. [verdachte A] is in de ten laste gelegde perioden de man geweest die binnen de EC-groep aan de touwtjes trok en in alle opzichten de man was die het voor het zeggen had.

Aan Ferdinand Stinger Holding BV, EC Holding BV en EC Projectontwikkeling BV is met ingang van 21 mei 2012 voorlopig surseance van betaling verleend door de rechtbank Zwolle-Lelystad. Deze voorlopige surseances zijn bij beschikkingen van 12 juli 2012 ingetrokken.

Ferdinand Stinger Holding BV, EC Holding BV, EC Projectontwikkeling BV en EC Recreatie BV zijn met ingang van 12 juli 2012 in staat van faillissement verklaard door de rechtbank Zwolle-Lelystad.

[verdachte A] is met ingang van 27 november 2012 door de rechtbank Zutphen in staat van faillissement verklaard.

5.2.

Feit 1

Onder feit 1 is aan [verdachte B] ten laste gelegd dat hij, zakelijk weergegeven:

primair: feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan EC Holding BV, EC Promotie BV (later: Gevi Gorssel BV) en Gevi International BV terzake van het plegen van bedrieglijke bankbreuk door EC Holding BV, door tezamen en in vereniging met [verdachte A] op 1 december 2011:

  • -

    een overeenkomst tussen EC Promotie BV en EC Holding af te sluiten, in welke overeenkomst wordt geconstateerd dat EC Holding BV een vordering van € 38.250.000,- heeft op EC Promotie BV, en overeen te komen dat EC Holding BV een agiostorting zal doen op haar aandelen in EC Promotie BV van € 38.250.000,--, dat EC Holding BV die vordering zal voldoen door verrekening van de vordering van EC Holding BV op EC Promotie BV voor hetzelfde bedrag en dat EC Holding BV en EC Promotie BV niets meer van elkaar te vorderen hebben;

  • -

    een notariële akte te doen opmaken waarin EC Holding BV haar aandelen in EC Promotie BV overdraagt aan Gevi International BV voor € 7.000.000,-- en Gevi International BV de koopsom bij wijze van geldlening schuldig blijft aan EC Holding BV;

  • -

    een geldleningsovereenkomst tussen Gevi International BV en EC Holding BV af te sluiten, waarbij wordt overeengekomen dat EC Holding BV een bedrag van € 7.000.000,-leent aan Gevi International BV en dat Gevi International BV dat bedrag in zeven jaarlijkse termijnen van elk € 1.000.000,-- zal aflossen, te beginnen op 1 december 2012;

  • -

    een sponsorovereenkomst tussen Gevi Gorssel BV en EC Holding BV af te sluiten, in welke overeenkomst is vastgelegd dat EC Holding BV vanaf 1 december 2012 gedurende zeven jaren jaarlijks € 1.000.000,-- betaalt aan Gevi Gorssel BV (voorheen genaamd EC Promotie BV, hierna ook te noemen de Stal) voor door Gevi Gorssel BV te leveren sponsoractiviteiten,

welke feiten ertoe hebben geleid dat aanzienlijke vermogensbestanddelen het vermogen van EC Holding BV hebben verlaten;

en/of

op 31 december 2012 een vordering van € 5.273.139,-- van Gevi Gorssel BV op Gevi International BV voor een bedrag van € 5.250.000,-- heeft verrekend met een uitdeling van Gevi Gorssel BV aan Gevi International BV, waardoor € 5.250.000,-- aan het vermogen van Gevi Gorssel BV is onttrokken;

- subsidiair: tezamen en in vereniging met [verdachte A] , EC Holding BV, EC Recreatie BV (later: Gevi Gorssel BV) en Gevi International BV genoemde bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd;

- meer subsidiair: tezamen en in vereniging met [verdachte A] , EC Holding BV, EC Recreatie BV (later: Gevi Gorssel BV) en Gevi International BV in het vooruitzicht van het faillissement van EC Holding BV, door de onder primair weergegeven feitelijke handelingen, goederen aan de boedel van EC Holding BV heeft onttrokken en/of betalingen van een schuld heeft aangenomen.

5.2.1.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het onder feit 1 primair met betrekking tot de rechtshandelingen van 1 december 2011 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. De bij [verdachte A] aanwezige wetenschap omtrent de staat van de boedel van het op 12 juli 2012 failliet verklaarde EC Holding BV kan, gegeven de nauwe economische en familieband, aan [verdachte B] worden toegerekend. Hij moet ten tijde van de rechtshandelingen op 1 december 2011 op de hoogte zijn geweest van de aanmerkelijke kans op een faillissement van EC Holding BV en EC Recreatie BV. Daarnaast zijn de aandelen van EC Promotie BV door EC Holding BV voor een te laag bedrag overgedragen aan Gevi International BV, waardoor sprake is van bedrieglijke bankbreuk.

De officier van justitie is van mening dat de onder feit 1 primair ten laste gelegde verrekening van 31 december 2012 als bedrieglijke bankbreuk, gepleegd in vereniging met [verdachte A] , kan worden bewezen verklaard. Door de transacties van 1 december 2011 is de paardenvoorraad middellijk overgedragen aan [verdachte B] . [verdachte B] heeft een aantal van deze paarden verkocht en de opbrengst op de bankrekening van zijn holding, Gevi International BV, gezet. De rekening courantschuld van Gevi International BV aan Gevi Gorssel BV, die daarvan het gevolg was, is weggeboekt tegen een terugbetaling van de agiostorting die vooraf is gegaan aan de aandelenoverdracht door EC Holding BV aan Gevi International BV. Dit leidt tot onttrekking van genoemd bedrag aan Gevi Gorssel BV. Een en ander heeft in nauwe en bewuste samenwerking met [verdachte A] plaatsgevonden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, voor zover hier van belang, aangevoerd dat er op 1 december 2011 geen

sprake was van een voor [verdachte B] voorzienbaar faillissement van EC Holding BV. Alleen al om die reden kan er geen sprake zijn van bedrieglijke bankbreuk. Daarnaast zijn de aandelen van EC Promotie BV niet voor een te laag bedrag overgedragen aan Gevi International BV.

De verdediging heeft met betrekking tot de verrekening van 31 december 2012, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Tussen Gevi Gorssel BV en Gevi International BV vonden vele transacties plaats, hetgeen resulteerde in een rekening courantschuld van Gevi International BV van € 5.273.139,-- per 31 december 2012. Die rekening courantschuld is voldaan door een dividend van € 5.250.000,-van Gevi Gorssel BV aan Gevi International BV per 8 november 2013 en daarmee vóór het Pauliana vonnis van de rechtbank Gelderland van 5 maart 2014. De uitdeling is besproken met de accountant. Wetende van de lopende juridische procedures, heeft de accountant geen bezwaar gemaakt. Er was slechts sprake van een boekhoudkundige exercitie die er niet toe heeft geleid dat een geldbedrag aan Gevi International BV is toegekomen. De omzetting heeft enkel geleid tot vermindering van de rekening courantschuld. Zo er al sprake zou zijn van benadeling van schuldeisers, dan niet tot het genoemde bedrag. Een in Duitsland op de bank gestort bedrag van € 3.520.792,-- is door Gevi International BV terugbetaald aan Gevi Gorssel BV.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank met betrekking tot de rechtshandelingen

op 1 december 2011

Aan [verdachte B] is onder feit 1 in de eerste plaats ten laste gelegd, zakelijk weergegeven, dat hij samen met [verdachte A] betrokken is geweest bij een aantal rechtshandelingen die verricht zijn op 1 december 2011 – te weten een agiostorting, een aandelentransactie, een geldlening en een sponsorovereenkomst – en die hebben geleid tot een onttrekking of het klaarblijkelijk beneden de waarde vervreemden van de aandelen van de Stal, als bedoeld in artikel 341 sub a, onder 1º of 2º Sr. Daarbij komt telkens de vraag op of de ten laste gelegde rechtshandelingen verricht zijn ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers’. De rechtbank zal eerst op deze vraag ingaan.

Juridisch kader

De rechtbank stelt voorop dat de in artikel 341 Sr gebezigde bewoordingen ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers’ tot uitdrukking brengen dat de verdachte het opzet moet hebben gehad op benadeling van de schuldeisers en dat voorwaardelijk opzet in dat verband voldoende is. Voor het bewijs van het opzet is derhalve ten minste vereist dat de gedraging van de verdachte de aanmerkelijke kans op benadeling van de schuldeisers heeft doen ontstaan en dat de verdachte door die gedraging die aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard.1 Dit betekent dat ten tijde van de ten laste gelegde handelingen reeds een aanmerkelijke kans op een faillissement bestond of dat als gevolg van die handelingen een aanmerkelijke kans op een faillissement is ontstaan.2 Een aanmerkelijke kans is in dit verband een redelijke mate van waarschijnlijkheid.3

De rechtbank stelt verder voorop dat voor het bewijs van opzet de aard van de gedraging, de omstandigheden van het geval, de bijzondere positie van de verdachte, algemene ervaringsregels, feiten van algemene bekendheid et cetera van belang zijn. Deze aspecten kunnen tot de conclusie leiden dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich bewust is geweest van de aanmerkelijke kans op een faillissement en daarmee op benadeling van de schuldeisers en die kans ook heeft aanvaard (gewild).

Het oordeel van de rechtbank

Weliswaar bestond ten tijde van de ten laste gelegde rechtshandelingen op 1 december 2011 een aanmerkelijke kans op een faillissement van EC Holding BV en EC Promotie BV, maar de rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat [verdachte B] op de 1ᵉ december 2011 op de hoogte was van die aanmerkelijke kans, laat staan dat hij deze kans bewust aanvaard heeft. De rechtbank voegt hier nog aan toe dat wetenschap van [verdachte A] in dit verband niet zonder meer aan [verdachte B] kan worden toegerekend. Daarvoor zijn nadere aanwijzingen nodig en de rechtbank heeft deze aanwijzingen niet, althans in onvoldoende mate in het dossier aangetroffen.

Om deze reden acht de rechtbank het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

De rechtbank zal [verdachte B] van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.

5.2.3.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank met betrekking tot de verrekening op

31 december 2012

Aan [verdachte B] is onder feit 1 na ‘en/of’ ten laste gelegd, zakelijk weergegeven, dat hij op

31 december 2012 samen met [verdachte A] € 5.250.000,-- aan het vermogen van Gevi Gorssel BV heeft onttrokken door een vordering van € 5.273.139,-- van Gevi Gorssel BV op Gevi International BV voor een bedrag van € 5.250.000,-- te verrekenen met een uitdeling van Gevi Gorssel BV aan Gevi International BV.

De feitelijke gang van zaken

De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feitelijke gang van zaken af.

Op 1 december 2011 is de Stal Eurocommerce door EC Holding BV overgedragen aan Gevi International BV, een vennootschap van [verdachte B] . Daartoe heeft een samenstel van rechtshandelingen plaatsgevonden die zien op een agiostorting, een aandelentransactie, een overeenkomst van geldlening en een sponsorovereenkomst. De gekozen constructie heeft geleid tot een overdracht met gesloten beurzen. Gelet op de waarde van de opstallen en de geschatte waarde van de paarden, alsmede gelet op de aanmerkelijk verbeterde vermogenspositie als gevolg van de agiostorting was sprake van een onttrekking aan de boedel van de EC-groep dan wel een vervreemding van de Stal klaarblijkelijk beneden de waarde, zo heeft de rechtbank geoordeeld in het vonnis van 16 december 2016 inzake [verdachte A] .

Op 8 augustus 2012 hebben de curatoren van EC Holding BV de agiostorting, de aandelentransactie en de sponsorovereenkomst door middel van een buitengerechtelijke verklaring vernietigd omdat deze nadelig waren voor de schuldeisers van EC Holding BV en verkoper en koper konden zien aankomen dat EC Holding BV failliet zou gaan en geen verhaal zou bieden voor de schuldeisers. De rechtbank heeft de buitengerechtelijke vernietiging in stand gelaten.4

Volgens de jaarcijfers 2011 van Gevi Gorssel BV bedroeg de vordering in rekening courant op Gevi International BV op 31 december 2011 € 600.000,--.

In 2012 hebben er vervolgens verschillende mutaties in rekening courant plaatsgevonden. Deze mutaties hebben geleid tot een vordering van Gevi Gorssel BV op Gevi International BV tot een bedrag van € 5.273.139,--. De specificatie van de rekening courant is afgesloten met een terugbetaling van agio door Gevi Gorssel BV aan Gevi International BV per 31 december 2012 van € 5.250.000,--. Met deze terugbetaling is de vordering van Gevi Gorssel BV op Gevi International BV per 31 december 2012 met € 5.250.000,-- teruggebracht van € 5.273.139,-- naar € 23.139,--.

Op 2 juni 2014 heeft de Rechtbank in Amsterdam Gevi International BV failliet verklaard. Gevi International BV heeft hier beroep tegen aangetekend. Op 16 september 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd.

Het oordeel van de rechtbank

Ook hier dient zich de vraag aan of de ten laste gelegde rechtshandelingen verricht zijn ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers’. De rechtbank zal eerst op deze vraag ingaan, waarbij de rechtbank verwijst naar het in hoofdstuk 5.2.2 weergegeven juridisch kader.

EC Holding BV is op 12 juli 2012 in staat van faillissement verklaard. [verdachte B] was bekend met het feit dat de curator in dat faillissement vervolgens op 8 augustus 2012 de overeenkomsten die ten grondslag lagen aan de overdracht van de Stal door EC Holding BV aan Gevi International door middel van een buitengerechtelijke verklaring vernietigd had.

Als gevolg van de beslissing van de rechtbank om voor recht te verklaren dat de curatoren in het faillissement van EC Holding BV de verkoop en levering van de aandelen van Gevi Gorssel BV (op het moment van overdracht op 1 december 2011 EC Promotie BV genaamd) rechtsgeldig buitengerechtelijk hebben vernietigd, zijn de aandelen van Gevi Gorssel BV met terugwerkende kracht tot 1 december 2011 van rechtswege teruggekeerd in de boedel van EC Holding BV.

Desalniettemin is in de jaarstukken 2012 van Gevi Gorssel BV de vordering die Gevi Gorssel BV op 31 december 2012 had op Gevi International BV voor een bedrag van € 5.250.000,-- afgeboekt op de agioreserve. Deze jaarstukken zijn gedateerd op 8 november 2013. Volgens de heer [accountant 2], accountant van Gevi Gorssel BV, heeft [verdachte B] tijdens de bespreking van de concept jaarrekening 2012 besloten om € 5.250.000,-- aan agioreserve uit te keren aan Gevi International BV. Hij had zich daartoe in de zijlijn door diverse adviseurs laten adviseren. De rechtbank leidt uit deze verklaring af dat [verdachte B] zijn beslissing om de € 5.250.000,-- uit te keren op enig moment in de tweede helft van 2013 aan zijn accountant heeft doorgegeven. Op dat moment moest hij naar het oordeel van de rechtbank echter ernstig rekening houden met een voor hem ongunstige uitspraak in de civiele procedure met betrekking tot de buitengerechtelijke vernietiging van de overdracht van de Stal door EC Holding BV aan Gevi International BV, waardoor de aandelen van Gevi Gorssel BV zouden terugkeren in de boedel van EC Holding BV.

Onder deze omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dat [verdachte B] zich bewust is geweest van het feit dat door de – onverplichte – verrekening per

31 december 2012 een aanmerkelijke kans op benadeling van de schuldeisers in het faillissement van EC Holding BV ontstond en hij heeft die kans ook aanvaard.

Dat de accountant geen bezwaar heeft gemaakt tegen de beslissing van [verdachte B] tot de verrekening doet daaraan niet af.

Door de ten laste gelegde boekhoudkundige transacties is een bedrag van € 5.250.000,-- aan het vermogen van Gevi Gorssel BV onttrokken. Gevi International BV kon na de transacties immers niet meer aangesproken worden op aflossing van de schuld van € 5.250.000,--. Hierdoor zijn de schuldeisers in het faillissement van EC Holding BV voor datzelfde bedrag benadeeld.

Voor zover de verdediging zich op het standpunt heeft gesteld dat de benadeling zou zien op een lager bedrag, omdat na een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 april 2014, een bedrag van € 3.520.792,-- door Gevi International BV is terugbetaald aan Gevi Gorssel BV overweegt de rechtbank dat deze stelling [verdachte B] niet kan baten, nu deze niet afdoet aan het feit dat op 31 december 2012 sprake was van een voltooid delict ten aanzien van een bedrag van € 5.250.000,--.

Met betrekking tot de primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde varianten

Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting kan niet worden bewezen dat [verdachte B] de ten laste gelegde verrekening tezamen en in vereniging met EC Holding BV en [verdachte A] heeft verricht. Als gevolg hiervan kan niet bewezen worden verklaard dat [verdachte B] als feitelijk leiding/opdrachtgever betrokken is geweest bij bedrieglijke bankbreuk door EC Holding BV, zoals onder feit 1 primair ten laste is gelegd. Evenmin kan bewezen worden verklaard dat [verdachte B] als (mede)pleger bij die bedrieglijke bankbreuk betrokken is geweest, zoals onder feit 1 subsidiair ten laste is gelegd.

Wel is echter bewezen dat [verdachte B] tezamen en in vereniging met Gevi Gorssel BV en Gevi International BV in geval van het faillissement van EC Holding BV goederen aan de boedel van EC Holding BV heeft onttrokken, zoals onder feit 1 meer subsidiair is ten laste gelegd.

Conclusie

De rechtbank acht het onder feit 1 meer subsidiair na ‘en/of’ ten laste gelegde ten aanzien van de boekhoudkundige transacties van 31 december 2012 wettig en overtuigend bewezen.

5.3.

De feiten 2 en 3

Onder feit 2 is aan [verdachte B] ten laste gelegd dat hij, zakelijk weergegeven:

- primair: tezamen en in vereniging met [verdachte A] en Gevi International BV bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd in het privé faillissement van [verdachte A] , door:

  • -

    op 23 december 2011 een geldbedrag van € 600.000,-- van een bankrekening van [verdachte A] te storten op een bankrekening van Gevi International BV als ware dit de verkoopprijs voor een door Gevi International BV aan [verdachte A] verkocht paard, genaamd Singapore;

  • -

    zonder zakelijk belang op 26 januari 2012 ten laste van een bankrekening van [verdachte A] een bedrag van € 1.000.000,-- te betalen aan Gevi International BV;

- subsidiair: medeplichtig is geweest bij/aan genoemde bedrieglijke bankbreuk;

- meer subsidiair: feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan Gevi International BV terzake van de medeplichtigheid van die BV aan/bij de genoemde bedrieglijke bankbreuk;

- nog meer subsidiair: tezamen en in vereniging met Gevi International BV opzettelijk dan wel door schuld geldbedragen van € 600.000,-- en € 1.000.000,-- heeft witgewassen;

- meest subsidiair: feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan Gevi International BV terzake van het opzettelijk dan wel door schuld witwassen van die geldbedragen.

Onder feit 3 is aan [verdachte B] ten laste gelegd dat hij, zakelijk weergegeven:

- primair: tezamen en in vereniging met Gevi International BV opzettelijk dan wel door schuld op 28 november 2011 een bedrag van € 50.000,-- en op 7 december 2011 een bedrag van

€ 115.000,-- heeft witgewassen;

- subsidiair: feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan Gevi International BV terzake van het opzettelijk dan wel door schuld witwassen van die geldbedragen.

5.3.1.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het onder de feiten 2 en 3 primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde niet kan worden bewezen verklaard.

5.3.2.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Met betrekking tot de bedrieglijke bankbreuk

Ook hier stelt de rechtbank voorop dat de in artikel 341 Sr gebezigde bewoordingen ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers’ tot uitdrukking brengen dat de verdachte het (voorwaardelijk) opzet moet hebben gehad op benadeling van de schuldeisers.

Weliswaar bestond er ten tijde van de ten laste gelegde rechtshandelingen een aanmerkelijke kans op een faillissement van EC Holding BV en EC Promotie BV en daarmee ook van [verdachte A] , maar de rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat [verdachte B] op 28 november 2011, 7 december 2011, 23 december 2011 en 26 januari 2012 op de hoogte was van die aanmerkelijke kans, laat staan dat hij deze kans bewust aanvaard heeft. Daarvoor zijn nadere aanwijzingen nodig en de rechtbank heeft deze aanwijzingen niet, althans in onvoldoende mate in het dossier aangetroffen.

Met betrekking tot het witwassen

Ten aanzien van de ten laste gelegde witwasvarianten is telkens een pleegperiode ten laste is gelegd van 1 januari 2011 tot en met 31 januari 2013.

[verdachte B] heeft terechtzitting verklaard dat hij pas op het moment van de surseance van betaling van EC Holding BV, op 21 mei 2012, op de hoogte is geraakt van de vergaande financiële problemen binnen de EC-groep. Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs dat [verdachte B] al eerder van die penibele financiële situatie, en daarmee van de aanmerkelijke kans op een faillissement van de EC-groep, op de hoogte was.

Nu uit het dossier niet blijkt hoe lang [verdachte B] de onder feit 2 en 3 genoemde geldbedragen na betaling door [verdachte A] voorhanden heeft gehad kunnen de verschillende witwasdelicten ook niet worden bewezen verklaard. Niet vaststaat immers dat [verdachte B] die bedragen voorhanden heeft gehad na 21 mei 2012, dat wil zeggen op een moment dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze geldbedragen van misdrijf, te weten bedrieglijke bankbreuk, afkomstig waren.

Conclusie

Om deze redenen acht de rechtbank het onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan [verdachte B] onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten aanzien van de rechtshandelingen van 1 december 2011, en onder de feiten 2 en 3 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat [verdachte B] het onder feit 1 meer subsidiair ten aanzien van de verrekening van 31 december 2012 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

1.

in de periode van 01 december 2011 tot en met 05 maart 2014 in Nederland,

tezamen en in vereniging met Gevi Gorssel B.V. (verder te noemen Gevi Gorssel) en Gevi

International B.V.,

in het geval van een faillissement, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der

schuldeisers, enig goed aan de boedel heeft onttrokken,

immers heeft verdachte en/of zijn mededaders - zakelijk omschreven - terwijl EC Holding bij vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 juli 2012, in staat van faillissement is verklaard:

*** in de periode van 01 december 2011 tot en met 05 maart 2014 een vordering ter hoogte van EUR 5.273.139 van Gevi Gorssel op Gevi International voor een bedrag van EUR 5.250.000 - welke vordering is ontstaan onder meer door verkoop van (top)paarden in eigendom van Gevi Gorssel waarbij de opbrengst is ontvangen op een bankrekening van Gevi International - verrekend met een uitdeling (uitbetaling agio) van Gevi Gorssel aan Gevi International, waardoor aan het eigen vermogen van Gevi Gorssel een bedrag van

EUR 5.250.000 is onttrokken.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. [verdachte B] wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan [verdachte B] meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 344 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 meer subsidiair

het misdrijf: in geval van faillissement ter bedrieglijke verkorting van de rechten der

schuldeisers enig goed aan de boedel onttrekken.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte B] uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat [verdachte B] strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

[verdachte B] heeft zich als feitelijk leidinggevende van Gevi Gorssel BV en Gevi International BV schuldig gemaakt aan het onttrekken van een geldbedrag aan de boedel van EC Holding BV, door een rekening courantschuld van Gevi International BV aan Gevi Gorssel BV tot een bedrag van € 5.250.000,-- te verrekenen met een uitdeling door Gevi Gorssel BV aan Gevi International BV. Deze schuld was met name ontstaan doordat opbrengsten van de verkoop van (top)paarden van Gevi Gorssel BV op een bankrekening van Gevi International BV waren overgemaakt. Het doel van de verrekening was dat Gevi Gorssel BV ontdaan van zoveel mogelijk activa retour zou gaan naar de curatoren van EC Holding, die de overdracht van EC Promotie BV (later Gevi Gorssel BV genaamd) door EC Holding BV aan Gevi International BV door middel van een buitengerechtelijke verklaring vernietigd hadden. Deze verrekening vormt op het moment dat [verdachte B] daartoe de opdracht gaf een benadeling van de schuldeisers van EC Holding BV. Dergelijk gedrag acht de rechtbank in ernstige mate laakbaar.

Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de door het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) opgestelde oriëntatiepunten voor straftoemeting, die bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000,-- en hoger een gevangenisstraf van 24 maanden tot de maximum op te leggen gevangenisstraf als uitgangspunt geven.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank zal in strafmatigende zin rekening houden met het feit dat [verdachte B] niet degene is geweest die de verrekening bedacht heeft. Hij is niet de auctor intellectualis, het ‘brein’, achter de boekhoudkundige transacties geweest, maar heeft deze op advies van anderen laten doorvoeren. Met zijn handelen is hij echter wel een onmisbare schakel geweest. [verdachte B] heeft zelf immers de beslissing genomen om zijn accountant opdracht te geven tot de bewezenverklaarde boekhoudkundige transacties.

De rechtbank zal eveneens in strafmatigende zin de gezondheidstoestand van [verdachte B] en de consequenties voor zijn maatschappelijke positie als gevolg van de onderhavige strafzaak in haar overwegingen betrekken.

Tot slot houdt de rechtbank rekening met het feit dat [verdachte B] niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat – ondanks het feit dat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, tot een aantal vrijspraken komt – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 47 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat [verdachte B] het onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten aanzien van de rechtshandelingen van 1 december 2011, en het onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen dat [verdachte B] het onder feit 1 meer subsidiair ten aanzien van de verrekening van 31 december 2012 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan [verdachte B] meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 1 meer subsidiair

het misdrijf: in geval van faillissement ter bedrieglijke verkorting van de rechten der

schuldeisers enig goed aan de boedel onttrekken;

- verklaart [verdachte B] strafbaar voor het onder feit 1 meer subsidiair ten aanzien van de verrekening van 31 december 2012 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt [verdachte B] tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. H. Stam en mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2016.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit bladzijden uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met dossiernummer 52283. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Het geschrift, te weten de aangifte van mr. [naam 1] namens de Coöperatieve Rabobank Apeldoorn en Omgeving U.A. en de curatoren van Eurocommerce Holding BV van 9 juli 2014, pagina’s 5007, 5009 en 5012, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:HGoHolHhohsg

Rabobank en Curatoren doen hierbij aangifte van bedrieglijke bankbreuk tegen de (quasi) bestuurder van Gevi International B.V. (hierna: GI), de heer [verdachte A] jr. op grond van het volgende.

Op 5 maart jl. heeft de rechtbank Zutphen vonnis gewezen in de paulianaprocedure en zijn Curatoren en Rabobank volledig in het gelijk gesteld.

Voor de reconstructie van de rekening—courant tussen Gevi Gorssel B.V. (hierna: GG) en GI is als uitgangspunt genomen de (gepubliceerde) jaarrekening van GG over 201 2 zoals deze is opgesteld door de accountant van [accountantsbedrijf] . Hierin is opgenomen dat GG een vordering heeft op GI van EUR 23.1 39,—. In de eerste plaats is bezien aan wie de opbrengsten die binnenkwamen op de “gezamenlijke” bankrekening van GG en GI toekwamen. Aangezien GG eigenaar was van (nagenoeg) alle paarden behoorde de verkoopopbrengst van deze niet beslagen paarden in de onderlinge verhouding GG/ GI dan ook aan GG toe te komen.

GG heeft een aanzienlijke vordering in rekening—courant op GI omdat GG gerechtigd was op het overgrote deel van de opbrengst van de paarden en vanuit deze opbrengst maar een zeer klein deel voor en namens haar aan schuldeisers van GG was voldaan. Een zeer aanzienlijk deel van het binnengekomen geld was gebruikt ten behoeve van GI. Al met al resteerde er op dat moment een aanzienlijke rekening-courant vordering van GG op GI. Om deze rekening-courant vordering van GG op GI boekhoudkundig “glad te strijken” en de resterende aanwezige middelen naar zich toe te halen, besloot GI door middel van een boekhoudkundige truc na de paulianeuze transactie een deel van getoonde (administratieve) agioreserve aan zich te laten betalen door middel van verrekening. De facto kreeg GI daarmee grip op de gelden die eigenlijk toebehoorde aan GG, maar die door het gebruik van een en dezelfde bankrekening

(namelijk de bankrekening van GI), feitelijk ter beschikking stonden aan GI. Daarbij werd, en daar ging het om, de rekening-courant schuld van GI aan GG boekhoudkundig weggepoetst.

Het behoeft geen betoog dat als gevolg van de vernietiging door de rechtbank Zutphen van de aanvankelijke agio storting er ten tijde van de vermeende agio betaling door GI aan GG, in het geheel eigenlijk geen agio op de aandelen aanwezig was. Immers, van een daadwerkelijke agio storting was nooit sprake geweest.

Daarnaast ontbreekt in de administratie van GG voor zover wij die hebben gezien ieder formeel besluit tot het doen van een dergelijke agio uitkering. Voorts heeft nog te gelden dat -al zou er sprake zijn geweest van enige agio op de aandelen- deze nooit aan GI kon worden uitgekeerd omdat GI (ingevolge het pauliana vonnis van de rechtbank Zutphen) nimmer aandeelhouder is geweest. Tot slot is het nog frappant te noemen dat de vermeende agio uitkering plaats vond op een moment dat het vonnis van de rechtbank te Zutphen op zeer korte termijn te verwachten

viel/ althans de procedure daarover al in een zeer ver gevorderd stadium was.

De curatoren en Rabobank zijn benadeeld door deze handelwijze van GI althans haar bestuurder de heer [verdachte B] .

Het geschrift, te weten een vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 juli 2012, pagina’s 1001 en 1002, voor zover inhoudende:

Beslissing

De rechtbank trekt in de op 21 mei 2012 aan EUROCOMMERCE HOLDING BV voornoemd voorlopig verleende surseance van betaling.

De rechtbank verklaart EUROCOMMERCE HOLDING BV voornoemd in staat van faillissement en benoemt tot rechter-commissaris mr. A.A.A.M. Schreuder, lid van deze rechtbank en stelt aan als curatoren mr . P .F. Schepel, mr. A.A.M. Spliet en P. Miedema RA postbus 623, 7400 AP Deventer, telefoonnummer 0570-614080.

Het geschrift, te weten een vonnis van de rechtbank Zutphen van 5 maart 2014, pagina 2837, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De Rabobank en de curatoren hebben bij brief van 8 augustus 2012, die gericht was tot Gevi International, Gevi Gorssel en EC Holding “de agiostorting” alsmede een (mogelijke) overdracht van paarden door Gevi Gorssel aan Gevi International vernietigd stellende dat er paulianeus is gehandeld. Tevens is Gevi Gorssel gesommeerd om binnen drie dagen de aan de Rabobank verpande vordering (in rekening-courant) van € 38.250.000,-- aan de Rabobank te voldoen. Gevi Gorssel heeft niet aan deze sommatie voldaan.

Het geschrift, te weten het rapport inzake de jaarrekening boekjaar 2012 met betrekking tot Gevi Gorssel BV van 8 november 2013, pagina’s 3124 en 3136, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Gevi Gorssel B.V.

[adres]

Deventer, 8 november 2013

Geachte [verdachte B] ,

Hierbij bieden wij u het rapport aan inzake de jaarstukken over 2012 van Gevi Gorssel B.V. te Gorssel.

2012 2011

€ €

7 Agioreserve

Stand per 1 januari 38.250.000 -

Agio in boekjaar - 38.250.000

38.250.000 38.250.000

Uitdeling in boekjaar -5.250.000 -

Stand per 31 december 33.000.000 38.250.000

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam 2] van 25 september 2014, pagina 3937, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Vraag verbalisanten: Waarom is het grootste deel van de vordering die Gevi Gorssel BV had op Gevi International BV verrekend vanuit de agioreserve?

Antwoord gehoorde: Jaarrekening heb ik besproken met [verdachte B] . en [accountant 1] . Vooraf had ik de concept jaarrekening gestuurd naar [verdachte B] . In dat concept stond de uitkering vanuit de agioreserve niet. Tijdens de bespreking heeft [verdachte B] . besloten om € 5.250.000 aan agio uit te keren. [verdachte B] . heeft zich in de zijlijn door diverse adviseurs laten adviseren.

Het geschrift, te weten een specificatie rekening-courant Gevi Gorssel BV einde periode 31 december 2012, pagina 2934, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het geschrift, te weten een e-mailbericht van [naam 4] van 13 maart 2014, pagina 3300, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Geachte heer [naam 3] ,

Bijgaand de jaarrekening 2012 van Gevi Gorssel BV. en een specificatie van de rekening-courant met Gevi International BV.

Beide documenten hebben wij op dinsdag 11 maart 2014 ontvangen van [accountantsbedrijf] te Deventer.

Op blz. 13 van de jaarrekening 2012 vind je de rekening-courant met Gevi International BV., deze bedraagt € 23,139 D (oftewel Gevi Gorssel heeft een vordering op Gevi International BV.) per 31-12-2012.

De specificatie van de mutaties in de bijlage geven een mutatie weer van € 726.861 terwijl de mutatie in de jaarrekening € 576.861 (beginstand €600.000 D minus € 23.139 D) bedraagt.

Ik heb het verschil ad € 150.000 echter al gevonden, dit bedraagt de vpb boekjaar, deze is €489.243 in plaats van € 639.243.

Dit komt doordat ze later de voorziening hebben opgenomen ad € 600.000 en 25% hierover is deze € 150.000.

Het zaaksproces-verbaal van opsporingsambtenaar [verbalisant] van 15 oktober 2014, pagina 293, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die opsporingsambtenaar:

De opbrengsten van verkochte paarden zijn grotendeels op een Duitse rekening van Gevi International bij de Commerzbank gestort.

1 Hoge Raad 9 februari 2010, LJN BI4691, NJ 2010, 104; Hoge Raad 14 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:54.

2 Gerechtshof Den Haag 30 juni 2015, ECLI:GHDHA:2015:1752.

3 Hoge Raad 22 december 2009, NJ 2010, 273.

4 Beslissing van de rechtbank Gelderland (locatie Zutphen) van 5 maart 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:1383.