Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3463

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-08-2016
Datum publicatie
14-09-2016
Zaaknummer
08/760048-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man uit Almelo is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Hij is schuldig aan verduistering van een grote hoeveelheid gereedschappen en aanhangwagens in Overijssel en Gelderland. Daarnaast moet hij zo'n 30.000 euro aan schadevergoedingen betalen. De man is in het verleden herhaaldelijk veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/760048-16

Datum vonnis: 4 augustus 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in P.I. Arnhem-HvB Arnhem-Zuid, Ir. Molsweg 5 Arnhem.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 26 mei 2016 en van 21 juli 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.M. Hendriksen, advocaat te Hengelo (O), naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een aantal goederen van verschillende bedrijven heeft verduisterd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 09 februari

2012 tot en met 05 februari 2016 te Haaksbergen en/of Barneveld en/of Lieren

en/of Klarenbeek en/of Hall en/of Almelo en/of Eerbeek en/of Duiven en/of

Apeldoorn en/of Bentelo en/of Vriezenveen en/of Rijssen en/of Babberich en/of

Hengelo en/of Rheden en/of elders in Nederland,

telkens) opzettelijk de hierna te noemen goed(eren), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen benadeelde(n), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte

(telkens) anders dan door misdrijf, te weten door het aangaan van een

koopovereenkomst/als koper en/of huurovereenkomst/als huurder en/of een

(mondelinge) overeenkomst, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend, te weten:

- in of omstreeks de periode van 09 december 2014 tot en met 12 december 2014

te Haaksbergen en/of Rheden een (grote) hoeveelheid gereedschap(pen) (te

weten: een bosmaaier (merk: Stihl) en/of een rugblazer (merk: Stihl) en/of

een zaagmachine (merk: Stihl) en/of brandstofmix en/of kettingolie en/of een

zaaghelm), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , en/of (p. 44)

- in of omstreeks de periode van 17 juni 2015 tot en met 04 juli 2015 te

Barneveld en/of Rheden

een (grote) hoeveelheid (vloer)tegel(s) en/of laminaat(vloer(en)) (ter waarde van (in totaal) ongeveer 4451,13), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of de Firma [bedrijf 1] , en/of

(p. 51)

- in of omstreeks de periode van 18 juli 2015 tot en met 12 augustus 2015 te

Lieren en/of Rheden een (grote) hoeveelheid plafondsyste(e)m(en) en/of

plafondpla(a)t(en) en/of 14 stuks led armatu(u)r(en) (ter waarde van (in

totaal) ongeveer 6998,95 euro), en/of een of meer (andere) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [bedrijf 2] , en/of

(p. 61)

- in of omstreeks de periode van 14 juli 2015 tot en met 23 juli 2015 te Hall

en/of Rheden een (grote) hoeveelheid stucadoormateria(a)l(en), en/of een of

neer (andere) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4]

en/of [bedrijf 3] BV, en/of

(p. 70)

- in of omstreeks de periode van 13 augustus 2015 tot en met 27 oktober 2015

te Almelo en/of Rheden een (grote) hoeveelheid gereedschap(pen) (te weten:

een accuboormachine en/of een handcirkelzaag en/of een decoupeermachine en/of

een haakse slijper en/of een bladblazer en/of een kettingzaag en/of een

heggenschaar en/of bermmaaier en/of een steekwagen) en/of een aanhanger

(merk: Atec), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [bedrijf 4]

[bedrijf 4] BV, en/of

(p. 84)

- in of omstreeks de periode van 21 januari 2016 tot en met 27 januari 2016

te Apeldoorn en/of Rheden twee, althans een of meer aanhangers (merk: Agados

en/of onbekend gebleven merk),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [bedrijf 5] BV, en/of

(p. 117)

- in of omstreeks de periode van 22 januari 2016 tot en met 28 januari 2016

te Duiven en/of Rheden een aanhangwagen (merk: Hapert), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [bedrijf 6] , en/of

(p. 126)

- in of omstreeks de periode van 19 januari 2016 tot en met 30 januari 2016

te Eerbeek en/of Rheden drie, althans een of meer aanhangwagen(s) (met huif)

(merk: Anssems en/of Power Trailer), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8]

[slachtoffer 8] en/of [bedrijf 7] , en/of

(p. 137)

- in of omstreeks de periode van 26 januari 2016 tot en met 29 januari 2016

te Vriezenveen en/of Rheden twee, althans een of meer aanhanger(s) (met huif)

(merk: Carco Mover en/of Humbaur), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9]

[slachtoffer 9] en/of [bedrijf 8] , en/of

(p. 150)

- in of omstreeks de periode van 02 februari 2016 tot en met 04 februari 2016

te Bentelo en/of Rheden twee aanhangwagen(s) (merk: Saris), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [bedrijf 9] , en/of

(p. 162)

- in of omstreeks de periode van 03 februari 2016 tot en met 05 februari 2016

te Rijssen en/of Rheden een aanhangwagen (met huif) (merk: Anssems), geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [bedrijf 10] ,

en/of

(p. 168)

- in of omstreeks de periode van 28 januari 2016 tot en met 30 januari 2016

te Babberich en/of Rheden een aanhanger (met huif), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] , en/of

(p. 175)

- in of omstreeks de periode van 09 februari 2012 tot en met 20 februari 2012

te Hengelo en/of Almelo een (grote) hoeveelheid gereedschap(pen) (te weten:

bouwradio powerbox en/of een boormachine en/of een schroefmachine en/of een

dubbelcilinder en/of een waterpomptang en/of een accu pack en/of een

schroevendraaierset), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of

[bedrijf 11] BV;

(p. 183).

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in preventieve hechtenis heeft doorgebracht met een proeftijd van drie jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, waaronder begrepen meldplicht, medewerking aan ambulante training en begeleid wonen/maatschappelijk opvang, indien en voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De officier van justitie heeft voorts geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met aftrek van aanbetalingsbedragen, voor zover van toepassing. Tevens heeft de officier van justitie de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs 1

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het ten laste gelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank is evenals de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van dit feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  1. het proces-verbaal van verhoor van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv);

  2. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , van 16 december 2014, met bijlagen, pag. 44 t/m 49;

  3. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , namens [bedrijf 1] , van 17 juli 2015, met bijlagen, pag. 51 t/m 56;

  4. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , namens [bedrijf 2] , van 17 augustus 2015, met bijlagen, pag. 61 t/m 68;

  5. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , namens [bedrijf 3] B.V., van 27 oktober 2015, met bijlagen, pag. 70 t/m 82:

  6. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , namens [bedrijf 4] B.V. Almelo, van 12 november 2015, met bijlagen, pag. 84 t/m 113;

  7. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , namens [bedrijf 5] B.V., van 28 januari 2016, met bijlagen, pag. 117 t/m 124;

  8. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , namens [bedrijf 6] , van 2 februari 2016, pag. 126 t/m 128;

  9. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , namens [bedrijf 7] , van 2 februari 2016, met bijlagen, pag. 137 t/m 148;

  10. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , namens [bedrijf 8] , van 3 februari 2016, met bijlagen, pag. 150 t/m 155;

  11. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] , namens [bedrijf 9] , van 8 februari 2016, met bijlagen, pag. 162 t/m 166;

  12. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15] , namens [bedrijf 10] , van 15 februari 2016, met bijlagen, pag. 168 t/m 173;

  13. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] , van 16 februari 2016, pag. 175 t/m 176;

  14. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] , namens [bedrijf 11] B.V., van 25 februari 2016, met bijlagen, pag.183 t/m 191.

5.2

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 9 februari 2012 tot en met 5 februari 2016 te Haaksbergen en/of Barneveld en/of Lieren en/of Klarenbeek en/of Hall en/of Almelo en/of Eerbeek en/of Duiven en/of Apeldoorn en/of Bentelo en/of Vriezenveen en/of Rijssen en/of Babberich en/of Hengelo en/of Rheden en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk de hierna te noemen goederen toebehorende aan de hierna te noemen benadeelden, welke goederen verdachte telkens anders dan door misdrijf, te weten door het aangaan van een koopovereenkomst/als koper en/of huurovereenkomst/als huurder en/of een mondelinge overeenkomst, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, te weten:

- in de periode van 9 december 2014 tot en met 12 december 2014 te Haaksbergen en/of Rheden een hoeveelheid gereedschap (te weten: een bosmaaier (merk: Stihl) en een rugblazer (merk: Stihl) en een zaagmachine (merk: Stihl) en brandstofmix en kettingolie en een zaaghelm, toebehorende aan [slachtoffer 1] , en

- in de periode van 17 juni 2015 tot en met 4 juli 2015 te Barneveld en/of Rheden

een hoeveelheid vloertegels en een laminaatvloer ter waarde van in totaal 4451,13 euro, toebehorende aan de Firma [bedrijf 1] , en

- in de periode van 18 juli 2015 tot en met 12 augustus 2015 te Lieren en/of Rheden een plafondsysteem en plafondplaten en 14 stuks led armaturen ter waarde van in totaal 6998,85 euro, toebehorende aan [bedrijf 2] , en

- in de periode van 14 juli 2015 tot en met 23 juli 2015 te Hall en/of Rheden stucadoormaterialen, en andere goederen, toebehorende aan [bedrijf 3] BV, en

- in de periode van 13 augustus 2015 tot en met 27 oktober 2015 te Almelo en/of Rheden een hoeveelheid gereedschap (te weten: een accuboormachine en een handcirkelzaag en een decoupeermachine en een haakse slijper en een bladblazer en een kettingzaag en een heggenschaar en bermmaaier en een steekwagen en een aanhanger (merk: Atec)), toebehorende aan [bedrijf 4] BV, en

- in de periode van 21 januari 2016 tot en met 27 januari 2016 te Apeldoorn en/of Rheden twee aanhangers (merk: Agados en een onbekend gebleven merk), toebehorende aan [bedrijf 5] BV, en

- in de periode van 22 januari 2016 tot en met 28 januari 2016 te Duiven en/of Rheden een aanhangwagen (merk: Hapert), toebehorende aan [bedrijf 6] , en

- in de periode van 19 januari 2016 tot en met 30 januari 2016 te Eerbeek en/of Rheden drie aanhangwagens (merk: Anssems en Power Trailer), toebehorende aan [bedrijf 7] , en

- in de periode van 26 januari 2016 tot en met 29 januari 2016 te Vriezenveen en/of Rheden twee aanhangers (merk: Carco Mover en Humbaur), toebehorende aan [bedrijf 8] , en

- in de periode van 2 februari 2016 tot en met 4 februari 2016 te Bentelo en/of Rheden twee aanhangwagens (merk: Saris), toebehorende aan [bedrijf 9] , en

- in de periode van 3 februari 2016 tot en met 5 februari 2016 te Rijssen en/of Rheden een aanhangwagen met huif (merk: Anssems), toebehorende aan [bedrijf 10] , en

- in de periode van 28 januari 2016 tot en met 30 januari 2016 te Babberich en/of Rheden een aanhanger met huif, toebehorende aan [slachtoffer 12] , en

- in de periode van 9 februari 2012 tot en met 20 februari 2012 te Hengelo en/of Almelo een hoeveelheid gereedschap (te weten: bouwradio powerbox en een boormachine en een schroefmachine en een dubbelcilinder en een waterpomptang en een accu pack en een schroevendraaierset), toebehorende aan [bedrijf 11] BV.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: verduistering, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van een grote hoeveelheid gereedschappen en aanhangwagens. Verdachte heeft daarmee blijk gegeven van onvoldoende respect voor andermans eigendom, immers heeft hij ten koste van een ander zichzelf met deze goederen verrijkt. Met zijn handelwijze heeft hij aangevers veel schade berokkend en het vertrouwen in het handelsverkeer ernstig geschaad.

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 4 juni 2016 van verdachte is gebleken dat hij reeds herhaaldelijk is veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 4 mei 2016.

Verdachte bekent dat hij zich in de periode 2012 tot 2016 diverse keren schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten; hij heeft een aantal aanhangers ontvreemd en verkocht, bouwmateriaal verduisterd en zonder te betalen logies en ontbijt genoten. Verdachte is geneigd tot grensoverschrijdend gedrag gelet op het delictpatroon, maar hij wil schoon schip maken.

De reclassering citeert uit het NIFP-rapport van 15 februari 2015, opgemaakt door N. van der Weegen, GZ-psycholoog. Daaruit komt naar voren dat verdachte licht verstandelijk beperkt is en moeite heeft met logisch redeneren, algemene kennis en een beperkt reflecterend vermogen bezit. Hij had als ZZP’er in de bouw geen financieel overzicht en inzicht en hij vroeg niet om hulp maar zocht, versterkt door gevoelens van onmacht en stress, zelf oplossingen, zonder de gevolgen te overzien. Zijn schulden zijn rond de € 200.000,-- en hij heeft geen schuldhulpverlening. Er is sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale, afhankelijke en borderlinetrekken. In zowel intellectueel als emotioneel opzicht functioneert betrokkene op kinderlijk niveau. Door de antisociale trekken in zijn persoonlijkheid wordt hij niet geremd door een adequaat functionerend geweten waardoor de kans op grensoverschrijdend gedrag en op recidive hoog is.

De reclassering heeft geadviseerd om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met meldplicht, het volgen van CoVaplus en medewerking aan (mogelijke tijdelijke) plaatsing in een woonvoorziening als Stichting Exodus of een soortgelijke instelling.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden op te leggen, zoals door de reclassering geïndiceerd, met een proeftijd van drie jaar, teneinde verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nogmaals soortgelijke feiten te plegen.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1] , gevestigd te Haaksbergen, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal
€ 2.648,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- diverse machines en materialen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.648,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[bedrijf 2] , gevestigd te Klarenbeek, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal
€ 8.037,64, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    factuur 1 ad € 4.932,17;

  • -

    factuur 2 ad € 2.066,68;

  • -

    rente ad € 313,84;

  • -

    incassokosten 724,95.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 8.037,64, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[bedrijf 3] B.V., gevestigd te Hall, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2050,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- diverse facturen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde minus het aanbetalingsbedrag ad € 300,00, daarom toewijzen tot een bedrag van €1.750,50, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[bedrijf 5] B.V., gevestigd te Apeldoorn, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal
€ 1.190,12, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Enkelas aanhangwagen 1 ad € 730,00;

  • -

    Enkelas aanhangwagen 2 ad € 460,12.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde, minus het aanbetalingsbedrag van € 50,00 daarom toewijzen tot een bedrag van €1.140,12, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[bedrijf 6] , gevestigd te Duiven, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.001,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Aanhangwagen merk Hapert ad € 1.426,20;

  • -

    Huurderving (geschat 12 weken) ad € 575,21.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost ‘Aanhangwagen merk Hapert’ is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde minus het aanbetalingsbedrag van € 50,00 daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 1.376,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade wat betreft de huurderving ad € 575,21 is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[bedrijf 7] , gevestigd te Eerbeek, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal
€ 4.295,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Aanhangwagen ad € 1.130,00;

  • -

    Aanhangwagen ad € 1.130,00;

  • -

    Aanhangwagen ad € 2.035,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 4.295,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[bedrijf 9] , gevestigd te Bentelo, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.051,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Saris BMG 130 T gesloten aanhangwagen ad € 1.839,00;

  • -

    Enkel as ad € 500,00;

  • -

    Reclamebanden en belettering gesloten aanhangwagen € 392,25;

  • -

    Huurderving (10 dagen ad € 35,00 per dag) van € 350,00;

  • -

    Retour borgsom - € 30,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten, met uitzondering van de post ‘huurderving’, zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde deels toewijzen tot een bedrag van
€ 2.701,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft het gemis aan inkomsten (10 dagen huurderving) ad

€ 350,00 is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[slachtoffer 16] , namens [slachtoffer 12] wonende te Westervoort, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.320,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Aanhanger ad € 1.800,00;

  • -

    Belettering ad € 285,00;

  • -

    Inkomstenderving ad € 187,50

  • -

    Reiskosten € 47,70

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten, met uitzondering van de posten ‘inkomstenderving’ en ‘reiskosten’ zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 2.085,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft inkomstenderving en reiskosten ad € 235,20 is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[bedrijf 11] B.V. gevestigd te Hengelo, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 761,68, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- Factuur ad € 761,68.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 761,68, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het ten laste gelegde feit is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 63 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    het misdrijf: verduistering, meermalen gepleegd;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien (18) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen na onherroepelijk vonnis en/of zijn detentie telefonisch moet melden bij de reclassering Oost Nederland (088-0901200) waarna er, afhankelijk van zijn woonplaats, gekeken wordt waar de meldplichten worden uitgevoerd. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de reclassering, zolang en zo frequent als deze instelling dit nodig acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan gedragsinterventie Gl-LdH CoVaplus meewerkt;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan plaatsing in een woonvoorziening als Stichting Exodus, of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, in geval hij na detentie niet over woonruimte beschikt. Hij houdt zich in dat geval aan de geldende regels en afspraken van die betreffende instelling zolang de reclassering dit nodig acht;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], gevestigd te Haaksbergen van een bedrag van € 2.648,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 december 2014;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.648,40 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 36 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 2], gevestigd te Klarenbeek, van een bedrag van € 8.037,64, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 augustus 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.037,64 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 75 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 3] B.V., gevestigd te Hall, van een bedrag van € 1.750,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 juli 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.750,50 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 27 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 5] B.V., gevestigd te Apeldoorn van een bedrag van € 1.140,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 januari 2016;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.140,12 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 21 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 6], gevestigd te Duiven van een bedrag van € 1.376,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 januari 2016;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.376,20 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 23 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 6], gevestigd te Duiven voor een deel van € 575,21 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 7], gevestigd te Eerbeek van een bedrag van € 4.295,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 januari 2016;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.295,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 52 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 9], gevestigd te Bentelo van een bedrag van € 2.701,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 februari 2016;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.701,25 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 37 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 9], gevestigd te Bentelo voor een deel van € 350,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 16] namens [slachtoffer 12], wonende te Westervoort van een bedrag van € 2.085,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 januari 2016;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.085,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 30 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 16] namens [slachtoffer 12], wonende te Westervoort, voor een deel van € 235,20 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 11] B.V., gevestigd te Hengelo van een bedrag van € 761,68 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 februari 2012;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 761,68 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. dr. E. Venekatte en

mr. L.T. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2016.

mr. E. Venekatte en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, District Twente Basisteam Twente-Noord, met nummer PL0600-2016083194, van 1 maart 2016. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.