Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:487

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-02-2016
Datum publicatie
16-02-2016
Zaaknummer
08/996005-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 35-jarige man uit Veendam die leiding gaf aan een grootschalige acquisitiefraude is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast oordeelt de rechtbank Overijssel dat hij 6 jaar lang geen bestuurder van een onderneming mag zijn. Ook is het hem verboden om in zijn proeftijd acquisitiewerk te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/996005-14

Datum vonnis: 16 februari 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende in [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 25 en 28 januari 2016 en 1 februari 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.H. Pluimers en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Drachten, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 10 juni 2005 tot en met 1 december 2014 in Nederland, Bulgarije en Turkije leider is geweest van een criminele organisatie die het plegen van oplichting, valsheid in geschrift, belastingfraude en witwassen tot oogmerk had;

feit 2:

in de periode van 10 juni 2005 tot en met 1 december 2014 in Nederland, samen met anderen een groot aantal ondernemers door middel van telefonische acquisitie heeft opgelicht;

feit 3:

in de periode van 10 juni 2005 tot en met 1 december 2014 in Nederland, samen met anderen heeft geprobeerd om een groot aantal ondernemers door middel van telefonische acquisitie op te lichten;

feit 4:

(A) in de periode van 23 november 2005 tot en met 1 april 2011 in Nederland, feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan [bedrijf 1] BV, [bedrijf 2] BV en [bedrijf 3] BV terzake van het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van die BV’s, door daarin een groot aantal valse facturen op te nemen;

(B) in de periode van 2 februari 2008 tot en met 14 oktober 2010 in Nederland, feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan [bedrijf 4] BV, terzake van het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van die BV, door daarin een groot aantal valse facturen op te nemen;

(C) in de periode van 15 september 2010 tot en met 1 december 2014 in Nederland, feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan [bedrijf 5] BV, terzake van het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van die BV, door daarin een groot aantal valse facturen op te nemen;

feit 5:

(A) in de periode van 19 december 2007 tot en met augustus 2011 in Nederland, feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan [bedrijf 1] BV, [bedrijf 2] BV en [bedrijf 3] BV, terzake van het opzettelijk onjuist doen van de aangiften vennootschapsbelasting van die BV’s over de jaren 2006, 2007 en 2010;

(B) in de periode van 4 juni 2010 tot en met 28 september 2010 in Nederland, feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan [bedrijf 4] BV, terzake van het opzettelijk onjuist doen van de aangiften vennootschapsbelasting van die BV over de jaren 2008 en 2009;

(C) in de periode van 12 augustus 2011 tot en met 10 januari 2013 in Nederland, feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan [bedrijf 5] BV, terzake van het opzettelijk onjuist doen van de aangiften VpB van die BV over de jaren 2010 en 2011;

feit 6:

in de periode van 17 december 2007 tot en met 28 maart 2013 in Nederland, de op zijn naam staande aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2006 tot en met 2011 opzettelijk onjuist heeft gedaan;

feit 7:

in de periode van 10 juni 2005 tot en met heden in Nederland, Bulgarije en Turkije, een gewoonte heeft gemaakt van het op verschillende manieren witwassen van geldbedragen.

Voluit luidt de – gewijzigde – tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij,

op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 10 juni 2005 tot en

met 1 december 2014,in Beilen en/of Breda en/of Groningen en/of Veendam en/of

Wildervank en/of Winschoten en/of Zwolle, althans in Nederland; en/of

in Sliven, althans in Bulgarije; en/of

in Talas (district), althans Kayseri (provincie), althans in Turkije,

heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband tussen

- hem, verdachte; en/of

- [bedrijf 6] ; en/of

- [bedrijf 7] B.V.; en/of

- [bedrijf 8] B.V.; en/of

- [bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ); en/of

- [bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd:

[bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.); en/of

- [bedrijf 4] B.V.; en/of

- [bedrijf 5] B.V.; en/of

- [bedrijf 10] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2]

[handelsnaam 2] ); en/of

- [bedrijf 11] B.V.; en/of

- [naam 1] ; en/of

- [medeverdachte 1] ; en/of

- [bedrijf 18] ; en/of

- [bedrijf 19] ; en/of

- [medeverdachte 2] ; en/of

- [bedrijf 12] ; en/of

- [medeverdachte 3] ; en/of

- [naam 2] ; en/of

- [bedrijf 13] ; en/of

- [naam 3] ; en/of

- [bedrijf 20] ; en/of

- [naam 4] ; en/of

- [bedrijf 21] ; en/of

- [naam 5] ; en/of

- [naam 6] ; en/of

- [naam 7] ; en/of

- [naam 8] ; en/of

- [naam 9] ; en/of

- [naam 10] ; en/of

- [naam 11] ; en/of

- [bedrijf 14] ; en/of

- [bedrijf 16] Ltd; en/of

- [bedrijf 17] Ltd; en/of

een of meer (andere) natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en),

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het plegen van oplichting (artikel 326 Wetboek van strafrecht); en/of

- het plegen van valsheid in geschrift (artikel 225 Wetboek van strafrecht);

en/of

- het plegen van het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte

onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt

geheven (artikel 69, lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen); en/of

- het plegen van witwassen (artikel 420bis, ter, quater Wetboek van

strafrecht),

zulks terwijl hij, verdachte, oprichter, leider of bestuurder van die

organisatie was;

art 140 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij,

op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 10 juni 2005 tot en

met 1 december 2014,in Beilen en/of Breda en/of Groningen en/of Veendam en/of

Winschoten en/of Wildervank en/of Zwolle, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een groot aantal ondernemers, althans een of meer ondernemer(s), waaronder

(vindplaats: AMB-076 en 083 en DOC-063 en DOC-326 en DOC-327 en G-022):

- [slachtoffer 1] (casus 4); en/of

- [slachtoffer 2] (casus 5); en/of

- [slachtoffer 3] (casus 6); en/of

- [slachtoffer 4] (casus 7);

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, althans

enig goed en/of het ter beschikking stellen van (persoons)gegevens en/of tot

het aangaan van een schuld,

hierin bestaande, dat verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachte(n),

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

A. Bedrijfsgegevens van ondernemers (ongevraagd) plaatst op een website

(waaronder onlinevermeldingen.nl en/of bedrijvencontactonline.nl en/of

bedrijven-abc.nl en/of nlondernemersgids.nl en/of kleurboekkiekeboe.nl

en/of bedrijvencontactonline.nl en/of hetbedrijvenblad.nl en/of

sponsormedia.nl en/of gemeentelijkebedrijfswijzer.nl); en/of

B. Telefonische acquisitie (B2B) pleegt (aan de hand van een belscript,

vindplaats: DOC-159, 266, 314 tot en met 321) waarbij

- (B1) een valse naam wordt aangenomen; en/of

- (B2) de ondernemer wordt benaderd met het verhaal,

- dat er eerder contact is geweest over de (gratis) vermelding van

bedrijfsgegevens op een website; en/of

- dat hij een standaardvermelding heeft voor de duur van 12 maanden waarvan

6 maanden zijn verstreken; en/of

- dat hij had aangegeven niet akkoord te gaan met een (automatische)

verlenging/continuering; en/of

- dat hierop een formulier, althans een brief en/of fax en/of e-mail is

toegestuurd welke (nog) niet retour is ontvangen; en/of

- (B3) aan de ondernemer,

- wordt gevraagd of hij wil verlengen/continueren; en/of

- wordt verzocht het/de thans toe te sturen formulier, althans brief en/of

fax en/of e-mail per ommegaande en getekend te retourneren teneinde op te

zeggen en/of de (automatische) verlenging/continuering stop te zetten;

en/of

- wordt teruggekoppeld dat hij wil opzeggen en/of zijn bedrijfsgegevens

niet vermeldt wil zien staan op een website en/of niet akkoord gaat met

een (automatische) verlenging/continuering; en/of

- wordt toegezegd dat het om een opzegging gaat en/of wanneer hij het/de

thans toe te sturen formulier, althans brief en/of fax en/of e-mail

getekend retourneert zijn bedrijfsgegevens niet worden vermeldt op een

website en/of hij overal van af zou zijn en/of het alleen maar om een

bevestiging gaat dat hij niet akkoord gaat met een (automatische)

verlenging/continuering; en/of

C. (Kort na de telefonische acquisitie) een formulier, althans een brief

en/of fax en/of e-mail stuurt naar de ondernemer met de zinsnede(n) 'niet

automatisch verlengd/gecontinueerd' en/of 'hierna niet continueren', althans woorden van gelijke strekking, zijnde een (tijdens de telefonische acquisitie niet besproken) clausule, waardoor, als de ondernemer tekent, (eerst) een geheel nieuwe overeenkomst voor een bepaalde periode wordt aangegaan; en/of

D. (Kort na ontvangst van het ondertekende formulier) een factuur stuurt naar

de ondernemer; en/of

E. (Tijdens het/de hierop volgende telefoongesprek(ken)) bij de ondernemer

aandringt op betaling en/of aangeeft een betalingsafspraak te willen maken;

en/of

F. (Bij het uitblijven van betaling) contact opneemt met de ondernemer en

hierbij dreigende taal uitslaat; en/of

G. Deed voorkomen alsof de acquisitiewerkzaamheden (feitelijk) niet werden verricht in Groningen, althans niet in het Noorden van Nederland;

art 326 Wetboek van Strafrecht

3.

hij,

op een of meer tijdstippen,

in of omstreeks de periode van 10 juni 2005 tot en met 1 december 2014,

in Beilen en/of Breda en/of Groningen en/of Veendam en/of Wildervank en/of

Winschoten en/of Zwolle, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een groot aantal ondernemers, althans een of meer ondernemer(s), waaronder

(vindplaats: AMB-076 en 083):

- [slachtoffer 5] (casus 1); en/of

- [slachtoffer 6] (casus 2); en/of

- [slachtoffer 7] (casus 3), en/of

- [slachtoffer 3] (casus 6),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, althans enig

goed en/of het ter beschikking stellen van (persoons)gegevens en/of tot het

aangaan van een schuld,

hierin bestaande, dat verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachte(n),

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

A. Bedrijfsgegevens van ondernemers (ongevraagd) plaatst op een website

(waaronder onlinevermeldingen.nl en/of bedrijvencontactonline.nl en/of

bedrijven-abc.nl en/of nlondernemersgids.nl en/of kleurboekkiekeboe.nl

en/of bedrijvencontactonline.nl en/of hetbedrijvenblad.nl en/of

sponsormedia.nl en/of gemeentelijkebedrijfswijzer.nl); en/of

B. Telefonische acquisitie (B2B) pleegt (aan de hand van een belscript,

vindplaats: DOC-159, 266, 314 tot en met 321) waarbij

- (B1) een valse naam wordt aangenomen; en/of

- (B2) de ondernemer wordt benaderd met het verhaal,

- dat er eerder contact is geweest over de (gratis) vermelding van

bedrijfsgegevens op een website; en/of

- dat hij een standaardvermelding heeft voor de duur van 12 maanden waarvan

6 maanden zijn verstreken; en/of

- dat hij had aangegeven niet akkoord te gaan met een (automatische)

verlenging/continuering; en/of

- dat hierop een formulier, althans een brief en/of fax en/of e-mail is

toegestuurd welke (nog) niet retour is ontvangen; en/of

- (B3) aan de ondernemer,

- wordt gevraagd of hij wil verlengen/continueren; en/of

- wordt verzocht het/de thans toe te sturen formulier, althans brief en/of

fax en/of e-mail per ommegaande en getekend te retourneren teneinde op te

zeggen en/of de (automatische) verlenging/continuering stop te zetten;

en/of

- wordt teruggekoppeld dat hij wil opzeggen en/of zijn bedrijfsgegevens

niet vermeldt wil zien staan op een website en/of niet akkoord gaat met

een (automatische) verlenging/continuering; en/of

- wordt toegezegd dat het om een opzegging gaat en/of wanneer hij het/de

thans toe te sturen formulier, althans brief en/of fax en/of e-mail

getekend retourneert zijn bedrijfsgegevens niet worden vermeldt op een

website en/of hij overal van af zou zijn en/of het alleen maar om een

bevestiging gaat dat hij niet akkoord gaat met een (automatische)

verlenging/continuering; en/of

C. (Kort na de telefonische acquisitie) een formulier, althans een brief

en/of fax en/of e-mail stuurt naar de ondernemer met de zinsnede(n) 'niet

automatisch verlengd/gecontinueerd' en/of 'hierna niet continueren', althans woorden van gelijke strekking, zijnde een (tijdens de telefonische acquisitie niet besproken) clausule,

waardoor, als de ondernemer tekent, (eerst) een geheel nieuwe overeenkomst

voor een bepaalde periode wordt aangegaan; en/of

D. (Kort na ontvangst van het ondertekende formulier) een factuur stuurt naar

de ondernemer; en/of

E. (Tijdens het/de hierop volgende telefoongesprek(ken)) bij de ondernemer

aandringt op betaling en/of aangeeft een betalingsafspraak te willen maken;

en/of

F. (Bij het uitblijven van betaling) contact opneemt met de ondernemer en

hierbij dreigende taal uitslaat; en/of

G. Deed voorkomen alsof de acquisitiewerkzaamheden (feitelijk) niet werden verricht in Groningen, althans niet in het Noorden van Nederland;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

(A)

[bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of

[bedrijf 3] B.V.,

op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 23 november 2005

tot en met 1 april 2011,in Zwolle, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

de (bedrijfs)administratie - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken en/of door een of meer andere(n) te doen gebruiken,

immers heeft hij, verdachte,

een groot aantal, althans een of meer (valse) factu(u)r(en), in die

(bedrijfs)administratie opgenomen en/of doen opnemen, waaronder:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 1] B.V. d.d. 22 maart 2006 (vindplaats: DOC-213);

en/of

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 2] B.V. d.d. 23 februari 2007 (vindplaats: DOC-217);

en/of

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 3] B.V. d.d. 10 december 2010 (vindplaats:

DOC-255),

waarop in strijd met de waarheid was vermeld

- dat er een dienst (DTP werk), voor een bepaald bedrag, was verricht aan

[bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V.,

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of

meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel feitelijke

leiding heeft/hebben gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

en/of

(B)

[bedrijf 4] B.V.,

op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 2 februari 2008 tot

en met 14 oktober 2010,in Groningen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

de (bedrijfs)administratie - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken en/of door een of meer andere(n) te doen gebruiken,

immers heeft hij, verdachte,

een groot aantal, althans een of meer (valse) factu(u)r(en),

in die (bedrijfs)administratie opgenomen en/of doen opnemen, waaronder:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 4] B.V. d.d. 29 april 2008 (vindplaats: DOC-231);

en/of

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 4] B.V. d.d. 30 maart 2009 (vindplaats: DOC-241);

en/of

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 4] B.V. d.d. 1 december 2009 (vindplaats: DOC-246);

en/of

waarop in strijd met de waarheid was vermeld

- dat er een dienst (DTP werk), voor een bepaald bedrag, was verricht aan

[bedrijf 4]

B.V.,

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of

meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot

bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft/hebben gegeven, dan

wel feitelijke leiding heeft/hebben gegeven aan boven omschreven verboden

gedraging(en);

en/of

(C)

[bedrijf 5] B.V.,

op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 15 september 2010

tot en met 1 december 2014,in Breda, althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

de (bedrijfs)administratie - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken en/of door een of meer andere(n) te doen gebruiken,

immers heeft hij, verdachte,

een groot aantal, althans een of meer (valse) factu(u)r(en),in die

(bedrijfs)administratie opgenomen en/of doen opnemen, waaronder:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 5] B.V. d.d. 22 november 2010 (vindplaats: DOC-007);

en/of

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 5] B.V. d.d. 2 mei 2011 (vindplaats: DOC-247); en/of

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 5] B.V. d.d. 25 oktober 2011 (vindplaats: DOC-252);

en/of

waarop in strijd met de waarheid was vermeld

- dat er een dienst (DTP werk), voor een bepaald bedrag, was verricht aan

[bedrijf 5] B.V.,

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of

meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel feitelijke

leiding heeft/hebben gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

artikel 51 lid 2 en onder 2 Wetboek van strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

(A)

[bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of

[bedrijf 3] B.V., op een of meer tijdstippen,

in of omstreeks de periode van 19 december 2007 tot en met 12 augustus 2011,

in Zwolle en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

als belastingplichtige in de zin van de wet op de vennootschapsbelasting 1969,

(telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld

in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

vennootschapsbelasting over het jaar 2006 en/of 2007 en/of 2010,

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n), dat te weinig belasting

wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die

aangifte(n) (telkens)

- een te laag belastbaar bedrag werd aangegeven,

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of

meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding

heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

en/of

(B)

[bedrijf 4] B.V., op een of meer tijdstippen,

in of omstreeks de periode van 4 juni 2010 tot en met 28 september 2010

in Groningen en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

als belastingplichtige in de zin van de wet op de vennootschapsbelasting 1969,

(telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld

in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

vennootschapsbelasting over het jaar 2008 en/of 2009, onjuist of onvolledig

heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n), dat te weinig belasting

wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die

aangifte(n) (telkens)

- een te laag belastbaar bedrag werd aangegeven,

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of

meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding

heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

en/of

(C)

[bedrijf 5] B.V., op een of meer tijdstippen,

in of omstreeks de periode van 12 augustus 2011 tot en met 10 januari 2013, in Breda en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

als belastingplichtige in de zin van de wet op de vennootschapsbelasting 1969,

(telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld

in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

vennootschapsbelasting over het jaar 2010 (1 augustus 2010 tot en met 31

december 2010) en/of 2011 onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een

ander heeft doen doen,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n), dat te weinig belasting

wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die

aangifte(n) (telkens)

- een te laag belastbaar bedrag werd aangegeven,

zulks, terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of

meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven

strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding

heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

6.

hij,

op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 17 december 2007

tot en met 28 maart 2013 in Veendam en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

als belastingplichtige in de zin van de wet inkomstenbelasting 2001,

(telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld

in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2006; en/of

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2007; en/of

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2008; en/of

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2009; en/of

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2010; en/of

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2011,

onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of door een ander heeft doen doen,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n), dat te weinig belasting

wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die

aangifte(n) (telkens)

- een te laag bedrag aan belastbaar inkomen (uit aanmerkelijk belang) werd

aangegeven, en/of (daardoor)

- een te laag bedrag aan verschuldigde inkomstenbelasting werd aangegeven;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

7.

hij,

op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 10 juni 2005 tot en

met heden, in Beilen en/of Breda en/of Groningen en/of Veendam en/of

Wildervank en/of Winschoten en/of Zwolle, althans in Nederland; en/of

in Sliven, althans in Bulgarije; en/of

in Talas (district), althans Kayseri (provincie), althans in Turkije,

tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of

rechtsperso(o)n(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een

gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte en/of één of meer van zijn medeverdachte(n),

(telkens) krachtens die gewoonte, (van) een of meer geldbedrag(en), althans

enig voorwerp,

(Sub A)

- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de

vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, dan wel

verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en)

was/waren, en/of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben

gehad; en/of

(Sub B)

- verworven en/of voorhanden gehad en/of overdragen en/of omgezet en/of van

voornoemd(e) voorwerp(en) gebruik gemaakt,

door toen en daar opzettelijk,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

- een of meer geldbedrag(en) (op moeilijk traceerbare wijze) aan te wenden ten

behoeve van zichzelf, verdachte, en/of het [bedrijf 18]

[bedrijf 18] (vindplaats: DOC-178) en/of een of meer derde(n); en/of

- een of meer derde(n) een of meer geldbedrag(en) te laten storten op een

bankrekening ten name van [bedrijf 12] en/of [bedrijf 18]

[bedrijf 18] en/of [bedrijf 19] en/of [bedrijf 20]

[bedrijf 20] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 21]

(vindplaats: DOC-063); en/of

- ( interne) overboekingen te verrichten tussen bankrekeningen ten name van [bedrijf 6]

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of

[bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3]

[bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1]

B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en/of [bedrijf 4]

B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 10]

B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en/of [bedrijf 11]

[bedrijf 11] B.V. en al dan niet daarbij (door middel van een of meer valse factu(u)r(en) met als omschrijving ,debiteurenbeheer’ en/of ,adressenbestand’ en/of ,gedane werkzaamheden’) voor te wenden dat deze overboeking(en) was/waren gedaan naar aanleiding van (een) geleverd(e) goed(eren) en/of verrichte dienst(en) (vindplaats: DOC-090 tot en met 098); en/of

- een of meer geldbedrag(en) van een of meer bankrekening(en) ten name van [bedrijf 6]

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of

[bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3]

[bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1]

B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en/of [bedrijf 4]

B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 10]

B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en/of [bedrijf 11]

[bedrijf 11] B.V. over te schrijven naar bankrekeningen ten name van

[bedrijf 12] en/of [bedrijf 18] en/of [bedrijf 19]

[bedrijf 19] en/of [bedrijf 20] en/of [bedrijf 13]

en/of [bedrijf 21] en/of [bedrijf 14] en/of omgekeerd en al dan niet daarbij (door middel van een of meer valse factu(ur)en) met als omschrijving ,debiteurenbeheer’ en/of ,adressenbestand’ en/of ,gedane werkzaamheden’ en/of ,DTP-werk’) voor te wenden dat dit/deze geldbedrag(en) was/waren overgeschreven naar aanleiding van (een) geleverd(e) goed(eren) en/of

verrichte dienst(en) (vindplaats: DOC-090 tot en met 098); en/of

- een of meer gira(a)l(e) geldbedrag(en) van bankrekeningen ten name van [bedrijf 6]

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of

[bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3]

[bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1]

B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en/of [bedrijf 4]

B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 10]

B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en/of [bedrijf 11]

[bedrijf 11] B.V. en/of [bedrijf 12] en/of [bedrijf 18]

[bedrijf 18] en/of [bedrijf 19] en/of [bedrijf 20]

[bedrijf 20] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 21] e

n/of [bedrijf 14] om te zetten in een of meer

charta(a)l(e) geldbedrag(en); en/of

- een of meer charta(a)l(e) geldbedrag(en) te storten op een of meer bankrekeningen ten name van [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 10] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en/of [bedrijf 11] B.V. en/of te vervoeren naar Talas, althans Kayseri, althans een of meer plaatsen gelegen buiten Nederland;

terwijl hij, verdachte, en/of een of meer van zijn medeverdacht(en), wist(en)

- althans redelijkerwijze moesten vermoeden - dat dit/deze geldbedrag(en) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrij(f)(ven).

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 tot en met 7 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd. Als bijzondere voorwaarde gekoppeld aan het voorwaardelijk strafdeel heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zich gedurende de proeftijd onthoudt van acquisitiewerkzaamheden in de breedste zin van het woord. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte het recht wordt ontzegd op te treden als bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van vijf jaren. Ook heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen gevorderd, te weten een woning aan de [adres 1] , een drietal bankrekeningen van de ING, gestort geld € 1.230,-- en buitenlandse valuta. Met betrekking tot de niet inbeslaggenomen voorwerpen, te weten het zalen- en partycentrum [bedrijf 22] in Turkije, heeft de officier van justitie primair eveneens de verbeurdverklaring gevorderd. Subsidiair heeft hij de verbeurdverklaring gevorderd van het bedrag van € 1.001.380,--, dat in de periode van 2010 tot en met 2014 contant is opgenomen van bankrekeningen van vennootschappen van verdachte en van verschillende eenmanszaken die onderdeel hebben uitgemaakt van de criminele organisatie. Meer subsidiair heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring van € 430.260,-- gevorderd in verband met het vereiste van toebehoren. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte op eigen kosten zorgdraagt voor de publicatie van (een deel van) de uitspraak in (een van) de huis-aan-huisbladen (NCD Mediagroep) waar de provincie Groningen ook in adverteert.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is. In dit verband overweegt de rechtbank ten overvloede het volgende.

Onder feit 4 (A), (B) en (C) is telkens ten laste gelegd dat de genoemde vennootschap(pen) de bedrijfsadministratie valselijk hebben opgemaakt, tot welk feit [verdachte] opdracht heeft gegeven dan wel aan welk feit hij feitelijk leiding heeft gegeven. Bij de feitelijke omschrijving van het valselijk opmaken (twaalfde respectievelijk elfde regel van boven) is telkens de volgende tekst opgenomen: “immers heeft hij, verdachte,”. De rechtbank begrijpt echter dat de steller van de tenlastelegging bedoeld heeft om ten laste te leggen dat niet verdachte, maar de genoemde vennootschap(pen) de feitelijke handelingen hebben verricht. Bij de bespreking van de feiten ter terechtzitting is hier van uitgegaan en de verdediging heeft op dit punt ook geen verweer gevoerd. De rechtbank ziet dit dan ook als een kennelijke vergissing.

Overigens heeft de rechtbank vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de onder de feiten 1 tot en met 7 ten laste gelegde

feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

Met betrekking tot de feiten 2 en 3 heeft de raadsman bepleit dat weliswaar sprake is van oplichting en poging tot oplichting, maar dat die niet aan verdachte kunnen worden toegerekend omdat hij niet van de gewraakte werkwijze op de hoogte was.

Met betrekking tot de feiten 4, 5 en 6 is naar de mening van de raadsman geen sprake van een wanverhouding tussen de verrichte werkzaamheden in Bulgarije en de daarvoor opgemaakte facturen die in rekening zijn gebracht bij de [bedrijven van verdachte] . Om die reden kan niet gesteld worden dat het fake-facturen zouden betreffen, zodat geen sprake is van valsheid in geschrifte en het doen van valse aangiften vennootschapsbelasting door een drietal vennootschappen van [verdachte] . Indien de rechtbank van oordeel is dat de facturen deels niet correct geweest zijn, maar dat deels ook wel tegenover daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden gemaakte kosten stonden, dan valt het totaalbedrag waarvan valse aangifte gedaan zou zijn veel lager uit. Dit geldt ook voor het doen van valse aangiften voor de inkomstenbelasting over de jaren 2006 tot en met 2011. De uitlatingen die [medeverdachte 1] en/of anderen hebben gedaan over het sturen van fake-facturen in verband met het leveren van leads (adressenbestanden) zijn niet betrouwbaar. Die personen hebben er alle belang bij valselijk te verklaren om hun eigen straatje schoon te vegen en verdachte de schuld te geven van alles.

De raadsman heeft met betrekking tot feit 7 gesteld dat voor witwassen vereist is dat er wetenschap bestaat over de criminele herkomst van de geldbedragen. Die wetenschap had verdachte niet. Als de rechtbank van oordeel is dat die wetenschap er wel is, dan kan niet gesteld worden dat alle inkomsten een criminele herkomst hebben gehad. Een deel van de opbrengst van de [bedrijven van verdachte] is 100% legaal, te denken valt aan het kleurboek Kiekeboe.

Tot slot heeft de raadsman met betrekking tot feit 1 gesteld dat hetgeen hiervoor is bepleit ook geldt voor de criminele organisatie. De strafbare feiten zijn wel gepleegd, althans in een deel van de oplichtingszaken. De vraag is wat daarbij de verantwoordelijkheid/wetenschap van verdachte is geweest. Indien de rechtbank van oordeel is dat de feiten 2 tot en met 7 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, dan kan ook feit 1 bewezen worden verklaard.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank zal hieronder eerst een korte beschrijving geven van de organisatiestructuur van de verschillende vennootschappen van [verdachte] . Vervolgens zal voor elk van de ten laste gelegde feiten gemotiveerd worden weergegeven of het betreffende feit bewezen kan worden verklaard, waarbij feit 1 (deelneming aan een criminele organisatie) als laatste behandeld zal worden.

Organisatiestructuur

Verdachte [verdachte] heeft op 10 juni 2005 [bedrijf 7] BV opgericht. Vanaf de datum van oprichting is hij bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 7] BV geweest. Vervolgens zijn in de loop der jaren de volgende vennootschappen opgericht, met [bedrijf 7] BV als bestuurder en enig aandeelhouder:

- op 10 juni 2005 [bedrijf 9] BV (handelsnaam: [handelsnaam 1] );

- op 10 juni 2005 [bedrijf 3] BV (voorheen: [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV), ontbonden met ingang van 1 april 2011;

- op 23 januari 2008 [bedrijf 4] BV, ontbonden met ingang van 1 juni 2010;

- op 26 augustus 2010 [bedrijf 5] BV;

- op 25 maart 2011 [bedrijf 10] BV.

Daarnaast heeft [verdachte] op 2 september 2011 [bedrijf 8] BV opgericht. Vanaf de datum van oprichting is hij bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 8] BV geweest. Vervolgens zijn de volgende vennootschappen ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met [bedrijf 8] BV als bestuurder en enig aandeelhouder:

- op 12 oktober 2011 [bedrijf 10] BV;

- op 26 april 2014 [bedrijf 11] BV.

Naast genoemde vennootschappen heeft [verdachte] op 20 september 2006 de eenmanszaak [bedrijf 6] opgericht.

Onder de noemer van de genoemde vennootschappen werden acquisitiewerkzaamheden verricht. Bedrijven en organisaties werden benaderd voor het plaatsen van advertenties in een kleurboek (genaamd Kiekeboe) en voor het vermelden van bedrijfsgegevens op verschillende websites. Hiervoor was een verkoopafdeling in het leven geroepen waar [naam 8] , [naam 7] , [naam 6] en [medeverdachte 3] deel van hebben uitgemaakt. Daarnaast was er een incassoafdeling die bemand werd door [naam 5] , [medeverdachte 2] en genoemde [medeverdachte 3] . De dagelijkse aansturing van beide afdelingen werd gedaan door [medeverdachte 2] en de algehele leiding en aansturing van de organisatie lag bij [verdachte] .

5.2.1

Feiten 2 en 3

De rechtbank overweegt met betrekking tot feit 2 (medeplegen van oplichting van een groot aantal ondernemers) en feit 3 (medeplegen van poging tot oplichting van een groot aantal ondernemers) het volgende.

Werkwijze

Medewerkers van de acquisitieafdeling van de organisatie belden onder een valse naam en veelal aan de hand van een belscript ongevraagd met een potentiële klant. Tegen de klant werd – in strijd met de waarheid – verteld dat er eerder contact was geweest over de (tot dan toe gratis) vermelding van diens bedrijfsgegevens op een website en dat de klant toen had aangegeven dat hij de vermelding niet wilde continueren. Er zou daarvan een bevestiging naar de klant gestuurd zijn, die hij/zij na ondertekening terug had moeten sturen maar die bevestiging was nog niet ontvangen.

Vervolgens legde de betreffende medewerker nogmaals uit dat het ging over het niet verder automatisch verlengen van de vermelding op de website en dat hij/zij de bevestiging direct opnieuw zou toesturen, zodat de zaak administratief kon worden afgehandeld. De bevestiging die daarop naar de klant werd gestuurd is in een aantal gevallen door die klant getekend en teruggestuurd. De klant had daarbij het zojuist gevoerde telefoongesprek in het achterhoofd en ging er vanuit dat er geen vermelding op een website zou plaatsvinden en dat hij geen kosten zou maken. Echter, de door de klant ondertekende bevestiging bevatte niet alleen een clausule dat de vermelding niet gecontinueerd werd, maar ook een onderdeel waarin een contract was verwerkt. Door ondertekening van de bevestiging verklaarde de klant zich – tegen zijn wil – akkoord met de vermelding van zijn bedrijfsgegevens op een website voor twaalf of 24 maanden, tegen een maandelijks te betalen bedrag.

Enkele weken later stuurde [verdachte] vervolgens een factuur naar de klant in verband met de vermelding van diens bedrijfsgegevens op de website. Als de klant dan contact opnam over die factuur werd hij geconfronteerd met het onderdeel waarin het contract was verwerkt. Dit bewuste onderdeel in de bevestiging is geen onderwerp van gesprek geweest tijdens het contact met de medewerker.

Een deel van de klanten heeft de volledige factuur met tegenzin betaald omdat ze dachten door de ondertekening niet anders te kunnen.

Een deel van de klanten tekende echter wel – schriftelijk en/of telefonisch – bezwaar aan tegen de ontvangen factuur. Afhankelijk van de vorm van het bezwaar werd een aanbod tot vermindering van de factuur gedaan, zogenaamd uit coulance. Met name indien de klant dreigde met het inschakelen van bijvoorbeeld een advocaat of deze daadwerkelijk inschakelde, werden verdere pogingen om de factuur te incasseren geheel achterwege gelaten.

Uit het dossier blijkt dat alle medewerkers van de organisatie wisten dat potentiële klanten op de beschreven wijze telefonisch benaderd werden. Tevens was algemeen bekend dat iedere verkoopmedewerker daarbij gebruik maakte van een valse naam en dat tijdens de gesprekken veelal belscripts werden gebruikt. Tijdens werkoverleggen van de acquisitieafdeling werden deze belscripts besproken. Nieuwe medewerkers werden door ervaren medewerkers ingewerkt en telefoongesprekken werden aan de hand van ervaringen met elkaar gedeeld en aangepast.

Door de organisatie werd feitelijk gewerkt vanuit Groningen, maar door het gebruik van virtuele kantoren in Leiderdorp en Amsterdam werd gedaan alsof vanuit een andere locatie in Nederland gewerkt werd. Op deze wijze werd voor klanten de plaats waar de werkzaamheden in werkelijkheid verricht werden verborgen gehouden.

De rechtbank leidt uit de verklaringen van de acquisitiemedewerkers van de vennootschappen van [verdachte] , uit de zich in het dossier bevindende telefoontaps, uit de verklaringen van de gehoorde getuigen en uit de in beslag genomen administratie af dat bij de acquisitie van vermeldingen op websites uitsluitend de beschreven werkwijze werd gehanteerd. Deze werkwijze is ook gehanteerd bij de onder feit 2 genoemde ondernemers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] (1ᵉ keer) en [slachtoffer 4] , die allen de facturen geheel of gedeeltelijk betaald hebben. Hetzelfde geldt voor de onder feit 3 genoemde ondernemers [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 3] (2ᵉ keer), die de bevestiging niet getekend hebben of de facturen niet betaald hebben.

In het dossier is een overzicht opgenomen van de geldbedragen die op de bankrekeningen van de verschillende vennootschappen zijn binnengekomen.1 Het totaal aantal benadeelden wordt in dit overzicht geschat op 2.500, maar dit aantal dient naar het oordeel van de rechtbank naar beneden bijgesteld te worden. In het overzicht zijn immers ook de bankrekeningen op naam van [bedrijf 9] BV opgenomen, maar de rechtbank acht niet uitgesloten dat op deze rekeningen ook geldbedragen in verband met de verkoop van advertenties in het kleurboek Kiekeboe – waarvan gesteld noch gebleken is dat deze door het plegen van een strafbaar feit zijn verkregen – zijn overgemaakt.

Daarnaast leidt de rechtbank uit de verklaringen van de gehoorde klanten af dat een klein deel van hen wel een betaalde vermelding op een website wenste, dan wel dat zij het ondertekenen van de bevestiging zien als een onoplettendheid van henzelf en geen aangifte willen doen.

Rekening houdend met deze kanttekeningen resteert desalniettemin een groot aantal ondernemers dat door de beschreven werkwijze is bewogen tot het overmaken van geldbedragen.

Uit de afgetapte telefoongesprekken van de acquisitiemedewerkers kan afgeleid worden dat het aantal vergeefse pogingen om ondernemers te bewegen tot het ondertekenen van het bevestigingsformulier en vervolgens voldoen van de factuur bij benadering drie tot vier keer hoger ligt dan het aantal ondernemers dat betaald heeft.

Rol van [verdachte]

[verdachte] had de algehele leiding van (de medewerkers van) de organisatie. Weliswaar fungeerde [medeverdachte 2] als bedrijfsleider, maar de uiteindelijke aansturing lag bij [verdachte] . Hij liet een deel van de werkzaamheden (acquisitie en incasso) aan zijn medewerkers over, maar hij was degene die alle facturen verstuurde en met wie overlegd werd over de incasso van openstaande facturen. Daarnaast had hij van afstand zicht op de beeldschermen van zijn medewerkers, zodat hij in de gaten kon houden waar die zich mee bezig hielden.

Het verweer van [verdachte] dat hij niet wist dat zijn medewerkers potentiële klanten op de beschreven wijze benaderden is naar het oordeel van de rechtbank niet alleen ongeloofwaardig, maar wordt bovendien weerlegd door de verklaringen van de betreffende medewerkers.

Dat hij vanaf 2010 vanwege ziekte minder op de zaak aanwezig was (volgens verdachte’s verklaring ter terechtzitting was hij vanaf 2010 zo’n twee tot drie dagen per week op de zaak aanwezig) doet aan verdachte’s wetenschap omtrent de werkwijze niet af.

Oordeel van de rechtbank met betrekking tot de feiten 2 en 3

De rechtbank is op basis van de weergegeven overwegingen van oordeel dat hetgeen aan verdachte onder de feiten 2 en 3 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen is.

5.2.2

Feit 4

Feit 4 betreft het verwijt dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan dan wel opdracht heeft gegeven tot het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van de vennootschappen [bedrijf 1] BV, [bedrijf 2] BV, [bedrijf 3] BV, [bedrijf 4] BV en [bedrijf 5] BV.

Niet ter discussie staat dat in de jaren 2005 tot en met 2011 de hierboven genoemde vennootschappen voor een totaalbedrag van € 2.211.00,-- aan facturen voor DTP-werk2 betaald hebben aan het Bulgaarse bedrijf [bedrijf 14] (hierna: [bedrijf 14] ). De onder feit 4 genoemde facturen en de overige in het dossier opgenomen facturen zijn in de bedrijfsadministratie van de betreffende vennootschappen opgenomen. De prijs per pagina aan DTP-werkzaamheden bedroeg € 1.000,-- en is gedurende de jaren 2005 tot en met 2010 onveranderd gebleven.

Wel ter discussie staat of de in rekening gebrachte DTP-werkzaamheden in werkelijkheid zijn verricht. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Het bedrijf [bedrijf 14] is op 22 november 2005 opgericht door de broer van verdachte [verdachte] , [naam 1] . Op 26 april 2007 heeft [naam 1] de aandelen van de vennootschap verkocht aan [naam 10] , die op zijn beurt de aandelen op 2 december 2011 weer heeft doorverkocht aan zijn vader, [naam 11] .

De omzet van [bedrijf 14] over de jaren 2005 tot en met 2011 bedroeg € 2.982.920,--

De kosten over die jaren bedroegen € 22.418,--

De nettowinst over die jaren bedroeg derhalve € 2.960.502,--.

De nettowinst van [bedrijf 14] zou derhalve door de jaren heen 99,25 % van de omzet hebben bedragen en de kosten 0,75%.

Door de jaren heen zijn door [bedrijf 14] telkens grote bedragen aan dividend uitgekeerd:

2005 uitgekeerd aan [naam 1] € 243.342,--

2006 uitgekeerd aan [naam 1] € 364.745,--

2007 uitgekeerd aan [naam 10] € 501.490,--

2008 uitgekeerd aan [naam 10] € 550.004,--

2009 uitgekeerd aan [naam 10] € 317.980,--

2010 uitgekeerd aan [naam 10] € 63.220,--

totaal € 2.040.781,--.

[bedrijf 14] zou in de jaren 2005 tot en met 2011 naast de [bedrijven van verdachte] geen andere opdrachtgevers hebben gehad.

De contacten tussen de [bedrijven van verdachte] en [bedrijf 14] liepen volgens [verdachte] via email, maar hij heeft verklaard dat hij niet meer beschikt over emailverkeer met [bedrijf 14] en hij kan zich het emailadres van [bedrijf 14] ook niet meer herinneren.

Door de facturen van [bedrijf 14] hebben de [bedrijven van verdachte] in de jaren 2005 tot en met 2011 vrijwel geen winst gerealiseerd.

Voorts heeft [naam 9] verklaard dat hij vanaf 2002/2003 tot en met medio 2014 binnen de [bedrijven van verdachte] de DTP-werkzaamheden verrichtte.

Genoemde [naam 10] is als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij in 2005 bij [bedrijf 14] in dienst is gekomen en dat hij een uurloon van omgerekend € 128,-- per maand verdiende. [bedrijf 14] hield zich volgens [naam 10] bezig met het omzetten van plaatjes van Pdf-formaat naar Coraldraw-formaat. [naam 1] kwam telkens vanuit Kayseri in Turkije naar Sliven in Bulgarije met een laptop waarop de om te zetten plaatjes stonden. Nadat de plaatjes waren omgezet ging [naam 1] met de laptop weer terug naar Turkije. Verder heeft [naam 10] verklaard dat hij [bedrijf 14] in 2007 van [naam 1] heeft overgenomen voor een bedrag van omgerekend € 2.556,--. Het aan hem uitgekeerde dividend (in totaal bijna € 1,4 miljoen) heeft hij contant bij een bank in Bulgarije opgehaald en vervolgens gebruikt voor privéuitgaven. Na de overname van [bedrijf 14] is de werkwijze onveranderd gebleven: [naam 1] bleef de laptop met daarop de plaatjes die omgezet moesten worden langsbrengen in Bulgarije. Ook heeft [naam 10] verklaard dat het contract tussen [bedrijf 14] en [bedrijf 2] namens [bedrijf 14] door hem is ondertekend, maar dat het bedrag ad € 1.000,-- per pagina al op het contract stond. Dat contract is hem door [naam 1] aangeboden en het is niet door hem, [naam 10] , vastgesteld. Hij heeft geen contact gehad met [bedrijf 2] over het contract, alles liep via [naam 1] en hetzelfde geldt voor de contracten met [bedrijf 4] BV, [bedrijf 3] BV en [bedrijf 5] BV.

De rechtbank acht bewezen dat [bedrijf 14] in werkelijkheid geen DTP-werkzaamheden heeft verricht voor de [bedrijven van verdachte] . Dit oordeel is gebaseerd op de navolgende overwegingen.

- De rechtbank acht niet geloofwaardig dat de broer van verdachte [verdachte] , [naam 1] , telkens de afstand tussen Kayseri in Turkije en Sliven in Bulgarije zou hebben overbrugd zodat in Bulgarije op een door die [naam 1] meegebrachte laptop werkzaamheden konden worden verricht.

- Het door [naam 10] voor [bedrijf 14] betaalde overnamebedrag van € 2.556,-- staat in geen enkele verhouding tot de bedragen aan dividend die in de jaren voor en na de overname zijn uitgekeerd.

- Het nettowinstpercentage van [bedrijf 14] ad 99,25 % van de omzet is onwaarschijnlijk hoog.

- De prijs van € 1.000,-- per pagina voor DTP-werkzaamheden die in rekening is gebracht door [bedrijf 14] staat niet in verhouding tot de prijs die de [bedrijven van verdachte] zelf in rekening brachten voor dergelijke werkzaamheden. De door [verdachte] ter terechtzitting overgelegde offertes, waaruit zou moeten blijken dat het bedrag van € 1.000,-- per pagina wel reëel is, brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel.

- Na de overname van [bedrijf 14] door [naam 10] in 2007 is het per pagina te betalen bedrag geen onderwerp van gesprek geweest: [naam 10] heeft slechts de door [naam 1] aan hem voorgelegde nieuwe contracten met [bedrijven van verdachte] , waar € 1.000,-- per pagina in was opgenomen, ondertekend. Verder heeft hij geen bemoeienis gehad met de totstandkoming van die contracten.

- Binnen de [bedrijven van verdachte] was een DTP-er werkzaam in de persoon van [naam 9] . Er was derhalve geen reden om de DTP-werkzaamheden voor onevenredig veel geld uit te besteden aan een bedrijf in Bulgarije.

- Drukkerij [bedrijf 23] heeft in de periode van 2006 tot en met 2012 handelsdrukwerk verricht voor [bedrijf 9] BV, [bedrijf 1] BV, [bedrijf 4] BV, [bedrijf 3] BV en [bedrijf 5] BV. Volgens eigenaar [naam 12] werd het DTP-werk aangeleverd in Pdf-formaat en dus niet in Coraldraw.

- Verdachte [verdachte] heeft tegenover de Belastingdienst verklaard dat alle contacten met Bulgarije via e-mail gingen. Op de onder [verdachte] en de [bedrijven van verdachte] in beslaggenomen gegevensdragers (computers en dergelijke) zijn echter geen mailverkeer of andere vastleggingen met betrekking tot [bedrijf 14] aangetroffen, behoudens een drietal logo’s van [bedrijf 14] .

Conclusie met betrekking tot feit 4

De rechtbank acht op basis van de weergegeven overwegingen, in onderling verband en samenhang bezien met de overige gebezigde bewijsmiddelen, bewezen dat [bedrijf 14] in werkelijkheid geen DTP-werkzaamheden heeft verricht voor de [bedrijven van verdachte] . De terzake opgemaakte facturen zijn derhalve vals en de bedrijfsadministraties van de in de tenlastelegging onder (A), (B) en (C) genoemde vennootschappen zijn dientengevolge naar het oordeel van de rechtbank valselijk opgemaakt. Verdachte heeft daaraan feitelijk leiding gegeven.

5.2.3

Feiten 5 en 6

Onder feit 5 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan een aantal [bedrijven van verdachte] inzake het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften door die vennootschappen. Het gaat dan om de aangiften vennootschapsbelasting op naam van:

(A) [bedrijf 3] BV (voorheen: [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV) over de jaren 2006, 2007 en 2010;

(B) [bedrijf 4] BV over de jaren 2008 en 2009;

(C) [bedrijf 5] BV over de jaren 2010 en 2011.

Onder feit 6 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zijn eigen aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2006 tot en met 2011 opzettelijk onjuist heeft gedaan.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Hiervoor is met betrekking tot feit 4 reeds bewezen verklaard dat in de jaren 2005 tot en met 2011 valse facturen, afkomstig van [bedrijf 14] , in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] BV (voorheen: [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV), [bedrijf 4] BV en [bedrijf 5] BV zijn opgenomen. Door het opnemen van deze valse facturen in de respectievelijk bedrijfsadministraties, op basis waarvan de aangiften vennootschapsbelasting zijn opgesteld en gediend, is telkens een te laag bedrag aan winst in de aangiften vennootschapsbelasting vermeld. Het belastingnadeel dat hiermee gemoeid is heeft de Belastingdienst berekend op € 637.381,--.

De facturen van [bedrijf 14] zijn door [bedrijf 3] BV (voorheen: [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV), [bedrijf 4] BV en [bedrijf 5] BV aan [bedrijf 14] betaald. Door het betalen van die facturen heeft [verdachte] de overgemaakte bedragen aan de verschillende vennootschappen onttrokken. Deze onttrekkingen hadden in de aangiften inkomstenbelasting van [verdachte] als inkomsten uit aanmerkelijk belang aangegeven moeten worden, hetgeen niet is gebeurd. Het belastingnadeel dat hiermee gemoeid is heeft de Belastingdienst berekend op € 503.404,-- over de jaren 2006 tot en met 2010.

Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de administratieve gegevens die nodig waren voor het doen van de onderhavige aangiften vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting, heeft aangeleverd aan de boekhouder. Tevens heeft hij verklaard dat hij de boekhouder opdracht heeft gegeven om die aangiften vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting op naam van de genoemde vennootschappen respectievelijk op naam van hemzelf, te doen.

Conclusie met betrekking tot de feiten 5 en 6

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk onjuist doen van de in de tenlastelegging genoemde aangiften vennootschapsbelasting (feit 5).

Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] de in de tenlastelegging genoemde aangiften inkomstenbelasting opzettelijk onjuist heeft gedaan (feit 6).

5.2.4

Feit 7

Onder feit 7 is aan [verdachte] ten laste gelegd dat hij een gewoonte heeft gemaakt van het op verschillende manieren witwassen van uit misdrijf afkomstige geldbedragen.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat onder feit 2 bewezen is verklaard dat het overgrote deel van de inkomsten van de [bedrijven van verdachte] in de jaren 2010 tot en met 2014 afkomstig is uit oplichting. Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs dat de inkomsten van de [bedrijven van verdachte] in jaren 2005 tot en met 2009 ook afkomstig zijn geweest van oplichting.

Vervolgens merkt de rechtbank op dat de feitelijke handelingen waaruit het witwassen zou hebben bestaan zijn onderverdeeld in een zestal onderdelen. De rechtbank overweegt met betrekking tot hetgeen onder deze onderdelen is weergegeven het volgende.

1ᵉ gedachtestreepje

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte van misdrijf afkomstige geldbedragen ten behoeve van zichzelf heeft aangewend. Met betrekking het party- en zalencentrum [bedrijf 22] te Talas in Turkije overweegt de rechtbank dat er wel aanwijzingen in het dossier aanwezig zijn dat verdachte geldbedragen voor de bouw van dit centrum gebruikt heeft, doch het wettige en overtuigende bewijs hiervoor ontbreekt.

2ᵉ gedachtestreepje

Uit het dossier blijkt dat derden geldbedragen hebben gestort op de rekening van [bedrijf 12] , [bedrijf 18] , [bedrijf 19] , [bedrijf 20] , [bedrijf 13] en [bedrijf 21] .

De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken, omdat deze stortingen geen witwassen opleveren. Voor een bewezenverklaring van witwassen is immers vereist dat het voorwerp dat wordt witgewassen, in casu geld, uit misdrijf afkomstig is. De bedrijven die geldbedragen hebben gestort op de rekening van genoemde bedrijven hebben dit allemaal gedaan nadat zij door middel van telefonische acquisitie waren benaderd op de wijze zoals eerder in dit vonnis is beschreven. De rechtbank is van oordeel dat pas vanaf het moment dat de betaalde geldbedragen waren bijgeschreven op de bankrekening van de genoemde bedrijven, sprake was van een voltooide oplichting en dus van een misdrijf. Het door derden laten storten van geldbedragen op de bankrekening van die bedrijven kan derhalve niet gezien worden als een witwashandeling.

3ᵉ gedachtestreepje

De rechtbank acht bewezen dat in de jaren 2010 tot en met 2014 overboekingen zijn verricht tussen de bankrekeningen van de [bedrijven van verdachte] onderling. De rechtbank komt tot dit oordeel op basis van in het dossier opgenomen overzichten van onderlinge bankmutaties.3

4ᵉ gedachtestreepje

Uit de in het dossier opgenomen overzichten van onderlinge bankmutaties blijkt dat in de jaren 2010 tot en met 2014 ook overboekingen zijn verricht tussen de [bedrijven van verdachte] en de eenmanszaken [bedrijf 12] , [bedrijf 18] , [bedrijf 19] , [bedrijf 20] en [bedrijf 13] . Daarnaast zijn in 2010 en 2011 door [bedrijven van verdachte] aanzienlijke geldbedragen overgemaakt naar [bedrijf 14] .

Van een aantal overboekingen zijn de onderliggende facturen in het dossier opgenomen.4 De rechtbank acht niet alleen bewezen dat de overboekingen vanaf 2010 tot en met 2014 geldbedragen betreffen die middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn van oplichting, maar eveneens dat op een aantal van die facturen valse omschrijvingen zijn opgenomen. De rechtbank verwijst in dit verband naar hetgeen met betrekking tot feit 4 is overwogen en naar de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .

5ᵉ gedachtestreepje

Uit de reeds gememoreerde overzichten van onderlinge bankmutaties blijkt tevens dat in de jaren 2010 tot en met 2014 contante opnames hebben plaatsgevonden van de bankrekeningen van de [bedrijven van verdachte] , met uitzondering van [bedrijf 8] BV en [bedrijf 10] BV.

Met betrekking tot [bedrijf 12] , [bedrijf 21] , [bedrijf 18] en [bedrijf 19] bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs dat [verdachte] bij de contante opnames van de bankrekeningen van die eenmanszaken is betrokken. Hetzelfde geldt voor de opnames van de bankrekening van [bedrijf 14] .

Met betrekking tot de contante opnames van de bankrekeningen van [bedrijf 20] en [bedrijf 13] ligt dat anders. Op basis van de verklaringen van [medeverdachte 1] , [naam 3] en [naam 2] acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] als medepleger van deze opnames beschouwd dient te worden.

6ᵉ gedachtestreepje

In de jaren 2010, 2011 en 2012 hebben meerdere kasstortingen plaatsgevonden op bankrekeningen van [bedrijf 6] BV, [bedrijf 8] BV, [bedrijf 9] BV, [bedrijf 3] BV, [bedrijf 5] BV en [bedrijf 10] BV. De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] voor die stortingen (mede) verantwoordelijk is.

De rechtbank acht niet bewezen dat contante geldbedragen vervoerd zijn naar Talas/Kayseri in Turkije of andere plaatsen buiten Nederland. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende bewijs.

Conclusie met betrekking tot feit 7

Naar het oordeel van de rechtbank is bewezen dat [verdachte] in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 december 2014 van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt door te verbergen of verhullen wie de rechthebbende van geldbedragen was en door deze geldbedragen te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen en/of om te zetten.

5.2.5

Feit 1

Onder feit 1 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij oprichter, leider of bestuurder is geweest van een organisatie die het plegen van oplichting, valsheid in geschrift, belastingfraude en witwassen tot oogmerk had.

Juridisch kader

Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van die organisatie, te weten het plegen van misdrijven, hoeft in de tenlastelegging niet nader omschreven te zijn, maar zal uit de bewijsmiddelen moeten blijken. Voor het bewijs van dit oogmerk zal onder andere betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Niet hoeft te worden bewezen dat verdachte in meerdere misdrijven heeft geparticipeerd. Er is sprake van deelnemen aan de organisatie indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor deelneming is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. De betrokkene behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Uit de hiervoor bewezen verklaarde feiten blijkt dat [verdachte] de bestuurder en enig aandeelhouder is geweest van de Nederlandse vennootschappen die in de tenlastelegging genoemd zijn (de [bedrijven van verdachte] ). Het oogmerk van deze vennootschappen was het door middel van acquisitiefraude oplichten van ondernemers en andere organisaties, het valselijk opmaken van de bedrijfsadministraties van de vennootschappen, het opzettelijk onjuist doen van de aangiften vennootschapsbelasting van de vennootschappen en het op grote schaal witwassen van geldbedragen die afkomstig waren uit de gepleegde misdrijven. Bij het realiseren van dat oogmerk heeft [verdachte] duurzaam en op gestructureerde wijze samengewerkt met een groot aantal personen, van wie een aantal bij de [bedrijven van verdachte] in dienst is geweest. Daarmee is het bestaan van een criminele organisatie bewezen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat [verdachte] , als degene bij wie de algehele leiding en aansturing van de vennootschappen en de medewerkers van die vennootschappen lag, als leider van die criminele organisatie beschouwd dient te worden.

Conclusie met betrekking tot feit 1

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] in de ten laste gelegde periode leider is geweest van een organisatie die het plegen van misdrijven als oogmerk heeft gehad.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het onder de feiten 1, 2, 3, 4(A), 4(B) en 4(C), 5(A), 5(B), en 5(C), 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 10 juni 2005 tot en met 1 december 2014 in Nederland en in Bulgarije,

heeft deelgenomen aan een organisatie, zijnde een samenwerkingsverband tussen

- hem, verdachte en

- [bedrijf 6] en

- [bedrijf 7] B.V. en

- [bedrijf 8] B.V. en

- [bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en

- [bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en

- [bedrijf 4] B.V. en

- [bedrijf 5] B.V. en

- [bedrijf 10] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en

- [bedrijf 11] B.V. en

- [naam 1] en

- [medeverdachte 1] en

- [bedrijf 18] en

- [bedrijf 19] en

- [medeverdachte 2] en

- [bedrijf 12] en

- [medeverdachte 3] en

- [naam 2] en

- [bedrijf 13] en

- [naam 3] en

- [bedrijf 20] en

- [naam 5] en

- [naam 6] en

- [naam 7] en

- [naam 8] en

- [naam 10] en

- [bedrijf 14] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het plegen van oplichting en

- het plegen van valsheid in geschrift en

- het plegen van het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven en

- het plegen van witwassen,

zulks terwijl hij, verdachte, leider van die organisatie was;

2.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 december 2014 in Nederland,

tezamen en in vereniging met natuurlijke personen en rechtspersonen,

telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, een groot aantal ondernemers, waaronder:

- [slachtoffer 1] en

- [slachtoffer 2] en

- [slachtoffer 3] en

- [slachtoffer 4] ;

heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen,

hierin bestaande, dat verdachte en/of zijn medeverdachten, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

A. bedrijfsgegevens van ondernemers (ongevraagd) hebben geplaatst op een website (waaronder onlinevermeldingen.nl en/of bedrijvencontactonline.nl) en/of

B. telefonische acquisitie hebben gepleegd (aan de hand van een belscript) waarbij

- (B1) een valse naam werd aangenomen en

- (B2) de ondernemer werd benaderd met het verhaal,

- dat er eerder contact was geweest over de (gratis) vermelding van bedrijfsgegevens op een website en/of

- dat hij een standaardvermelding had voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden waren verstreken en/of

- dat hij had aangegeven niet akkoord te gaan met een (automatische)

verlenging/continuering en/of

- dat hierop een formulier was toegestuurd welke (nog) niet retour was ontvangen; en

- (B3) aan de ondernemer,

- werd gevraagd of hij wilde verlengen/continueren en

- werd verzocht het thans toe te sturen formulier per ommegaande en getekend te retourneren teneinde op te zeggen en/of de (automatische) verlenging/continuering stop te zetten en

- werd toegezegd dat het om een opzegging ging en wanneer hij het thans toe te sturen formulier getekend zou retourneren zijn bedrijfsgegevens niet werden vermeld op een website en/of hij overal van af zou zijn en/of het alleen maar om een bevestiging ging dat hij niet akkoord ging met een (automatische) verlenging/continuering en

C. (kort na de telefonische acquisitie) een formulier stuurden naar de ondernemer, waardoor, als de ondernemer tekende, (eerst) een geheel nieuwe overeenkomst voor een bepaalde periode werd aangegaan en

D. (kort na ontvangst van het ondertekende formulier) een factuur stuurden naar de ondernemer en

E. (tijdens het/de hierop volgende telefoongesprek(ken)) bij de ondernemer aandrongen op betaling en/of aangaven een betalingsafspraak te willen maken en

F. (bij het uitblijven van betaling) contact opnamen met de ondernemer en

G. deden voorkomen alsof de acquisitiewerkzaamheden (feitelijk) niet werden verricht in Groningen;

3.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 december 2014 in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met natuurlijke personen en rechtspersonen,

telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, een groot aantal ondernemers, waaronder:

- [slachtoffer 5] en

- [slachtoffer 6] en

- [slachtoffer 7] en

- [slachtoffer 3] ,

te bewegen tot de afgifte van geldbedragen,

hierin bestaande, dat verdachte en/of zijn medeverdachten,

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

A. bedrijfsgegevens van ondernemers (ongevraagd) hebben geplaatst op een website (waaronder onlinevermeldingen.nl en/of bedrijvencontactonline.nl) en/of

B. telefonische acquisitie hebben gepleegd (aan de hand van een belscript) waarbij

- (B1) een valse naam werd aangenomen en

- (B2) de ondernemer werd benaderd met het verhaal,

- dat er eerder contact was geweest over de (gratis) vermelding van bedrijfsgegevens op een website en/of

- dat hij een standaardvermelding had voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden waren verstreken en/of

- dat hij had aangegeven niet akkoord te gaan met een (automatische)

verlenging/continuering en/of

- dat hierop een formulier was toegestuurd welke (nog) niet retour was ontvangen; en

- (B3) aan de ondernemer,

- werd gevraagd of hij wilde verlengen/continueren en

- werd verzocht het thans toe te sturen formulier per ommegaande en getekend te retourneren teneinde op te zeggen en/of de (automatische) verlenging/continuering stop te zetten en

- werd toegezegd dat het om een opzegging ging en wanneer hij het thans toe te sturen formulier getekend zou retourneren zijn bedrijfsgegevens niet werden vermeld op een website en/of hij overal van af zou zijn en/of het alleen maar om een bevestiging ging dat hij niet akkoord ging met een (automatische) verlenging/continuering en

C. (kort na de telefonische acquisitie) een formulier stuurden naar de ondernemer, waardoor, als de ondernemer tekende, (eerst) een geheel nieuwe overeenkomst voor een bepaalde periode werd aangegaan en

D. (kort na ontvangst van het ondertekende formulier) een factuur stuurden naar de ondernemer en

E. (tijdens het/de hierop volgende telefoongesprek(ken)) bij de ondernemer aandrongen op betaling en/of aangaven een betalingsafspraak te willen maken en

F. (bij het uitblijven van betaling) contact opnamen met de ondernemer en

G. deden voorkomen alsof de acquisitiewerkzaamheden (feitelijk) niet werden verricht in Groningen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

(A)

[bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. en

[bedrijf 3] B.V.,

in de periode van 23 november 2005 tot en met 1 april 2011 in Nederland,

meermalen, de (bedrijfs)administratie – zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door een of meer andere(n) te doen gebruiken,

immers hebben [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] B.V. valse facturen, in die

(bedrijfs)administratie opgenomen, waaronder:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 1] B.V. d.d. 22 maart 2006 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 2] B.V. d.d. 23 februari 2007 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 3] B.V. d.d. 10 december 2010,

waarop in strijd met de waarheid was vermeld dat er een dienst (DTP werk), voor een bepaald bedrag, was verricht aan [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V.,

zulks, terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen en

(B)

[bedrijf 4] B.V.,

in de periode van 2 februari 2008 tot en met 14 oktober 2010 in Nederland,

meermalen, de (bedrijfs)administratie – zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door een of meer andere(n) te doen gebruiken,

immers heeft [bedrijf 4] B.V. valse facturen in die (bedrijfs)administratie opgenomen, waaronder:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 4] B.V. d.d. 29 april 2008 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 4] B.V. d.d. 30 maart 2009 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 4] B.V. d.d. 1 december 2009,

waarop in strijd met de waarheid was vermeld dat er een dienst (DTP werk), voor een bepaald bedrag, was verricht aan [bedrijf 4] B.V.,

zulks, terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen en

(C)

[bedrijf 5] B.V.,

in de periode van 15 september 2010 tot en met 1 december 2014 in Nederland, meermalen, de (bedrijfs)administratie – zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door een of meer andere(n) te doen gebruiken,

immers heeft [bedrijf 5] B.V. valse facturen in die

(bedrijfs)administratie opgenomen, waaronder:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 5] B.V. d.d. 22 november 2010 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 5] B.V. d.d. 2 mei 2011 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 14] en gericht aan

[bedrijf 5] B.V. d.d. 25 oktober 2011,

waarop in strijd met de waarheid was vermeld dat er een dienst (DTP werk), voor een bepaald bedrag, was verricht aan [bedrijf 5] B.V.,

zulks, terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen;

5.

(A)

[bedrijf 1] B.V. en/ [bedrijf 2] B.V. en

[bedrijf 3] B.V.,

in de periode van 19 december 2007 tot en met 12 augustus 2011 in Nederland,

meermalen, als belastingplichtige in de zin van de wet op de vennootschapsbelasting 1969, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld

in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

vennootschapsbelasting over het jaar 2006 en 2007 en 2010, onjuist of onvolledig heeft gedaan, terwijl die feiten er telkens toe strekten, dat te weinig belasting

wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die aangiften telkens

een te laag belastbaar bedrag werd aangegeven,

zulks, terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen en

(B)

[bedrijf 4] B.V.,

in de periode van 4 juni 2010 tot en met 28 september 2010 in Nederland,

meermalen, als belastingplichtige in de zin van de wet op de vennootschapsbelasting 1969, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld

in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

vennootschapsbelasting over het jaar 2008 en 2009, onjuist of onvolledig

heeft gedaan, terwijl die feiten er telkens toe strekten, dat te weinig belasting

wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die aangiften telkens

een te laag belastbaar bedrag werd aangegeven,

zulks, terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen en

(C)

[bedrijf 5] B.V.,

in de periode van 12 augustus 2011 tot en met 10 januari 2013 in Nederland, meermalen, als belastingplichtige in de zin van de wet op de vennootschapsbelasting 1969, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld

in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangifte

vennootschapsbelasting over het jaar 2010 (1 augustus 2010 tot en met 31

december 2010) en 2011 onjuist of onvolledig heeft gedaan, terwijl die feiten er telkens toe strekten, dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die aangiften telkens

een te laag belastbaar bedrag werd aangegeven,

zulks, terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen;

6.

hij in de periode van 17 december 2007 tot en met 28 maart 2013 in Nederland,

meermalen, als belastingplichtige in de zin van de wet inkomstenbelasting 2001,

telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2006 en

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2007 en

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2008 en

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2009 en

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2010 en

- de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2011,

onjuist of onvolledig heeft gedaan, terwijl die feiten er telkens toe strekten, dat te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan dat in die aangiften telkens

een te laag bedrag aan belastbaar inkomen (uit aanmerkelijk belang) werd aangegeven;

7.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 december 2014 in Nederland en in Bulgarije,

tezamen en in vereniging met natuurlijke personen en rechtspersonen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte en/of één of meer van zijn medeverdachte(n), telkens krachtens die gewoonte, (van) geldbedragen,

(Sub A) verborgen of verhuld wie de rechthebbende van die geldbedragen was en/of

(Sub B) verworven en/of voorhanden gehad en/of overdragen en/of omgezet,

door toen en daar opzettelijk, tezamen en in vereniging met een ander,

- (interne) overboekingen te verrichten tussen bankrekeningen ten name van [bedrijf 6]

[bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 8] B.V. en/of

[bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3]

[bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1]

B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en/of [bedrijf 4]

B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 10]

B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) en/of

- geldbedragen van bankrekeningen ten name van [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 10] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ) over te schrijven naar bankrekeningen ten name van [bedrijf 12] en/of [bedrijf 20] en/of [bedrijf 13] en/of [bedrijf 14] en/of omgekeerd en al dan niet daarbij (door middel van valse facturen met als omschrijving ‘debiteurenbeheer’ en/of ‘DTP-werk’) voor te wenden dat deze geldbedragen waren overgeschreven naar aanleiding van verrichte diensten en/of

- girale geldbedragen van bankrekeningen ten name van [bedrijf 6] en/of [bedrijf 7] B.V. en/of [bedrijf 9] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en/of [bedrijf 4] B.V. en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 11] B.V. [bedrijf 20] en/of [bedrijf 13] om te zetten in chartale geldbedragen en/of

- chartale geldbedragen te storten op bankrekeningen ten name van [bedrijf 6] en/of [bedrijf 8] B.V. en/of [bedrijf 9] (handelsnaam: [handelsnaam 1] ) en/of [bedrijf 3] B.V. (voorheen genaamd: [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V.) en/of [bedrijf 5] B.V. en/of [bedrijf 10] B.V. (handelsnaam: [handelsnaam 2] ,

terwijl hij, verdachte, en zijn medeverdachten, wisten dat deze geldbedragen

– onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder de feiten 1, 2, 3, 4(A), 4(B) en 4(C), 5(A), 5(B), en 5(C), 6 en 7 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 140, 225 lid 1, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en bij artikel 69 lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2: het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf: medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

feit 4: het misdrijf: valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 5: het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 6: het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

feit 7: het misdrijf: medeplegen van een gewoonte maken van het plegen van witwassen.

De rechtbank merkt hierbij ten overvloede op dat doorgaans aan de tenlastelegging van het strafbare feit oplichting – anders dan in het onderhavige geval – de zinsnede ‘waardoor [de benadeelde partijen] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte’ is toegevoegd.

De rechtbank is echter van oordeel dat het tussen de oplichtingsmiddelen en de afgifte van de geldbedragen vereiste causale verband reeds naar voren komt in het eerste deel van de bewezenverklaring, zodat het bewezenverklaarde gekwalificeerd kan worden als ‘medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd’.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

[verdachte] is gedurende bijna negen en een half jaren leider geweest van een criminele organisatie die het plegen van verschillende misdrijven als oogmerk had. Slechts door ingrijpen van de Belastingdienst en justitie is daaraan een einde gekomen. Verdachte heeft op structurele en georganiseerde wijze, samen met een aantal medewerkers van zijn vennootschappen, een groot aantal ondernemers opgelicht door het plegen van zogenaamde acquisitiefraude. Ondernemers werden door middel van leugens en listigheden ertoe gebracht om contracten voor online advertenties te ondertekenen, terwijl zij in de veronderstelling leefden dat zij door hun handtekening bevestigden dat zij geen contract aangingen. Vervolgens werden facturen naar die ondernemers gestuurd, die geheel of gedeeltelijk werden geïnd. Op deze wijze heeft verdachte in de jaren 2010 tot en met 2014 een financieel voordeel behaald van meer dan € 2.000.000,--. Een nog groter aantal ondernemers heeft de oplichting doorzien en geweigerd het contract te ondertekenen of – na ondertekening van het contract – geweigerd te betalen. Naast deze acquisitiefraude is de winst van de vennootschappen van verdachte gedurende ongeveer zeven jaren vrijwel geheel afgeroomd doordat valse, uit Bulgaarse afkomstige facturen, in de administratie van die vennootschappen zijn opgenomen. Hierdoor is eveneens over meerdere jaren opzettelijk onjuiste aangifte voor de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting gedaan. Het fiscale nadeel dat met deze belastingfraude gemoeid is bedraagt meer dan € 1.100.000,--. Tot slot is het door oplichting verkregen geld gedurende bijna vijf jaren op grote schaal witgewassen.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 6 oktober 2015 en met het feit dat verdachte blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie niet eerder voor soortgelijke delicten veroordeeld is.

De rechtbank houdt ook rekening met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, die bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000,-- en hoger een gevangenisstraf van 24 maanden tot de maximale gevangenisstraf aangeven. Daarnaast neemt de rechtbank de volgende, van die oriëntatiepunten deel uitmakende, strafvermeerderende factoren in ogenschouw:

- de duur van de gedragingen;

- de rol van verdachte ten opzichte van de mededaders;

- de mate waarin door de gedraging het vertrouwen in de markt is geschaad;

- het feit dat verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een bedrijf.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van vier jaren passend en geboden is. Een deel de gevangenisstraf, groot een jaar, zal voorwaardelijk worden opgelegd teneinde verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf zal tevens de bijzondere voorwaarde worden gekoppeld dat verdachte gedurende de proeftijd, die de rechtbank stelt op drie jaren, op geen enkele wijze – direct of indirect – acquisitiewerkzaamheden in de ruimste zin des woords zal verrichten.

De rechtbank is voorts van oordeel dat gezien:

- de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en

- de omstandigheid dat die feiten voor een groot deel begaan zijn in de functie van bestuurder van rechtspersonen,

verdachte als bijkomende straf voor een periode van zes jaren van het recht om op te treden als bestuurder van een rechtspersoon moet worden ontzet.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om – in aanvulling op de aandacht die in de regionale pers aan deze strafzaak is geschonken en naar verwachting ook aan dit vonnis zal worden geschonken – als bijkomende straf (op kosten van verdachte) de openbaarmaking van dit vonnis in een aantal huis aan huis bladen op te leggen.

Voorlopige hechtenis van verdachte

Op 12 oktober 2015, 23 november 2015 en 25 januari 2016 is de voorlopige hechtenis van verdachte telkens voor bepaalde tijd geschorst, laatstelijk tot de dag en het tijdstip van de uitspraak, te weten 16 februari 2016 om 12.30 uur. De voorlopige hechtenis is derhalve met ingang van 16 februari 2016 om 12.30 uur wederom van kracht.

Door de eerdere schorsingen is verdachte in staat gesteld om tezamen met zijn raadsman de verhoren van getuigen/medeverdachten bij de rechter-commissaris en de inhoudelijke behandeling van de strafzaak ter terechtzitting voor te bereiden. Deze omstandigheden zijn thans niet meer aan de orde. Gezien de bewezenverklaringen en het feit dat de gronden voor de voorlopige hechtenis naar het oordeel van de rechtbank nog steeds aanwezig zijn, ziet de rechtbank geen redenen om het bevel voorlopige hechtenis thans op te heffen.

8.2

De vordering tot verbeurdverklaring van de al dan niet inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de op grond van art. 94 Wetboek van Strafvordering in beslag genomen voorwerpen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat een aantal goederen/geldbedragen die niet in beslag zijn genomen eveneens verbeurd worden verklaard. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat het belang van strafvordering zich niet verzet tegen teruggave van de aan verdachte toebehorende en onder hem in beslag genomen:

- woning ( [adres 1] );

- sieraden;

- ING-bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] ;

- ING-bankrekening met nummer [rekeningnummer 2] ;

- ING-bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] ;

- gestort geld (IBN-059);

- buitenlandse valuta (IBN-059),

zodat de rechtbank de teruggave hiervan aan verdachte zal gelasten.

Met betrekking tot de niet in beslag genomen voorwerpen

De rechtbank zal evenmin overgaan tot verbeurdverklaring van:

- zalen- en partycentrum [bedrijf 22] (zoals primair door de officier van justitie geëist);

- een geldbedrag van € 1.001.380,-- (zoals subsidiair door de officier van justitie geëist);

- een geldbedrag van € 430.260,-- (zoals meer subsidiair door de officier van justitie geëist).

De rechtbank is van oordeel dat het antwoord op de vraag of en zo ja, tot welk bedrag verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen aan de orde dient te komen bij de inhoudelijke behandeling van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk voordeel. De rechtbank wil thans niet op de behandeling van die vordering (en op de uitwisseling van onderbouwde standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging) vooruit lopen.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

De raadsman heeft gesteld dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen, omdat de benadeelde partijen niet in de tenlastelegging zijn genoemd. De rechtbank verwerpt dit verweer, aangezien uit het arrest van de Hoge Raad van 9 december 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BF5074) blijkt dat ook ten aanzien van niet in de bewezenverklaring bij naam genoemde personen sprake kan zijn van rechtstreekse schade, indien die schade in nauw verband staat met de bewezenverklaarde oplichting. De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van een nauw verband tussen de bewezenverklaarde oplichting en de benadeelde partijen. Het feit dat de benadeelde partijen niet in de tenlastelegging genoemd zijn staat derhalve niet aan toewijzing van die vorderingen in de weg.

De rechtbank overweegt vervolgens met betrekking tot de ingediende vorderingen het volgende.

(1)

[benadeelde 1], wonende te [adres 2] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 4.576,22.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering deels ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. De opgevoerde schadepost van € 716,92 (= overboeking van € 907,50 minus BTW bedrag van € 190,58) is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 716,92, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De overig gestelde schade is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. De betalingsbewijzen ontbreken, zodat niet vast staat dat er schade is geleden. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze overige schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

(2)

[benadeelde 2], wonende te [adres 3] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 22.661,22 (= € 21.090,42 + € 1.570,80).

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering deels ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. De opgevoerde schadepost van € 1.320,-- (factuurbedrag van € 1.570,80 minus BTW bedrag van € 250,80) is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 1.320,--, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De overig gestelde schade is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Nog afgezien van het feit dat niet alle facturen van [bedrijven van verdachte] afkomstig zijn, ontbreken de betalingsbewijzen, zodat niet vast staat dat er schade is geleden. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze overige schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

(3)

De Stichting [benadeelde 3], gevestigd te [adres 4] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 14.024,92.

De gestelde schade is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. De betalingsbewijzen ontbreken, zodat niet vast staat dat er schade is geleden. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

(4)

[benadeelde 4], wonende te [adres 5] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 12.825,82.

De gestelde schade is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Nog afgezien van het feit dat niet alle facturen van [bedrijven van verdachte] afkomstig zijn, ontbreken de betalingsbewijzen, zodat niet vast staat dat er schade is geleden. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

(5)

[benadeelde 5], wonende te [adres 6] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.840,--.

De gestelde schade is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het betalingsbewijs ontbreekt, zodat niet vast staat dat er schade is geleden. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal ten aanzien van de toegewezen vorderingen de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 28, 45, 47, 51, 57 en 91 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder de feiten 1, 2, 3, 4(A), 4(B) en 4(C), 5(A), 5(B), en 5(C), 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 1, 2, 3, 4(A), 4(B) en 4(C), 5(A), 5(B), en 5(C), 6 en 7 tenlastegelegde meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2: het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf: medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

feit 4: het misdrijf: valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 5: het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

feit 6: het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

feit 7: het misdrijf: medeplegen van een gewoonte maken van het plegen van witwassen;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder de feiten 1, 2, 3, 4(A), 4(B) en 4(C), 5(A), 5(B), en 5(C), 6 en 7 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren, waarvan 1 (een) jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – acquisitiewerkzaamheden in de ruimste zin des woords zal verrichten;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat veroordeelde voor een periode van zes (6) jaren van het recht om op te treden als bestuurder van een rechtspersoon wordt ontzet;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1], wonende te [adres 2] van een bedrag van € 716,92, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 1] voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 716,92 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 14 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende te [adres 3] , van een bedrag van € 1.320,--, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 2] voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.320,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 26 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij Stichting [benadeelde 3], gevestigd te [adres 4] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 4], wonende te [adres 5] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 5], wonende te [adres 6] in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave aan verdachte van de onder hem in beslag genomen:

- woning ( [adres 1] );

- sieraden;

- ING-bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] ;

- ING-bankrekening met nummer [rekeningnummer 2] ;

- ING-bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] ;

- gestort geld (IBN-059);

- buitenlandse valuta (IBN-059).

Dit vonnis is gewezen door mr. Stam, voorzitter, mr. Heijink en mr. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2016.

1 DOC-063.

2 DTP = desk top publishing, het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk en internetpublicaties, met gebruik van een personal computer.

3 DOC-090 tot en met 098.

4 Onder meer DOC-007, DOC-075, DOC-203, DOC-204, DOC-247 tot en met 252, en DOC-308.