Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:4356

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-11-2016
Datum publicatie
10-11-2016
Zaaknummer
08/730381-16 en 08/152701-16 (gev.ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in het centrum van Zwolle en in de buurt van het politiebureau politieambtenaren beledigd terwijl zij aan het werk waren. Hij heeft naar hen een groot aantal woorden met daarin ‘kanker’ geroepen. Daarnaast heeft verdachte op dezelfde dag een politieambtenaar met de dood bedreigd. De bedreiging heeft bij de desbetreffende politieambtenaar gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 4 maanden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer (P): 08/730381-16 en 08/152701-16 (gev.ttz)

Datum vonnis: 10 november 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats] (Turkije) ,

nu verblijvende in P.I. Achterhoek.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 oktober 2016. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.E.B. Rasing en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman
mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 08/730381-16 en 08/152701-16 tegen de verdachte aangebrachte zaken.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte politieambtenaren heeft bedreigd en beledigd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

Ten aanzien van parketnummer 08/730381-16

1.

hij op of omstreeks 24 juli 2016 te Zwolle [slachtoffer 1] (hoofdagent van politie eenheid Oost-Nederland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 24 juli 2016 te Zwolle opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 1] (hoofdagent van politie eenheid Oost-Nederland), en/of [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie eenheid Oost-Nederland) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/diens tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hen de woorden toe te voegen: "jij moet je bek houden kankeragent" en/of "vieze kanker Nederlander met je kanker anus" en/of "he wat doe je kankerpolitie" en/of "kankerlijer" en/of "ik hoop dat je kanker baby kanker krijgt", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Ten aanzien van 08/152701-16

hij op of omstreeks 24 juli 2016 in de gemeente Zwolle, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten in politiedienst aldaar zijnde in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden: "Kankerjustitie,

politie en justitie neukt de Nederlandse kinderen, we moeten Nederland weer

platbombarderen, iedereen moet de kanker krijgen" en/of ""Kankeridioten jullie

neuken jullie kinderen", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of

strekking.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS), met bevel tot dwangverpleging (verpleging van overheidswege) zal worden opgelegd.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat de verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank zal in het navolgende de tenlastegelegde feiten om redenen van doelmatigheid geclusterd bespreken.

Beledigingen

Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de belediging van verschillende politieambtenaren. De rechtbank overweegt dat naar vaste jurisprudentie de context waarin uitlatingen worden gedaan van belang is, wanneer het gaat om uitlatingen die op zichzelf in het algemeen niet beledigend zijn. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte de in te tenlastelegging beschreven uitlatingen heeft gedaan. Het gaat daarbij telkens om een samentrekking van het woord 'kanker' met een zelfstandig naamwoord. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de uitlatingen van verdachte - telkens - reeds op zichzelf beschouwd beledigend en hadden zij de strekking de betrokken ambtenaren aan te tasten in hun eer en goede naam, zodat de context waarin deze uitlatingen zijn gedaan van ondergeschikte betekenis is voor de vraag of het ten laste gelegde kan worden bewezen. Voorts blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring dat het wel degelijk de bedoeling van verdachte was om de agenten te raken met zijn uitlatingen aangezien hij in de veronderstelling verkeert dat hij voortdurend door politieambtenaren wordt dwarsgezeten. Het verweer dat verdachte vaker dergelijke woorden tegen agenten roept en dat deze moeten worden opgevat als de uitingen van een zieke man, volgt de rechtbank niet. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de tenlastegelegde beledigingen dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bedreiging

Verdachte wordt voorts verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan de bedreiging van een politieambtenaar. Door de raadsman is onder meer aangevoerd dat iedere politieambtenaar in Zwolle op de hoogte is van de problematiek van verdachte en weet dat hij nimmer fysiek geweld heeft gebruikt tegen politieambtenaren. De vrees dat de desbetreffende politieambtenaar in deze context daadwerkelijk het leven zou laten, heeft in redelijkheid niet kunnen ontstaan. De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie het niet vereist is dat de bedreiging in het concrete geval op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat werkelijk vrees is opgewekt en de bedreigde zich in zijn vrijheid belemmerd achtte. Wel moet de bedreiging van dien aard zijn en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat deze in het algemeen een dergelijke vrees opwekken kan. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de blijkens de bewijsmiddelen door verdachte gebezigde woorden van dien aard geweest en onder zodanige omstandigheden geuit dat bij de betrokken politieambtenaar daardoor in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen. De uitlating van verdachte laat immers op zichzelf aan duidelijkheid niets te wensen over. Voorts blijkt uit het dossier dat bij politieambtenaren ambtshalve bekend is dat verdachte agressief is en onberekenbaar kan reageren. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde beledigingen van politieambtenaren en de bedreiging van een politieambtenaar.

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van parketnummer 08/730381-16

1.

hij op 24 juli 2016 te Zwolle [slachtoffer 1] (hoofdagent van politie eenheid Oost-Nederland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd : "ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op 24 juli 2016 te Zwolle opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 1] (hoofdagent van politie eenheid Oost-Nederland), en [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie eenheid Oost-Nederland) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in diens tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "jij moet je bek houden kankeragent" en "vieze kanker Nederlander met je kanker anus" en "he wat doe je kankerpolitie" en "kankerlijer" en "ik hoop dat je kanker baby kanker krijgt", althans woorden van gelijke beledigende aard of strekking;

Ten aanzien van 08/152701-16

hij op 24 juli 2016 in de gemeente Zwolle, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten in politiedienst aldaar zijnde in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden: "Kankerjustitie, politie en justitie neukt de Nederlandse kinderen, we moeten Nederland weer platbombarderen, iedereen moet de kanker krijgen" en/of ""Kankeridioten jullie neuken jullie kinderen", althans woorden van gelijke beledigende aard of strekking.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 266 juncto 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 08/730381-16

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2

het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van 08/152701-16

het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft op 24 juli 2016 in het centrum van Zwolle en, nadat hij was aangehouden en inmiddels in vrijheid was gesteld, in de buurt van het politiebureau politieambtenaren beledigd terwijl zij aan het werk waren. Hij heeft naar hen een groot aantal woorden met daarin ‘kanker’ geroepen. Daarnaast heeft verdachte op dezelfde dag een politieambtenaar met de dood bedreigd. De bedreiging heeft bij de desbetreffende politieambtenaar gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht. Het gebruik van de bewezenverklaarde beledigende woorden als scheldwoorden is kwetsend voor de eigenwaarde van mensen in het algemeen en in het bijzonder voor degenen, die als ambtenaar met de rechtmatige uitoefening van hun bediening bezig zijn. De door verdachte gebruikte bedreigende en beledigende woorden geven blijk van minachting voor het gezag, waardoor dit wordt aangetast. Van politieambtenaren wordt verwacht dat zij gewoon hun werk kunnen doen. Zij hoeven zich niet, en al helemaal niet op strafrechtelijk te duiden wijze, te laten beledigen en bedreigen, wanneer zij juist ten dienste van de burger hun taak vervullen.

Verdachte is blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 19 september 2016 vaker voor soortgelijke feiten veroordeeld. Zo is verdachte op 24 december 2015 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank voor belediging en bedreiging veroordeeld en liep hij in verband met die veroordeling nog in een proeftijd. Desondanks heeft dit hem er niet van weerhouden om nieuwe strafbare feiten te plegen.

Uit het vonnis van 24 december 2015 blijkt onder meer dat verdachte door een psycholoog en een psychiater is onderzocht. De rechtbank heeft in voornoemd vonnis overwogen dat beide deskundigen in hun rapporten - die hierna zullen worden besproken - tot het oordeel zijn gekomen dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en dat hij verminderd tot sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht en voor zijn stoornissen klinisch behandeld moet worden. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat ter voorkoming van recidive behandeling van verdachte noodzakelijk is. Die behandeling moest plaatsvinden binnen het kader van een bijzondere voorwaarde aangezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden niet rechtvaardigde en verdachte zich gemotiveerd toonde voor behandeling binnen het kader van een bijzondere voorwaarde.

Na het onherroepelijk worden van voornoemd vonnis is verdachte voor behandeling opgenomen in FPA de Boog te Warnsveld. Uit het reclasseringsadvies van 21 oktober 2016 blijkt onder meer dat de opname in het kader van een voorwaardelijk strafdeel onvoldoende soelaas biedt aangezien verdachte zich onttrokken heeft aan de voorwaarde van klinische behandeling. Vervolgens heeft verdachte zijn medewerking bij Tactus Reclassering geweigerd en wil hij niet in gesprek gaan met de reclassering. De reclassering concludeert in het advies dat, gelet op de onttrekking en de problematiek van verdachte, een klinische opname als voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel geen of onvoldoende waarborgen zal bieden. Daarnaast adviseert zij geen TBS met voorwaarden op te leggen omdat er geen commitment bij verdachte is om zich aan de gestelde voorwaarden te houden.

Uit het pro justitia rapport van de psycholoog van 26 september 2016 blijkt onder meer dat verdachte geweigerd heeft om medewerking te verlenen aan een psychologisch onderzoek. Vanwege die reden kan de psycholoog geen uitspraak doen over een mogelijk verband tussen het tenlastegelegde en de persoon van verdachte.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de in de strafzaak met parketnummer met betrekking tot de persoon van de verdachte uitgebrachte rapportages, te weten onder meer:

  • -

    een psychologisch Pro Justitia rapport van 30 november 2015, opgemaakt door
    B. van Giessen, klinisch psycholoog;

  • -

    een psychiatrisch Pro Justitia rapport van 3 december 2015, opgemaakt door T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus.

Beide deskundigen achten de verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Gelet op de omstandigheden waaronder de onderhavige tenlastegelegde feiten zijn gepleegd en de persoon van de verdachte zoals ter terechtzitting naar voren is gekomen acht de rechtbank het aannemelijk dat de stoornissen van verdachte ten tijde van het plegen van de thans voorliggende feiten nog steeds bestonden. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend en acht de rechtbank de verdachte in zoverre strafbaar.

De rechtbank overweegt dat aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van een tbs-maatregel is voldaan. De rechtbank ziet zich daarmee geplaatst voor de moeilijke beslissing of zij al dan niet zal gelasten dat verdachte ter beschikking wordt gesteld met dwangverpleging, of dat toch opnieuw een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Hoewel, gelet op de problematiek van verdachte, de hulpverleningsgeschiedenis en het verloop van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, in beginsel een tbs-maatregel kan worden opgelegd, acht de rechtbank oplegging van deze maatregel onder de huidige omstandigheden niet proportioneel. In dit geval is het misdrijf waarvoor een tbs-maatregel kan worden opgelegd de overtreding van artikel 285 Sr. Deze overtreding bestaat slechts uit één verbale bedreiging die niet op de een of andere wijze nader wordt ondersteund door gewelddadige handelingen. Voor de rechtbank legt dit veel gewicht in de schaal. Het opleggen van tbs met dwangverpleging, zoals door de officier van justitie is gevorderd, is derhalve naar het oordeel van de rechtbank thans nog niet opportuun gelet op de relatief geringe ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten.

Alles afwegend is de rechtbank dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorlopige hechtenis, passend en geboden is.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem

  • -

    daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

ten aanzien van parketnummer 08730381-16
feit 1 het misdrijf:bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
feit 2 het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

ten aanzien van parketnummer 08/152701-16

het misdrijf: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier (4) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. M. van Bruggen en
mr. M.P. Nan, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2016.

Mr. M.P. Nan is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2016367675. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Ten aanzien van parketnummer 08/730381-16 feit 1 en 2

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 25 juli 2016, pagina 13 t/m 14, voor zover inhoudende als verklaring van aangever:

“(…) Op zondag 24 juli 2016, omstreeks 22.45 uur, deed ik verbalisant, [slachtoffer 1] dienst in volledig politie uniform en was als zodanig herkenbaar. (…) Ik verbalisant [slachtoffer 1] , vroeg aan [verdachte] of hij wilde stoppen met het schelden. Ik verbalisant zag en hoorde dat hij zei jij moet je bek houden kankeragent, vieze kanker Nederlander met je kanker anus. Ik verbalisant, voelde mij diep geraakt en beledigd door deze woorden. Ik verbalisant [slachtoffer 1] voelde mij in mijn goede eer en naam aangetast. (…) Ik verbalisant zag en hoorde [verdachte] zeggen, ‘Rot op ik maak je dood, echt ik maak je dood’. Ik verbalisant zag dat hij naar mij verbalisant keek en wees. Ik verbalisant [slachtoffer 1] voelde mij hierdoor bedreigd en had echt het idee dat hij dit ook echt ten uitvoer wilde leggen. Ik verbalisant nam wat afstand van [verdachte] omdat hij erg agressief overkwam. (…) Ik verbalisant, hoorde [verdachte] zeggen ‘he wat doe je kanker politie, jullie zijn kanker Nederlanders’. Ik verbalisant voelde mij zwaar beledigd en in mijn goed naam en eer aangetast. (…) Tijdens het overbrengen werd ik verbalisant constant beledigd door [verdachte] en hij bleef schelden met de woorden, Kankerlijer, kanker agenten, kanker politie, kanker Nederland, je kanker anus, ik hoop dat je kanker baby kanker krijgt!. Ik verbalisant voelde mij zwaar beledigd en de woorden raakte mij verbalisant [slachtoffer 1] diep omdat ik zelf ook een kind heb. (…).”

2.

Het proces-verbaal aanhouding van verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van 25 juli 2016, pagina 17 t/m 18, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten:

“(…) Op 24 juli 2016 omstreeks 22.45 uur, deden wij verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dienst in volledig politie-uniform en waren als zodanig herkenbaar. (…) Ik verbalisant [slachtoffer 2] , legde hem hierop de transport boeien aan. Toen ik verbalisant [slachtoffer 2] dit deed, hoorden wij verbalisanten, [verdachte] zeggen ‘wat doe je kanker agent met je kanker anus’. Ik verbalisant [slachtoffer 2] voelde mij beledigd en in mijn goed naam en eer aangetast. (…) Tijdens het overbrengen werden wij verbalisanten meerdere malen uitgescholden voor kankeragenten, kankerlijer met je kankeranus, kankerpolitie, ik hoop dat je baby kanker krijgt. Wij verbalisanten, voelden ons zwaar beledigd en in onze goede naam en eer aangetast. (…).”

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 25 juli 2016, pagina 21, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant:

“(…) Op zondag 24 juli 2016 omstreeks 22.45 uur bevond ik, verbalisant [verbalisant] , mij in uniform gekleed en met assistentiedienst belast aan het hoofdbureau van politie Koggelaan 8 te Zwolle. (…) Ik zag en hoorde dat [verdachte] erg agressief reageerde op mijn collega [slachtoffer 1] en met luide toon schold. Ik verbalisant hoorde dat [verdachte] onder andere de woorden Kanker Nederlanders kanker anus. (…) Ik verbalisant zag en hoorde dat [verdachte] met luide stem tegen mijn collega [slachtoffer 1] riep ‘Je moet je bek houden kankeragent, vieze kanker Nederlander’. (…) Ik verbalisant zag en hoorde dat [verdachte] mijn collega [slachtoffer 1] aankeek en aanwees en vervolgens tegen mijn collega [slachtoffer 1] riep ‘Ik maak je dood’. Ik verbalisant hoorde dat [verdachte] dat meerdere malen tegen mijn collega [slachtoffer 1] riep, terwijl hij hem aankeek. (…) Ik hoorde tijdens transport naar het buro de verdachte [verdachte] onophoudelijk de volgende woorden roepen ‘Kankerpolitie, kanker agenten, ik hoop dat je kankerbaby kanker krijgt’. (…).”

4.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;

Ten aanzien van parketnummer 08/152701-16

1.

Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] van 24 juli 2016, pagina 10 t/m 11, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten:

“(…) Op zondag 24 juli 2016 waren wij verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] belast met de incidentenafhandeling voor de gemeente Zwolle. (…) Wij verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hoorden de verdachte [verdachte] keer op keer schreeuwen “kankerjustitie, Politie en Justitie neukt de Nederlandse kinderen, we moeten Nederland weer platbombarderen. Iedereen moet de kanker krijgen, etc”. (…) Kankeridioten jullie neuken jullie kinderen. (…) Ik verbalisant [slachtoffer 3] hoorde verdachte [verdachte] alleen maar blijven schreeuwen en dat wij allemaal aan de kanker moesten geraken. (…) Door de beledigende uitlatingen van verdachte [verdachte] voelden wij ons verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ons in onze goede naam en eer aangetast. (…).”

2.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.