Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:391

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
09-02-2016
Zaaknummer
08.952625-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 28-jarige man is veroordeeld voor brandstichting bij een restaurant in Kampen en het bezit van kinderporno. De rechtbank Overijssel legt hem een gevangenisstraf op van 24 maanden, waarvan 17 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar en bijzondere voorwaarden.

De man is verminderd toerekeningsvatbaar. Gezien de deskundigenrapporten moet de nadruk worden gelegd op behandeling van de problematiek van de man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.952625-15 (P)

Datum vonnis: 9 februari 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de PI Almelo, huis van bewaring

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 januari 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Stikkelbroeck en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr.

V. Wolting, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 17 juli 2017 in de berging van restaurant [restaurant] brand heeft gesticht waardoor de berging en het restaurant volledig zijn uitgebrand en

feit 2: kinderporno heeft verspreid, tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd verworven en/of in bezit heeft gehad.

Voluit luidt – na aanpassing van de omschrijving ter zitting van 26 januari 2016- de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks 17 juli 2015, in de gemeente Kampen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een of meer pand(en) (beiden) gelegen aan de [adres] (en in gebruik bij restaurant [restaurant] ), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een stuk karton/papier (met een aansteker) aangestoken en (vervolgens) (deze) in een (bij voornoemd restaurant

behorende/aan het voornoemde restaurant vastzittende) berging - waarin op dat

moment (een grote hoeveelheid) (oud) papier opgeslagen lag - (neer) gelegd/gegooid,

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met dat/die (in dat pand/die berging aanwezige) (grote hoeveelheid) (oud) papier,

ten gevolge waarvan (het interieur van) genoemd(e) pand(en) (te weten de berging en/of dat restaurant) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan in/aan genoemd(e) pand(en), terwijl daarvan gemeen gevaar voor (het interieur van) genoemd(e) pand(en) en/of een of meer belendend(e) perce(e)l(en) (te weten omliggende/in de buurt

staande woningen/bungalows en/of een jachthaven met boten),

in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 25 augustus 2015, althans (in ieder geval) op of omstreeks 25 augustus 2015, in de gemeente Kampen en/of in de gemeente Terschelling, althans (in elk geval) (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) (410) afbeeldingen, te weten (een) foto(’s) (287) en/of (een) video(’s) en/of (een)film(s) (123),

- en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) te weten:

- een laptop (merk Acer) en/of

- een laptop (merk Toshiba) en/of

- een (desktop) computer (merk HP Pavilion),

heeft verspreid, door het verzenden van e-mail en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

het anaal penetreren met een) (zogenaamde) butt plug van het lichaam van een

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

( [document] , foto nummer 1 in de toonmap)

en/of

het anaal penetreren met de/een (wijs)vinger van het lichaam van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

het (zichzelf laten) aftrekken van een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet heeft bereikt,

( [document] , foto nummer 2 in

de toonmap)

en/of

het (in een (zogenaamde) studio setting) geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een meisje die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij dat meisje gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een (erotisch getinte en/of een aangenomen geregisseerde) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van dit meisje en/of de uitsnede van de

afbeelding/film nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of

billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

( [document] , foto nummer 3 in de

toonmap)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder 1 en 2 ten laste is gelegd.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde nader gesteld dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de brand nu algemene ervaringsregels leren dat de aanmerkelijke kans aanwezig is dat er brand ontstaat als brandend karton in contact komt met papier. De verdachte heeft volgens de officier van justitie deze aanmerkelijke kans voor lief genomen.

Met betrekking tot het tenlastegelegde gevaar voor belendende percelen heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd nu zij dit gedeelte van het onder 1 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan de eis van de officier van justitie.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van het verhandelde ter terechtzitting en de inhoud van het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast.

Het onder 1 tenlastegelegde

Op vrijdag 17 juli 2015, omstreeks 01.15 uur, is brand ontstaan bij restaurant [restaurant] , gelegen aan de [adres] te Kampen. De brand verwoestte nagenoeg het volledige pand met inventaris.

Het pand was verzekerd bij Reaal Verzekeringen N.V. De inventaris was verzekerd bij Generali Verzekeringen.

Beide verzekeringsmaatschappijen hebben schade-onderzoeksbedrijven de brand laten onderzoeken, te weten Schade-expertbedrijf GORPA te Tilburg en EMN Forensic uit Capelle aan den IJssel. Uit beide onderzoeken kwam naar voren dat de brand was aangestoken.

De onderzoekers [naam 1] (GORPA) als [naam 2] (EMN Forensic) hebben bij de politie aangifte gedaan van brandstichting.

Uit onderzoek van beelden van de camera die zicht had op de berging achter het restaurant, is naar voren gekomen dat verdachte (een werknemer van het restaurant) de brand mogelijk heeft aangestoken. Op de beelden is een manspersoon te zien die iets aansteekt wat op de grond ligt. Tevens is een klein vlammetje te zien. Daarna trekt de manspersoon de deur achter zich dicht. Voorts is op de beelden te zien dat het vuur snel om zich heen grijpt.

Bij de politie en ter terechtzitting heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd. Verdachte heeft verklaard dat er die avond een afscheidsbarbecue werd gehouden door de eigenaar van het restaurant. Verdachte had tijdens de barbecue 8 à 10 glazen bier gedronken. Nadat de barbecue was beëindigd is verdachte naar de berging gelopen waarin onder andere veel karton en papier werd bewaard. Verdachte heeft met een aansteker een stukje karton aangestoken dat op de grond lag. Verdachte heeft verklaard dat het karton maar een klein vlammetje gaf en smeulde en dat hij dacht dat het uit zou gaan. Daarna heeft verdachte de berging verlaten. Verdachte heeft verklaard niet echt een motief te hebben gehad om het karton aan te steken. Het was volgens hem meer een bevlieging.

De rechtbank overweegt dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg aanwezig is in het geval verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag, of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er brand zou ontstaan. Wanneer men een smeulend stuk karton in de zeer dichte nabijheid van stapels papier en karton legt, is de kans dat hierdoor brand ontstaat naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te noemen. Door vervolgens het smeulende/brandende karton niet te doven maar de deur van de berging dicht te doen en weg te gaan heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er brand zou kunnen ontstaan.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de brand geen gemeen gevaar heeft opgeleverd voor belendende percelen nu het pand volledig op zichzelf stond en er geen woningen of boten in de dichte nabijheid van het pand waren gesitueerd. De rechtbank zal verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat het overig onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Nu sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, zal de rechtbank in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Het onder 2 tenlastegelegde

Naar aanleiding van het onder 1 tenlastegelegde zijn de desktopcomputer en een laptop van verdachte door de politie in beslag genomen. Op de desktopcomputer is kinderpornografisch materiaal aangetroffen in de vorm van afbeeldingen en films. In een later stadium zijn ook 2 oude laptops van verdachte onderzocht. Ook op deze laptops is kinderpornografisch materiaal aangetroffen. In totaal betreft het 410 afbeeldingen in de vorm van 287 foto’s en 123 video’s en films.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat de aangetroffen kinderporno van hem is en dat hij de kinderporno reeds jarenlang bewust heeft gezocht op internet. Verdachte heeft verklaard gevoelens te hebben voor jongens tussen de 10 en 12 jaar en heeft door middel van het downloaden van kinderporno getracht zichzelf er van te weerhouden uitvoering te geven aan zijn gevoelens.

De rechtbank is van oordeel dat het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Nu sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, zal de rechtbank in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

5.2

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 17 juli 2015, in de gemeente Kampen, opzettelijk brand heeft gesticht in een pand gelegen aan de [adres] (en in gebruik bij restaurant [restaurant] ), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een stuk karton (met een aansteker) aangestoken en (vervolgens) dit in een aan het voornoemde restaurant vastzittende) berging - waarin op dat moment (een hoeveelheid) (oud) papier opgeslagen lag - (neer) gelegd,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 25 augustus 2015 in de gemeente Kampen,

- gegevensdragers te weten:

- een laptop (merk Acer) en

- een laptop (merk Toshiba) en

- een (desktop) computer (merk HP Pavilion),

bevattende (410) afbeeldingen (287 foto’s) en video’s en films (123)

heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

het anaal penetreren met een) (zogenaamde) butt plug van het lichaam van een

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

( [document] , foto nummer 1 in de toonmap)

en

het anaal penetreren met de/een (wijs)vinger van het lichaam van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het (zichzelf laten) aftrekken van een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet heeft bereikt,

( [document] , foto nummer 2 in

de toonmap)

en

het (in een (zogenaamde) studio setting) geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij dat meisje gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een (erotisch getinte en/of een aangenomen geregisseerde) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van dit meisje en/of de uitsnede van de

afbeelding/film nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of

billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

( [document] , foto nummer 3 in de

toonmap).

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 157 en 240 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: brandstichting

feit 2

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter zake het onder 1 en 2 tenlastegelegde gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 17 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren met aftrek van de periode die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan het voorwaardelijk strafdeel als bijzondere voorwaarden te stellen een meldplicht, verplichte klinische opname, gevolgd door ambulante behandeling, deelname aan het project COSA en het verschaffen van openheid aangaande zijn internetgebruik.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan de eis van de officier van justitie.

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting en jarenlang bezit van kinderporno. De brand heeft de broodwinning van de eigenaar van het restaurant in de as gelegd. Voor de eigenaar van het pand zijn vermogensbestanddelen verdwenen. Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij is gebleken dat de brand een enorme financiële schade heeft veroorzaakt.

Daarnaast heeft verdachte gedurende jaren kinderpornografische afbeeldingen gedownload van het internet. Algemeen bekend is dat kinderen door betrokkenheid bij de op de afbeeldingen voorkomende seksuele gedragingen psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen kan achterlaten. Met het downloaden van kinderporno heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van en de productie van kinderporno.

Beide feiten acht de rechtbank ernstige feiten die verdachte zwaar worden aangerekend en waarvoor in beginsel een vrijheidsstraf van enkele jaren is aangewezen.

Verdachte is blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest.

De rechtbank heeft kennis genomen van een op 8 december 2015 opgemaakt rapport inzake een psychologisch onderzoek door mevr. drs. E.C. Aarnink, GZ-psycholoog.

Uit het onderzoek komt verdachte naar voren als een bovengemiddeld intelligente man, die geneigd is om zijn gevoelens sterk te internaliseren en te verdringen. Dit geldt met name voor agressieve gevoelens. Hij weet niet goed om te gaan met zijn agressie en woede. Zeker bij inname van forse inname hoeveelheden alcohol kan hij extreem en onvoorspelbaar gedrag laten zien.

Bij betrokkene is sprake van een depressieve stoornis, PTSS en een persoonlijkheidsstoornis NAO (met afhankelijke, vermijdende en passief-agressieve persoonlijkheidstrekken). Daarnaast is sprake van een misbruik van amfetamine en Methylfenidaat, in vroege volledige remissie. Deze complexe problematiek bestond ook ten tijde van het tenlastegelegde.

Deze problematiek beïnvloedde in sterke mate betrokkenes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde dat het tenlastegelegde mede daaruit kan worden verklaard.

De deskundige acht verdachte voor beide feiten verminderd toerekeningsvatbaar.

Factoren die de kans op recidive vergroten zijn onder andere: pedoseksuele gevoelens en fantasieën; moeite met afwijzing; een laag zelfvertrouwen; moeite om gevoelens te herkennen en met die gevoelens om te gaan; sub-assertiviteit; gebrekkige sociale vaardigheden; sombere gemoedstoestand; beperkte probleemoplossende vaardigheden alsook andere factoren waarmee rekening moet worden gehouden, te weten een beperkt sociaal netwerk; het middelengebruik in het verleden; betrokkenes problemen op het gebied van werk in het verleden en zijn financiële situatie.

De psycholoog heeft een individuele ambulante behandeling geadviseerd, bijvoorbeeld bij de Tender, een forensische polikliniek. De behandeling dient wel een verplichtend karakter hebben omdat betrokkene vermijdend en angstig is. De psycholoog heeft een klinische behandeling overwogen maar is van mening dat een klinische opname juist de passiviteit en afhankelijkheid van betrokkene kan vergroten. Daarnaast heeft de psycholoog geadviseerd een verplicht reclasseringscontact op te leggen omdat dit ondersteunend, structurerend en controlerend werkt.

Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van rapportages van Reclassering Nederland d.d. 27 november 2015 en 22 januari 2016, beide opgemaakt door mevr. M. Bijlsma-Mulder.

Uit beide rapportages valt op te maken dat de reclassering het door de psycholoog geschetste beeld van betrokkene onderschrijft maar wat betreft de behandeling een andere mening is toegedaan. De reclassering heeft gewezen op de niet-assertieve houding van verdachte. Op het moment dat hij voor zichzelf moet opkomen, laat hij het afweten. Dat gebeurde bij het (eerder) zoeken om hulp bij de GGZ. Verdachte voelde dat deze hulp niet aansloot bij zijn problematiek. In plaats van dit aan te kaarten, is hij weggebleven bij de behandeling.

In een klinische setting zal hij kunnen leren omgaan met frustratie en bestaan veel minder mogelijkheden om confrontaties te ontlopen.

Verdachte is aangemeld bij het IFZ. Volgens het IFZ is een klinische opname het meest passend om de kans op recidive te verminderen. Het recidiverisico wordt zonder behandeling (o.b.v. de beschikbare informatie) ingeschat als hoog.

Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:

- een meldplicht;

- opname in een zorginstelling voor klinische behandeling, gevolgd door ambulante behandeling en deelname aan het COSA project
- openheid verschaffen aangaande internetgebruik. Ook als dat inhoudt dat zijn computergebruik gecontroleerd wordt.

De reclassering acht een toezicht van langere tijd wenselijk. Verdachte moet na een klinische fase in de resocialisatiefase door de reclassering worden begeleid.

Ter terechtzitting d.d. 26 januari 2016 heeft dhr. B.C. Bast, reclasseringsmedewerker de rapportages toegelicht. De reclassering blijft bij het standpunt dat verdachte het meest baat heeft bij een klinische behandeling. Verdachte kan in de FPK te Balkbrug worden opgenomen waar in een periode van ongeveer 4 tot 6 weken een nadere diagnose zal worden gesteld. Na ongeveer 3 maanden zal de overgang plaatsvinden naar de FPA te Almelo. Dhr. Bast heeft verklaard dat de gemiddelde behandelduur op ongeveer 12 maanden wordt geschat.

Verdachte heeft aangegeven zeer open te staan voor behandeling, en dat hij er de voorkeur aan geeft klinisch te worden behandeld. Naar aanleiding van het tenlastegelegde is hij tot de conclusie is gekomen dat hij niet goed functioneert, ondanks eerdere ambulante behandeling.

De rechtbank neemt de inhoud van het rapport van de psycholoog, alsook de conclusie dat verdachte voor beide feiten verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht, en de conclusie van de reclassering over, en maakt deze tot de hare.

De rechtbank geeft de Reclassering in overweging de diagnoseperiode in de FPK zo kort mogelijk te houden zodat verdachte snel kan doorstromen naar de FPA.

De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit het oogpunt van vergelding en generale preventie op zijn plaats is. Gezien de inhoud van de hiervoor genoemde rapporten moet in deze zaak de nadruk worden gelegd op behandeling van de problematiek van verdachte. Dat is ook de gedachte geweest van de officier van justitie bij het formuleren van haar eis. De rechtbank is van oordeel dat een klinische opname niet alleen aansluit bij de wens van verdachte maar in deze situatie ook de meest aangewezen behandelingsvorm is.

De rechtbank overweegt dat verdachte dringend behandeling nodig heeft en ziet deze behandeling als een recidivebeperkende maatregel. Gezien de duur van de behandeling en de daarop aansluitende noodzakelijk geachte begeleiding zal de rechtbank de aan de voorwaardelijke straf verbonden proeftijd op een groot aantal jaren bepalen.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

Generali Verzekeringen N.V. te Diemen, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 850.000,- (achthonderd en vijftigduizend euro).

Generali Verzekeringen N.V. heeft aan de eigenaar van het restaurant, [eigenaar restaurant] , € 162.887,87 aan schade uitbetaald en stelt dat door betaling van een voorschot de verzekeringsmaatschappij middels subrogatie in de rechten treedt van de verzekeringsnemer.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank overweegt daartoe dat, nog daargelaten de vraag of [naam 3] bevoegd is namens Generali Verzekeringen N.V. de vordering in te dienen, de vordering van de benadeelde partij Generali Verzekeringen N.V. strekt tot vergoeding van de ten gevolge van het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit geleden schade terwijl Generali Verzekeringen N.V. niet is getroffen in enig belang dat door de met dat feit overtreden strafbepaling wordt beschermd. Daarnaast kan uit de wetsgeschiedenis van de Wet Terwee worden opgemaakt dat de wetgever diegene die krachtens cessie of subrogatie in de rechten van het slachtoffer treden niet als voegingsgerechtigden heeft willen aanmerken. Als voorbeeld van een niet tot voeging gerechtigde vorm van subrogatie noemt de wetgever een verzekeringsmaatschappij die de schade aan het slachtoffer heeft vergoed. In zo'n geval is er geen sprake van 'rechtstreekse schade' als bedoeld in artikel 51a, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering.

Op grond van het hiervoor overwogene zal de rechtbank Generali Verzekeringen N.V.

niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering als benadeelde partij.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1: brandstichting

feit 2: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan

17 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden

- dat de verdachte zich op eerste uitnodiging van de reclassering Nederland, locatie Zwolle, aldaar zal melden en zich vervolgens zal blijven melden zo frequent als de reclassering dat gedurende de proeftijd nodig acht;

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens reclassering Nederland, ook als dat inhoudt dat de verdachte zich, op basis van de nog door het NIFP-IFZ af te geven indicatiestelling, klinisch moet laten behandelen bij de FPK Transfore te Balkbrug of de FPA in verband met zijn vastgestelde problematiek waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- dat de verdachte na de klinische fase zal meewerken aan een ambulante behandeling;

- dat verdachte zal meewerken werken aan het project COSA;

- dat verdachte de reclassering openheid verschaft aangaande zijn internetgebruik, ook als dat inhoudt dat zijn computergebruik gecontroleerd wordt;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij: Generali Verzekeringen N.V. te Diemen, in het geheel

niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. G.H. Meijer en
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2016.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Het onder 1 tenlastegelegde

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, District IJsselland met nummer 2015348825. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

 Proces-verbaal van aangifte van brandstichting door [naam 1] van Schade-expertbedrijf GORPA te Tilburg, pagina 86 t/m 174.

 Proces-verbaal van aangifte van brandstichting door [naam 2] van EMN Forensic uit Capelle aan den IJssel, Pagina 175 t/m 198.

 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 25 augustus 2015, pagina 52 t/m 54.

 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 26 augustus 2015, pagina 55 t/m 58.

 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 3 september 2015, pagina 77 t/m 80.

 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 januari 2016.

Het onder 2 tenlastegelegde

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, Kinderpornografie en Kindersekstoerisme met nummer ONRBD15104. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

 Kennisgeving van inbeslagneming op 25 en 26 augustus 2015, pagina 24 en 25.

 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal. Team Oost-Nederland, Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme d.d. 15 oktober 2015, pagina 45 t/m 58.

 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 15 oktober 2015, pagina 12 t/m 20.

 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 26 augustus 2015, pagina 63 en 64.

 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 3 september 2015, pagina 65 t/m 68.