Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:312

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-02-2016
Datum publicatie
02-02-2016
Zaaknummer
08.770196-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft met een 15-jarig meisje ontuchtige handelingen gepleegd die mede uit het seksueel binnendringen van dat meisje hebben bestaan.

Het hoeft naar het oordeel van de rechtbank geen betoog dat de onderhavige feiten een ernstige inbreuk op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer tot gevolg hebben gehad.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van negen maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast moet de verdachte zicht verplicht laten behandelen en moet hij het slachtoffer een schadevergoeding van 1275,79 euro betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.770196-15 (P)

Datum vonnis: 2 februari 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 januari 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging aan de verdachte luidt, dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 augustus 2015 in de gemeente Ommen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, zijn penis en/of een of meer vinger(s) in de

vagina van die [slachtoffer] geduwd/gedrukt/gebracht/gehouden;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 augustus 2015 in de gemeente Ommen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1999, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte:

- die [slachtoffer] ge(tong)zoend en/of in de nek en/of op de wang gekust/gezoend en/of

- ( al dan niet over de kleding heen) (over) de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] betast en/of gewreven.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs 1

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken dan wel op de inhoud van de bewijsmiddelen zoals die in de voetnoten zijn genoemd. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- aangifte van [slachtoffer] ;2

- verklaring verdachte.3

4.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de nacht van 10 op 11 augustus 2015 in de gemeente Ommen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, zijn penis en een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gedrukt/gebracht/gehouden;

2.

hij in de nacht van 10 op 11 augustus 2015 in de gemeente Ommen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1999, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte:

- die [slachtoffer] getongzoend en in de nek en op de wang gekust/gezoend en

- al dan niet over de kleding heen (over) de borsten en billen en vagina van die [slachtoffer] betast en/of gewreven;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 2

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met de in het reclasseringsadvies van 19 oktober 2015 genoemde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod. De officier van justitie heeft daartoe - kort samengevat- aangevoerd dat, gelet op de ratio van artikel 22b Sr en op de ernst van de zaak, niet met het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest kan worden volstaan.

De officier van justitie heeft verder ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gevorderd dat:

  • -

    het bedrag aan immateriële schade van € 1500,- en de schadepost “morning afterpil” worden toegewezen;

  • -

    de benadeelde partij ten aanzien van de overige gevorderde schade niet ontvankelijk wordt verklaard, nu deze schade niet rechtstreeks aan de benadeelde partij is toegebracht.

De verdediging heeft, onder verwijzing naar een drietal uitspraken in soortgelijke zaken, verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die qua duur gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat een gevangenisstraf van langere duur grote gevolgen voor (onder meer) verdachtes financiële situatie en zijn gezin zal hebben. De verdediging heeft zich wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] aangesloten bij wat de officier van justitie heeft gevorderd, met dien verstande dat de verdediging heeft verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen.

7.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Verdachte heeft met een 15-jarig meisje ontuchtige handelingen gepleegd die mede uit het seksueel binnendringen van dat meisje hebben bestaan. Verdachte verbleef in de zomer van 2015 op een camping alwaar hij het slachtoffer heeft ontmoet. In verdachtes caravan hebben het slachtoffer en verdachte onder invloed van alcohol seks met elkaar gehad. Verdachte heeft daarbij geen condoom gebruikt, waardoor het slachtoffer de volgende dag een morning afterpil heeft geslikt. Voor het meisje was het de eerste keer dat zij met iemand geslachtsgemeenschap had. Er was daarbij geen sprake van een gelijkwaardige relatie, temeer gelet op de 41-jarige leeftijd van de verdachte en de jonge leeftijd van het slachtoffer. Naar algemene ervaringsregels kan een dergelijke ervaring grote en langdurige (psychische) gevolgen voor het slachtoffer veroorzaken.

Blijkens het rapport van Reclassering Nederland, d.d. 19 oktober 2015, en het verhandelde ter zitting heeft verdachte de verantwoordelijkheid voor de feiten genomen. Anders dan in het rapport staat vermeld, heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij het slachtoffer helemaal niets kwalijk neemt. De aanleiding tot de feiten lijkt volgens de reclassering te zijn gelegen in het gebrek aan copingvaardigheden en het daarmee samenhangende impulsieve grensoverschrijdende gedrag. Er was ten tijde van de feiten sprake van meerdere stresserende omstandigheden, waaronder financiële problemen en een gebrek aan intimiteit in de relatie met zijn vriendin, die er mede toe hebben geleid dat verdachte zich onder invloed van alcohol heeft laten verleiden tot directe behoeftebevrediging zonder daarbij over de gevolgen na te denken.

Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld. Verdachte is blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie sinds 2007 niet meer veroordeeld en er is geen sprake van een patroon. Verdachte is niet bekend met zedenproblematiek en heeft sinds de huidige tenlastelegging geen contact meer met het slachtoffer gehad. Daarnaast heeft hij zijn leven op dit moment op meerdere gebieden redelijk op orde, waardoor de stress is afgenomen. Desalniettemin is het gevaar op recidive gezien de hiervoor genoemde beperkte copingvaardigheden en verdachtes impulsieve (seksueel) grensoverschrijdende gedrag, niet uit te sluiten indien verdachte niet wordt behandeld. Hoewel verdachte geen concrete hulpvraag heeft, staat hij wel open voor begeleiding en behandeling binnen een juridisch kader. Of en in hoeverre er sprake is van problemen rondom seksualiteit, zal moeten blijken uit diagnostiek en/of behandeling bij een forensische polikliniek. De reclassering heeft geadviseerd verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting en een contactverbod met het slachtoffer. Verdachte heeft verklaard zich aan de voorwaarden te zullen houden. Ter zitting is gebleken dat verdachte reeds met de ambulante behandeling bij Transfore is gestart.

Ten aanzien van de bewezenverklaarde zedendelicten zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geen oriëntatiepunten vastgesteld. De rechtbank ziet daarom aanleiding aansluiting te zoeken bij de straftoemeting in soortgelijke zaken. Daarnaast moet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht worden toegepast. Het hoeft naar het oordeel van de rechtbank geen betoog dat de onderhavige feiten een ernstige inbreuk op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer tot gevolg hebben gehad. De rechtbank zal bij de bepaling van de straf rekening houden met verdachtes persoonlijke omstandigheden, het feit dat hij verantwoordelijkheid voor de feiten heeft genomen en de omstandigheid dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Echter, de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de genoemde gevolgen voor het slachtoffer rechtvaardigen dat verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd die qua duur langer is dan het reeds ondergane voorarrest. De rechtbank ziet tevens aanleiding een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen met de voorgestelde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod. De voorwaardelijke gevangenisstraf zal van behoorlijke duur zijn, om verdachte er van te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen en om hem te motiveren de bijzondere voorwaarden na te leven en de behandeling bij Transfore af te maken. Alles overwegende acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] , gemachtigde [gemachtigde] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.987,55, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de strafbare feiten zijn gepleegd. Deze schade bestaat uit een bedrag van € 1500,- aan immateriële en een bedrag van € 487,55 aan materiële schade. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is vast komen te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde. De gevorderde schade onder de posten “gederfde inkomsten” en “reiskosten en parkeerkosten”, die niet dan wel onvoldoende door de verdediging zijn betwist, acht de rechtbank in beginsel op grond van het bepaalde in artikel 107 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voor toewijzing vatbaar. De rechtbank ziet aanleiding de gevorderde “gederfde inkomsten” voor de helft toe te wijzen, nu aannemelijk is geworden dat de helft van de aangevoerde uren ten behoeve van de onderhavige zaak is opgenomen. De gevorderde immateriële schade, die deels is betwist, acht de rechtbank tot een bedrag van € 1000,- redelijk. De gevorderde kosten van de morning afterpil, die niet zijn betwist, zullen eveneens worden toegewezen. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.275,79 , te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd tot de dag der algehele voldoening. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het meer gevorderde niet ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 2

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van negen maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen volgend op het vonnis moet melden bij de reclassering. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden en zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen voor zijn gebrek aan copingvaardigheden en daarmee samenhangende impulsieve (seksueel) grensoverschrijdend gedrag bij Transfore of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- draagt de reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , gemachtigde [gemachtigde] , van een bedrag van € 1.275,79 (zegge: duizend tweehonderd vijfenzeventig euro en negenenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.275,79 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 22 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. L.J. Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van Politie IJsselland, Team Tactische Recherche, Afdeling Zeden, onder dossiernummer PLO600-2015392733, opgemaakt op (d.d.) 3 september 2015.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , pagina 16 t/m 26.

3 De door verdachte op de terechtzitting van 19 januari 2016 afgelegde bekennende verklaring.