Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3316

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30-08-2016
Datum publicatie
30-08-2016
Zaaknummer
08.770021-16 (P)
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2017:2802
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft twee jonge meisjes, zusjes van thans 6 en 8 jaar oud, gedurende langere tijd seksueel misbruikt.

De rechtbank heeft acht geslagen op een dubbelrapportage van een psychiater/psychoanalyticus en een psycholoog over verdachte.

De rechtbank kan in deze zaak thans nog niet tot een einduitspraak komen. De rechtbank acht zich onvoldoende ingelicht over de vraag of er naast het alcoholgebruik meer factoren in de persoonlijkheid van verdachte een rol hebben/kunnen hebben gespeeld tijdens het plegen van de tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten en welke behandeling daarvoor het meest is geïndiceerd. Daarnaast acht de rechtbank zich onvoldoende ingelicht over de mate van toerekeningsvatbaarheid.

De rechtbank heropent het onderzoek ter terechtzitting en schorst dit terstond voor onbepaalde tijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0234

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.770021-16 (P)

Datum vonnis: 30 augustus 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [woonplaats],

thans verblijvende in Huis van Bewaring Ooyerhoekseweg-Zutphen te Zutphen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 augustus 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van wat door de verdachte en zijn raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 1 augustus 2013 tot 25 december 2015 te Raalte, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 1] die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt terwijl die [slachtoffer 1] aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 2:

in de periode van 1 augustus 2013 tot 25 december 2015 te Raalte handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

feit 3;

in de periode van 1 augustus 2014 tot 25 december 2015 te Raalte, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 2] die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt terwijl die [slachtoffer 2] aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd en

feit 4:

in de periode van 1 augustus 2013 tot 9 februari 2016 kinderporno heeft vervaardigd/verspreid/aangeboden/openlijk tentoon heeft gesteld/ingevoerd/ doorgevoerd/uitgevoerd/verworven en/of in bezit heeft gehad, van welke misdrijven verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot 25 december 2015 in de gemeente Raalte, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 2007, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans éénmaal:

- (al dan niet over de kleding heen) voelen aan en/of betasten van de borsten en/of vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer 1] en/of

- door die [slachtoffer 1] laten aanraken/vastpakken/vasthouden van en/of trekken aan zijn, verdachtes, penis, terwijl die [slachtoffer 1] aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot 25 december 2015 in de gemeente Raalte, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 2007, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], te weten het meermalen, althans éénmaal:

- duwen/drukken/brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of

- het likken in/aan/van de vagina van die [slachtoffer 1];

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot 25 december 2015 in de gemeente Raalte, met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedag] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans éénmaal,

(al dan niet over de kleding heen) voelen aan en/of betasten van de borsten en/of vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

4.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot

9 februari 2016 in de gemeente Raalte, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer afbeelding(en), te weten video’s en/of film(s)

en/of foto’s - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een Samsung Galaxy S4 Mini en/of een sd card, heeft

vervaardigd en/of

verspreid en/of

aangeboden en/of

openlijk tentoongesteld en/of

ingevoerd en/of

doorgevoerd en/of

uitgevoerd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke voornoemde seksuele gedragingen — zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het oraal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto nummer 3 in de toonmap en/of (bestandsnaam) [bestandsnaam 1].mp4, foto nummer 15 in de toonmap)

en/of

het betasten en/of aanraken met (een) vinger(s)/hand(en) van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken met (een) vinger(s)/hand(en) van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt ((bestandsnaam) [bestandsnaam 2], foto nummer 19 in de toonmap)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of botsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ((bestandsnaam) [bestandsnaam 3].jpg, foto nummer 30 in de toonmap) terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 2007 en/of [slachtoffer 2], geboren op [geboortedag] 2009,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1, 2, 3, en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld, nu zij deze feiten wettig en overtuigend bewezen acht. Met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde heeft de officier van justitie gesteld dat het “een gewoonte maken van, het in bezit hebben van, het aanbieden van, het verspreiden van en het vervaardigen van kinderporno” bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het onder 1 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard met uitzondering van de tenlastegelegde periode. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat het een kortere periode dan tenlastegelegd betreft, nu zijn cliënt heeft verklaard dat het misbruik slechts in 2 à 3 maanden heeft plaatsgevonden en dus niet in de gehele tenlastegelegde periode van ongeveer 2 jaren en 4 maanden.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft de raadsman bepleit dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman bepleit dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard maar dat zijn cliënt van het bestanddeel “een gewoonte maken van” en van het tenlastegelegde verspreiden van kinderporno moet worden vrijgesproken. Zijn cliënt heeft verklaard dat hij alle filmpjes op één dag heeft gemaakt en ontkent de kinderporno te hebben verspreid.

5 De beoordeling

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat op 30 december 2015 [moeder slachtoffers], aangifte heeft gedaan van seksueel misbruik van haar dochters, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], op dat moment respectievelijk 8 en 6 jaar oud. Zij heeft, kort samengevat, verklaard dat haar dochters op 24 december 2015 tegen haar hebben verteld dat buurman [verdachte] (verdachte) aan hun plassertje had gevoeld en ook hun borststreek heeft betast. [slachtoffer 1] heeft ook gezegd dat verdachte bij haar ook met zijn tong aan haar plassertje had gezeten.

Op 5 januari 2016 heeft [slachtoffer 2] in de studio een verklaring afgelegd. Daarbij heeft zij, kort samengevat, verteld dat verdachte meermalen met zijn hand aan haar plassertje heeft gevoeld, onder de kleding, en ook met zijn hand over haar borststreek. Dit is begonnen toen zij naar groep 2 ging. Regelmatig bleef zij bij verdachte slapen en zij sliep dan bij hem in bed.. Verdachte heeft aan haar borsten en aan haar plassertje gevoeld zowel in de douche, in bed als in de woonkamer. In de woonkamer was zij dan soms samen met haar zus [slachtoffer 1].

Op 5 januari heeft [slachtoffer 1] in de studio een verklaring afgelegd. Daarbij heeft zij, kort samengevat, verteld dat verdachte meermalen aan haar plassertje heeft gevoeld en over haar borst streek. Dit gebeurde volgens [slachtoffer 1] vanaf de tijd dat zij in groep 3 zat. Zij mocht het van verdachte niet tegen haar vader of moeder vertellen. Het gebeurde in de woonkamer. Verdachte trok dan de broek en de onderbroek van [slachtoffer 1] naar beneden tot net over de knie en ging dan heel veel voelen aan haar plassertje. Als zij bij verdachte bleef slapen, sliep zij bij hem in bed. Ook dan ging verdachte met zijn hand in haar broek om aan haar plasser te voelen.

Op 11 februari 2016 zijn de telefoon van verdachte, van het merk Samsung, en een tablet van verdachte, van het merk Samsung, in beslag genomen voor onderzoek. Uit het onderzoek van de telefoon is gebleken dat daarop een aantal filmpjes waren verwijderd die een kinderpornografisch karakter hadden. Een van de filmpjes werd aangetroffen in de map Whtasapp/sent. Nader onderzoek heeft opgeleverd dat deze bestandslocatie gebruikt wordt voor de opslag van verstuurde videobestanden van het chatprogramma WhatsApp.

De rechtbank overweegt dat uit het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal valt op te maken dat op de filmpjes met de bestandsnamen [bestandsnaam 4] en [bestandsnaam 5] te zien is dat een jong meisje de penis van een volwassen man beetpakt, hem aftrekt en deze ook in haar mond neemt (pijpen). Het meisje op de filmpjes wordt door de verbalisanten herkend als [slachtoffer 1].

In een derde filmpje met bestandsnaam [bestandsnaam 6] is te zien dat hetzelfde meisje wordt betast bij haar blote billen en aan haar geslachtsdelen.

Op enkele foto’s van kinderpornografische aard, beschreven onder volgnummer 8 van het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal, wordt het meisje op de foto herkend als [slachtoffer 2].

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting, kort samengevat, verklaard dat hij bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] meerdere keren aan hun plasser heeft gevoeld met zijn vingers en hen ook aan de borsten heeft betast. Vervolgens heeft verdachte verklaard dat hij zich een aantal malen door [slachtoffer 1] heeft laten pijpen, dat zij meermalen zijn penis heeft vastgepakt en aan zijn penis heeft getrokken en dat hij haar plasser ook meermalen met zijn tong heeft aangeraakt.

Verder heeft verdachte bekend dat hij foto’s en filmpjes met zijn telefoon heeft gemaakt van de zusjes, ook tijdens het door hen verrichten van seksuele handelingen bij verdachte.

Verdachte heeft tevens verklaard dat zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] gedurende enkele jaren op de woensdag en de donderdag bij hem verbleven en hij dan de zorg en het toezicht over de zusjes had. Hij paste elke woensdag op [slachtoffer 2] en elke donderdag op [slachtoffer 1]. Ze bleven

ook bij hem in bed slapen.

Verdachte ontkent echter dat het misbruik langer dan een paar maanden voorafgaand aan zijn aanhouding heeft plaatsgevonden.

De onder 1 tenlastegelegde periode

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 1] heeft verklaard dat het misbruik is begonnen toen zij naar groep twee ging.

Verdachte heeft ter terechtzitting en bij de politie verklaard dat het misbruik slechts enkele maanden heeft geduurd. Verdachte heeft echter in eerste instantie zeer wisselend verklaard over het aantal keren dat hij de kinderen heeft misbruikt. Tevens heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat kinderen, waaronder [slachtoffer 1], niet liegen.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte over de periode waarin het misbruikt heeft plaatsgevonden, gezien de wisselende verklaringen van verdachte over deze periode, ongeloofwaardig. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door [slachtoffer 1] afgelegde verklaring over de duur van het misbruik en zal derhalve de gehele tenlastegelegde periode wettig en overtuigend bewezen verklaren. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

Het verspreiden van het filmpje

De rechtbank overweegt dat een van de kinderpornografische filmpjes, te weten het filmpje onder nummer [bestandsnaam 4]-mp4, is aangetroffen in de map WhatsApp/sent. Nader onderzoek heeft opgeleverd dat deze bestandslocatie gebruikt wordt voor de opslag van verstuurde videobestanden van het chatprogramma WhatsApp.

De verdachte heeft ontkend dat hij de filmpjes heeft verspreid en dat hij niet weet hoe het filmpje in de bestandslocatie van verzonden items terecht is gekomen. De rechtbank acht ook deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig en hecht meer waarde aan de bevindingen van de politie, inhoudende dat het voornoemde filmpje wel degelijk is verspreid. De rechtbank zal dus, naast het bezit en het vervaardigen van kinderporno, tevens het verspreiden van kinderporno wettig en overtuigend bewezen verklaren.

Partiële vrijspraak van de onder 4 tenlastegelegde strafverzwarende omstandigheid dat verdachte een “gewoonte” heeft gemaakt van het overtreden van artikel 204b van het Wetboek van Strafrecht

De rechtbank overweegt dat onder 4 is ten laste gelegd dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het overtreden van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Om van de strafverzwarende omstandigheid "gewoonte" in de zin van artikel 240b, tweede lid Sr te kunnen spreken is nodig dat "men gewend is iets telkenmale gedurende een langere periode te doen".

De rechtbank is van oordeel dat deze strafverzwarende omstandigheid van artikel 240b tweede lid Sr in dit geval niet aan de orde is. De verdachte heeft filmpjes en foto’s op zijn mobiele telefoon opgeslagen. Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen is echter onvoldoende gebleken van een zodanige duur, frequentie en intensiteit van het gebruik ervan, dat van een "gewoonte" kan worden gesproken.

De rechtbank zal verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

De rechtbank overweegt dat voor het overige tenlastegelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

5.2

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 augustus 2013 tot 25 december 2015 in de gemeente Raalte, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 2007, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen:

- (al dan niet over de kleding heen) voelen aan en betasten van de borsten en vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer 1] en

- door die [slachtoffer 1] laten aanraken/vastpakken/vasthouden van en trekken aan zijn, verdachtes, penis, terwijl die [slachtoffer 1] aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

2.

hij in de periode van 1 augustus 2013 tot 25 december 2015 in de gemeente Raalte, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 2007, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], te weten het meermalen :

- duwen/drukken/brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en

- het likken in/aan/van de vagina van die [slachtoffer 1].

3.

hij in de periode van 1 augustus 2014 tot 25 december 2015 in de gemeente Raalte, met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedag] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, (al dan niet over de kleding heen) voelen aan en betasten van de borsten en vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

4.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot

9 februari 2016 in de gemeente Raalte, in elk geval in Nederland, meermalen, (telkens) een of meer afbeeldingen, te weten video’s en films en foto’s – en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een Samsung Galaxy S4 Mini en een sd card, heeft

vervaardigd en

verspreid en

in bezit heeft gehad en

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit (onder meer):

het oraal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto nummer 3 in de toonmap en (bestandsnaam) [bestandsnaam 1].mp4, foto nummer 15 in de toonmap)

en

het betasten en aanraken met (een) vinger(s)/hand(en) van de geslachtsdelen en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en

het betasten en/of aanraken met (een) vinger(s)/hand(en) van de geslachtsdelen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt ((bestandsnaam) [bestandsnaam 2], foto nummer 19 in de toonmap)

en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen gekleed zijn en/of opgemaakt zijn en poseren in een omgeving en met (een) voorwerp(en) en in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij hun leeftijd passen en waarbij deze personen zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van hun kleding ontdoen en (waarna) door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze personen en de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en borsten en billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling ((bestandsnaam) [bestandsnaam 3].jpg, foto nummer 30 in de toonmap) terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 2007 en [slachtoffer 2], geboren op [geboortedag] 2009, zijn betrokken.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 240b, 244, 247 en 248 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit begaan is tegen een persoon, die aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

feit 2

het misdrijf:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 3

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit begaan is tegen een persoon, die aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.

feit 4

een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken, verspreiden, vervaardigen en in bezit hebben.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De inbeslaggenomen voorwerpen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de telefoon van de verdachte van het merk Samsung, wordt onttrokken aan het verkeer nu het onder 4 tenlastegelegde daarmee is gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet over het beslag uitgelaten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de in beslag genomen telefoon, met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, onttrekken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan, gezien de aard van deze voorwerpen, in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9 De schade van benadeelden

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van [slachtoffer 2] en de vordering van [slachtoffer 1], in zijn geheel worden toegewezen nu de vorderingen redelijk zijn en goed zijn onderbouwd, vermeerderd met de wettelijke rente alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel conform artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de vorderingen niet betwist. Ter terechtzitting heeft de verdediging verklaard dat de vorderingen door de rechtbank kunnen worden toegewezen.

9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

, wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.686,89 (tweeduizend en zeshonderd en zesentachtig euro en 89 eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    € 79,08 proceskosten;

  • -

    € 107,81 reiskosten en

  • -

    € 2.500,- aan immateriële schade.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.686,89, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

, wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 6.252,19 (zesduizend en tweehonderd en tweeënvijftig euro en 19 eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    79,08 proceskosten;

  • -

    173,11 reiskosten en

  • -

    € 6.000,- aan immateriële schade.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 6.252,19, vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal met betrekking tot beide vorderingen hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1, 2, 3 en 4 zijn toegebracht.

10 De op te leggen straf of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf afbreuk zou doen aan de ernst van de feiten. Een eventuele behandeling van de verdachte zou als bijzondere voorwaarde kunnen worden opgenomen in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een deels voorwaardelijke staf met behandeling als bijzondere voorwaarde bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat een forse gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel en een lange proeftijd met onder andere een behandeltraject, voor zijn cliënt een betere oplossing is dan een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank

De rechtbank heeft acht geslagen op de op 6 augustus 2016 uitgebrachte dubbelrapportage door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus en drs. S. Labrijn, GZ-psycholoog.

Uit het rapport van dr. Van Os valt op te maken dat er bij betrokkene sprake is van een ziekelijke stoornis te weten alcoholmisbruik, onder toezicht in vroege en volledige remissie. Of er sprake is van een cognitieve stoornis is onduidelijk.

De diagnose persoonlijkheidsstoornis kan niet gesteld worden doch ook niet geheel

uitgesloten worden. Tijdens detentie functioneert betrokkene echter goed hetgeen onderbouwend is voor de onwaarschijnlijkheid van de aanwezigheid van een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor een parafilie.

Het is onduidelijk of er sprake is van malingering. Indien malingering aanwezig is

dan heeft dit geen consequenties voor een doorwerking in de hem ten laste gelegde

feiten, maar kan mogelijk eerder opgevat worden als een oplossing om de verantwoordelijkheid voor de hem ten laste gelegde feiten, indien bewezen, te ontlopen.

Ten tijde van het plegen van de delicten was er sprake van alcoholmisbruik.

Verder is de psychiater van oordeel dat de eventuele ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het

plegen van het tenlastegelegde zodanig beïnvloedde dat het tenlastegelegde daaruit verklaard

kan worden. Bij het innemen van alcohol werden namelijk zijn gevoelens van seksuele opwinding gegenereerd dan wel versterkt.

Het alcoholgebruik nam remmingen weg om tot de hem ten laste gelegde feiten te

komen. Het is onduidelijk of alcoholgebruik het enige is wat voor hem heeft meegespeeld

in de hem ten laste gelegde feiten, maar onduidelijk is wat dan verder kan hebben meegespeeld.

De deskundige is van mening dat verdachte had kunnen weten dat hij zijn controle

zou kunnen verliezen na het gebruik van alcohol. Op basis daarvan acht de deskundige het aannemelijk dat verdachte voldoende vrij was ten aanzien van zijn gedragskeuzes

en gedragingen voorafgaande aan en ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten.

Op grond van deze overwegingen acht de deskundige het aannemelijk dat verdachte voor de hem tenlastegelegde feiten, als volledig toerekeningsvatbaar beschouwd kan worden (op 5 en op 3 punts-schaal).

Voorts heeft de deskundige gerapporteerd dat het alcoholgebruik de belangrijkste risicofactor is, voor zover nu bekend.

Daarnaast moet de factor zorg voor jonge kinderen die langdurig en intensief van hem afhankelijk zijn in ogenschouw worden genomen. Door de intensieve zorg van kinderen die van hem afhankelijk zijn kunnen gevoelens van seksuele opwinding ontstaan die bij gebruik van alcohol kunnen leiden tot het handelen naar deze seksuele gevoelens.

De deskundige adviseert een deels voorwaardelijke detentie op te leggen met als

voorwaarden dat hij zich onder toezicht stelt van de reclassering en zich onthoudt

van het gebruik van alcohol en een ambulante behandeling aangaat in een forensische

setting waarbij aandacht is voor het delict scenario en tevens aandacht is voor het alcoholgebruik.

Uit de rapportage van drs. Labrijn valt op te maken dat er volgens de deskundige sprake is van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling, te weten misbruik van alcohol, thans in detentie in remissie. Daarnaast zijn disfuncties te benoemen, namelijk vermijdende trekken, een neiging tot vergaande grenzenloosheid op meerdere gebieden waardoor betrokkene in de problemen kwam en een tekort schietende impulscontrole die tezamen kunnen worden aangemerkt als een gebrekkige ontwikkeling/ziekelijke stoornis.

Onduidelijk is of er sprake is van een cognitieve stoornis en/of van pedofilie.

Ten tijde van het plegen van de delicten was er sprake van misbruik van alcohol. Ook was er sprake van de beschreven disfuncties. Betrokkene zegt dat hij ten tijde van het tenlastegelegde meestal onder invloed was van alcohol.

Verder is de psycholoog van oordeel dat de eventuele ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het

plegen van het tenlastegelegde zodanig beïnvloedde dat het tenlastegelegde daaruit verklaard

kan worden. Verdachte werd volgens eigen zeggen beïnvloed door het alcoholmisbruik, dat

drempelverlagend werkt voor ontremd impulsief gedrag. Het is aannemelijk dat andere disfuncties (vermijding, verstoorde impulscontrole, neiging tot grenzeloosheid, eventuele pedoseksuele verlangens, mogelijke emotionele identificatie met kinderen, onvermogen tot intimiteit met volwassen vrouwen) ook een rol hebben gespeeld.

Omdat verdachtes zelfinzicht beperkt is en hij neigt onaangename waarheden en emoties (ook voor zichzelf) te verhullen en te vermijden, is geen zicht gekregen waar het zwaartepunt ligt en in welke mate de beschreven disfuncties doorwerkten.

De psycholoog kan daarom geen advies geven over de mate van toerekeningsvatbaarheid.

Voorts heeft de psycholoog aangegeven dat er weinig tot geen zicht is verkregen op hoe de elementen van de disfuncties en het alcoholgebruik doorwerkten ten tijde van het tenlastegelegde. Er is immers een cluster aan problemen dat kennelijk een rol heeft gespeeld zonder dat precies duidelijk is geworden welk gewicht moet worden toegekend aan de afzonderlijke disfuncties.

Volgens de psycholoog wordt het recidivegevaar ingeschat als hoog op de lange termijn, als verdachte niet behandeld wordt, indien verdachte opnieuw zorgtaken op zich neemt voor meisjes en hechte affectieve banden met hen aangaat en alcohol blijft misbruiken.

Om de kans op herhaling in de toekomst te voorkomen of te beperken wordt door de psycholoog een drietal mogelijkheden in het rapport benoemd.

De psycholoog acht het lastig een interventieadvies te geven nu naar haar oordeel de diagnostiek onvolledig is.

Er kan gekozen worden voor aanvullend onderzoek waarbij getracht wordt antwoord te krijgen op de onduidelijkheden in de diagnostiek.

Dat zou kunnen geschieden in een klinische observatie in het PBC. In het PBC kan een neurologisch en neuropsychologisch onderzoek verricht worden. Het is de vraag of nieuw onderzoek meer helderheid zal verschaffen, aangezien het in 2014 en 2015 verrichte onderzoek niet tot conclusies leidde. Ook zal in het PBC een milieuonderzoek verricht worden, dat afhankelijk van de medewerking van referenten informatie kan verschaffen waardoor beter zicht gekregen wordt op de geheugenproblemen, de persoonlijkheidsontwikkeling en de seksuele ontwikkeling van verdachte. In het PBC zal opnieuw een volledig psychologisch en psychiatrisch onderzoek verricht worden.

Een andere mogelijkheid is aanvullend ambulant een neuropsychologisch onderzoek en milieuonderzoek te laten verrichten.

Een derde mogelijkheid is een pragmatische route. Verdachte zou kunnen starten met de

beschreven behandeling en daarnaast zou op geleide van het beeld door de forensische polikliniek aanvullend onderzoek in gang gezet kunnen worden. Op geleide van het beeld zou de behandeling aangepast kunnen worden en afgestemd worden op de (on)mogelijkheden van verdachte. Deze benadering zou de voorkeur van ondergetekende genieten.

Door de psycholoog wordt geïndiceerd dat verdachte deelneemt aan een deeltijdbehandeling gericht op de preventie van seksuele delicten, zoals die bijvoorbeeld gegeven wordt bij de AFPN te Assen (Ambulante Forensische Psychiatrie Noord te Assen).

Er kan gedacht worden aan het kader van de gecombineerde straf waarbij een voorwaardelijk

strafdeel gekoppeld wordt aan een proeftijd van lange duur, en de bijzondere voorwaarde dat verdachte meewerkt aan de beschreven ambulante deeltijdbehandeling onder toezicht van de Reclassering en dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de Reclassering.

Geadviseerd wordt betrokkene een lange proeftijd van bijvoorbeeld negen jaar op te

leggen, zodat de reclassering betrokkene gedurende een lange tijd (laag frequent) kan

volgen.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de op 12 augustus 2016 door F. van Opdorp uitgebrachte rapportage van Reclassering Nederland waaruit valt op te maken dat de Reclassering zich aansluit bij het advies van de psycholoog met als aanvulling dat de Reclassering verdachte mogelijk ook de COSA aan zal bieden.

10.1

Hervatting van het onderzoek

De rechtbank kan in deze zaak thans nog niet tot een einduitspraak komen. Tijdens de beraadslaging is zij tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest, zodat het moet worden heropend.
De rechtbank overweegt daartoe dat uit de rapportages weliswaar volgt dat een behandeling van verdachte noodzakelijk is, maar dat het op dit moment onduidelijk is wat de insteek van de behandeling zou moeten zijn.

Gelet op de inhoud van voornoemde rapportages acht de rechtbank zich onvoldoende ingelicht over de vraag of er naast het alcoholgebruik meer factoren in de persoonlijkheid van verdachte een rol hebben/kunnen hebben gespeeld tijdens het plegen van de tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten en welke behandeling daarvoor het meest is geïndiceerd.

Daarnaast acht de rechtbank zich onvoldoende ingelicht over de mate van toerekeningsvatbaarheid, nu de psychiater verdachte volledig toerekeningsvatbaar acht en de psycholoog hierover (mede door het beperkte onderzoek) geen uitspraak heeft gedaan.

Gezien voornoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een observatie in het PBC mogelijk meer duidelijkheid kan geven over de persoonlijkheid van verdachte, de mate van toerekeningsvatbaarheid en de eventuele nadere behandeling.

De rechtbank zal daartoe het onderzoek ter terechtzitting heropenen en de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsman in de gelegenheid stellen zich over dit voornemen van de rechtbank uit te laten.

11 De beslissing

De rechtbank heropent het onderzoek ter terechtzitting en schorst dit terstond voor onbepaalde tijd.

De rechtbank stelt de stukken in handen van de officier van justitie.

De rechtbank beveelt de spoedige oproeping van de verdachte en zijn raadsman tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat.

De klemmende redenen voor aanhouding van de behandeling voor langer dat één maand, doch niet langer dan drie maanden, is gelegen in het feit dat het niet te verwachten is dat op deze termijn ruimte in het zittingsrooster beschikbaar zal zijn.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. C.H. Beuker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2016.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost-Nederland met nummer 2015633720. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde

  • -

    Het proces-verbaal van aangifte door [moeder slachtoffers] d.d. 30 december 2015, pagina’s 16 tot en met 31.

  • -

    Proces-verbaal van het studioverhoor van getuige [slachtoffer 2] d.d. 18 januari 2016, pagina’s 33 tot en met 53.

  • -

    Proces-verbaal van het studioverhoor van getuige [slachtoffer 1] d.d. 21 januari 2016, pagina’s, 54 tot en met 88.

  • -

    Bekennende verklaring van verdachte bij de politie d.d. 9 februari 2016, pagina’s 204 tot en met 215.

 Bekennende verklaring van verdachte bij de politie d.d. 9 februari 2016, pagina’s 216 tot en met 224.Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 augustus 2016, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde

  • -

    Bekennende verklaring van verdachte bij de politie d.d. 9 februari 2016, pagina’s 216 tot en met 224.

  • -

    Bekennende verklaring van verdachte bij de politie d.d. 21 april 2016, pagina’s 244 tot en met 252.

  • -

    Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 augustus 2016, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

  • -

    Proces-verbaal van bevindingen onderzoek aan mobiele telefoon GT-i9195 Galaxy S4 mini d.d. 12 februari 2016, pagina’s 258 tot en met262.

  • -

    Proces-verbaal inzake herkenning [slachtoffer 1] d.d. 11 februari 2016, pagina’s 265 tot en met 269.

  • -

    Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 10 februari 2016, pagina’s 272 tot en met 274.

  • -

    Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 10 februari 2016, pagina’s 275 tot en met 287.

  • -

    Het afzonderlijk aanvullend proces-verbaal van bevindingen met nummer: PL0600-2015633720-55.