Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:4750

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-11-2016
Datum publicatie
30-11-2016
Zaaknummer
C/08/192969 / KG ZA 16-357
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Woningbrand. Toewijzing geldvordering bij wijze van voorschot op de uitkering onder de polis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3586
S&S 2017/35
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/192969 / KG ZA 16-357

Vonnis in kort geding van 25 november 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats] ,

eiser,

advocaat mr. J. Backx te Rotterdam,

tegen

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid

ALGEMENE FRIESE ONDERLINGE SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ “ZEVENWOUDEN” U.A.,

statutair gevestigd te Heerenveen en kantoorhoudende te Leeuwarden,

gedaagde,

advocaat mr. M. Kremer te Groningen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Zevenwouden genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 13 producties

  • -

    de brief van [eiser] van 2 november 2016 met productie 14 t/m 16

  • -

    het faxbericht van [eiser] van 9 november 2016 met productie 17 t/m 20

  • -

    de brief van Zevenwouden van 9 november 2016 met productie 1 t/m 4

  • -

    de mondelinge behandeling op 11 november 2016

  • -

    de pleitaantekeningen van [eiser]

  • -

    de pleitaantekeningen van Zevenwouden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eind 2012 heeft [eiser] met zijn echtgenote het perceel aan [adres] gekocht en daarop in eigen beheer een (houten) woning gebouwd. Met het oog op duurzaamheid en eerdere ervaringen heeft [eiser] bewust gekozen voor een verwarmingsinstallatie door middel van een zogenaamde houtvergasser. Deze kachel betreft een houtgestookte CV-kachel en is te vergelijken met een normale houtkachel waarin een warmtewisselaar is geplaatst. Dit is een ruimte waarin zich cv-water bevindt en waarlangs de warme uitlaatgassen stromen en zo warmte afgeven aan het cv-water.

2.2.

Medio 2013 heeft [eiser] - door tussenkomst van [A] via de volmacht Noorderlinge BV (hierna: Noorderlinge) - een verzekering voor zijn woonhuis afgesloten bij Zevenwouden. Op de polis zijn de Algemene voorwaarden Particulier Zevenwouden ZW-AP-01 en de Bijzondere voorwaarden van de Woonhuisverzekering met Index ZW-WI-01 van toepassing. Daarnaast zijn de volgende drie garantieclausules opgenomen:

Clausules: Garanties (bewijsplicht)

  • -

    In het woonhuis dient minimaal 1 schuimblusser van ten minste 6 liter inhoud, voorzien van een rijkskeurmerk, in werkvaardige toestand aanwezig te zijn. Voor deze blusser dient een onderhoudscontract te zijn afgesloten met minimaal 1 controle per 2 jaar.

  • -

    Het rookkanaal van de houtcv dient minimaal 1x per jaar te worden geveegd.

  • -

    Voor de houtcv dient een onderhoudscontract te zijn afgesloten met minimaal 1 controle per 2 jaar.

2.3.

Op 3 januari 2016 heeft een incident bij de woning van [eiser] plaatsgevonden. Voorbijgangers zagen een vonkenregen uit de schoorsteen van de woning van [eiser] komen en hebben alarm geslagen via de buren ( [eiser] zelf was niet thuis). De brandweer heeft geconcludeerd dat er geen brand was en dat de meest waarschijnlijke oorzaak van de warmtestraling ophoping van creosoot in de knik van het rookgasafvoerkanaal lijkt.

2.4.

Op 23 februari 2016 is de woning van [eiser] door een brand geheel verloren gegaan.

2.5.

In opdracht van Zevenwouden heeft AD Experts bv in een rapport van expertise van 25 maart 2016 de schade vastgesteld op een totaalbedrag van € 308.939,61 (inclusief BTW).

2.6.

In opdracht van Noorderlinge heeft I-TEK BV (hierna: I-TEK) een technisch onderzoek naar de brand uitgevoerd, terwijl VIDI BV (hierna: VIDI) een tactisch onderzoek heeft uitgevoerd. In dit verband heeft VIDI de schadelocatie bezocht en een verklaring van [eiser] opgenomen. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 30 maart 2016.

In de rapportage van I-TEK van 18 maart 2016 staat onder meer het volgende vermeld:

Meest aannemelijke oorzaken

In het geval van de verdiepingsvloer is de brand meest aannemelijk ontstaan als gevolg van warmtegeleiding, doch ook kan een zogenoemde overgangsweerstand in een lasdoos van de elektrische installatie van de woning niet worden uitgesloten.

(…).

In het geval van de buitenwand is de brand meest aannemelijk ontstaan als gevolg van een overgangsweerstand in de inbouw wandcontactdoos waarop een vriezer was aangesloten.

(…).

Een dergelijke situatie, als bovenstaande, zou zich ook kunnen hebben voorgedaan in bijvoorbeeld een lasdoos van de elektrische installatie, die zich mogelijkerwijze in de verdiepingsvloer bevond en waarop de voornoemde vriezer en een wtw-installatie waren aangesloten. In dat geval vond de brand ook zijn oorsprong in de verdiepingsvloer en niet in de buitenwand.

2.7.

Bij brief van 13 april 2016 heeft Zevenwouden via haar volmacht de schadeclaim van [eiser] afgewezen:

Uit het rapport van VIDI B.V. blijkt dat verzekerde niet aan de op het polisvolgblad vermelde clausules 99000 heeft voldaan. Deze clausules zijn bedoeld ter voorkoming/beperking van brandschade. In deze clausules is bepaald:

Clausules: Garanties (bewijsplicht)

  • -

    In het woonhuis dient minimaal één schuimblusser van tenminste 6 liter inhoud, voorzien van een rijkskeurmerk, in werkvaardige toestand aanwezig te zijn. Voor deze blusser dient een onderhoudscontract te zijn afgesloten met minimaal één controle per twee jaar. Verzekerde geeft aan in zijn verklaring aan VIDI B.V. dat er geen onderhoudscontract aanwezig is.

  • -

    Het rookkanaal van de hout-cv dient minimaal één keer per jaar geveegd.

Verzekerde verklaart aan VIDI B.V. dat hij dit zelf deed en er foto’s van maakte maar heeft dit niet aangetoond.

- Voor de hout-cv dient een onderhoudscontract te zijn afgesloten met minimaal één controle per twee jaar. Verzekerde verklaart aan VIDI B.V. dat er geen onderhoudscontract aanwezig was.

Clausule: Bewijsplicht algemeen

Als blijkt dat u niet heeft voldaan aan de extra regels van een clausule waarin “bewijsplicht” staat, bent u niet verzekerd. Deze regel vervalt als u bewijst dat de schade niet beïnvloed is omdat niet is voldaan aan de regels van de clausule waarin “bewijsplicht” staat.

Nu verzekerde heeft verklaard niet aan de vereisten in de clausules te hebben voldaan en verzekerde het bewijs niet heeft geleverd waaruit blijkt dat de schade niet is beïnvloed omdat niet is voldaan aan de regels, ontbreekt polisdekking en kunnen wij niet overgaan tot vergoeding van de geleden schade.

2.8.

Bij brief van 21 april 2016 stelt Zevenwouden via haar volmacht [eiser] “desgewenst nogmaals in de gelegenheid om aan te tonen dat voornoemd causaal verband ontbreekt” (bedoeld wordt: het causaal verband tussen de niet-nakoming van de garantieclausules en het ontstaan van de brand). Op deze brief heeft [eiser] niet gereageerd.

2.9.

In opdracht van [eiser] heeft Schadehulp Expertisediensten bv en Brand Technisch Bureau Nederland BV (hierna: BTB) een contra-expertise uitgevoerd. Op 8 juli 2016 hebben [eiser] en diens zoon [B] ten overstaan van [C] (NIVRE Register Expert) een (schriftelijke) verklaring afgelegd. De resultaten van het technisch onderzoek van BTB zijn neergelegd in een rapport van 17 oktober 2016, waarvan de conclusie luidt:

De bevindingen bij het onderzoek in onderling verband en samenhang beschouwd, leiden tot de volgende conclusies:

  • -

    de brand is ontegenzeggelijk ontstaan in de wasruimte door ofwel een technisch falen in de daar opgestelde apparatuur, dan wel in de elektrische huisinstallatie. Deze conclusie is overigens in lijn met hetgeen I.Tek op dit punt heeft gerapporteerd;

  • -

    op grond van de experimenten kan worden uitgesloten dat ter plaatse van de bevestigingspunten van de vastpuntbeugel de voor pyrolyse van hout kritische temperatuur van 75° C wordt bereikt. Derhalve kan de brand niet het gevolg zijn van pyrolyse;

  • -

    de houtvergasser werd op een deugdelijke manier bedreven en onderhouden;

  • -

    het RAK is kort vóór de onderhavige brand in januari 2016 voor het laatst geveegd;

  • -

    in weerwil van de beschikbare blusmiddelen was het onmogelijk de brand in de wasruimte te blussen. Uitsluitend een onmiddellijke inzet van een professionele brandweer zou mogelijk de (brand)schade hebben beperkt (hetgeen overigens in de praktijk niet uitvoerbaar is).

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis – voor zover wettelijk mogelijk – uitvoerbaar bij voorraad:

(I) Zevenwouden zal veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen bij wijze van voorschot op de uitkering onder de polis, € 50.000,00 (zegge: vijftigduizend euro), althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te betalen bedrag; en

(II) Zevenwouden zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Zevenwouden voert gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.2.

Aan zijn vorderingen legt [eiser] , samengevat, ten grondslag dat de meest aannemelijke brandoorzaak elektrotechnisch van aard is en dat de brand is begonnen in de wasruimte in de kelder van het woonhuis. [eiser] betwist dat de brand is veroorzaakt door (over)verhitting van de bevestigingspunten van de vastpuntbeugels van het rookgasafvoerkanaal van de kachel in de naastgelegen technische ruimte waardoor pyrolyse zou zijn ontstaan. Daarbij baseert [eiser] zich op zijn eigen waarneming en die van zijn zoon [B] tijdens de bewuste brand en het technisch rapport van BTB. Zelfs indien moet worden aangenomen dat de oorzaak van de brand is gelegen in een gebrek in de constructie van het rookgasafvoerkanaal, dan stelt [eiser] zich op het standpunt dat Zevenwouden geen beroep toekomt op schending van de in rechtsoverweging 2.2 bedoelde garantieclausules.

4.3.

Kort samengevat voert Zevenwouden als verweer dat de brand hoogstwaarschijnlijk in verband staat met gebreken in of rond de kachel en dat [eiser] de garantieclausules heeft geschonden, zodat de polis geen dekking biedt tegen de brandschade van 23 februari 2016 en dat de schadeclaim daarom terecht is afgewezen.

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat de schadeveroorzakende gebeurtenis (brand) onder de dekking van de polis van [eiser] valt, zodat Zevenwouden in beginsel gehouden is de schade die [eiser] door de brand heeft geleden te vergoeden. Partijen verschillen van mening over de oorzaak van de brand en of de niet-nakoming van de garantieclausules aan uitkering van de schade in de weg staat. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

4.5.

Gelet op de schriftelijke verklaringen van [eiser] en diens zoon van 8 juli 2016, de rapporten van VIDI (met daarin opgenomen een eerdere verklaring van [eiser] van 25 februari 2016), I-TEK en BTB en het verhandelde ter zitting, in onderlinge samenhang bezien, is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de meest waarschijnlijke brandoorzaak elektrotechnisch van aard is en dat de brand in de wasruimte is begonnen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat Zevenwouden niet heeft betwist dat de sprinklerinstallatie, die (onverplicht) door [eiser] boven de kachel is aangebracht, eerst is geactiveerd nadat de brand in de wasruimte zich al ver had ontwikkeld. Voorts heeft [eiser] de informatie van de brandweer over het eerdere incident dat op 3 januari 2016 heeft plaatsgevonden, zoals deze is neergelegd in de “infosheet brandonderzoek 3-1-2016” (zie het rapport van I-TEK, blz. 22 e.v.), voldoende gemotiveerd betwist door erop te wijzen dat geen sprake is geweest van een schoorsteenbrand door ophoping van creosoot maar van een storing van de veiligheidsklep van de kachel die de door voorbijgangers geconstateerde vonkenregen heeft veroorzaakt en dat hij dit heeft aangetoond door tijdens dit incident in aanwezigheid van de brandweer het rookgasafvoerkanaal deels te demonteren. Zevenwouden heeft dit niet weersproken.

Uit het voorgaande volgt reeds dat de schade die [eiser] door de brand heeft geleden op basis van de polis voor vergoeding door Zevenwouden in aanmerking komt.

4.6.

Ook in het geval dat zou moeten worden aangenomen dat de brand is veroorzaakt door een gebrek in de constructie van de kachel en/of het rookgasafvoerkanaal, kan Zevenwouden zich niet met succes beroepen op de beweerdelijke schending van de garantieclausules. Met [eiser] is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze clausules niet zijn gericht op het voorkomen van brand ten gevolge van voormeld gebrek maar op het voorkomen van een schoorsteenbrand of een slecht functionerende kachel. In dit verband stelt de voorzieningenrechter vast dat Zevenwouden een voorziening in de polis had opgenomen – waarvan de letterlijke tekst luidde: TIJDENS DE INSPECTIE OP 16.07.2013 WERD GECONSTATEERD DAT DE OPBOUW EN AFWERKING VAN HET ROOK (…) DE HOUTCV WAARSCHIJNLIJK ONDEUGDELIJK IS. ZOLANG HIEROVER GEEN DUIDELIJKHEID BESTAAT MAG MET D (…) NIET WORDEN GESTOOKT. SCHADE AALS GEVOLG HIERVAN IS DUS NIET VERZEKERD – en dat zij deze voorziening heeft laten vervallen nadat de heer [D] namens Zevenwouden vóór de ingebruikname de constructie van het rookgasafvoerkanaal en de kachel heeft geïnspecteerd en goedgekeurd. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het niet relevant is of [eiser] de in de garantieclausules omschreven verplichtingen niet is nagekomen. Indien en voor zover anders zou moeten worden geoordeeld, overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

4.7.

Zoals de Hoge Raad eerder heeft geoordeeld (zie het arrest van 27 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7915), kan de verzekeraar een beroep op een (garantie)clausule doen en het recht op uitkering vervalt derhalve, indien de in de clausule omschreven verplichtingen niet zijn nagekomen. Dit neemt evenwel niet weg dat zich gevallen kunnen voordoen waarin een beroep op de clausule in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht. Daarbij kan worden gedacht aan het geval waarin onvoldoende verband bestaat tussen het niet-naleven van de in de clausule omschreven verplichtingen en het risico zoals dit zich heeft verwezenlijkt. Hiervan zal in een situatie als de onderhavige sprake kunnen zijn, indien de verzekerde stelt en zo nodig aannemelijk maakt dat het niet-toepassen van de voorgeschreven voorzieningen niet de oorzaak of de mede-oorzaak kan zijn geweest van de brand en evenmin ervan dat de brand zich heeft kunnen uitbreiden.

4.8.

Met [eiser] is de voorzieningenrechter van oordeel dat het hebben van een onderhoudscontract voor de schuimblusser en de houtcv de brandoorzaak noch de uitbreiding hiervan had kunnen voorkomen, zodat het causaal verband tussen de beweerdelijke schending van de garantieclausules en de brandoorzaak c.q. uitbreiding van de brand ontbreekt. In dit kader heeft [eiser] onweersproken gesteld dat hij een goed functionerende brandblusser had die evenwel geen enkel nut had om daarmee de brand te bestrijden en voorts dat hij – onverplicht – een goed werkende sprinklerinstallatie met een smeltgrens van 70°C direct boven de kachel had geïnstalleerd alsmede – eveneens onverplicht – een brandslang(haspel). Voorts heeft Zevenwouden onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de kachel naar behoren functioneerde (die immers door [D] is geïnspecteerd en goedgekeurd; zie r.o. 4.6), dat [eiser] de kachel regelmatig controleerde en onderhield conform de gebruiksaanwijzing/handleiding, dat [eiser] daarvoor over voldoende kennis beschikt vanwege zijn technische achtergrond en dat het rookgasafvoerkanaal laatstelijk tijdens het incident op 3 januari 2016 door de brandweer is geveegd.

4.9.

Al met al is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestaan van een vordering van [eiser] op Zevenwouden voldoende aannemelijk is en dat dit betekent dat het in de verwachting ligt dat de vorderingen van [eiser] in een eventuele bodemprocedure zullen worden toegewezen. Voorts heeft [eiser] voldoende feiten en omstandigheden gesteld die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Daartoe heeft [eiser] aangevoerd dat zijn belang bij het treffen van de door hem gevraagde voorzieningen vooral is gelegen in het verkrijgen van een voorschot voor vervangende huisvesting en de kosten die gemaakt zijn om onderzoek te laten verrichten naar de dekkingsplicht van Zevenwouden, om aan lopende hypotheekverplichtingen te voldoen en om een begin te maken met de herbouw van de woning. Tot slot is het restitutierisico beperkt doordat [eiser] in dit kort geding slechts een gering deel van het totale schadebedrag als voorschot op de uitkering onder de polis vordert.

4.10.

De slotsom is dat het gevorderde voorschot van € 50.000,00 voor toewijzing in aanmerking komt.

4.11.

Zevenwouden zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden tot op heden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 77,75

  • -

    griffierecht € 885,00

  • -

    salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.778,75

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Zevenwouden tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] een bedrag van € 50.000,00 (zegge: vijftigduizend euro) te betalen bij wijze van voorschot op de uitkering onder de polis,

5.2.

veroordeelt Zevenwouden in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.778,75,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens - de Mug en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2016.1

1type: coll: