Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3077

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-08-2016
Datum publicatie
08-08-2016
Zaaknummer
5082609 WM VERZ 16-114
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betrokkene heeft een elektrische fiets. Hij kreeg een sanctie van € 330 voor het “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. De officier van justitie had het administratief beroep onvoldoende gemotiveerd ongegrond verklaard. Een voor de kantonrechter onthutsend beeld ontstaat als hij over het internet surft op zoek naar de informatie die een leek kan vinden op zoek naar het antwoord op de vraag of voor deze elektrische fiets een WA-verzekering moet worden afgesloten. Op grond van de regelgeving was oplegging van een sanctie wel terecht. De fiets moest namelijk inderdaad WA-verzekerd zijn. Maar de omstandigheden van dit geval zijn wel aanleiding om de sanctie te matigen tot € 100.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2016/62 met annotatie van J.W. van der Hulst

Uitspraak

proces-verbaal

tevens aantekening mondelinge beslissing Wahv

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - zittingsplaats Enschede

zaaknummer : 5082609 WM VERZ 16-114

CJIB-nummer : 193931797

In de Mulder beroepszaak met het hierboven genoemde zaaknummer heeft

[betrokkene] ,

[adres] ,

[woonplaats] ,

een beroepschrift ingediend. Op de openbare zitting van 4 augustus 2016 heeft

mr. F.C. Berg, kantonrechter, betrokkene en zijn vrouw [vrouw betrokkene] en mr J. Meerdink namens de officier van justitie gehoord.

Het volgende is ter zitting voorgevallen, besproken en door de kantonrechter overwogen:

Aan betrokkene is op 11 december 2015 een sanctie opgelegd van € 330,-- vermeerderd met € 7,-- administratiekosten, ter zake van een bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) omschreven gedraging die in strijd is met een op het verkeer betrekking hebbend voorschrift, te weten: feitcode A902, “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”, gepleegd op 22 oktober 2015 in de gemeente Hengelo, voor het voertuig met kenteken [kenteken 1] .

Aan zijn vrouw was op 14 december 2015 eenzelfde boete opgelegd voor dezelfde gedraging gepleegd op 27 oktober 2015, ten aanzien van het voertuig met kenteken [kenteken 2] .

Betrokkene heeft op 15 december 2015 administratief beroep ingesteld en kort gezegd aan dat beroep ten grondslag gelegd dat hij en zijn vrouw twee elektrische fietsen hebben gekocht, één voor haar op 5 september 2015 en één voor hem op 9 september 2015. Op de verjaardag van de man, 27 oktober 2015, zouden beide fietsen in gebruik worden genomen. Tot die tijd zouden ze in de berging blijven staan. Het stel verkeerde in de veronderstelling dat een WA-verzekering voor deze fietsen nodig was maar dat die niet hoefde te lopen zolang de fietsen in de berging stonden. De WA-verzekeringsaanvraag werd op 3 oktober 2015 bij de verzekeringsmaatschappij ingediend met als gewenste ingangsdatum 27 oktober 2015, dus al voor de gedraging werd gepleegd waarvoor zij nu een boete hebben gekregen. De verzekeringsmaatschappij bood meteen twee weken voorlopige dekking aan hangende de aanvraag. Doordat de verzekeringsaanvraag ook is geaccepteerd per 27 oktober 2015 en er voorlopige dekking was tussen 3 en 17 oktober 2015 is er tussen de aanvraag en de ingangsdatum ook maar een beperkte tijd geweest zonder dekking: tien dagen.

Er is ook geen waarschuwing gestuurd of informatie gegeven over de noodzaak dat er al een verzekering moest zijn ook al staat de fiets in de berging, en ook informatie over de mogelijkheid om het kenteken van de fiets te schorsen is niet gegeven. Bij APK keuringen gebeurt dat wel.

De boete staat niet in verhouding tot de premie: voor het geld van een boete kan je zeveneneenhalf jaar premie betalen.

Betrokkene verwijst verder naar de categorieën die de RDW onderscheidt en betrokkene vraagt zich af waar hun elektrische fiets onder valt. De RDW noemt hun fiets een bromfiets maar de kenmerken voor bromfiets die de RDW zelf noemt op zijn website passen niet op hun fiets, zoals punten over opvoeren en ankerpunten. Verder zijn de uiterlijke kenmerken anders en zit er geen geel kentekenplaatje op hun fiets maar een blauwe, is er geen helmplicht en dergelijke.

Betrokkene keek ook naar de constructiesnelheid. Gazelle zegt dat deze 45 km/uur is maar op het kentekenbewijs staat dat de maximale constructiesnelheid 18 km/uur is. Op de website wordt over de onderhavige voertuigen kijkend op hun respectievelijke kenteken aangegeven bij het vermogen 0,01 kW maar op het kentekenbewijs staat 0,35 kW. Volgens de RDW past bij een maximale constructiesnelheid van 18 km/uur geen verplichting tot een WA-verzekering. Dit is dan geen highspeed fiets.

De officier van justitie heeft dat beroep ongegrond verklaard omdat betrokkene als kentekenhouder het voertuig niet verzekerd of geschorst had. Daarover heeft de RDW betrokkene geïnformeerd met een brief en als betrokkene van mening was dat hij het voertuig wel verzekerd had of geschorst, dan had hij dat binnen zes weken kunnen laten weten. Het is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de beschikking niet aan betrokkene had mogen worden opgelegd. Betrokkene had op de hoogte moeten zijn van de verzekeringsplicht of de schorsingsplicht. Betrokkene kan zich niet beroepen op het feit dat hij niet op de hoogte was van de wettelijke bepalingen. Bij de RDW (www.rdw.nl) kan betrokkene hierover informatie inwinnen.

In het beroep tegen die beslissing heeft betrokkene aangegeven dat zijn standpunten in de beslissing slecht zijn verwoord. De officier van justitie gaat geheel voorbij aan zijn standpunten. De verantwoordelijkheid voor de kennis van de regels wordt geheel bij hem gelegd maar de overheid heeft een informatieplicht. Verder is er niet op gereageerd dat de boete buiten proportie is en wordt helemaal niet ingegaan op de benaming van hun voertuig, waardoor nog steeds niet duidelijk is waarom er eigenlijk een verzekering verplicht zou zijn.

Ter zitting heeft betrokkene het kentekenbewijs getoond. De kantonrechter heeft vastgesteld dat daarbij als vermogen staat aangegeven: 0,35 kW. Ook staat er dat de maximum snelheid 18 km/uur is.

Betrokkene heeft het standpunt nog eens belicht. Hij geeft aan dat hij vanaf het begin wist dat een WA-verzekering voor deze fiets nodig is als die wordt gebruikt (hij had eerder al eenzelfde soort fiets), maar hij voelt zich met de beslissing van de officier van justitie helemaal niet serieus genomen.

De kantonrechter houdt partijen voor dat hij bij de voorbereiding op de website van de RDW eerst op kenteken naar de informatie over de specifieke voertuigen van betrokkene en zijn vrouw heeft gekeken omdat de informatie op de kopieën van de prints die betrokkene had ingestuurd met zijn administratief beroepschrift in het dossier wat onduidelijk leesbaar was. Wat hem bleek, en hij geeft partijen een kopie van zijn prints, is dat daar niet staat dat het vermogen van beide fietsen 0,01 kW is, maar dat er over het vermogen alleen staat: vermogen/massa rijklaar: 0,01 kW/kg. Dat is wat anders dan de aanduiding op het kentekenbewijs waar staat: vermogen: 0,35 kW.

De kantonrechter geeft aan dat hij bij de voorbereiding de regelgeving heeft opgezocht en van die regelgeving geeft hij partijen een print. Artikel 30, tweede lid, Wet aansprakelijkheid motorrijtuigen bepaalt dat ook bij het enkele bezit van een motorrijtuig een WA-verzekering moet zijn afgesloten. Lezing van artikel 1 van de WAM leert dat in de WAM onder motorrijtuigen ook elke fiets met elektrische trapondersteuning wordt begrepen. (motorrijtuigen: alle rij- of voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven over de grond te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders). Artikel 1 van het Besluit vrijstelling voor fietsen met trapondersteuning van aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van 28 augustus 2006 zondert daarvan uit de bezitter van een fiets met trapondersteuning als bedoeld in artikel 1, onderdeel ea, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 1, onderdeel ea, van de WVW 1994 bepaalt dan vervolgens dat fietsen met trapondersteuning fietsen zijn die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continuvermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen.

De kantonrechter houdt partijen voor dat als je het naar die regels bekijkt, de fiets van betrokkene met een motorvermogen van 0,35 kW, dat wil zeggen meer dan 0,25 kW, dus inderdaad een fiets lijkt te zijn die niet is uitgezonderd van de WA-verzekeringsplicht en dat het er dan dus niet toe lijkt te doen of dit voertuig verder wel of niet onder de categorie bromfiets valt en of je er 18 km/uur of 45 km/uur mee kan rijden. Partijen mogen daar natuurlijk op reageren.

De man van betrokkene geeft aan dat hij er ook vanaf de aankoop al vanuit ging dat de verzekeringsplicht gold maar dat hij zelf niet had kunnen vinden waarom en dat de officier van justitie dat ook niet heeft uitgelegd in zijn beslissing.

De kantonrechter houdt verder aan beide partijen voor dat hijzelf ook bij de voorbereiding van deze zaak is gaan googlen om te zien wat voor informatie je op het internet kan vinden als je je voor de aanschaf van een elektrische fiets wil informeren of als je bijvoorbeeld door de beslissing van de officier van justitie naar de website van de RDW wordt verwezen.

Bij de kantonrechter is vervolgens een onthutsend beeld ontstaan. De website van de RDW geeft de Particulier via een knopje toegang tot informatie over het voertuig “fiets”: dan krijgt men informatie over “Controleren of een fiets gestolen is”. Verder is er op die bladzijde één knop, met de naam “Speed pedelec”. Misschien leefde de kantonrechter tot dat moment in een ivoren toren maar dit was de eerste keer in zijn leven dat hij dit woord tegenkwam. De informatie over dit voorwerp die men door te drukken tevoorschijn tovert is dat met ingang van 1 januari 2017 de regels voor fietsen met electrische trapondersteuning met een maximale snelheid tussen de 25 km per uur en de 45 km per uur (speed pedelec) veranderen. Vanaf deze datum krijgt de speed pedelec een gele kentekenplaat en moet u voldoen aan de regels die gelden voor een bromfiets. Op die bladzijde kan men vervolgens klikken op een link “voor meer informatie over de speed pedelec op deze website bij het onderwerp brommer”. Doet men dat dan kan men komen bij een pagina “Nieuwe regels voor speed pedelec”. Daar staat dan nog wat meer over de komende veranderingen en het waarom daarvan. Ook is er een verwijzing voor meer informatie naar “de website van de rijksoverheid”. Overigens heeft de kantonrechter op de website van de RDW geen informatie aangetroffen over de vraag welke elektrische fiets nu wel en welke niet verzekerd moet zijn, of dat ook geldt voor fietsen die niet gebruikt worden of over de mogelijkheid tot schorsing van het kenteken van een elektrische fiets.

Door op het linkje naar de informatie van de rijksoverheid te drukken komt de volhardende zoeker bij een pagina Wanneer mag ik op een speed pedelec rijden? Uit de rubriek vraag en antwoord van rijksoverheid.nl. Die gaat er kennelijk vanuit dat de vraagsteller die dit woord in zijn vraag noemt, ook wel weet wat het is. Hoe dan ook, het vet gedrukte antwoord is kortgezegd dat men met een speed pedelec de openbare weg op mag wanneer het een snorfietskenteken of bromfietskenteken heeft. De RDW geeft de typegoedkeuring af en ook een kenteken. De regels veranderen per 1 januari 2017. Dan volgt in niet vetgedrukte letters een hoofdstukje over de Regels voor speed pedelecs als snorfiets. De speed pedelec kan als snorfiets wordt gekeurd. Daarbij wordt door de RDW alleen naar de constructiesnelheid zonder meetrappen gekeken. Tot 25 km/uur is het een snorfiets. Dan mag u niet harder rijden dan 25 km per uur binnen en buiten de bebouwde kom en dan gelden nog vijf opgesomde regels. Eén daarvan is “dat u voor uw speed pedelec een verzekering nodig heeft tegen wettelijke aansprakelijkheid”

De kantonrechter valt daarbij op dat het wettelijke criterium van het maximale motorvermogen voor de vrijstelling van de WA-verplichting niet op deze plaats genoemd wordt, terwijl de constructiesnelheid juist niet maatgevend is voor de verzekeringsplicht. Een en ander zal verband houden met het feit dat op die pagina met name een onderscheid wordt uitgelegd tussen de speed pedelec die snorfiets is en de speed pedelec die bromfiets is. Overigens heeft de kantonrechter op rijksoverheid.nl geen ter zake dienende informatie gevonden.

De kantonrechter heeft gezocht op www.overheid.nl, onder “particulieren”. De zoektermen electrische fiets, elektrische fiets, e-bike en ebike geven alle nul treffers. Zoekterm “Fiets” geeft vier treffers, namelijk over Criminaliteit, inzage in het fietsdiefstalregister, Opkopersregister bij handel in tweedehands goederen, Recreatieschappen en Kenteken voor snelle fiets. Op deze laatste link drukkend komt men bij een pagina over dat onderwerp met informatie over de veranderingen per 1 januari 2017. De kantonrechter trof geen informatie aan over de verzekeringsplicht: voor welk elektrische fiets wel en voor welke niet?

De kantonrechter googlede verder, vertrouwend dat de ANWB als moeder van alle wielerbonden de geïnteresseerde leek verder zou helpen. Aanvankelijk tevergeefs. Via de homepage was geen enkele link te vinden die de kantonrechter kon leiden naar informatie over de verzekeringsplicht. De knop “Verzekeringen” leidt niet tot informatie over de vraag welke elektrische fiets wel en welke niet WA-verzekerd moet worden. Later is de kantonrechter googlend wel weer teruggekomen bij de ANWB, en wel op de zeer informatieve webpagina, www.anwb.nl/juridisch-advies-/in-het-verkeer/verkeersrgels/regels-voor-electrische-fietsen. De kantonrechter wilde deze pagina vervolgens toch ook vinden via de homepage. Door op de homepage van de ANWB “electrische fiets” of “elektrische fiets” als zoekterm in te toetsen kreeg de kantonrechter respectievelijk 1210 en 1170 treffers. Eén daarvan is deze informatieve pagina met voor zover de kantonrechter zag, de juiste informatie. Overigens: net iets gerichter zoeken met de zoektermen “Elektrische fiets verzekering” geeft nog steeds 1090 treffers, waarvan de eerste vijf “E-bike verzekering nu goedkoop afsluiten”, “Verzekering elektrische fiets”, “ANWB Kampioen – de ultieme elektrische fietsentest, 2015”, “Elektrische fiets kopen? Lees deze info” en “ANWB – Wetgeving en regels rondom elektrische fietsen” allemaal niet leiden tot het antwoord op de vraag voor welke fiets de WA-verzekeringsplicht geldt. De pagina met de juiste informatie komt niet aan het begin van het rijtje voor.

In zijn zoektocht kwam de kantonrechter ook nog langs de uitgebreide koopwijzer op www.elektrischefietsen.com en langs websites van diverse verzekeringsmaatschappijen. Nergens trof de kantonrechter het antwoord op de vraag aan.

Betrokkene geeft nogmaals aan dat het voor hen geen vraag was, maar dat ze er vanuit waren gegaan dat die verzekeringsplicht niet geldt als de fiets in de berging staat.

De officier van justitie heeft zich ter zitting vervolgens op het standpunt gesteld dat het beroep gegrond moet worden verklaard. Duidelijk is dat de fiets van betrokkene WA-verzekerd had moeten zijn. Dat die stilstond in de berging is niet relevant en betrokkene had dat behoren te weten. Gelet op de korte duur van het niet verzekerd zijn en de overige bijzondere omstandigheden van het geval is de officier van justitie van mening dat de boete gehalveerd zou moeten worden.

De kantonrechter overweegt het volgende.

Het beroep is tijdig ingesteld en betrokkene heeft binnen de bij de Wahv bepaalde termijn zekerheid gesteld, zodat het beroep ontvankelijk is.

Betrokkene heeft op het uitgebreid onderbouwde administratief beroepschrift geen relevante reactie gekregen. In wezen is niet op enige naar voren gebrachte grond ingegaan. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie moet alleen al vanwege dat motiveringsgebrek gegrond verklaard worden en de beslissing van de officier van justitie moet vernietigd worden.

De kantonrechter zal nu zelf het administratief beroep tegen de sanctie beoordelen.

Zoals hierboven uiteengezet is, is voor de vraag of het voertuig van betrokkene WA-verzekerd moest zijn, niet van belang of de elektrische fiets van betrokkene nu wel of niet een fiets, een snorfiets of een bromfiets is. Het onderscheid tussen deze voertuigen is niet van belang voor de vraag of er een WA-verzekeringsplicht is. Voor de beoordeling is met name van belang is dat het motorvermogen boven de 0,25 kW ligt. Daarmee is het een motorrijtuig dat niet onder de uitzondering valt en geldt voor deze elektrische fiets een WA-verzekeringsplicht.

Betrokkene ging daarvan ook zelf uit. Alleen was betrokkene zich niet bewust dat de verzekeringsplicht ook geldt als de fiets in de berging staat.

De kantonrechter is van oordeel dat die onwetendheid de gedraging niet verontschuldigt. Hoe wrang het misschien ook aanvoelt in de omstandigheden die de kantonrechter hierboven over de informatie op internet heeft geschetst, iedere burger wordt geacht de wet te kennen. Het kan niet zo zijn dat alleen de mensen die de regels kennen gestraft kunnen worden en de mensen die zeggen ze niet kennen niet. Dan gaat niemand zich meer iets afvragen of opzoeken, en bovendien is doorgaans slecht te bewijzen dat iemand iets weet die dat zelf ontkent.

Voor informatie van betrokkene kan worden opgemerkt dat de verzekeringsplicht ook voor stilstaande voertuigen geldt omdat dit de controle en handhaving veel gemakkelijker uitvoerbaar maakt, zodanig zelfs dat die controle bijna totaal kan zijn. In dit geval hadden betrokkenen dit misschien ook zelf kunnen bedenken of specifiek over de verplichting bij het in de berging staan navraag kunnen doen bij hun verzekeringsmaatschappij. Dat zij zelf van een onjuiste veronderstelling uitgingen zonder enig voorafgaand onderzoek verontschuldigt de overtreding niet.

Het boetebedrag is door de minister van Veiligheid en Justitie inderdaad op een vrij hoog bedrag vastgesteld. Daarbij is waarschijnlijk niet de verhouding tot de premie richting gevend geweest maar wel de overweging dat de ernst en gevolgen van onverzekerd zijn voor verkeersslachtoffers zo groot kunnen zijn. De nakoming van de verzekeringsplicht en de regelmatige premiebetaling wordt vanzelf groter als er een wijdverspreid bewustzijn is van een forse kans is op een forse boete en dat het dus niet loont om er slordig mee om te gaan of de premiebetaling uit te stellen.

Waar in het algemeen ook geldt dat de overheid niet hoeft te waarschuwen voordat een boete opgelegd kan worden, zo geldt dat in WA-verzekeringszaken des te meer. Juist het belang van het verzekerd zijn voor eventuele verkeersslachtoffers, brengt zich mee dat eigenaren van voertuigen niet in de verleiding moeten komen om met verzekeren te wachten totdat zij hun eerste waarschuwing hebben gekregen. Hier ligt ook een belangrijk verschil met de APK, waarbij overigens natuurlijk ook alleen aan bestaande eigenaren een aankondiging van de afloop van hun vorige APK-goedkeuring gezonden kan worden en niet een waarschuwing gestuurd kan worden aan mensen die alleen maar overwegen een niet APK-goedgekeurd voertuig te kopen en die niets weten over de APK.

Overigens is deze kantonrechter voor zover hij weet hooguit één keer eerder met een zaak over de verzekering van een elektrische fiets geconfronteerd. Daaruit mag misschien voorzichtig worden geconcludeerd dat de fietsenwinkels doorgaans goede voorlichting geven bij de verkoop over het bestaan van de WA-verzekeringsplicht.

De conclusie is dat terecht een sanctie is opgelegd.

Een vraag is dan overigens nog welk bedrag daarbij hoort.

De kantonrechter stelt voorop dat op de sanctiebeschikking staat dat sanctie is gegeven voor de gedraging met feitcode A902, “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. Vandaar misschien ook de twijfel van betrokkene of zijn fiets door de RDW terecht als bromfiets wordt gezien. In de Bijlage bij de Wahv waarin de tarieven voor de verschillende administratiefrechtelijk gehandhaafde gedragingen staan opgesomd, wordt de gedraging met feitcode A902 iets anders en ruimer omschreven, te weten “als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden.” Feitcode A915 is er voor de gedraging “als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregsiter is ingeschreven, voor een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld, niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden”. Beide feitcodes verwijzen naar artikel 30, tweede lid, WAM. Evident is dat één van beide feitcodes van toepassing is: de elektrische fiets is hetzij een motorrijtuig, niet zijnde een brommer, hetzij het is een motorrijtuig, zijnde een brommer. Voor de vraag welke feitcode van toepassing is, is dus van belang of de fiets van betrokkene beschouwd moet worden als een bromfiets in de zin van (de Bijlage van) de Wahv. De Wahv geeft zelf geen definitie van het begrip bromfiets. De WAM ook niet. De kantonrechter zal niet in de wetsgeschiedenis duiken om er meer over te weten te komen. Want gelet op het feit dat het sanctiebedrag van feitcode A915 op 22 oktober € 400 was en voor feitcode A902 €330 kan de kantonrechter billijken dat de verbalisant bij de RDW die de sanctie heeft opgelegd heeft gekozen voor het als bromfiets beschouwen van de fiets van betrokkene. Die feitcode zal de kantonrechter daarom niet wijzigen in A915, mocht daartoe op grond van de wetsgeschiedenis al aanleiding bestaan.

Wel zijn er bijzondere omstandigheden die naar het oordeel van de kantonrechter aanleiding moeten zijn voor een matiging van het bedrag van de sanctie, en wel een sterkere matiging dan de officier van justitie heeft voorgesteld. Die omstandigheden zijn met name het gegeven dat het hier gaat om twee soortgelijke fietsen in één gezin, het feit dat de kantonrechter twijfelt of de minister een even hoog bedrag passend vindt bij dit type elektrische fiets als bij de bromfiets waarvoor de minister het lagere tarief expliciet heeft vastgesteld, het feit dat beide fietsen maar kort onverzekerd waren, dat de verzekering per de te late datum al was aangevraagd en geaccepteerd voordat de overtreding werd gepleegd, de aannemelijkheid dat de fietsen in de dagen voor de ingangsdatum van de verzekering/verjaardag van de man van betrokkene niet gebruikt werden en de teleurstellende, gebrekkige beslissing van de officier van justitie, die overigens kennelijk ook zelf niet op www.rdw.nl heeft gekeken voordat hij ernaar verwees.

De kantonrechter is, alles overwegende, van oordeel dat er voldoende aanleiding bestaat om het administratief beroep tegen de opgelegde sanctie gedeeltelijk gegrond te verklaren en de opgelegde sanctie net als in de zaak van zijn vrouw te matigen tot € 100.

Beslissing:

Verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze.

Verklaart het beroep tegen de inleidende sanctie gedeeltelijk gegrond en wijzigt deze aldus dat het bedrag van de sanctie wordt gesteld op € 100,-- (exclusief administratiekosten).

Bepaalt dat hetgeen door betrokkene boven dit bedrag aan zekerheid is gesteld aan betrokkene wordt terugbetaald.

Aldus gegeven te Enschede door mr. F.C. Berg, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 4 augustus 2016.

Afschrift toegezonden aan betrokkene en de officier van justitie op:

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken vanaf datum van toezending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de rechtbank, sector straf, locatie Almelo (postadres: postbus 323, 7600 AH Almelo) en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Het beroepschrift mag niet via email worden ingediend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.

Namens de officier van justitie werd ter zitting afstand gedaan van het recht om in hoger beroep te gaan.