Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:4904

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-12-2016
Datum publicatie
13-12-2016
Zaaknummer
C/08/191029 / KG ZA 16-297
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Dwangsommen verbeurd omdat de gebreken aan de huurwoning niet zijn hersteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/191029 / KG ZA 16-297

Vonnis in kort geding van 7 december 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. J.J. Paalman te Almelo,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. E.S. Fikkert te Almelo.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde 1] c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met de producties 1 tot en met 15

  • -

    de brief van 15 september 2016 van [eiser] met aanvullingen op de producties 13 en 14 en de producties 16 en 17

  • -

    de door [gedaagde 1] c.s. ingebrachte stukken met betrekking tot de zaak bij de huurcommissie door de rechtbank ontvangen op 15 september 2016

  • -

    de brief van 15 september 2016 van [gedaagde 1] c.s. met de producties 1 tot en met 4

  • -

    de brief van 15 september 2016 van [gedaagde 1] c.s. met de producties 5 tot en met 8

  • -

    de mondelinge behandeling van 19 september 2016

  • -

    de pleitnota van [eiser]

  • -

    de pleitnota van [gedaagde 1] c.s..

  • -

    de brief van 17 oktober 2016 van [eiser] met daarbij het deskundigenrapport dat in opdracht van beide partijen is opgesteld en aan beide partijen is uitgebracht

  • -

    de brief van 31 oktober 2016 van [gedaagde 1] c.s.

  • -

    de brief van 2 november 2016 van [eiser]

  • -

    de brief van 22 november 2016 van [eiser]

  • -

    de brief van 24 november 2016 van [gedaagde 1] c.s.

  • -

    de brief van 28 november 2016 van [eiser]

  • -

    het e-mailbericht van 29 november 2016 van [gedaagde 1] c.s.

  • -

    de mondelinge behandeling van 29 november 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Met ingang van 1 april 2009 huren [gedaagde 1] c.s. de woning aan de [adres] te [plaats 1] (hierna te noemen: de woning) van [eiser] . Daaraan ligt een huurovereenkomst van 4 maart 2009 ten grondslag.

2.2.

Bij uitspraak van 9 april 2015 heeft de Huurcommissie de huurprijs tijdelijk

verlaagd tot 30% van de geldende huurprijs ad € 616,20 per maand, aldus € 181,86 per

maand met ingang van 1 december 2014, dit naar aanleiding van de navolgende door haar

vastgestelde gebreken:

 In de keuken, bijkeuken en de aangrenzende schuur zijn op het plafond diverse vochtplekken aanwezig door lekkage vanaf het platte dak. In de bijkeuken zijn langs de wand diverse leksporen aanwezig. Dit is een gebrek in de categorie B (nummer 3).

 Het verband tussen stijl en dorpel bij een raam van de woonkamer is ernstig aangetast door houtrot.

Regenwater kan naar binnen dringen. Dit is een gebrek in categorie C (nummer D2).

 De CV-ketel vertoont ernstige lekkage en roestvorming bij de leidingen. Op de zolder zijn de ontluchters sterk verroest en vertonen lekkage. Dit is een gebrek in categorie C (nummer Qa2).

 De voordeur is scheluw en vertoont aan de onderzijde aan de sluitkant een naad van 8 millimeter. Dit is een gebrek in categorie C (nummer D5).

 In de doucheruimte zijn enkele wandtegels onthecht van de ondergrond waardoor lekkage naar de gang optreedt. Op de wand bij de trapopgang zijn diverse vochtplekken zichtbaar en het stucwerk laat plaatselijk los. In de gang grenzend aan de doucheruimte is de vloer aangetast door vocht. Dit is een gebrek in categorie C (nummer Nb2).

 Het tuimelraam in de slaapkamer (rechts) aan de achterzijde van de woning kan niet meer afgesloten worden. Het sluitmechanisme functioneert niet. Dit een gebrek in categorie C (nummer D1).

2.3.

Tegen de uitspraak van de Huurcommissie hebben partijen, binnen de daartoe

gestelde termijn, geen beslissing van de rechter gevorderd zodat zij geacht worden te zijn

overeengekomen wat in die uitspraak is vastgesteld (art. 7:262 lid 1 BW).

2.4.

Omdat [gedaagde 1] c.s. stelden dat [eiser] de gebreken niet herstelde en daarmee toerekenbaar tekort schoot in de naleving van de huurovereenkomst, hebben [gedaagde 1] c.s. in een bij de kantonrechter aanhangig gemaakte procedure kort gezegd gevorderd om [eiser] op straffe van een dwangsom te veroordelen om de gebreken naar eisen van goed vakmanschap te (doen) herstellen en op te heffen.

2.5.

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 10 mei 2016

(zaaksnummer: 4357879 CV EXPL 15-6911 ) heeft de kantonrechter te Enschede geoordeeld dat het verweer van [eiser] als onvoldoende onderbouwd verworpen dient te worden, zodat de vordering van [gedaagde 1] c.s. voor toewijzing gereed lag. Het vonnis van de kantonrechter luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

‘4.1. Veroordeelt [eiser] om binnen 1 (één) maand vanaf de betekening van dit vonnis de hierna te noemen gebreken naar eisen van goed vakmanschap te (doen) herstellen en op te heffen op straffe van een aan [gedaagde 1] c.s. te verbeuren dwangsom van € 50,-- per dag of een gedeelte van een dag dat hij met naleving van dit vonnis in gebreke zal zijn, met een maximum van € 10.000,--. Het gaat om de gebreken zoals omschreven bij de feiten onder 2.4.:

De lekkage vanaf het platte dak en de vochtplekken en de leksporen;

pro

De CV-ketel en de ontluchters’

De voordeur;

De wandtegels in de doucheruimte, de vochtplekken en het stucwerk, alsmede de vloer in de gang grenzend aan de doucheruimte;

Het tuimelraam in de slaapkamer.

(…).’

De gebreken beschreven onder 2.4. van het vonnis van de kantonrechter, zijn in het onderhavige vonnis weergegeven onder 2.2.

2.6.

Het vonnis van de kantonrechter is op 26 mei 2016 door de deurwaarder aan [eiser] betekend, zodat door [eiser] uiterlijk op 26 juni 2016 uitvoering aan het vonnis gegeven diende te zijn.

2.7.

Ter uitvoering van de ingevolge het vonnis van de kantonrechter uit te voeren werkzaamheden heeft [eiser] aannemer [X] te [plaats 2] opdracht gegeven. [X] en zijn medewerker hebben de werkzaamheden uitgevoerd. Voor zover [X] de uit te voeren werkzaamheden zelf niet kon verrichten, heeft hij daarvoor derden ingeschakeld.

2.8.

Ook nadat de herstelwerkzaamheden waren uitgevoerd zijn [gedaagde 1] c.s. de door de Huurcommissie tot 30% verlaagde huurprijs van € 184,86 per maand blijven betalen.

2.9.

Op verzoek van [gedaagde 1] heeft de deurwaarder in aanwezigheid van [gedaagde 1] c.s., diens advocaat, [eiser] en de heer [X] , dakdekker, de woning bezocht en gekeken of de vastgestelde gebreken waren verholpen en daarvan op 28 juni 2016 een proces-verbaal van constatering opgesteld.

2.10.

Eveneens op verzoek van [gedaagde 1] heeft de heer [Y] van ‘Het Gebouw’ te Enschede op 30 juni 2016 een rapport opgesteld van zijn bevindingen ten aanzien van het verhelpen van de gebreken. [eiser] en [X] zijn niet bij de inspectie van de heer [Y] aanwezig geweest.

2.11.

Op 23 augustus 2016 hebben [gedaagde 1] c.s. executoriaal (derden)beslag laten leggen op de bankrekening van [eiser] bij de ABN-AMRO. Het beslag is inmiddels opgeheven en het saldo op voornoemde bankrekening is vrijgegeven onder aftrek van een bedrag van € 2.690,99, welk bedrag door de deurwaarder is geïnd, ingevolge het vonnis van 10 mei 2016 ten titel van verbeurde dwangsommen en kosten.

2.12.

Tijdens de behandeling van het door [eiser] geëntameerde kort geding ter zitting van 19 september 2016 hebben partijen afgesproken om gezamenlijk een deskundige in te schakelen om te beoordelen of de gebreken zoals benoemd in het vonnis van de kantonrechter naar eisen van goed vakmanschap zijn hersteld en opgeheven. Partijen hebben daartoe aan W.E.M. Verstraete (hierna: Verstraete), beëdigd bouwkundig expert bij buro WoningSchouw B.V. Expertise een opdracht verstrekt.

2.13.

Op 5 oktober 2016 heeft Verstraete een bouwkundige expertise op locatie uitgevoerd, waarvan hij aan beide partijen rapport heeft uitgebracht.

2.14.

Bij brief van 31 oktober 2016 heeft [gedaagde 1] op dit rapport gereageerd.

2.15.

Bij brief van 2 november 2016 heeft [eiser] op dit rapport gereageerd.

2.16.

Gelet op de inhoud van de onder 2.14 en 2.15 genoemde brieven van partijen heeft de rechtbank aanleiding gezien om de zaak wederom ter zitting te agenderen en [eiser] te verzoeken om de deskundige voor de zitting uit te nodigen en [gedaagde 1] c.s. te verzoeken om hun brief van 31 oktober 2016 aan de deskundige te doen toekomen, zodat de deskundige tijdens de voortgezette zitting op de inhoud daarvan kan reageren.

2.17.

Bij brief van 22 november 2016 heeft [eiser] meegedeeld dat het in geding zijnde onroerend op 4 november 2016 in eigendom is overgedragen, maar dat hij nog steeds belang houdt bij voortzetting van het kort geding, omdat hij en niet de nieuwe eigenaar degene is voor wiens rekening eventueel uit hoofde van het te wijzen vonnis uit te voeren reparaties en/of teruggaaf van dwangsom zal komen. Bij brief van 24 november 2016 heeft [eiser] de kadastrale informatie waaruit dit blijkt in het geding gebracht.

2.18.

Bij brief van 28 november 2016 heeft [eiser] een op 25 november 2016 gedateerd e-mailbericht van Verstraete in het geding gebracht, waaruit blijkt dat Verstraete niet bij de voorgezette behandeling van het kort geding op 29 november 2016 aanwezig zal zijn.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - na eiswijzing ter zitting [gedaagde 1] c.s. op straffe van verbeurte van een dwangsom te gebieden de executie van het vonnis van de kantonrechter van 10 mei 2016, zaaknummer 4357879 CV EXPL 15-6911 te staken en gestaakt te houden, dan wel dat de voorzieningenrechter de executie schorst. Voorts vordert [eiser] [gedaagde 1] c.s. te gebieden om het op grond van het executoriale beslag reeds geïnde onverwijld aan [eiser] terug te betalen. Daarnaast vordert [eiser] om [gedaagde 1] c.s. te gebieden om [eiser] en alle door hem aan te wijzen personen tot de door hem gehuurde woning toe te laten voor inspecties van de staat van het gehuurde en/of voor taxaties en/of voor herstelwerkzaamheden als bedoeld in de artikelen 10.3 en 10.6 van de bij de huurovereenkomst behorende algemene bepalingen. Tot slot vordert [eiser] om [gedaagde 1] c.s. te gebieden om [eiser] met ingang van de maand augustus 2016, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen maand, de volledige huurprijs althans een tot 40% verlaagde huurprijs te betalen en [gedaagde 1] c.s. te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde 1] c.s. voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

In een executiegeschil als het onderhavige, waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een bevel tot nakoming niet of onvoldoende is nageleefd, heeft de rechter niet tot taak de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen, maar dient hij zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (zie onder meer HR 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9400, NJ 2004, 410).

4.2.

Ingevolge het veroordelend vonnis van 10 mei 2016 dient [eiser] binnen één maand vanaf de betekening van dat vonnis, die op 26 mei 2016 heeft plaatsgevonden, derhalve uiterlijk op 26 juni 2016, naar de eisen van goed vakmanschap te (doen) herstellen de volgende gebreken:

  1. de lekkage vanaf het platte dag en de vochtplekken en leksporen;

  2. het verband tussen stijl en dorpel van het betreffende raam van de woonkamer;

  3. de CV-ketel en de ontluchters

  4. de voordeur;

  5. de wandtegels in de doucheruimte, de vochtplekken en het stucwerk, almede de vloer in de gang grenzend aan de doucheruimte;

  6. het tuimelraam in de slaapkamer.

4.3.

[gedaagde 1] c.s. betwisten de stelling van [eiser] dat de door hem ingeschakelde (onder)aannemers de herstelwerkzaamheden naar behoren hebben uitgevoerd en dat daarmee is voldaan aan het vonnis van de kantonrechter. Derhalve hebben partijen bouwkundig expert Verstraete benaderd om als deskundige te beoordelen of [eiser] de gebreken naar eisen van goed vakmanschap heeft (doen) herstellen.

4.4.

[gedaagde 1] c.s. stellen dat het rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat partijen niet in de gelegenheid zijn gesteld om op- en/of aanmerkingen te maken naar aanleiding van de voorlopige bevindingen van de deskundige. Ook zijn niet alle door de deskundige gemaakte foto’s aan zijn rapport gehecht, aldus [gedaagde 1] c.s.. Ook in de door de deskundige getrokken conclusies kan [gedaagde 1] zich niet vinden. De deskundige dient volgens [gedaagde 1] c.s. opheldering te verschaffen met betrekking tot zijn rapport alvorens er vonnis wordt gewezen.

4.5.

[eiser] deelt de door [gedaagde 1] c.s. tegen het rapport van de deskundige opgeworpen bezwaren niet en is van mening dat er vonnis kan worden gewezen.

4.6.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de deskundige niet door de rechtbank is benoemd, maar door partijen is benaderd. [gedaagde 1] c.s. hebben terecht opgemerkt dat de deskundige heeft nagelaten zijn rapport in conceptvorm aan partijen voor te leggen, alvorens definitief te rapporteren. Om de deskundige alsnog in de gelegenheid te stellen op de bezwaren van [gedaagde 1] c.s. te reageren is de deskundige uitgenodigd om ter zitting te verschijnen. Bij brief van 25 november 2016 en bij e-mailbericht van 29 november 2016 heeft de deskundige uitgelegd waarom hij niet ter zitting zal verschijnen. De voorzieningenrechter kan niet anders dan dit voor kennisgeving aannemen.

4.7.

De voorzieningenrechter heeft begrip voor het standpunt van de deskundige dat hij zijn verdere medewerking zal onthouden als hij niet wordt betaald. Van de door [gedaagde 1] c.s. gestelde onpartijdigheid van de deskundige is de voorzieningenrechter niet gebleken. Het rapport is opgesteld en afgegeven voordat de deskundige door partijen is betaald, hetgeen niet duidt op partijdigheid. Dat [gedaagde 1] c.s. zich niet kunnen vinden in de inhoud van het rapport, maakt evenmin dat het rapport partijdig is opgesteld. Andere aanwijzingen die duiden op partijdigheid van de deskundige heeft de voorzieningenrechter evenmin aangetroffen. Nu [gedaagde 1] c.s. door het onbetaald laten van de factuur van Verstraete hebben bewerkstelligd dat Verstraete niet ter zitting is verschenen om in te gaan op zijn tegen het deskundigenrapport geuite bezwaren, ziet de voorzieningenrechter ook daarin geen reden om het rapport naast zich neer te leggen.

4.8.

De voorzieningenrechter zal het door deskundige Verstraete opgestelde rapport dan ook gebruiken om te beoordelen of [eiser] aan het vonnis van de kantonrechter heeft voldaan.

4.9.

In zijn rapportage van oktober 2016 komt Verstraete tot de volgende eindconclusie. Met betrekking tot:

Lekkage vanaf het platte dag en daardoor ontstane vochtplekken/leksporen

  • -

    Platdakbedekking is naar behoren vernieuwd. Geen lekkage meer aanwezig.

  • -

    Met betrekking tot afdak veel aangetaste delen van de constructie waardoor water op het dak ter plaatste van het afdak blijft staan. Hiervan is onduidelijk wie eigenaar c.q. verantwoordelijk is voor het onderhoud van het afdak.

  • -

    Voormalige oude vochtplekken in de plafonds van de bijkeuken en berging zijn onvoldoende geïsoleerd alvorens te sausen. Oude droge vochtkringen komen weer door de saus heen.

4.10.

[gedaagde 1] c.s. verwijzen naar hetgeen Verstraete onder de aandachtspunten 2 en 3 heeft verwoord en verbinden daaraan de conclusie dat de vochtplekken en de leksporen niet naar eisen van goed vakmanschap zijn hersteld. Dat de overkapping aan de achterzijde van het dak doorhangt, waardoor er water en sneeuw op blijft liggen, waardoor de deskundige adviseert er niet over te lopen, is evenmin deskundig hersteld, aldus [gedaagde 1] c.s.

4.11.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het vonnis van de kantonrechter [eiser] enkel veroordeelt tot het herstellen van de lekkage vanaf het platte dak en van de door de lekkage vanaf het platte dak ontstane vochtplekken en leksporen. Dit betekent dat de door Verstraete als constructief onbetrouwbaar betitelde dakconstructie van het afdak buiten het bestek van dit geding valt. Verstraete heeft geconstateerd dat er geen lekkage meer aanwezig is nadat de dakbedekking van het platte dak is vervangen. De ten tijde van uitvoeren van de bouwkundige expertise in de woning nog aanwezige vochtplekken en kringen betroffen volgens Verstraete oude vochtplekken en –kringen, die weer door de saus zijn heen gekomen en nog zichtbaar zijn omdat deze plekken en kringen onvoldoende zijn geïsoleerd alvorens te sauzen.

4.12.

Volgens [eiser] kan hem niet worden verweten dat de vocht- en schimmelplekken niet tijdig zijn hersteld. Nadat de lekkageoorzaak tijdig was verholpen door het vervangen van de dakbedekking, hebben de door hem ingeschakelde werklieden tijdig pogingen ondernomen om ook de gevolgschade te herstellen. Hen werd echter, ondanks een met [gedaagde 1] c.s. gemaakte afspraak dat de werklieden zich op 6 juni 2016 om 17.00 uur bij hem zouden melden, de toegang ontzegd, aldus [eiser] . Daarna zijn er volgens [eiser] wel pogingen ondernomen om de vocht- en schimmelplekken weg te werken, maar – zoals door [gedaagde 1] c.s. ook wordt erkend – natte muren hebben droogtijd nodig, nadat de oorzaak van de lekkage is verholpen.

4.13.

[gedaagde 1] c.s. betwisten niet dat zij de werklieden op 6 juni 2016 niet hebben toegelaten, maar stellen dat zij dat hebben gedaan omdat zij de herstelwerkzaamheden buiten de normale werktijden (zijns inziens van 7.30 tot 16.30 uur) wilden uitvoeren. Nadien hebben (de advocaten van) partijen gecorrespondeerd over de vraag of de werkzaamheden al dan niet correct en zijn uitgevoerd en of, en zo ja wanneer, er nog herstelwerkzaamheden verricht dienden te worden. Op 13 juni 2016 hebben [gedaagde 1] c.s. schriftelijk te kennen gegeven dat zij bereid zijn de werkzaamheden te laten uitvoeren. Op 14 juni 2016 heeft [eiser] de advocaat van [gedaagde 1] c.s. meegedeeld dat alle punten vermeld in het vonnis van de kantonrechter zijn verholpen. Op 28 juli 2016 mailt [eiser] de advocaat van [gedaagde 1] c.s.: ‘in aanvulling op de vorige mail wil ik nog melden dat het schilderwerk inmiddels voltooid is en ook de nieuwe lekkage verholpen is’.

4.14.

De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat er in de periode tussen

14 juni 2016 en 28 juli 2016 kennelijk nog wel schilderwerkzaamheden in de woning hebben plaatsgevonden. Door [gedaagde 1] c.s. is gesteld dat de schilderwerkzaamheden niet voor het verstrijken van de hersteltermijn op 26 juni 2016 zijn uitgevoerd. Aan de hand van de thans in het dossier voorhanden zijnde informatie kan niet worden vastgesteld wanneer deze schilderswerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Duidelijk is echter wel dat de schilders de aanwezige vochtplekken en –strepen hebben geïsoleerd en daarna gesausd. Dat de droge kringverkleuring ten tijde van het uitvoeren van de expertise nog zichtbaar waren, heeft volgens Verstraete te maken met het feit dat de verkleuringen onvoldoende waren geïsoleerd voordat er werd gesausd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt niet uit te sluiten dat er onvoldoende tijd was om de door lekkage natte muren voor het verstrijken van de door de kantonrechter bepaalde hersteltermijn, voldoende te isoleren en dekkend te sauzen en dat de weigering van [gedaagde 1] om de schilders binnen te laten - waarna zij op een later tijdstip terug dienden te komen - daar mede debet aan is. Nu het afdoende wegwerken van de lekkagesporen bovendien slechts de finishing touch was van het door de kantonrechter geboden herstel dat verder naar behoren is uitgevoerd, rechtvaardigt de niet tijdige en volledige nakoming door [eiser] van het vonnis van de kantonrechter in voorvermelde zin, onder de voorvermelde omstandigheden niet de (voorzetting van de) executie van dat vonnis door [gedaagde 1] .

4.15.

In zijn rapportage van oktober 2016 komt Verstraete tot de volgende eindconclusie: Verband tussen stijl en dorpel bij een raam van de woonkamer

  • -

    Aangetaste delen zijn naar behoren vernieuwd.

  • -

    Buitenschilderwerk van dit raam nog niet aangebracht.

4.16.

[gedaagde 1] c.s. merken op dit punt enkel op dat het buitenschilderwerk van dit raam (nog) niet is voltooid. Daaruit leidt de voorzieningenrechter af dat [gedaagde 1] c.s. erkennen dat het verband tussen stijl en dorpel bij een raam van de woonkamer overigens naar behoren is hersteld. Nu het voltooien (buiten)schilderwerk geen onderdeel uitmaakt van de veroordeling door de kantonrechter, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat [eiser] wat betreft het herstel van het verband tussen stijl en dorpel aan het vonnis van de kantonrechter heeft voldaan.

4.17.

In zijn rapportage van oktober 2016 komt Verstraete tot de volgende eindconclusie: Voordeur scheluw

 Naar behoren bijgesteld en voorzien van tochtstrippen. Enige spelling op de sluitplaat.

4.18.

[gedaagde 1] c.s. betwisten dat de voordeur naar behoren is bijgesteld. De deur is volgens [gedaagde 1] c.s. nog altijd scheef en daardoor komt nog veel tocht de woning binnen.

4.19.

In zijn rapportage meldt Verstraete dat bij opname van de huurcommissie is geconstateerd dat de voordeur scheluw was en de onderzijde een sluitnaad van 8 mm vertoont. Bij opname door de deskundige is een sluitnaad van 8 mm niet aangetroffen. De voordeur was volgens Verstraete inmiddels bijgesteld en voorzien van sponning inleg tochtstrippen. Daaraan verbindt Verstraete de conclusie dat de herstelwerkzaamheden aan de voordeur naar behoren zijn uitgevoerd. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding deze conclusie in twijfel te trekken en is van oordeel dat op dit punt aan het vonnis van de kantonrechter is voldaan. De opmerking die Verstraete in zijn rapport nog maakt, te weten dat op de sluitplaat nog wat speling zit en wat bijgesteld kan worden zodat de deur nog beter in de tochtstrippen afsluit is volgens de voorzieningenrechter van aanvullende aard. Het bijstellen conform de door Verstraete gemaakte opmerking gaat het bestek van dit kort geding te buiten.

4.20.

In zijn rapportage van oktober 2016 komt Verstraete tot de volgende eindconclusie:

Wandtegels doucheruimte onthecht, waardoor lekkage, vochtplekken en dergelijke zijn ontstaan.

  • -

    Wandtegels/vloertegels conform de uitvoeringsrichtlijn goed aangebracht.

  • -

    Gebarsten wandtegel douchewand risicovol met betrekking tot lekkage.

  • -

    Onthecht kitwerk in aansluiting wandtegels vloertegels onder de douche mengkraan.

  • -

    Deels ontbrekend kitwerk in inwendige hoek rechts van douche mengkraan.

  • -

    Nieuwe betimmering voor verdiepingsvloer en schuin gedeelte boven de trap nog onafgewerkt.

4.21.

[gedaagde 1] c.s. stellen dat er volgens de deskundige sprake is van een gebarsten wandtegel, van deels ontbrekend en van onthecht kitwerk en dat de nieuwe betimmering voor de kop van de verdiepingsvloer en schuin gedeelte boven de trap onafgewerkt zijn. Hieruit volgt dat herstel niet naar eisen van goed vakmanschap heeft plaatsgevonden, aldus [gedaagde 1] c.s.

4.22.

Daarmee trekt [gedaagde 1] c.s. een andere conclusie dan Verstraete op basis van dezelfde gegevens doet. De voorzieningenrechter heeft geen reden om de conclusie van [gedaagde 1] c.s. zwaarder te laten wegen dan de conclusie van bouwkundig expert Verstraete die in zijn rapport stelt dat het wandtegelwerk op de douchewand vervangen is, voldoet aan de uitvoeringsrichtlijn en dat de onderliggende afwerkingen van plafond en wanden afdoende zijn hersteld. De voorzieningenrechter is dan voor van oordeel dat ook op dit punt is voldaan aan het vonnis van de kantonrechter.

4.23.

Dat Verstraete vervolgens opmerkt dat een nog aanwezige gebarsten wandtegel in de douchewand risicovol is met betrekking tot lekkage, dat sprake is van onthecht kitwerk in aansluiting wandtegels vloertegels onder de douche mengkraan en deels ontbrekend kitwerk in inwendige hoek rechts van douche mengkraan, doet aan de door Verstraete als deskundige getrokken en door de voorzieningenrechter gevolgde conclusie, dat herstel als bedoeld in het vonnis van de kantonrechter heeft plaatsgevonden niet af. Problemen die hieruit in de toekomst eventueel zouden voortvloeien kunnen in het kader van dit kort geding geen rol spelen.

4.24.

Verstraete heeft in zijn rapport met betrekking tot het aan het tuimelraam geconstateerde gebrek opgemerkt dat dit niet meer actueel was en niet nader beoordeeld hoefde te worden. Nu hiertegen door [gedaagde 1] c.s. geen bezwaar is aangetekend, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat het herstel van de gebreken aan het tuimelraam geen onderdeel uitmaken van dit kort geding.

4.25.

Door [eiser] is onbetwist gesteld dat [gedaagde 1] c.s. de problemen met de

CV-ketel en de ontluchters zelf hebben opgelost. [gedaagde 1] c.s. stellen dat zij zelf een andere CV-ketel hebben aangeschaft en leidingen hebben vervangen, waardoor zij problemen hebben opgelost die [eiser] als verhuurder had dienen op te lossen.

4.26.

De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de problemen met de CV-ketel en de ontluchters inmiddels zijn opgelost en dat dit is gebeurd voor het verstrijken van de aan [eiser] gegunde hersteltermijn. Zoals [eiser] terecht heeft gesteld kan van het verbeuren van dwangsommen op dit punt vanwege het niet voldoen aan het vonnis van de kantonrechter dan ook geen sprake zijn.

4.27.

Gelet op het vorengaande zal de vordering om [gedaagde 1] op straffe van verbeurte van een dwangsom te gebieden de executie van het vonnis van 10 mei 2016 te staken en gestaakt te houden, worden toegewezen. De dwangsom zal als volgt worden gematigd en gemaximeerd.

4.28.

[eiser] heeft tevens terugbetaling gevorderd van de reeds geïnde dwangsommen. Uit het oordeel van de voorzieningenrechter volgt dat er (nog) geen dwangsommen zijn verbeurd, zodat de dwangsommen onverschuldigd zijn betaald en deze vordering dus toewijsbaar is.

4.29.

[eiser] heeft tevens gevorderd dat [gedaagde 1] c.s. op straffe van verbeurte van een dwangsom – kortgezegd – toegang zullen verschaffen tot de woning aan personen die herstelwerkzaamheden aan de woning komen verrichten dan wel de woning komen inspecteren of taxeren.

4.30.

De voorzieningenrechter zal deze vordering afwijzen. Nu de woning is verkocht en [eiser] geen eigenaar meer is van de woning, heeft hij geen belang meer bij toewijzing van zijn vordering tot toelating van personen in het kader van inspectie of taxatie tot die woning. [eiser] zou nog belang kunnen hebben bij een veroordeling van [gedaagde 1] om personen tot de woning toe te laten om te controleren of ook de afrondende schilderswerkzaamheden naar behoren zijn uitgevoerd, maar dat is niet wat hij onder verwijzing naar de artikelen 10.3 en 10.6 van de ‘algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte’ vordert en waar hij geen belang meer bij heeft omdat hij geen eigenaar van de woning meer is.

4.31.

De vordering om [gedaagde 1] c.s. met ingang van de maand augustus 2016, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen maand de volledige huurprijs, althans een tot 40% verlaagde huurprijs te laten betalen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.32.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had [eiser] om en nabij

28 juli 2016 grotendeels voldaan aan de veroordeling tot herstel van de geconstateerde gebreken. Dit baseert de voorzieningenrechter op een mail van [eiser] aan de advocaat van [gedaagde 1] c.s. waarin hij schrijft: ‘in aanvulling op de vorige mail wil ik nog melden dat het schilderwerk inmiddels voltooid is en ook de nieuwe lekkage verholpen is’. Slechts in de afwerking, te weten met het tijdige voltooien van de schilderwerkzaamheden, is [eiser] in gebreke gebleven. Zoals de voorzieningenrechter hiervoor reeds heeft geoordeeld valt niet uit te sluiten dat er onvoldoende tijd was om de door lekkage natte muren voor het verstrijken van de door de kantonrechter bepaalde hersteltermijn, voldoende te isoleren en dekkend te sauzen en dat de weigering van [gedaagde 1] om de schilders binnen te laten - waarna zij op een later tijdstip terug dienden te komen - daar mede debet aan is. Het afdoende wegwerken van de lekkagesporen was bovendien slechts de finishing touch van het door de kantonrechter geboden herstel dat verder naar behoren is uitgevoerd. Aangezien het uitblijven van tijdig herstel op dit ondergeschikte punt het huurgenot slechts op ondergeschikte en te verwaarlozen wijze beperkt, rechtvaardigt dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen verlaging van de huurprijs. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om te bepalen dat [gedaagde 1] vanaf 1 augustus 2016 weer de volledige huurprijs dient te betalen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking het niet aannemelijk is geworden dat er vanaf augustus 2016 tot het moment dat de deskundige in oktober 2016 heeft vastgesteld dat de geconstateerde gebreken naar behoren zijn hersteld, nog herstelwerkzaamheden namens [eiser] zijn verricht.

4.33.

[gedaagde 1] c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 97,95

- griffierecht 288,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.201,95

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt [gedaagde 1] c.s. de executie van het vonnis van de rechtbank Overijssel Team Kanton en Handelsrecht zittingsplaats Enschede van 10 mei 2016 (zaaknummer: 4357870 CV EXPL 15-6911) te staken en verbiedt [gedaagde 1] c.s. tot (verdere) executie van dit vonnis over te gaan, een en ander op straffe van een door [gedaagde 1] c.s. aan [eiser] te verbeuren dwangsom van € 250,-- per dag dat [gedaagde 1] c.s. hiermee na betekening van het vonnis in strijdt handelt, tot een maximum van € 50.000,-- is bereikt,

5.2.

gebiedt [gedaagde 1] c.s. het op grond van het executoriale beslag reeds geïnde onverwijld aan [eiser] c.s. terug te betalen,

5.3.

gebiedt [gedaagde 1] c.s. om aan [eiser] met ingang van de maand augustus 2016 100% van de huurprijs te betalen,

5.4.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.201,95,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op

7 december 2016.1

1 type: coll: