Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3909

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-10-2016
Datum publicatie
14-10-2016
Zaaknummer
ak_ 16 _ 1406 tm ak_16_1438
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontheffing op grond van artikel 34 lid 2 Luchtvaartwet voor civiel medegebruik militair luchtvaartterrein Twente. Belanghebbendenbegrip (artikel 1:2 lid 1 en lid 3 Awb).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 16/1406, 16/1407, 16/1408, 16/1409, 161410, 16/1411, 16/1412, 16/1435, 16/1436, 16/1437 en 16/1438

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

1 Stichting Lonnekerberg en omgeving, te Enschede, eiseres.

2 Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente (VOLT), te Hengelo, en

Stichting Hart van Twente, te Oldenzaal, eiseressen A,

gemachtigde: mr. J. Glazenburg,

3 [naam] , te [woonplaats] ,

Stichting Leefbaar Buitengebied, te Ulicoten, en

Stichting VROM?, te gemeente Twenterand, eiseressen B,

gemachtigde: ing. M.H. Middelkamp,

en

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, verweerders,

gemachtigde: mr. M. Rus-van der Velde.

Als derde-belanghebbenden hebben aan het geding deelgenomen:

1. ASL B.V., te Eindhoven;

2. Exxaero B.V., te Eindhoven;

3. Aeronextlife Twente B.V., te Rijswijk.

Procesverloop

Bij vier separate besluiten van 12 april 2016 (de bestreden besluiten) hebben verweerders

aan ASL B.V. (hierna: ASL), BBjet Aviation B.V. (hierna: BBjet), Exxaero B.V. (hierna: Exxaero) en Aeronextlife Twente B.V. (hierna: AXL) ontheffing verleend op grond van artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet voor civiel medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twente.

Stichting Lonnekerberg (hierna: StiL) heeft tegen drie (van voornoemde vier) besluiten beroep ingesteld. Deze beroepen zijn geregistreerd onder zaaknummers 16/1406, 16/1407

en 16/1408.

Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente (hierna: VOLT) en Stichting Hart van Twente (hierna: SHvT) hebben tegen voornoemde vier besluiten beroep ingesteld. Deze beroepen zijn geregistreerd onder zaaknummers 16/1409, 16/1410, 16/1411 en 16/1412.

[naam] (hierna: [naam] ), Stichting Leefbaar Buitengebied (hierna: SLB) en Stichting VROM? (hierna: SV) hebben tegen voornoemde vier besluiten beroep ingesteld. Deze beroepen zijn geregistreerd onder zaaknummers 16/1435, 16/1436, 16/1437 en 16/1438.

Verweerders hebben een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2016. StiL heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] . VOLT heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] , bijgestaan door haar gemachtigde. SHvT heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] , bijgestaan door haar gemachtigde. [naam] , SLB en SV hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde en mr. K.E. Haan. ASL heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] . Exxaero heeft zich laten vertegenwoordigen door

[naam] . AXL heeft zich niet laten vertegenwoordigen. [naam] , directeur Twente Airport, is eveneens ter zitting verschenen.

Na de zitting heeft gemachtigde van [naam] een aangepaste machtiging ingebracht.

Overwegingen

1. Op 1 november 2009 is de Wet van 18 december 2009, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (hierna: Wet RBML), Stb. 2008, 561) in werking getreden.

Artikel XVIII van de Wet RBML is getiteld ‘Geldig blijven grondslag militaire luchtvaartterreinen’.

Ingevolge het eerste lid van dit artikel behoudt een aanwijzing van een luchtvaartterrein, vastgesteld door de minister van Defensie in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, op grond van Hoofdstuk IV, afdeling I, van de Luchtvaartwet, haar geldigheid totdat zij is vervangen door een luchthavenbesluit als bedoeld in artikel 10.15 van de Wet luchtvaart doch niet langer dan

vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van deze wet.

De genoemde termijn van vijf jaren is gewijzigd in zeven jaren (Stb. 2014, 289) en vervolgens in negen jaren (Stb. 2016, 260).

Ingevolge het tweede lid van artikel XVIII van de Wet RBML behoudt een besluit tot vaststelling van een geluidszone, door de minister van Defensie genomen op grond van artikel VII van de Wet van 7 juni 1978, houdende wijziging van de Luchtvaartwet met betrekking tot de aanwijzing van luchtvaartterreinen (Stb. 1978, 354), haar geldigheid

totdat de geldigheid van de aanwijzing van het luchtvaartterrein waarop zij betrekking heeft, is geëindigd.

Ingevolge het derde lid van dit artikel blijft het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk IV van de Luchtvaartwet op een militair luchtvaartterrein van toepassing totdat de geldigheid van de voor dat luchtvaartterrein vastgestelde aanwijzing is geëindigd.

Hoofdstuk IV van de Luchtvaartwet is getiteld ‘Luchtvaartterreinen’.

Ingevolge artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet is het de gezagvoerder en de eigenaar, houder of bezitter van een luchtvaartuig verboden een luchtvaartterrein in strijd met de bepalingen en voorschriften bij de aanwijzing gesteld te gebruiken.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel geldt het bepaalde in het eerste lid niet indien en voor zover de minister ontheffing heeft verleend.

2. Bij beschikking van 23 maart 1960, kenmerk 245.382/E (Stc. 2 april 1960, nr. 65A; hierna: het aanwijzingsbesluit) is de luchthaven Twente aangewezen als luchtvaartterrein voor de militaire luchtvaart. Gelet op het bepaalde in artikel XVIII, eerste lid, van de Wet RBML, behoudt deze aanwijzing haar geldigheid tot 1 november 2018. Dit heeft als consequentie dat hoofdstuk IV van de (ondertussen vervallen) Luchtvaartwet nog steeds van toepassing is op luchthaven Twente.

Tot en met 2007 werd luchthaven Twente gebruikt door het ministerie van Defensie als militaire vliegbasis. Sinds 2008 wordt gewerkt aan de gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente en in 2010 hebben de gemeente Enschede (hierna: de gemeente) en de provincie Overijssel (hierna: de provincie) het gehele terrein gekocht van het Rijk. De gemeente en de provincie hebben dit terrein vervolgens doorverkocht aan Area Development Twente (hierna: ADT). ADT is een gemeenschappelijke regeling van de gemeente en de provincie. Om een eventuele civiele doorstart van de militaire luchthaven niet bij voorbaat te blokkeren, is de voor de luchthaven geldende aanwijzing militair luchtvaartterrein (met de daarbij behorende geluidszone) gehandhaafd.

Onder meer VOLT heeft de minister van Defensie verzocht om het aanwijzingsbesluit in te trekken. Bij besluit van 10 mei 2011 heeft de minister geweigerd het aanwijzingsbesluit in te trekken in verband met de (mogelijke) ontwikkeling van luchthaven Twente naar een burgerluchthaven. Deze weigering heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) in haar uitspraak van 30 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1719 in stand gelaten.

Tot medio 2014 is geprobeerd voor Twente een commerciële burgerluchthaven te ontwikkelen. Dat is niet gelukt. De ontwikkeling van een commerciële burgerluchthaven is vervolgens stopgezet.

Op verzoek van ADT heeft een Commissie van Wijzen onder leiding van de heer Wientjes op 30 oktober 2014 geadviseerd om te luchthaven te ontwikkelen tot een iconische internationale ontwikkel-, demonstratie- en productiezone ‘Advances Materials and Manufacturing: Technology Base Twente’. Op basis van dit advies is een plan van aanpak vastgesteld. Onderdeel van dit plan van aanpak is om een vliegfunctie op de luchthaven Twente mogelijk te maken voor General Aviation, Business Aviation, End of life en activiteiten op het gebied van Maintenance Repair en Overhaul (MRO).

Artikel IG van de Wet RBML is op 1 augustus 2015 in werking getreden (Koninklijk Besluit van 6 juli 2015; Stb. 2015, 297). Door de inwerkingtreding van dit artikel is artikel 8.1, zevende lid, van de Wet Luchtvaart vervallen. Dit betekent dat luchthaven Twente na de beëindiging van het militaire gebruik de status van luchthaven van regionale betekenis krijgt. Een gevolg hiervan is dat provinciale staten van Overijssel het bevoegd gezag wordt voor het vaststellen van het luchthavenbesluit in plaats van de minister van Infrastructuur en Milieu.

Het ontwerp-luchthavenbesluit van de provincie met de daarbij behorende milieueffectrapportage (hierna: MER) heeft van 24 juni tot en met 4 augustus 2016 ter inzage gelegen. Aanvankelijk was de verwachting dat uiterlijk 1 november 2016 een luchthavenbesluit voor vliegveld Twente in werking zou treden. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd meegedeeld dat, vanwege ‘PAS-perikelen’, de inwerkingtreding is uitgesteld tot na medio februari 2017. De verwachting is dat in maart 2017 het luchthavenbesluit kan worden vastgesteld, aldus verweerder.

3. Medio 2014 heeft een aantal bedrijven richting ADT aangegeven dat zij zich op korte termijn, en vooruitlopend op het in werking treden van een luchthavenbesluit, op luchthaven Twente wil vestigen. ADT heeft vervolgens verweerders gevraagd of zij bereid zouden zijn mogelijk te maken dat deze bedrijven, vooruitlopend op het nog vast te stellen luchthavenbesluit, zich op luchthaven Twente vestigen.

Bij brief van 27 mei 2015 aan de Tweede Kamer hebben verweerders zich bereid verklaard om beperkt extra gebruik mogelijk te maken op de luchthaven Twente, voordat een luchthavenbesluit door de provincie is vastgesteld. In deze brief zijn voorwaarden gesteld, onder meer ten aanzien van het geluid (Kamerstukken II, 2014/15, 31936, nr. 267).

Bij brieven van 21, 21, 22 en 27 oktober 2015 hebben respectievelijk BBjet, Exxaero, ASL en AXL verweerders verzocht om, voor de periode 1 maart tot 1 november 2016, ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot civiel medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twente. De aanvragen zien op het starten en landen van vliegtuigen met een zakelijk karakter gedurende de standaard ‘daylight period’ met expliciet omschreven type vliegtuigen.

De ontwerpbesluiten tot het verlenen van ontheffing hebben vanaf 16 november 2015 gedurende zes weken ter inzage gelegen en een ieder is in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen. Vanaf 18 februari 2016 hebben deze ontwerpbesluiten wederom gedurende zes weken ter inzage gelegen en is wederom een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen.

VOLT en SHvT hebben bij brief van 23 december 2015 zienswijzen ingediend. Bij brieven van 31 december 2015 hebben [naam] , SLB en SV zienswijzen ingediend. Bij brief van

31 december 2015 heeft StiL zienswijzen ingediend.

Bij de bestreden besluiten d.d. 12 april 2015 hebben verweerders op grond van artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet ontheffing verleend van het verbod zoals neergelegd in artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet, met betrekking tot civiel medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twente. De ontheffingen treden met ingang van 15 april 2016 in werking en vervallen met ingang van 1 november 2016 of zoveel eerder als er voor het militaire luchtvaartterrein Twente een luchthavenbesluit in werking is getreden. Het medegebruik is toegestaan op werkdagen binnen de standaard daglichtperiode en op zaterdagen en zondagen tussen 09:00 uur en 21:00 uur lokale tijd.

Ten aanzien van BBjet geldt de ontheffing voor maximaal 25 vliegtuigbewegingen.

Ten aanzien van Exxaero geldt de ontheffing voor maximaal 50 vliegtuigbewegingen.

Ten aanzien van ASL geldt de ontheffing voor maximaal 25 vliegtuigbewegingen.

Ten aanzien van AXL geldt de ontheffing voor maximaal 30 vliegtuigbewegingen.

Voor alle vier ontheffingen geldt dat op zaterdagen en zondagen maximaal vier vliegtuigbewegingen per dag mogen worden uitgevoerd.

4. Het kunnen indienen van een zienswijze in deze procedure is niet beperkt tot belanghebbenden maar staat open voor een ieder, nu de vier ontheffingen zijn voorbereid middels de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure. Het instellen van beroep bij de bestuursrechter is daarentegen slechts voorbehouden aan belanghebbenden, zo blijkt uit artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De rechtbank dient dan ook,

al dan niet ambtshalve, te onderzoeken of alle (rechts)personen die beroep hebben ingesteld in hun beroep kunnen worden ontvangen. Concreet betekent dit dat de rechtbank moet onderzoeken of deze (rechts)personen kunnen worden aangemerkt als belanghebbende.

4.1.

De rechtbank overweegt over de belanghebbendheid het volgende.

Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (artikel 1:2, eerste lid, van de Awb). Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen (artikel 1.2, derde lid, van de Awb).

Vorenstaande is nader uitgewerkt in de jurisprudentie van de Afdeling. Uit die jurisprudentie blijkt dat de toetsingscriteria, voor wat betreft de ontvankelijkheid, afhankelijk zijn van de vraag of de rechtspersoon een algemeen belang behartigt dan wel dat de rechtspersoon in het bijzonder het collectieve belang van omwonenden behartigt.

Om de belanghebbendheid van een bewonersorganisatie aan te nemen volstaat dat de organisatie, die blijkens haar doelstelling in het bijzonder opkomt voor de belangen van direct omwonenden, door het optreden in rechte een bundeling van rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken individuele belangen tot stand brengt, waarmee effectieve rechtsbescherming gediend kan zijn, in vergelijking met het afzonderlijk optreden van een groot aantal natuurlijke personen dat door het bestreden besluit rechtstreeks in zijn belangen wordt getroffen, aangezien er een band bestaat tussen de organisatie en de bewoners voor wie zij blijkens haar doelstelling opkomt. In de aldus tot stand gebrachte bundeling van deze individuele belangen, kunnen de in artikel 1:2, derde lid, van de Awb genoemde feitelijke werkzaamheden besloten worden geacht. De rechtbank verwijst als voorbeeld naar de uitspraken van de Afdeling van 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2367, en 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1626.

Indien er sprake is van een rechtspersoon die blijkens zijn doelstelling een algemeen belang behartigt, dient te worden beoordeeld of de statutaire doelstelling geografisch en functioneel (enigszins) is toegesneden op datgene dat met het bestreden besluit mogelijk wordt gemaakt. Het statutaire doel van de rechtspersoon mag immers niet zo veelomvattend zijn dat het onvoldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van de rechtspersoon rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit. Verder dient de rechtspersoon feitelijke werkzaamheden te verrichten waaruit blijkt dat hij het rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang in het bijzonder behartigt. Het louter in rechte opkomen tegen besluiten kan als regel niet worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Een andere uitleg zou immers betekenen dat voor de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep van een rechtspersoon in zoverre voldoende is dat hij dergelijke rechtsmiddelen pleegt aan te wenden. De uitleg van de criteria van artikel 1:2, derde lid, van de Awb zou er dan op neer komen dat het beroepsrecht in feite voor een ieder open zou staan (actio popularis).

4.2.

Voor wat betreft de vraag of StiL als belanghebbende kan worden aangemerkt overweegt de rechtbank het volgende.

In de statuten is de navolgende doelstelling verwoord.

Het behouden, beschermen en zo mogelijk verbeteren van de natuurlijke-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de flora en fauna, en het woon- en leefmilieu op en om de Lonnekerberg. Meer specifiek, doch niet uitsluitend, richt de Stichting zich op een vijftal (sub)doelen. Subdoel 4 en 5 luiden als volgt:

- het behouden, beschermen en bevorderen van een goede woon- en leefomgeving voor mens en dier;

- het behouden, beschermen en bevorderen van een goede omgeving voor natuureducatie en stille vormen van extensief recreatief medegebruik (bijvoorbeeld wandelen en fietsen) voor zover dit medegebruik niet leidt tot verstoring van de rust.

Blijkens haar statuten tracht StiL dit doel, onder meer, te bereiken door het geven van voorlichting en informatie over de aanwezige en potentiële waarden van het gebied, onder andere door het verstrekken van mondelinge-, schriftelijke- en/of digitale informatie en/of het organiseren van excursies in het terrein, het deelnemen aan bijeenkomsten die dienen ter voorbereiding van besluitvorming, vooroverleg met instanties, deelname aan inspraakmogelijkheden en zich aan te bieden als gesprekspartner voor organisaties en instanties die zich bezighouden met (het ontwikkelen van) activiteiten in het werkingsgebied van StiL.

De rechtbank oordeelt dat het belang dat StiL blijkens haar statuten in het bijzonder behartigt, mede gelet op de geografische afbakening van haar werkterrein, rechtstreeks is betrokken bij de verleende ontheffingen. Verder is gebleken dat StiL, naast het voeren van juridische procedures, ook andere werkzaamheden die los staan van juridische procedures of de voorbereiding daarvan, verricht ter behartiging van haar doelstelling. In de door StiL ingebrachte schriftelijke reactie staat een opsomming vermeld van wandelingen, excursies en lezingen die StiL in 2014, 2015 en 2016 heeft georganiseerd. Deze opsomming komt overeen met de activiteiten die StiL op haar website heeft vermeld.

Gelet hierop kan StiL worden aangemerkt als belanghebbende bij de door haar bestreden drie ontheffingen. StiL kan dan ook in haar beroepen worden ontvangen.

4.3.

Voor wat betreft de vraag of VOLT als belanghebbende kan worden aangemerkt overweegt de rechtbank het volgende.

4.3.1.

In de statuten is de navolgende doelstelling verwoord.

a. Het behartigen van belangen van direct omwonenden van de Luchthaven Twente, alsmede van diegenen die woonachtig zijn in de (Eu)regio waar onder andere

(geluids-)overlast te verwachten is teneinde handhaving van het woon- en leefklimaat te bewerkstelligen en in positieve zin te bevorderen, daarbij rekening houdende met de (economische) belangen van mens, dier, natuur en milieu.

b. De gunstige staat van instandhouding van planten en diersoorten op het grondgebied van het terrein dat wordt aangeduid als het terrein van de voormalige vliegbasis Twente en in de omgeving van dit terrein, in zoverre de planten en diersoorten nadelige effecten ondervinden van de activiteiten op het terrein van de voormalige vliegbasis Twente.

De rechtbank constateert dat VOLT zowel het collectieve belang van omwonenden alsmede het algemeen belang behartigt.

4.3.2.

Voor wat betreft het behartigen van het collectieve belang van omwonenden overweegt de rechtbank het volgende.

Ter zitting heeft de rechtbank gemachtigde van VOLT verzocht haar mee te delen welke omwonenden zij vertegenwoordigt en wat de afstand is tussen de woningen van deze personen en de landingsbaan. Gemachtigde heeft meegedeeld dat het een feit van algemene bekendheid is dat zij omwonenden van vliegveld Twente vertegenwoordigt. Deze personen wonen zowel nabij de luchthaven, te weten op enkele honderden meters afstand, als op wat grotere afstand van de luchthaven. Gemachtigde heeft meegedeeld dat zij uit privacy-overwegingen geen ‘rugnummers’ wil verstrekken en ook niet meer informatie over deze bewoners wil verstrekken. De reden daarvoor is dat de identiteit van deze personen daardoor kan worden achterhaald. Dit is niet wenselijk nu meerdere omwonenden/leden expliciet aan gemachtigde hebben meegedeeld dat zij niet willen dat (algemeen) bekend wordt dat zij leden zijn dan wel dat zij hun belangen laten vertegenwoordigen door VOLT.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat het voor de rechtbank onmogelijk is om te achterhalen welke omwonenden wèl door VOLT worden vertegenwoordigd. Dit betekent dat VOLT een groep personen vertegenwoordigt waarvan de identiteit niet bij de rechtbank bekend is. Los van de vraag of het überhaupt mogelijk is om beroep in te stellen namens personen van wie de identiteit niet bekend is, is het voor de rechtbank niet mogelijk om na te gaan of, en zo ja op welke wijze, deze personen in hun belangen worden getroffen. Hierdoor kan niet worden nagegaan of door het optreden van VOLT in rechte een bundeling van rechtstreeks bij de bestreden besluiten betrokken individuele belangen tot stand wordt gebracht.

In zo verre kan VOLT dan ook niet worden aangemerkt als belanghebbende.

4.3.3.

Voor wat betreft het behartigen van een algemeen belang door VOLT overweegt de rechtbank het volgende.

Het algemene belang betreft, gelet op de bewoording in de statuten, het opkomen voor de flora en fauna op het terrein dat bij de (voormalige) militaire luchthaven behoort. De rechtbank heeft VOLT verzocht haar mee te delen welke feitelijke werkzaamheden zij ontplooit om haar statutaire doel te verwezenlijken. VOLT heeft bij brief van 6 september 2016 een overzicht in het geding gebracht. De rechtbank constateert dat de in dit overzicht genoemde werkzaamheden grotendeels bestaan uit het informeren van en het contact houden met de pers, de lokale politiek, Duitse gemeentebesturen en zusterorganisaties alsmede het inspreken bij diverse commissies. De vindplaats van deze activiteiten is niet vermeld, zodat voor de rechtbank niet is na te gaan of dit informeren, inspreken en onderhouden van contacten betrekking heeft op de flora en fauna van vliegveld Twente. Verder is niet na te gaan of er feitelijk ‘slechts’ sprake is van het voeren van juridische procedures en daaraan voorafgaande dan wel daarmee samenhangende activiteiten. In het overzicht staat verder nog vermeld dat er wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties en natuurorganisaties. Welke organisaties dit zijn en wat deze samenwerking feitelijk inhoudt, wordt niet toegelicht. Ook op de website van VOLT wordt deze duidelijkheid niet gegeven.

Gelet op vorenstaande oordeelt de rechtbank dat VOLT niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij feitelijke werkzaamheden heeft verricht waarmee zij daadwerkelijk en in het bijzonder opkomt voor het algemeen belang zoals dat is omschreven in haar statuten. De rechtbank merkt terzijde op dat de Afdeling in haar uitspraak van 17 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1869, tot eenzelfde oordeel is gekomen.

In zo verre kan VOLT dan ook niet als belanghebbende worden aangemerkt.

4.3.4.

Gelet op vorenstaande kan VOLT niet worden aangemerkt als belanghebbende bij de door haar bestreden vier ontheffingen. De rechtbank zal de door VOLT ingestelde beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren wegens het niet voldoen aan het belanghebbende-vereiste.

4.4.

Voor wat betreft de vraag of SHvT als belanghebbende kan worden aangemerkt overweegt de rechtbank het volgende.

In de statuten is de navolgende doelstelling verwoord.

Het verhinderen dat de luchtmachtbasis Twente wordt omgezet naar een commerciële luchthaven.

De rechtbank constateert dat uit de statuten blijkt dat SHvT een algemeen belang behartigt.

De rechtbank oordeelt dat deze statutaire doelstelling afdoende is toegesneden op datgene wat met de door SHvT bestreden ontheffingen mogelijk wordt gemaakt. Immers, deze ontheffingen maken civiel medegebruik van een militaire luchthaven mogelijk. Dit civiele gebruik is commercieel, hetgeen tussen partijen niet in geschil is. De ontwikkeling van een commerciële burgerluchthaven, waarop in de regel met commerciële lijnvluchten zal worden gevlogen, is weliswaar stopgezet, maar de vier ontheffingen passen in het streven om beperkt civiel vliegverkeer vanaf luchthaven Twente mogelijk te maken.

Op verzoek van de rechtbank heeft SHvT een overzicht ingebracht van de feitelijke werkzaamheden die zij ontplooit om haar statutaire doel te verwezenlijken. De rechtbank constateert dat deze werkzaamheden voornamelijk bestaan uit het inspreken bij allerlei commissies en gemeentebesturen. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden onderscheiden van activiteiten die samenhangen met dan wel resulteren in het voeren van juridische procedures. Verder wordt verwezen naar overleg dat op 22 januari 2015 is gevoerd met andere actiegroeperingen in Lonneker over coördinatie van activiteiten. Uit het overzicht blijkt niet waar deze activiteiten betrekking op hebben. SHvT heeft geen eigen website, zodat op die wijze ook niet te achterhalen is welke feitelijke werkzaamheden, anders dan activiteiten die samenhangen met het voeren van juridische procedures, door SHvT worden ontplooid.

Ter zitting heeft [naam] (hierna: [naam] ) meegedeeld dat hij (evenals een ander bestuurslid)

op korte afstand van de luchthaven woont en wordt geconfronteerd met laag overvliegende vliegtuigen. De rechtbank merkt hierover op dat SHvT, gelet op de statuten, niet het collectieve belang van omwonenden behartigt. Of een bestuurslid in persoon al dan niet rechtstreeks in zijn/haar belangen wordt getroffen, is niet relevant voor de vraag of SHvT, een rechtspersoon die blijkens haar statuten een algemeen belang behartigt, kan worden aangemerkt als belanghebbende. [naam] had zijn persoonlijke belangen naar voren kunnen brengen door middel van het zelfstandig (lees: in persoon) indienen van een zienswijze en een beroepschrift. Dat heeft [naam] evenwel nagelaten. Aan de persoonlijke belangen van [naam] wordt dan ook voorbij gegaan.

De rechtbank oordeelt dat, vanwege het ontbreken van feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb, SHvT niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij de door haar bestreden vier ontheffingen. De rechtbank zal de door SHvT ingestelde beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren wegens het niet voldoen aan het belanghebbende-vereiste.

4.5.

Voor wat betreft de vraag of [naam] als belanghebbende kan worden aangemerkt overweegt de rechtbank het volgende.

Tussen partijen is niet in geschil dat de afstand tussen de woning van [naam] en de landingsbaan ongeveer 3 km bedraagt. Gelet op deze afstand woont [naam] niet zodanig in de directe nabijheid van de landingsbaan dat zij in verband daarmee als belanghebbende kan worden beschouwd. De rechtbank zoekt hierbij aansluiting bij de uitspraak van de Afdeling van 20 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8854, overweging 2.2.2. In die uitspraak oordeelde de Afdeling dat een afstand tussen de woning en het luchthaventerrein van meer dan 1.200 m te groot is om de bewoner te kunnen aanmerken als belanghebbende bij het vaststellen van een luchthavenregeling.

De rechtbank zal de door [naam] ingestelde beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren wegens het niet voldoen aan het belanghebbende-vereiste.

4.6.

Voor wat betreft de vraag of SLB als belanghebbende kan worden aangemerkt overweegt de rechtbank het volgende.

In de statuten is de navolgende doelstelling verwoord.

Het bevorderen van evenwicht tussen de diverse gebruiksfuncties in het buitengebied met daarbij speciale zorg voor de natuur, het water, het landschap en het milieu in het buitengebied, waaronder onder andere begrepen:

- het behoud, de bescherming en verbetering van de kwaliteit en diversiteit van de natuur, het drinkwater en het milieu;

- het stimuleren en verbeteren van leeftijdsbestendige woongebieden, met daarbij behorende infrastructurele voorzieningen en recreatiemogelijkheden;

- bescherming van de gezondheid en belangen van mens en dier, het behoud van agrarisch landschap, onder meer ten behoeve van de voedselvoorziening;

- behoedzaam en rationeel gebruik van nationale hulpbronnen;

- het nemen van maatregelen om het hoofd te bieden aan lokale, regionale of mondiale milieuproblemen.

De rechtbank oordeelt dat de statutaire doelstelling dermate algemeen is geformuleerd dat deze onvoldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van SLB rechtstreeks is betrokken bij de bestreden ontheffingen. Verder verricht SLB geen feitelijke werkzaamheden waaruit blijkt dat zij het rechtstreeks bij de bestreden besluiten betrokken belang in het bijzonder behartigt. Immers, het door gemachtigde ingebrachte overzicht met feitelijke werkzaamheden bestaat voornamelijk uit het door bestuurslid Bouma bezoeken van bijeenkomsten en het door dit bestuurslid schrijven van brieven naar politici over met name Natura 2000 gebieden.

Gemachtigde heeft in zijn brief van 9 september 2016 de rechtbank verzocht prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie omdat de Nederlandse wetgeving belemmeringen opwerpt voor rechtspersonen om toegang te krijgen tot de rechter. De rechtbank overweegt hieromtrent dat het bepaalde in artikel 1:2, derde lid, van de Awb en de wijze waarop dit in de jurisprudentie is ingevuld, het voor ideële organisaties niet onmogelijk maakt om toegang te verkrijgen tot de bestuursrechter. De rechtbank verwijst als voorbeeld naar StiL die in deze procedure wel als belanghebbende is aangemerkt. Deze jurisprudentie is daarentegen (mede) ingegeven om er voor te waken dat de toegang tot de bestuursrechter niet wordt beperkt tot belanghebbenden maar in feite wordt opengesteld voor een ieder. Voor de volledigheid wijst de rechtbank op het feit dat deze jurisprudentielijn sinds 1 oktober 2008 onverkort door bestuursrechters wordt gehanteerd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen.

Ter zitting heeft gemachtigde de rechtbank verzocht haar oordeel omtrent de belanghebbendheid van SLB op te schorten totdat de Afdeling hierover, in een bij haar aanhangig geschil, een oordeel heeft geveld. De rechtbank overweegt dat de belanghebbendheid per geval (en dus per bestreden besluit) moet worden beoordeeld.

De rechtbank zal dan ook niet wachten op deze uitspraak van de Afdeling.

Gelet op vorenstaande kan SLB niet worden aangemerkt als belanghebbende bij de door haar bestreden vier ontheffingen. De rechtbank zal de door SLB ingestelde beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren wegens het niet voldoen aan het belanghebbende-vereiste.

4.7.

Voor wat betreft de vraag of SV als belanghebbende kan worden aangemerkt overweegt de rechtbank het volgende.

De statuten zijn op 11 april 2016 gewijzigd. In de statuten is sindsdien de navolgende doelstelling verwoord.

De leefbaarheid, de kwaliteit van het (leef)milieu, de natuur en het landschap lokaal, regionaal en mondiaal in de meest ruime zin te beschermen alsmede het cultureel erfgoed te behouden en voorts al hetgeen te doen dat met het een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

De rechtbank oordeelt dat de statutaire doelstelling dermate algemeen is geformuleerd dat deze onvoldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van SV rechtstreeks is betrokken bij de bestreden ontheffingen. Verder verricht SV geen feitelijke werkzaamheden waaruit blijkt dat zij het rechtstreeks bij de bestreden besluiten betrokken belang in het bijzonder behartigt. Immers, het door gemachtigde ingebrachte overzicht met feitelijke werkzaamheden bestaat voornamelijk uit het door bestuurslid [naam] bezoeken van bijeenkomsten en het door dit bestuurslid schrijven van brieven naar politici over met name Natura 2000 gebieden.

Voor wat betreft het stellen van prejudiciële vragen en het wachten op de uitspraak in een bij de Afdeling aanhangig geschil, verwijst de rechtbank naar het hieromtrent gestelde in overweging 4.6.

Gelet op vorenstaande kan SV niet worden aangemerkt als belanghebbende bij de door haar bestreden vier ontheffingen. De rechtbank zal de door SV ingestelde beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren wegens het niet voldoen aan het belanghebbende-vereiste.

4.8.

Samenvattend oordeelt de rechtbank dat VOLT, SHvT, [naam] , SLB en SV niet in hun beroepen kunnen worden ontvangen wegens het niet voldoen aan het belanghebbende-vereiste. De rechtbank zal de door deze (rechts)personen ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaren.

StiL kan worden aangemerkt als belanghebbende bij de drie door haar bestreden besluiten. De rechtbank zal de beroepsgronden van StiL hierna bespreken.

5. Alvorens het beroep van StiL inhoudelijk te bespreken overweegt de rechtbank ambtshalve het volgende.

Er is sprake van bestreden besluiten met een tijdelijke werkingsduur, te weten tot

1 november 2016. Ten tijde van de zitting was deze werkingsduur nog niet verstreken. Verder heeft verweerders gemachtigde ter zitting betoogd dat de bestreden ontheffingen zullen worden verlengd c.q. wederom zullen worden verleend indien ASL, BBjet, Exxaero en/of AXL hierom zullen verzoeken. Er is dan ook processueel belang bij een rechterlijk oordeel over de aan ASL, BBjet, Exxaero en AXL verleende ontheffingen.

6. StiL heeft de navolgende beroepsgronden aangevoerd.

6.1.

StiL stelt dat er geen duidelijkheid is over de vliegroutes. Zo blijkt uit de MER die is opgesteld voor het kunnen vaststellen van het luchthavenbesluit, dat er gebruik wordt gemaakt van een nieuwe vliegroute. Deze nieuwe vliegroute gaat recht over de Lonnekerberg en het is onduidelijk hoe het zit met de thermiek en de eventuele kap van bomen, nu en in de toekomst. Verder is niet duidelijk hoe het is gesteld met de overlast door geluid en uitstoot van verbrandingsgassen/fijnstof vanwege het gebruiken van deze nieuwe vliegroute.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat de bestreden drie ontheffingen geen betrekking hebben op deze nieuwe vliegroute. Dat deze nieuwe vliegroute is opgenomen in de MER en dat rapporten, die onderdeel van uitmaken van de MER, ook ten grondslag zijn gelegd aan de bestreden besluiten, betekent nog niet dat met de bestreden ontheffingen gebruik mag worden gemaakt van deze nieuwe vliegroute. De milieutechnische gevolgen van deze nieuwe vliegroute komen aan de orde in de MER en het luchthavenbesluit. Deze beroepsgrond behoeft dan ook geen verdere bespreking.

6.2.

StiL stelt dat de ruimere openstelling van 9.00 tot 21.00 uur op de zaterdagen en zondagen kan resulteren in een verstoring van de vleermuizenpopulatie in de winterperiode. In die periode van het jaar is het immers voor 21.00 uur al donker.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat het uitvoeren van vluchten in het donker op grond van de ontheffingen niet mogelijk is. Voor de onderbouwing van dit oordeel verwijst de rechtbank naar het verweerschrift, onderdeel 5.5, pagina’s 24 en 25. Een eventuele verstoring van de vleermuizenpopulaties vanwege deze gestelde (avond)vluchten is dan ook niet aan de orde.

6.3.

Voor het overige onderschrijft de rechtbank de weerlegging van verweerders, zoals neergelegd in het verweerschrift.

6.4.

Het beroep van StiL is daarom ongegrond.

7. De beroepen van VOLT, SHvT, [naam] , SLB en SV zijn niet-ontvankelijk. De beroepen van StiL zijn ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen van VOLT, SHvT, [naam] , SLB en SV (zaaknummers 16/1409, 16/1410, 16/1411, 16/1412, 16/35, 16/1436, 16/1437 en 16/1438) niet-ontvankelijk;

- verklaart de beroepen van StiL (zaaknummers 16/1406, 16/1407 en 16/1408) ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzitter, en mr. A. Oosterveld en

mr. R.M. Fieten, leden, in aanwezigheid van mr. A.E.M. Lever, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.