Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:4371

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-11-2016
Datum publicatie
14-11-2016
Zaaknummer
C/08/193048 / KG ZA 16-360
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Straat- en contactverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/193048 / KG ZA 16-360

Vonnis in kort geding van 4 november 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. M.G.W.M. Geurts te Duiven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. E.S. Fikkert te Almelo.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de man.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben drie minderjarige kinderen.

2.2.

De rechtbank heeft bij beschikking van 27 juli 2015 de kinderen onder toezicht gesteld.

2.3.

Stichting Jeugdbescherming Overijssel heeft op 21 september 2015 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging van de kinderen. Hierin is onder meer opgenomen dat: ‘jeugdbescherming Overijssel van mening is dat zolang er niet meer zich komt op de psychische gesteldheid van de vader, er geen omgang mogelijk is met de kinderen. Vader blijft aldus weg van het adres van grootouders (vz) of het toekomstige adres van moeder’.

2.4.

De rechtbank heeft deze aanwijzing bij beschikking van 12 oktober 2015 bekrachtigd.

2.6.

Bij beschikking van 23 maart 2016 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

2.7.

Sinds de relatiebreuk hebben de kinderen hun hoofdverblijf bij de vrouw.

2.8.

Het contact tussen de man en de kinderen was door Bureau Jeugdzorg bepaald op

één uur per maand. De voogd heeft echter aangegeven dat contact tussen de man en de kinderen op dit moment niet wenselijk c.q. verantwoord is.

2.9.

Op 26 september 2016 heeft de vrouw aangifte van bedreiging met de dood gedaan. Zij heeft tegenover de politie verklaard dat zij op 21 september 2016 zeer bedreigeinde whatsapp-berichten van de man ontving. Daarin stond voor zover hier van belang onder meer:

19.22

uur: ‘Moest het doen van me stemmetjes naar [plaats] gaan (…)’.

19.42

uur: ‘Klopt als ik naar me stemmetjes had geluisterd had ik het hele huis al kort en klein geslagen, en had ik al mensen geslagen en geschopt. Had mezelf dan al moeten ophangen en nog veel meer.’

19.43

uur: ‘Totdat het niet meer in de hand te houden is. Maar moet ook van me stemmetjes jou neersteken.’

19.44

uur: ‘Maar klopt lukt om te negeren nu ja. ‘

19.55

uur: ‘Me stemmetjes zeggen dat ik jou moet neersteken, maar dat doe ik niet.’

2.10.

De vrouw is door de voogd in een veiligheidshuis ondergebracht en zij is voorzien van een Aware-systeem.

3 Het geschil

3.1.

De vrouw vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om de man te verbieden om onmiddellijk na betekening van dit vonnis:

  1. zich te bevinden in [plaats] , zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag of gedeelte daarvan voor ieder keer dat de man dit gevraagde verbod overtreedt, zulks met een maximum van € 25.000,--,

  2. persoonlijk of via derden contact te zoeken met de vrouw, ook buiten [plaats] , zulks op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor iedere keer dat de man dit gevraagde verbod overtreedt.

3.2.

De man voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De man betwist dat er een spoedeisend belang bij het gevorderde bestaat. Daaraan legt hij ten grondslag dat hij ontkent dat hij de vrouw heeft bedreigd en dat die bedreiging de reden is gelegen dat de vrouw in een veiligheidshuis is ondergebracht, dat zij op korte termijn weer zal moeten verlaten om terug te keren naar haar woning.

4.2.

Zoals hieronder is verwoord heeft de voorzieningenrechter geen aanleiding om in twijfel te trekken dat de man de vrouw heeft bedreigd, dat bij haar de angst leeft dat hij zijn dreigementen zal uitvoeren is en dat dit de reden is dat de vrouw op dit moment in een veiligheidshuis verblijft, dat zij op korte termijn zal dienen te verlaten. Dit maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang bij het gevorderde is gegeven. De voorzieningenrechter zal over gaan tot de materiële beoordeling.

4.3.

Een straat- of gebiedsverbod en, als afgeleide daarvan een contactverbod, vormen een inbreuk op het aan een ieder toekomende recht om zich vrijelijk te bewegen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

4.4.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door de vrouw gepresenteerde feiten en omstandigheden een dergelijke inbreuk rechtvaardigen. De vrouw heeft haar vordering op dit punt voldoende onderbouwd. Zij heeft gesteld dat de man medicatie voorgeschreven heeft gekregen, maar dat hij deze niet gebruikt omdat hij niet wil instemmen met de aan het medicijngebruik verbonden voorwaarden. Ook is de man volgens de vrouw een week voor de zitting, tijdens een afspraak bij Dimence, ‘door het lint gegaan’ en heeft hij met tafels en stoelen gegooid.

4.5.

Een ter zitting aanwezige vertegenwoordiger van Jeugdzorg Overijssel ondersteunt de stellingen van de vrouw. Jeugdzorg maakt zich zorgen en meent dat de ontwikkeling van de kinderen in het geding is. Daarom is ook besloten om de bezoekregeling tussen de man en de kinderen stop te zetten, zijn de vrouw en haar kinderen vanwege de te verwachten heftige reactie van de man in een veiligheidshuis ondergebracht en is de vrouw aangesloten op het Aware-systeem. De medewerker van jeugdzorg Overijssel heeft verklaard dat jeugdzorg contact heeft gezocht met de politie, met Dimence en met andere instanties en dat al deze instanties zich allemaal zorgen maken over het gezin.

4.6.

De voorzieningenrechter acht voldoende aangetoond dat de man de vrouw heeft bedreigd door het versturen van de hiervoor geciteerde app-berichten. De man ontkent niet dat hij die berichten heeft gestuurd. De inhoud en de strekking van die berichten hebben een kennelijk dreigende strekking. Dat deze door de vrouw als bedreigend zijn ervaren is volkomen invoelbaar en begrijpelijk. Ook Jeugdzorg begrijpt en deelt haar grote bezorgdheid. Ook de man moet dat hebben kunnen begrijpen.

4.7.

De voorzieningenrechter acht de toewijzing van de gevorderde verboden dan ook gerechtvaardigd, maar ziet aanleiding om deze in te perken. Om het belang van de man, die zelf ook banden heeft met [plaats] , zo min mogelijk aan te tasten, maar tegelijkertijd het belang van de vrouw en de kinderen om zich veilig te voelen en zich ongestoord te kunnen bewegen zo veel mogelijk te waarborgen, zal de voorzieningenrechter de man verbieden zich te begeven naar en zich op te houden binnen een straal van drie kilometer van de woning van de vrouw aan de [straatnaam] te [plaats] .

4.8.

Ten aanzien van het gevorderde contactverbod ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het gevorderde verbod om persoonlijk dan wel via derden contact op te nemen met de vrouw toe te wijzen in die zin dat het de man wordt verboden binnen één jaar na betekening van dit vonnis anders dan via derden als een advocaat of een instantie als jeugdzorg - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met de vrouw.

4.9.

In verband met de eisen van proportionaliteit en de wens om escalatie te voorkomen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de verboden toe te wijzen voor de duur van één jaar na betekening van dit vonnis.

4.10.

Voorts ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de gevorderde dwangsommen op grond van de kennelijk geringe financiële draagkracht van de man te matigen, en deze te stellen op € 200,-- per dag voor iedere keer dat de man zich binnen een straal van 3 kilometer van de woning van de vrouw bevind en/of zich op een wijze anders dan beschreven in 4.9 contact zoekt met de vrouw, met een maximum van € 10.000,--.

4.11.

In de omstandigheid dat partijen ex-echtgenoten zijn ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de kosten te compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt de man gedurende één jaar na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden binnen een straal van drie kilometer van de woning van de vrouw aan de [straatnaam] te [plaats] ,

5.2.

verbiedt de man gedurende één jaar na betekening van dit vonnis anders dan via derden als een advocaat of een instantie als jeugdzorg - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met de vrouw,

5.3.

veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 200,-- per dag voor iedere keer dat hij niet aan onder 5.1 en/of 5.2 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,-- is bereikt,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.1

1 type: coll: