Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3728

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-09-2016
Datum publicatie
28-09-2016
Zaaknummer
5306055 EJ VERZ 16-302 en 5361358 EJ VERZ 16-335
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Onjuiste informatie verstrekt bij indiensttreding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1085
AR 2016/2807
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummers: 5306055 EJ VERZ 16-302 en 5361358 EJ VERZ 16-335 (tegenverzoek)

Beschikking van de kantonrechter van 27 september 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SYMBOL B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

verzoekende partij, hierna te noemen Symbol,

gemachtigde: mr. J.C. Bender, verbonden aan DAS,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij, hierna te noemen [verweerder] ,

gemachtigde: mr. S.M.W. Cox, advocaat.

1 De procedure

1.1.

Symbol heeft een verzoek ingediend om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 13 september 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen nog aanvullende stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

In deze zaak staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, het navolgende vast.

2.2.

[verweerder] , geboren [1954] , is op 1 mei 2016 in dienst getreden bij de Symbol voor de duur van 12 maanden. De functie die [verweerder] vervulde, is die van Senior Consultant/Master Black Belt, met een salaris van € 3.450,00 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag op basis van een werkweek van 24 uur. Voorts zijn partijen een bonusregeling overeengekomen.

2.3.

In de arbeidsovereenkomst is het volgende opgenomen:

1 Ingangsdatum

Werknemer treedt met ingang van 1 mei 2016 in dienst bij werkgever als Senior Consultant/Trainer voor de duur van 12 maanden De overeenkomst eindigt derhalve van rechtswege op 30 april 2017. In deze periode vindt er een evaluatie plaats.

De eerste maand geldt als de wettelijke proeftijd, gedurende welke zowel de werknemer als werkgever de overeenkomst op elk moment, zonder opgaaf van reden tot een einde kan brengen. Als werknemer of werkgever deze overeenkomst na het verlopen van de proeftijd tot een einde wil brengen, dan wordt daarbij in elk geval een opzegtermijn van 1 maand in acht genomen.

[…]

4 Aard van de werkzaamheden

Werknemer zal in dienst treden in de functie van Consultant | Master Black Belt wat in hoofdzaak de volgende werkzaamheden inhoudt:

  • -

    Uitvoeren van consultancy projecten op het gebied van organisatieontwikkeling, procesverbetering en kwaliteitsmanagement.

  • -

    Verzorgen van trainingen (Open en In-company) op het gebied van organisatieontwikkeling, procesverbetering en kwaliteitsmanagement.

  • -

    Ondersteuning in ontwikkeling van trainingsmaterialen.

  • -

    Uitvoeren van commerciële activiteiten, waaronder zelfstandig verwerven van nieuwe opdrachten, onderhouden relaties en ondersteuning in commerciële trajecten.

[…]

11 Relatie beding

Na einde van dienstverband zal de werknemer zich voor een periode van twee jaar er strikt van onthouden om relaties en/of opdrachtgevers van werkgever –direct of indirect- te benaderen en/of op welke manier dan ook zaken met hen te doen en/of contacten te onderhouden. Het is tevens verboden zonder toestemming van de werkgever een dienstverband met één van de cliënten, oud-cliënten of directe concurrent van werkgever aan te gaan binnen een tijdvak van 1 jaar na beëindiging van het dienstverband met de werkgever. Bij overtreding van dit beding verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever een dadelijk opeisbare bete van € 1.000,-- voor elke dag dat de werknemer in overtreding is, dan wel een boete van € 45.000,-- per overtreding, zulks ter keuze van de werkgever, onverminderd het recht op verdere schadevergoeding.

[…]

2.4.

Lean Six Sigma is een wereldwijd toegepaste methodiek voor verbetering van het bedrijfsresultaat (een combinatie van verbetering van processen, statische analyse van data en verandermanagement). Binnen Lean Six Sigma zijn er verschillende niveaus, waarbij de Master Black Belt het hoogste niveau is.

2.5.

Symbol is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het leveren van advies en training op het gebied van procesverbetering en kwaliteitsmanagement. Symbol adviseert organisaties in de invoering van Lean Six Sigma.

2.6.

Bij Symbol houdt een Senior Consultant | Master Black Belt zich bezig met het verzorgen van trainingen en het adviseren van organisaties in het toepassen van Lean Six Sigma als verbetermethodiek in proces en kwaliteit van die organisaties.

2.7.

[verweerder] is van maart 2002 tot en met oktober 2010 werkzaam geweest bij Philips alwaar hij de Philips Business Excellence Academy heeft opgezet om high potentials te scholen in de procesverbeteringsmethode van Lean Six Sigma. Hiervoor heeft [verweerder] van Philips het certificaat “Master of Competency Shaping” ontvangen.

In de c.v. van [verweerder] is dit als volgt omschreven: “Black Belt certificaat “Master of Competency Shaping” Philips Lighting, Eindhoven”.

2.8.

[verweerder] heeft in 2013 zijn eigen bedrijf opgericht, Novy-T, en verleent uit dien hoofde consultancy in verandermanagement. Met dat bedrijf wil hij tevens een concept in de markt zetten, de zogeheten Veranderprofiel-scan.

2.9.

In de sollicitatieprocedure werd [verweerder] door de directeur van Symbol, de heer [T] er bij e-mailbericht van 14 april 2016 op geattendeerd dat naast een assessment, [verweerder] ook een LSSA (Lean Six Sigma Acadamy) examen diende te maken om reden dat Symbol APMG/LSSA geaccrediteerd was geworden en alle Black Belt en Master Black Belt medewerkers dit examen dienen af te leggen.

2.10.

Het eerste project waar [verweerder] door Symbol werd ingezet, was bij haar klant Avans Hogeschool, alwaar [verweerder] een champions training diende te verzorgen. Naar aanleiding van die training deelt [A] , senior manager Consulting van Deloitte Consulting B.V. (hoofdaannemer Avans project) [T] bij e-mail van 17 juni 2016 o.a. het volgende mee:

Ik heb zojuist uitgebreid met [B] , adjunct-directeur van DFS, aan de telefoon gezeten. Hij is ontevreden over de eerste dag van de champions training en de ontevredenheid heeft met name te maken [met] de gepercipieerde inzet en kwaliteit van [verweerder] .

Blijkbaar heeft [verweerder] (nog) geen connectie kunnen maken met de groep. En kon/kan hij geen duidelijk verhaal vertellen bij de inhoud/content/vervolg van de training.

Conclusie is – helaas weer – dat men het vertrouwen in de trainer van de champions training heeft opgezegd.

2.11.

Op 24 juni 2016 heeft [verweerder] binnen Symbol een presentatie gegeven over een nieuw project, geheten Learning on Demand. Naar aanleiding van deze presentatie deelt [T] op 29 juni 2016 via de e-mail aan [verweerder] o.a. mee:

Tijdens de middagsessie heb je heel veel woorden en metaforen gebruikt. […] Pure enthousiasme, maar hierdoor ben je het contact met de groep verloren en ben je bij een aantal mensen ook een stuk credit verloren. Het is niet dat collegae het belang van innovatie op dit gebied niet inzien, maar mij is van meerdere kanten (ook vandaag weer) ter ore gekomen dat ze er geen vertrouwen in hebben op de manier zoals wij (jij) het wilt aanpakken.

[…]

Het derde issue kwam eind vandaag naar voren, toen jij duidelijk maakte het BB-examen niet te willen maken, omdat jij de statistische tools niet zou beheren. Je geeft tevens aan dat je momenteel niet een Lean Six Sigma GB training kunt geven, maar dat je je daarvoor moet ontwikkelen. Je gaf aan dat ( ik citeer): je het woord ANOVA kunt spellen , maar het niet kunt uitleggen of toepassen. [..] We hebben in de sollicitatiegesprekken besproken dat jij weliswaar niet de statistische elementen van de BB-training hoeft te doceren, maar wel degelijk een GB-training van A tot Z moet geven. [..] Echter, m.b.t. het derde punt heb je mij en jezelf in een heel lastige situatie gemaneuvreerd. We waren als Symbol op zoek naar een MBB met competenties op Change Management. We waren niet op zoek naar een Change Agent. In de sollicitatieprocedure is ook duidelijk besproken dat je het LSSA examen moet maken.[..] Dit betekent concreet dat je op korte termijn (in de komende twee weken) het GB examen maakt en dat jij je in de komende maand voorbereid op het BB examen. Dat BB examen zou je dan in augustus kunnen maken.

Ik realiseer me heel goed dan je mij vanmiddag hebt aangegeven dat je dit niet kunt. Ik wil dat je je realiseert dat dit een breekpunt kan zijn in onze relatie.

2.12.

In antwoord hierop deelt [verweerder] bij e-mail d.d. 7 juli 2016 [T] o.a. het volgende mee:

[…]

Dit is heel duidelijk en ik zal mij in de komende tijd strikt houden aan de taken en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in mijn arbeidsovereenkomst.

2.13.

Per 1 september 2016 is bij Symbol de heer [C] in dienst getreden als MBB. In de aanloop daarvan heeft [verweerder] op 4 juli 2016 een sessie gehad met [C] . De intentie was dat Symbol een Business Unit wilde opzetten in het zuiden van Nederland. [verweerder] was gevraagd daarin een bijdrage te leveren in de vorm van het samen met [C] opzetten van een Businessplan Zuid. Naar aanleiding van deze sessie mailt [C] op 7 juli 2016 [T] over zijn ervaring met [verweerder] onder meer het volgende.

[..]

- hij geen enkel commitment heeft getoond om samen met mij het businessplan BU-Zuid op te zetten [..]

- hij meer een visionair dan een pragmaticus is. Komend jaar ( en ook daarna) wordt een periode van keihard bikkelen [..] Met [verweerder] gaat dit niet vliegen hij is het prototype van een ‘ongeleid projectiel” die zichzelf heel erg graag hoort praten, nauwelijks naar anderen kan luisteren en van de hak op de tak springt [..]

- hij niet loyaal is aan Symbol [..]

- hij een gebrek heeft aan empathisch vermogen [..]

Ten slotte geeft [C] aan dat hij de samenwerking met [verweerder] wilde stoppen omdat ‘samenwerking met [verweerder] voor mij zou betekenen dat het me meer energie zou gaan kosten dan dat het zou opleveren’.

3 Het geschil

3.1.

Het verzoek

3.1.1.

Symbol verzoekt in haar inleidende verzoekschrift:

 de tussen Symbol en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW, subsidiair op grond van artikel 7:671b jo. artikel 7:669 lid 1 en lid 3 sub d BW en meer subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW;

 bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de duur gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de dagtekening van de ontbindingsbeschikking en met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.

3.1.2.

Aan dit verzoek legt Symbol – kort gezegd – ten grondslag dat de arbeidsovereenkomst tussen Symbol en [verweerder] zodanig verstoord is dat van Symbol niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Symbol wijst er daarbij op dat tussen partijen weliswaar een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen maar dat in artikel 1 van die arbeidsovereenkomst een tussentijds opzegbeding is opgenomen. Daaruit volgt dat de arbeidsovereenkomst wel degelijk opgezegd kan worden met een opzegtermijn van één maand.

3.2.

Het verweer en het tegenverzoek

3.2.1.

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.

3.2.2.

Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] bij wijze van tegenverzoek om, kort samengevat:

a. voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat [verweerder] werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding, toekenning van een vergoeding gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst nog zou hebben geduurd indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd;

b. toekenning van een billijke vergoeding vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van Symbol die afhankelijk van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst met of zonder tussentijds opzegbeding, € 31.000,00 dan wel € 51.700,00 bedraagt;

c. vernietiging van het tussen partijen overeengekomen concurrentie-/relatiebeding c.q. te bepalen dat Symbol geen rechten kan ontlenen aan de genoemde bedingen;

d. het boetebeding primair te vernietigen en subsidiair de boete te matigen tot nihil dan wel een door de kantonrechter te bepalen boete;

e. voor recht te verklaren dat de vakantiedagen die bij een ontbinding uitbetaald dienen te worden naar rato dienen te worden vastgesteld waarbij uitgegaan dient te worden van een opbouw van 17 dagen per jaar waarop 24 uren in mindering strekken;

een en ander met veroordeling van Symbol tot betaling van de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening en met veroordeling van Symbol in de kosten van de procedure.

3.3.

De reactie op het tegenverzoek

Symbol heeft verweer gevoerd op de tegenverzoeken welk verweer, voor zover van belang, in het navolgende zal worden weergegeven.

4 De beoordeling

4.1.

Het eerste punt dat partijen verdeeld houdt betreft de vraag of partijen in de arbeidsovereenkomst een tussentijds opzegbeding zijn overeengekomen. Uit hetgeen partijen tijdens de mondelinge behandeling hierover hebben meegedeeld, blijkt dat het de intentie van beide partijen is geweest om een langer durende relatie aan te gaan. Dit doet echter niet af aan hetgeen in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd omtrent de duur en de mogelijkheid van opzegging.

4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat hetgeen in de arbeidsovereenkomst onder 1. is vermeld, niet anders kan worden uitgelegd dan dat in de door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst een tussentijds opzegbeding is opgenomen. In de tweede alinea is immers bepaald dat indien, na ommekomst van de proeftijd de werknemer of de werkgever de overeenkomst tot een einde wil brengen, daarbij in elk geval een opzegtermijn van één maand in acht genomen dient te worden. Indien de visie van [verweerder] zou worden gevolgd, zou de laatste volzin van de tweede alinea zinledig zijn. Immers, de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op 30 april 2017, zo is ook bepaald in de eerste alinea, terwijl de aanzegplicht neergelegd in artikel 7:668 BW, voor zover partijen daarop gedoeld zouden hebben, niet van invloed is op de vraag of de arbeidsovereenkomst al dan niet eindigt, maar slechts relevant is voor de vraag of de werkgever terzake een vergoeding in de zin van artikel 7:668, lid 3 BW aan de werknemer verschuldigd is.

4.3.

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 1 BW kan de kantonrechter, voor zover van belang, de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever ontbinden op grond van artikel 7:669, lid 3, onderdelen c tot en met h, indien aan de voorwaarden voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 669 is voldaan en er geen, nader omschreven, opzegverbod geldt. Artikel 7:669, lid 1 BW bepaalt dat voor opzegging van de arbeidsovereenkomst een redelijke grond aanwezig dient te zijn (nader omschreven in lid 3 onder a tot en met h) en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of in de rede ligt. Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede als sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in lid 3, onderdeel e.

4.4.

Gesteld noch gebleken is dat een opzegverbod van toepassing is.

4.5.

Symbol heeft aan haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair ten grondslag gelegd dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] (de e-grond). Subsidiair stelt zij dat [verweerder] ongeschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid (de d-grond, meer subsidiair dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van haar niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (de g-grond).

4.6.

Symbol voert voor haar primaire grond tot ontbinding aan dat [verweerder] onjuiste informatie heeft verstrekt over het al dan niet zijn van Master Black Belt (MBB). [verweerder] betwist dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt voorafgaand aan het sluiten van de arbeidsovereenkomst; hij stelt aan [T] te hebben meegedeeld geen MBB te zijn.

4.7.

Op basis van de gedingstukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] aan Symbol onjuiste informatie heeft verstrekt over het al dan niet zijn van MBB. In ieder geval heeft [verweerder] de indruk gewekt MBB te zijn waar het op zijn weg had gelegen hierover duidelijkheid te geven. Het is niet aannemelijk geworden dat [verweerder] voorafgaand aan de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst aan Symbol heeft meegedeeld geen MBB te zijn, zoals door hem is gesteld tijdens de mondelinge behandeling. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.

4.8.

Hoewel tussen partijen in confesso is dat de titel MBB geen beschermde titel is, is niet in geschil dat de titel MBB verbonden is aan de Lean Six Sigma-methodiek die wereldwijd bekend is. Ook bestaat tussen partijen geen verschil van mening over de vraag of [verweerder] zich al dan niet MBB mag noemen: binnen de (thans) algemeen aanvaarde opleidingseisen voor een MMB, is [verweerder] geen MBB.

4.9.

In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat [verweerder] in dienst zal treden in de functie van Consultant/MBB en staat vermeld dat [verweerder] onder meer trainingen (open en in-company) gaat verzorgen op het gebied van organisatieontwikkeling, procesverbetering en kwaliteitsmanagement. In de tussen partijen overeengekomen bonusregeling is opgenomen dat [verweerder] 5 van de 15 dagen van het project management MBB programma doceert. [verweerder] heeft hierover weliswaar gesteld dat hij heeft bedongen dat hij geen statistiek gaat doceren bij de uitvoering van de Black Belt en Green Belt trainingen (‘out of scope: statistiek’), maar hieruit kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden afgeleid dat Symbol wist of had moeten begrijpen dat [verweerder] geen MMB is.

4.10.

Voorts heeft [T] op 15 april 2016 aan [verweerder] meegedeeld dat naast het TMA assessment, ook het LSSA examen als standaard selectie criterium geldt binnen Symbol. Dit betekent dat, nu Symbol sinds kort APMG/LSSA geaccrediteerd is, alle huidige BB’s en MBB’s het examen moeten doen, hetgeen naar verwachting in de tweede helft van mei gaat plaatsvinden, aldus het e-mailbericht. Ook hieruit blijkt dat Symbol op zijn minst in de veronderstelling verkeerde dat [verweerder] MMB is.

4.11.

In de door Symbol overgelegde profielschets van [verweerder] die [verweerder] bij e-mailbericht van 30 april 2016 aan Symbol heeft toegestuurd, staat niet alleen vermeld dat hij Lean Six Sigma MMB is, maar ook staat onder het kopje ‘diploma’s/certificaten’ vermeld dat hij het Six Sigma Master Black Belt certificaat heeft. Weliswaar staat hierachter ‘Philips’ vermeld, maar hieruit blijkt niet dat het voor Symbol duidelijk had kunnen en moeten zijn dat dit niet de MBB is die bedoeld wordt binnen de consultancy als men een Lean Six Sigma MBB bedoelt. In dit verband spreekt het e-mailbericht van 31 augustus 2016 van de heer [D] naar het oordeel van de kantonrechter boekdelen. Het moge zo zijn dat de titel MBB een onbeschermde titel is, binnen de consultancy is duidelijk wat hiermee wordt bedoeld, zeker met de toevoeging Lean Six Sigma.

4.12.

Ten slotte heeft de kantonrechter het e-mailbericht van [T] van 29 juni 2016 en de daarop volgende reactie van [verweerder] van 7 juli 2016 in haar overwegingen betrokken. Indien [verweerder] voorafgaand aan de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst aan Symbol zou hebben meegedeeld dat hij geen MBB is, zoals door hem is gesteld, is zijn reactie zoals opgenomen onder het kopje MBB niet te begrijpen. Immers, [verweerder] legt hieruit dat zijn toenmalige baas bij Philips hem op basis van het aan hem verleende certificaat het recht heeft verleend om zich vanaf januari 2009 MBB te noemen. Indien [verweerder] al eerder aan Symbol zou hebben meegedeeld dat hij geen MBB is, ligt het in zijn geheel niet voor de hand om in het e-mailbericht van 7 juli 2016 uit te leggen op grond waarvan [verweerder] van mening is c.q. was het recht te hebben zich MMB te mogen noemen.

4.13.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Symbol zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 november 2016. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure waarbij ten minste een termijn van een maand resteert.

4.14.

Toewijzing van het ontbindingsverzoek op de e-grond van artikel 7:669, lid 3 BW betekent dat er geen grondslag is voor toewijzing van de door [verweerder] verzochte billijke vergoeding.

4.15.

Nu aan de ontbinding geen vergoeding wordt verbonden, hoeft Symbol geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken.

4.16

[verweerder] heeft (verder) verzocht om het tussen Symbol en hem overeengekomen concurrentie- en relatiebeding te vernietigen, het boetebeding te vernietigen dan wel te matigen, alsmede een nader omschreven beslissing te nemen ten aanzien van de eindafrekening van de vakantiedagen. De kantonrechter overweegt dat die vorderingen door [verweerder] op grond van artikel 7:686a lid 3 BW kunnen worden ingediend in deze verzoekschriftprocedure, omdat het gaat om vorderingen die voldoende verband houden met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

4.17.

Ingevolge artikel 7:653 BW is een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, niet geldig indien dit beding is opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tenzij uit de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelangen. De kantonrechter constateert dat in de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen motivering is opgenomen zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 7:653 BW. Dit betekent dat het hierin opgenomen beding (artikel 11 van de arbeidsovereenkomst), ongeacht welke benaming Symbol heeft gegeven aan dit beding, niet geldig is. Het verzoek betreffende het in artikel 11 opgenomen boetebeding kan, nu het concurrentie-/relatiebeding nietig is, onbesproken blijven.

4.18.

Resteert ten slotte het verzoek van [verweerder] betreffende de openstaande vakantie-uren. Uit de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling begrijpt de kantonrechter dat partijen van mening verschillen over de vraag of [verweerder] op 29 juli 2016 8 uur vakantie heeft genoten, alsmede in week 35 (24 uur). Over week 31 bestaat geen verschil van mening: [verweerder] heeft toen 24 uren vakantie genoten.

4.19.

De kantonrechter overweegt in de eerste plaats dat zij slechts kan oordelen over de periode tot de dag van de mondelinge behandeling en derhalve niet over de vraag of [verweerder] nadien verlof heeft opgenomen c.q. zal nemen. Wat betreft de vraag of [verweerder] op 29 juli 2016 en in de week 35 vakantie-uren heeft opgenomen, overweegt de kantonrechter dat partijen een werkweek van 24 uren zijn overeengekomen. Hierbij is het niet aan de werknemer om zonder overleg en toestemming van de werkgever te bepalen of hij de ene week minder uren werkt die hij vervolgens in de daarop volgende week inhaalt. Voor zover [verweerder] mocht menen daartoe bevoegd zijn, is het hem in ieder geval na het e-mailbericht van 7 augustus 2016 duidelijk dat Symbol deze werkwijze niet goed keurt. Dit betekent dat de 8 uren die op 29 juli 2016 niet zijn gewerkt, alsmede de 24 uren die [verweerder] niet gewerkt heeft voor Symbol in week 35, in mindering dienen te komen op het saldo van de verlofuren.

4.20.

[verweerder] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter beslist op het verzoek en het tegenverzoek:

5.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 november 2016;

5.2.

verklaart voor recht dat artikel 11 van de arbeidsovereenkomst nietig is;

5.3.

verstaat dat bij de eindafrekening rekening gehouden dient te worden met de omstandigheid dat [verweerder] tot en met 13 september 2016 56 vakantie-uren heeft genoten;

5.4.

veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de zijde van Symbol tot en met vandaag vaststelt op € 517,00, te weten:

griffierecht € 117,00

salaris gemachtigde € 400,-

5.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

5.6.

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2016.