Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3209

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-08-2016
Datum publicatie
18-08-2016
Zaaknummer
C/08/188844 / KG ZA 16-248
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing straat- en contactverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/188844 / KG ZA 16-248

Vonnis in kort geding van 17 augustus 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. S.L. Geeraths te Haaksbergen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. K.A. Schreurs te Goor.

Partijen zullen hierna de dochter en de vader genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de producties 1 tot en met 8 aan de zijde van de vader

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de vader.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn vader en dochter.

2.2.

Op 17-jarige leeftijd heeft de dochter een relatie gekregen. De vader acht deze relatie onwenselijk, aangezien hij heeft vernomen dat de vriend van zijn dochter een crimineel verleden heeft, aan cocaïne verslaafd is geweest en agressief en manipulatief gedrag vertoonde naar zijn vorige partner met wie hij onlangs nog een kind kreeg. De vader heeft op verschillende manieren geprobeerd zijn dochter, die [2015] meerderjarig is geworden, ertoe te bewegen de relatie te beëindigen.

3 Het geschil

3.1.

De dochter vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad haar vader een contact- en locatieverbod op te leggen, waarbij het hem wordt verboden om op alle mogelijke manieren contact met haar, haar partner en het aan haar gelieerde netwerk op te nemen en zich te bevinden in de straten waar zij woonachtig is, naar school gaat en waar haar moeder woont, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met machtiging van de dochter om naleving van het verbod desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie af te dwingen. Voorts vordert de dochter haar vader te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

De vader voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vader betwist dat er een spoedeisend belang bij het gevorderde bestaat, aangezien het laatste incident al van twee maanden geleden dateert. Tijdens dit incident, dat op 12 juni 2016 plaatsvond, heeft hij zijn dochter even gesproken en heeft zij hem persoonlijk meegedeeld geen contact meer met hem te wensen. Deze boodschap is bij vader overgekomen en hij zal de wensen van zijn dochter respecteren. Dit heeft hij haar laten weten in een van 19 juli 2016 daterende op schrift gestelde en ondertekende verklaring, die hij aan zijn dochter heeft gestuurd.

4.2.

De ernst van hetgeen op 12 juni 2016 is voorgevallen, de ter zitting niet betwiste angst die bij de dochter leeft dat haar vader zal terugkomen op zijn voornemen om de wensen van zijn dochter te respecteren en dat dit weer zal leiden tot incidenten, maken naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang bij het gevorderde is gegeven. De voorzieningenrechter zal over gaan tot de materiële beoordeling.

4.3.

Een straat- of locatieverbod en, als afgeleide daarvan een contactverbod, vormen een inbreuk op het aan een ieder toekomende recht om zich vrijelijk te bewegen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

4.4.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door de dochter gepresenteerde feiten en omstandigheden, die door de vader ook niet worden ontkend, een dergelijke inbreuk rechtvaardigen.

4.5.

De voorzieningenrechter begrijpt de stellingen van vader aldus dat hij niet zozeer ontkent dat hij inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van zijn dochter heeft gemaakt, maar dat hij van mening is dat niet sprake is van een dusdanige stelselmatige en ontoelaatbare inbreuk dat die het gevorderde verbod rechtvaardigen. De vader heeft naar zijn zeggen gehandeld met de beste bedoelingen, namelijk het beschermen van zijn dochter tegen de gevolgen van een in zijn ogen onwenselijke relatie. Hij is daar – zo erkent hij – achteraf bezien wat in doorgeschoten, waarbij hij wel aantekent dat hij zich vaak uitgelokt en geprovoceerd heeft gevoeld door de vriend van zijn dochter. Het is nooit zijn bedoeling geweest om controle en toezicht te houden over het leven van zijn dochter, die 18 jaar is en haar eigen leven heeft. Na het voorval op 12 juni jongstleden is bij vader, naar zijn zeggen, de knop omgegaan en beseft hij dat hij niets kan doen. Om de verhouding met zijn dochter niet definitief te verslechteren beseft hij dat afstand nemen nu het beste is. Dat heeft vader ook gedaan. Vader heeft – zo stelt hij - heeft al twee maanden geen contact gehad of toenadering gezocht en hij heeft zijn dochter in een door hem opgestelde verklaring ook schriftelijk bevestigd dit niet te zullen doen.

4.6.

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting komt naar het oordeel van de voorzieningenrechter een beeld naar voren van een vader die in zijn streven om zijn dochter te beschermen ver gaat om in contact met haar te komen. Daarbij heeft hij, ondanks een meermaals gedaan verzoek van zijn dochter om dat niet te doen, veelvuldig telefonisch, per e-mail en social media contact met haar en met mensen uit haar omgeving gezocht. Vader is zelfs op 12 juni 2016 bij zijn dochter aan de deur is geweest op het adres dat zij voor hem verborgen heeft willen houden, wat is uitgemond in een incident met de vriend, waarbij vader is geslagen met een honkbalknuppel en waarbij vader pepperspray heeft gebruikt.

4.7.

In het licht bezien van gespannen verhoudingen tussen vader en dochter, de te begrijpen angst en onveilige gevoelens die bij de dochter leven, acht de voorzieningenrechter de toewijzing van een straat- en contactverbod gerechtvaardigd. Daarbij laat de voorzieningenrechter wegen dat deze maatregel enerzijds de dochter een middel in handen geeft om zich zo nodig te weren tegen het door haar gevreesde terugkomen van haar vader om zich van contact te onthouden. Een vrees waarvan de vader ook niet wil dat zijn dochter die voelt. Anderzijds is de strekking van het op te leggen verbod niet veel anders dan de toezegging die vader reeds in zijn verklaring van 19 juli 2016 jegens zijn dochter heeft gedaan, zodat ook in dat opzicht geen reden is om de op te leggen maatregelen als te vergaand te beschouwen.

4.8.

Het straatverbod zal worden toegewezen zoals gevorderd. Het belang van de dochter bij dit verbod is immers gelet op het vorenstaande voldoende aannemelijk. Daar tegenover is onvoldoende aannemelijk geworden welk concreet belang de man heeft om zich te begeven in genoemde straten. Dat het daardoor niet mogelijk is om dochter [X] in de woning van haar moeder te bezoeken, maakt dit niet anders, aangezien dit bezoek ook op een andere locatie, bijvoorbeeld bij de vader thuis, kan plaatsvinden.

4.9.

Ten aanzien van het gevorderde contactverbod ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het gevorderde verbod om contact op nemen met het aan de dochter gelieerde netwerk af te wijzen, omdat toewijzing onvermijdelijk zal leiden tot executieproblemen. Wie tot dat netwerk behoren is immers discutabel. Daarbij tekent de voorzieningenrechter wel aan dat de vader in de afwijzing van deze vordering geen vrijbrief moet lezen om te pas en te onpas contact op te nemen met mensen om informatie over zijn dochter te verkrijgen.

4.10.

In verband met de eisen van proportionaliteit en de wens om escalatie te voorkomen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de verboden toe te wijzen voor de duur van een half jaar na betekening van dit vonnis.

4.11.

Gelet op de toezegging van de man om zich van contact met zijn dochter te onthouden en de wens om escalatie te voorkomen, zal de voorzieningenrechter de gevorderde dwangsom afwijzen. Daarbij tekent de voorzieningenrechter wel aan dat de vader bij de eerst volgende schending van de op te leggen verboden, onverwijld opnieuw kan worden gedagvaard.

4.12.

De vordering om het gevorderde me de sterke arm van politie en justitie te bewerkstellingen zal worden afgewezen, reeds omdat van de zijde van de dochter ter zitting te kennen is gegeven dat inschakeling van politie en justitie niet het gewenste effect zal hebben.

4.13.

In de nauwe familierelatie tussen partijen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de kosten te compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt de vader gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te bevinden in de straten waar [eiseres] woonachtig is, waar zij naar school gaat en waar haar moeder woont,

5.2.

verbiedt de vader gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met zijn dochter en haar vriend,

5.3.

compenseert de kosten van dit geding aldus dat elke partij de eigen kosten draagt,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op

17 augustus 2016.1

1 type: coll: