Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:3002

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-07-2016
Datum publicatie
01-08-2016
Zaaknummer
08/760062-16 en 08/710681-12 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met een zijn broer in een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan afpersing, verduistering van een auto, diefstal van benzine, kentekenplaten en inbraak in een tankstation waar sigaretten en shag zijn weggenomen.

Een overval is voor degene die overvallen wordt een zeer ingrijpende, angstwekkende gebeurtenis. Hierbij heeft verdachte klaarblijkelijk in het geheel niet stilgestaan, hetgeen de rechtbank hem kwalijk neemt.

Enkel een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur doet naar het oordeel van de rechtbank recht aan de ernst van de door verdachte gepleegde feiten. Bij de bepaling van de hoogte daarvan houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat hij openheid van zaken heeft gegeven en heeft meegewerkt aan het onderzoek. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is voor deze feiten.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar. Daarnaast gelast de rechtbank de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf van tien maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/760062-16 en 08/710681-12 (tul)

Datum vonnis: 5 juli 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

nu verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp in Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 juni 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw
mr. J.A.A.M. Rupert, advocaat te Haaksbergen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander dan wel alleen:

feit 1: zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal met (bedreiging met) geweld;

feit 2: zich heeft schuldig gemaakt aan verduistering van een auto;

feit 3: zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van benzine dan wel verduistering van die benzine;

feit 4: zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van kentekenplaten dan wel heling van kentekenplaten;

feit 5: zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal door middel van braak/verbreking van sigaretten en shag.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 3 maart 2016,

in de gemeente Wierden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (tijdens zijn

werkzaamheden van/als assistent-manager bij de [supermarkt]) heeft

gedwongen tot de afgifte van (een) (hoeveelheid) geld(bedrag), in elk geval

van enig goed, geheel, of ten dele toebehorende aan de [supermarkt] en/of

de [supermarkt] (gelegen aan de [adres 1] ), in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s):

- ( geheel) in het donker/zwart gekleed en/of voorzien van een geheel of

gedeeltelijk over/voor zijn/hun hoofd/gezicht getrokken

sjaal /doek/(bivak)muts, althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of

gedeeltelijk bedekt gezicht - zich naar/in voornoemde supermarkt heeft/hebben

begeven en/of

- ( vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of

puntig voorwerp en/of een (zogenaamd) stroomstootwapen heeft/hebben

getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens) voornoemd mes, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp

en/of dat stroomstootwapen op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht (gehouden)

(waarbij voornoemd stroomstootwapen (telkens) door verdachte(n) werd

geactiveerd) en/of

- ( vervolgens) (daarbij) die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon)

heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer 1] de kluis moest

openmaken en dat verdachte(n) alles wilde(n) hebben en/of

- ( vervolgens) (daarbij) die [slachtoffer 1] en/of een personeelslid, genaamd [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] naar het (zogenaamde) kashok (waar de kluis stond) heeft/hebben

gedirigeerd en/of

- ( vervolgens) (daarbij) — terwijl ze zich in het kashok bevonden - die [slachtoffer 2]

(op dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven

— dat zij op een stoel moest gaan zitten en/of (zich) niet moest bewegen en/of

- ( vervolgens) (daarbij) die [slachtoffer 2] (voortdurend) met een mes heeft/hebben

bedreigd en/of

- ( vervolgens) (daarbij) die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben

meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer 1] de kluis voor hen moest

openmaken en/of

- ( vervolgens) (daarbij) (toen bleek dat het nog een aantal minuten zou gaan

duren voordat die [slachtoffer 1] - in verband met een tijdvertraging - de kluis kon

openen) die [slachtoffer 1] (tevens) (op dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben

meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat hij/zij de beveiligingsbeelden van de

COOP wilde(n) en/of

- ( vervolgens) (daarbij/daarna) (wederom) die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende

toon) heeft/hebben meegedeeld — zakelijk weergegeven - dat de kluis open moest

en/of

- ( vervolgens) (daarbij/daarna) (wederom) die [slachtoffer 1] (op dwingende/gebiedende

toon) heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat hij/zij het geld

uit de kluis wilde(n) hebben en/of

- ( vervolgens) (daarbij) - toen die [slachtoffer 1] (uiteindelijk) de kluis kon

openen/had geopend - die [slachtoffer 1] de opdracht heeft/hebben gegeven om de inhoud

van de kluis (zijnde een (grote) hoeveelheid geld) in een (sport)tas over te

pakken en/of

- ( vervolgens) voornoemde (gevulde) (sport)tas heeft/hebben meegenomen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2016 tot en met 3 maart 2016,

te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf en/of de gemeente Wierden,

althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een (personen) auto (merk Toyota AYGO), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan (de firma) [autoverhuurbedrijf] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke (personen)auto verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door

misdrijf, te weten krachtens een (schriftelijke) huurovereenkomst - onder (de)

gehoudenheid om voornoemde (gehuurde) (personen)auto op tijd/binnen de in de

huurovereenkomst afgesproken termijn (weer) terug te brengen - onder zich

had (den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

3.

hij op of omstreeks 3 maart 2016,

te Vriezenveen, gemeente Twenterand,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(een hoeveelheid) benzine, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan (tankstation) [tankstation 1] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader(s);

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 3 maart 2016,

te Vriezenveen, gemeente Twenterand,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk (een hoeveelheid) benzine , in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan (tankstation) [tankstation 1]

[tankstation 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke (hoeveelheid) benzine verdachte en/of zijn

mededader(s) anders dan door misdrijf,

te weten onder (de) gehoudenheid om voor die (hoeveelheid) benzine te betalen,

onder zich had (den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

4.

hij in of omstreeks de periode van (de nacht van) 2 februari 2016 tot en met

(op) 3 februari 2016, in de gemeente Almelo,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een of meer kentekenpla(a)t(en) ( [kenteken 1] ), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 2 februari 2016 tot en met 3 maart 2016,

in de gemeente Almelo en/of de gemeente Wierden,

althans (in ieder geval) (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een goed, te weten een of meer kentekenpla(a)t(en) ( [kenteken 1] ) heeft/hebben

verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);

5.

hij op of omstreeks 3 februari 2016,

te Geesteren, gemeente Tubbergen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een tankstation

( [tankstation 2] ), gelegen aan de [adres 2] ,

heeft/hebben weggenomen een (zeer) grote hoeveelheid sigaretten en/of shag,

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation 2] en/of [slachtoffer 4] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1, 2, 3 primair, 4 primair en 5 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar met aftrek van de tijd die verdachte in preventieve hechtenis heeft doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts geconcludeerd tot (hoofdelijke) toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 1.105,--. Tevens heeft de officier van justitie de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Ten slotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging onder het parketnummer 08/710681-12 wordt toegewezen.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs1

5.1

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 primair

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3 primair op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

Feit 1:

  1. het proces-verbaal van verhoor van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

  2. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 4 maart 2016, pag. 15 t/m 18;

  3. het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 4 maart 2016, pag. 19 t/m 20.

Feit 2:

  1. het proces-verbaal van verhoor van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

  2. het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , van 10 maart 2016, pag. 192 t/m pag. 194;

  3. het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens [autoverhuurbedrijf] van 3 maart 2016, pag. 184 t/m 188.

Feit 3 primair:

  1. het proces-verbaal van verhoor van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

  2. het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens [tankstation 1] van 10 maart 2016, pag. 202 t/m pag. 208.

5.2

Ten aanzien van feit 4

5.2.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht het onder 4 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Volgens de officier van justitie kan op basis van het dossier wettig en overtuigend bewezen worden verklaard verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] kentekenplaten ( [kenteken 1] ) heeft gestolen.

De verdachte ontkent dat hij het onder 4 tenlastegelegde feit heeft begaan.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft als volgt verklaard:

V: Vertel nu eens wat er is voorgevallen. Je wordt verdacht die overval te hebben gepleegd en met die auto, witte Toyota is donderdagmiddag nog getankt bij een tankstation te Vriezenveen zonder dat de benzine is betaald.

A: Ik wil wel een verklaring afleggen maar ik vind het moeilijk. Ik ben echt wel bereid een verklaring af te leggen. Ik beken dat ik samen met mijn broertje [medeverdachte] die overval heb gepleegd en ben bereid een verklaring hierover af te leggen. Ook hebben wij die middag getankt zonder te betalen in Vriezenveen. Die auto is gehuurd voor twee dagen. Daarna heb ik deze niet meer betaald. De auto had terug gebracht moeten worden. De aangetroffen kentekenplaten [kenteken 2] zijn te Almelo gestolen. Ik weet de datum niet meer maar ik denk een week eerder dan de huur van de auto. Deze platen wilden wij gaan gebruiken om een overval te plegen.

V: Dat was al een poos terug?

A: Klopt, wij hadden toen nog geen auto.2

V: Heb jij, al dan niet samen met je broer, je ook schuldig gemaakt aan andere misdrijven dan het ten laste gelegde feit? Zoals aangegeven waren jullie van plan een overval te gaan plegen en hebben daartoe een aantal kentekenplaten gestolen. Dit is toch al een poos geleden. Wat is er in die tussentijd voorgevallen? Je hebt al aangegeven dat je veel schulden hebt dus al langer in financiële problemen zit. Wat voor feiten heb jij, al dan niet samen met je broer of met een ander, nog meer schuldig aan gemaakt?

A: Aan geen enkele. Ik heb in 2012 samen met mijn broer een overval gepleegd op een

tankstation te Wierden en heb daar mijn straf al voor uitgezeten. Mijn broer ook al.

(…)

Doordat de rekeningen bleven komen, en deurwaarders aan de deur en rekeningen niet meer

konden betalen, bracht mij en mijn broer tot het overgaan van een overval. Dit was voor een paar weken terug. De juiste dag en datum weet ik niet meer. Jullie kunnen dat uitmaken op de dag dat de kentekenplaten gestolen zijn. Wij hebben deze gestolen omdat wij deze zouden gaan gebruiken voor het plegen van een overval. Wij hebben dit samen bedacht. Toen wij de

kentekenplaten hadden gestolen moesten wij nog een auto hebben. Wij bedachten ons om een auto te gaan huren.

Omdat wij geen van beiden een rijbewijs hadden kwamen wij uit bij een vriendin van mij die in Friesland woont. Via haar hebben wij de witte Toyota Aygo gehuurd.3

Door aangeefster [slachtoffer 3] is als volgt verklaard:

(…) tussen dinsdag 2 februari 2016 te 17:00 uur en woensdag 3 februari 2016 te 07:30 uur:

Ik heb gisteren mijn nieuwe auto opgehaald en wilde vanmorgen weggaan toen zag ik

dat beide kentekenplaten van de auto af waren gehaald. Hierbij werd het goed, zoals genoemd op de bijlage goederen, weggenomen. (…)

V: Waar stond de auto toen de kentekenplaten werden weggenomen?

A: Zoals ik heb verklaard, had ik een nieuwe auto en deze had ik op 2 februari 2016

opgehaald bij de garage. Een kennis van mij is toen met mij meegegaan. We hebben de

auto vervolgens opgehaald en ik ben met die kennis mee gegaan naar zijn huis. Ik heb de auto, een grijze Fiat Panda voorzien van het kenteken [kenteken 1] toen geparkeerd op een parkeervak aan de [straat] te Almelo. Het betroffen hier meerdere parkeervakken naast elkaar en ik stond zo’n beetje in het midden tussen andere geparkeerde auto’s in. De straat [straat] bevindt zich in de wijk de Schelfhorst van Almelo.

Zoals ik al in mijn aangifte heb vermeld, heb ik de auto daar rond 17.00 uur neergezet. Ik ben niet terug gegaan naar mijn huis. Ik ben daar blijven slapen. De volgende dag wilde ik omstreeks 07.30 uur weer weggaan met mijn auto. Toen ik bij mijn auto kwam, zag ik dat zowel aan de voor als aan de achterzijde de kentekenplaten waren weggenomen.4

De rechtbank oordeelt dat op grond van vorenstaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] , zijn broer, kentekenplaten heeft gestolen. Verdachte heeft weliswaar ter zitting ontkent de kentekenplaten te hebben gestolen, maar de rechtbank ziet geen enkele reden om te twijfelen aan de bekennende verklaring van verdachte bij de politie omtrent de diefstal van de kentekenplaten.

5.3

Ten aanzien van feit 5

5.3.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht het onder feit 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte ontkent zich hieraan schuldig te hebben gemaakt. Volgens de raadsvrouw is het bewijs voor dit feit uiterst dun.

5.3.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Door aangever [slachtoffer 4] is als volgt verklaard:

Ik doe aangifte van diefstal door middel van braak. Ik ben huurder van het tankstation [tankstation 2] , aan de [adres 2] te Geesteren. Op woensdag 3 februari 2016, om 01:49 uur werd [medewerker tankstation 2] gebeld door onze eigen alarmcentrale. Deze gaf alarmmelding door in zone 1 van het tankstation. [medewerker tankstation 2] was binnen 6 minuten bij het tankstation. [medewerker tankstation 2] zag dat de ruit van de rechter toegangsdeur vernield was. [medewerker tankstation 2] hoorde dat het luide alarm van het tankstation afging. Achter de toegangsdeur, ter hoogte van de vernielde ruit lag een plastic plantenbak omver. Deze stond nog rechtop toen het tankstation afgesloten werd. Er lag allemaal glas aan de binnen en buitenkant van de toegangsdeur. Links naast de toegangsdeur, gezien vanaf de [straat] , lag een stuk ruit, wat afkomstig was uit de toegangsdeur. De kassa van het tankstation bevindt zich rechts achterin de shop, gezien vanaf de toegangsdeur. Achter de kassa bevindt zich een wand waar de sigaretten in staan. Deze wand bestaat uit vijf houten planken waarop sigaretten en shag staan. Er lagen allemaal pakjes sigaretten en shag op de grond, tussen de kassa en de wand. Dit was niet zo toen de shop afgesloten werd. Onder de sigarettenwand zitten kastjes, hiervan waren de deuren geopend. Hierbij werd het goed, zoals genoemd op de bijlage goederen, weggenomen.

(…)

Graag wil ik een aanvullende verklaring afleggen in verband met de eerdere aangifte die ik gedaan heb. Ik doe aangifte van diefstal. De volgende goederen zijn weggenomen:

(…)

POS-systeem: Dit betreft een opbergsysteem voor tabakswaren (sigaretten). Het is een stelling van plastic houders met veertjes. De sigaretten worden in een sleuf geschoven en schuiven onder invloed van een veer naar voren op het moment dat er één pakje uit wordt

gepakt. Dit POS-systeem is vernield en er missen enkele stukken plastic en enkele

veertjes die mogelijk door de dader(s) zijn meegenomen.5

Een proces-verbaal van bevindingen houdt het volgende in:

Op woensdag 3 februari 2016, omstreeks 16.00 uur, was ik verbalisant, [verbalisant], belast met een zogeheten verdachten afhandel team dienst aan de [adres 3] te Borne. Ik, verbalisant, was verzocht de camerabeelden behorende bij bovengenoemde zaak uit te kijken. Op de beelden zag ik, verbalisant, het volgende:

Omstreeks 01.41 uur komt er een personenauto aanrijden. Het voertuig komt een paar

meter voorbij de toegangsdeur tot stilstand. Het voertuig is blauw-grijs-paars kleurig en gelijkend op een Mitsubishi Galant bouwjaar 1996 en voorzien van een trekhaak. Het kenteken is op de beelden niet goed leesbaar. Het lijkt of er 2 ingebouwde geluidsboxen op de hoederplank in het voertuig zitten. De bijrijder stapt uit en heeft een grote moker met een lange steel in zijn hand. De bijrijder loopt gelijk naar de toegangsdeur van het tankstation en begint gelijk met de moker op de toegangsdeur te slaan. In totaal slaat de bijrijder 18 keer met de moker tegen de onderzijde van de toegangsdeur. De bestuurder zit nog op de bestuurdersstoel en pakt een kleed of deken van de achterbank en houdt deze vast. Het portier van de bestuurderskant is geopend. De bestuurder loopt vervolgens met het kleed naar de bijrijder bij de toegangsdeur. De bestuurder trapt vervolgens twee keer tegen de onderste ruit van de toegangsdeur. Vervolgens trekken zij samen met de handen de glaslatten met het overige glas van de toegangsdeur eruit, waarna een groot gat ontstaat en men de toegang kan verschaffen via het onderste gedeelte van de toegangsdeur. De bestuurder kruipt als eerste door het gat en heeft hierbij het kleed in zijn handen. Hierna kruipt de bijrijder door het gat en heeft hierbij de moker in zijn hand. De bijrijder zet direct na binnenkomst de moker gelijk rechts naast de deur neer. Omstreeks 01.42 komen zij achter de toonbank. De bestuurder legt het kleed op de grond achter de toonbank. Beiden halen een grote hoeveelheid pakjes sigaretten uit de schappen achter de toonbank. Deze pakjes sigaretten vallen op de het laken op de grond. Hierna pakken zij samen het kleed op met daarin een grote hoeveelheid sigaretten. Het kleed is gelijkend op een dekbedovertrek en is zwart met wit van kleur. Omstreeks 01.43 uur kruipen zij door het gat van de toegangsdeur naar buiten. Zij hebben samen het kleed vast en leggen het kleed met daarin de sigaretten samen met de moker achterin de kofferbak van de auto. Omstreeks 01.44 uur rijden zij weg in de richting van het dorp.

Signalement bestuurder:

- zwarte jas

- zwarte handschoenen

- zwarte schoenen met witte veters met witte zool, de witte zool is aan de zijkant

van de schoenen zichtbaar.

- zwarte bivakmuts

- donkere broek (vermoedelijk zwart) smal model.

- aan beide zijkanten van de broek hangen bretels.

- onder de zwarte jas steekt een wit / lichtblauw shirt uit onder de zwarte jas.

Signalement bijrijder:

- zwarte trui met capuchon op met witte koordjes

- iets zwarts voor zijn gezicht om gezicht te bedekken

- zwarte handschoenen

- donkergrijze joggingbroek, boven de jogging broek steekt een zwarte broek uit,

vermoedelijk droeg de dader een zwarte broek of onderbroek onder de grijze

joggingbroek.

- grijs shirt steekt onder de trui uit, onder grijze shirt steekt aan de rechter

achterkant iets rood / oranjes uit.

- schoenen met een zwarte neus en een blauwe zijkant.6

Een proces-verbaal van bevindingen houdt het volgende in:

Op woensdag 3 februari 2016 omstreeks 01.49 uur ging een alarm van het tankstation af. Nadien bleek dat een ruit was ingeslagen en dat meerdere tabaksartikelen waren weggenomen. Uit de beelden van beveiligingscamera’s bleek dat een grijze Mitsubishi Galant, met kenteken [deel kenteken 1] was aan komen rijden en dat twee personen uit de auto kwamen.7

Door getuige [getuige 2] is als volgt verklaard:

Ik heb van u vernomen dat u graag informatie wilde met betrekking tot een grijze Mitsubishi Galant die ik tijdelijk op naam heb gehad. Ik kan u vertellen dat het kenteken van deze auto [kenteken 3] was. Er zat een trekhaak op de auto.

(…)

Omdat ik verliefd was heb ik in oktober 2015 een auto gekocht via Markplaats. Ik heb de aanbieder, [aanbieder auto] genaamd, benaderd en vervolgens zijn te koop aangeboden Mitsubishi Galant met het kenteken [kenteken 3] gekocht.

(…)

[verdachte] was erg vaak weg. Hij gebruikte de Mitsubishi Galant vaak. Ik heb geen enkel idee wat hij allemaal deed, als hij met zijn broer [medeverdachte] met deze auto op pad ging. (…) De Mitsubishi Galant is vanaf zondag 10 januari 2016 tot 13 februari in Almelo geweest. [verdachte] en [medeverdachte] hebben de auto gebruikt.8

Verdachte heeft als volgt verklaard:

V: Op 6 januari 2016 om 01.45 uur zijn jullie, jij en je broertje [medeverdachte] , nog gecontroleerd in de grijze Mitsubishi Galant, gekentekend [kenteken 3] in Almelo. Hiervan is een mutatie opgemaakt onder BVH nummer 2016009087. [medeverdachte] kreeg een proces-verbaal ter zake rijden zonder rijbewijs. Hieruit blijkt wel dat jullie gebruik maakten van deze auto. Opvallend is het tijdstip. Zo laat nog. Waar zijn jullie toen geweest en hebben jullie gedaan?

A: We zijn toen bij een tankstation geweest om te tanken. Dit was het tankstation aan de linkerkant, net voordat je de snelweg opgaat in Almelo. De bijrijder, kleiner dan de bestuurder, pakt een grote moker en loopt in de richting van de toegangsdeur en slaat met deze moker een ruit in.9

De rechtbank oordeelt dat op grond van vorenstaande bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte samen met zijn de medeverdachte [medeverdachte] , heeft ingebroken bij het tankstation [tankstation 2] en sigaretten en shag heeft gestolen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Zoals blijkt uit de bewijsoverwegingen van de rechtbank onder 5.2.2. acht zij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] in de periode van 2 februari 2016 tot en met 3 februari 2016 de kentekenplaten met het nummer [kenteken 1] heeft gestolen. Op de camerabeelden van de inbraak op het tankstation op 3 februari 2016 is te zien dat de bestuurder en de bijrijder van een personenauto, door de politie beschreven als blauw-grijs-paars van kleur en gelijkend op een Mitsubishi Galant, de inbraak plegen en dat deze personenauto is voorzien van een trekhaak. Uit deze camerabeelden blijkt verder dat deze personenauto het kenteken “[deel kenteken 1]” heeft. Dit kentekennummer vertoont zeer grote overeenkomst met de kentekenplaten met nummer [kenteken 1] die door verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] tussen 2 februari 2016 ’s-middags en 3 februari 2016 ’s-ochtends zijn gestolen, terwijl op laatstgenoemde datum tevens de inbraak in het tankstation heeft plaatsgevonden. Daar komt bij dat uit de verklaring van getuige [getuige 2] volgt dat verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] in de periode van 10 januari 2016 tot 13 februari 2016 haar personenauto hebben gebruikt, een grijze Mitsubishi Galant met trekhaak. Hoewel verdacht ontkent deze auto van [getuige 2] te hebben gebruikt, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van getuige [getuige 2], te meer daar verdachte en medeverdachte [medeverdachte] door de politie in deze personenauto zijn gecontroleerd op 6 januari 2016. Op basis van al deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] in het tankstation heeft ingebroken.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het ten laste gelegde onder feit 1, feit 2, feit 3 primair, feit 4 primair en
feit 5 heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 3 maart 2016, in de gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (tijdens zijn werkzaamheden als assistent-manager bij de [supermarkt]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan de [supermarkt], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader:

- ( geheel) in het donker/zwart gekleed en/of voorzien van een geheel of gedeeltelijk voor zijn hoofd/gezicht getrokken sjaal /doek/(bivak)muts, zich naar/in voornoemde supermarkt heeft/hebben begeven en

- vervolgens daarbij aan die [slachtoffer 1] een mes, en/of een (zogenaamd) stroomstootwapen heeft/hebben getoond en

- vervolgens voornoemd mes, en/of dat stroomstootwapen op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht (gehouden) (waarbij voornoemd stroomstootwapen door verdachte werd geactiveerd) en

-vervolgens daarbij die [slachtoffer 1] (op dwingende toon) heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer 1] de kluis moest openmaken en dat verdachte alles wilde hebben en

- vervolgens daarbij die [slachtoffer 1] en/of een personeelslid, genaamd [slachtoffer 2] naar het (zogenaamde) kashok (waar de kluis stond) heeft/hebben gedirigeerd en - vervolgens daarbij - terwijl ze zich in het kashok bevonden - die [slachtoffer 2] (op dwingende toon) heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat zij op een stoel moest gaan zitten en/of (zich) niet moest bewegen en/of

- vervolgens daarbij die [slachtoffer 2] (voortdurend) met een mes heeft bedreigd en

- vervolgens daarbij die [slachtoffer 1] (op dwingende toon) heeft/hebben meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer 1] de kluis voor hen moest openmaken en

- vervolgens daarbij (toen bleek dat het nog een aantal minuten zou gaan duren voordat die [slachtoffer 1] - in verband met een tijdvertraging - de kluis kon openen) die [slachtoffer 1] (tevens) (op dwingende toon) heeft meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat hij de beveiligingsbeelden van de COOP wilde en

- vervolgens daarbij (wederom) die [slachtoffer 1] (op dwingende toon) heeft meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat de kluis open moest en

- vervolgens (daarbij/daarna) (wederom) die [slachtoffer 1] (op dwingende toon) heeft meegedeeld - zakelijk weergegeven - dat hij het geld uit de kluis wilde hebben en

-vervolgens (daarbij) - toen die [slachtoffer 1] (uiteindelijk) de kluis kon openen - die [slachtoffer 1] de opdracht heeft gegeven om de inhoud van de kluis zijnde geld in een (sport)tas over te pakken en

- vervolgens voornoemde gevulde (sport)tas heeft meegenomen;

2.

hij in de periode van 22 februari 2016 tot en met 3 maart 2016, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een (personen) auto (merk Toyota AYGO), toebehorende aan (de firma) [autoverhuurbedrijf] , welke (personen)auto verdachte en zijn mededader anders dan door misdrijf, te weten krachtens een (schriftelijke) huurovereenkomst - onder (de) gehoudenheid om voornoemde (gehuurde) (personen)auto op binnen de in de huurovereenkomst afgesproken termijn weer terug te brengen - onder zich

hadden, wederrechtelijk zich hebben toegeëigend;

3. primair

hij op of omstreeks 3 maart 2016, te Vriezenveen, gemeente Twenterand, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een hoeveelheid) benzine, toebehorende aan (tankstation) [tankstation 1] ;

4. primair

hij in de periode van 2 februari 2016 tot en met 3 februari 2016, in de gemeente Almelo,

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kentekenplaten [kenteken 1] , toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

5.

hij op 3 februari 2016, te Geesteren, gemeente Tubbergen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een tankstation ( [tankstation 2] ), gelegen aan de [adres 2] , heeft/hebben weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten en pakjes shag toebehorende aan tankstation [tankstation 2] en/of [slachtoffer 4] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goed(eren) onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 47, 310, 311, 312, 317 en 321 Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2

het misdrijf: medeplegen van verduistering;

feit 3 primair en feit 4 primair

telkens het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 5

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft (en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht) door middel van braak.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich samen met zijn broer in een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan afpersing, verduistering van een auto, diefstal van benzine, kentekenplaten en inbraak in een tankstation waar sigaretten en shag zijn weggenomen. Op de dag van de overval zijn verdachte en zijn medeverdachte vermomd met een bivakmuts en in het bezit van een mes en een stroomstootwapen met een gehuurde auto waarop zij gestolen kentekenplaten hadden gemonteerd, tegen sluitingstijd naar de [supermarkt] in Wierden gereden. Daar hebben zij medewerkers bedreigd met het mes en het stroomstootwapen en geld geëist. De rechtbank is van oordeel dat het hier gaat om een zeer ernstig feit. Een overval is voor degene die overvallen wordt een zeer ingrijpende, angstwekkende gebeurtenis. Dat blijkt ook uit de verklaringen van de aangevers. Aangevers zijn bedreigd met een mes en stroomstootwapen en wisten niet in hoeverre verdachte en zijn medeverdachte bereid waren om deze wapens daadwerkelijk te gebruiken. Hierbij heeft verdachte klaarblijkelijk in het geheel niet stilgestaan, hetgeen de rechtbank hem kwalijk neemt. Dergelijke feiten dragen bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank rekent verdachte dit aan.

Verdachte heeft zich daarnaast met het stelen van benzine, kentekenplaten en door het plegen van een inbraak op een tankstation waar sigaretten en shag zijn weggenomen, schuldig gemaakt aan hinderlijke feiten, waarmee hij schade en overlast voor de gedupeerden heeft veroorzaakt. Verdachte heeft hierbij enkel uit financieel gewin gehandeld.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte op
21 maart 2013 is veroordeeld voor een poging tot overval, welk feit hij gepleegd heeft met dezelfde medeverdachte en waarvoor hij nog in een proeftijd liep.

De rechtbank houdt voorts rekening met de over verdachte opgemaakte deskundigenrapporten.

Door H.R.J. ter Borg, GZ-psycholoog, is op 20 mei 2016 een rapport uitgebracht omtrent de persoon van verdachte. Daaruit blijkt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van afhankelijkheid van cocaïne. Zijn persoonlijkheidsstoornis met zijn antisociale attitude en zwak ontwikkeld geweten en daarnaast zijn beperkte verstandelijke vermogens, waren belangrijke elementen die hem weerhielden om tot sociaal aanvaardbaar gedrag te komen. Het rapport concludeert dat het aannemelijk is dat verdachte op grond van zijn stoornissen verminderd vrij was ten aanzien van zijn gedragskeuzes en gedragingen voorafgaande en tijdens de hem tenlastegelegde feiten. Indien de feiten worden bewezen, dient hij als verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd. Er wordt geadviseerd verdachte binnen een voorwaardelijke detentie verdachte een klinische behandeling op te leggen.

Uit het reclasseringsrapport van 15 juni 2016 blijkt dat verdachte een verstandelijke beperking heeft en dat hij zich handhaaft door zich te conformeren aan zijn omgeving. Voorts is verdachte zeer beïnvloedbaar en in het bijzonder heeft zijn broer een grote invloed op hem. Samen met de NIFP is de reclassering tot de conclusie gekomen dat een klinische opname noodzakelijk is om het gedrag van verdachte ten goed te keren. Om die reden adviseert de reclassering om verdachte een voorwaardelijk strafdeel op te leggen met een klinische opname als bijzondere voorwaarde.

Gelet op de ernst van de gepleegde feiten alsmede het feit dat een eerdere veroordeling van verdachte (voor een soortgelijk feit waarbij naast een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf een voorwaardelijke straf was opgelegd waarvoor verdachte nog in de proeftijd liep, hem er niet van heeft weerhouden om dergelijke feiten opnieuw te plegen, ziet de rechtbank thans geen ruimte meer om, zoals geadviseerd, opnieuw een deels voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, op te leggen. Enkel een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur doet naar het oordeel van de rechtbank recht aan de ernst van de door verdachte gepleegde feiten. Bij de bepaling van de hoogte daarvan houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat hij openheid van zaken heeft gegeven en heeft meegewerkt aan het onderzoek. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is voor deze feiten.

Alles overwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt op de gevangenisstraf in mindering gebracht.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.105,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- materiële schade van € 280,--;

- immateriële schade van € 825,--.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van €1.105,--, met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

10 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft op 24 mei 2016 de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden die de veroordeelde bij onherroepelijk geworden vonnis van 21 maart 2013 door de meervoudige strafkamer in het arrondissement Oost-Nederland, (parketnummer 08/710681-12) is opgelegd.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de hulpverlening te kort is geschoten om adequate hulp aan verdachte te bieden en dat de tenuitvoerlegging van de vordering afgewezen moet worden. Verdachte dient nog een kans te krijgen.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden toegewezen. Het is immers gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een nieuw strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 57 Sr.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1, feit 2, feit 3 primair, feit 4 primair en feit 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 het misdrijf: afpersing terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 het misdrijf: medeplegen van verduistering;

feit 3 primair en feit 4 primair telkens het misdrijf diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 5 het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft (en het weg te nemen goed onder hun bereik heeft gebracht) door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2, feit 3 primair, feit 4 primair en feit 5 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 1.105,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
    3 maart 2016, zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.105,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 21 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte partij tot betaling van de kosten die de benadeelde heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 08/710681-12

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te Oost-Nederland van 21 maart 2013, te weten een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mr. H. Bloebaum en mr. Y. Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2016.

Mr. Hangx is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, District Twente 1 Regionaal Overvallen Team, met nummer BVH 2016108241 van 3 maart 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 5 maart 2016, pag. 125 t/m pag. 130;

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 5 maart 2016, pag. 131 t/m pag. 136;

4 Processen verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 16 en 21 maart 2016, pag. 196 t/m pag. 200;

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] namens [tankstation 2] van 3 februari 2016 pag. 210 en 211; Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] van 3 februari 2016, pag. 213 t/m 216.

6 Proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2016, pag. 223 t/m 224.

7 Proces-verbaal van bevindingen van 23 maart 2016, pag. 225 t/m 232.

8 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] van 21 maart 2016, pag. 238 t/m 240.

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 5 april 2016, pag. 146 t/m 149.