Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3820

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-09-2016
Datum publicatie
05-10-2016
Zaaknummer
C/08/189724 / KG ZA 16-267
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Borgtochtovereenkomst. Pandrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2880
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/189724 / KG ZA 16-267

Vonnis in kort geding van 12 september 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E.T.J.A.M. Nijkamp te Hengelo Ov,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

in persoon verschenen.

Partijen zullen hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de producties van [gedaagde]

  • -

    de aanvullende producties van [eiseres]

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiseres] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 10 mei 2016 hebben partijen een overeenkomst van borgtocht gesloten (hierna: de borgtochtovereenkomst). [gedaagde] heeft zich tot zekerheid voor de betalingsverplichtingen van Ehek B.V. (een vennootschap waarvan [gedaagde] bestuurder is) aan [eiseres] borg gesteld tot een bedrag van maximaal € 8.546,32, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 7.059,75 vanaf 29 januari 2016 tot de dag van algehele voldoening, alsmede met alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten.

2.2.

Tot meerdere zekerheid voor de nakoming van zijn verplichting uit de borgtochtovereenkomst heeft [gedaagde] een pandrecht aan [eiseres] verstrekt. In de pandakte staat onder meer het volgende:

Pandgever verbindt zich jegens pandneemster tot het verpanden van de navolgende zekerheden aan Pandneemster, welke zekerheden pandneemster van Pandgever bedingt (…) Pandgever verpandt deze zekerheden bij deze aan Pandneemster, gelijk Pandneemster bij deze van Pandgever als pand aanvaardt:

De personenauto van het merk Volvo, type XC60, met kenteken [xxxx] , een en ander tezamen met bijbehorende sleutels, bescheiden en accessoires (…).

Pandgever staat in voor zijn bevoegdheid over deze zaken te beschikken en dit vrij van beperkte rechten. Pandgever verklaart meer in het bijzonder dat de koopprijs van de auto geheel is voldaan en dat er geen eigendomsvoorbehoud op de auto (meer) rust.

(…)”.

2.3.

Ehek B.V. heeft niet voldaan aan haar betalingsverplichting.

2.4.

[gedaagde] heeft, ondanks sommatie en aanmaning daartoe, niet voldaan aan zijn betalingsverplichting uit hoofde van de borgtochtovereenkomst en heeft evenmin de auto aan [eiseres] beschikbaar gesteld.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert - zakelijk weergegeven - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 8.546,32, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.059,75 vanaf

29 januari 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, medewerking van [gedaagde] aan parate executie van het pandrecht en het ter vrije beschiking stellen van de auto, op verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van alle gerechtelijke en buitengerchtelijke kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat tussen partijen dat zij een overeenkomst van borgtocht met elkaar hebben gesloten, uit hoofde waarvan [eiseres] een opeisbare vordering heeft op [gedaagde] . [eiseres] verlangt dat [gedaagde] zijn verplichtingen uit de borgtochtovereenkomst nakomt.

4.2.

[gedaagde] heeft ter zitting erkend dat hij moet betalen, hij wenst echter uitstel van betaling. Binnen afzienbare tijd wordt de BTW teruggaaf uitbetaald en daarmee komt er een bedrag van € 15.065,- beschikbaar. [gedaagde] kan dan de vordering uit hoofde van de borgtochtoverenkomst betalen aan [eiseres] .

4.3.

[eiseres] heeft ter zitting verklaard best bereid te zijn op zoek te gaan naar alternatieve oplossingen met [gedaagde] , maar in het verleden is zij op dat punt bedrogen uitgekomen. Haar geduld raakt een keer op. Het is ook juist daarom dat [eiseres] een pandrecht heeft gevestigd op de auto.

4.4.

[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij ten tijde van het vestigen van het pandrecht in de veronderstelling was dat hij eigenaar was van de auto. Hij wist niet dat er, naar later is gebleken, een eigendomsvoorbehoud van Autobedrijf [X] op rustte.

4.5.

Zoals de voorzieningenrechter ter zitting reeds heeft medegedeeld zal hij de vorderingen toewijzen.

4.6.

Allereerst erkent [gedaagde] de vordering uit hoofde van de borgtochtovereenkomst, zodat deze voor toewijzing gereed ligt.

4.7.

Ten tweede kan het verweer van [gedaagde] tegen de verlangde medewerking aan parate executie van de auto hem niet baten. [gedaagde] stelt zich weliswaar op het standpunt dat er een eigendomsvoorbehoud op de auto rust en dat hij daar niet van afwist, maar dat standpunt kan niet worden gevolgd. [gedaagde] heeft in de pandakte uitdrukkelijk verklaard ervoor in te staan dat hij eigenaar is van de auto en voorts: “meer in het bijzonder dat de koopprijs van de auto geheel is voldaan en dat er geen eigendomsvoorbehoud op de auto (meer) rust.”. Een mogelijke onjuiste voorstelling van zaken zou reeds gelet daarop aan hem zelf te wijten zijn. [gedaagde] had als pandgever zich ervan moeten vergewissen of hij al dan niet eigenaar was van de auto. [eiseres] mocht er bovendien vanuit gaan dat die mededelingen klopten. Hoewel [gedaagde] geen vernietiging van de borgtochtovereenkomst heeft ingeroepen, zou een eventueel beroep van [gedaagde] op dwaling om die redenen reeds niet kunnen slagen. Ook de vordering tot medewerking van [gedaagde] aan de parate executie van de auto dient daarom te worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd.

4.8.

[gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten. De voorzieningenrechter zal de gevorderde werkelijk gemaakte buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten toewijzen, nu partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] bij niet nakoming alle eventuele invorderings- en proceskosten moet dragen, daartegen voorts geen verweer is gevoerd en de voorzieningenrechter de hoogte van de kosten, waarvan

mr. Nijkamp gedetailleerd opgave heeft gedaan, niet als onredelijk en onevenredig aanmerkt. De voorzieningenrechter zal daarbij rekening houden met een bedrag aan griffierecht van € 1.929,00 in plaats van € 619,00. Het totaal aan buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten dat zal worden toegewezen bedraagt derhalve € 5.825,18.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 8.546,32 , vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het bedrag van € 7.059,75 met ingang van 29 januari 2016 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot medewerking aan parate executie namens [eiseres] van het pandrecht d.d. 10 mei 2016 en het ter vrije beschikking stellen van zijn personenauto merk Volvo, type XC60 met kenteken [xxxx] met alle daarbij horende kentekens, bescheiden en sleutels ter parate executie door/namens [eiseres] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag, voor elke dag dat [gedaagde] nalatig blijft aan deze veroordeling gehoor te geven, zulks tot een maximum van € 10.000,00,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de buitengerechtelijke en de gerechtelijke kosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 5.825,18,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op

12 september 2016.1

1 type: coll: